Kennisontwikkeling 2017
Samenwerkingsverband Noord-Nederland
Wat is de Kennisontwikkeling 2017?
Kennisontwikkeling 2017 was een subsidie van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN) voor mkb-bedrijven en kennisinstellingen in Drenthe, Fryslân en Groningen die kennis wilden aanboren, ontwikkelen en toepassen. De regeling is gesloten: volgens het loket is aanvragen niet meer mogelijk.
De subsidie was bedoeld voor twee typen projecten. Ten eerste "voorwaardenscheppende projecten": projecten die bestaande netwerken verbeteren (of in uitzonderlijke gevallen nieuwe netwerken opzetten) zodat deze zich meer richten op kennisontwikkeling, kennisuitwisseling en innovatie bij het mkb. Ten tweede "kennisontwikkelingsprojecten": onderzoeksprojecten of vergelijkbare projecten waarin het ontwikkelen van nieuwe kennis centraal staat, met een onderscheidend karakter en uitzicht op innovatie.
Je kreeg 40% van de subsidiabele kosten, met een minimum van € 100.000 en een maximum van € 1.000.000 per project. Het project moest bijdragen aan een betere kennispositie van het mkb binnen de maatschappelijke uitdagingen uit de RIS3 Noord-Nederland (denk aan gezondheid, voedselzekerheid, energie en water).
Aanvragen liep via het EFRO Webportal van het SNN, op basis van een volledig ingevuld aanvraagformulier met verplichte bijlagen. Beoordeling gebeurde niet op tenderbasis maar op volgorde van binnenkomst, met als voorwaarde dat een aanvraag minimaal 70 van de 100 punten haalde op vijf beoordelingscriteria. Het budget voor deze openstelling bedroeg € 6.000.000 en de aanvraagperiode liep van 3 februari 2017 tot en met 1 december 2017.
Omdat de regeling gesloten is, kun je nu geen nieuwe aanvraag meer indienen. Deze informatie is vooral relevant als je een lopend project uit deze regeling nog moet afronden of verantwoorden.
Wie komt in aanmerking voor de Kennisontwikkeling 2017?
Deze subsidie is gesloten: aanvragen is niet meer mogelijk. De onderstaande eisen golden tijdens de openstelling (3 februari 2017 tot en met 1 december 2017) en zijn dus alleen nog relevant om te begrijpen wie destijds in aanmerking kwam.
Harde eisen om in aanmerking te komen:
- Je bent een natuurlijke ondernemingsvorm of een rechtspersoon. Natuurlijke personen zonder onderneming vielen af.
- Je project past bij één van twee typen: een "voorwaardenscheppend project" (het verbeteren of in bijzondere gevallen opzetten van netwerken die kennisontwikkeling en innovatie bij het mkb stimuleren) of een "kennisontwikkelingsproject" (een onderzoeksproject of vergelijkbaar project waarin kennisontwikkeling centraal staat, met een onderscheidend karakter en perspectief op innovatie).
- Het project draagt bij aan specifieke doelstelling B van het OP EFRO: een betere kennispositie van het mkb door samen met bedrijven en/of kennisinstellingen kennis aan te boren, te genereren en naar binnen te halen, binnen de maatschappelijke uitdagingen uit de RIS3 (Gezondheid, demografie en welzijn; Voedselzekerheid, duurzame landbouw en bio-economie; Zekere, schone en efficiënte energie; Schone, veilige watervoorziening).
- De projectresultaten komen ten goede aan Noord-Nederland (Drenthe, Fryslân, Groningen).
- Er is geen sprake van ongeoorloofde staatssteun: het project valt geheel of in delen onder een geldig vrijstellingskader of de-minimisregeling.
- De berekende subsidie bedraagt minimaal € 100.000 per project. Kwam de berekening lager uit, dan werd geen subsidie verstrekt.
- Het project moet binnen drie jaar na de verleningsbeschikking fysiek voltooid zijn (met mogelijkheid tot verlenging, zie verderop).
Wie viel af:
- Aanvragers tegen wie een bevel tot terugvordering uitstond na een eerdere Europese beschikking over onrechtmatige steun.
- Aanvragers die in financiële moeilijkheden verkeerden zoals gedefinieerd in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.
- Projecten die bij de beoordeling minder dan 70 van de 100 punten scoorden (zie de sectie Voorwaarden voor de puntenverdeling).
- Projecten die op het criterium duurzaamheid minder dan 1 punt scoorden, ook als de totaalscore verder voldoende was.
- Projecten waarvan de technische of economische haalbaarheid onvoldoende aannemelijk was, of die niet "obstakelvrij" waren (financieel, ruimtelijk of anderszins).
- Projecten die niet binnen drie jaar na de verleningsbeschikking fysiek voltooid konden worden.
- Aanvragen die na 1 december 2017 werden ontvangen, of die het beschikbare deelplafond van € 6.000.000 al hadden overschreden (verdeling ging op volgorde van binnenkomst).
Let op: dit was geen tender met rangschikking op kwaliteit, maar een regeling op volgorde van binnenkomst ("wie het eerst komt, wie het eerst maalt"), zolang het project ook minimaal 70 punten haalde. Volledige aanvragen die eerder binnenkwamen, gingen dus voor.
Waarvoor krijg je subsidie?
Deze regeling is gesloten, maar voor lopende of nog af te ronden projecten blijft relevant welke kosten subsidiabel waren.
Welke kostensoorten kwamen in aanmerking (op basis van de Verordening 1303/2013, het OP EFRO en de REES):
- Kosten moeten rechtstreeks toe te rekenen zijn aan en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het project. Kosten die daar niet aan voldoen, zijn niet subsidiabel.
- Voor deze regeling gelden geen vaste uurtarieven of aparte percentages per kostensoort. Voor de exacte invulling van subsidiabele kostensoorten verwijst de uitvoeringsregeling naar de algemene bepalingen uit Verordening 1303/2013, het OP EFRO en de REES.
- De subsidiabele kostensoorten konden worden beperkt als de staatssteunregels (met name de Algemene Groepsvrijstellingsverordening) daartoe noopten. Welk vrijstellingskader van toepassing was, moest de aanvrager zelf onderbouwen; een project moest volledig, of in onderdelen elk apart, onder een geldige steuncategorie vallen (zoals artikel 25, 27, 28 en/of 29 AGVV, of de-minimissteun).
Kosten die op grond van de REES in geen geval subsidiabel waren:
- Administratieve en financiële sancties en boetes.
- Winstopslagen binnen een groep of samenwerkingsverband.
- Fooien en geschenken.
- Representatiekosten en -vergoedingen.
- Kosten van personeelsactiviteiten.
- Kosten van overboekingen en annuleringen.
- Gratificaties en bonussen.
- Kosten van outplacementtrajecten.
Periode waarin kosten mochten worden gemaakt:
- Verplichtingen die tot kosten leiden, moesten zijn aangegaan ná de datum waarop het SNN de subsidieaanvraag had ontvangen.
- De werkzaamheden die tot de kosten leiden, moesten zijn verricht vóór de einddatum van het project.
- De kosten moesten zijn betaald binnen 13 weken na de einddatum van de projectperiode, met uitzondering van eventuele accountantskosten voor het verzoek tot definitieve vaststelling; die mochten ook na die 13 weken worden gemaakt en betaald.
- In bijzondere gevallen kon het Dagelijks Bestuur van het SNN afwijken van deze periode-eis, voor zover de Europese staatssteunregels dat toestonden.
Projectperiode:
- Het project moest uiterlijk drie jaar na afgifte van de verleningsbeschikking fysiek zijn voltooid, of alle projectactiviteiten moesten volledig zijn uitgevoerd.
- Deze periode kon met telkens zes maanden worden verlengd, met een uiterste einddatum van 1 juli 2023. Een eerste verlengingsverzoek kon niet eerder dan twee en een half jaar na de verleningsbeschikking worden ingediend; latere verzoeken niet eerder dan zes maanden voor het einde van de dan geldende einddatum.
- Bij verlenging golden strengere realisatie-eisen (zie de secties Hoeveel en Voorwaarden voor de percentages en kortingen die daarbij golden).
Outputindicatoren:
- Bij de aanvraag moest je uit een vaste lijst (bijlage II van de uitvoeringsregeling) de outputindicatoren selecteren die op je project van toepassing waren, met een onderbouwde streefwaarde. Denk aan indicatoren als "aantal ondernemingen dat subsidie ontvangt" (CO02), "aantal ondernemingen dat samenwerkt met onderzoeksinstellingen" (CO26) en "aantal kennisuitwisselingstrajecten tussen mkb-ondernemingen en onderzoeksinstellingen" (PS02).
- Het niet selecteren van relevante outputindicatoren, of het niet goed onderbouwen van de streefwaarde, kon leiden tot afwijzing van de aanvraag.
- Gedurende het project moest de realisatie van deze indicatoren met bewijsstukken worden vastgelegd en gerapporteerd in de voortgangsrapportages en het eindverslag.
Deze regeling richt zich op kennisontwikkeling en netwerkactiviteiten, waarvoor de algemene EFRO/REES-kostenregels golden. Investeringen in gebouwen, apparatuur of vergelijkbare kostenposten vallen hier niet onder.</tekst> </invoke>
Hoeveel subsidie krijg je?
Ook deze bedragen golden tijdens de openstelling in 2017 en zijn nu alleen nog ter referentie.
- Het subsidiepercentage bedraagt 40% van de totale subsidiabele kosten.
- De subsidie bedraagt minimaal € 100.000 per project. Komt de berekening (40% van de subsidiabele kosten) lager uit dan € 100.000, dan wordt geen subsidie verstrekt.
- De subsidie bedraagt maximaal € 1.000.000 per project. Zijn de totale subsidiabele kosten hoger dan € 2.500.000 (het bedrag waarbij 40% al op het maximum van € 1.000.000 uitkomt), dan blijft de subsidie op € 1.000.000 staan. Het effectieve percentage daalt dan onder de 40%.
- Het subsidiepercentage kan lager uitvallen dan 40% per aanvrager, als de regels van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) een lager maximumpercentage voorschrijven, bijvoorbeeld bij experimentele ontwikkeling zonder samenwerking. Dit wordt per begunstigde apart bepaald; bij samenwerkingsprojecten kunnen de percentages van de projectpartners dus verschillen.
- Bij de definitieve vaststelling kan de subsidie lager uitvallen dan verleend, wanneer de gerealiseerde subsidiabele kosten lager zijn dan begroot. Ook dan geldt het vastgestelde subsidiepercentage over de werkelijke kosten.
- Werd de projectperiode voor de eerste keer met zes maanden verlengd (zie Voorwaarden) en is dan niet minimaal 70% van de begrote kosten gemaakt, betaald en subsidiabel gesteld, dan wordt de subsidie in ieder geval 5% lager vastgesteld dan anders het geval zou zijn.
- Werd de projectperiode voor de tweede keer met zes maanden verlengd en is dan niet minimaal 80% van de begrote kosten gemaakt, betaald en subsidiabel gesteld, dan wordt de subsidie ook in dat geval in ieder geval 5% lager vastgesteld.
- Het deelplafond voor deze call bedroeg in totaal € 6.000.000, te verdelen op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Voor de subsidiabele kosten gelden geen aparte tarieven voor specifieke kostensoorten (zoals een vast uurtarief); hiervoor wordt verwezen naar de algemene EFRO- en REES-bepalingen (zie de sectie Waarvoor krijg je subsidie).
Wat zijn de voorwaarden van de Kennisontwikkeling 2017?
Deze regeling is gesloten. De onderstaande voorwaarden en verplichtingen golden tijdens de looptijd van de openstelling en voor de afwikkeling van toegekende projecten.
Hier val je op af
Wat je moet doen na toekenning
- Bij samenwerking tussen meerdere aanvragers is een door alle partijen ondertekende samenwerkingsovereenkomst verplicht, met daarin onder meer de aanwijzing van de penvoerder en de verdeling van verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen.
- Alle aanvragen, verzoeken en voortgangsrapportages binnen een samenwerkingsproject moeten via de penvoerder lopen; het SNN betaalt alleen aan de penvoerder.
- Twee keer per jaar een voortgangsrapportage indienen over de financiële en inhoudelijke voortgang, volgens een vast SNN-format.
- Tijdens de uitvoering de realisatie van de gekozen outputindicatoren registreren en met bewijsstukken onderbouwen; hierover rapporteren in de voortgangsrapportages en het eindverslag.
- Na afronding van de projectactiviteiten een verklaring afgeven (in een SNN-format) dat het project fysiek is afgerond of dat alle activiteiten volledig zijn uitgevoerd. Deze verklaring gaat mee met het vaststellingsverzoek, of moet eerder worden overgelegd op verzoek van het SNN.
- Uiterlijk 13 weken na de einddatum van het project een verzoek om definitieve vaststelling indienen, volgens het SNN-format en voorzien van de gevraagde documenten. Het SNN kan hierbij een rapport van bevindingen van een accountant opvragen; de kosten daarvan zijn voor rekening van het project.
- Bij verlenging van de projectperiode (zie de sectie Waarvoor) gelden aanvullende realisatie-eisen: bij de eerste verlenging moet 70% van de begrote kosten zijn gemaakt, betaald en subsidiabel gesteld; bij de tweede verlenging 80%. Wordt hier niet aan voldaan, dan valt de uiteindelijke subsidie lager uit (zie de sectie Hoeveel).
- Blijft de aanvrager in gebreke met het indienen van een deugdelijke voortgangsrapportage, dan kan het SNN de subsidie intrekken of verlagen.
Beoordelingscriteria en puntenverdeling (totaal maximaal 100 punten, per project ingedeeld als voorwaardenscheppend project of kennisontwikkelingsproject, met een eigen invulling per type):
- a. Bijdrage aan de doelstelling van het OP EFRO: maximaal 30 punten (goed = 30, ruim voldoende = 25, voldoende = 20, matig = 10, onvoldoende = 0). Bij voorwaardenscheppende projecten gaat het om de mate waarin netwerken zich richten op kennisontwikkeling, kennisuitwisseling en innovatie, de laagdrempeligheid voor het mkb en de integrale/cross-sectorale aanpak. Bij kennisontwikkelingsprojecten gaat het om de maatschappelijke betekenis van de resultaten, cross-overs tussen sectoren en de betrokkenheid van mkb'ers.
- b. Mate van innovativiteit: maximaal 25 punten (goed = 25, voldoende = 20, matig = 10, onvoldoende = 0). Bij voorwaardenscheppende projecten: de aannemelijkheid dat de resultaten innovatief zijn en de toevoeging aan het bestaande innovatie-ecosysteem. Bij kennisontwikkelingsprojecten: de innovativiteit van de kennis, de verhouding tot (inter)nationale ontwikkelingen, de kennisinbreng en -uitwisseling tussen partners en de betrokkenheid van relevante partijen.
- c. Kwaliteit van de business case: maximaal 20 punten (goed = 20, voldoende = 15, matig = 10, onvoldoende = 0). Bij voorwaardenscheppende projecten: het verwachte aantal innovatietrajecten dat ontstaat, de haalbaarheid en risico's, de bereidheid tot een eigen bijdrage en de borging van de exploitatie van het netwerk na afloop. Bij kennisontwikkelingsprojecten: de haalbaarheid en risico's, het perspectief op vermarkting van de ontwikkelde kennis, en de bereidheid tot een eigen bijdrage.
- d. Kwaliteit van de aanvraag: maximaal 10 punten (goed = 10, voldoende = 5, onvoldoende = 0). Hier wordt gelet op de helderheid en eenduidigheid van de aanvraag en de organisatorische en subsidietechnische inrichting van het project.
- e. Duurzaamheid: maximaal 15 punten (goed = 15, voldoende = 10, matig = 5, neutraal = 1, onvoldoende = 0). Beoordeeld wordt de bijdrage op de aspecten "people" (opleiding, arbeidsvitaliteit, werkgelegenheid, maatschappelijke impact), "planet" (CO2-reductie, energiebesparing, grondstof- en watergebruik, omgang met afval, impact op de leefomgeving) en "profit" (bijdrage aan bewustwording over een circulaire en inclusieve economie, profilering als duurzame onderneming). Daarnaast wordt getoetst of het project voldoet aan de basisvereisten op het gebied van milieu, non-discriminatie en gelijke kansen; een negatief effect op deze aspecten is niet toegestaan.
De criteria worden eerst kwalitatief beoordeeld ("goed", "ruim voldoende", "voldoende", "matig", "neutraal" of "onvoldoende") door een deskundigencommissie, die dit omzet in de puntenscores hierboven. Deze commissie adviseert het Dagelijks Bestuur van het SNN, dat vervolgens besluit.
Hoe vraag je de Kennisontwikkeling 2017 aan?
Deze regeling is gesloten: er kan geen nieuwe aanvraag meer worden ingediend. De onderstaande stappen golden voor aanvragen die tijdens de openstellingsperiode (3 februari 2017 tot en met 1 december 2017) werden ingediend, en zijn nu vooral relevant als achtergrond bij lopende dossiers.
Stap 1: Aanvraag indienen
- Een subsidieaanvraag werd ingediend bij het SNN via het daarvoor ontwikkelde webportal, bereikbaar via www.snn.nl (nu: https://www.efro-webportal.nl/mijn-1420/).
- Verplicht: een volledig ingevuld aanvraagformulier van het SNN, met gebruikmaking van de door het SNN verstrekte vaste formats.
- Verplichte bijlagen bij het aanvraagformulier, zoals genoemd in dat formulier.
- Bij samenwerking tussen meerdere partijen was ook een samenwerkingsovereenkomst nodig, ondertekend door alle deelnemende partijen. Hierin staat onder meer wie penvoerder is (degene die de aanvraag indient en namens het samenwerkingsverband optreedt) en hoe verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen zijn verdeeld. Deze overeenkomst mocht ook later worden overgelegd, tot een door het SNN te stellen termijn na de beschikking; ontbrak de overeenkomst binnen die termijn, dan verviel het recht op subsidie.
- Voor elk gekozen type project (voorwaardenscheppend of kennisontwikkeling) moest je de relevante outputindicatoren uit bijlage II selecteren en onderbouwde streefwaardes opgeven.
- Aanvragen werden beoordeeld op volgorde van binnenkomst; bij een onvolledige aanvraag geldt de datum van complete aanvraag als peildatum voor de rangschikking.
Stap 2: Compleetheidstoets en toets op afwijzingsgronden
- Het SNN controleerde eerst of de aanvraag volledig was.
- Daarna werd getoetst of er geen afwijzingsgronden van toepassing waren, zoals onvoldoende bijdrage aan de doelstelling, staatssteunproblemen, financiële moeilijkheden bij de aanvrager, of een lopend terugvorderingsbevel.
Stap 3: Beoordeling door de deskundigencommissie
- Voldeed de aanvraag aan de basisvoorwaarden, dan werd deze voorgelegd aan een deskundigencommissie van externe deskundigen (op het gebied van onder meer innovatie, business cases, duurzaamheid, arbeidsmarkt en de koolstofarme economie).
- Deze commissie beoordeelde het project op de vijf criteria uit artikel 8 van de uitvoeringsregeling (zie de sectie Voorwaarden) en gaf een advies aan het Dagelijks Bestuur van het SNN.
Stap 4: Besluit en verleningsbeschikking
- Het Dagelijks Bestuur van het SNN (in de praktijk gemandateerd aan de Bestuurscommissie Economische Zaken) nam het besluit over subsidieverlening.
- Bij toekenning ontving de aanvrager een verleningsbeschikking met daarin onder andere de einddatum van de projectperiode.
Stap 5: Uitvoering en rapportage
- Tijdens de uitvoering moest twee keer per jaar een voortgangsrapportage worden ingediend volgens een vast SNN-format.
- Bevoorschotting kon worden aangevraagd: 20% van de maximaal verleende subsidie zodra met de uitvoering was gestart, en eventueel extra voorschotten op basis van gemaakte en betaalde kosten bij het indienen van een voortgangsrapportage. Voorschotten samen bedroegen maximaal 80% van de verleende subsidie, of tot 100% als het alleen ging om voorschotten op basis van gemaakte en betaalde kosten.
Stap 6: Vaststelling
- Uiterlijk 13 weken na de einddatum van het project moest een verzoek om definitieve vaststelling (de einddeclaratie) worden ingediend bij het SNN, via het daarvoor beschikbaar gestelde format.
- Verplicht bij te voegen: een verklaring dat het project fysiek is afgerond of dat alle projectactiviteiten volledig zijn uitgevoerd, in het SNN-format.
- Afhankelijk van de omstandigheden kon het SNN daarnaast een rapport van bevindingen opvragen, opgesteld door een accountant. De kosten hiervan zijn voor rekening van het project.
- Het SNN controleerde of de werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens het projectplan en welke kosten daarvoor daadwerkelijk zijn gemaakt, en stelde op basis daarvan het definitieve subsidiebedrag vast.
Voor vragen over lopende dossiers kun je contact opnemen met Team Europese subsidies van het SNN via kennisontwikkeling@snn.nl of telefonisch op 0505224900 (op werkdagen tussen 08:30 en 17:00 uur, met aangepaste bereikbaarheid van 08:30 tot 12:00 uur tussen 20 juli en 14 augustus).
Wat gebeurt er na je aanvraag?
Deze regeling is gesloten voor nieuwe aanvragen. De onderstaande procedure gold voor aanvragen die tijdens de openstelling zijn ingediend en is relevant voor de afwikkeling van lopende projecten.
Wie beoordeelt en hoe:
- Het SNN controleerde eerst of de aanvraag compleet was. Was dat niet het geval, dan werd de aanvraag afgewezen, met een bericht via het EFRO Webportal.
- Een complete aanvraag werd voorgelegd aan een deskundigencommissie, die het project beoordeelde op de vijf criteria uit artikel 8 van de uitvoeringsregeling (zie de sectie Voorwaarden) en advies gaf over toekenning.
- Bij een score van minimaal 70 van de 100 punten, waarvan minimaal 1 punt op duurzaamheid, adviseerde de commissie het SNN om subsidie toe te kennen.
- Het SNN toetste vervolgens ook of de aanvraag voldeed aan de (Europese) regelgeving en regionale beleidskaders: de beleidsregel call Kennisontwikkeling 2017, de REES, de AGVV, het OP EFRO, de RIS3 en de NIA.
- Was ook deze toetsing positief, dan werd de subsidie verleend.
- Aanvragen werden op volgorde van binnenkomst behandeld en gehonoreerd totdat het deelplafond van € 6.000.000 was bereikt.
Uitbetaling tijdens de looptijd:
- Na start van de uitvoering kon een voorschot van 20% van de maximaal verleende subsidie worden verstrekt. Dit voorschot werd niet verleend als het SNN op dat moment een obstakel bij de uitvoering constateerde.
- Daarnaast kon, gelijk met of na indiening van een voortgangsrapportage, een voorschot worden verstrekt op basis van de gemaakte en betaalde kosten waarop die rapportage betrekking had. De hoogte werd berekend door deze kosten te vermenigvuldigen met het percentage dat volgt uit de verleende subsidie gedeeld door de totale subsidiabele kosten.
- De voorschotten samen (het vaste voorschot en de kostengerelateerde voorschotten) bedroegen maximaal 80% van de verleende subsidie. Zagen de voorschotten uitsluitend op gemaakte en betaalde kosten, dan konden ze oplopen tot maximaal 100% van de verleende subsidie.
- Bleef de subsidieontvanger in gebreke met het indienen van een deugdelijke voortgangsrapportage, dan kon het SNN de subsidie intrekken of verlagen.
Verplichtingen tijdens de looptijd:
- Twee keer per jaar een voortgangsrapportage indienen over de financiële en inhoudelijke voortgang, in het door het SNN vastgestelde format.
- De realisatie van de gekozen outputindicatoren bijhouden met bewijsstukken, en hierover rapporteren.
- Bij samenwerkingsprojecten: de penvoerder houdt bij welke andere ondernemingen direct van de subsidie profiteren en op welke manier, en rapporteert dit in de voortgangsrapportages.
- Bij (dreigende) vertraging of afwijking van het projectplan: tijdig melden bij het SNN.
Vaststelling en einduitbetaling:
- Uiterlijk 13 weken na de einddatum van het project moet het verzoek om definitieve vaststelling (de einddeclaratie) worden ingediend, in het SNN-format.
- Hierbij hoort een verklaring dat het project fysiek is afgerond of dat alle activiteiten volledig zijn uitgevoerd.
- Het SNN kan daarnaast een rapport van bevindingen van een accountant opvragen; de kosten hiervan zijn voor rekening van het project.
- Het SNN controleert of de werkzaamheden volgens het projectplan zijn uitgevoerd en welke kosten daadwerkelijk zijn gemaakt, en stelt op basis daarvan het definitieve subsidiebedrag vast. Zijn de gerealiseerde subsidiabele kosten lager dan begroot, dan wordt de subsidie met het geldende percentage over de werkelijke kosten lager vastgesteld.
- Bij verlenging van de projectperiode gelden strengere realisatie-eisen (70% respectievelijk 80% van de begrote kosten gemaakt, betaald en subsidiabel gesteld); wordt hier niet aan voldaan, dan wordt de einduitkering in ieder geval 5% lager vastgesteld.
- Het SNN kan de betaling volgend uit de vaststellingsbeschikking opschorten als de financiering vanuit de Europese Commissie niet beschikbaar is.
Welke documenten heb je nodig?
Het loket publiceert 5 documenten bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.
- Openstellingsbesluit EIP Fryslân 2026DownloadPDF · 19 pagina's
- Uitvoeringsregeling Call Kennisontwikkeling 2017DownloadPDF · 33 pagina's
Vraag het dossier
Stel een vraag over Kennisontwikkeling 2017. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- Kennisontwikkeling 2017snn.nl · gecontroleerd 3 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Samenwerkingsverband Noord-Nederland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.