GeslotenFonds · Drenthe · Subsidie

Samenwerken aan innovatie EIP 2025 Drenthe

Samenwerkingsverband Noord-Nederland

Wat is de Samenwerken aan innovatie EIP 2025 Drenthe?

Samenwerken aan innovatie EIP 2025 Drenthe is een subsidie voor samenwerkingsverbanden die een innovatief idee ontwikkelen voor een duurzame en toekomstbestendige landbouw in Drenthe. Let op: deze openstelling is gesloten. Aanvragen is niet meer mogelijk en het resterend budget is € 0.

De subsidie was bedoeld voor operationele groepen: samenwerkingsverbanden van minimaal twee partijen, waarvan minstens één een landbouwer is. De andere partij kon bijvoorbeeld een kennisinstelling, technologiebedrijf, ketenpartij of natuurorganisatie zijn. Het project moest bijdragen aan een of meer van zeven thema's, zoals duurzame verdienmodellen, marktgerichtheid en concurrentievermogen, duurzame waardeketens, biodiversiteit, natuurlijke hulpbronnen, klimaat, of voedsel en gezondheid.

Je kreeg subsidie voor loonkosten, eigen arbeid, afschrijvingskosten en kosten van derden: 40% voor investeringen in bedrijfsmiddelen en 100% van de overige subsidiabele kosten. De subsidie bedroeg minimaal € 125.000 en maximaal € 500.000 per project, met een projectperiode van maximaal twee jaar.

Aanvragen liep via het GLB-webportal, met een verplicht projectplan, begroting, samenwerkingsovereenkomst en diverse verklaringen. Een adviescommissie beoordeelde en rangschikte aanvragen op vier criteria (effectiviteit, haalbaarheid, innovativiteit, efficiëntie); een project moest minimaal 36 van de 60 punten scoren.

Was je van plan om aan te vragen voor deze ronde? Dat kan niet meer. Kijk of er een vervolgopenstelling is (bijvoorbeeld voor een volgend jaar of een andere provincie) waarvoor je nog wel kunt aanvragen.

Wie komt in aanmerking voor de Samenwerken aan innovatie EIP 2025 Drenthe?

Deze subsidie is niet meer aan te vragen: de status is "Aanvragen niet meer mogelijk" en het resterend budget is € 0. De onderstaande voorwaarden golden voor wie destijds aanvroeg, en zijn relevant als je een vergelijkbare, nog openstaande EIP-ronde overweegt.

Je bent actief in Drenthe
Regionale regeling.
De definitieve beoordeling ligt bij Samenwerkingsverband Noord-Nederland.

Harde eisen waarop je afviel:

  • Geen samenwerkingsverband van minimaal twee partijen. De subsidie ging uitsluitend naar samenwerkingsverbanden (operationele groepen genoemd) van ten minste twee deelnemers. Een aanvraag van één partij alleen kwam niet in aanmerking.
  • Geen landbouwer in het verband. Minimaal één van de deelnemende partijen moest een landbouwer zijn. Je bent landbouwer als je landbouwactiviteiten uitvoert en als landbouwer geregistreerd staat bij de KvK, waarbij landbouw de hoofdactiviteit is (veeteelt of akkerbouw). De juiste SBI-codes hiervoor staan bij RVO.
  • Eén partij nam meer dan 70% van de kosten voor haar rekening. Geen van de deelnemers mocht meer dan 70% van de subsidiabele kosten voor haar rekening nemen, om actieve participatie van alle partners te waarborgen.
  • Project niet gericht op landbouwproducten. Het innovatieve samenwerkingsproject moest directe betrekking hebben op de voortbrenging van of handel in landbouwproducten zoals genoemd in bijlage 1 van het VWEU-verdrag.
  • Aanvraag buiten de openstellingsperiode. Aanvragen konden alleen worden ingediend tussen 4 november 2025 9:00 uur en 16 januari 2026 17:00 uur. Te laat of te vroeg ingediende aanvragen werden geweigerd.
  • Totale subsidiabele kosten onder € 125.000. Bleek na beoordeling dat de subsidiabele kosten lager waren dan het minimumbedrag, dan werd de subsidie geweigerd.
  • Minder dan 36 van de 60 punten bij de rangschikking. Ook als de aanvraag verder compleet en geldig was, werd subsidie geweigerd als het project bij de beoordeling onder de 36 punten scoorde.
  • Niet-nieuw project voor een bestaand samenwerkingsverband. Was het samenwerkingsverband al eerder actief, dan moest de activiteit waarvoor subsidie werd aangevraagd nieuw zijn voor dat verband. Een aanvraag voor een lopend project was niet mogelijk.
  • Onvolledige aanvraag. Niet voldoen aan de vereisten uit artikel 9 van het openstellingsbesluit (zoals ontbrekend projectplan, begroting of onderbouwing) leidde tot weigering.
  • Onderneming in financiële moeilijkheden of met terugvorderingsbevel. Bedrijven waartegen een EU-terugvorderingsbevel liep, of die volgens de beslisboom in de Verklaring financiële moeilijkheden in moeilijkheden verkeerden, kwamen niet in aanmerking.
  • Dubbele aanvraag. Voor dezelfde activiteit en dezelfde subsidiabele kosten mocht niet al subsidie zijn verstrekt.

Verder gold: gestapelde subsidie mocht, maar alleen als de subsidie van een andere instantie niet hoger was dan de subsidie uit deze regeling. De de-minimisverordening was hier niet van toepassing, omdat de regeling onder artikel 42 VWEU valt (landbouwproducten).

Waarvoor krijg je subsidie?

Subsidie kon worden verstrekt voor vier kostensoorten: loonkosten, eigen arbeidskosten, afschrijvingskosten en kosten van derden. Deze vielen onder twee categorieën: operationele kosten van het samenwerkingsverband en investeringen in bedrijfsmiddelen.

Loonkosten/personeelskosten. Bij begroting op basis van werkelijke kosten (zonder vereenvoudigde kostenoptie) werd het uurtarief berekend door het bruto jaarloon plus 44,2% werkgeverslasten te delen door 1.720 uur (bij een voltijd 40-urige werkweek, naar rato bij deeltijd). Het totale aantal te subsidiëren uren per jaar was maximaal 1.720 uur bij voltijd, of een evenredig deel bij deeltijd. Er was ook een variant met een opslag van 15% overhead boven op de 44,2% werkgeverslasten.

Eigen arbeidskosten. Zonder vereenvoudigde kostenoptie werd eigen arbeid vergoed tegen een vast uurtarief van € 50 per uur, met een maximum van 1.372 uur per jaar. Bij gebruik van de vereenvoudigde kostenoptie voor overige kosten derden gold een tarief van € 43 per uur, ook met een maximum van 1.372 uur per jaar.

Afschrijvingskosten. Dit betreft kosten voor zaken die al in eigendom zijn van de subsidieontvanger en voor het project worden gebruikt. De kosten moesten worden onderbouwd op basis van de gangbare afschrijvingsperiode en bedrijfseconomisch aanvaarde uitgangspunten, en waren alleen subsidiabel naar evenredigheid van de tijd dat het actief voor het project werd gebruikt, gerelateerd aan de normale bezetting.

Kosten van derden / operationele kosten. Dit zijn kosten die worden gemaakt bij externe partijen, zoals inhuur van externen, communicatie-activiteiten en toerekenbare kosten voor reis- en verblijfskosten. Deze moesten worden onderbouwd met offertes, een gedetailleerde begroting of een kostenraming, en moesten redelijk en marktconform zijn.

Investeringen in bedrijfsmiddelen. Onder bedrijfsmiddelen vallen vaste activa die voor de bedrijfsvoering worden gebruikt, zoals gebouwen, machines, inventaris en software. Deze zijn subsidiabel voor de duur van het project: het subsidiabele deel wordt berekend naar verhouding van de projectduur ten opzichte van de afschrijvingstermijn. Bijvoorbeeld een machine van € 100.000 die in 5 jaar wordt afgeschreven, ingezet in een project van 3 jaar: 60% van de aanschafwaarde (€ 60.000) is subsidiabel, waarover 40% subsidie geldt (€ 24.000).

Vereenvoudigde kostenoptie (VKO) voor arbeidskosten. In plaats van werkelijke loon- en arbeidskosten specificeren en verantwoorden met urenregistraties of loonstroken, kon je de arbeidskosten forfaitair berekenen: overige subsidiabele kosten × 0,23. Bijvoorbeeld bij € 300.000 kosten van derden: forfait arbeidskosten = € 300.000 × 0,23 = € 69.000, totale subsidiabele kosten € 369.000. Dit format is eenvoudiger en vereist geen verantwoording van gemaakte uren.

IKS (Integrale Kostensystematiek). Alleen kennisinstellingen mogen dit tarief hanteren, en alleen als hun IKS al is goedgekeurd door RVO. Uit een goedgekeurde IKS volgen jaarlijkse tarieven voor personeelskosten. Zelf voor deze aanvraag IKS gaan invoeren was niet toegestaan; het moest al standaard gebruikt worden binnen de organisatie.

Bijdragen in natura. Op geld te waarderen inbreng van producten of diensten waarvoor geen bonnen of betaalbewijzen beschikbaar zijn, zoals reeds aanwezige goederen, grond of onroerend goed. De waarde moest onafhankelijk worden vastgesteld, bijvoorbeeld op basis van de WOZ-waarde of een verklaring van een onafhankelijke deskundige, en mocht niet hoger zijn dan de marktwaarde.

Wat niet subsidiabel is

  • Kosten gericht op de reguliere bedrijfsvoering van bestaande reguliere samenwerkingsactiviteiten.
  • Voorbereidingskosten: kosten die betrekking hebben op de voorbereiding van het project, vóórdat de aanvraag is ingediend.
  • Bij een leverancier die ook projectpartner is (verbonden partij): geen winstopslagen meer over geleverde investeringen. Is de leverancier geen projectpartner, dan zijn de kosten subsidiabel op basis van facturen.

Btw kon worden meegenomen in de begrote kosten als een projectpartner aantoonbaar de btw niet kon verrekenen; hiervoor was een btw-verklaring van de Belastingdienst nodig als verplichte bijlage.

Hoeveel subsidie krijg je?

De subsidie bedroeg minimaal € 125.000 en maximaal € 500.000 per project. Was de aanvraag na beoordeling lager dan € 125.000 aan subsidiabele kosten, dan werd de subsidie geweigerd; boven € 500.000 werd niet meer uitgekeerd dan dat maximum.

Het subsidiepercentage hing af van het type kosten:

  • 40% van de subsidiabele kosten voor investeringen in bedrijfsmiddelen (zoals machines, gebouwen, inventaris en software).
  • 100% van de overige subsidiabele kosten (operationele kosten, loonkosten, eigen arbeid, kosten van derden).

Bij investeringen in bedrijfsmiddelen golden afschrijvingsregels: alleen het deel van de aanschafwaarde dat overeenkomt met de gebruiksduur binnen de projectperiode was subsidiabel, waarna daarover 40% werd berekend. Bijvoorbeeld: een machine van € 100.000 die in 5 jaar wordt afgeschreven, bij een project van 3 jaar, levert € 60.000 subsidiabele kosten op waarover 40% subsidie geldt, dus € 24.000.

Werd de vereenvoudigde kostenoptie voor arbeidskosten gebruikt, dan werden de arbeidskosten berekend als 23% van de overige subsidiabele kosten (bijvoorbeeld kosten van derden). Bij € 300.000 overige kosten leverde dat € 69.000 aan forfaitaire arbeidskosten op, dus € 369.000 totale subsidiabele kosten.

Het bedrag ging ook omlaag als je subsidie stapelde: was er voor dezelfde activiteit al subsidie van een andere instantie ontvangen, dan werd de GLB-subsidie verminderd zodat het totaal niet hoger uitkwam dan zonder stapeling.

Het subsidieplafond voor deze openstelling in Drenthe was € 3.000.000 (€ 1.290.000 Europese ELFPO-middelen en € 1.710.000 provinciale cofinanciering). Aanvragen werden op volgorde van rangschikking gehonoreerd totdat het plafond was bereikt; het resterend budget staat nu op € 0.

Bevoorschotting was mogelijk tot 50% van de verleende subsidie. Voorschot en deelbetalingen samen bedroegen ten hoogste 90% van het verleende subsidiebedrag.

Wat zijn de voorwaarden van de Samenwerken aan innovatie EIP 2025 Drenthe?

Hier val je op af

Samenwerkingsverband van minimaal twee deelnemers, waarvan minstens één landbouwer.
Geen deelnemer neemt meer dan 70% van de subsidiabele kosten voor haar rekening.
Het project heeft directe betrekking op de voortbrenging van of handel in landbouwproducten (bijlage 1 VWEU).
Aanvraag ingediend binnen de openstellingsperiode (4 november 2025 9:00 uur t/m 16 januari 2026 17:00 uur).
Totale subsidiabele kosten van minimaal € 125.000.
Minimaal 36 van de 60 punten bij de rangschikking.
Het project is nieuw voor het samenwerkingsverband (geen aanvraag voor een lopend of eerder ingediend project).
De aanvraag is compleet conform artikel 9 (projectplan, begroting, onderbouwing, oriëntatie op bestaand onderzoek, communicatieplan, etc.).
Geen onderneming in financiële moeilijkheden en geen EU-terugvorderingsbevel.
Geen dubbele subsidie voor dezelfde activiteit en kosten in dezelfde openstellingsperiode.
Nog niet gestart met de uitvoering vóór indiening van de aanvraag.

Wat je moet doen na toekenning

  • De resultaten en opgedane kennis moeten tijdens de uitvoering openbaar worden gemaakt via het Nationale en Europese EIP-netwerk en andere geëigende netwerken, waaronder Groen Kennisnet.
  • Iedere 12 maanden moet je een voortgangsverslag aanleveren, met daarin het gerealiseerde en verwachte aantal personen dat heeft geprofiteerd van het project en het aandeel GVE (grootvee-eenheden) onder acties voor dierenwelzijn.
  • Het project moet geheel of grotendeels in de provincie Drenthe worden uitgevoerd.
  • Eén keer per kalenderjaar kan een deelbetaling worden aangevraagd; voorschot en deelbetalingen samen zijn maximaal 90% van het verleende bedrag.
  • De projectperiode is maximaal twee jaar na de verleningsbeschikking, met als uiterste datum 30 juni 2028 voor indiening van het vaststellingsverzoek.
  • Bij wijzigingen in het project moet je dit vooraf melden bij SNN.
  • Het vaststellingsverzoek moet een inhoudelijk verslag, een financieel verslag en een rapport van feitelijke bevindingen van een accountant bevatten.
  • Als de VKO voor overige kosten is toegepast, kan bij een latere investering in bedrijfsmiddelen deze optie niet meer worden gebruikt, wat tot een lager subsidiebedrag kan leiden.

Beoordelingscriteria (in totaal maximaal 60 punten, adviescommissie van 5 leden met uiteenlopende achtergronden)

  • Effectiviteit (max. 5 punten, wegingsfactor 4, dus max. 20 punten). Gaat onder meer over de meerwaarde van de innovatie zonder afwenteling naar andere domeinen, de voorbeeldwerking voor andere samenwerkingsverbanden, de brede toepasbaarheid, de kwaliteit van het communicatieplan, het procesplan, de oriëntatie op bestaande kennis en het businessmodel, en de kwaliteit en samenstelling van het samenwerkingsverband.
  • Haalbaarheid/kans op succes (max. 5 punten, wegingsfactor 2, dus max. 10 punten). Beoordeelt de kwaliteit van het proces- of projectplan, de oriëntatie op technische haalbaarheid en bestaande kennis, de oriëntatie op businessmodel en marktpotentieel, de kwaliteit van het samenwerkingsverband in relatie tot het ambitieniveau, en de bereidheid tot kennisdeling met het EIP-netwerk.
  • Innovativiteit (max. 5 punten, wegingsfactor 3, dus max. 15 punten). Kijkt naar het technisch of sociaal grensverleggende karakter van het idee, het transitiekarakter richting duurzame landbouw, de innovatieve waarde van het samenwerkingsverband (nieuwe ketensamenwerking of cross-overs), het toepassingsgebied (worden belemmeringen voor uitrol weggenomen), en waar de innovatie feitelijk wordt ontwikkeld (bij voorkeur Drentse ondernemers aan het roer).
  • Efficiëntie (max. 5 punten, wegingsfactor 3, dus max. 15 punten). Beoordeelt de redelijkheid van de kosten in verhouding tot de prestatie, de relevantie van de kosten, het efficiënt gebruik van kennis en arbeid, en of er een jonge landbouwer bij het project betrokken is.

Per criterium werden punten toegekend van 0 (zeer geringe bijdrage) tot 5 (zeer goede bijdrage). Bij een gelijk aantal punten en overschrijding van het subsidieplafond gold een prioriteringsvolgorde: 1) effectiviteit, 2) innovativiteit, 3) efficiëntie, 4) haalbaarheid. Bij nog gelijke stand volgde loting.

Hoe vraag je de Samenwerken aan innovatie EIP 2025 Drenthe aan?

Deze openstelling is gesloten; onderstaand proces gold voor de periode 4 november 2025 9:00 uur tot en met 16 januari 2026 17:00 uur.

Stap 1: Aanvraag starten in het GLB-webportal. Je logt in op https://www.glb-webportal.nl/mijn/LoginPage met eHerkenning (of een account als natuurlijk persoon). Je kiest eerst de delegated body "Samenwerkingsverband Noord-Nederland" en zoekt daarna de juiste openstelling in jouw regio. Je geeft je projectnaam op (in het Nederlands en Engels) en je rol: penvoerder, projectpartner of intermediair.

Stap 2: Gegevens invullen. Je vult de schermen Projectkenmerken, Projectgegevens, Monitoring, Penvoerder(gegevens), eventueel Overige aanvragers en Intermediair, Begroting, Financiering en Uitgavenplanning in en uploadt de vereiste documenten.

Verplichte documenten:

  • Projectplan conform het format van SNN. Beschrijft onder meer projectsamenvatting, achtergrond en probleemanalyse, uitvoering, beoogde resultaten, bijdrage aan de subsidiabele thema's, link met landbouwproducten, toelichting op begroting, selectiecriteria, communicatieplan en risicofactoren. Wordt ingevuld door de aanvrager/penvoerder.
  • Begroting en financiering conform het format van SNN (Excel, keuze tussen het format met werkelijke arbeidskosten of het format met vereenvoudigde kostenoptie voor arbeidskosten). Ingevuld en aangeleverd door de penvoerder namens het samenwerkingsverband.
  • Samenwerkingsovereenkomst conform het format van SNN. Beschrijft rechtsvorm van alle partners, doel van de samenwerking, taakverdeling, verantwoordelijkheden, baten en lasten per partner. Moet door alle projectpartners (penvoerder en elke projectpartner) rechtsgeldig worden ondertekend; een digitale handtekening volstaat niet, alleen een geprint en ondertekend formulier geldt als rechtsgeldig.
  • Verklaring geen financiële moeilijkheden, voor elke projectpartner die een onderneming is. Wordt ingevuld en ondertekend door de tekenbevoegde van elke onderneming.
  • Machtigingsformulier voor een intermediair, indien je een subsidieadviseur of accountant machtigt om namens jou aanvraag te doen.
  • Btw-verklaring (op te vragen bij de Belastingdienst), alleen nodig voor de projectpartner die niet btw-plichtig is en de btw niet kan verrekenen of compenseren.
  • IKS-goedkeuring, indien van toepassing en voor elke projectpartner die het IKS-uurtarief begroot (alleen kennisinstellingen).
  • Beslissing op andere subsidies, indien van toepassing (bijvoorbeeld een toezegging van een andere subsidie voor dezelfde kosten).
  • Zekerstelling overige financiering van derde partijen, indien van toepassing.
  • Optioneel: communicatieplan als apart document (kan ook in het projectplan worden beschreven).
  • Mkb-verklaring, om te bepalen of je tot het mkb behoort (relevant voor de beoordeling).

Ook moest je in de aanvraag een aantoonbare oriëntatie op reeds uitgevoerde onderzoeken en bestaande initiatieven laten zien, het verwachte aantal personen dat profiteert van het project opgeven, en het verwachte aandeel grootvee-eenheden (GVE) onder acties voor dierenwelzijn.

Stap 3: Ontvangstbevestiging. Na indiening ontvang je direct een ontvangstbevestiging per e-mail.

Stap 4: Beoordeling door de adviescommissie. De adviescommissie beoordeelt de ingediende aanvragen na de sluitingsdatum volgens een tendermethodiek: alle volledige aanvragen worden gerangschikt op basis van de beoordelingscriteria uit artikel 10 van het openstellingsbesluit. Projecten met de hoogste score komen als eerste in aanmerking voor subsidie.

Stap 5: Beoordeling door SNN. Heeft je aanvraag voldoende punten, dan beoordeelt SNN de aanvraag inhoudelijk. SNN streeft ernaar binnen 22 weken na de uiterste indieningsdatum een besluit te nemen. Je ontvangt het besluit per e-mail.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Gedeputeerde Staten van Drenthe en het SNN beoordelen samen de aanvraag. Eerst rangschikt een adviescommissie van 5 leden (met achtergronden als agronoom, melkveehouder, varkenshouder, biogastechnoloog en microbioloog) alle ingediende aanvragen op basis van de vier selectiecriteria. Vervolgens beoordeelt SNN de aanvragen die voldoende punten hebben inhoudelijk. Samen streven SNN en de provincie ernaar binnen 22 weken na de uiterste indieningsdatum een besluit te nemen. Je ontvangt het besluit per e-mail.

Bij toekenning (verlening). Je krijgt een verleningsbeschikking met het maximale subsidiebedrag en de uiterste datum waarop het project afgerond moet zijn. Vanaf de datum van deze beschikking loopt de projectperiode van maximaal twee jaar (uiterlijk tot 30 juni 2028).

Voorschot en deelbetalingen. Bevoorschotting is optioneel en bedraagt maximaal 50% van de verleende subsidie; je kunt er ook voor kiezen dit niet te doen. Eén keer per kalenderjaar kun je een deelbetaling aanvragen. Voorschot en deelbetalingen samen bedragen ten hoogste 90% van het verleende subsidiebedrag. Je hoeft het voorschot niet in te lopen voordat je een nieuwe deelbetaling aanvraagt; zolang je voldoende kosten maakt, kun je opnieuw betaling aanvragen (voorwaarden hiervoor staan in je verleningsbeschikking).

Verplichtingen tijdens de looptijd

  • Je moet de opgedane kennis en resultaten tijdens de uitvoering van het project openbaar maken via het Nationale en Europese EIP-netwerk en andere geëigende netwerken, waaronder Groen Kennisnet.
  • Duurt de uitvoering langer dan 12 maanden, dan lever je iedere 12 maanden een voortgangsverslag aan. Dit verslag hoeft niet opnieuw als je in de afgelopen 12 maanden al een deelbetaling met voortgangsverslag hebt ingediend; vanaf dat moment geldt de 12-maandstermijn weer opnieuw.
  • Een voortgangsverslag en deelbetalingsverzoek bevatten het gerealiseerde en verwachte aantal personen dat van het project heeft geprofiteerd, en het gerealiseerde en verwachte aandeel GVE onder acties voor dierenwelzijn.
  • Het project moet geheel of grotendeels in de provincie Drenthe worden uitgevoerd.
  • Wijzigingen in het project moet je vooraf melden bij SNN via een wijzigingsverzoek.

Vaststelling. Heb je het project afgerond, dan dien je binnen twee jaar na de verleningsbeschikking (of eerder, uiterlijk 30 juni 2028) een verzoek tot vaststelling in via het GLB-webportal. Ben je eerder klaar, dan kun je direct vaststelling aanvragen. Je stuurt in ieder geval mee:

  • Een eindverslag van het project (in te vullen in het GLB-portal).
  • Een facturen- en urenoverzicht uit het GLB-webportal.
  • Een kopie van facturen en betaalbewijzen.
  • Urenregistratieformulieren en een kopie van de loonstrook (indien van toepassing).
  • Een rapport van feitelijke bevindingen, opgesteld door een accountant.

Na indiening van het vaststellingsverzoek meld je dit via plattelandsontwikkeling@snn.nl. Is het verzoek compleet, dan streeft SNN ernaar binnen 13 weken een besluit te nemen. Check altijd je eigen verleningsbeschikking, want daar staat specifiek voor jouw project aangegeven welke voorwaarden en termijnen gelden.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 13 documenten bij deze regeling, waarvan er 5 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

En nog 5 andere bestanden in het dossier.

Veelgestelde vragen over de Samenwerken aan innovatie EIP 2025 Drenthe

Mag iedereen deze subsidie aanvragen?

Nee, de subsidie is bedoeld voor samenwerkingsverbanden van minimaal twee partijen. Tenminste één van de partijen moet een landbouwer zijn. Geen van de deelnemende partijen mag meer dan 70% van de subsidiabele kosten voor haar rekening nemen.

Wanneer word ik gezien als landbouwer?

Je bent een landbouwer als je landbouwactiviteiten uitvoert en je als landbouwer geregistreerd staat in de Kamer van Koophandel, waarbij landbouwactiviteiten de hoofdactiviteit zijn. Dit kan zowel veeteelt als akkerbouw zijn.

Mag mijn bedrijf meerdere subsidies aanvragen?

Ja, als aanvrager mag je meerdere subsidies ontvangen. Houd hierbij wel rekening met de-minimisverordening als die van toepassing is, waarbij je niet meer dan € 300.000 in 3 jaren aan subsidie mag ontvangen.

Mag een leverancier deelnemen aan het samenwerkingsverband?

Ja, een leverancier van de investeringen binnen het project mag ook als projectpartner meedoen. In dat geval is de leverancier een verbonden partij en mag deze geen winstopslagen meer rekenen over de geleverde investeringen, maar zijn gewerkte uren wel subsidiabel tegen de uurtarieven uit de openstelling.

Kunnen verbonden partijen binnen een samenwerkingsverband als meerdere deelnemers worden gezien?

Nee, als deelnemers verbonden zijn, worden ze niet als afzonderlijke deelnemers in een samenwerkingsverband beschouwd.

Waarvoor kan ik subsidie krijgen?

Je kunt subsidie krijgen voor loonkosten, eigen arbeidskosten, afschrijvingskosten en kosten van derden.

Hoe hoog is de subsidie?

De subsidie bedraagt 40% van de subsidiabele kosten voor investeringen in bedrijfsmiddelen en 100% van de overige subsidiabele kosten. De subsidie is minimaal € 125.000 en maximaal € 500.000.

Wat valt er onder investeringen in bedrijfsmiddelen?

Onder bedrijfsmiddelen vallen vaste activa die je voor de bedrijfsvoering gebruikt en die tot het ondernemingsvermogen horen, zoals gebouwen, machines, inventaris en ook software. Deze investeringen zijn subsidiabel voor de duur van het project.

Hoe wordt de subsidiabele afschrijving berekend als het project korter duurt dan de afschrijvingstermijn?

Als een machine van € 100.000 in 5 jaar wordt afgeschreven maar het project 3 jaar duurt, is 60% van de kosten (€ 60.000) subsidiabel, waarover 40% subsidie wordt verstrekt, dus € 24.000.

Moet mijn project met landbouwproducten te maken hebben?

Ja, het innovatieve samenwerkingsproject moet betrekking hebben op de voortbrenging van landbouwproducten of handel in landbouwproducten zoals bedoeld in bijlage 1 van het VWEU.

Kan ik subsidie krijgen voor een investering in een windmolen?

Een project richt zich op innovatie binnen de landbouwsector, waarbij investeringen een innovatief karakter moeten hebben binnen een samenwerkingsverband. De voorwaarden in de openstelling zijn bepalend, en je kunt vooraf op de EIP-website of Netwerk Platteland checken of het project al eerder is uitgevoerd.

Mag ik het IKS-tarief gebruiken?

Ja, maar alleen kennisinstellingen mogen de Integrale Kostensystematiek (IKS) toepassen, en alleen als deze systematiek al is goedgekeurd vanuit nationale subsidies en de organisatie dit standaard gebruikt. Speciaal voor een subsidieaanvraag IKS gaan gebruiken is niet toegestaan.

Mag subsidie gestapeld worden met deze GLB-subsidie?

Dit kan als de subsidie die je bij andere instanties ontvangt niet hoger is dan de subsidie die je bij deze aanvraag ontvangt. Als je bijvoorbeeld naast € 300.000 GLB-subsidie ook € 100.000 van een andere instantie ontvangt, is de maximaal te verlenen GLB-subsidie nog € 200.000.

Moet ik al mijn onderzoeksuitkomsten delen op het EIP-netwerk?

Je moet een globaal overzicht geven van je onderzoek en vooraf onderzoeken of er al een vergelijkbaar onderzoek is uitgevoerd. De aanmelding van je project wordt geregeld via Netwerk Platteland, die de projectgegevens publiceert op de website van het EIP-netwerk.

Zijn voorbereidingskosten subsidiabel?

Nee, kosten die betrekking hebben op de voorbereiding van je project zijn niet subsidiabel.

Valt deze subsidie onder de-minimisverordening?

Nee, de-minimisverordening is niet van toepassing omdat deze openstelling zich richt op de voortbrenging en handel in landbouwproducten, waardoor artikel 42 VWEU van toepassing is en de steun is vrijgesteld van staatssteun.

Is een groter samenwerkingsverband met meer landbouwers beter voor mijn score?

Nee, meer landbouwers levert niet automatisch meer punten op. Alleen als de landbouwers een extra bijdrage aan het project leveren, kan dit een positieve uitwerking hebben op de score.

Mag ik voor hetzelfde project in meerdere provincies subsidie aanvragen?

Ja, dat mag, mits het project aan alle voorwaarden voldoet. Je vraagt subsidie aan in de provincie waar het grootste effect wordt verwacht. Is het effect gelijk verdeeld over twee provincies, dan moet je het project opsplitsen in twee aanvragen.

Is er een minimale bijdrage die elke samenwerkingspartner moet leveren?

Er is geen minimumbijdrage per partner vastgelegd, behalve dat minimaal één landbouwer moet deelnemen en geen van de partijen meer dan 70% van de subsidiabele kosten voor haar rekening mag nemen.

Wie zit er in de adviescommissie?

De adviescommissie bestaat uit 5 leden uit verschillende provincies met verschillende achtergronden: een agronoom, een melkveehouder, een varkenshouder, een biogastechnoloog en een microbioloog. Zij beoordelen projecten op effectiviteit, haalbaarheid, innovatie en efficiëntie.

Zijn er eisen aan het TRL-niveau van mijn project?

Nee, er worden geen eisen gesteld aan het TRL-niveau van een project in de openstellingen van Groningen en Drenthe. Wel wordt bij de beoordeling een meerwaarde gezien in projecten in TRL 7 en/of 8.

Hoeveel voorschot krijg ik bij verlening?

Het voorschot bedraagt maximaal 50% van de verleende subsidie. Dit is een optie waar je ook voor kunt kiezen dit niet te doen.

Tot wanneer kan ik de pre-check doen?

De pre-check is altijd beschikbaar en wordt uitgevoerd door het SNN, met ongeveer een week reactietijd. De pre-check vervangt niet de officiële beoordeling.

Welk begrotingsformat moet ik gebruiken?

Er zijn twee begrotingsformats: op basis van werkelijke loonkosten en eigen arbeidskosten, of op basis van de vereenvoudigde kostenoptie (VKO) voor arbeidskosten. Bij VKO worden de loonkosten en kosten eigen arbeid berekend door de overige subsidiabele kosten te vermenigvuldigen met 0,23, wat minder administratieve lasten geeft omdat je geen verantwoording over gemaakte uren hoeft af te geven.

Hoe lang mag mijn project duren en wanneer moet het uiterlijk klaar zijn?

De projectperiode is maximaal twee jaar en gaat in na het afgeven van de verleningsbeschikking. De subsidiabele activiteiten moeten uitgevoerd worden binnen twee jaar na de datum van subsidieverlening of, indien dat eerder is, uiterlijk op 30 juni 2028.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Samenwerken aan innovatie EIP 2025 Drenthe. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Samenwerkingsverband Noord-Nederland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.