GeslotenProvincie · Subsidie

Subsidie Warmtenetten (Nadere subsidieregels warmtenetten) (vervallen)

Provincie Limburg

Wat is de Subsidie Warmtenetten (Nadere subsidieregels warmtenetten) (vervallen)?

Deze subsidie van de Provincie Limburg was bedoeld om warmtenetten te verduurzamen. Hij is vervallen: de regeling liep tot 31 juli 2023 en er kunnen geen nieuwe aanvragen meer worden ingediend. Onderstaande informatie is dus alleen nog relevant voor lopende dossiers of ter oriëntatie.

De regeling had twee doelen. Ten eerste stimuleerde ze de aanleg van nieuwe warmtenetten die draaien op een duurzame bron, zodat woningen en gebouwen van het aardgas af kunnen. Ten tweede stimuleerde ze de verduurzaming van bestaande warmtenetten, door de fossiele productielocatie (de bron die de warmte opwekt) te vervangen door een duurzame bron. Dit droeg bij aan de Limburgse Provinciale Energie Strategie, die als doel had om in 2030 60.000 aardgasvrije woningen of woningequivalenten in Limburg te realiseren.

De regeling was uitsluitend bedoeld voor bevoegde warmteleveranciers: partijen die warmte leveren aan verbruikers en daarvoor zijn aangemeld bij de ACM (met uitzondering van VvE's en woningcorporaties, die geen aanmeldplicht hebben). Particuliere huiseigenaren of individuele gebouweigenaren konden dus niet zelf aanvragen.

Wie in aanmerking kwam, kon rekenen op maximaal € 500.000 per project, met een minimum van € 25.000 (kleinere bedragen werden niet uitgekeerd). De subsidie kon nooit hoger zijn dan de onrendabele top van het project: het bedrag dat nodig is om de investering rendabel te maken tegen een redelijk rendement van 7%.

Aanvragen moesten met een standaard digitaal aanvraagformulier bij Gedeputeerde Staten van Limburg worden ingediend, uiterlijk 31 juli 2023. Die termijn is dus al verstreken.

Wie komt in aanmerking voor de Subsidie Warmtenetten (Nadere subsidieregels warmtenetten) (vervallen)?

Deze subsidie is vervallen en de aanvraagtermijn (uiterlijk 31 juli 2023) is verstreken. Nieuwe aanvragen zijn niet meer mogelijk. Onderstaande eisen golden toen de regeling nog liep, ter informatie.

Wie komt in aanmerking

Alleen bevoegde warmteleveranciers konden aanvragen: entiteiten die warmte leveren aan verbruikers en daarvoor aangemeld zijn bij de ACM. VvE's en woningcorporaties waren uitgesloten van deze meldingsplicht en konden dus zonder ACM-aanmelding ook een bevoegde warmteleverancier zijn. Wie niet aan deze definitie voldeed, kwam niet in aanmerking.

Harde (afwijzings)eisen

Je viel af als:

  • Het project niet aansloot bij het doel van de regeling (nieuwe warmtenetten met duurzame bron, of verduurzaming van bestaande productielocaties).
  • De aanvraag niet werd ingediend door een bevoegde warmteleverancier.
  • Niet werd voldaan aan het algemeen criterium: minimaal 20 woningen of woningequivalenten aangesloten (nieuw warmtenet), of een te verduurzamen vermogen dat in relatie staat tot de basislast van minimaal 20 woningen of woningequivalenten (bestaand warmtenet).
  • Bij realisatie van een nieuw warmtenet niet werd voldaan aan de specifieke criteria van artikel 5 (zie sectie Voorwaarden).
  • De Provincie Limburg het project al op een andere manier subsidieerde of financierde.
  • De aanvraag na 31 juli 2023 werd ontvangen.
  • Het subsidiebedrag lager uitkwam dan € 25.000.
  • De aanvrager een ondernemer was tegen wie een bevel tot terugvordering van staatssteun uitstond.
  • Er sprake was van een onderneming in moeilijkheden (zoals gedefinieerd in de AGVV).
  • De subsidie anderszins niet voldeed aan artikel 46 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV).

Specifiek uitgesloten

De grote warmtenetten Het Groene Net en Mijnwater kwamen niet in aanmerking, omdat de provincie deze al op andere wijze stimuleerde.

Rendementseis

Bij het berekenen van de onrendabele top mocht het gehanteerde rendement op eigen vermogen niet hoger zijn dan 7%. Een hoger rendement in de businesscase leidde tot afwijzing of korting op het aangevraagde bedrag.

Kortom: particuliere verbruikers, woningeigenaren of gemeenten die zelf geen bevoegde warmteleverancier zijn, konden nooit rechtstreeks aanvragen. Ook projecten onder de 20 woningequivalenten, projecten die al op een andere manier door de provincie werden gesteund, en aanvragen onder de € 25.000 subsidie vielen buiten de boot.

Waarvoor krijg je subsidie?

Deze regeling is vervallen, dus er is geen actueel aanvraagmoment meer. De onderstaande kostenregels golden voor projecten die vóór 31 juli 2023 zijn ingediend en toegekend.

De regeling maakte een strikt onderscheid tussen kosten voor de productielocatie (waar de warmte wordt opgewekt) en kosten voor het distributienetwerk (de leidingen en installaties die de warmte naar de verbruiker brengen). Deze twee kostensoorten moesten in de aanvraag apart zichtbaar zijn, met elk hun eigen rekenregel.

1. Meerkosten van de productielocatie

Subsidiabel waren de meerkosten: de bijkomende investeringskosten die nodig zijn, in vergelijking met een conventionele (fossiele) productielocatie, voor de bouw, uitbreiding of renovatie van één of meer productie-eenheden om deze te laten voldoen aan de definitie van een duurzame bron (zoals bedoeld in artikel 46 AGVV). Dit gold zowel voor de aanleg van een geheel nieuwe duurzame bron als voor de aanpassing van een bestaande fossiele bron.

Let op: alleen het verschil tussen de kosten van een duurzame installatie en die van een vergelijkbare conventionele installatie was subsidiabel, niet de volledige investering. De aanvrager moest dus aantonen wat de meerinvestering was ten opzichte van een conventioneel alternatief.

Het maximale steunpercentage voor deze meerkosten bedroeg 45% van de subsidiabele kosten, te verhogen met 10 procentpunt voor middelgrote ondernemingen of 20 procentpunt voor kleine ondernemingen (definities volgens bijlage I van de AGVV).

2. Investeringskosten van het distributienetwerk

De investeringskosten van het distributienetwerk (de leidingen, installaties en hulpmiddelen tussen productielocatie en verbruikersaansluiting) waren alleen subsidiabel als het ging om het aansluiten van bestaande gebouwen. Nieuwbouw viel hierbuiten, omdat nieuwbouwwoningen in Nederland al sinds 1 juli 2018 verplicht aardgasvrij moeten worden opgeleverd; de regeling was niet bedoeld om die bestaande verplichting te subsidiëren.

De hoogte van de subsidie voor het net was niet gekoppeld aan een vast percentage, maar aan het verschil tussen de subsidiabele investeringskosten (onder de AGVV) en de exploitatiewinst van de investering: het positieve verschil tussen de gedisconteerde inkomsten en gedisconteerde exploitatiekosten over de levensduur van de investering. Hoe hoger die exploitatiewinst, hoe lager het subsidiabele bedrag.

Belangrijk: bij de berekening van de subsidiabele kosten voor het distributienet mochten de investeringskosten van de productielocatie niet worden meegenomen, want die werden al apart via het meerkostenprincipe gesubsidieerd. Bij een integraal warmtebedrijf (waarin bron, netwerk en levering in één bedrijf zitten) moest de exploitatiewinst van de bron wél worden meegenomen bij het bepalen van de onrendabele top op het distributienet.

3. De onrendabele top als absoluut plafond

Los van de percentages en rekenregels per kostensoort, gold voor het hele project een harde bovengrens: de subsidie mocht nooit hoger zijn dan de onrendabele top. Dat is het bedrag dat in de businesscase aantoonbaar nodig is om de netto contante waarde van de investering over de levensduur op nul te krijgen, uitgaande van een redelijk rendement van maximaal 7% op eigen vermogen en een Bijdrage Aansluitkosten ter hoogte van de (gereguleerde) eenmalige aansluitbijdrage.

Kosten die uitgesloten waren

  • Personeels- en onderzoekskosten in de haalbaarheidsfase (de voorbereidende kosten) waren expliciet niet subsidiabel. Dit betreft kosten die gemaakt worden voordat de scope van het project vaststaat.
  • Investeringskosten in het distributienetwerk voor het aansluiten van nieuwbouw waren niet subsidiabel (zie boven), behalve als het ging om de productielocatie bij een innovatieve warmtetechniek (zie de sectie Voorwaarden voor die uitzondering).
  • Kosten die niet vallen onder de definitie van in aanmerking komende kosten volgens artikel 46 AGVV kwamen evenmin in aanmerking.

Wat zijn de voorwaarden van de Subsidie Warmtenetten (Nadere subsidieregels warmtenetten) (vervallen)?

Deze regeling is vervallen (aanvraagtermijn verstreken op 31 juli 2023). De volgende voorwaarden golden voor aanvragen die tijdig zijn ontvangen.

Hier val je op af

Naast de algemene afwijzingsgronden uit de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2017 werd een aanvraag afgewezen als:
Het project niet aansloot bij het doel van de regeling.
De aanvrager geen bevoegde warmteleverancier was.
Niet werd voldaan aan het algemeen criterium (minimaal 20 woningen/woningequivalenten, zie hieronder).
Bij een nieuw warmtenet niet werd voldaan aan de specifieke criteria van artikel 5.
De provincie het project al op andere wijze subsidieerde of financierde.
De aanvraag na 31 juli 2023 werd ontvangen.
Het te verstrekken bedrag lager was dan € 25.000.
Er een bevel tot terugvordering van staatssteun tegen de aanvrager uitstond.
Er sprake was van een onderneming in moeilijkheden (AGVV-definitie).
De subsidie anderszins niet voldeed aan artikel 46 AGVV.
Het project moest leiden tot een van de volgende twee situaties:
Realisatie van een nieuw warmtenet met een duurzame bron, met minimaal 20 woningen of woningequivalenten aangesloten, óf
Aanpassing van de productielocatie van een bestaand warmtenet zodat deze een duurzame bron wordt, waarbij het te verduurzamen vermogen in relatie staat tot de basislast van minimaal 20 woningen of woningequivalenten (richtlijn: 3 kW basislastvermogen per woningequivalent, gemotiveerd afwijken mocht met een eigen berekening).
Het rendement op eigen vermogen dat gebruikt is om de onrendabele top te berekenen, mag niet hoger zijn dan 7%. Een hogere aanname in de businesscase is niet toegestaan.

Waarop wordt beoordeeld

  1. De bron moest voor minimaal 50% bestaan uit hernieuwbare energie, 50% restwarmte, 75% warmte uit warmtekrachtkoppeling, of 50% uit een combinatie hiervan (conform artikel 46 AGVV). Let op: biomassa telde in deze regeling niet als hernieuwbare energie. Elektriciteit voor een warmtepomp telde ook niet automatisch mee, maar de opgewekte omgevingswarmte wel; met een courante COP kon een warmtepomp doorgaans toch aan de definitie voldoen.

Wat je moet doen na toekenning

  • Als subsidieontvanger moest je:
  • Uiterlijk 31 juli 2024 het nieuwe warmtenet, of de aanpassing van de productielocatie, gerealiseerd hebben.
  • Bij realisatie van een nieuw warmtenet aantonen dat de aan de verbruikers in rekening gebrachte Bijdrage Aansluitkosten (BAK) voor de nieuwe aansluitingen niet hoger is dan de eenmalige aansluitkosten (het gereguleerde ACM-tarief). Met andere woorden: de subsidie moest zichtbaar terechtkomen bij een lagere aansluitbijdrage voor de verbruiker, niet bij extra winst voor de warmteleverancier.

Specifieke criteria bij realisatie van een nieuw warmtenet (beoordeling, minimaal 1 van 2)

a) Uit het plan van aanpak moet blijken dat er draagvlak is onder de beoogde verbruikers (aan te tonen met bijvoorbeeld contracten, een intentieovereenkomst, of een onderhandelingsuitkomst met bijvoorbeeld woningcorporaties), óf b) Het project bestaat uit het aansluiten van bestaande gebouwen.

Als aan geen van beide criteria wordt voldaan

  • Voor het ontbrekende draagvlak (criterium a): de aanvrager moet aannemelijk maken dat er draagvlak zal ontstaan, door aan te tonen dat de maandlasten voor energie voor de beoogde verbruikers omlaag gaan bij aansluiting. Gedeputeerde Staten beoordelen deze berekening op het realisme van de aannames en de gebruikte huidige kosten.
  • Voor het ontbreken van aansluiting op bestaande gebouwen (criterium b, bijvoorbeeld bij nieuwbouw): de aanvrager komt dan alleen in aanmerking voor subsidie op de productielocatie (niet op het net), en moet aannemelijk maken dat de gebruikte warmtetechniek een innovatieve warmtetechniek is (toegepast op minder dan 10 locaties en voor minder dan 10.000 woningequivalenten in Nederland) met grote potentie voor de bestaande gebouwde omgeving in Limburg. Dit moet onderbouwd worden met CO2-prestaties en het aantonen van een meerinvestering; Gedeputeerde Staten beoordelen de aannemelijkheid van toepassing in bestaande bouw en de juistheid van de CO2-aannames.

Specifieke uitsluiting

De grote warmtenetten Het Groene Net en Mijnwater vielen buiten de regeling, omdat de provincie deze al op andere wijze steunt.

Hoe vraag je de Subsidie Warmtenetten (Nadere subsidieregels warmtenetten) (vervallen) aan?

Deze regeling is vervallen: de aanvraagtermijn liep tot en met 31 juli 2023 en is dus verstreken. Nieuwe aanvragen zijn niet meer mogelijk. Onderstaande procedure gold voor aanvragen die tijdig zijn ingediend.

Wanneer aanvragen

De aanvraag kon worden ingediend vanaf de inwerkingtreding van de regeling (24 mei 2022) tot uiterlijk 31 juli 2023. Voor de datum van ontvangst gold de datum van de ontvangststempel van de Provincie Limburg, en bij digitale aanvragen de datum van digitale ontvangst. Te laat betekende automatisch afwijzing.

Hoe indienen

De aanvraag kon uitsluitend worden ingediend met het standaard (digitale) aanvraagformulier op de website van de Provincie Limburg. Een aanvraag per e-mail was niet mogelijk. Er waren twee kanalen:

  • Per post, naar Gedeputeerde Staten van Limburg, Cluster Subsidies, Postbus 5700, 6202 MA Maastricht.
  • Digitaal, via eHerkenning (voor aanvragen van organisaties) of DigiD (voor aanvragen van particulieren).

Vereisten aan het formulier

Het aanvraagformulier moest:

  • Volledig ingevuld zijn.
  • Voorzien zijn van alle bijlagen die op het formulier zelf werden aangegeven.

Wel blijkt uit de toelichting dat de volgende onderbouwingen in de praktijk nodig waren, afhankelijk van de situatie:

  • Een businesscase: de meerjarige financiële doorrekening van het project waaruit de onrendabele top blijkt, met een rendement op eigen vermogen van maximaal 7%.
  • Een plan van aanpak waaruit het draagvlak onder beoogde verbruikers blijkt, of (als dat draagvlak nog niet vaststaat) een onderbouwde berekening van de te verwachten energielasten van verbruikers na aansluiting.
  • Bij een beroep op de uitzondering voor innovatieve warmtetechniek: een onderbouwing van de CO2-prestaties en van de meerinvestering ten opzichte van een conventioneel alternatief.
  • Bij verduurzaming van een bestaande productielocatie: een berekening van het te verduurzamen vermogen in relatie tot het aantal woningen of woningequivalenten (met de basislastrichtlijn van 3 kW per woningequivalent als uitgangspunt, of een eigen onderbouwde berekening bij afwijking).

Beoordelingsvolgorde

Na indiening

Zie de sectie "Na je aanvraag" voor de vervolgstappen, termijnen en verplichtingen tijdens de looptijd.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Deze regeling is vervallen, maar voor aanvragen die vóór 31 juli 2023 zijn ontvangen en voor besluiten die vóór 1 augustus 2023 door Gedeputeerde Staten zijn genomen, blijft de regeling van toepassing, ook voor de vervolgstappen in het traject.

Wie beoordeelt

Gedeputeerde Staten van Limburg beoordelen de aanvraag. Zij toetsen onder meer:

  • Of de aanvraag voldoet aan het algemeen criterium en de specifieke criteria (zie sectie Voorwaarden).
  • Bij het draagvlakcriterium: het realisme van de aannames en de gebruikte huidige energiekosten in de berekening van de te verwachten energielasten.
  • Bij een beroep op innovatieve warmtetechniek: de aannemelijkheid van toepassing in de bestaande bouw en de juistheid van de aannames in de CO2-berekening.
  • Of het gehanteerde rendement op eigen vermogen in de businesscase niet hoger is dan 7%.
  • Of de aanvraag past binnen het vastgestelde subsidieplafond voor de regeling.

Uitbetaling

Wat wel vaststaat: de subsidie is vastgesteld als staatssteun onder artikel 46 van de AGVV, en het definitieve bedrag is nooit hoger dan de eerder berekende onrendabele top over het gehele project.

Verplichtingen tijdens de looptijd

Als de subsidie is toegekend, gelden twee verplichtingen:

  • Uiterlijk 31 juli 2024 moet het nieuwe warmtenet, of de aanpassing van de bestaande productielocatie, gerealiseerd zijn. Dit is een harde einddatum voor de uitvoering, een jaar na de sluiting van de aanvraagtermijn.
  • Bij realisatie van een nieuw warmtenet moet de subsidieontvanger aantonen dat de Bijdrage Aansluitkosten (BAK) die aan verbruikers in rekening wordt gebracht voor de nieuwe aansluitingen, niet hoger is dan de eenmalige (gereguleerde) aansluitkosten. Dit is het mechanisme waarmee de provincie borgt dat de subsidie daadwerkelijk de aansluitkosten voor de eindgebruiker verlaagt, en niet in de marge van de warmteleverancier verdwijnt.

Voor deze onderdelen biedt de hardheidsclausule wel een opening: Gedeputeerde Staten kunnen in gevallen waarin de regeling niet voorziet zelf een beslissing nemen, en kunnen van een bepaling afwijken als toepassing daarvan tot een kennelijke onbillijkheid zou leiden.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 1 document bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

  • Authentieke versie bestandsgrootte: 363 Kb
    PDF · 11 pagina's

    De volledige tekst van de Nadere subsidieregels warmtenetten, met alle definities, criteria, verplichtingen, afwijzingsgronden en financiële voorwaarden die je nodig hebt om te bepalen of je project in aanmerking komt en hoe je de aanvraag moet onderbouwen.

    Download

Vraag het dossier

Stel een vraag over Subsidie Warmtenetten (Nadere subsidieregels warmtenetten) (vervallen). Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Provincie Limburg. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.