GeslotenFonds · Drenthe, Groningen · Subsidie

Samenwerking voor innovatie biodiversiteit - Veenkoloniën

Samenwerkingsverband Noord-Nederland

Wat is de Samenwerking voor innovatie biodiversiteit - Veenkoloniën?

Deze regeling ondersteunde samenwerkingsprojecten die de landbouw in de Veenkoloniën vergroenden en de biodiversiteit versterkten. Agrarische collectieven en hun samenwerkingspartners konden subsidie krijgen voor het opstellen van een regionaal of sectoraal plan en voor de uitvoering van proefprojecten die dat plan in de praktijk testten, gericht op minder grondstoffengebruik, klimaatmitigatie, klimaatadaptatie of biodiversiteitsherstel.

Aanvragen kon je niet als individuele landbouwer. De doelgroep bestond uit een gecertificeerd agrarisch collectief, een samenwerkingsverband van meerdere collectieven, of een samenwerkingsverband van een of meer collectieven met landbouwers, producentengroeperingen, coöperaties of brancheorganisaties. Bij dat laatste type moest altijd een agrarisch collectief penvoerder zijn.

De subsidie dekte 100% van de subsidiabele kosten, met een ondergrens: kwam het subsidiebedrag na beoordeling onder de € 150.000 uit, dan werd niets uitgekeerd. Er waren twee openstellingen: 2019 (subsidieplafond € 1.472.096) en 2020 (subsidieplafond € 550.000). Beide rondes zijn allang gesloten.

Het loket meldt nu: "Aanvragen niet meer mogelijk". Deze informatie is dus vooral relevant om te begrijpen wat er destijds mogelijk was, bijvoorbeeld voor lopende projecten die nog moeten worden afgerond of verantwoord. Wie nog vragen heeft over een lopend dossier, regelt wijzigingen, voortgangsverslagen, tussentijdse betalingen en de vaststelling via het webportal op https://www.pop3-webportal.nl/mijn/.

Wie komt in aanmerking voor de Samenwerking voor innovatie biodiversiteit - Veenkoloniën?

Deze regeling is gesloten voor nieuwe aanvragen. De onderstaande eisen golden toen de regeling nog open was en zijn relevant voor wie een lopend dossier heeft.

Je bent actief in Drenthe, Groningen
Regionale regeling.
De definitieve beoordeling ligt bij Samenwerkingsverband Noord-Nederland.

Wie kon aanvragen (knock-out)

  • Een gecertificeerd agrarisch collectief (een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van landbouwers en andere grondgebruikers, met een geldig certificaat collectief agrarisch natuurbeheer), of
  • Een samenwerkingsverband van twee of meer gecertificeerde agrarische collectieven, of
  • Een samenwerkingsverband van een of meer gecertificeerde agrarische collectieven samen met landbouwers, producentengroeperingen, coöperaties of brancheorganisaties.

Individuele landbouwers of andere partijen konden dus niet zelfstandig aanvragen; er moest altijd minimaal één gecertificeerd agrarisch collectief bij betrokken zijn.

Extra eisen bij samenwerking met niet-collectieven

Als het samenwerkingsverband ook uit landbouwers, producentengroeperingen, coöperaties of brancheorganisaties bestond (naast het collectief), gold:

  • Een deelnemende natuurlijke persoon mocht geen eigenaar zijn van of zeggenschap hebben over een deelnemende rechtspersoon.
  • Een deelnemende rechtspersoon mocht niet dezelfde eigenaar hebben als een andere deelnemende rechtspersoon.
  • Een van de deelnemende gecertificeerde agrarische collectieven moest penvoerder zijn (dus het aanspreekpunt en indiener namens het verband).

Geografische eis

Het project moest geheel of grotendeels worden uitgevoerd in de Veenkoloniën, gedefinieerd als het grondgebied van de gemeenten Aa en Hunze, Borger-Odoorn, Coevorden, Emmen, Midden-Drenthe, Tynaarlo, Midden-Groningen, Pekela, Stadskanaal, Veendam en Westerwolde.

Weigeringsgronden (je viel af als)

  • Voor dezelfde activiteit en dezelfde subsidiabele kosten al subsidie was verstrekt op grond van LEADER (hoofdstuk 3 van de verordening).
  • De kosten gericht waren op de reguliere bedrijfsvoering van bestaande, reguliere samenwerkingsactiviteiten.
  • Er geen sprake was van een proefproject of van ontwikkeling van nieuwe producten, praktijken, processen of technieken in de landbouw-, voedingsmiddelen- of bosbouwsector.
  • De aanvraag niet werd gedaan door een pas opgericht samenwerkingsverband of netwerk, of het niet ging om een activiteit die nieuw was voor een al bestaand samenwerkingsverband of netwerk.

Financiële ondergrens

Ook als je aan alle bovenstaande eisen voldeed, werd geen subsidie verstrekt als het subsidiebedrag na beoordeling lager uitkwam dan € 150.000.

Scoredrempel

Daarnaast moest een project bij de beoordeling minimaal 33 van de 55 punten (60%) scoren op de vier selectiecriteria. Haalde je die drempel niet, dan werd de aanvraag niet gehonoreerd, ook al voldeed je verder aan alle voorwaarden.

Waarvoor krijg je subsidie?

De subsidiabele kosten waren gekoppeld aan de drie fasen van het project: het opstellen van een plan, de uitvoering van proefprojecten, en eventuele fysieke investeringen daarbinnen. Per fase gold een eigen lijst met kostensoorten. Er wordt geen apart tarief per eenheid genoemd (zoals een bedrag per uur); de vergoeding is 100% van de subsidiabele kosten, mits noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van het project.

1. Kosten voor het formuleren van een regionaal of sectoraal plan

  • Kosten voor het werven van deelnemers voor het samenwerkingsverband.
  • Kosten voor het netwerken om het project goed te definiëren.
  • Kosten voor het opstellen van het regionale of sectorale plan en de samenwerkingsovereenkomst.
  • Kosten voor projectmanagement en projectadministratie.

2. Kosten voor de uitvoering van proefprojecten

  • Coördinatiekosten van het samenwerkingsverband.
  • Kosten voor het verspreiden van de resultaten van de proefprojecten (bijvoorbeeld via kennisbijeenkomsten, experimenten, demovelden of studiegroepen).
  • Operationele kosten die direct verbonden zijn aan de uitvoering van de proefprojecten.
  • Kosten voor projectmanagement en projectadministratie.

3. Kosten voor fysieke investeringen binnen een proefproject

Als voor de uitvoering van het proefproject een fysieke investering nodig was, kwamen ook deze kosten in aanmerking:

  • Kosten voor bouw of verbetering van onroerende zaken.
  • Kosten voor verwerving of leasing van onroerende zaken.
  • Kosten voor aankoop van grond.
  • Kosten van de koop van nieuwe machines en installaties, tot maximaal de marktwaarde van de activa.
  • Algemene kosten, bestaande uit:
  • kosten van architecten, ingenieurs en adviseurs;
  • kosten van adviezen over duurzaamheid op milieu- en economisch gebied;
  • kosten van haalbaarheidsstudies.

Voorwaarde die voor alle kostensoorten gold

Subsidie werd alleen verstrekt voor kosten voor zover deze noodzakelijk en adequaat waren in relatie tot het doel van het project. Kosten die niet direct bijdroegen aan het proefproject of het plan vielen dus buiten de vergoeding, ook al pasten ze qua categorie in de lijst.

Wat nadrukkelijk niet subsidiabel was

  • Kosten gericht op de reguliere bedrijfsvoering van bestaande, reguliere samenwerkingsactiviteiten. De regeling was bedoeld voor iets nieuws, niet voor het voortzetten van wat een samenwerkingsverband toch al deed.
  • Kosten voor activiteiten die geen proefproject waren of geen ontwikkeling van nieuwe producten, praktijken, processen of technieken in de landbouw-, voedingsmiddelen- of bosbouwsector betroffen.
  • Kosten voor dezelfde activiteit waarvoor al subsidie was verstrekt op grond van LEADER (hoofdstuk 3 van de verordening). Dubbele financiering van dezelfde kosten via een andere maatregel binnen dezelfde verordening was uitgesloten.

Context: niet-productieve investeringen

Investeringen die de rentabiliteit of waarde van een onderneming wél verhogen (productieve investeringen) vallen buiten deze regeling.

Hoeveel subsidie krijg je?

De subsidie bedroeg 100% van de subsidiabele kosten. Er was dus geen eigen bijdrage vereist voor de kosten die binnen de regeling vielen.

Financiële ondergrens: je kreeg alleen subsidie als het bedrag na beoordeling minimaal € 150.000 was. Kwam de beoordeelde aanvraag daaronder uit, dan werd helemaal niets uitgekeerd, ook niet een lager bedrag.

Subsidieplafonds per openstelling

  • Openstelling 2019: subsidieplafond € 1.472.096, voor 100% gefinancierd uit Europese middelen (ELFPO).
  • Openstelling 2020: subsidieplafond € 550.000, eveneens voor 100% gefinancierd uit Europese middelen (ELFPO).

Wat het budget kon beïnvloeden

Werd het subsidieplafond overschreden doordat een aanvraag met een hoger gevraagd bedrag dan het resterende budget in de prioriteitenlijst bovenaan stond, of doordat meerdere aanvragen gelijk scoorden en samen het plafond overschreden, dan konden Gedeputeerde Staten besluiten het subsidieplafond te verhogen zodat die projecten alsnog gefinancierd konden worden.

Rangschikking bij schaarste

Aanvragen werden gerangschikt op het aantal behaalde punten (van hoog naar laag) op basis van de scoretabel. Bij een overvraagd budget kregen aanvragen met de meeste punten voorrang. Het gaat hier dus niet om "wie het eerst komt, het eerst maalt", maar om kwaliteitsrangschikking op basis van de beoordelingscriteria.

Bevoorschotting tijdens de looptijd

Je kon maximaal vier keer per kalenderjaar een voorschot (tussentijdse betaling) aanvragen op basis van realisatie. De hoogte van een dergelijk voorschotverzoek moest minimaal € 25.000 bedragen (dit wijkt af van de standaardregel in de verordening).

Wat zijn de voorwaarden van de Samenwerking voor innovatie biodiversiteit - Veenkoloniën?

Hier val je op af

Je was geen gecertificeerd agrarisch collectief, samenwerkingsverband van collectieven, of samenwerkingsverband van collectieven met landbouwers, producentengroeperingen, coöperaties of brancheorganisaties.
Je project vond niet geheel of grotendeels plaats in de Veenkoloniën.
Er was al LEADER-subsidie verstrekt voor dezelfde activiteit en dezelfde kosten.
De kosten betroffen reguliere bedrijfsvoering van een bestaand samenwerkingsverband in plaats van iets nieuws.
Het ging niet om een proefproject of om ontwikkeling van nieuwe producten, praktijken, processen of technieken.
De aanvraag kwam niet van een pas opgericht samenwerkingsverband en betrof geen nieuwe activiteit voor een bestaand samenwerkingsverband.
Het beoordeelde subsidiebedrag kwam onder de € 150.000 uit.
Het project scoorde lager dan 33 van de 55 punten (60%) op de selectiecriteria.

Waarop wordt beoordeeld

  1. Hierbij telt in samenhang mee: de meerwaarde van de innovatie voor de doelen van de Innovatie Veenkoloniën (vergroening en biodiversiteit), de bijdrage aan duurzame nieuwe samenwerkingsverbanden en voorbeeldwerking, de geschiktheid voor brede toepasbaarheid/uitrol, de kwaliteit van het communicatieplan voor kennisdeling, en de hoogte van het gevraagde subsidiebedrag.
  2. Hierbij telt mee: de kwaliteit van het procesplan voor samenwerking en/of innovatieontwikkeling (randvoorwaarden, procesmanagement, risicomanagement, kwaliteitseisen aan de trekker), de oriëntatie op technische haalbaarheid en bestaande kennis, de oriëntatie op businessmodel en marktpotentieel, de kwaliteit van de samenstelling en werkafspraken van het samenwerkingsverband, en de mate van toegezegde kennisdeling.
  3. Hierbij telt mee: het technisch of sociaal grensverleggende karakter van het idee, het transitiekarakter (bijdrage aan duurzame landbouw, meerwaardecreatie, circulaire bedrijfsvoering of sector-overstijgende toepassing), de innovatieve waarde van het samenwerkingsverband (nieuwe keten- of cross-oversamenwerking), of het project belemmeringen wegneemt voor een bestaande maar nog niet toegepaste oplossing, en waar de innovatie feitelijk wordt ontwikkeld (zijn regionale ondernemers aan zet).
  4. Hierbij telt mee: de redelijkheid van de kosten in verhouding tot de geplande prestatie (mede gelet op de omvang van de subsidiabele kosten en het toepassingsbereik van de innovatie), de relevantie van de kosten, en het efficiënt gebruik van kennis, kunde en arbeid.

Wat je moet doen na toekenning

  • Je bent verplicht de resultaten van de activiteit openbaar te maken via het EIP-netwerk (zoals bedoeld in de Europese POP-verordening) en via andere geëigende netwerken.
  • Je moet de resultaten breed verspreiden in de Veenkoloniën, bijvoorbeeld via kennisbijeenkomsten, experimenten, demovelden of studiegroepen; dit was al onderdeel van de subsidievereisten en blijft een lopende verplichting tijdens de uitvoering.
  • Bij een voorgenomen wijziging in het project moet je eerst een wijzigingsverzoek indienen en de goedkeuring afwachten voordat je met de aangepaste uitvoering start. Zo wordt getoetst of het aangepaste projectplan nog aan de subsidievoorwaarden voldoet.
  • Je dient jaarlijks te rapporteren over de voortgang van het project (tenzij de verleningsbeschikking hierop een uitzondering maakt).
  • Voor de openstelling 2019 en 2020 gold: het verzoek tot vaststelling van de subsidie moest uiterlijk op 1 april 2023 zijn ingediend (voor de 2020-ronde was dit aanvankelijk 31 december 2021, maar dit is bij wijzigingsbesluit verruimd naar 1 april 2023 om twee groeiseizoenen mee te kunnen nemen).

Verplichte onderbouwing bij de aanvraag

Aan het project moesten de volgende stukken ten grondslag liggen:

  • Een projectplan, opgesteld volgens het format van SNN.
  • Een begroting van de kosten en inkomsten van het project, eveneens volgens het format van SNN.
  • Een toelichting op de begroting.
  • Een sluitend financieringsplan van de kosten van de activiteit, inclusief een opgave van subsidies of vergoedingen die voor dezelfde activiteiten bij andere bestuursorganen, private organisaties of personen zijn aangevraagd, met de stand van zaken daarvan.
  • Een verkenning naar mogelijke negatieve omgevingseffecten van de investering, als de aanvraag een investering betreft die waarschijnlijk tot negatieve omgevingseffecten leidt.

Beoordelingscriteria (scoretabel, elk criterium 0 tot 5 punten, vermenigvuldigd met een wegingsfactor)

In totaal zijn maximaal 55 punten te behalen. De ondergrens om voor subsidie in aanmerking te komen is 33 punten (60%). Een onafhankelijke adviescommissie, ingesteld door Gedeputeerde Staten, voert deze beoordeling uit. Na de inhoudelijke beoordeling volgen nog een subsidietechnische toets, een financiële toets en een EU-conformiteitstoets.

Bij overvraging van het subsidieplafond gaat rangschikking op punten (hoog naar laag) vóór volgorde van binnenkomst. Bij een gelijke score van meerdere aanvragen die samen het plafond doen overschrijden, kunnen Gedeputeerde Staten besluiten het plafond te verhogen zodat deze aanvragen alsnog gehonoreerd worden.

Hoe vraag je de Samenwerking voor innovatie biodiversiteit - Veenkoloniën aan?

Deze regeling is gesloten; aanvragen is niet meer mogelijk. De onderstaande stappen golden tijdens de looptijd van de openstellingen 2019 en 2020, en zijn nog relevant voor wie een lopend dossier beheert.

Stap 1: Aanvraag indienen binnen de openstellingsperiode

  • Openstelling 2019 liep van maandag 28 oktober 2019, 9.00 uur tot en met vrijdag 15 november 2019, 17.00 uur.
  • Openstelling 2020 liep van maandag 16 november 2020, 9.00 uur tot en met vrijdag 27 november 2020, 17.00 uur.

De aanvraag werd ingediend bij Gedeputeerde Staten, via het SNN, bij voorkeur digitaal via het webportal. Vandaag verloopt dit via https://www.pop3-webportal.nl/mijn/.

Verplichte documenten bij de aanvraag

  • Een projectplan, opgesteld volgens het verplichte format van SNN. Dit format moest je gebruiken; een eigen format volstond niet.
  • Een begroting van kosten en inkomsten, eveneens volgens het format van SNN.
  • Een toelichting op de begroting.
  • Een sluitend financieringsplan, inclusief een opgave van elders aangevraagde subsidies of vergoedingen voor dezelfde activiteiten, met de stand van zaken daarvan.
  • Een verkenning naar mogelijke negatieve omgevingseffecten, als de aanvraag een investering betreft die waarschijnlijk zulke effecten heeft.

Stap 2: Beoordeling

Na sluiting van de aanvraagperiode beoordeelt een door Gedeputeerde Staten ingestelde, onafhankelijke adviescommissie de aanvragen aan de hand van de scoretabel (effectiviteit, haalbaarheid, innovativiteit, efficiëntie). Op basis van de punten wordt een prioriteitenlijst opgesteld. Daarna volgen nog een subsidietechnische toets, een financiële toets en een EU-conformiteitstoets. De adviescommissie, het SNN en RVO beoordelen samen en streven ernaar binnen 22 weken na de uiterste indieningsdatum een besluit te nemen.

Stap 3: Besluit

Je ontvangt per e-mail bericht over het besluit. Bij een positief besluit ontvang je een verleningsbeschikking met het maximale subsidiebedrag en de uiterste datum waarop het project afgerond moet zijn.

Stap 4: Tijdens de uitvoering

  • Wil je iets anders doen dan in het goedgekeurde projectplan staat? Dien dan eerst een wijzigingsverzoek in en wacht de beoordeling af voordat je met de gewijzigde uitvoering start.
  • Je kunt maximaal vier keer per kalenderjaar een voorschot (tussentijdse betaling) aanvragen voor al gemaakte en betaalde kosten, met een minimumbedrag van € 25.000 per aanvraag.
  • Je dient jaarlijks een voortgangsverslag in (tenzij de verleningsbeschikking anders bepaalt).

Stap 5: Vaststelling

Na afronding van het project dien je een verzoek tot vaststelling in. Voor beide openstellingen (2019 en 2020) gold uiteindelijk als uiterste datum 1 april 2023 (voor de 2020-ronde aangepast van de oorspronkelijke datum 31 december 2021 om twee groeiseizoenen te kunnen meenemen). Vraag, wijziging, voortgangsverslag, tussentijdse betaling en vaststelling regel je allemaal via het webportal.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Wie beoordeelt en hoe lang duurt het

De aanvraag wordt beoordeeld door een onafhankelijke adviescommissie (ingesteld door Gedeputeerde Staten), samen met het SNN en RVO. Zij streven ernaar om binnen 22 weken na de uiterste indieningsdatum van de openstelling een besluit te nemen. De adviescommissie kent punten toe op basis van de scoretabel (effectiviteit, haalbaarheid, innovativiteit, efficiëntie) en stelt zo een prioriteitenlijst op. Daarna volgen nog een subsidietechnische toets, een financiële toets en een EU-conformiteitstoets. Over de uitkomst ontvang je per e-mail bericht.

Bij toekenning

Je krijgt een verleningsbeschikking met daarin het maximale subsidiebedrag dat je kunt ontvangen en de datum waarop het project uiterlijk afgerond moet zijn.

Betaling tijdens de looptijd

Je kunt tussentijds voorschotten aanvragen voor kosten die je al hebt gemaakt en betaald. Dit kon maximaal vier keer per kalenderjaar, met een minimumbedrag van € 25.000 per aanvraag (dit wijkt af van de standaardregel in de verordening). Voor sommige projecten golden hierop uitzonderingen; wat voor jouw project geldt, staat in de verleningsbeschikking.

Verplichtingen tijdens de projectperiode

  • Jaarlijks rapporteren over de voortgang van het project, tenzij de verleningsbeschikking een uitzondering maakt.
  • Vooraf een wijzigingsverzoek indienen als je iets anders wilt gaan doen dan in het goedgekeurde projectplan staat, en pas starten met de aangepaste uitvoering nadat is getoetst dat het nog aan de subsidievoorwaarden voldoet.
  • De resultaten van het project openbaar maken via het EIP-netwerk en andere geëigende netwerken, en de resultaten breed verspreiden in de Veenkoloniën, bijvoorbeeld via kennisbijeenkomsten, experimenten, demovelden of studiegroepen.

Vaststelling en einde van het project

Na afronding van het project dien je een verzoek tot vaststelling in. Voor beide openstellingen (2019 en 2020) is de uiterste indieningsdatum hiervoor 1 april 2023. Voor de 2020-ronde was dit oorspronkelijk 31 december 2021, maar deze termijn is verruimd zodat twee groeiseizoenen konden worden meegenomen in het project. Wijzigingen, voortgangsverslagen, tussentijdse betalingen en het verzoek tot vaststelling regel je via het webportal op https://www.pop3-webportal.nl/mijn/. Bij vragen over een lopend dossier kun je terecht bij plattelandsontwikkeling@snn.nl of telefonisch via 050 5224 988 (met aangepaste bereikbaarheid van 20 juli tot en met 14 augustus, van 08.30 tot 12.00 uur).

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 6 documenten bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Samenwerking voor innovatie biodiversiteit - Veenkoloniën. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Samenwerkingsverband Noord-Nederland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.