Open voor aanvragenRijk · Landelijk · Fiscaal voordeel

Natuurschoonwet 1928

Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur; Ministerie van Financiën

Ook bekend als NSW

Wat is de Natuurschoonwet 1928?

De Natuurschoonwet 1928 (NSW) is geen subsidiepot met geld, maar een rangschikking. Bezit je een landgoed, dan kan je grond en eventueel je opstallen onder de NSW worden aangemerkt als "landgoed". Daarmee krijg je toegang tot belastingvoordelen, waardoor het onderhouden van het landgoed en het natuurschoon financieel haalbaarder wordt.

De rangschikking is bedoeld voor eigenaren, vruchtgebruikers of erfpachters van een landgoed. Ook samenwerking met de buren is mogelijk: vraagt je buurman ook een rangschikking aan, dan heet dat een "samenwerkrangschikking". Heeft de buurman al een rangschikking, dan is het een "aanleunrangschikking".

Je vraagt de rangschikking het hele jaar door aan, met het digitale formulier "Aanvraag Rangschikking van uw landgoed" op Mijn RVO. Daarbij stuur je altijd een aantal vaste bijlagen mee: een beschrijving van de geschiedenis van het landgoed, een topografische terreinkaart, de Opgave Terreinen en opstallen, kadastrale uittreksels en kaarten, en een overzicht van de kadastrale percelen en hun afmetingen. Afhankelijk van je situatie komen daar bijlagen bij, zoals een machtigingsformulier, een plan voor beplanting of een openstellings-situatiekaart.

Na indiening beoordelen RVO, de Belastingdienst en de provincie samen je aanvraag, meestal binnen 16 weken. Is je landgoed gerangschikt, dan gebruik je de beschikking bijvoorbeeld bij je belastingaangifte of voor de WOZ-waardering door je gemeente. Zolang je landgoed gerangschikt is, moet je het in stand houden (en in sommige situaties ook in bezit houden), anders kan de rangschikking geheel of gedeeltelijk vervallen en het belastingvoordeel worden terugvorderd.

Wie komt in aanmerking voor de Natuurschoonwet 1928?

Je komt in aanmerking voor NSW-rangschikking als je eigenaar, vruchtgebruiker of erfpachter bent van een landgoed. Het loket verwijst voor de precieze voorwaarden naar de pagina "Natuurschoonwet 1928 (NSW): Voorwaarden", maar uit het werkboek en de formats zijn de volgende harde eisen te herleiden:

Je bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
Je bent een particulier
Je rechtsvorm is Particulier
Je sector valt onder SBI 01, 02
De definitieve beoordeling ligt bij Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur; Ministerie van Financiën.

Oppervlakte-eis voor houtopstanden of natuurterreinen

Je landgoed moet voor minimaal 30% of 50% van de totale oppervlakte bestaan uit houtopstanden (bos) of natuurterreinen (of een combinatie). Ligt er een golfbaan op je landgoed, dan geldt voor die golfbaan altijd minimaal 50%, in afwijking van de rest van het landgoed.

Bij het bepalen van dit percentage tellen niet alle natuurterreinen mee. Alleen natuurterreinen die zelfstandig, of samen met direct aangrenzende houtopstanden, een aaneengesloten oppervlakte van minimaal 0,5 hectare hebben (terreincode Nb), mogen worden meegeteld. Kleinere natuurterreinen (code Nk) tellen niet mee voor dit percentage.

Voldoet je landgoed nog niet aan deze eis? Dan kun je alsnog een rangschikking aanvragen als je een Opgave Plan voor beplanting meestuurt waarin je aantoont dat je binnen 3 jaar na de rangschikking voldoende houtopstanden hebt aangeplant. Je moet bij de aanvraag al zichtbaar zijn begonnen met de uitvoering van dat plan.

Minimale oppervlakte bij samenwerking

Vraag je een samenwerkrangschikking aan met een buurman? Dan moeten beide landgoederen samen een oppervlakte van minimaal 5 hectare hebben, en mag geen van beide landgoederen al eerder gerangschikt zijn. Wijst RVO de rangschikking van het ene landgoed af, dan kan dat ook leiden tot afwijzing van het verzoek voor het andere landgoed.

Historische samenhang bij kleine landgoederen

Is je landgoed kleiner dan 5 hectare en wil je via een aanleun- of samenwerkrangschikking onder de NSW komen? Dan moet je de historische samenhang met het aangrenzende landgoed kunnen aantonen. Is je landgoed 1 hectare of kleiner, dan moet je specifiek de nauwe historische band aantonen tussen de opstal op je landgoed (gebouwd vóór 1950) en het andere landgoed.

Wie afvalt

  • Grote dagrecreatieterreinen die intensief gebruikt worden, kunnen niet worden gerangschikt (alleen kleine dagrecreatieterreinen komen in aanmerking).
  • Golfterreinen die zijn aangelegd in historische tuinen of parken komen niet in aanmerking.

Waarvoor geldt de Natuurschoonwet 1928?

De NSW-rangschikking is geen subsidie waarmee je kosten vergoed krijgt. Wat je wél krijgt is een fiscale status voor je landgoed, die je gebruikt bij de belastingaangifte, bij de WOZ-waardering door je gemeente of bij het aanvragen van een groenverklaring voor de Regeling Groenprojecten door je bank of beleggingsinstelling.

Dat is relevant omdat dit direct bepaalt of je in aanmerking komt en voor welk deel van je landgoed:

Terreinen die meetellen als houtopstand of natuurterrein

  • Bossen en houtopstanden zonder hoge cultuur- of natuurwaarden (code Bo): opgaand bos, snelgroeiend bos (aangelegd voor de regeling Bijdragen aanleg snelgroeiend bos), boomweide (plantverband max. 10x10 meter), kapvlakten kleiner dan 0,5 hectare.
  • Bossen en houtopstanden met hoge natuurwaarden (code Bn): eiken-beukenbossen, struweelachtige bossen, bron- en moerasbossen.
  • Bossen en houtopstanden met hoge cultuurwaarden (code Bc): historische parken en tuinen (aanleg van vóór 1900, nog herkenbaar), structuurbepalende lanen, hoogstamboomgaarden, hakhout en hakgrienden met een hakcyclus van 3 jaar of meer.
  • Kapvlakten groter dan 0,5 hectare (code K): deze mogen afzonderlijk niet groter zijn dan 15% van de met houtopstanden bezette oppervlakte, met een maximum van 5 hectare.
  • Natuurterreinen (code Nb of Nk): rivieren, beken, stilstaande wateren, moerassen, venen, heiden, duinen, schorren, schraalgraslanden en groenblauwe landschapselementen (beperkt tot het type "Poel en klein historisch water"). Alleen Nb-terreinen (zelfstandig of met aangrenzende houtopstanden minimaal 0,5 hectare aaneengesloten) tellen mee voor het verplichte percentage houtopstanden/natuur.

Wat niet meetelt

  • Houtopstanden op grond van je buren die als omzoming van je landbouwterreinen dienen, teken je rood in maar mogen niet worden meegeteld bij de oppervlakte houtopstanden van je eigen landgoed.
  • Snijgriend (hakcyclus van één of twee keer per twee jaar) geldt als landbouwterrein, niet als houtopstand.
  • Opstallen met een nokhoogte van minder dan 2 meter boven het maaiveld (garages, schuurtjes, plantenkasjes, hondenhokken) hoef je niet in te tekenen of te fotograferen, tenzij ze cultuurhistorisch van belang zijn (zoals bakhuisjes).
  • Grote, intensief gebruikte dagrecreatieterreinen kunnen niet worden gerangschikt.

Overige terreintypen (code O) en water (code W)

Dagrecreatieterreinen (klein, niet intensief), golfterreinen (het bos- en natuurdeel telt apart mee, mits niet aangelegd in een historische tuin of park), kampeerterreinen (onder aparte voorwaarden), parkeerterreinen van beperkte omvang, erven en tuinen bij gebouwen, en waterpartijen zoals grachten, rivieren en plassen die niet al onder een ander terreintype vallen.

Plan voor beplanting

Heb je nog niet genoeg houtopstanden, dan geeft de NSW je de mogelijkheid om dit binnen 3 jaar na rangschikking te realiseren. Je geeft in het Opgave Plan voor beplanting op: welke oppervlakte je beplant, welke werkzaamheden je uitvoert (met start- en einddatum), welke soort beplanting, het aantal per soort en het plantverband (afstand tussen plantrijen en tussen planten in de rij). Vergunningen die je hiervoor nodig hebt (bijvoorbeeld op grond van de Wabo, Wro of van het waterschap) regel je zelf; RVO toetst hier niet op.

Openstelling

Stel je je landgoed open voor publiek, dan gelden aparte regels over minimale oppervlakte aan toegankelijke wegen en paden (gelijkmatig verdeeld over het landgoed), bebording en eventueel een gesloten deel (maximaal 15% van het gerangschikte landgoed, plus een beperkte bufferzone) voor bijzondere natuurwetenschappelijke of cultuurhistorische waarden. Ook toegangskaarten zijn mogelijk als je landgoed dicht bij een stad ligt of gevoelig is voor intensieve betreding.

Hoeveel subsidie krijg je?

De NSW-rangschikking levert geen rechtstreeks subsidiebedrag op, maar een fiscale status die je gebruikt bij je belastingaangifte, bij de WOZ-waardering (bijvoorbeeld voor de onroerendezaakbelasting) en bij een groenverklaring voor de Regeling Groenprojecten.

Wat wel met percentages is vastgelegd, zijn de voorwaarden waaraan de oppervlakte van je landgoed moet voldoen om überhaupt gerangschikt te kunnen worden:

  • Je landgoed moet voor minimaal 30% of 50% van de oppervlakte bestaan uit houtopstanden of natuurterreinen (welk percentage geldt, hangt af van het soort landgoed).
  • Ligt er een golfbaan op je landgoed, dan moet die golfbaan minimaal 50% houtopstanden of natuurterreinen hebben, ongeacht het percentage dat voor de rest van het landgoed geldt.
  • Kapvlakten groter dan 0,5 hectare mogen afzonderlijk niet groter zijn dan 15% van de met houtopstanden bezette oppervlakte, met een maximum van 5 hectare.
  • Bij openstelling voor publiek mag je maximaal 15% van het gerangschikte landgoed (plus een beperkte bufferzone) tijdelijk of permanent afsluiten voor bijzondere natuurwetenschappelijke of cultuurhistorische waarden.
  • Bij een samenwerkrangschikking moeten de landgoederen samen minimaal 5 hectare groot zijn.
  • Is je landgoed 5 hectare of groter, dan bestel je als basiskaart een topografische kaart (schaal 1:10.000); is het kleiner dan 5 hectare, dan mag je een kadastrale kaart als basis gebruiken.

Oppervlaktes op de Opgave Terreinen en opstallen geef je op tot op een tiende hectare (1.000 m²) nauwkeurig.

Bij het niet nakomen van de voorwaarden kan de Belastingdienst het eerder genoten belastingvoordeel met terugwerkende kracht invorderen of naheffen.</tekst> </invoke>

Wat zijn de voorwaarden van de Natuurschoonwet 1928?

Hier val je op af

Je bent eigenaar, vruchtgebruiker of erfpachter van het landgoed.
Je landgoed bestaat voor minimaal 30% of 50% van de oppervlakte uit houtopstanden of natuurterreinen (percentage afhankelijk van het soort landgoed), of je toont met een Opgave Plan voor beplanting aan dat je dit binnen 3 jaar realiseert en bent al gestart met de uitvoering.
Bij een samenwerkrangschikking: beide landgoederen zijn nog niet eerder gerangschikt en hebben samen een oppervlakte van minimaal 5 hectare.
Bij een aanleun- of samenwerkrangschikking met een landgoed kleiner dan 5 hectare: je toont de historische samenhang met het aangrenzende landgoed aan. Is je landgoed 1 hectare of kleiner, dan toon je specifiek de nauwe historische band aan tussen de opstal (gebouwd vóór 1950) en het andere landgoed.
Grote, intensief gebruikte dagrecreatieterreinen en golfterreinen die zijn aangelegd in historische tuinen of parken kunnen niet worden gerangschikt.

Waarop wordt beoordeeld

  1. Historische waarde en samenhang. RVO, de Belastingdienst en de provincie toetsen de beschrijving van de geschiedenis van het landgoed en (waar relevant) de documentatie over historische buitenplaatsen of de historische band met aangrenzende landgoederen.
  2. Terreinindeling en oppervlaktes. Aan de hand van de topografische terreinkaart en de Opgave Terreinen en opstallen wordt gecontroleerd of de terreinsoorten juist zijn ingedeeld (bos, natuurterrein, landbouwterrein, overig terrein of water) en of de vereiste 30%- of 50%-verhouding wordt gehaald.
  3. Kadastrale gegevens. De kadastrale uittreksels en kaarten worden vergeleken met de opgave van percelen en oppervlaktes.
  4. Natuurlijke en landschappelijke aspecten. Tijdens een gezamenlijk terreinbezoek van Belastingdienst en provincie worden de natuurlijke en landschappelijke kenmerken van het landgoed beoordeeld, en krijg je de kans om je aanvraag toe te lichten.
  5. Plan voor beplanting (indien van toepassing). Beoordeeld wordt of de geplande werkzaamheden, beplantingssoorten en het plantverband aannemelijk maken dat binnen 3 jaar aan de oppervlakte-eis wordt voldaan, en of je al zichtbaar bent begonnen met uitvoering.
  6. Openstellingsverzoek (indien van toepassing). Beoordeeld op de minimale lengte en gelijkmatige verdeling van toegankelijke wegen en paden, plaatsing van toegangsborden, en eventueel het percentage afgesloten gebied (max. 15%) of het gebruik van toegangskaarten.

Wat je moet doen na toekenning

  • Instandhoudingseis: je moet het landgoed in stand houden zoals gerangschikt.
  • Bezitseis: in sommige situaties moet je het landgoed ook in bezit houden.
  • Meldplicht bij wijzigingen: verandert er iets aan je landgoed dat gevolgen kan hebben voor de rangschikking (bijvoorbeeld een wijziging van kadastrale percelen of van de gerangschikte terreinen/gebouwen), dan geef je dit door via de procedure op de pagina "Natuurschoonwet 1928 (NSW): Wijzigingen doorgeven", met het digitale formulier "Wijziging NSW-rangschikking van uw landgoed".
  • Beplantingsplicht: heb je een Plan voor beplanting ingediend, dan moet je binnen 3 jaar na de rangschikking de houtopstanden daadwerkelijk hebben aangeplant. Vergunningen (bijvoorbeeld op grond van de Wabo, Wro of van het waterschap) regel je zelf; RVO toetst hier niet op.
  • Openstelling in stand houden: stel je je landgoed open voor publiek, dan houd je je aan de voorwaarden over minimale toegankelijke paden, bebording, afsluiting en toegangskaarten.
  • Controle: de Belastingdienst en de provincies controleren geregeld of je nog aan de voorwaarden voldoet. Voldoe je niet meer, dan geeft de Belastingdienst dit door aan RVO. Je landgoed kan dan geheel of gedeeltelijk worden onttrokken aan de werking van de NSW, waarna de Belastingdienst het eerder genoten belastingvoordeel met terugwerkende kracht kan invorderen of naheffen.
  • Bewaarplicht documenten: bewaar een kopie van alle ingevulde en ondertekende formulieren en kaarten; deze vormen de bijlagen bij je NSW-beschikking, tenzij ze tijdens de beoordeling zijn aangepast.

Bij kleine onvolkomenheden in de kaarten of de beschrijving kun je deze tijdens het terreinbezoek nog herstellen. Bij grote veranderingen kan een geheel nieuwe aanvraag nodig zijn.

Hoe vraag je de Natuurschoonwet 1928 aan?

Je kunt de NSW-rangschikking het hele jaar door aanvragen; er is geen vaste deadline of tenderronde. De aanvraag verloopt in de volgende stappen.

Stap 1: bijlagen verzamelen en invullen

Voordat je de aanvraag doet, verzamel en vul je alle verplichte bijlagen in. Het werkboek "Rangschikking als landgoed" helpt je hierbij stap voor stap.

Altijd verplicht:

  • Beschrijving van de geschiedenis van het landgoed. Vrije tekst, geen vast format; jij stelt deze op.
  • Topografische terreinkaart. Basis is een actuele topografische kaart (schaal 1:10.000, in grijs zonder tekst) die je bestelt bij het Kadaster; is je landgoed kleiner dan 5 hectare, dan mag een kadastrale kaart als basis. Je tekent hierop zelf de grenzen, terreinsoorten (met kleurcodes) en opstallen in.
  • Opgave Terreinen en opstallen. Vast format (te downloaden), waarin je per terrein het nummer, de oppervlakte, terreintype-code, letter van de opstal, bouwjaar, functionaliteit, openstelling en kenmerkende elementen invult. Jij ondertekent dit formulier ("Ik heb dit formulier volledig en naar waarheid ingevuld").
  • Kadastrale uittreksels (eigendomsinformatie). Aan te vragen bij het Kadaster of via mijn.overheid.nl.
  • Kadastrale kaarten. Eveneens via het Kadaster.
  • Overzicht kadastrale percelen en afmetingen. Aparte bijlage met per perceel de (geschatte) oppervlakte.

Afhankelijk van je situatie stuur je ook mee:

  • Melding Machtiging Natuurschoonwet 1928. Nodig als je landgoed meerdere eigenaren heeft en je alles door één persoon (een van de eigenaren, of een niet-eigenaar zoals een rentmeester) wilt laten regelen. Alle machtiginggevers (eigenaren) ondertekenen dit formulier, en ook de gemachtigde ondertekent.
  • Bewijs van de nauwe historische band tussen de landgoederen (bij aanleun/samenwerkrangschikking met een landgoed van 1 hectare of kleiner).
  • Gezamenlijke verklaring samenwerkrangschikking. Vast format "Opgave Gezamenlijke verklaring bij samenwerkrangschikking". Alle eigenaren van beide landgoederen (of hun gemachtigden) ondertekenen dit formulier.
  • Document over de aanleg van de buitenplaats van vóór 1900 (bij een historische buitenplaats).
  • Besluit aanwijzen Rijksmonument (indien van toepassing).
  • Kleurenfoto's van de opstallen. Schuine opnames voor en achter, diagonaalsgewijs, voorzien van het terreinnummer en de letter van de topografische kaart. Niet nodig voor opstallen onder 2 meter nokhoogte, behalve bij cultuurhistorisch belang.
  • Plan voor beplanting. Vast format "Opgave Plan voor beplanting", inclusief kadastrale kaart met de te beplanten terreinen in groen. Jij ondertekent dit formulier.
  • Uitleg omzoming landbouwterreinen door natuur (indien van toepassing).
  • Openstellings-situatiekaart. Nodig als je je landgoed wilt openstellen: topografische kaart met de grens van het opengestelde deel, wegen en paden (oranje, met totale lengte vermeld), locatie van toegangsborden en eventueel een afgesloten deel.
  • Bijzondere voorwaarden bij openstelling (indien van toepassing).

Stap 2: inloggen regelen

Log je voor het eerst in bij RVO, dan moet je eerst registreren. Als ondernemer gebruik je eHerkenning niveau 2+ of hoger (aanvragen kost enkele dagen verwerkingstijd); als particulier gebruik je DigiD met sms-code of de DigiD-app (ook hier enkele dagen verwerkingstijd).

Wil je iemand machtigen die niet mede-eigenaar is om alles digitaal te regelen? Dan moet eerst één eigenaar zich registreren bij RVO en digitaal de gemachtigde (bijvoorbeeld een rentmeester) machtigen. De overige eigenaren machtigen vervolgens de geregistreerde eigenaar of de gemachtigde, met het formulier Melding Machtiging Natuurschoonwet 1928.

Stap 3: aanvraag indienen

Je vraagt de rangschikking aan via Mijn RVO met het digitale formulier "Rangschikking van uw landgoed aanvragen" (in het werkboek ook aangeduid als "Aanvraag Rangschikking van uw landgoed"). Je logt in met DigiD of eHerkenning, vult het formulier in en stuurt het samen met alle bijlagen op. Bewaar zelf een kopie van alle ingevulde en ondertekende formulieren en kaarten; deze vormen straks (als ze niet tijdens de beoordeling worden aangepast) de bijlagen bij je NSW-beschikking.

Heb je al een gerangschikt landgoed en wil je een perceel toevoegen of iets anders wijzigen? Dan gebruik je niet dit aanvraagformulier, maar het digitale formulier "Wijziging NSW-rangschikking van uw landgoed", met nieuwe kaarten en een aangepaste Opgave Terreinen en opstallen.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Na het indienen beoordeelt RVO je aanvraag samen met de Belastingdienst en de provincie. Hiervoor staat een termijn van 16 weken. Is je aanvraag compleet, dan ontvang je meestal binnen die termijn een beschikking.

Aanvulling en terreinbezoek

Ontbreekt er informatie, dan neemt RVO contact met je op. Pas als je aanvraag compleet is, gaat de behandeling verder; hierdoor kan de beoordeling langer dan 16 weken duren. Tijdens de beoordelingsperiode bezoeken een medewerker van de Belastingdienst of de provincie, samen, je landgoed. Tijdens dit bezoek kun je uitleg geven bij je aanvraag. Zijn de topografische kaarten of de beschrijving niet volledig, dan kun je op dat moment kleine wijzigingen doorgeven; is er meer aan de hand, dan is een nieuwe, aangepaste aanvraag nodig. Ook een herstelperiode kan ervoor zorgen dat de beoordeling langer dan 16 weken duurt.

Besluitvorming

Na het bezoek en een eventuele hersteltermijn geven de Belastingdienst en de provincie advies aan RVO. Op basis daarvan neemt RVO namens de ministeries van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en van Financiën het besluit. Je ontvangt een beschikking waarin staat of, en hoe, je landgoed onder de NSW is gerangschikt.

Gebruik van de beschikking

Met de NSW-beschikking kun je bijvoorbeeld je belastingaangifte doen. Ook kan je gemeente de beschikking gebruiken voor de WOZ-waardering (relevant voor bijvoorbeeld de onroerendezaakbelasting), en kan je bank of beleggingsinstelling de beschikking gebruiken om voor jou een groenverklaring voor de Regeling Groenprojecten aan te vragen.

Verplichtingen tijdens de looptijd

Zolang je landgoed gerangschikt is, gelden doorlopende verplichtingen:

  • Je houdt het landgoed in stand (instandhoudingseis) en in sommige situaties ook in bezit (bezitseis).
  • Verandert er iets aan het landgoed dat gevolgen kan hebben voor de rangschikking, zoals een wijziging van kadastrale percelen of van de gerangschikte terreinen of gebouwen, dan geef je dit door via de procedure "Natuurschoonwet 1928 (NSW): Wijzigingen doorgeven".
  • Heb je een Plan voor beplanting ingediend, dan moet je binnen 3 jaar na de rangschikking de houtopstanden daadwerkelijk hebben aangeplant, inclusief het zelf regelen van eventueel benodigde vergunningen.
  • Stel je je landgoed open voor publiek, dan houd je je aan de voorwaarden over paden, bebording, afsluiting en toegangskaarten.

Controle en gevolgen bij niet-naleving

De Belastingdienst en de provincies controleren geregeld of je je nog aan de voorwaarden houdt. Constateren zij dat dit niet meer het geval is, dan meldt de Belastingdienst dit aan RVO. Je landgoed kan dan geheel of gedeeltelijk worden onttrokken aan de werking van de NSW. Dit kan ertoe leiden dat de Belastingdienst het belastingvoordeel dat je eerder hebt genoten, met terugwerkende kracht alsnog invordert of naheft.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 6 documenten bij deze regeling, waarvan er 1 verplicht is bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

  • Opgave -Terreinen-en-opstallen
    PDF · 1 paginaVerplicht

    Leeg formulier waarop je een overzicht geeft van alle terreinen en opstallen op je landgoed met oppervlakte, terreintype en kenmerken, en dat je altijd meestuurt met je aanvraag.

    Download
  • Rangschikking-als-landgoed-Werkboek
    PDF · 14 pagina'sAanbevolen

    Werkboek dat stap voor stap uitlegt hoe je de aanvraag en alle bijlagen voor de NSW-rangschikking voorbereidt en invult.

    Download
  • Melding-Machtiging-Natuurschoonwet-1928
    PDF · 1 paginaAanbevolen

    Formulier waarmee mede-eigenaren van een landgoed één persoon machtigen om de NSW-zaken voor hen te regelen, te ondertekenen door elke eigenaar en mee te sturen bij de aanvraag als er meerdere eigenaren zijn.

    Download
  • Opgave-Gezamenlijke-verklaring-bij-samenwerkrangschikking-NSW
    PDF · 1 paginaAanbevolen

    Formulier waarin alle betrokken eigenaren gezamenlijk verklaren dat ze een samenwerkrangschikking aanvragen, te ondertekenen door alle eigenaren van beide landgoederen.

    Download
  • Voorbeeld-Opgave-Terreinen-en-opstallen
    PDF · 1 paginaAanbevolen

    Ingevuld voorbeeld van de Opgave Terreinen en opstallen dat je helpt bij het correct invullen van je eigen opgave.

    Download
  • Opgave Plan voor beplanting
    PDF · 1 paginaAanbevolen

    Formulier waarmee je laat zien hoe je binnen 3 jaar voldoende houtopstanden (bos) aanplant als je landgoed daar nu nog niet aan voldoet, nodig als je nog niet genoeg bos of natuurterrein hebt.

    Download

Vraag het dossier

Stel een vraag over Natuurschoonwet 1928. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur; Ministerie van Financiën. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.