GeslotenFonds · Drenthe, Friesland, Groningen · Subsidie

Valorisatie 2018

Samenwerkingsverband Noord-Nederland

Wat is de Valorisatie 2018?

Valorisatie 2018 was een subsidie voor het mkb (en soms kennisinstellingen of grote ondernemingen) in Drenthe, Friesland en Groningen die een innovatief product, dienst of technologie wilde ontwikkelen, bouwen en testen. Het idee bestond al op papier; met deze subsidie ging je het daadwerkelijk bouwen en testen, bijvoorbeeld als prototype.

Aanvragen is op dit moment niet mogelijk. Deze tekst is bedoeld ter informatie, bijvoorbeeld als je een lopend project uit deze regeling afhandelt of een vergelijkbare, nog openstaande regeling zoekt.

Je kreeg subsidie voor de kosten van het ontwikkelen, bouwen en testen van een prototype, inclusief de eigen uren die daarvoor nodig waren. Voor de Valorisatie D-lijn (gericht op CO2-reductie binnen de maatschappelijke uitdagingen uit de RIS3 Noord-Nederland) gold een vast subsidiepercentage van 35% van de subsidiabele kosten, met een minimale subsidie van € 100.000 per project. Het totale beschikbare budget voor Valorisatie-subsidie was € 16 miljoen; hiervan resteert nog € 7.281.875,69.

De aanvraag verliep via het EFRO Webportal, met een verplicht aanvraagformulier en bijlagen zoals een projectplan, begroting en verklaringen. Aanvragen werden beoordeeld op vijf criteria (bijdrage aan de doelstelling, innovativiteit, kwaliteit van de business case, kwaliteit van de aanvraag en duurzaamheid) en moesten minimaal 70 van de 100 punten scoren. Toekenning gebeurde op volgorde van binnenkomst, zolang het budget dat toeliet.

Wie komt in aanmerking voor de Valorisatie 2018?

Let op: deze subsidie kun je niet meer aanvragen. Aanvragen is op dit moment niet mogelijk. Onderstaande eisen laten zien wie destijds wel en niet in aanmerking kwam.

Je bent actief in Drenthe, Friesland, Groningen
Regionale regeling.
De definitieve beoordeling ligt bij Samenwerkingsverband Noord-Nederland.

Je viel in ieder geval af als:

  • Je geen mkb'er, kennisinstelling of grote onderneming was die actief is in Drenthe, Friesland of Groningen (Noord-Nederland), en de projectresultaten niet ten goede kwamen aan Noord-Nederland.
  • Je project niet minimaal ten goede kwam aan één onderneming.
  • Je project niet paste binnen één van deze categorieën uit de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV): industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling, innovatiesteun voor mkb-ondernemingen, of proces-innovatie. Alternatief: je kwam in aanmerking via de-minimissteun.
  • Bij proces-innovatie met een grote onderneming: die grote onderneming niet daadwerkelijk samenwerkte met mkb-ondernemingen, of de samenwerkende mkb-ondernemingen droegen minder dan 30% van de totale subsidiabele kosten.
  • De berekende subsidie (35% van de subsidiabele kosten, eventueel verlaagd door de AGVV-regels) lager uitkwam dan € 100.000 per project. Dit minimum gold hard: kom je er met je begrote kosten niet, dan werd de aanvraag niet gehonoreerd.
  • Je aanvraag minder dan 70 van de 100 punten haalde op de beoordelingscriteria (zie sectie Voorwaarden).
  • Je aanvraag minder dan 1 punt scoorde op het criterium duurzaamheid.
  • Er tegen je een bevel tot terugvordering uitstond zoals bedoeld in de AGVV.
  • Je onderneming een "onderneming in moeilijkheden" was volgens de definitie in de AGVV.
  • Onvoldoende vertrouwen bestond in de technische of economische haalbaarheid van het project, of niet aannemelijk was dat het project financieel, ruimtelijk of anderszins obstakelvrij was.
  • Niet aannemelijk was dat het project (of alle projectactiviteiten) binnen 3 jaar na de verleningsbeschikking volledig kon worden uitgevoerd.
  • Niet aannemelijk was dat 2 jaar na de verleningsbeschikking minimaal 65% van de begrote kosten gemaakt, betaald en subsidiabel gesteld zou zijn.
  • Je niet de relevante outputindicatoren had geselecteerd, of geen overtuigende onderbouwing daarvan aanleverde.
  • Werkzaamheden al waren gestart vóórdat het SNN je aanvraag had ontvangen: kosten van vóór de ontvangstdatum kwamen niet in aanmerking.

Subsidie ging naar natuurlijke ondernemingsvormen en rechtspersonen. Natuurlijke personen zonder ondernemingsvorm konden geen subsidie ontvangen.

Waarvoor krijg je subsidie?

Deze subsidie kun je niet meer aanvragen. De onderstaande kostenregels golden voor lopende of afgeronde Valorisatie D 2018-projecten.

Hoofdcategorie kosten

Subsidie was bedoeld voor de kosten van het ontwikkelen, bouwen en testen van een prototype, inclusief de eigen uren die daarvoor nodig waren. Voor de precieze uitwerking van de kostenposten (zoals materiaal, personeel en diensten van derden) verwijst de regeling naar de Verordening (EU) nr. 1303/2013 en bijbehorende documenten, het Operationeel Programma EFRO en de Regeling Europese EZ-subsidies (REES).

Koppeling aan de AGVV-categorie

Welke kosten precies subsidiabel zijn, hangt af van onder welke steuncategorie het project (of onderdeel ervan) valt:

  • Industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling: kosten zijn alleen subsidiabel als ze ook vallen onder artikel 25 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV).
  • Innovatiesteun voor mkb-ondernemingen: kosten zijn alleen subsidiabel als ze ook vallen onder artikel 28 van de AGVV.
  • Proces-innovatie: kosten zijn alleen subsidiabel als ze ook vallen onder artikel 29 van de AGVV.

Een project moet volledig binnen één van deze categorieën vallen, of in onderdelen waarbij elk onderdeel apart onder één categorie valt. Subsidie werd dus alleen verleend aan het deel van het project dat onder een van deze categorieën viel. Een alternatief was steun op basis van de de-minimisverordening, met een eigen plafond (zie sectie Hoeveel).

Wat expliciet niet subsidiabel was

Op grond van de REES waren de volgende kosten in geen geval subsidiabel:

  • administratieve en financiële sancties en boetes
  • winstopslagen binnen een groep of samenwerkingsverband
  • fooien en geschenken
  • representatiekosten en -vergoedingen
  • kosten van personeelsactiviteiten
  • kosten van overboekingen en annuleringen
  • gratificaties en bonussen
  • kosten van een outplacementtraject

Timing van kosten

  • Verplichtingen die tot kosten leiden mochten pas zijn aangegaan na de datum waarop het SNN je aanvraag had ontvangen. Kosten van daarvoor telden niet mee.
  • De werkzaamheden die tot de kosten leiden, moesten zijn verricht op uiterlijk de einddatum van het project.
  • Projectkosten moesten zijn betaald binnen 13 weken na de einddatum van de projectperiode, met uitzondering van eventuele accountantskosten voor het vaststellingsverzoek.
  • Alleen kosten die rechtstreeks toe te rekenen waren aan en noodzakelijk waren voor de uitvoering van het project waren subsidiabel.
  • Uiterlijk 2 jaar na de verleningsbeschikking moest minimaal 65% van de begrote kosten zijn gemaakt, betaald en subsidiabel gesteld; anders werd de einduitkomst 5% lager vastgesteld.

Projectduur

De projectactiviteiten moesten uiterlijk binnen 3 jaar na de verleningsbeschikking fysiek voltooid zijn en/of volledig ten uitvoer zijn gebracht. Dit was een verruiming ten opzichte van eerdere jaren, toen de maximale looptijd 2 jaar was.

De regeling noemt geen concrete tarieven per kostensoort, zoals een uurtarief voor eigen uren, een maximumpercentage voor overhead of grenzen aan materiaalkosten. Voor die details verwijst de regeling naar de onderliggende EFRO-verordeningen en de REES.</tekst> </invoke>

Hoeveel subsidie krijg je?

Het subsidiepercentage bedroeg 35% van de totale subsidiabele kosten (Valorisatie D 2018). Voor Valorisatie 2018 gold in het algemeen een bandbreedte van 30%-35%, die per type project verschilt. Voor de Valorisatie D-lijn zoals beschreven in de uitvoeringsregeling gold echter een vast percentage van 35%.

Dit percentage kon lager uitvallen: als de regels van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) een lager maximumpercentage voorschreven voor een specifieke aanvrager (bijvoorbeeld bij experimentele ontwikkeling zonder samenwerking), dan werd dat lagere percentage aangehouden. Bij samenwerkingsprojecten kon dit dus per projectpartner verschillen: elke aanvrager werd apart getoetst aan de AGVV, waarna het subsidiepercentage en -bedrag voor het project als geheel werd bepaald.

Er gold een harde ondergrens: de subsidie werd alleen verstrekt als de berekening op basis van 35% (of het lagere AGVV-percentage) uitkwam op minimaal € 100.000 per project. Er is geen maximumbedrag vastgesteld.

Het totale budget voor Valorisatie-subsidie bedroeg € 16.000.000. Op het moment van de laatst bekende peildatum resteerde hiervan nog € 7.281.875,69. Binnen het deelplafond van de uitvoeringsregeling Valorisatie D 2018 was voor aanvragen in de periode van 5 februari 2018 tot en met 30 april 2019 17:00 uur een bedrag van € 9.000.000 beschikbaar, verdeeld op volgorde van binnenkomst (molenaarsprincipe) totdat het plafond bereikt was.

Na afronding van het project werd het definitieve subsidiebedrag lager vastgesteld als de gerealiseerde subsidiabele kosten lager waren dan begroot (met hetzelfde subsidiepercentage). Ook werd de subsidie in ieder geval 5% lager vastgesteld dan anders het geval zou zijn, als 2 jaar na de verleningsbeschikking nog niet minimaal 65% van de begrote kosten was gemaakt, betaald en subsidiabel gesteld.

Bij de-minimissteun geldt een apart plafond: een onderneming (of groep van verbonden ondernemingen) mag in de sectoren buiten visserij en landbouw niet meer dan € 300.000 aan de-minimissteun over de lopende driejaarsperiode hebben ontvangen.</tekst>

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Wie beoordeelt en hoe lang duurt het

Na indiening toetst het SNN eerst of je aanvraag compleet is en aan de belangrijkste voorwaarden voldoet. Is dat niet het geval, dan volgt direct een afwijzing via het EFRO Webportal. Is de aanvraag wel volledig, dan beoordeelt een onafhankelijke deskundigencommissie het project tijdens haar vergadering op de vijf beoordelingscriteria (zie sectie Voorwaarden) en kent zij punten toe. Bij 70 punten of meer adviseert de commissie het SNN om subsidie toe te kennen.

Vervolgens behandelt de bestuurscommissie Economische Zaken van het SNN de aanvraag in haar eerstvolgende vergadering. Toekenning is afhankelijk van het nog beschikbare budget binnen het deelplafond. Zegt de bestuurscommissie ook 'ja', dan voert het SNN een laatste financieel-technische controle uit: voldoet de aanvraag aan de (Europese) staatssteunregelgeving, de uitvoeringsperiode, de maximaal gevraagde subsidie en is de financiering sluitend? Pas na deze positieve toets wordt subsidie verleend en het besluit gepubliceerd in het EFRO Webportal.

Voorschotten

Zodra je met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten bent gestart, kun je een voorschot van 20% van de maximaal verleende subsidie ontvangen. Dit voorschot wordt niet verstrekt als het SNN op het moment van beoordelen een obstakel bij de uitvoering van het project constateert.

Daarnaast kun je een voorschot krijgen op basis van gemaakte en betaalde kosten, mits je voorafgaand aan of tegelijk met het voorschotverzoek een voortgangsrapportage indient. Dit voorschot wordt berekend door de gerapporteerde gemaakte en betaalde kosten te vermenigvuldigen met het percentage dat volgt uit de maximaal toegekende subsidie gedeeld door de totale subsidiabele kosten van het project.

De twee soorten voorschotten samen bedragen maximaal 80% van de maximaal verleende subsidie. Gaat het uitsluitend om voorschotten op basis van gemaakte en betaalde kosten, dan kan dit oplopen tot maximaal 100%. In afwijking hiervan kan een voorschot tot maximaal 100% worden verstrekt als: het zeer aannemelijk is dat het project op afzienbare termijn conform de voorwaarden wordt afgerond, het aannemelijk is dat de nog te maken kosten subsidiabel gesteld zullen worden, en het niet toekennen van het voorschot onredelijke gevolgen voor de cash flow van de aanvrager zou hebben.

Rapportage tijdens de looptijd

Je dient twee keer per jaar een voortgangsrapportage in over de financiële en inhoudelijke voortgang, volgens een vast format van het SNN. Ook registreer je gedurende de uitvoering de realisatie van outputindicatoren, onderbouwd met bewijsstukken, en rapporteer je hierover in de voortgangsrapportages en het eindverslag. Blijf je in gebreke met een deugdelijke voortgangsrapportage, dan kan het SNN de subsidie intrekken of verlagen.

Vaststelling na afronding

Uiterlijk 13 weken na de einddatum van het project dien je een verzoek om definitieve vaststelling in, volgens een door het SNN verstrekt format. Afhankelijk van de omstandigheden kan het SNN een rapport van bevindingen van een accountant opvragen; de kosten hiervan zijn voor het project. Het SNN controleert of de werkzaamheden volgens het projectplan zijn uitgevoerd en welke kosten daadwerkelijk zijn gemaakt, en stelt op basis daarvan het definitieve subsidiebedrag vast. Zijn de gerealiseerde subsidiabele kosten lager dan begroot, dan wordt de subsidie naar verhouding lager vastgesteld. Was 2 jaar na de verleningsbeschikking nog niet minimaal 65% van de begrote kosten gemaakt, betaald en subsidiabel gesteld, dan wordt de subsidie in ieder geval 5% lager vastgesteld dan anders het geval zou zijn. Het SNN kan de betaling die volgt uit de vaststellingsbeschikking opschorten als financiering van de Europese Commissie niet beschikbaar is.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 17 documenten bij deze regeling, waarvan er 6 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

  • Model projectplan Valorisatie 2018
    Word · 6 pagina'sVerplicht

    Het verplichte modelformat voor het projectplan waarin je jouw project beschrijft en onderbouwt aan de hand van de beoordelingscriteria.

    Download
  • Begrotingsopzet Valorisatie
    Excel · 3 pagina'sVerplicht

    Het verplichte format voor de begroting en financieringsopzet van je project dat je bij de aanvraag moet invullen en meesturen.

    Download
  • Privacyverklaring subsidies 18-06-2020
    PDF · 2 pagina'sVerplicht

    Verklaring over de verwerking van persoonsgegevens die je moet lezen en ondertekend moet toevoegen aan je online dossier.

    Download
  • Verklaring financiële moeilijkheden (2024)
    PDF · 6 pagina'sVerplicht

    Verklaring waarmee je aantoont dat je onderneming niet in financiële moeilijkheden verkeert, wat een afwijzingsgrond is voor de subsidie.

    Download
  • Uitvoeringsregeling OP EFRO Valorisatie D 2018
    PDF · 30 pagina'sAanbevolen

    De uitvoeringsregeling OP EFRO Valorisatie D 2018 zelf, met de voorwaarden, procedures en beoordelingscriteria waaraan je aanvraag moet voldoen.

    Download
  • Verklaring de-minimissteun
    PDF · 2 pagina'sAanbevolen

    Verklaring waarmee je aantoont hoeveel de-minimissteun je al hebt ontvangen, nodig als je project via de de-minimisverordening subsidie krijgt in plaats van via de AGVV.

    Download
  • Oslo manual
    PDF · 48 pagina'sAanbevolen

    Het Oslo manual dat als referentiekader dient om te bepalen of een activiteit als (proces-)innovatie kwalificeert voor de staatssteuntoets.

    Download
  • Definitie van micro kleine middelgrote ondernemingen
    PDF · 4 pagina'sAanbevolen

    Document met de EU-definitie van micro, kleine en middelgrote ondernemingen, nodig om te bepalen of je als mkb-onderneming kwalificeert voor het toepasselijke subsidiepercentage.

    Download

En nog 9 andere bestanden in het dossier.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Valorisatie 2018. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Samenwerkingsverband Noord-Nederland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.