GeslotenRijk · Landelijk · Subsidie

Woningbouwimpuls

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Ook bekend als WBI

Wat is de Woningbouwimpuls?

De Woningbouwimpuls (WBI) is een rijksbijdrage voor gemeenten die woningbouwprojecten financieel niet uit de grond krijgen. Het geld dekt een deel van het publiek financieel tekort dat ontstaat door noodzakelijke investeringen zoals wegen, bodemsanering of het weghalen van hindergevende bedrijven, zodat de bouw van (vooral betaalbare) woningen toch kan starten.

Alleen gemeenten kunnen aanvragen, eventueel samen met andere gemeenten of via een gemeenschappelijke regeling. Bij de uitvoering mag je samenwerken met woningcorporaties, ontwikkelaars of andere partijen en hen geld doorbetalen, maar dan moet je zelf op de staatssteunregels letten.

Je project moet minimaal 200 woningen opleveren, waarvan minimaal 50% betaalbaar. De bijdrage is maximaal 50% van het aantoonbare publiek financieel tekort; de andere helft moet je gemeente (of andere overheden) zelf dekken. Er geldt geen maximumbedrag per aanvraag, wel een totaalbudget voor deze ronde van € 39.258.492. Je kunt in deze 9e ronde maximaal 3 projectaanvragen per gemeente indienen.

De aanvraag loopt via een online formulier bij RVO met eHerkenning niveau 2+. Het aanvraagloket is nu tijdelijk gesloten en opent op 15 september 2026 om 09:00; sluiting is 8 oktober 2026 om 17:00. Er wordt niet op volgorde van binnenkomst toegekend: een onafhankelijke toetsingscommissie rangschikt alle aanvragen op kwaliteit en de beste plannen krijgen het geld. Voorafgaand kun je gratis een adviesgesprek (impulskamer) aanvragen bij RVO, tot en met 4 september 2026.

Wie komt in aanmerking voor de Woningbouwimpuls?

Om voor de Woningbouwimpuls in aanmerking te komen, moet je aanvraag aan alle onderstaande harde eisen voldoen. Voldoe je aan één punt niet, dan valt de aanvraag af.

Je bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
Je bent een gemeente of projectontwikkelaar
Je rechtsvorm is Overheid
De definitieve beoordeling ligt bij Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Wie mag aanvragen

  • Alleen een gemeente kan de WBI aanvragen, niet een woningcorporatie, ontwikkelaar of andere organisatie rechtstreeks.
  • Meerdere gemeenten mogen samen een gemeente-overschrijdend project indienen, maar de aanvraag moet door één gemeente worden ingediend.
  • Een gemeenschappelijke regeling mag namens de deelnemende gemeenten aanvragen als het mandaat dat toelaat.
  • Je kunt in deze 9e ronde maximaal 3 projectaanvragen per gemeente indienen.

Harde eisen aan het project

  • Er is sprake van een afgebakend, samenhangend projectgebied. Samenhang moet blijken uit minimaal 2 van de 3 indicatoren: organisatorisch, geografisch of financieel.
  • Het project voegt minimaal 200 woningen netto toe (bruto toe te voegen woningen minus te slopen woningen). Onzelfstandige woningen tellen niet mee; voor de definitie van een woning geldt de CBS-definitie.
  • Minimaal 50% van de woningen is betaalbaar: sociale huur, middenhuur (aanvangshuur tussen liberalisatiegrens en € 1.228,07 per maand in 2026, of het lagere gemeentelijke maximum als dat is vastgelegd) of betaalbare koop (verkoopprijs tot en met € 420.000).
  • De bouw is nog niet begonnen. Woningen waarvan de bouw al gestart of afgerond is, tellen niet mee.
  • De bouw van de eerste woningen start binnen 3 jaar na toekenning, de laatste woningen binnen 10 jaar na toekenning.
  • Het project heeft een aantoonbaar publiek financieel tekort, veroorzaakt door noodzakelijke maatregelen op het gebied van infrastructurele ontsluiting, stikstofreductie, bodemsanering of uitplaatsing van hinderveroorzakende activiteiten.
  • De gevraagde bijdrage is maximaal 50% van het publiek financieel tekort; de andere 50% wordt gedekt door de gemeente en/of andere overheden, met voldoende hardheid op het moment van aanvraag (instemming college van B en W, eventueel onder voorbehoud van de gemeenteraad).
  • De regeling is niet bedoeld voor voorfinanciering van een project en ook niet om toekomstige publieke tekorten af te dekken.
  • Een tekort op een vastgoedexploitatie (in plaats van een publieke grondexploitatie) komt niet in aanmerking. De WBI vervangt ook niet het kostenverhaal of een bijdrage aan een private partij of corporatie.

Wanneer je afvalt

  • Als je project al eerder een WBI-bijdrage heeft ontvangen voor dezelfde woningen, kun je daarvoor geen nieuwe aanvraag doen (tenzij de eerdere bijdrage is terugvorderd). Voor een netto uitbreiding van hetzelfde project kan wel een nieuwe aanvraag als dat deel op zichzelf aan alle voorwaarden voldoet.
  • Voor betaalbare woningen die al een rijksbijdrage uit tranche 1 t/m 7 hebben ontvangen, kan geen Realisatiestimulans meer worden ontvangen; vanaf tranche 8 wordt een verwachte Realisatiestimulans-bijdrage verrekend met de gevraagde WBI-bijdrage.
  • Het is geen selectie op volgorde van binnenkomst: ook een op zichzelf geldige aanvraag kan afvallen als het beschikbare budget van € 39.258.492 op is en de aanvraag lager scoort dan andere aanvragen bij de kwaliteitsrangschikking.

Waarvoor krijg je subsidie?

De Woningbouwimpuls vergoedt niet losse kostenposten met een vast tarief per stuk, maar draagt bij aan het publiek financieel tekort (de publieke onrendabele top) van je project. Dat tekort bestaat uit publieke kosten die niet worden gedekt door publieke opbrengsten. Alle bedragen worden exclusief btw opgevoerd, op prijspeil 1 januari 2026.

Kostensoorten die je mag opvoeren

  • Verwerving/inbrengwaarde van grond en vastgoed, tegen marktwaarde (de hoogste van gebruikswaarde en herontwikkelingswaarde), onderbouwd met een taxatie of waarde-advies van een onafhankelijke deskundige, niet ouder dan 1 jaar (3 maanden of jonger geldt als actueel).
  • Standaard sanering en bodemverbetering.
  • Standaard sloopkosten, met onderbouwing van de omvang in m² bvo per (deel)locatie.
  • Kosten tijdelijke exploitatie.
  • Kosten bouwrijp maken.
  • Kosten woonrijp maken.
  • Plankosten en kosten voor voorbereiding, toezicht en uitvoering (VTU), volgens de plankostenscan uit de Omgevingsregeling.
  • Onvoorzien/risicoreservering: financiële vertaling van projectrisico's, hetzij als losse post, hetzij verwerkt in andere kostenposten (dan moet je toelichten waar).
  • Niet-verrekenbare/niet-compensabele btw: een aparte post voor btw die niet uit het btw-compensatiefonds teruggevorderd kan worden.
  • Twee "vrije kostenposten" voor overige, nader te onderbouwen kosten (zoals planschade/nadeelcompensatie, onderbouwd met een onafhankelijke taxatie of planschaderisicoanalyse).
  • De vier categorieën noodzakelijke maatregelen waarvoor de WBI specifiek is bedoeld: infrastructurele ontsluiting/bereikbaarheid, verlaging stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden, bodemsanering (verplicht binnen het projectgebied), en uitplaatsing van hinderveroorzakende activiteiten.
  • Investeringen uit het verleden die specifiek en volledig toerekenbaar zijn aan het project, mogen als boekwaarde (peildatum 2025) worden opgevoerd, inclusief historische plankosten die passen binnen de plankostenscan.

Rekenregels en tarieven

  • Uitgangspunt voor kosten is de kostensoortenlijst uit het Omgevingsbesluit (artikel 8.15 en bijlage IV) en de plankostenscan (Omgevingsregeling).
  • Bij maatregelen die ook profijt opleveren voor andere gebieden (bovenplanse maatregelen) reken je toe volgens de ptp-criteria: profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit. Je moet aantonen dat er een causaal verband is met je project, dat de kosten proportioneel zijn aan het profijt, en een onderbouwde inschatting geven van kosten en toerekenbaarheid.
  • Indexatie van kosten en opbrengsten is standaard 2,00% per jaar; afwijken hiervan moet je motiveren.
  • Btw die je terugvraagt uit het btw-compensatiefonds voer je apart op, alleen voor het toerekenbare deel van de investeringen.

Wat niet mag

  • Kosten voor publieke functies zoals scholen, culturele centra en sportvoorzieningen mogen niet worden opgevoerd.
  • Het wegvallen van baten uit de huidige vastgoedexploitatie mag niet als kostenpost worden opgevoerd.
  • Een tekort op een vastgoedexploitatie (in plaats van een publieke grondexploitatie) komt niet in aanmerking; de WBI is geen vervanging van kostenverhaal of een bijdrage aan een private partij of corporatie.
  • Rentekosten en andere financiële afboekingen uit het verleden mogen niet als kostenpost worden opgevoerd.
  • Losse kosten voor "betaalbaarheid van woningen" (zoals gederfde inkomsten door een groter betaalbaar programma) mogen niet apart worden opgevoerd; dit effect zit al verwerkt in de lagere grondopbrengsten of het kostenverhaal.
  • Voor gebouwd parkeren geldt: je kunt geen apart onrendabel deel van parkeergarages als losse kostenpost opvoeren. Parkeren op publieke grond werkt door in de opbrengst uit grondverkoop; parkeren op private grond loopt via het kostenverhaal, eventueel met een negatieve exploitatiebijdrage als parkeren verliesgevend is.
  • Bijdragen aan of vervanging van bijdragen van andere rijksregelingen op maatregelniveau (zoals de regeling aandachtsgroepen, SFT of WOKT) mogen niet dubbel worden opgevoerd; je kiest of je de betreffende woningen en subsidie meeneemt (met toelichting) of buiten de aanvraag laat.
  • Een verwachte bijdrage uit de Realisatiestimulans wordt automatisch verrekend met (in mindering gebracht op) je WBI-aanvraag.

Opbrengsten die het tekort verlagen

Tegenover de kosten staan opbrengsten die het publiek tekort verkleinen: opbrengsten uit verkoop van bouwrijpe/woonrijpe grond, opbrengsten uit kostenverhaal bij private ontwikkeling, opbrengsten uit tijdelijke exploitatie, en overige rijksbijdragen dan de WBI. Het publiek tekort is wat resteert na deze opbrengsten en na de correctie voor de Realisatiestimulans.

Hoeveel subsidie krijg je?

De bijdrage uit de Woningbouwimpuls bedraagt maximaal 50% van het aantoonbare publiek financieel tekort (de publieke onrendabele top) van je project. De andere minimaal 50% moet gedekt zijn door de gemeente en/of andere overheden (medeoverheden), met voldoende hardheid op het moment van aanvraag.

Er is geen maximumbedrag dat een gemeente per aanvraag mag vragen. Wel is er een totaalbudget voor deze 9e ronde van € 39.258.492. Zodra dit plafond bereikt is, kunnen aanvragen die op zichzelf aan de voorwaarden voldoen, toch niet gehonoreerd worden omdat het geld op kwaliteit wordt verdeeld en niet op volgorde van binnenkomst.

Het publiek financieel tekort wordt berekend als de contante waarde van de netto kasstroom van publieke kosten en opbrengsten, op prijspeil 1 januari 2026. De hoogte van het tekort, en daarmee de hoogte van de bijdrage, hangt af van:

  • de omvang van de noodzakelijke maatregelen (infrastructuur, stikstof, bodemsanering, uitplaatsing hinderactiviteiten) die toerekenbaar zijn aan het project,
  • de opbrengsten uit grondverkoop en/of kostenverhaal, die lager uitvallen naarmate het aandeel betaalbare woningen groter is,
  • eventuele andere rijksbijdragen (zoals de Realisatiestimulans), die worden verrekend met het tekort en dus de gevraagde WBI-bijdrage verlagen,
  • macro-aftopping: als private opbrengsten onvoldoende zijn om publieke maatregelen volledig te verhalen, kan dat het tekort en daarmee de bijdrage verhogen, mits goed onderbouwd.

Je ontvangt bij toekenning 100% van het toegekende bedrag als voorschot. Bij de eindverantwoording, uiterlijk in het elfde jaar na toekenning, wordt de bijdrage definitief vastgesteld. Blijkt het werkelijke tekort lager dan geraamd, dan kan de minister een deel terugvorderen. Blijkt het tekort hoger, dan wordt de bijdrage niet met terugwerkende kracht verhoogd: dat risico ligt bij de gemeente. Wordt niet meer voldaan aan de minimale eisen (200 woningen, 50% betaalbaar, startbouwtermijnen), dan is (deels) terugvordering aan de orde.

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
9e ronde15 sep 20268 okt 2026-Tender (rangschikking na sluiting)
Ronde 3--€ 253 mln-
Ronde 1--€ 335 mln-
Ronde 5--€ 118 mln-
Ronde 4--€ 112 mln-
Ronde 2--€ 266 mln-
Ronde 6--€ 301 mln-

Wat zijn de voorwaarden van de Woningbouwimpuls?

Hier val je op af

Voordat je aanvraag inhoudelijk beoordeeld wordt, moet zij voldoen aan de harde voorwaarden: minimaal 200 woningen netto, minimaal 50% betaalbaar, een afgebakend samenhangend projectgebied, bouw die nog niet gestart is, startbouw eerste woningen binnen 3 jaar en laatste woningen binnen 10 jaar na toekenning, een aantoonbaar publiek financieel tekort door noodzakelijke maatregelen, en minimaal 50% cofinanciering door gemeente/medeoverheden. Voldoe je hier niet aan, dan wordt de aanvraag niet in behandeling genomen of afgewezen.

Waarop wordt beoordeeld

  1. Na de volledigheidscheck door RVO gaat de aanvraag naar het ministerie van VRO en een onafhankelijke toetsingscommissie. Deze rangschikt alle aanvragen op kwaliteit aan de hand van vier hoofdcriteria met een vaste weging:
  2. Noodzaak: 30%
  3. Effectiviteit: 30%
  4. Efficiëntie: 15%
  5. Urgentie: 25%

Wat je moet doen na toekenning

  • Na een positieve beschikking gelden verplichtingen tijdens de hele looptijd van het project:
  • Je legt jaarlijks verantwoording af via de SiSa-systematiek (single information, single audit). De SiSa-coördinator van je gemeente begeleidt dit proces.
  • Een jaar na toekenning, en daarna jaarlijks, is er een voortgangsgesprek met VRO/RVO over de stand van het project.
  • Je meldt belangrijke wijzigingen actief via wbi@rvo.nl, in elk geval als: het aantal (betaalbare) woningen lager uitvalt dan in de beschikking, de startdatum van de bouw meer dan 3 jaar na toekenning vertraagt, of de maatregelen uit de beschikking wijzigen.
  • Substantiële wijzigingen (bijvoorbeeld een lager aandeel betaalbaar dan 50%, een lagere cofinanciering, een significant lager publiek tekort, of het wegvallen van een grote maatregel) moet je onderbouwen met een officieel wijzigingsverzoek: een ondertekende brief plus wijzigingsformat. Dit kan leiden tot aanpassing van de beschikking en (proportionele) terugvordering.
  • Het woningbouwprogramma mag niet naar beneden worden bijgesteld ten opzichte van de beschikking; dat kan leiden tot terugvordering. Meer woningen toevoegen wordt juist positief beoordeeld, zolang het aandeel betaalbaar minimaal 50% blijft.
  • Zorg dat je zelf, als gemeente, let op de staatssteunregels als je de bijdrage doorgeeft aan derden zoals corporaties of ontwikkelaars.
  • Definitieve vaststelling van de bijdrage vindt plaats bij de eindverantwoording, uiterlijk in het elfde jaar na toekenning, op basis van de daadwerkelijk gerealiseerde prestaties, kosten, opbrengsten en cofinanciering.

Het criterium urgentie ligt vooraf al vast en wordt niet apart door de commissie beoordeeld, maar telt wel mee in de einduitkomst. Urgentie bestaat uit twee subcriteria:

  • Omvang woningbouwopgave: een vaste score tussen 2 en 8 punten, afhankelijk van het functioneel woningmarktgebied waarin de gemeente ligt (bijvoorbeeld Den Haag 8 punten, Maastricht 2 punten; zie de tabel per woningmarktregio).

Bij de beoordeling van noodzaak wordt onder meer gekeken naar het realiteitsgehalte van het publiek onrendabele top: een analist valideert de kosten- en opbrengstenposten, de risicoreservering en hoe de gemeente het plan heeft geoptimaliseerd (ruimtegebruik, programma). Bij hardheid van het plan speelt de ingevulde vragenlijst planning en hardheid een rol; een vastgestelde gemeenteraadsbeslissing of actieve grondexploitatie is niet verplicht, maar kan de onderbouwing van de hardheid versterken.

Hoe vraag je de Woningbouwimpuls aan?

De aanvraag voor de 9e tranche kun je indienen tussen 15 september 2026 09:00 en 8 oktober 2026 17:00, via een online aanvraagformulier van RVO. Hiervoor heb je minimaal eHerkenning niveau 2+ nodig met de machtiging "RVO diensten op niveau eH2+". Zorg dat je dit middel op tijd regelt, want het aanvragen ervan kost tijd.

Stap 1: voorbereiden en optioneel een adviesgesprek

Gebruik het concept-aanvraagformulier, het achtergronddocument en de veelgestelde vragen om je aanvraag voor te bereiden. Heb je vragen, dan kun je een gratis, vertrouwelijk adviesgesprek (impulskamer) van een uur aanvragen met experts van het Expertteam Woningbouw en een beleidsmedewerker van VRO. Vul daarvoor het WBI Deelnameformulier Impulskamers in en mail dit naar wbi@rvo.nl. Je kunt een impulskamer reserveren tot en met 4 september 2026; de laatste gesprekken vinden plaats in week 36. De inhoud van dit gesprek heeft geen invloed op de beoordeling van je aanvraag.

Stap 2: aanvraagformulier en verplichte bijlagen invullen

Bij de definitieve indiening via het online formulier van RVO horen de volgende verplichte bijlagen (het digitale formulier kan op onderdelen afwijken van het concept):

  • Aanbiedingsbrief, ondertekend namens het college van burgemeester en wethouders. Gebruik het beschikbare format. De brief moet in elk geval de gevraagde bijdrage noemen, een toezegging over het langer betaalbaar houden van de woningen, een verklaring dat aan de voorwaarden wordt voldaan, en een toezegging over de regeling van de cofinanciering.
  • Kaartmateriaal (maximaal 2 A4's) met de huidige en toekomstige situatie van het projectgebied, inclusief plangrenzen.
  • Indieningsspreadsheet 9e tranche Woningbouwimpuls: het financiële rekenmodel met tabbladen voor begroting/prognose, plangebied en ruimtegebruik, opbrengsten uit grondverkoop, onderbouwing kostenverhaal, specificatie maatregelen en planning startbouw. Alleen de geel gearceerde cellen mag je invullen; deze moeten volledig en eenduidig zijn en de ingebouwde controles moeten op groen staan.
  • Toelichting op de begroting en maatregelen (bijlage 4): een op zichzelf leesbare toelichting per begrotingspost, met onderbouwing van de ptp-toepassing (profijt, toerekenbaarheid, proportionaliteit) bij bovenplanse maatregelen. Richtlijn: maximaal 15 pagina's (geen harde eis).
  • Recent taxatierapport of waardebepaling, opgesteld door een onafhankelijke deskundige, niet ouder dan 1 jaar, ter onderbouwing van de inbreng- of verwervingswaarde.
  • Plankostenraming, ter onderbouwing van de plankosten.
  • Optioneel: overige onderbouwende documenten voor de begroting en maatregelen.
  • Vragenlijst planning en hardheid: een spreadsheet met vragen over de voorfase, contractuele afspraken, ruimtelijke procedures, contractering van de bouwende partij, de omgevingsvergunning en de realisatiefasering. Alle lichtblauwe cellen moeten ingevuld zijn.
  • Optioneel: verklaringen van betrokken partijen zoals marktpartijen, corporaties of de provincie, gebundeld in één document.
  • Optioneel: een document van maximaal 10 pagina's dat de kwaliteit van het plan onderbouwt, met eventuele verwijzing naar later op te vragen stukken zoals een stedenbouwkundig plan.
  • Optioneel: vrije bijlage, maximaal 10 pagina's.
  • Optioneel: overzicht van op te vragen documenten ter ondersteuning van de aanvraag.

Stap 3: indienen en volledigheidscheck

Je dient de volledige aanvraag digitaal in via het RVO-loket voor 8 oktober 2026 17:00. RVO controleert eerst alle aanvragen op volledigheid voordat ze naar het ministerie van VRO en de toetsingscommissie gaan.

Let op: bij een gemeente-overschrijdende aanvraag dient één gemeente de aanvraag in namens de samenwerkende gemeenten; leg onderlinge financiële afspraken goed vast, want elke gemeente die middelen doorontvangt, moet dit rechtstreeks bij VRO verantwoorden.

Verdeling: Tender (rangschikking na sluiting). Een sterke, complete aanvraag maakt het verschil.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Na sluiting van het loket op 8 oktober 2026 controleert RVO eerst alle aanvragen op volledigheid. Volledige aanvragen gaan naar het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO), dat ze voorlegt aan een onafhankelijke toetsingscommissie. Deze commissie rangschikt alle aanvragen naar kwaliteit op basis van de vier hoofdcriteria (noodzaak, effectiviteit, efficiëntie, urgentie) en adviseert de minister van VRO, die de uiteindelijke beslissing neemt. Het gaat dus niet om volgorde van binnenkomst: de beste aanvragen krijgen de uitkering, tot het budget van € 39.258.492 op is.

Je krijgt binnen 13 weken na sluiting van het aanvraagloket bericht over de uitkomst. De minister kan deze termijn eenmalig verlengen met 13 weken.

Uitbetaling

Bij toekenning ontvang je 100% van het toegekende bedrag als voorschot. Er is dus geen gefaseerde bevoorschotting op basis van voortgang; het hele bedrag komt in één keer.

Verplichtingen tijdens de looptijd

Na toekenning gelden verplichtingen die doorlopen tot de eindverantwoording:

  • Jaarlijkse verantwoording via de SiSa-systematiek (single information, single audit); je gemeentelijke SiSa-coördinator begeleidt dit.
  • Jaarlijks voortgangsgesprek met accounthouders van VRO/RVO, voor het eerst een jaar na toekenning.
  • Eventueel regionale kennisbijeenkomsten en doorlopend contact via wbi@rvo.nl of het Expertteam Woningbouw.
  • Je meldt belangrijke wijzigingen proactief: een lager aantal (betaalbare) woningen dan in de beschikking, vertraging van de startbouw tot meer dan 3 jaar na toekenning, of wijzigingen in de opgevoerde maatregelen. Bij substantiële wijzigingen (zoals een lager aandeel betaalbaar dan 50%, minder cofinanciering, een aanmerkelijk lager publiek tekort, of het wegvallen van een grote maatregel) dien je een officieel wijzigingsverzoek in met een ondertekende brief en wijzigingsformat; dit kan de beschikking aanpassen.
  • Het woningbouwprogramma mag niet naar beneden worden bijgesteld; dat kan leiden tot (proportionele) terugvordering, zeker als niet meer aan de minimale eisen (200 woningen, 50% betaalbaar) wordt voldaan. Meer woningen toevoegen wordt gunstig beoordeeld, mits het aandeel betaalbaar minimaal 50% blijft.
  • Als de startbouwtermijnen (3 jaar voor de eerste woningen, 10 jaar voor de laatste) uiteindelijk niet gehaald worden, kan dat leiden tot gedeeltelijke terugvordering.

Eindverantwoording en definitieve vaststelling

De definitieve vaststelling van de bijdrage vindt plaats bij de eindverantwoording, na verantwoording van het tiende jaar (uiterlijk in het elfde jaar) of eerder als het project al is afgerond. Hierbij worden beoordeeld: de daadwerkelijk gerealiseerde prestaties (via SiSa), de gerealiseerde publieke kosten en opbrengsten, een toelichting op de verschillen met de oorspronkelijke aanvraag, en een verantwoording van het gerealiseerde kostenverhaal. Blijkt het tekort bij afrekening lager dan geraamd, dan kan de minister een deel terugvorderen; blijkt het tekort hoger, dan komt dat voor rekening van de gemeente, want de bijdrage kan achteraf niet omhoog worden bijgesteld.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 11 documenten bij deze regeling, waarvan er 4 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

En nog 3 andere bestanden in het dossier.

Veelgestelde vragen over de Woningbouwimpuls

Wanneer kan ik in de 9e ronde een aanvraag indienen voor de Woningbouwimpuls?

De aanvraagperiode start op dinsdag 15 september 2026 om 09:00 uur en sluit op donderdag 8 oktober 2026 om 17:00 uur.

Hoeveel budget is er beschikbaar in de 9e ronde?

Het totale budget voor de 9e ronde is € 39.258.492. Er is geen maximum bedrag dat een gemeente mag aanvragen.

Hoeveel projectaanvragen mag mijn gemeente indienen?

In de 9e ronde kunt u als gemeente maximaal 3 projectaanvragen indienen, afzonderlijk of samen met andere gemeenten.

Aan welke voorwaarden moet mijn project minimaal voldoen?

Uw aanvraag moet gaan over een afgebakend projectgebied, u moet minimaal 200 woningen bouwen waarvan minimaal 50% betaalbaar is, de bouw mag nog niet begonnen zijn, de eerste woningen moeten binnen 3 jaar na toekenning starten en de laatste binnen 10 jaar, en het project moet een aantoonbaar publiek financieel tekort hebben.

Wat wordt verstaan onder betaalbare woningen?

Betaalbare woningen zijn sociale huurwoningen, huurwoningen voor middeninkomens en betaalbare koopwoningen met een verkoopprijs tot en met de betaalbare koopgrens van € 420.000.

Hoeveel procent van het publiek financieel tekort mag de Woningbouwimpuls maximaal dekken?

De bijdrage van de Woningbouwimpuls bedraagt maximaal 50% van het publiek financieel tekort. De andere 50% moet door de gemeente en/of andere overheden gedekt zijn.

Mag ik de Woningbouwimpuls gebruiken voor voorfinanciering van mijn project?

Nee, de Woningbouwimpuls is niet bedoeld voor voorfinanciering van een project. U mag de regeling ook niet gebruiken om risico's af te dekken voor mogelijke publieke tekorten in de toekomst.

Voor welke maatregelen kan ik een bijdrage uit de Woningbouwimpuls aanvragen?

U kunt een bijdrage aanvragen voor maatregelen die noodzakelijk zijn voor woningbouw: infrastructurele ontsluiting (zoals wegen of bruggen), verlagen van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden, saneren van de bodem, en het verplaatsen van hinderveroorzakende activiteiten.

Kan ik een adviesgesprek aanvragen voordat ik een aanvraag indien?

Ja, u kunt een impulskamer aanvragen: een digitaal adviesgesprek van één uur met één of twee experts. U vult daarvoor het deelnameformulier in en mailt dit naar wbi@rvo.nl. Dit kan tot en met 4 september 2026, en het gesprek is vertrouwelijk zonder gevolgen voor uw aanvraag.

Hoe worden aanvragen voor de Woningbouwimpuls beoordeeld?

Bij deze regeling krijgen de beste aanvragen een uitkering, niet de eerste. Na sluiting beoordeelt RVO de aanvragen op volledigheid, waarna een onafhankelijke toetsingscommissie ze rangschikt naar kwaliteit. Deze commissie adviseert de minister, die de uiteindelijke beslissing neemt.

Binnen hoeveel weken krijg ik bericht over mijn aanvraag?

U krijgt binnen 13 weken na sluiting van het aanvraagloket bericht over de uitkomst van uw aanvraag. De minister kan deze termijn met 13 weken verlengen.

Krijg ik de uitkering als voorschot?

Ja, u ontvangt 100% van het toegekende bedrag als voorschot. U moet wel verantwoording afleggen over de besteding en de uitvoering van het project.

Hoe verloopt de jaarlijkse verantwoording van mijn project?

Een jaar na toekenning wordt contact met u opgenomen om de voortgang te bespreken, en dit gesprek wordt jaarlijks herhaald. De jaarlijkse verantwoording gebeurt via de SiSa-systematiek (single information, single audit).

Wanneer moet ik wijzigingen in mijn project melden?

U moet een e-mail sturen naar wbi@rvo.nl als u verwacht dat het aantal (betaalbare) woningen kleiner wordt dan in de beschikking, als de startdatum van de bouw meer dan 3 jaar na toekenning vertraagd is, of als u wijzigingen verwacht in de genoemde maatregelen.

Kan er sprake zijn van staatssteun bij de Woningbouwimpuls?

Op het niveau tussen minister en gemeente is er geen sprake van staatssteun. Bij het doorgeven van de bijdrage door de gemeente aan derden kan er wel sprake zijn van staatssteun. De gemeente moet hier zelf op letten.

Wat is de betaalbare koopgrens bij de start van de 9e tranche in 2026?

De betaalbare koopgrens is in 2026 € 420.000.

Wat is de maximale huurgrens voor middenhuurwoningen bij de start van de 9e tranche?

Bij aanvang van de negende tranche in 2026 is de maximale aanvangshuur voor middenhuurwoningen € 1.228,07 per maand, behorend bij een WWS-waardering van 186 punten. Als de gemeentelijke verordening een lagere bovengrens vastlegt, geldt dat lagere bedrag.

Kan ik gemeente-overschrijdend een aanvraag indienen?

Ja, het is mogelijk om gemeente-overschrijdend een aanvraag in te dienen, als voldaan wordt aan de criteria rondom afbakening en de aanvraag door één gemeente wordt ingediend.

Telt een netto of bruto toevoeging van woningen mee voor de eis van 200 woningen?

Het gaat om een netto toevoeging: het totaal aantal te bouwen woningen minus het totaal aantal te slopen woningen moet ten minste 200 woningen per project zijn.

Wanneer geldt startbouw als bereikt?

Het moment van startbouw is het moment dat werkzaamheden aan de fundering van een woning of complex van woningen beginnen, niet het moment van voorbereidende werkzaamheden zoals bouwrijp maken.

Is een taxatie of waarde-advies verplicht bij de aanvraag?

Ja, in de aanvraag moet de actuele inbrengwaarde onderbouwd worden aan de hand van een taxatie of waarde-advies, opgesteld door een onafhankelijke deskundige. Het document mag niet ouder zijn dan één jaar.

Mag ik afwijken van de taxatiewaarde in mijn aanvraag?

Afwijken is mogelijk als het woningbouwprogramma is gewijzigd waardoor er meer betaalbare woningen worden gerealiseerd, of als er nieuwe of betere inzichten zijn over de kostenposten. U moet de afwijking dan onderbouwen in bijlage 4. Afwijken om andere redenen is niet toegestaan.

Welk prijspeil moet ik gebruiken voor kosten en opbrengsten?

U moet gebruikmaken van prijspeil 1 januari 2026.

Kunnen kosten voor maatschappelijke voorzieningen zoals scholen worden opgevoerd?

Nee, kosten voor publieke functies als scholen, culturele centra en sportvoorzieningen kunnen niet als kosten worden opgevoerd.

Gaat de aanvraag via eHerkenning?

Ja, de aanvraag gaat via eHerkenning. U heeft minimaal eHerkenning niveau 2+ nodig met de machtiging 'RVO diensten op niveau eH2+'.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Woningbouwimpuls. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.