Valorisatie Klein 2025 (van €100.000 tot €350.000)
Samenwerkingsverband Noord-Nederland
Wat is de Valorisatie Klein 2025 (van €100.000 tot €350.000)?
Valorisatie Klein 2025 is subsidie voor projecten van € 100.000 tot € 350.000 waarin je een nieuw prototype product, proces of dienst ontwikkelt, test en demonstreert. De regeling is bedoeld voor mkb'ers in Drenthe, Friesland en Groningen, maar ook partijen van buiten de regio mogen aanvragen zolang de effecten van het project in Noord-Nederland neerslaan. Het gaat om innovatieve projecten die economische en maatschappelijke impact maken op een van de vier RIS3-transities: circulair, duurzaam (van fossiele naar hernieuwbare energie), digitaal of gezond.
Je krijgt standaard 35% van de subsidiabele kosten vergoed. Werk je samen met een onafhankelijke onderneming of een kennisinstelling, dan gaat dat percentage omhoog, tot maximaal 50%. Het maximale subsidiebedrag per projectpartner is € 200.000.
De aanvraag verloopt in twee stappen. Eerst dien je verplicht een projectvoorstel in, uiterlijk op 19 maart 2026 om 12:00 uur. Na een reactietermijn van 3 weken ontvang je een reflectieverslag, waarna je uiterlijk 16 april 2026 om 12:00 uur je volledige aanvraag met uitgewerkt projectplan indient. Aanvragen doe je via de EFRO-webportal.
Let op: volgens het loket is aanvragen momenteel niet meer mogelijk voor deze ronde. De genoemde data gelden voor wie in aanmerking wil komen voor deze subsidieronde.
Wie komt in aanmerking voor de Valorisatie Klein 2025 (van €100.000 tot €350.000)?
Je komt in aanmerking als je project draait om het ontwikkelen, testen en demonstreren van een vernieuwend prototype product, dienst of proces, met een subsidieaanvraag tussen € 100.000 en € 350.000. Dit noemt het loket "kleine valorisatieprojecten".
Wie kan aanvragen:
- Natuurlijke ondernemingsvormen, rechtspersonen of samenwerkingsverbanden.
- De subsidie is in de basis bedoeld voor mkb'ers in Noord-Nederland, maar ook partijen van buiten de regio mogen meedoen, zolang de effecten van het project in Noord-Nederland neerslaan.
Harde grenzen en uitsluitingen:
- Het maximale subsidiebedrag per projectpartner is € 200.000, ook als het totale project meer subsidie zou kunnen krijgen.
- Het subsidiebedrag per projectpartner kan verder beperkt worden als de staatssteunregels dit verplichten.
- Projectpartners moeten onafhankelijk van elkaar samenwerkende partijen zijn met een aantoonbaar belang bij het project. Zij mogen geen partnerondernemingen van elkaar zijn of met elkaar verbonden zijn (zoals gedefinieerd in de KMO-definitie en het beslisschema verbonden ondernemingen).
- Ondernemingen die (op groepsniveau) in financiële moeilijkheden verkeren, komen niet in aanmerking. Dit wordt onder meer getoetst op: een lopende collectieve insolventieprocedure, het voldoen aan criteria voor het starten van een insolventieprocedure, nog niet afgeloste reddings- of herstructureringssteun, een negatief eigen vermogen (bij BV/NV) of negatief kapitaal (bij VOF/CV), en bij grote ondernemingen een ongunstige verhouding tussen vreemd en eigen vermogen gecombineerd met een lage rentedekkingsgraad over de afgelopen twee jaar. Mkb-ondernemingen die korter dan 3 jaar bestaan, zijn hiervan uitgezonderd.
Samenwerken is niet verplicht, maar wordt beloond met een hoger subsidiepercentage. Voor die verhoging gelden extra eisen (zie "Hoeveel krijg je?" en "Voorwaarden"), zoals: geen van de samenwerkende ondernemingen mag meer dan 70% van de subsidiabele kosten voor haar rekening nemen, minstens één samenwerkende onderneming moet tot het mkb behoren, en een samenwerkende kennisinstelling moet minimaal 10% van de subsidiabele kosten dragen en het recht hebben eigen onderzoeksresultaten te publiceren.
Let wel op de status: het loket meldt dat aanvragen niet meer mogelijk is, terwijl elders op de pagina de deadline van 19 maart 2026 voor het projectvoorstel wordt genoemd. Dit spreekt elkaar tegen; het loket zelf geeft hierover geen nadere toelichting.
Waarvoor krijg je subsidie?
Wel bevat het bredere EFRO-dossier (de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies) algemene rekenregels die van toepassing kunnen zijn op EFRO-projecten zoals dit.
Loonkosten
Loonkosten worden berekend door het aantal aan het project bestede uren te vermenigvuldigen met een tarief, volgens een van de volgende methodes:
- Een individueel uurtarief per medewerker: bruto jaarloon plus een opslag van 32% voor werkgeverslasten, waarna over dat bedrag 15% aan overheadkosten wordt berekend, gedeeld door 1.720 uur (bij een 40-urige werkweek of een volledige werkweek).
- Een individueel uurtarief zonder de overheadopslag: bruto jaarloon plus 32% werkgeverslasten, gedeeld door 1.720 uur.
- Voor medewerkers die in deeltijd aan het project werken: bruto loon plus 32% werkgeverslasten, plus 15% overhead over dat bedrag, vermenigvuldigd met het vaste percentage van de tijd dat zij per maand aan de activiteit hebben gewerkt.
- Ook zijn een door de minister goedgekeurde integrale kostensystematiek of een door de Europese Commissie goedgekeurde methodiek voor soortgelijke projecten mogelijk.
Voor het onderbouwen van de vaste inzet van medewerkers is een specifiek format beschikbaar: de "Format werkgeversverklaring - vaste inzet medewerkers" (DOCX).
Eigen arbeid (bijvoorbeeld van een zelfstandige of eigenaar-bedrijfsleider)
Als een berekening volgens de loonkostenmethode niet mogelijk is, wordt de eigen arbeid berekend met een vast uurtarief van € 39 per uur, vermenigvuldigd met het aantal gewerkte uren aan het project. Let op: dit vaste uurtarief van € 39 staat in de algemene EZK/LNV-subsidieregeling; of dit tarief exact zo van toepassing is op Valorisatie Klein 2025 specifiek, bevestigt het loketdossier niet expliciet.
Overige directe kosten (bijvoorbeeld kosten van derden, materialen, inhuur)
Deze kosten kunnen worden berekend door de loonkosten (berekend volgens de bovengenoemde uurtariefmethode) te vermenigvuldigen met 40%, als forfaitaire opslag. Ook is het mogelijk deze kosten te onderbouwen met een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht.
Overheadkosten via forfaitaire opslag
Als alternatief voor het apart begroten van overheadkosten, kan een opslag van 20% worden berekend over kosten die vallen onder de categorie "overige kosten" (bijdragen in natura, afschrijvingskosten en andere kosten), voor zover deze geen verband houden met de uitvoering van overheidsopdrachten voor werken boven een bepaald Europees drempelbedrag.
Bijdragen in natura en afschrijvingskosten
Deze kunnen ook als subsidiabele kosten worden opgevoerd, mits ze direct verbonden zijn met de uitvoering van de subsidiabele activiteit.
Wat niet subsidiabel is
Bij het berekenen van overige kosten via een forfaitaire opslag (dus niet bij kosten die met een factuur worden onderbouwd) komen de volgende kosten expliciet niet in aanmerking voor subsidie:
- Administratieve en financiële sancties en boetes.
- Winstopslagen binnen een groep of samenwerkingsverband.
- Fooien en geschenken.
- Representatiekosten en -vergoedingen.
- Kosten van personeelsactiviteiten.
- Kosten van overboekingen en annuleringen.
- Gratificaties en bonussen.
- Kosten van een outplacementtraject.
Aanvullende verplichting: inzet van projectresultaten voor onderwijs
Naast de directe kostensoorten kun je, als je subsidie krijgt, verplicht worden om een plan en een bijbehorende urenbegroting op te stellen voor het inzetten van je projectresultaten voor onderwijs, opleiding of onderzoek (zie ook "Voorwaarden"). Het kennisdelingsdocument vraagt hierbij ook naar de uren die je hebt besteed en gaat besteden, en naar eventuele overige kosten die met de uitvoering van dit plan gemoeid zijn, zonder dat hiervoor een apart tarief wordt genoemd.
Hoeveel subsidie krijg je?
Het standaard subsidiepercentage is 35% van de kosten die voor subsidie in aanmerking komen. Dit percentage kan hoger uitvallen als je samenwerkt:
- Werk je samen met een andere onafhankelijke onderneming, of (eventueel via inhuur) met een kennisinstelling? Dan wordt het percentage met 10% verhoogd, naar 45%.
- Werk je met zowel een andere onderneming als een kennisinstelling samen? Dan komt er nog eens 5% bij, naar in totaal 50%.
- Het maximale subsidiepercentage is 50% van de subsidiabele kosten.
Voorwaarden voor de verhoging:
- Bij samenwerking met een andere onderneming mag geen van de betrokken ondernemingen meer dan 70% van de subsidiabele kosten voor haar rekening nemen, en moet minstens één van de samenwerkende ondernemingen tot het mkb behoren.
- Bij samenwerking met een kennisinstelling moet die instelling minimaal 10% van de subsidiabele kosten dragen en het recht hebben om eigen onderzoeksresultaten te publiceren.
Bedragen:
- De subsidieaanvraag van het project moet tussen € 100.000 en € 350.000 liggen.
- Het maximale subsidiebedrag per project is € 350.000.
- Het maximale subsidiebedrag per projectpartner is € 200.000.
- Het subsidiebedrag per projectpartner kan lager uitvallen als de staatssteunregels dit verplichten.
Rondes en deadlines
| Ronde | Opent | Sluit | Budget | Verdeling |
|---|---|---|---|---|
| Openstelling | - | 19 mrt 2026 | - | - |
Wat zijn de voorwaarden van de Valorisatie Klein 2025 (van €100.000 tot €350.000)?
Hier val je op af
Wat je moet doen na toekenning
- Je project wordt opgenomen in de gepubliceerde lijst van concrete acties en mogelijk gepubliceerd op de website Europa om de Hoek.
- Je moet voldoen aan de verplichting "Inzet van uw projectresultaten voor het onderwijs of opleiding": je levert een plan aan waaruit blijkt hoe de inzichten of tussentijdse resultaten van je project bijdragen aan minstens één van de volgende punten: vernieuwing van het onderwijscurriculum, het beter verbinden van verschillende opleidingsniveaus, nieuw onderzoek of onderzoeksagenda's van een onderwijs- of kennisinstelling (mbo tot en met wo), of (vernieuwing van) Leven Lang Leren-trajecten voor huidige medewerkers. Dit plan moet onder meer aangeven hoeveel uur je al hebt besteed aan het leggen van contacten, hoeveel uur je wilt besteden aan de uitvoering, met welke partijen je hebt gesproken (en nog wilt spreken), welke activiteiten je wilt uitvoeren en binnen welke termijn.
- Tijdens de looptijd gelden verder de gebruikelijke EFRO-verplichtingen zoals het indienen van voortgangsrapportages (zie "Na je aanvraag").
Waarop wordt beoordeeld
- Of het project bijdraagt aan economische en maatschappelijke impact op Noord-Nederland.
- Of het project vernieuwing en verbinding oplevert, en of je leert van anderen en samen met partners dingen uitprobeert.
- Of je de kansen van de vier RIS3-transities benut om tot innovatie te komen (circulair, van fossiel naar hernieuwbaar, van zorg naar gezondheid, van analoog naar digitaal).
- Of je bijdraagt aan unieke, regionale, economische sterktes.
- Of je gebruikmaakt van beschikbare kennis en kunde (kennisvalorisatie) van andere bedrijven, innovatiehubs of kennisinstellingen, bij voorkeur in samenwerking.
- Of je een probleem oplost, waar mogelijk samen met een regionale probleemeigenaar.
- Of je bijdraagt aan de verdere structurele ontwikkeling en innovatiestrategie van je eigen bedrijf.
Een onafhankelijke deskundigencommissie beoordeelt de aanvraag inhoudelijk; daarnaast voert SNN een subsidie-technische toets uit. Bij deze ronde gebeurt dit parallel aan elkaar, in plaats van na elkaar zoals bij eerdere Valorisatie-subsidies.
Als hulpmiddel kun je een projectplan dat voor 80-90% klaar is, laten toetsen door een projectadviseur van SNN, die je aandachtspunten meegeeft om je plan aan te scherpen. Dit is niet verplicht, maar wel bedoeld om je kans op een positieve beoordeling te vergroten. Stuur hiervoor het uitgewerkte projectplan naar projectvoorstel@snn.nl.
Wat moet je vooraf al aanleveren om aannemelijk te maken dat je voldoet
- Een ondertekend formulier "Ondertekening Penvoerder", waarin de penvoerder verklaart de subsidieaanvraag naar waarheid te hebben ingevuld en op de hoogte te zijn van publicatie van het project op de lijst van concrete acties en mogelijk op de website Europa om de Hoek.
- Bewijs dat de ondertekenaar bevoegd is om binnen de organisatie te tekenen (bijvoorbeeld een KvK-uittreksel, statuten of een intern autorisatieschema).
- Een mkb-verklaring, waarin via een beslisschema wordt bepaald of de aanvrager tot het mkb behoort (zelfstandige onderneming, partneronderneming of verbonden onderneming), ondertekend door de tekenbevoegde met KvK-nummer en datum.
- Een verklaring financiële moeilijkheden, inclusief het beslisschema verbonden ondernemingen, ingevuld op groepsniveau als er verbonden ondernemingen zijn. Bij een BV/NV moeten specifieke balansposten (geplaatst aandelenkapitaal plus agio, overige elementen eigen vermogen, totaal eigen vermogen) worden ingevuld op basis van de laatst vastgestelde jaarrekening; bij een VOF/CV het kapitaal/vermogen.
Hoe vraag je de Valorisatie Klein 2025 (van €100.000 tot €350.000) aan?
Het aanvraagproces bestaat uit twee hoofdstappen: eerst een verplicht projectvoorstel, daarna de volledige subsidieaanvraag met uitgewerkt projectplan. Alles verloopt via de EFRO-webportal (https://www.efro-webportal.nl/mijn/LoginPage).
Stap 1: Projectvoorstel indienen
- Je dient een projectvoorstel in op het moment dat het jou uitkomt, maar uiterlijk op 19 maart 2026, 12:00 uur, om voor deze subsidieronde in aanmerking te komen.
- Het loket adviseert om dit ruim vóór de deadline te doen, zodat je genoeg tijd overhoudt om je voorstel uit te werken tot een volledig projectplan.
- Meer informatie over dit traject staat op de pagina "Projectvoorstel Valorisatie".
Stap 2: Reflectieverslag ontvangen
- Na indiening van je projectvoorstel geldt een reactietermijn van 3 weken, waarna je een reflectieverslag ontvangt.
Stap 3: Volledige aanvraag indienen
- Op basis van het reflectieverslag werk je je voorstel uit tot een volledig projectplan en dien je de volledige aanvraag in, uiterlijk op 16 april 2026, 12:00 uur.
- Optioneel: je kunt een versie van je projectplan die voor 80-90% klaar is, laten toetsen door een projectadviseur van SNN. Stuur dit uitgewerkte projectplan naar projectvoorstel@snn.nl. De adviseur geeft je aandachtspunten mee, inhoudelijk en subsidie-technisch, om je kans op een positieve beoordeling te vergroten.
Werken in de webportal
Voor het indienen via de EFRO-webportal doorloop je de volgende onderdelen, die elk moeten worden afgevinkt voordat je kunt indienen: Projectkenmerken, Projectgegevens, Penvoerder (met tabbladen Aanvrager, Contactpersonen, Overige gegevens), eventueel Overige aanvragers (bij meerdere projectpartners) en/of Intermediair, Begroting, Financiering, Uitgavenplanning, Indicatoren en Documenten.
Rollen in de webportal
- Penvoerder: de schakel tussen projectpartners en de provincie; alle communicatie en uitbetaling verlopen via deze rol. Leg afspraken hierover vast in een samenwerkingsovereenkomst en voeg die bij de aanvraag.
- Projectpartner: kan de aanvraag invullen, maar alleen de penvoerder kan indienen.
- Intermediair: een bemiddelaar (bijvoorbeeld een subsidieadviseur of accountant) die het formulier kan invullen en, met een machtigingsverklaring van de aanvrager, ook kan indienen.
Verplichte documenten en wie ze ondertekent
- Formulier "Ondertekening Penvoerder": hierin verklaart de ondertekenaar (naam, functie, plaats, datum, handtekening) namens de organisatie kennis te hebben genomen van de regeling en de aanvraag naar waarheid te hebben ingevuld. Bij gezamenlijke bevoegdheid vul je een tweede ondertekenaar in. Wordt getekend door de tekenbevoegde(n) van de penvoerder.
- Bewijs van tekenbevoegdheid: bijvoorbeeld een KvK-uittreksel, de statuten of een intern autorisatieschema. Geen ondertekening vereist, maar wel verplicht bij te voegen.
- Mkb-verklaring: ingevuld via het beslisschema om te bepalen of de aanvrager tot het mkb behoort. Wordt ondertekend door de tekenbevoegde van de aanvragende organisatie (naam, KvK-nummer, datum, handtekening).
- Verklaring financiële moeilijkheden: ingevuld op groepsniveau (inclusief beslisschema verbonden ondernemingen), met naam onderneming, KvK-nummer, naam en functie van de ondertekenaar, datum en handtekening. Alle projectpartners moeten dit formulier invullen.
- Bij samenwerking met een intermediair: een machtigingsdocument waarin de aanvrager de intermediair machtigt om de aanvraag in te dienen.
- Bij samenwerkingsverbanden: een samenwerkingsovereenkomst met afspraken tussen penvoerder en projectpartners.
- Eventueel: de "Format werkgeversverklaring - vaste inzet medewerkers" als je de loonkosten van vast ingezette medewerkers onderbouwt.
Let op: aanvragen is op dit moment niet mogelijk. De hier beschreven stappen en deadlines golden voor de subsidieronde die op deze pagina wordt beschreven.
Wat gebeurt er na je aanvraag?
Beoordeling
Je projectvoorstel wordt eerst beoordeeld met een reactietermijn van 3 weken, waarna je een reflectieverslag ontvangt. Vervolgens beoordeelt een onafhankelijke deskundigencommissie je volledige aanvraag inhoudelijk, terwijl SNN gelijktijdig (parallel) de subsidie-technische toets uitvoert. Dit is een verandering ten opzichte van eerdere Valorisatie-subsidies, waarbij deze twee toetsen na elkaar plaatsvonden.
Communicatie tijdens de beoordeling
Als de beoordelaar aanvullende vragen heeft, start deze een gesprek in de webportal onder "Communicatie". Je ontvangt hierover een e-mail en kunt de vragen beantwoorden tot de datum die in het systeem wordt aangegeven; is meer tijd nodig, dan kun je uitstel aanvragen. Je kunt ook zelf berichten versturen aan de beheerautoriteit via de webportal.
Uitbetaling: voorschotten
Zodra je project is toegekend, kun je voortgangsrapportages indienen (als dit voor de regeling is toegestaan). Met het indienen van een voortgangsrapportage wordt automatisch ook een voorschotverzoek ingediend. Er wordt gestreefd naar een beoordeling binnen 80 dagen, waarna het voorschot wordt uitgekeerd op basis van de goedgekeurde kosten en het toegekende subsidiepercentage. Deze termijn van 80 dagen kan worden opgeschort met de tijd die jij nodig hebt om vragen te beantwoorden of aanvullende gegevens aan te leveren. Daarnaast is het voor sommige subsidieregelingen mogelijk een tussentijds voorschot aan te vragen, waarbij een minimaal en/of maximaal percentage kan gelden; dit vraag je apart aan in de webportal met een onderbouwing en verplichte documenten.
Rapportageverplichtingen tijdens de looptijd
Bij het indienen van een voortgangsrapportage vul je onder meer in: algemene vragen over de inhoudelijke en financiële voortgang, eventuele aanbestedingen (bij facturen die daaronder vallen), een factuurbijlage voor kosten van externe leveranciers, een urenbijlage voor interne medewerkers en zzp'ers die projectpartner zijn, de voortgang van de indicatoren zoals opgenomen in je beschikking, een geactualiseerde uitgavenplanning per partner en per jaar, en eventuele documenten. Na indiening is de rapportage niet meer te wijzigen, maar je kunt deze wel intrekken (met een bevestigingscode per e-mail).
Wijzigingen aanvragen
Wil je tijdens de looptijd iets aan je project wijzigen, dan kun je een wijzigingsverzoek indienen via de webportal, met algemene vragen over de wijziging en eventueel bijbehorende documenten.
Aan het einde van het project
Aan het einde van de looptijd dien je een eindrapportage in, via dezelfde werkwijze als een voortgangsrapportage maar dan met de optie "Ik wil een eindrapportage indienen". Deze leidt tot de definitieve vaststelling van je subsidie.
Verplichting tijdens de looptijd: kennisdeling met onderwijs
Zoals beschreven onder "Voorwaarden" moet je een plan aanleveren en uitvoeren voor de inzet van je projectresultaten ten behoeve van onderwijs, opleiding of onderzoek, met een eigen urenbegroting voor de uitvoering hiervan.
Welke documenten heb je nodig?
Het loket publiceert 32 documenten bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.
- Definitie van micro kleine middelgrote ondernemingenDownloadPDF · 4 pagina's
- Mkb-verklaringDownloadPDF · 2 pagina's
- Verklaring financiële moeilijkheden (2024)DownloadPDF · 6 pagina's
- Valorisatie 2025 - KennisdelingsdocumentDownloadPDF · 3 pagina's
- mkb-verklaringDownloadPDF · 2 pagina's
- EFRD-NNL 2021-2027 - Public VersionDownloadPDF · 12 pagina's
En nog 24 andere bestanden in het dossier.
Veelgestelde vragen over de Valorisatie Klein 2025 (van €100.000 tot €350.000)
Hoeveel subsidie kan ik maximaal aanvragen bij Valorisatie Klein 2025?
Je kunt tussen de €100.000 en €350.000 subsidie aanvragen per project. Het maximale subsidiebedrag per projectpartner is €200.000.
Wat is het standaard subsidiepercentage?
Het standaard subsidiepercentage is 35% van de kosten die voor subsidie in aanmerking komen.
Hoe hoog kan het subsidiepercentage worden als ik samenwerk?
Werk je samen met een andere onafhankelijke onderneming of (eventueel via inhuur met) een kennisinstelling, dan wordt het percentage met 10% verhoogd. Werk je met zowel een andere onderneming als een kennisinstelling samen, dan komt daar nog eens 5% bij. Het maximale subsidiepercentage is 50%.
Is samenwerken verplicht om subsidie te krijgen?
Nee, samenwerken is niet verplicht, maar wordt wel gestimuleerd en onder voorwaarden beloond met een hoger subsidiepercentage.
Aan welke voorwaarden moet een samenwerkingsverband met ondernemingen voldoen om het hogere percentage te krijgen?
Geen van de ondernemingen mag meer dan 70% van de kosten die in aanmerking komen voor subsidie voor haar rekening nemen. Ook moet minstens één van de samenwerkende ondernemingen tot het mkb behoren.
Aan welke voorwaarden moet samenwerking met een kennisinstelling voldoen voor de verhoging?
De kennisinstelling moet minimaal 10% van de kosten die in aanmerking komen voor subsidie dragen, en moet het recht hebben eigen onderzoeksresultaten te publiceren.
Wat wordt verstaan onder projectpartners?
Projectpartners zijn onafhankelijk van elkaar samenwerkende partijen die een aantoonbaar belang hebben bij het project. Zij mogen geen partnerondernemingen van elkaar zijn of met elkaar verbonden zijn.
Voor wie is deze subsidie bedoeld?
De subsidie is in de basis bedoeld voor mkb'ers in Noord-Nederland, maar ook andere partijen van binnen en buiten de regio mogen een aanvraag indienen, mits de effecten van het project in Noord-Nederland neerslaan. De subsidie kan worden aangevraagd door natuurlijke ondernemingsvormen, rechtspersonen of samenwerkingsverbanden.
Waarvoor kan ik de subsidie gebruiken?
Je kunt de subsidie gebruiken voor het ontwikkelen, testen en demonstreren van een vernieuwend prototype product, dienst of proces.
Wat is het verschil met eerdere Valorisatie subsidies?
Het standaard subsidiepercentage is verhoogd van 25% naar 35%. Er wordt meer ingezet op samenwerking, bijvoorbeeld met onafhankelijke ondernemingen en kennisinstellingen, en op gebruik van bestaande proeftuinen en kennisclusters. Ook worden aanvragen nu parallel beoordeeld door de deskundigencommissie en SNN, in plaats van na elkaar.
Kan ik mijn projectplan laten checken voordat ik het indien?
Ja, je kunt een versie die voor 80/90% klaar is laten toetsen door een projectadviseur van SNN. Deze neemt het uitgewerkte projectplan door en geeft je aandachtspunten mee. Je stuurt dit plan naar projectvoorstel@snn.nl.
Hoe verloopt het aanvraagproces?
Het aanvraagproces verloopt in twee delen: eerst dien je een projectvoorstel in (stap 1), daarna ontvang je een reflectieverslag (stap 2), en vervolgens dien je de volledige aanvraag met uitgewerkt projectplan in (stap 3).
Wanneer moet ik mijn projectvoorstel uiterlijk indienen?
Je kunt je projectvoorstel uiterlijk 19 maart 2026 12:00 uur indienen om voor deze subsidieronde in aanmerking te komen.
Wanneer moet ik mijn volledige subsidieaanvraag indienen?
De volledige aanvraag met uitgewerkt projectplan moet je uiterlijk 16 april 2026 12:00 uur indienen.
Hoe lang duurt het voordat ik een reactie krijg op mijn projectvoorstel?
Houd rekening met een reactietermijn van 3 weken na het indienen van je projectvoorstel.
Is het indienen van een projectvoorstel verplicht?
Ja, het indienen van een projectvoorstel is een verplichte stap in het aanvraagproces.
Door welk programma wordt deze subsidie mogelijk gemaakt?
Deze subsidie wordt mogelijk gemaakt door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling 2021-2027 (EFRO).
In welke provincies geldt deze subsidieregeling?
De regeling geldt in Drenthe, Friesland en Groningen.
Wat moet ik als penvoerder bij ondertekening van de aanvraag verklaren?
Je verklaart kennis te hebben genomen van de subsidieregeling en de subsidieaanvraag naar waarheid te hebben ingevuld. Ook weet je dat je project bij toekenning wordt opgenomen in de gepubliceerde lijst van concrete acties en mogelijk gepubliceerd wordt op de website Europa om de Hoek.
Welk bewijs moet ik naast het ondertekeningsformulier meesturen?
Je moet bewijs meesturen waaruit blijkt dat je bevoegd bent om binnen je organisatie te tekenen, bijvoorbeeld een KvK-uittreksel, statuten of een intern autorisatieschema.
Hoe bepaal ik of mijn onderneming tot het mkb behoort?
Je onderneming behoort tot het mkb als deze minder dan 250 medewerkers heeft én een jaaromzet van maximaal €50 miljoen of een balanstotaal van maximaal €43 miljoen. Bepalend hierbij is de definitie uit verordening (EG) Nr. 651/2014, gewijzigd bij verordening 1084/2017.
Wanneer is een onderneming een kleine onderneming volgens de mkb-definitie?
Een kleine onderneming heeft minder dan 50 medewerkers en een jaaromzet of balanstotaal van maximaal €10 miljoen.
Wanneer is een onderneming een micro-onderneming volgens de mkb-definitie?
Een micro-onderneming heeft minder dan 10 medewerkers en een jaaromzet of balanstotaal van maximaal €2 miljoen.
Komt mijn onderneming niet in aanmerking als deze in financiële moeilijkheden verkeert?
Klopt, ondernemingen inclusief verbonden ondernemingen die in financiële moeilijkheden verkeren, komen op grond van de Europese staatssteunvoorschriften niet in aanmerking voor EFRO-subsidie.
Welke verplichting krijg ik met betrekking tot onderwijs en kennisdeling als mijn project subsidie krijgt?
Je moet een plan aanleveren waaruit blijkt hoe de inzichten en/of resultaten van je project bijdragen aan vernieuwing van het onderwijscurriculum, het verbinden van opleidingsniveaus, nieuw onderzoek of onderzoeksagenda's van een kennisinstelling, of Leven Lang Leren-trajecten voor medewerkers.
Vraag het dossier
Stel een vraag over Valorisatie Klein 2025 (van €100.000 tot €350.000). Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- Valorisatie Klein 2025 (van €100.000 tot €350.000)snn.nl · gecontroleerd 3 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Samenwerkingsverband Noord-Nederland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.