GeslotenFonds · Drenthe, Groningen · Subsidie

Trainingen, workshops en coaching - Veenkoloniën

Samenwerkingsverband Noord-Nederland

Wat is de Trainingen, workshops en coaching - Veenkoloniën?

Deze regeling is een verzamelpagina voor vier eerdere openstellingen van de maatregel Trainingen, workshops en coaching in de Veenkoloniën (2016, 2017, Aardappelmoeheid 2019 en Precisielandbouw 2019). Aanvragen kan niet meer: het loket meldt "Aanvragen niet meer mogelijk". Deze tekst is dus vooral bedoeld om te begrijpen wat de regeling inhield en wat er nog geregeld moet worden als je al subsidie hebt gekregen binnen een van deze openstellingen.

De regeling was bedoeld voor aanbieders van kennisoverdracht: organisaties of personen die trainingen, workshops, coaching of demonstraties verzorgden voor (grote groepen) agrarische ondernemers in de Veenkoloniën (delen van Drenthe en Groningen). Doel was het verspreiden van bestaande kennis over onderwerpen als bodemvruchtbaarheid, de teelt van zetmeelaardappelen, aardappelmoeheid of precisielandbouw, zodat innovaties in de landbouwsector breder werden toegepast.

Wie al een aanvraag heeft lopen of subsidie heeft ontvangen, moet via het webportal van SNN (pop3-webportal.nl) zaken blijven regelen: wijzigingen doorgeven vóórdat je ermee begint, jaarlijks een voortgangsverslag indienen, eventueel een tussentijdse betaling aanvragen en uiteindelijk een verzoek tot vaststelling indienen. In de verleningsbeschikking van je project staat wat voor jouw project precies geldt en welke uitzonderingen er zijn op de rapportage- en betaalverplichtingen.

Voor nieuwe aanvragen is deze regeling niet meer te gebruiken. Het loket verwijst naar andere, nog openstaande subsidies als je op zoek bent naar ondersteuning voor kennisoverdracht of scholing in Drenthe of Groningen.

Wie komt in aanmerking voor de Trainingen, workshops en coaching - Veenkoloniën?

Deze regeling staat niet meer open: aanvragen is op dit moment niet mogelijk. Onderstaande eisen golden voor de vier eerdere openstellingen (2016, 2017, Aardappelmoeheid 2019 en Precisielandbouw 2019) en zijn nog relevant voor wie al een aanvraag heeft lopen.

Je bent actief in Drenthe, Groningen
Regionale regeling.
De definitieve beoordeling ligt bij Samenwerkingsverband Noord-Nederland.

Wie kwam in aanmerking

  • Subsidie werd alleen verstrekt aan degene die de opleiding of andere vorm van kennisoverdracht of voorlichting daadwerkelijk levert (de kennisaanbieder), niet aan de deelnemende landbouwers zelf.
  • De aanbieder moest aantoonbaar gekwalificeerd zijn voor het werk. Dit werd getoetst aan de hand van curricula vitae van de uitvoerders, met informatie over (bij)scholing en ervaring.
  • Bij twijfel kon de beoordelende instantie referenties opvragen of navraag doen bij landbouwers over eerdere ervaringen met de kennisaanbieder.
  • In de openstellingen 2016 en 2017 moest de aanvraag daarnaast een omschrijving van de organisatie bevatten waaruit bleek dat er voldoende gekwalificeerd en getraind personeel was, met minimaal de cv van de aanvrager zelf of van een medewerker in loondienst.

Waar je op afviel (harde eisen/knock-outs)

  • Het project moest worden uitgevoerd in de Veenkoloniën. Dit betekent: minimaal 50% van het areaal van de deelnemende landbouwer ligt in de Veenkoloniën, de fysieke uitvoering van het project vindt in de Veenkoloniën plaats, en het resultaat van het project landt in de Veenkoloniën. Voldeed je hier niet aan, dan werd subsidie geweigerd.
  • Het project moest voldoende scoren op de selectiecriteria. De ondergrens verschilde per openstelling:
  • 2016: minimaal 14 punten.
  • 2017: minimaal 16 punten (van maximaal 28).
  • Aardappelmoeheid 2019 en Precisielandbouw 2019: minimaal 33 punten (van maximaal 55, ofwel 60%). Scoorde je project onder deze drempel, dan werd de subsidie geweigerd, ongeacht beschikbaar budget.
  • De activiteiten moesten passen binnen de specifieke thema's van de betreffende openstelling (bijvoorbeeld bodemvruchtbaarheid, zetmeelaardappelteelt, aardappelmoeheid of precisielandbouw) en binnen de bredere thema's uit de Verordening (zoals klimaatmitigatie, klimaatadaptatie, biodiversiteit). Activiteiten die hier niet op aansloten kwamen niet in aanmerking.
  • Bij de 2019-openstellingen (Aardappelmoeheid en Precisielandbouw) gold een minimum subsidiebedrag: werd na beoordeling een subsidiebedrag berekend van minder dan € 350.000, dan werd geen subsidie verstrekt.
  • Bij de 2016- en 2017-openstellingen gold een minimumdrempel voor de subsidiabele kosten: € 583.333 bij 60% subsidie of € 437.500 bij 80% subsidie (2016). Kwam je project daar niet aan, dan viel je buiten de regeling.
  • Kosten voor de ontwikkeling van nieuwe kennis, kosten voor cursussen of stages binnen het reguliere onderwijs, en de inbreng van eigen uren door landbouwers om deel te nemen aan de activiteit waren nooit subsidiabel (2016 en 2017).

Kortom: alleen kennisaanbieders met aantoonbare kwaliteit, gericht op de Veenkoloniën, binnen de juiste thema's en met een project van voldoende financiële omvang en score, kwamen in aanmerking.

Waarvoor krijg je subsidie?

Deze regeling staat niet meer open, maar voor lopende projecten binnen de eerdere openstellingen gelden de volgende kostenregels. De precieze kostentypen verschilden per openstellingsjaar.

Openstellingen 2019 (Aardappelmoeheid en Precisielandbouw)

Subsidiabele kosten bestonden uitsluitend uit:

  • Personeelskosten: kosten van eigen personeel dat bij de uitvoering van de activiteit betrokken is.
  • Kosten derden: kosten van ingehuurde partijen voor de uitvoering van het project.
  • Bijdrage in natura, zijnde eigen uren: onbetaalde eigen arbeid die als bijdrage in het project wordt ingebracht.

Alle kosten moesten noodzakelijk en adequaat zijn in relatie tot het doel van het project. Andere kostentypen dan deze drie waren niet subsidiabel binnen deze twee openstellingen.

Openstellingen 2016 en 2017

Hier gold een bredere lijst subsidiabele kosten:

  • Personeelskosten van bij de uitvoering betrokkenen, voor de uren die aantoonbaar ten behoeve van het project zijn gemaakt.
  • Kosten en reiskosten van procesbegeleiders en adviseurs.
  • Materiaalkosten.
  • Huur van ruimten en gebruik van bijbehorende faciliteiten.
  • Kosten van drukwerk, mailings en de inrichting van websites, gekoppeld aan de activiteit.
  • Bijdrage(n) in natura, bestaande uit onbetaalde arbeid. In de 2017-openstelling gold hierbij de aanvullende voorwaarde dat dit alleen meetelde voor zover het gaat om het verzorgen van demonstraties.

Wat niet subsidiabel was (2016 en 2017)

  • Kosten voor de ontwikkeling van nieuwe kennis. De regeling was bedoeld voor het overdragen van bestaande kennis, niet voor onderzoek of ontwikkeling.
  • Kosten voor cursussen of stages die deel uitmaken van normale programma's of leergangen van het reguliere onderwijs.
  • Inbreng van eigen uren door landbouwers om aan de kennisoverdrachtsactiviteit deel te nemen. Dit gold voor de deelnemende landbouwers zelf, niet voor de uitvoerende partij.

Bijdragen van deelnemers

Als je van plan was om deelnemers aan een kennisoverdrachtsactiviteit een bijdrage in rekening te brengen, moest je dit vooraf inzichtelijk maken in de aanvraag. Deze deelnemersbijdrage mocht worden opgevoerd als onderdeel van de financiering van het project, maar de optelsom van deelnemersbijdrage en gevraagde subsidie mocht nooit hoger zijn dan de totale projectkosten. Ook was er (in de 2016- en 2017-openstellingen) de verplichting dat je bij het bepalen van een toegangsprijs voor bezoekers rekening moest houden met de subsidie die je al ontvangt voor die activiteit.

Tarief: geen apart uurtarief genoemd

Kosten in relatie tot doel van het project

In alle openstellingen geldt als algemene voorwaarde dat subsidie alleen wordt verstrekt voor kosten die noodzakelijk en adequaat zijn in relatie tot het doel van het project. Dit is dus geen apart kostentype, maar een toetsingscriterium dat op elke kostenpost van toepassing is: een beoordelaar kan een kostenpost afwijzen als die niet aantoonbaar bijdraagt aan het projectdoel.

Let op: welke kostentypen en tarieven precies voor jouw project gelden, hangt af van welke openstelling (2016, 2017, Aardappelmoeheid 2019 of Precisielandbouw 2019) je aanvraag betrof. Kijk hiervoor in je eigen verleningsbeschikking.

Hoeveel subsidie krijg je?

Deze regeling is gesloten voor nieuwe aanvragen, maar de bedragen die golden verschilden per openstellingsjaar.

Openstellingen 2019 (Aardappelmoeheid en Precisielandbouw)

  • De subsidie bedroeg 80% van de subsidiabele kosten.
  • Bij Precisielandbouw 2019: maximaal € 600.000 subsidie, met een subsidieplafond voor de hele openstelling van € 600.000 (waarvan € 300.000 ELFPO-middelen, € 150.000 provincie Groningen en € 150.000 provinciale middelen Drenthe).
  • Bij Aardappelmoeheid 2019: maximaal € 500.000 subsidie, met een subsidieplafond van € 500.000, volledig uit ELFPO-middelen.
  • In beide 2019-openstellingen werd geen subsidie verstrekt als het berekende subsidiebedrag na beoordeling lager uitkwam dan € 350.000.

Openstelling 2017

  • De subsidie bedroeg 60% van de subsidiabele kosten voor de thema's a, b en e uit artikel 3, tweede lid (onder andere kostenreductie/meerwaardestrategie, productierisico's, klimaatadaptatie).
  • De subsidie bedroeg 80% van de subsidiabele kosten voor de thema's c, d en f (onder andere grondstoffengebruik, klimaatmitigatie, biodiversiteit).
  • Bij een combinatie van thema's gold het laagste percentage van de gecombineerde thema's.
  • Maximaal € 400.000 subsidie voor activiteiten gericht op bodemvruchtbaarheid (artikel 3, lid 1 onder a).
  • Maximaal € 1.300.000 subsidie voor activiteiten gericht op zetmeelaardappelteelt (artikel 3, lid 1 onder b).
  • Subsidieplafond voor de hele openstelling: € 1.700.000, volledig ELFPO-middelen.
  • Geen subsidie bij een berekend bedrag lager dan € 200.000.

Openstelling 2016

  • Zelfde percentages als 2017: 60% of 80% van de subsidiabele kosten, afhankelijk van het thema.
  • Maximaal € 400.000 voor bodemvruchtbaarheid, € 1.300.000 voor zetmeelaardappelteelt, € 650.000 voor kennis uit de praktijknetwerken 2013-2015.
  • Subsidieplafond totaal € 2.350.000, onderverdeeld in € 400.000, € 1.300.000 en € 650.000 voor de drie deelthema's.
  • Geen subsidie als de subsidiabele kosten lager waren dan € 583.333 (bij 60%) of € 437.500 (bij 80%).

Bij een tekort aan budget konden Gedeputeerde Staten het subsidieplafond verhogen om projecten die voor overschrijding zorgden alsnog te kunnen subsidiëren, mits die projecten voldoende scoorden op de rangschikking.

Wat zijn de voorwaarden van de Trainingen, workshops en coaching - Veenkoloniën?

Deze regeling staat niet meer open voor nieuwe aanvragen. De onderstaande knock-outeisen, beoordelingscriteria en verplichtingen golden voor de vier eerdere openstellingen en zijn nog relevant voor wie al subsidie heeft gekregen.

Hier val je op af

Uitvoering in de Veenkoloniën: minimaal 50% van het areaal van de deelnemende landbouwer moet in de Veenkoloniën liggen, de fysieke uitvoering van het project moet in de Veenkoloniën plaatsvinden, en het resultaat moet in de Veenkoloniën landen. Niet voldoen betekent weigering van de subsidie.
Minimumscore op de selectiecriteria: 14 punten (2016), 16 punten van maximaal 28 (2017), of 33 punten van maximaal 55 (Aardappelmoeheid 2019 en Precisielandbouw 2019). Onder de drempel: geen subsidie, ongeacht budget.
Minimum subsidiebedrag na beoordeling: € 200.000 (2017), of bepaalde drempels op de subsidiabele kosten (2016: € 583.333 bij 60% subsidie, € 437.500 bij 80% subsidie), of € 350.000 (Aardappelmoeheid en Precisielandbouw 2019). Kom je hier niet aan, dan volgt geen subsidie.
De activiteiten moeten aansluiten bij de specifieke thema's van de betreffende openstelling en bij de bredere thema's uit de Verordening.

Waarop wordt beoordeeld

  1. Kosteneffectiviteit (max. 4 punten, wegingsfactor 2, max. 8 punten). Relateert de totale subsidiabele kosten aan het effect op de doelstellingen.
  2. Kans op succes/haalbaarheid (max. 4 punten, wegingsfactor 2, max. 8 punten). Kijkt naar kwaliteit van de kennisaanbieder en van het projectplan.
  3. Mate van effectiviteit van de activiteit (max. 4 punten, wegingsfactor 3, max. 12 punten). Kijkt naar de bijdrage aan specifieke beleidsdoelen uit het Innovatieprogramma Landbouw Veenkoloniën (zoals rendement, inkomen uit biobased products, energie, mineralenkringlopen, vergroening, kennis en innovatie) en naar het bereik van de activiteit.
  4. Mate van innovativiteit: dit criterium had een weging van 0 punten en werd niet meegenomen in de score, omdat effectiviteit (het bereiken van het peloton) belangrijker werd gevonden dan innovativiteit van de kennis.
  5. a. Bijdrage aan de doelen van het Innovatieprogramma: 2 punten bij één doel, 6 punten bij twee of meer doelen.
  6. b. Praktische toepasbaarheid van de kennis en aansluiting bij de behoefte in de landbouw: maximaal 6 punten.
  7. c. Aantoonbare en relevante expertise van de uitvoerende partij, blijkend uit cv's: maximaal 6 punten.
  8. d. Kosteneffectiviteit, gelet op gebruik van bestaande expertise, netwerken en faciliteiten: maximaal 6 punten.
  9. e. Bereik van de activiteit: 0 punten bij 0-50 deelnemende boeren, 2 punten bij 50-100 deelnemende boeren, 4 punten bij meer dan 100 deelnemende boeren.

Wat je moet doen na toekenning

  • Wijzigingen in het project moet je vooraf melden via een wijzigingsverzoek, en pas starten met de uitvoering van de wijziging nadat is getoetst of het aangepaste plan nog aan de voorwaarden voldoet.
  • Je moet jaarlijks rapporteren over de voortgang van je project (met uitzonderingen zoals vermeld in je verleningsbeschikking).
  • Je kunt een betaalverzoek indienen voor tussentijdse, gemaakte en betaalde kosten.
  • Bij de 2019-openstellingen kon twee keer per kalenderjaar een voorschot (deelbetaling) worden aangevraagd, met een minimum van € 25.000 aan subsidie per verzoek. Bij de 2016- en 2017-openstellingen kon dit één keer per kalenderjaar.
  • Als je deelnemers een toegangsprijs in rekening brengt voor de kennisoverdrachtsactiviteit, moet je bij het bepalen van die prijs rekening houden met de subsidie die je ontvangt (2016 en 2017).
  • Het verzoek tot vaststelling van de subsidie moest uiterlijk op 31 december 2021 zijn ingediend; het project moest dus ook in 2021 zijn afgerond, al mocht de uitvoering zelf over meerdere jaren verspreid zijn.

Beoordelingscriteria Aardappelmoeheid en Precisielandbouw 2019 (max. 55 punten, drempel 33 punten)

  • Effectiviteit (maximaal 5 punten, wegingsfactor 4, totaal max. 20 punten). Gaat over de bijdrage aan de beleidsdoelen, het bereik van de activiteit (aantal bijeenkomsten, vervolgbijeenkomsten per deelnemer, aantal deelnemers, breedte van de doelgroep, contacturen per deelnemer) en de mate waarin blijvende toepassing van de kennis wordt geborgd. Score loopt van 0 (zeer geringe bijdrage) tot 5 (zeer goede bijdrage).
  • Kans op succes/haalbaarheid (maximaal 5 punten, wegingsfactor 4, totaal max. 20 punten). Kijkt naar de kwaliteit van de kennisaanbieder (aantoonbare kwalificatie, kennis/ervaring/netwerk van docenten), de kwaliteit van het projectplan (realisme, betrokkenheid van relevante partijen, planning/opzet/begroting, risico-identificatie), de mate waarin deelnemers worden uitgedaagd de kennis in de praktijk toe te passen, en (alleen bij Precisielandbouw 2019) de betrokkenheid van een agrarische mbo-onderwijsinstelling.
  • Efficiëntie (maximaal 5 punten, wegingsfactor 3, totaal max. 15 punten). Beoordeelt de redelijkheid van kosten en uren ten opzichte van de geplande resultaten, en het efficiënt gebruik van bestaande kennis, kunde en middelen.

In alle jaren geldt: de rangschikking gebeurt op volgorde van de meeste behaalde punten. Als het subsidieplafond wordt overschreden door aanvragen met een gelijke score, kunnen Gedeputeerde Staten besluiten het plafond te verhogen zodat deze projecten toch gehonoreerd worden. Een onafhankelijke Adviescommissie POP3 stelt de prioriteitenlijst op en beoordeelt de punten; daarna volgt nog een subsidie-technische toets, een financiële toets en een EU-conformiteitstoets.

Hoe vraag je de Trainingen, workshops en coaching - Veenkoloniën aan?

Deze regeling staat niet meer open: aanvragen is niet meer mogelijk voor alle vier onderliggende openstellingen (2016, 2017, Aardappelmoeheid 2019 en Precisielandbouw 2019). Nieuwe aanvragen zijn dus niet mogelijk. De onderstaande stappen en documenten golden ten tijde van openstelling en zijn relevant om te begrijpen wat destijds is beoordeeld, of als referentie voor wie een lopend dossier beheert.

Openstellingsperiodes (gesloten)

  • 2016: 15 februari 2016 tot en met 15 maart 2016.
  • 2017: 20 februari 2017 tot en met 23 maart 2017.
  • Aardappelmoeheid 2019 en Precisielandbouw 2019: maandag 3 juni 2019 9.00 uur tot vrijdag 14 juni 2019 17.00 uur.

Waar aanvragen werden ingediend

Een aanvraag werd ingediend bij Gedeputeerde Staten, via het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN), met gebruik van het webportal. Voor de 2019-openstellingen was dit www.snn.nl/pop3; voor de 2017-openstelling www.snn.eu/pop3. Voor lopende zaken (wijzigingen, voortgangsverslagen, betaalverzoeken, vaststellingsverzoeken) verloopt dit nu via het huidige webportal: pop3-webportal.nl/mijn.

Verplichte documenten bij de aanvraag (2019-openstellingen)

  • Een projectplan conform het format van SNN. Dit format moest verplicht worden gebruikt; een vrij opgesteld plan volstond niet.
  • Een begroting van het project conform het format van SNN.
  • Een toelichting op de begroting.
  • Een sluitend financieringsplan van de kosten van de activiteit, inclusief een opgave van subsidies of vergoedingen die voor dezelfde activiteiten bij andere bestuursorganen, private organisaties of personen zijn aangevraagd, met de stand van zaken daarvan.
  • Curricula vitae van de uitvoerders van de acties, met informatie over (bij)scholing en ervaring, waaruit blijkt dat er voldoende bekwaamheid is om de activiteiten succesvol uit te voeren.

Verplichte documenten bij de aanvraag (2016 en 2017)

  • Een door SNN opgesteld, volledig ingevuld format projectplan, met de van toepassing zijnde bijlagen (2017: verplicht gebruik van door SNN verstrekte vaste formats).
  • Een omschrijving van de organisatie waaruit blijkt dat er voldoende gekwalificeerd en getraind personeel is om de activiteit uit te voeren.
  • Curricula vitae van het personeel dat de kennisoverdrachts- en voorlichtingsdiensten gaat uitvoeren, waaronder minimaal de cv van de aanvrager zelf of van een medewerker in loondienst bij de aanvrager (2017).
  • Indien van toepassing: een inzichtelijke opgave als je van plan was deelnemers een bijdrage in rekening te brengen, inclusief het totale bedrag van deze bijdrage.

Beoordelingsstappen na indiening

Na indiening beoordeelde de onafhankelijke Adviescommissie POP3 de aanvragen op de selectiecriteria en stelde een prioriteitenlijst op. Vervolgens vonden een subsidie-technische toets, een financiële toets en een EU-conformiteitstoets plaats (2019-openstellingen). Projecten werden gerangschikt op basis van het aantal behaalde punten (van hoog naar laag), met dien verstande dat bij overschrijding van het subsidieplafond het plafond eventueel kon worden verhoogd om projecten met een gelijke rangschikking toch te kunnen honoreren.

Wat je nu nog kunt regelen

Voor lopende projecten binnen deze maatregel kun je via het webportal (pop3-webportal.nl/mijn):

  • Een wijziging doorgeven, vóórdat je met de aangepaste uitvoering begint.
  • Een voortgangsverslag indienen.
  • Een tussentijdse betaling aanvragen voor gemaakte en betaalde kosten.
  • Een verzoek tot vaststelling indienen als het project is afgerond.

Voor vragen over een lopende aanvraag kun je contact opnemen via plattelandsontwikkeling@snn.nl of telefonisch via 050 5224 988.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Deze regeling staat niet meer open voor nieuwe aanvragen, maar voor lopende projecten binnen een van de vier eerdere openstellingen gelden nog de volgende procedures en verplichtingen.

Wie beoordeelt en hoe lang duurt het

De aanvraag wordt beoordeeld door de Adviescommissie POP3 (een onafhankelijke commissie ingesteld door Gedeputeerde Staten), het SNN en RVO. Deze partijen streven ernaar samen binnen 22 weken na de uiterste indieningsdatum van de openstelling een besluit te nemen. Je ontvangt het besluit per e-mail.

Bij de 2019-openstellingen volgt na de puntenbeoordeling door de adviescommissie nog een subsidie-technische toets, een financiële toets en een EU-conformiteitstoets, voordat een definitief besluit valt.

Subsidie verleend

Bij een akkoord ontvang je een verleningsbeschikking. Daarin staat het maximale subsidiebedrag dat je kunt ontvangen en de uiterste datum waarop het project afgerond moet zijn. Voor alle vier de openstellingen geldt dat het verzoek tot vaststelling van de subsidie uiterlijk op 31 december 2021 moest zijn ingediend; het project moest dan ook in 2021 zijn afgerond. De uitvoering van het project mocht wel over meerdere jaren verspreid zijn.

Bevoorschotting

  • Bij de Aardappelmoeheid- en Precisielandbouw-openstellingen (2019) kon twee keer per kalenderjaar een voorschotaanvraag (deelbetaling) worden ingediend, met een minimumbedrag van € 25.000 aan subsidie per aanvraag.
  • Bij de openstellingen 2016 en 2017 kon dit één keer per kalenderjaar.

Verplichtingen tijdens de looptijd

  • Wijzigingen in je project moet je eerst melden via een wijzigingsverzoek, vóórdat je met de gewijzigde uitvoering start. Er wordt dan getoetst of het aangepaste projectplan nog aan de subsidievoorwaarden voldoet, om financiële gevolgen achteraf te voorkomen.
  • Je moet jaarlijks rapporteren over de voortgang van je project via een voortgangsverslag. In sommige gevallen gelden hierop uitzonderingen; wat voor jouw project geldt, staat in je verleningsbeschikking.
  • Je kunt tussentijds een betaalverzoek indienen voor het deel van de kosten dat je al hebt gemaakt en betaald.
  • Als je deelnemers een toegangsprijs in rekening brengt voor de kennisoverdrachtsactiviteit, moet je bij het bepalen van die prijs rekening houden met de subsidie die je al voor die activiteit ontvangt (2016 en 2017).

Vaststelling

Na afronding van het project dien je een verzoek tot vaststelling in. Dit moest voor alle vier de openstellingen uiterlijk op 31 december 2021 gebeurd zijn. Bij de vaststelling wordt het definitieve subsidiebedrag bepaald op basis van de daadwerkelijk gemaakte en verantwoorde kosten.

Alle bovenstaande stappen (wijziging doorgeven, voortgangsverslag indienen, tussentijdse betaling aanvragen, verzoek tot vaststelling indienen) regel je via het webportal op pop3-webportal.nl/mijn. Voor vragen kun je terecht bij plattelandsontwikkeling@snn.nl of telefonisch via 050 5224 988.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 4 documenten bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Trainingen, workshops en coaching - Veenkoloniën. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Samenwerkingsverband Noord-Nederland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.