Subsidie omzetderving door overstromingen door zoet en afstromend water in juli 2021 in Limburg en Noord-Brabant (TOWL) – 2e en laatste ronde (vervallen)
Provincie Limburg
Wat is de Subsidie omzetderving door overstromingen door zoet en afstromend water in juli 2021 in Limburg en Noord-Brabant (TOWL) – 2e en laatste ronde (vervallen)?
Deze regeling was een eenmalige tegemoetkoming voor ondernemers in Limburg en Noord-Brabant die omzet verloren door de overstromingen van juli 2021. Het gaat om de tweede en laatste ronde van deze subsidie; de regeling is inmiddels vervallen, maar deze informatie is relevant als je nog te maken hebt met een lopende aanvraag of afhandeling van bezwaar.
De subsidie was bedoeld voor ondernemingen met een vestiging in het aangewezen schadegebied (een specifiek postcodegebied in Limburg en Noord-Brabant) die zowel materiële schade als aanmerkelijk omzetverlies hadden geleden door de wateroverlast. Ook ondernemingen zonder materiële schade konden in aanmerking komen, als zij toch zwaar omzetverlies hadden geleden doordat de omgeving ontregeld was.
Je kreeg 30% van je aangetoonde omzetverlies vergoed, met een minimum van € 750 en een maximum van € 200.000 per onderneming. Voorwaarde was onder meer dat je op 13 juli 2021 ingeschreven stond in het handelsregister en nog geen subsidie had ontvangen uit de eerste ronde van deze regeling.
De aanvraag kon je indienen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), van 27 september 2023 (9:00 uur) tot en met 30 november 2023 (17:00 uur), met eHerkenning niveau 3. Je leverde onder meer bewijs van je omzet en (indien van toepassing) een schaderapport aan. Vroeg je € 25.000 of meer aan, dan was ook een verklaring van een deskundige derde (accountant, fiscalist, boekhouder of financieel adviseur) verplicht. Gedeputeerde Staten van Limburg besloten binnen 12 weken na sluiting van de aanvraagperiode en stelden toegekende subsidies direct vast.
Wie komt in aanmerking voor de Subsidie omzetderving door overstromingen door zoet en afstromend water in juli 2021 in Limburg en Noord-Brabant (TOWL) – 2e en laatste ronde (vervallen)?
Deze regeling kent een aantal harde eisen. Voldoe je aan één ervan niet, dan valt je aanvraag af.
Inschrijving handelsregister op 13 juli 2021
Jouw onderneming én de getroffen vestiging(en) moeten op 13 juli 2021 ingeschreven hebben gestaan in het handelsregister. Ondernemingen die pas na die datum zijn gestart, komen niet in aanmerking. Ben je tussen 1 en 13 juli 2021 ingeschreven, dan geldt een uitzondering: voor jou kan geen omzetverlies worden berekend, maar je kunt nog wel de minimale tegemoetkoming van € 750 krijgen als je aan de schade-eis voldoet.
Vestiging in het schadegebied
De getroffen vestiging moet liggen binnen het postcodegebied dat als bijlage bij de regeling is opgenomen (delen van Limburg en Noord-Brabant). Ligt je vestiging buiten dit gebied, dan komt je onderneming niet in aanmerking, ook niet als je wel omzetverlies had door de wateroverlast.
Materiële schade óf 65% omzetverlies in kwartaal 3 2021
Je moet kunnen aantonen dat je materiële schade aan vaste of vlottende activa hebt geleden van minimaal € 5.000 per vestiging, of ten minste 20% van de omzet van die vestiging in de referentieperiode voor het derde kalenderkwartaal van 2021. Heb je geen of te weinig materiële schade, dan kun je alleen nog in aanmerking komen als je in het derde kalenderkwartaal van 2021 minimaal 65% omzetverlies had. Voldoe je aan geen van beide, dan val je af.
Minimaal omzetverlies
Bij materiële schade geldt: minimaal 50% omzetverlies in het derde en/of vierde kalenderkwartaal van 2021 en/of het eerste kalenderkwartaal van 2022. Zonder (voldoende) materiële schade geldt de strengere eis van minimaal 65% omzetverlies, en dan uitsluitend voor het derde kalenderkwartaal van 2021.
Geen eerdere subsidie ontvangen
Heb je al subsidie ontvangen op grond van de eerste (1e) tranche van de Nadere subsidieregels omzetderving (PB. 2022, nr. 12488), dan komt je onderneming niet in aanmerking voor deze 2e tranche.
Uitgesloten ondernemingen
Je valt ook af als:
- je onderneming een overheidsbedrijf is (bedrijf waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon het beleid kan bepalen of deelneemt);
- je onderneming in staat van faillissement verkeert of er een verzoek tot surseance van betaling is ingediend;
- je onderneming niet actief is in een sector waarvoor de algemene de-minimisverordening steun toestaat (dit sluit landbouwondernemingen die volledig in de landbouw actief zijn uit; heb je ook andere activiteiten, dan kun je daarvoor wel in aanmerking komen);
- je al zoveel de-minimissteun hebt ontvangen (maximaal € 200.000 per onderneming over het lopende en de twee voorafgaande belastingjaren) dat er geen ruimte meer is voor deze tegemoetkoming.
Waarvoor krijg je subsidie?
Deze regeling vergoedt geen specifieke kostenposten zoals investeringen of inhuur van derden. In plaats daarvan compenseert de subsidie een percentage van je geleden omzetverlies. Toch is precies vastgelegd wat wel en niet meetelt bij het bepalen van dat omzetverlies, en dat werkt in de praktijk als een reeks rekenregels.
Omzetverlies als basis voor de tegemoetkoming
Het omzetverlies is het verschil tussen je omzet in het getroffen kalenderkwartaal (derde en/of vierde kwartaal 2021, en/of eerste kwartaal 2022) en je omzet in de bijbehorende referentieperiode. Over dit omzetverlies krijg je 30% vergoed. Er is geen aparte vergoeding voor materiële schade zelf: die schade dien je elders te verhalen, bijvoorbeeld via de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts) of je verzekering. De materiële schade telt in deze regeling alleen als toegangseis, niet als kostenpost die wordt uitgekeerd.
Bepaling van de omzet
Als omzet geldt het bedrag waarover je omzetbelasting aangeeft, mits die aangifte per maand of kwartaal gebeurt en uitsluitend op de getroffen vestiging(en) betrekking heeft. Doe je jaarlijks aangifte, heb je ook niet-getroffen vestigingen, ben je vrijgesteld van omzetbelasting (bijvoorbeeld via de kleineondernemersregeling of vrijstellingen uit artikel 11 Wet OB) of maak je deel uit van een fiscale eenheid, dan geldt als omzet het bedrag dat eenvoudig en duidelijk blijkt uit je financiële administratie of een ander bewijsstuk.
Wat niet meetelt als omzet
Subsidies, tegemoetkomingen of andere steun die je van een bestuursorgaan hebt ontvangen vanwege de coronacrisis of het hoogwater van 2021 tellen niet mee in de omzet. Dit voorkomt dat je omzetverlies kunstmatig kleiner wordt doordat je al eerder compensatie ontving.
Referentieperiode: hoe je vergelijkt
Voor ondernemingen die vóór 1 juli 2020 voor het eerst zijn ingeschreven in het handelsregister, geldt als referentieperiode het overeenkomstige kalenderkwartaal van 2019 of 2020 (naar keuze), waarbij je voor opeenvolgende kwartalen wel steeds hetzelfde referentiejaar moet vasthouden. Voor ondernemingen die later zijn gestart, gelden specifieke regels:
- Ingeschreven tussen 1 juli en 30 september 2020: referentieomzet is de omzet in het vierde kalenderkwartaal van 2020.
- Ingeschreven tussen 1 oktober 2020 en 31 maart 2021: referentieomzet is de omzet in de drie kalendermaanden volgend op de maand van inschrijving.
- Ingeschreven tussen 1 en 13 april 2021: referentieomzet is de omzet in de negentig dagen volgend op de inschrijvingsdatum.
- Ingeschreven tussen 14 april en 30 juni 2021: referentieomzet wordt berekend door de omzet tussen inschrijving en 13 juli 2021 te delen door het aantal dagen en te vermenigvuldigen met negentig.
- Ingeschreven na 30 juni 2021: er is geen betrouwbare referentieomzet vast te stellen; je krijgt in dat geval het minimumbedrag van € 750, mits je aan de overige eisen voldoet.
Rekenvoorbeeld materiële schade
Had je in het derde kalenderkwartaal van 2019 een omzet van € 800.000 en in 2021 nog € 400.000, dan is je omzetverlies € 400.000. De tegemoetkoming is dan 30% daarvan: € 120.000.
Rekenvoorbeeld zonder materiële schade
Had je een omzet van € 1,5 miljoen in het derde kalenderkwartaal van 2019/2020 en € 375.000 in 2021 (omzetverlies € 1.125.000, dus 75%), dan is 30% daarvan € 337.500. Omdat dit boven het maximum ligt, ontvang je het maximale bedrag van € 200.000.
Wat niet vergoed wordt
- Materiële schade aan gebouwen, inventaris of voorraden wordt niet via deze regeling vergoed; daarvoor verwijst de regeling naar de Wts of je verzekering.
- Omzetverlies dat is opgetreden buiten de aangewezen kwartalen (derde/vierde kwartaal 2021, eerste kwartaal 2022) komt niet in aanmerking.
- Omzet uit activiteiten in sectoren waarvoor de-minimissteun niet is toegestaan (zoals landbouwactiviteiten) telt niet mee; bij gemengde bedrijven wordt alleen de omzet uit de niet-uitgesloten sector meegenomen.
- Corona- en hoogwatersteun van andere bestuursorganen telt niet mee als omzet en beïnvloedt dus niet je berekende omzetverlies.
Hoeveel subsidie krijg je?
De subsidie bedraagt 30% van je omzetverlies. Het omzetverlies is het verschil tussen je omzet in het getroffen kwartaal en de omzet in de bijbehorende referentieperiode (een vergelijkbaar kwartaal van voor de wateroverlast).
Berekening bij materiële schade
Heb je materiële schade van minimaal € 5.000 per vestiging (of 20% van de omzet) geleden, dan bereken je 30% van het omzetverlies over elk kwartaal waarin je minimaal 50% omzetverlies had: het derde en/of vierde kalenderkwartaal van 2021 en/of het eerste kalenderkwartaal van 2022. Heb je in meerdere kwartalen voldoende omzetverlies, dan wordt de tegemoetkoming per kwartaal berekend en opgeteld.
Berekening zonder (voldoende) materiële schade
Had je geen of te weinig materiële schade maar wel minimaal 65% omzetverlies in het derde kalenderkwartaal van 2021, dan bedraagt de subsidie 30% van het omzetverlies in uitsluitend dat kwartaal.
Minimumbedrag: € 750
Komt de berekening lager uit dan € 750, dan krijg je toch € 750. Dit voorkomt uitkering van heel kleine bedragen. Ook ondernemingen die voor het eerst zijn ingeschreven in het handelsregister na 30 juni 2021 krijgen altijd € 750 (voor hen is geen betrouwbare referentieomzet vast te stellen, dus geldt niet de eis van 50%/65% omzetverlies).
Maximumbedrag: € 200.000
De tegemoetkoming bedraagt maximaal € 200.000 per onderneming. Dit is ook het maximum dat volgens de de-minimisverordening aan één onderneming mag worden gegeven, gerekend over het lopende en de twee voorafgaande belastingjaren. Heb je al eerder de-minimissteun ontvangen, dan kan het maximum voor jou lager uitvallen dan € 200.000. Bij een omzetverlies van meer dan € 666.666,67 krijg je dus altijd het maximum van € 200.000 (of minder, als je de-minimisruimte kleiner is).
Naar rato bij overschrijding subsidieplafond
Er geldt een subsidieplafond. Komen er meer aanvragen binnen dan het plafond toelaat, dan wordt het beschikbare bedrag naar rato verdeeld over alle goedgekeurde aanvragen. Iedereen krijgt dan een percentage van het bedrag waar hij normaal recht op zou hebben. Blijft er na afhandeling van bezwaar en beroep geld over, dan kan het plafond alsnog worden verhoogd en kunnen eerder toegekende (lagere) bedragen naar rato worden opgehoogd.
Rondes en deadlines
| Ronde | Opent | Sluit | Budget | Verdeling |
|---|---|---|---|---|
| Openstelling | 27 sep 2023 | 30 nov 2023 | - | - |
Wat zijn de voorwaarden van de Subsidie omzetderving door overstromingen door zoet en afstromend water in juli 2021 in Limburg en Noord-Brabant (TOWL) – 2e en laatste ronde (vervallen)?
Hier val je op af
Waarop wordt beoordeeld
- Er is geen kwalitatieve beoordeling met wegingsfactoren zoals bij subsidies voor projecten. De beoordeling is een toets aan de bovenstaande knock-outeisen: voldoe je aan alle criteria, dan krijg je subsidie; voldoe je niet, dan wordt de aanvraag (deels) afgewezen. Aanvullend geldt de hardheidsclausule: past je aanvraag qua doel volledig binnen de regeling maar voorziet de regeling niet expliciet in jouw situatie, dan kunnen Gedeputeerde Staten alsnog beslissen in jouw voordeel. Zij kunnen ook van de regels afwijken als strikte toepassing tot een kennelijke onbillijkheid zou leiden.
Wel is er een verdelingsmechanisme als het subsidieplafond wordt overschreden: alle goedgekeurde aanvragen die binnen de aanvraagtermijn zijn ontvangen, krijgen dan naar rato van het beschikbare budget een lager bedrag uitgekeerd dan waar ze normaal recht op zouden hebben. Het gaat dus niet om volgorde van binnenkomst ("wie eerst komt, eerst maalt"), maar om verdeling achteraf over alle tijdig ingediende, goedgekeurde aanvragen.
Afwijzingsgronden
Naast het niet voldoen aan de eisen wordt je aanvraag ook afgewezen als:
- je onderneming failliet is of surseance van betaling heeft aangevraagd;
- je onderneming actief is in een sector die is uitgesloten van de algemene de-minimisverordening (zoals volledige landbouwactiviteit), zonder dat de activiteiten in die sector zijn afgescheiden van andere activiteiten;
- de tegemoetkoming niet verstrekt kan worden binnen de grenzen van de algemene de-minimisverordening, bijvoorbeeld omdat je al eerder de-minimissteun hebt ontvangen tot het plafond.
Wat moet je na toekenning?
Toegekende subsidies worden direct vastgesteld; er is geen apart traject van voorschot en latere vaststelling. Dit betekent dat er geen doorlopende rapportageverplichtingen tijdens een looptijd gelden, zoals bij meerjarige subsidies.
Let op de administratieve verplichting rond de-minimissteun: je moet in de aanvraag een de-minimisverklaring afleggen en zelf bewaken dat het cumulatieve de-minimisplafond van € 200.000 per onderneming (niet per vestiging) over het lopende en de twee voorafgaande belastingjaren niet wordt overschreden. Bij een groep ondernemingen die volgens de de-minimisverordening als één onderneming gelden, geldt dit plafond voor de groep als geheel.
Ondernemingen die een tegemoetkoming van € 25.000 of meer aanvragen, moeten bij de aanvraag zelf al een derdenverklaring aanleveren; dit is dus geen verplichting die pas na toekenning ontstaat, maar een voorwaarde om in behandeling genomen te worden.
Hoe vraag je de Subsidie omzetderving door overstromingen door zoet en afstromend water in juli 2021 in Limburg en Noord-Brabant (TOWL) – 2e en laatste ronde (vervallen) aan?
De aanvraag verloopt volledig digitaal via RVO en kende een vaste periode: van 27 september 2023 (9:00 uur) tot en met 30 november 2023 (17:00 uur). Aanvragen die na 17:00 uur op 30 november 2023 binnenkomen, zijn niet op tijd.
Stap 1: Regel eHerkenning niveau 3
Voor het indienen is eHerkenning niveau 3 verplicht. Vraag dit ruim op tijd aan via eherkenning.nl, en wacht niet tot de openstelling van de regeling: dit kost tijd om te regelen.
Stap 2: Vul het aanvraagformulier van RVO in
Het formulier stond vanaf 27 september 2023 op de website van RVO. Hierin geef je op:
- gegevens over je onderneming: KvK-nummer, post- en bezoekadres, en het rekeningnummer op naam van de onderneming (of, bij een eenmanszaak zonder zakelijke rekening, het rekeningnummer van de eigenaar);
- gegevens over de getroffen vestiging(en), waaronder het adres op 13 juli 2021;
- contactgegevens: naam, telefoonnummer en e-mailadres van de contactpersoon;
- een verklaring dat de onderneming geen overheidsbedrijf is;
- een de-minimisverklaring.
Stap 3: Lever bewijs van je omzet aan
Afhankelijk van jouw situatie:
- Doe je per maand of kwartaal aangifte omzetbelasting en heeft die aangifte uitsluitend betrekking op de getroffen vestiging(en)? Dan volstaan kopieën van de betreffende aangiftes.
- Doe je jaarlijks aangifte? Dan is een kopie van de jaaraangifte nodig, als de omzet per kwartaal daaruit is te herleiden en de aangifte alleen de getroffen vestiging(en) betreft. Is dat niet het geval (bijvoorbeeld bij een fiscale eenheid of niet-getroffen vestigingen), dan lever je een bewijsstuk uit je financiële administratie aan.
- Draag je geen omzetbelasting af over (een deel van) de omzet? Dan lever je een bewijsstuk aan waaruit de omzet in de referentieperiode blijkt, plus een kopie van de jaarrekening, het jaarverslag of een ander bewijsstuk van de omzet in het betreffende kalenderjaar.
Deze documenten hoeven niet ondertekend te zijn door een specifieke functionaris; het gaat om kopieën van bestaande administratieve stukken.
Stap 4: Lever bewijs van je materiële schade aan (indien van toepassing)
Dit geldt niet voor ondernemingen die na 30 juni 2021 voor het eerst zijn ingeschreven in het handelsregister. Voor anderen is één van de volgende documenten verplicht:
- een schaderapport zoals bedoeld in de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts), opgesteld door de daarvoor aangewezen instantie;
- een document waarin een deskundige, in opdracht van je schadeverzekeraar, de omvang van de schade heeft vastgesteld in het kader van een schadeverzekering;
- een document van je verzekeraar over de uitkering die betrekking heeft op deze schade.
Dit moeten rapporten of opgaven zijn die in opdracht van de verzekeraar zijn opgesteld; een contra-expertise (op jouw eigen initiatief) volstaat niet.
Stap 5: Lever een derdenverklaring aan bij bedragen van € 25.000 of meer
Verwacht je op basis van je berekening een tegemoetkoming van € 25.000 of meer, dan moet je aanvraag vergezeld gaan van een verklaring van een onafhankelijke en ter zake kundige derde: een accountant, fiscalist, boekhouder of financieel adviseur. Deze verklaring moet zijn opgesteld volgens een door Gedeputeerde Staten vastgesteld model en gaat over de juistheid van je opgegeven omzetgegevens. Bij bedragen onder € 25.000 is deze verklaring niet nodig.
Stap 6: Dien de aanvraag volledig in bij RVO
Zorg dat het online formulier volledig is ingevuld en dat alle documenten als bijlage zijn meegestuurd. Een volledige aanvraag met alle bijlagen zorgt voor een snellere behandeling; ontbrekende stukken leiden tot vragen van RVO en vertraging.
Wat gebeurt er na je aanvraag?
Wie beoordeelt en hoe lang duurt het
RVO ondersteunt de uitvoering en beoordeling van de aanvragen, maar de besluiten worden genomen namens het college van Gedeputeerde Staten van Limburg. Gedeputeerde Staten beslissen binnen 12 weken na de sluitingsdatum van de aanvraagperiode (dus na 30 november 2023), mits je aanvraag aan alle vereisten voldoet. Deze termijn kan worden verdaagd (verlengd).
Behandeling van je aanvraag
RVO neemt je aanvraag in behandeling op basis van de aangeleverde documenten. Blijken de meegestuurde stukken onvoldoende, dan neemt RVO contact met je op om vragen te beantwoorden of extra bewijsmateriaal aan te leveren, binnen een door RVO gestelde termijn. Pas als alle gevraagde informatie binnen is en de beoordeling is afgerond, wordt de definitieve tegemoetkoming bepaald.
Directe vaststelling, geen apart voorschot- of vaststellingstraject
Een belangrijk verschil met veel andere subsidies: toegekende subsidies op grond van deze regeling worden direct vastgesteld. Er is dus geen aparte fase van een voorschot gevolgd door een latere definitieve vaststelling op basis van rapportage. Na de beoordeling wordt in één keer de volledige tegemoetkoming uitgekeerd, met inachtneming van de verdeling via het subsidieplafond (zie hieronder).
Uitbetaling en het subsidieplafond
Is er voor de aanvraagperiode meer aangevraagd dan het vastgestelde subsidieplafond toelaat, dan wordt het beschikbare bedrag naar rato verdeeld over alle goedgekeurde aanvragen.
Binnen het beschikbare budget is bovendien een deel gereserveerd voor de afhandeling van bezwaar en beroep. Blijft er na afhandeling van bezwaar en beroep geld over, en was het plafond eerder niet voldoende om alle tijdig ontvangen aanvragen volledig te honoreren, dan kan het subsidieplafond met dat resterende bedrag worden verhoogd. In dat geval worden ook de al toegekende (naar rato verlaagde) subsidies verhoogd, opnieuw naar rato verdeeld. Gedeputeerde Staten kunnen hiervan afzien als het resterende bedrag te klein is om verdeling nog zinvol te maken.
Verplichtingen tijdens en na de procedure
Omdat de subsidie direct wordt vastgesteld en er geen doorlopende looptijd met rapportageverplichtingen is, gelden er geen aanvullende voorwaarden na toekenning zoals bij meerjarige subsidies. Wel blijft de regeling, ook na haar vervaldatum van 1 december 2023, van toepassing op aanvragen die vóór die datum zijn ontvangen en op besluiten die vóór die datum zijn genomen, inclusief de vervolgstappen in het traject (zoals bezwaar en beroep). Bestaande aanspraken en verplichtingen op grond van de regeling blijven dus in stand, ook nadat de regeling zelf is vervallen.
Welke documenten heb je nodig?
Het loket publiceert 3 documenten bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.
- Wijzigingsbesluit subsidieplafondsDownloadPDF · 1 paginaAanbevolen
Dit is het wijzigingsbesluit waarin het subsidieplafond van de regeling is vastgesteld, dat je nodig hebt om te weten hoeveel budget er beschikbaar is voor de verdeling van de aanvragen.
- Authentieke versie bestandsgrootte: 14,1 MbDownloadPDF · 48 pagina'sAanbevolen
Dit is de authentieke, volledige tekst van de Nadere subsidieregels (inclusief toelichting en bijlage) die je nodig hebt om alle criteria, voorwaarden, afwijzingsgronden en rekenvoorbeelden voor je aanvraag te raadplegen.
- postcodegebied (pdf, 819 kBDownloadPDF · 48 pagina'sAanbevolen
Dit is de bijlage met het postcodegebied dat het schadegebied afbakent, die je nodig hebt om te controleren of jouw getroffen vestiging binnen het gebied ligt dat recht geeft op subsidie.
Vraag het dossier
Stel een vraag over Subsidie omzetderving door overstromingen door zoet en afstromend water in juli 2021 in Limburg en Noord-Brabant (TOWL) – 2e en laatste ronde (vervallen). Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Provincie Limburg. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.