Valorisatie 2024 Klein (van €100.000 tot €350.000)
Samenwerkingsverband Noord-Nederland
Wat is de Valorisatie 2024 Klein (van €100.000 tot €350.000)?
Valorisatie 2024 Klein was een subsidie van het SNN voor bedrijven en organisaties in Drenthe, Fryslân en Groningen die een innovatief prototype product, dienst of proces wilden ontwikkelen, testen en demonstreren. De regeling is onderdeel van het EFRO-programma 2021-2027 en richtte zich op projecten die zowel economische als maatschappelijke impact maken op Noord-Nederland.
Let op: aanvragen is niet meer mogelijk. De deadline voor het verplichte projectvoorstel was 31 maart 2025, het resterend budget staat op € 0.
De subsidie was bedoeld voor projecten van € 100.000 tot € 350.000 en gericht op mkb'ers in Noord-Nederland, al mochten ook andere partijen (van binnen en buiten de regio) meedoen. Het standaard subsidiepercentage was 25% van de subsidiabele kosten, en dat percentage kon oplopen tot maximaal 45% als je samenwerkte met een andere onafhankelijke onderneming en/of een kennisinstelling.
De aanvraag verliep in twee fasen: eerst een verplicht projectvoorstel van twee pagina's, waarna je een reflectie kreeg. Pas daarna kon je de volledige aanvraag met uitgewerkt projectplan indienen via het EFRO-webportaal, met eHerkenning. Beoordeling gebeurde door een onafhankelijke Deskundigencommissie op vijf criteria, en toekenning ging op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen (het "molenaarsprincipe"), met een minimale puntenscore als voorwaarde.
Wie komt in aanmerking voor de Valorisatie 2024 Klein (van €100.000 tot €350.000)?
Aanvragen voor deze regeling is niet meer mogelijk: de status is "Aanvragen niet meer mogelijk" en het resterend budget is € 0. De onderstaande eisen golden toen de regeling nog open was.
Wie kon aanvragen
- Natuurlijke ondernemingsvormen, rechtspersonen of samenwerkingsverbanden.
- De subsidie was in de basis bedoeld voor mkb'ers in Noord-Nederland, maar ook andere partijen van binnen én buiten de regio mochten meedoen, mits de effecten van het project in Noord-Nederland neerslaan.
- Bij een samenwerkingsverband vraagt één deelnemer de subsidie aan namens alle deelnemers; de samenwerking moet zijn vastgelegd in een door alle deelnemers ondertekende samenwerkingsovereenkomst.
Harde afwijzingsgronden
Een aanvraag werd in ieder geval afgewezen als:
- er onvoldoende vertrouwen bestond in de technische of economische haalbaarheid van het project;
- niet voldoende aannemelijk was gemaakt dat het project financieel of op andere wijze obstakelvrij is;
- niet aannemelijk was dat het project kon worden afgerond binnen de periode tussen de indieningsdatum en 3 jaar na afgifte van de verleningsbeschikking;
- de werkzaamheden al waren gestart vóór ontvangst van de aanvraag;
- niet werd voldaan aan de waarborging van gelijke kansen en voorkoming van discriminatie, of het project negatieve effecten op het milieu had;
- de aanvrager in financiële moeilijkheden verkeerde;
- niet voor elk beoordelingscriterium minimaal de helft van het maximaal aantal punten werd gescoord.
Bedragsgrenzen
- De aanvraag moest tussen € 100.000 en € 350.000 liggen (dit noemt het loket "kleine projecten"); daarboven val je in een andere categorie (Valorisatie Middelgroot).
- Het maximale subsidiebedrag per projectpartner was € 200.000.
Voorwaarden voor verhoging subsidiepercentage
Wilde je in aanmerking komen voor een hoger percentage via samenwerking, dan gold:
- geen van de samenwerkende ondernemingen mocht meer dan 70% van de subsidiabele kosten voor haar rekening nemen;
- minimaal één van de samenwerkende ondernemingen moest tot het mkb behoren;
- werkte je met een kennisinstelling samen, dan moest die minimaal 10% van de subsidiabele kosten dragen én het recht hebben eigen onderzoeksresultaten te publiceren;
- projectpartners moesten onafhankelijk van elkaar zijn: geen partnerondernemingen van elkaar en niet met elkaar verbonden.
Overige knock-outs
- Het projectvoorstel indienen was een verplichte stap; zonder de bijbehorende reflectie was de aanvraag niet compleet en werd deze niet in behandeling genomen.
- Subsidie werd alleen verstrekt als er geen sprake was van ongeoorloofde staatssteun, of als de steun onder de vrijstellingsregels viel.
- Voor deze openstelling was geen provinciale cofinanciering beschikbaar.
Waarvoor krijg je subsidie?
Kosten komen voor subsidie in aanmerking als er een direct en logisch verband is met de projectactiviteiten, de kosten proportioneel zijn (niet onevenredig hoog ten opzichte van het doel), de verplichtingen zijn aangegaan na de datum waarop het SNN de aanvraag heeft ontvangen, en de werkzaamheden zijn verricht uiterlijk op de einddatum van het project. Projectkosten moeten zijn betaald binnen 13 weken na de einddatum van de projectperiode (met uitzondering van accountantskosten voor de vaststelling).
Voor de kostensoorten geldt dat je als consortium één van drie opties kiest; die keuze geldt voor alle partners samen.
Optie 1: loonkosten en overige kosten los begroten
- Loonkosten uurtarief € 60: vast uurtarief, te vermenigvuldigen met het aantal begrote projecturen. Vereist een controleerbare urenregistratie per medewerker. De medewerker moet in loondienst zijn en minimaal het wettelijk loon ontvangen.
- Loonkosten maandbedrag € 8.600: vast maandbedrag voor een medewerker die een volledige werkweek aan het project werkt, naar rato aanpasbaar. Geen aparte urenregistratie nodig, wel een werkgeversdocument met het percentage ingezette tijd.
- IKS voor kennisinstellingen: alleen te gebruiken door kennisinstellingen, op basis van een door RVO goedgekeurde systematiek. Vereist een sluitende urenregistratie; een werkgeversverklaring volstaat hier niet.
- Afschrijvingskosten: voor apparatuur, machines en uitrusting die al vóór de projectperiode in eigendom waren, naar rato van het gebruik tijdens het project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen. Alleen activa waarover je economisch risico loopt (geen huur/lease).
- Bijdragen in natura (goederen): waarde moet onafhankelijk worden bepaald en toegerekend naar gebruik binnen het project.
- Bijdragen in natura (diensten/eigen arbeid): voor niet-verloonde arbeid (zelfstandigen, DGA's zonder loon, meewerkende partners), berekend als aantal uren x vast uurtarief van € 60.
- Bijdragen in natura (grond/onroerend goed): waarde niet hoger dan marktwaarde, objectief bepaald (bijvoorbeeld via WOZ-waarde of onafhankelijke deskundige). Kosten van ingebrachte grond boven 10% van de totale subsidiabele uitgaven zijn niet subsidiabel.
- Overige kosten derden: alle direct aan de projectuitvoering gerelateerde uitgaven op basis van betaalde facturen en prestatiebewijzen, zoals inhuur van externen, aankoop van machines en materialen, communicatiekosten en reis- en verblijfskosten.
- Forfait kleine uitgaven: automatisch 1% over de begrote overige kosten derden, voor uitgaven onder € 250 exclusief btw. Deze kleine uitgaven kun je niet los begroten of declareren.
Optie 2: loonkosten als forfait
- Forfait 23% over overige directe kosten: berekent de loonkosten als 23% opslag over de overige kosten (afschrijvingskosten, bijdragen in natura, overige kosten derden). Geen aparte urenregistratie nodig. Let op: deze optie moet door alle partners samen worden gekozen, een individuele keuze door één partner is niet mogelijk.
Optie 3: alles-in-uurtarief of maandbedrag
- Uurtarief € 73: all-in tarief waarin loonkosten én overige kosten zijn verdisconteerd. Overige kosten kun je dan niet meer los begroten. Vereist urenregistratie per medewerker.
- Maandbedrag € 10.400: all-in vast maandbedrag voor een medewerker die een volledige werkweek aan het project werkt, naar rato aanpasbaar met werkgeversdocument.
- IKS voor kennisinstelling kan ook binnen deze optie worden gebruikt.
Wat niet subsidiabel is
- Kosten die zijn gemaakt vóórdat het SNN de aanvraag ontving, of gemaakt/betaald na de projectperiode (met uitzondering van accountantskosten voor de vaststelling).
- Kosten die niet proportioneel zijn ten opzichte van de activiteiten en het doel.
- Gedeclareerde grondkosten boven de 10%-grens van de totale subsidiabele uitgaven (15% bij verwaarloosde gebieden en voormalige industriezones).
- Debetrente en verplaatsingskosten.
- Terugvorderbare btw.
- Facturen onder € 250 exclusief btw die los worden ingediend (deze vallen onder het 1%-forfait).
- Kosten die niet aansluiten bij de gekozen kostensoortoptie van het consortium.
Hoeveel subsidie krijg je?
Het subsidiebedrag lag tussen € 100.000 en € 350.000 per project, met een maximum van € 200.000 per projectpartner. Het beschikbare budget voor deze openstelling was € 3.000.000; het resterend budget staat inmiddels op € 0.
Subsidiepercentage: 25% tot 45%
- Het standaard subsidiepercentage is 25% van de kosten die voor subsidie in aanmerking komen.
- Werk je samen met een andere onafhankelijke onderneming óf een kennisinstelling? Dan wordt dit percentage met 10% verhoogd (naar 35%).
- Werk je met zowel een andere onderneming als een kennisinstelling samen? Dan verhoogt het percentage met nog eens 10%, tot het maximum van 45%.
Voorwaarden voor de verhoging
- Bij samenwerking met ondernemingen: geen van de ondernemingen mag meer dan 70% van de subsidiabele kosten voor haar rekening nemen, en minstens één samenwerkende onderneming moet tot het mkb behoren.
- Bij samenwerking met een kennisinstelling: die instelling moet minimaal 10% van de subsidiabele kosten dragen én het recht hebben eigen onderzoeksresultaten te publiceren.
- Projectpartners moeten onafhankelijk van elkaar zijn (geen partnerondernemingen of verbonden ondernemingen).
Beperkingen
- Het subsidiebedrag kan per projectpartner worden beperkt als de staatssteunregels dit verplichten.
- Bij vaststelling wordt het definitieve subsidiebedrag berekend op basis van de daadwerkelijk gerealiseerde en betaalde kosten. Zijn de gerealiseerde kosten lager dan begroot, dan wordt de subsidie lager vastgesteld. Voor de berekening van het uiteindelijke bedrag wordt uitgegaan van het subsidiepercentage dat bij verlening is vastgesteld, niet van een percentage dat achteraf hoger zou uitvallen.
- Voldoe je tijdens de looptijd niet aan de verplichtingen uit de verleningsbeschikking, dan kan de subsidie ook lager worden vastgesteld.
Voor deze openstelling was geen provinciale cofinanciering beschikbaar naast de EFRO-subsidie.
Rondes en deadlines
| Ronde | Opent | Sluit | Budget | Verdeling |
|---|---|---|---|---|
| Openstelling | - | 31 mrt 2025 | - | - |
Wat zijn de voorwaarden van de Valorisatie 2024 Klein (van €100.000 tot €350.000)?
Hier val je op af
Waarop wordt beoordeeld
- Aanvragen worden beoordeeld op 5 criteria, elk met een eigen maximale puntenscore en 5 mogelijke gradaties (0, dan oplopend tot het maximum):
- Bijdrage aan de doelstellingen van het EFRO-programma 2021-2027 en de openstelling (max. 25 punten). Gelet wordt op de passendheid in het programma, aansluiting bij valorisatieprojecten (TRL 5, 6 en 7), benutting van de RIS3-transities, de 'value for money' en het aandeel van het noordelijk mkb, en de bijdrage aan de structurele ontwikkeling van de betrokken bedrijven.
- De mate van innovatie (max. 25 punten). Hoe vernieuwend is het resultaat, hoe verhoudt het zich tot (inter)nationale ontwikkelingen, de kennisinbreng en -uitwisseling door partners, betrokkenheid van kennispartijen en eventuele cross-overs tussen sectoren.
- Het financieel en economisch toekomstperspectief (max. 20 punten). Hierbij telt de financiering van het projectaandeel door elke deelnemer, de potentiële economische waarde en verdeling daarvan, verwachte marges, markt- en concurrentieanalyse, verwachte werkgelegenheid, vervolgstappen na het project, commerciële risico's en de aanpak van intellectueel eigendom.
- De kwaliteit van de aanvraag (max. 15 punten). Beoordeeld wordt de inzichtelijkheid en mitigatie van risico's, de logica van de projectopzet en werkpakketten, de kwaliteit en het track record van het consortium, en de haalbaarheid van de planning.
- De bijdrage aan duurzame ontwikkeling en maatschappelijke-sociale impact (max. 15 punten), in twee stappen: eerst wordt getoetst dat het project geen schade toebrengt (do no significant harm) aan onder meer circulair grondstoffengebruik, biodiversiteit, waterbeheer en luchtkwaliteit, en conformiteit met mensenrechtenverdragen. Daarna wordt beoordeeld in welke mate het project bijdraagt aan people, planet en profit: regionale impact, verbinding van economische en maatschappelijke doelen, duurzaamheid van de innovatie, investeringen in opleiding en ontwikkeling van mensen, en bredere ecologische, sociale en economische duurzaamheid.
Wat je moet doen na toekenning
- Kennisdeling en/of ambassadeurschap is verplicht: denk aan een bijdrage aan een artikel, deelname aan een kennismarkt/congres, de innovatiemonitor of een bijeenkomst van een relevant cluster of netwerk.
- Verplicht is ook dat de uitkomsten, kennis en/of ervaringen van het project worden ingezet voor minimaal één van: vernieuwing van het onderwijscurriculum, het beter verbinden van opleidingsniveaus, nieuw onderzoek of onderzoeksagenda's van een onderwijs- of kennisinstelling, of (vernieuwing van) Leven Lang Leren-trajecten. Halverwege het project, tijdens een voortgangsrapportage, lever je hiervoor een plan aan; het specifieke moment staat in de beschikking.
- Minimaal één keer per jaar een voortgangsrapportage indienen (financiële en inhoudelijke voortgang), in het door het SNN verstrekte format. Onvoldoende rapporteren kan leiden tot intrekking of verlaging van de subsidie.
- Wijzigingen in het project moeten zo snel mogelijk bij het SNN worden gemeld.
- De beschikking kan aanvullende verplichtingen stellen over projectadministratie, publiciteitsvereisten, projectwijzigingen en voortgangsrapportages. Niet voldoen hieraan kan leiden tot een lagere subsidievaststelling.
- Uiterlijk 13 weken na de einddatum van het project moet het vaststellingsverzoek (einddeclaratie) worden ingediend, in het format van het SNN.
De puntenschaal per criterium kent 5 gradaties; voor de 25-puntscriteria zijn dat bijvoorbeeld 0, 6, 13, 19 en 25 punten (en proportioneel lager bij de criteria met een lager maximum). Let op: de commissie hanteert een gewogen oordeel over alle elementen samen; een zwaarwegend negatief punt kan een project alsnog laten zakken, ook als er verder goede argumenten zijn.
Toekenning gebeurt op basis van het molenaarsprincipe: wie het eerst een complete aanvraag indient, komt als eerste in aanmerking voor het budget. Beslag op het budget wordt pas gelegd zodra de aanvraag compleet is; een later ingediende maar eerder complete aanvraag gaat vóór een eerder ingediende maar later complete aanvraag. Voldoende punten van de Deskundigencommissie blijft daarbij een voorwaarde.
Hoe vraag je de Valorisatie 2024 Klein (van €100.000 tot €350.000) aan?
Let op: aanvragen voor deze regeling is niet meer mogelijk. Het aanvraagproces bestond, toen de regeling nog open was, uit twee verplichte fasen.
Stap 1: Projectvoorstel indienen
Je diende een projectvoorstel van 2 pagina's in, met een korte omschrijving van je project en een toelichting op de bijdrage aan de Valorisatie-regeling en het EFRO-programma. Dit kon op het moment dat het jou uitkwam, maar uiterlijk tot 31 maart 2025 om 12:00 uur, om nog voor deze ronde in aanmerking te komen. Houd rekening met een reactietermijn van 3 weken. Dit indienen was een verplichte stap; zonder deze stap kon je geen volledige aanvraag doen.
Stap 2: Reflectie ontvangen
Op basis van je projectvoorstel ontving je een vrijblijvende reflectie. Deze gaf een beeld van de kans van slagen van je project en eventueel tips over verbinding met andere partijen en het vergroten van de regionale impact. Was de reflectie nog niet overtuigend, dan adviseerde het SNN om het project eerst te verbeteren en bij een volgende ronde of ander instrument opnieuw in te dienen. De reflectie gaf ook aan bij welk loket je de volledige aanvraag moest indienen, afhankelijk van het werkingsgebied en de regio met de meeste impact.
Stap 3: Volledige aanvraag indienen
De volledige aanvraag kon worden ingediend vanaf 16 september 2024 12:00 uur tot uiterlijk 30 april 2025 12:00 uur, via het EFRO-webportaal (https://www.efro-webportal.nl/mijn-1420/). Aanvragen na 30 april 2025 12:00 uur werden afgewezen, ook als ze volledig waren. Het webportaal werkt alleen nog met eHerkenning; vraag dit op tijd aan.
Verplichte documenten bij de volledige aanvraag
- Projectplan: volledig ingevuld, in het verplichte format, niet meer dan het maximaal toegestane aantal pagina's.
- Begroting: volledig ingevuld, in het verplichte format.
- Bewijs rechtsgeldig getekend penvoerder: getekend door een tekenbevoegd persoon (of personen bij gezamenlijke bevoegdheid), met bewijsvoering waaruit blijkt wie tekenbevoegd is.
- Bewijs rechtsgeldig getekend projectpartner (indien van toepassing, voor alle projectpartners): getekend door een tekenbevoegd persoon (of personen bij gezamenlijke bevoegdheid), met bewijsvoering waaruit blijkt wie tekenbevoegd is.
- Projectvoorstel inclusief reflectie (uit stap 1 en 2).
Documenten die het proces versnellen (niet verplicht, maar aanbevolen)
- De juridische organisatiestructuur van de deelnemende partijen.
- De jaarrekeningen waarop de verklaringen financiële moeilijkheden zijn gebaseerd.
- Mkb-verklaring voor alle projectpartners die aangeven tot het mkb te behoren (te ondertekenen door de tekenbevoegde persoon van de betreffende organisatie, met KvK-nummer).
- Verklaring (niet) in financiële moeilijkheden van alle deelnemende partijen.
- Machtigingsformulier intermediair, als je daar gebruik van maakt.
Alleen complete aanvragen met alle verplichte documenten worden beoordeeld. Er wordt pas beslag gelegd op het budget zodra je aanvraag compleet is; het budget werkt op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen (molenaarsprincipe), dus een aanvrager die later indient maar eerder compleet is, gaat voor.
Bij een samenwerkingsverband geldt bovendien dat de samenwerking moet zijn vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst, ondertekend door alle deelnemers. De penvoerder is hierbij het aanspreekpunt voor het SNN en verantwoordelijk voor het doorbetalen van subsidie aan de andere deelnemers.
Wat gebeurt er na je aanvraag?
Beoordeling
Alle complete aanvragen worden beoordeeld door de Deskundigencommissie, die bestaat uit onafhankelijke deskundigen. Zij adviseren het SNN over toekenning op basis van de vijf landelijk afgesproken selectiecriteria. Daarna wordt ook de subsidie-technische toets afgerond: hierbij toetst het SNN op beleidscriteria, harde afwijzingsgronden en maximale staatssteun. Tijdens deze toets kan om aanvullende informatie worden gevraagd als de verstrekte informatie nog onvoldoende is.
Vervolgens gaat je aanvraag met een zwaarwegend advies van de Deskundigencommissie ter besluitvorming naar het Dagelijks Bestuur van het SNN (DB SNN). Na dat besluit ontvang je de subsidiebeschikking.
Doorlooptijd
De beslisperiode voor een beschikking is 26 weken, gerekend vanaf het moment dat de aanvraag met alle verplichte documenten is ingediend. Deze periode wordt verlengd als het SNN aanvullende informatie bij je opvraagt.
Projectperiode
De maximale projectperiode is 3 jaar. Deze termijn gaat in op de datum waarop de verleningsbeschikking is afgegeven. Kosten komen voor subsidie in aanmerking vanaf het moment dat de aanvraag is ingediend; start je project later, dan geldt de subsidiabiliteit vanaf de startdatum.
Uitbetaling
- Zodra je met de uitvoering van het project bent gestart, kun je een voorschot van 30% van de maximaal verleende subsidie ontvangen. Dit voorschot wordt niet uitgekeerd als het SNN een obstakel in de uitvoering constateert.
- Bij het indienen van een voortgangsrapportage kun je een extra voorschot aanvragen; de hoogte hiervan wordt bepaald op basis van de gemaakte en betaalde kosten. In totaal kan tot maximaal 95% aan voorschotten worden uitbetaald.
- Het resterende subsidiebedrag wordt uitbetaald bij de projectvaststelling.
Vaststelling
Uiterlijk 13 weken na de einddatum van het project moet je een vaststellingsverzoek (einddeclaratie) indienen, in het format van het SNN. Welke documenten je hierbij moet aanleveren staat in de verleningsbeschikking; een rapport van bevindingen van een accountant kan hier onderdeel van zijn. Bij vaststelling wordt gecontroleerd of de werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens het projectplan en welke kosten daarvoor zijn gemaakt. Op basis daarvan stelt het SNN het definitieve subsidiebedrag vast, uitgaande van het subsidiepercentage dat bij verlening is bepaald. Zijn de gerealiseerde kosten lager dan begroot, dan valt de subsidie lager uit. Ook het niet voldoen aan verplichtingen uit de beschikking kan tot een lagere vaststelling leiden.
Verplichtingen tijdens de looptijd
- Minimaal jaarlijks een voortgangsrapportage indienen over de financiële en inhoudelijke voortgang, in het verstrekte format. Onvoldoende rapporteren kan leiden tot intrekking of verlaging van de subsidie.
- Wijzigingen in het project zo snel mogelijk melden bij het SNN.
- Voldoen aan de verplichting tot kennisdeling/ambassadeurschap en aan de verplichting om projectresultaten in te zetten voor onderwijs, opleiding of onderzoek (met een plan hiervoor, aan te leveren op het moment dat in de beschikking staat, doorgaans halverwege het project).
- Voldoen aan eventuele aanvullende eisen uit de beschikking over projectadministratie en publiciteit.
Het SNN kan de uitbetaling van subsidie opschorten als financiering vanuit de Europese Commissie niet beschikbaar is.
Welke documenten heb je nodig?
Het loket publiceert 28 documenten bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.
- Informatie kostensoorten 2021-2027 (EFRO)DownloadWord · 4 pagina's
- Mkb-verklaringDownloadPDF · 2 pagina's
- Uitvoeringsregeling EFRO Valorisatie Klein 2024DownloadPDF · 18 pagina's
- Valorisatie 2024 - KennisdelingsdocumentDownloadPDF · 3 pagina's
- EFRD-NNL 2021-2027 - Public VersionDownloadPDF · 12 pagina's
- Categoriseringstabel EFRO 2021-2027DownloadPDF · 12 pagina's
- EFRO-NNL 2021 - 2027 - PublieksversieDownloadPDF · 11 pagina's
En nog 20 andere bestanden in het dossier.
Veelgestelde vragen over de Valorisatie 2024 Klein (van €100.000 tot €350.000)
Voor welk bedrag kan ik subsidie aanvragen bij Valorisatie Klein 2024?
Je kunt subsidie aanvragen tussen de € 100.000 en € 350.000 per project. Dit worden kleine projecten genoemd.
Wat is het maximale subsidiebedrag per projectpartner?
Het maximale subsidiebedrag per projectpartner is € 200.000.
Hoeveel subsidiepercentage kan ik krijgen?
Het standaard subsidiepercentage is 25% van de kosten die voor subsidie in aanmerking komen. Werk je samen met een andere onafhankelijke onderneming of een kennisinstelling, dan wordt dit percentage met 10% verhoogd. Werk je met beide samen, dan komt er nog eens 10% bij. Het maximale subsidiepercentage is 45%.
Is samenwerken verplicht om subsidie te krijgen?
Samenwerken is niet verplicht, maar wordt wel gestimuleerd en onder voorwaarden beloond met een hoger subsidiepercentage.
Aan welke voorwaarden moet een samenwerkingsverband met ondernemingen voldoen voor een hoger subsidiepercentage?
Geen van de ondernemingen mag meer dan 70% van de in aanmerking komende kosten voor haar rekening nemen en ten minste één van de samenwerkende ondernemingen moet tot het mkb behoren.
Aan welke voorwaarden moet samenwerking met een kennisinstelling voldoen voor een hoger subsidiepercentage?
De kennisinstelling moet ten minste 10% van de in aanmerking komende kosten dragen en het recht hebben om eigen onderzoeksresultaten te publiceren.
Wie kan deze subsidie aanvragen?
De subsidie is in de basis bedoeld voor mkb'ers in Noord-Nederland, maar ook andere partijen van binnen en buiten de regio mogen meedoen. De subsidie kan aangevraagd worden door natuurlijke ondernemingsvormen, rechtspersonen of samenwerkingsverbanden.
Waarvoor kan ik deze subsidie gebruiken?
De subsidie is bedoeld voor het ontwikkelen, testen en demonstreren van een vernieuwend prototype product, dienst of proces.
Hoe verloopt het aanvraagproces?
Het aanvraagproces verloopt in twee fasen: eerst dien je een projectvoorstel in, daarna ontvang je een reflectieverslag en pas daarna kun je de volledige subsidieaanvraag met uitgewerkt projectplan indienen.
Is het indienen van een projectvoorstel verplicht?
Ja, het indienen van een projectvoorstel is een verplichte stap in het aanvraagproces. Het projectvoorstel inclusief reflectie is een verplichte bijlage bij je subsidieaanvraag.
Tot wanneer kan ik mijn projectvoorstel indienen?
Je kunt je projectvoorstel uiterlijk 31 maart 2025 om 12:00 uur indienen om voor deze subsidieronde in aanmerking te komen.
Wanneer kan ik de volledige subsidieaanvraag indienen?
Vanaf 16 september 2024 12:00 uur kun je de volledige projectaanvraag indienen, tot uiterlijk 30 april 2025 12:00 uur. Aanvragen die daarna zijn ingediend worden afgewezen, ook al zijn ze volledig.
Hoe lang duurt het voordat ik een reactie krijg op mijn projectvoorstel?
Houd rekening met een reactietermijn van 3 weken op je projectvoorstel.
Welke documenten heb ik nodig voor mijn subsidieaanvraag?
Verplichte documenten zijn: het projectplan, de begroting, bewijs van rechtsgeldig getekende penvoerder, bewijs van rechtsgeldig getekende projectpartner (indien van toepassing) en het projectvoorstel inclusief reflectie. Aanvullend kun je de juridische organisatiestructuur, jaarrekeningen, mkb-verklaring, verklaring financiële moeilijkheden en een machtigingsformulier intermediair aanleveren.
Hoe lang duurt het voordat ik een beschikking krijg?
De beslisperiode voor het geven van een beschikking is 26 weken, vanaf het moment dat de aanvraag met alle verplichte documenten is ingediend. Deze periode wordt verlengd als er aanvullende informatie wordt gevraagd.
Wie beoordeelt mijn aanvraag?
De Deskundigencommissie beoordeelt je aanvraag samen met andere ingediende projecten. Deze commissie bestaat uit onafhankelijke deskundigen en adviseert het SNN over de toekenning van de subsidie.
Op welke criteria wordt mijn aanvraag beoordeeld?
Je aanvraag wordt beoordeeld op: de bijdrage aan de doelstellingen van het EFRO-programma, de mate van innovatie, het financieel en economisch toekomstperspectief, de kwaliteit van de aanvraag en de bijdrage aan duurzame ontwikkeling en maatschappelijke-sociale impact.
Hoeveel punten moet mijn project minimaal scoren?
Voor projecten geldt een ondergrens van 70 punten. Projecten die minder dan 70 punten scoren, komen niet in aanmerking voor subsidie. Daarnaast moet voor elk criterium minimaal de helft van het maximaal aantal te behalen punten worden gescoord.
Hoe wordt het budget verdeeld tussen aanvragers?
Het beschikbare subsidiebudget wordt verdeeld via het molenaarsprincipe: wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Er kan pas beslag op het budget worden gelegd als de aanvraag compleet is. Een aanvrager die later indient maar de aanvraag eerder compleet heeft, gaat voor bij het beslag op het budget.
Hoeveel budget is er beschikbaar voor deze regeling?
Het beschikbare budget voor deze openstelling is € 3.000.000.
Hoe lang is de maximale looptijd van mijn project?
De maximale projectperiode is 3 jaar. Deze termijn gaat in op het moment dat de verleningsbeschikking is afgegeven.
Vanaf welk moment komen kosten voor subsidie in aanmerking?
Kosten komen voor subsidie in aanmerking vanaf het moment dat de subsidieaanvraag is ingediend. Start je project later, dan komen de kosten vanaf de startdatum in aanmerking.
Kan ik een voorschot krijgen op mijn subsidie?
Ja, wanneer je gestart bent met de uitvoering van het project kan een voorschot van 30% van de maximaal verleende subsidie worden verstrekt. Bij het indienen van een voortgangsrapportage kan een extra voorschot worden aangevraagd op basis van gemaakte en betaalde kosten. In totaal kan maximaal 95% aan voorschotten worden uitbetaald.
Wanneer moet ik mijn vaststellingsverzoek indienen?
Je kunt tot maximaal 13 weken na uitvoering van het project het vaststellingsverzoek (de einddeclaratie) indienen.
Welke verplichtingen krijg ik als ik subsidie ontvang?
Je wordt onder andere verplicht tot kennisdeling en/of ambassadeurschap, en tot het inzetten van de uitkomsten, kennis en/of ervaringen van je project voor onderwijsvernieuwing, het verbinden van opleidingsniveaus, nieuw onderzoek van een kennisinstelling of Leven Lang Leren-trajecten. Ook moet je minimaal een keer per jaar een voortgangsrapportage indienen.
Vraag het dossier
Stel een vraag over Valorisatie 2024 Klein (van €100.000 tot €350.000). Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- Valorisatie 2024 Klein (van €100.000 tot €350.000)snn.nl · gecontroleerd 3 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Samenwerkingsverband Noord-Nederland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.