Open voor aanvragenRijk · Landelijk · Subsidie

Tijdelijke subsidieregeling walstroom zeeschepen klimaat 2024-2026

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ook bekend als Walstroom Klimaat, Walstroom 2024-2026

Wat is de Tijdelijke subsidieregeling walstroom zeeschepen klimaat 2024-2026?

Deze regeling geeft subsidie voor de aanleg van een walstroomvoorziening voor zeeschepen in een Nederlandse zeehaven, AFIR-haven of AFIR-terminal. Walstroom betekent dat zeeschepen aan de kade elektriciteit uit het net kunnen gebruiken in plaats van hun eigen dieselgeneratoren te laten draaien, wat de CO2-uitstoot vermindert. Je kunt de subsidie ook gebruiken voor eigen opwek van hernieuwbare elektriciteit (zoals zonnepanelen of windmolens), eventueel met een batterij, als maatregel tegen netcongestie.

De regeling is voor in Nederland gevestigde rechtspersonen die van plan zijn een walstroomvoorziening aan te leggen, alleen of in een samenwerkingsverband. Er zijn drie categorieën: terminals met AFIR-status (categorie A), terminals zonder AFIR-status die wel bijdragen aan de AFIR-verplichting op havenniveau (categorie B), en terminals die niet aan AFIR bijdragen maar gericht zijn op CO2-reductie (categorie C).

Voor categorie A en B krijg je maximaal 45% van de subsidiabele kosten, voor categorie C maximaal 30%. Het maximale subsidiebedrag is € 5.500.000, daarboven geldt een aftrek voor exploitatiewinst. Het totale budget is € 10.031.271, waarvan het deel voor categorie A en B al overtekend is; voor categorie C is nog ruimte.

Je vraagt aan met eHerkenning niveau 3 via het RVO-loket, tussen 19 mei 2026 09:00 uur en 1 oktober 2026 17:00 uur. Verplicht zijn onder meer een projectplan, begroting, CO2-berekening en, afhankelijk van je categorie, aanvullende onderbouwingen. Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst van een volledige aanvraag behandeld, met loting bij gelijktijdige overschrijding van het plafond.

Wie komt in aanmerking voor de Tijdelijke subsidieregeling walstroom zeeschepen klimaat 2024-2026?

Je komt in aanmerking als je een in Nederland gevestigde rechtspersoon bent die van plan is een walstroomvoorziening aan te leggen voor de energievoorziening van zeeschepen in een Nederlandse zeehaven, AFIR-haven of AFIR-terminal. Dit kan ook in een samenwerkingsverband met meerdere rechtspersonen, waarbij een van hen als penvoerder de aanvraag indient.

Je bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
Je bent een onderneming of samenwerkingsverband
De definitieve beoordeling ligt bij Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Harde eisen waar je op afvalt:

  • De voorziening moet grotendeels bedoeld zijn voor de energievoorziening van zeeschepen in Nederlandse zeehavens of een AFIR-terminal. Is dat niet het hoofddoel, dan komt het project niet in aanmerking.
  • De walstroom moet op gelijkwaardige en niet-discriminerende wijze en tegen marktvoorwaarden beschikbaar zijn voor alle belangstellende gebruikers bij de betreffende kade of terminal.
  • Je mag niet starten met de werkzaamheden voordat je de subsidieaanvraag hebt ingediend. Begin je toch eerder, dan val je af.
  • De startdatum van het project moet uiterlijk 6 maanden na de datum van de beschikking tot subsidieverlening liggen.
  • De aanleg moet binnen 4 jaar klaar zijn.
  • Bij een hoogspanningsvoorziening moet deze (ontwerp, installatie en testen) voldoen aan de technische norm IEC/ISO/IEEE 80005-1:2019.
  • De nominale productiecapaciteit van een eventuele on-site installatie voor hernieuwbare elektriciteit mag niet groter zijn dan het maximale nominale uitgangsvermogen van de walstroominstallatie waarop deze is aangesloten.

Daarnaast gelden per categorie extra knock-outeisen:

  • Categorie A (AFIR-terminal): je moet aantonen dat de terminal in de afgelopen 3 jaar voldoende aanlopen had van de relevante scheepssegmenten (meer dan 100 containerzeeschepen, of meer dan 40 ro-ro-/hogesnelheidspassagiersvaartuigen, of meer dan 25 andere passagiersschepen, telkens groter dan 5.000 brutoton). Kun je dit niet onderbouwen, dan val je in deze categorie af.
  • Categorie B (AFIR-bijdrage): de terminal moet in het voorafgaande kalenderjaar door minimaal 50 zeeschepen zijn aangedaan (geen ondergrens in brutoton) én je moet een verklaring van de havenbeheerder meesturen dat de walstroomvoorziening nodig is om op havenniveau aan de AFIR-verplichting te voldoen. Ontbreekt een van beide, dan komt de aanvraag niet in aanmerking.
  • Categorie C (CO2-reductie): de kade of terminal moet in het voorafgaande jaar door minimaal 50 zeeschepen zijn aangedaan. Heeft de terminal meerdere kades, dan mag je de aanlopen optellen.

Verder val je af of loop je risico als:

  • je aanvraag niet volledig is en je deze niet op tijd aanvult (voor de sluitingsdatum);
  • je meer dan € 5,5 miljoen subsidie aanvraagt zonder de verplichte exploitatiewinstberekening mee te sturen;
  • je onderneming kwalificeert als "onderneming in moeilijkheden";
  • het subsidieplafond van je categorie al is bereikt voordat je volledige aanvraag binnen is. Het budget voor categorie A en B is voor deze aanvraagperiode al overtekend; je kunt nog wel aanvragen indienen tot de sluiting, maar honorering is dan niet zeker. Voor categorie C is nog budget beschikbaar.

Let ook op netcongestie: als je regio een overbelast elektriciteitsnet heeft, kun je op een wachtlijst van de netbeheerder terechtkomen voor een nieuwe of zwaardere aansluiting. Dit is geen knock-outeis van de subsidie zelf, maar kan je project wel vertragen of onmogelijk maken.

Waarvoor krijg je subsidie?

Je krijgt subsidie voor de kosten van de aanschaf en installatie van een walstroomvoorziening, plus een beperkt aantal direct daaraan gerelateerde kostensoorten. Alleen kostensoorten die in de modelbegroting zijn opgenomen komen in aanmerking. Kosten voer je exclusief btw op; kun je de btw niet verrekenen met de belastingdienst, dan meld je dat in het toelichtingenveld.

Kostensoorten die subsidiabel zijn:

  • Aanschaf en installatie van de walstroomvoorziening. Dit is de kern van de regeling: de kosten voor het aanschaffen en installeren van de walstroominstallatie zelf.
  • Voorbereidende kosten voor de aanschaf en installatie van de walstroomvoorziening, direct voorafgaand aan de investering.
  • Ondersteunende infrastructuur zoals stroomkabels, voor zover deze tot de walstroomvoorziening zelf behoren, inclusief een zakelijke netaansluiting bestemd voor de walstroomvoorziening. Kabels die tot het algemene elektriciteitsdistributienet horen en onder het beheer van de netbeheerder vallen, zijn nadrukkelijk niet subsidiabel.
  • Maatregelen voor het mitigeren van netcongestie, zoals on-site opwek van hernieuwbare elektriciteit (zonnepanelen, windmolens, of een aggregaat op hernieuwbare brandstof), eventueel gecombineerd met een batterij. Voorwaarde is dat de nominale productiecapaciteit van deze opwekinstallatie niet groter is dan het maximale nominale uitgangsvermogen van de walstroominstallatie waarop hij is aangesloten.
  • Projectspecifieke personeelskosten. Voor de berekening van uurtarieven kies je één van drie methodes per deelnemer: de integrale kostensystematiek, de directe loonkosten plus een vaste opslag van 50%, of een forfaitair uurtarief van € 80. Je onderbouwt per functie de rol in het project, de activiteiten, het uurtarief en het aantal begrote uren.
  • Kosten voor gronden en gebouwen, als verwerving of anderszins in gebruik krijgen (huur, erfpacht, recht van opstal, lease) noodzakelijk is voor het project. Bij huur of lease krijg je alleen subsidie voor het deel dat binnen de projectduur valt.
  • Kosten voor installaties en machines. Deze moeten uitsluitend voor het project zijn aangeschaft en na afloop van het project blijven bijdragen aan het doel van de subsidie. Je moet deze kosten kunnen activeren op je balans.
  • Materialen en hulpmiddelen. Verbruikte materialen zijn stoffen voor eenmalig gebruik in het project die na bewerking geen zelfstandige zaak meer zijn. Hulpmiddelen zijn zelfstandige zaken die speciaal voor het project zijn aangeschaft, niet langer dan de projectduur worden gebruikt en na afloop niet meer bruikbaar zijn.
  • Immateriële activa die op de balans worden geactiveerd, maar geen materie betreffen.
  • Aan derden verschuldigde kosten, zoals advieskosten en legeskosten.
  • Opslagen voor inflatie, mits je motiveert en onderbouwt hoe deze inflatie is berekend.

Kosten komen alleen in aanmerking als ze rechtstreeks aan het project zijn toe te rekenen, voor eigen rekening van de subsidieaanvrager komen, en gemaakt worden na het indienen van de aanvraag en vóór de einddatum van het project. Werkzaamheden die al gestart zijn voordat je de aanvraag indiende, komen dus niet in aanmerking.

Kosten die uitdrukkelijk niet subsidiabel zijn:

  • Kosten voor (administratief) projectmanagement: voortgangsmonitoring, contracten opstellen tussen samenwerkingspartijen, voortgangsrapportages voor RVO, planning, budgettering, escaleren naar een stuurgroep, projectbesturing en projectbewaking. Deze vallen onder de algemene opslag in het forfaitaire uurtarief.
  • Kosten voor "onvoorzien".
  • Kosten voor accountant om de controleverklaring op te stellen.
  • Binnenlandse reiskosten.
  • Kosten voor kennisverspreidingsactiviteiten.
  • Kosten voor het opstellen van een risicomanagementmodel.
  • Kosten voor de administratieve verantwoording.
  • Marketingkosten.
  • Financieringskosten.
  • Kosten die je rechtstreeks in de winst- en verliesrekening verantwoordt.
  • Kosten ten behoeve van het algemene elektriciteitsdistributienet, die tot het beheer van de netwerkbeheerder behoren.
  • Winstopslagen bij een transactie binnen een groep, tenzij deze opslag ook gebruikelijk is bij soortgelijke transacties buiten de groep.

Voor het bepalen van de exploitatiewinst (relevant als je meer dan € 5,5 miljoen subsidie aanvraagt) tellen exploitatiekosten zoals personeelskosten, materialen, uitbestede diensten, communicatie, energie, onderhoud, huur en administratie mee, maar afschrijvingslasten en financieringskosten die door de investeringssteun gedekt zijn, tellen daarbij niet mee.

Hoeveel subsidie krijg je?

De hoogte van je subsidie hangt af van je categorie en van de omvang van je subsidiabele kosten.

Voor categorie A en B (terminals met AFIR-status, of terminals die bijdragen aan de AFIR-verplichting op havenniveau) krijg je maximaal 45% van de subsidiabele kosten.

Voor categorie C (terminals gericht op CO2-reductie, zonder AFIR-bijdrage) krijg je maximaal 30% van de subsidiabele kosten.

Het maximale subsidiebedrag per aanvraag is € 5.500.000. Vraag je niet meer dan dit bedrag aan, dan bereken je de subsidie simpelweg door de subsidiabele kosten te vermenigvuldigen met het geldende percentage (45% of 30%).

Vraag je meer dan € 5,5 miljoen aan, dan moet je eerst de verwachte exploitatiewinst op de subsidiabele kosten in mindering brengen voordat het percentage wordt toegepast. Hiervoor stuur je een exploitatiewinstberekening mee, volgens de handleiding en het bijbehorende format. Exploitatiewinst is hierbij het positieve verschil tussen de gedisconteerde inkomsten en de gedisconteerde exploitatiekosten over de economische levensduur van de investering.

Het totale subsidieplafond voor deze aanvraagperiode (2026) is € 10.031.271. Dit is verdeeld in twee deelbudgetten:

  • Categorie A en B samen: € 5 miljoen voor aanvraagperiode 2026 (voor de hele looptijd van de regeling in totaal € 170 miljoen). Dit deelbudget is al overtekend, maar je kunt nog aanvragen indienen tot de sluitingsdatum.
  • Categorie C: € 5.031.271 voor aanvraagperiode 2026 (voor de hele looptijd van de regeling in totaal € 10 miljoen). Dit deelbudget is nog niet overtekend.

Is het plafond van jouw categorie al bereikt op het moment dat je volledige aanvraag binnenkomt, dan kom je niet meer in aanmerking, ook al voldoe je aan alle andere eisen. Komen er op één dag meerdere volledige aanvragen binnen die samen het plafond overschrijden, dan bepaalt loting de volgorde van toekenning.

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
202619 mei 20261 okt 2026€ 10 mln-

Wat zijn de voorwaarden van de Tijdelijke subsidieregeling walstroom zeeschepen klimaat 2024-2026?

Hier val je op af

Je bent een in Nederland gevestigde rechtspersoon, eventueel onderdeel van een samenwerkingsverband met een aangewezen penvoerder.
De walstroomvoorziening is grotendeels bedoeld voor de energievoorziening van zeeschepen in Nederlandse zeehavens of een AFIR-terminal.
De walstroom is beschikbaar op gelijkwaardige en niet-discriminerende wijze en tegen marktvoorwaarden voor alle belangstellende gebruikers bij de kade of terminal.
Je start niet met de werkzaamheden voordat je de aanvraag hebt ingediend.
De startdatum van het project ligt uiterlijk 6 maanden na de beschikking tot subsidieverlening.
De aanleg is binnen 4 jaar klaar.
Een hoogspanningsvoorziening (ontwerp, installatie, testen) voldoet aan norm IEC/ISO/IEEE 80005-1:2019.
De nominale productiecapaciteit van een eventuele opwekinstallatie voor hernieuwbare elektriciteit is niet groter dan het maximale uitgangsvermogen van de walstroominstallatie.
Categorie A: onderbouwing dat de terminal de afgelopen 3 jaar voldeed aan de AFIR-drempels (meer dan 100 containerzeeschepen, 40 ro-ro-/hogesnelheidspassagiersvaartuigen, of 25 andere passagiersschepen, > 5.000 brutoton).
Categorie B: minimaal 50 zeeschepen in het voorafgaande kalenderjaar én een verklaring van de havenbeheerder (verplicht RVO-format) dat de voorziening nodig is voor de AFIR-verplichting op havenniveau. Uit die verklaring moet blijken dat de terminal in voldoende mate bijdraagt aan walstroomvoorzieningen voor minstens 90% van het betreffende AFIR-scheepssegment.
Categorie C: minimaal 50 zeeschepen in het voorafgaande jaar (aanlopen op meerdere kades van dezelfde terminal mogen worden opgeteld).

Beoordeling

Komen er op één dag meerdere volledige aanvragen binnen die samen het subsidieplafond overschrijden, dan bepaalt loting de onderlinge rangschikking. Er is geen tender met vergelijking van projecten op kwaliteit; het gaat om "wie het eerst volledig binnen is, komt eerst aan de beurt", tot het budget van je categorie op is.

Wel moet je claims in je projectplan goed onderbouwen: een niet-onderbouwde claim kan niet op waarde worden geschat, wat feitelijk als een impliciet beoordelingscriterium werkt bij de inhoudelijke toets van je plan.

Na de subsidieverlening gelden de volgende verplichtingen tijdens de looptijd van je project:

  • Je dient jaarlijks een voortgangsrapportage in (maximaal 10 pagina's, lettergrootte 10 pt), met onder meer inhoudelijke afwijkingen, financiële afwijkingen, planningsafwijkingen, afwijkingen in betrokken partijen, afwijkingen in het kadegebruik, informatie over andere subsidies, knelpunten en publiciteit. Je krijgt hiervoor tijdig een herinneringsmail.
  • Bij essentiële wijzigingen in je project (inhoudelijke wijzigingen, vertraging, het niet kunnen voldoen aan een verplichting) vraag je vooraf toestemming via een wijzigingsverzoek. Doe je dit niet, dan loop je het risico dat je geen subsidie krijgt voor de gewijzigde projectdelen of zelfs voor het hele project.
  • Je verleent medewerking aan een evaluatie en verstrekt tot 5 jaar na de datum van subsidievaststelling gegevens over de effecten van je activiteiten, waaronder de hoeveelheid jaarlijks geleverde elektriciteit van de walstroomvoorziening en een inschatting van de behaalde CO2-reductie.
  • Zo snel mogelijk na afronding van je project, maar uiterlijk 13 weken na de einddatum, dien je een verzoek tot vaststelling in, met een eindrapportage (maximaal 15 pagina's, lettergrootte 10 pt).
  • Is het vast te stellen subsidiebedrag per deelnemer en per project € 125.000 of hoger, dan voeg je een controleverklaring van een accountant toe (volgens het controleprotocol en het model controleverklaring publieke sector). Iedere deelnemer die € 125.000 of meer wil laten vaststellen, stuurt zo'n verklaring mee.
  • Bij een hoogspanningsinstallatie stuur je bij de eindrapportage het certificaat mee waaruit blijkt dat deze voldoet aan de geldende norm.

Voor het controleprotocol geldt een controletolerantie van 2% voor fouten en onzekerheden samen op het totaal van de kosten (niet per afzonderlijke kostenpost). Geconstateerde en niet-gecorrigeerde fouten en onzekerheden die individueel of gezamenlijk meer dan 2% bedragen, moeten door de accountant worden gerapporteerd.

Hoe vraag je de Tijdelijke subsidieregeling walstroom zeeschepen klimaat 2024-2026 aan?

Je vraagt de subsidie aan via het RVO eLoket, tussen 19 mei 2026, 9.00 uur en 1 oktober 2026, 17.00 uur. Je hebt hiervoor eHerkenning niveau 3 nodig; vraag dit tijdig aan, want dit duurt ongeveer 1 tot 5 werkdagen.

Stap 1: Voorbereiden

Verzamel voordat je begint de volgende gegevens: naam, adres, kvk-nummer, SBI-code en bankrekeninggegevens van alle deelnemers aan een eventueel samenwerkingsverband.

Stap 2: Verplichte documenten opstellen

  • Projectplan: gebruik uitsluitend het RVO-format (model projectplan walstroom zeeschepen klimaat). Ander formats worden niet geaccepteerd. Maximaal 15 pagina's exclusief bijlagen, lettergrootte 9 of 10 pt. Het plan bevat onder meer een openbare samenvatting (max. een half A4), een beschrijving van de terminal/kade en categorie, de betrokken partijen, de walstroomvoorziening, netcongestie-mitigerende maatregelen, planning, begroting, risico's en de CO2-berekening. Wordt ingevuld en ingediend door de aanvrager (of penvoerder bij een samenwerkingsverband).
  • Begroting: gebruik uitsluitend het RVO-format (modelbegroting walstroom klimaat). Onderbouw deze met offertes en berekeningen.
  • CO2-berekening: bereken de jaarlijks vermeden CO2-uitstoot volgens de handleiding CO2-emissiereductie berekening, op basis van scheepstype, aantal aanlopen en ligtijd aan de kade in 2025.
  • Mkb-verklaring (als je een mkb-onderneming bent) of Verklaring stimulerend effect grote bedrijven (als je een grote onderneming bent).

Stap 3: Documenten afhankelijk van je situatie

  • Vraag je subsidie voor categorie A aan? Voeg een onderbouwing toe van het aantal schepen (containerzeeschepen, ro-ro-/hogesnelheidspassagiersvaartuigen of andere passagiersschepen boven 5.000 brutoton) dat de terminal de afgelopen 3 jaar heeft aangedaan.
  • Vraag je subsidie voor categorie B aan? Voeg een onderbouwing toe van het aantal zeeschepen dat de terminal het voorafgaande jaar heeft aangedaan (minimaal 50) én de verklaring havenbeheerder AFIR-bijdrage, ingevuld met het verplichte RVO-format. Deze verklaring wordt ondertekend door de havenbeheerder (naam, datum, handtekening) en bevestigt dat de walstroomvoorziening nodig is voor de AFIR-verplichting op havenniveau en dat de terminal in voldoende mate bijdraagt aan walstroomvoorzieningen voor minstens 90% van het betreffende scheepssegment.
  • Vraag je subsidie voor categorie C aan? Voeg een onderbouwing toe van het aantal zeeschepen (minimaal 50) dat de kade of terminal het voorafgaande jaar heeft aangedaan.
  • Is er een samenwerkingsverband? Stuur een samenwerkingsovereenkomst mee met minimaal: het doel van de samenwerking, verantwoordelijkheden van de partners, de duur van de samenwerking, namen en handtekeningen van alle partners, en de bevestiging dat de deelnemers een penvoerder aanwijzen en machtigen. Voeg ook een machtiging penvoerder toe (machtiging dat de penvoerder namens de deelnemer mag optreden).
  • Vraag je meer dan € 5,5 miljoen subsidie aan? Voeg een exploitatiewinstberekening toe, opgesteld volgens de handleiding exploitatiewinstberekening en het format exploitatiewinstbegroting.
  • Is de subsidieaanvrager niet zelf de exploitant van de terminal of kade? Stuur een verklaring (vrije tekst) waarin de exploitant instemt met de subsidieaanvraag.
  • Verklaring dat je op de hoogte bent van de informatie over ondernemingen in moeilijkheden; elke deelnemer in het samenwerkingsverband vult het beslisschema in en ondertekent de bijbehorende verklaring (verklaring geen ondernemer in moeilijkheden).
  • Een recente (geconsolideerde) jaarrekening van iedere deelnemer, niet ouder dan 18 maanden. Maakt een deelnemer onderdeel uit van een groep, dan stuur je de jaarrekening van de groep mee.
  • Een organogram van iedere deelnemer (of de groep) waaruit de aandelenverdeling en overwegende zeggenschap blijkt.

Stap 4: Indienen

Dien je volledige aanvraag in via het eLoket met eHerkenning niveau 3. De dag van binnenkomst van de volledige aanvraag is bepalend voor de volgorde van behandeling, niet het tijdstip. Is je aanvraag bij eerste indiening niet volledig, dan mag je deze aanvullen tot uiterlijk de sluitingsdatum van de regeling (1 oktober 2026, 17.00 uur); de eerste datum van binnenkomst vervalt dan en de datum waarop je aanvraag volledig is, geldt als nieuwe ontvangstdatum. Zolang je aanvraag niet volledig is, krijgen wel-volledige aanvragen voorrang, dus je "reserveert" geen plek met een onvolledige aanvraag.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Beoordeling en termijn

Je ontvangt zo snel mogelijk een beslissing, maar uiterlijk binnen 13 weken na ontvangst van je volledige aanvraag. Deze termijn kan eenmalig met 13 weken worden verlengd. Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst van de volledige aanvraag (de dag telt, niet het tijdstip). Komen er op één dag meerdere volledige aanvragen binnen die samen het subsidieplafond overschrijden, dan bepaalt een loting de onderlinge rangschikking en daarmee wie subsidie krijgt.

Wijzigingen tijdens de looptijd

Verandert er iets in je project, dan dien je een wijzigingsverzoek in. Voor essentiële wijzigingen (bijvoorbeeld inhoudelijke aanpassingen, vertraging van het project, of het niet kunnen voldoen aan een verplichting) vraag je vooraf om toestemming. Doe je dit niet, dan loop je het risico dat je geen subsidie ontvangt voor de gewijzigde projectdelen, of zelfs voor het hele project.

Verplichtingen tijdens de looptijd

  • Je dient jaarlijks een voortgangsrapportage in via het verplichte model (maximaal 10 pagina's, lettergrootte 10 pt). Je krijgt hiervoor tijdig een herinneringsmail. De rapportage gaat in op inhoudelijke afwijkingen, financiële afwijkingen, afwijkingen in planning, betrokken partijen en kadegebruik, andere subsidies, knelpunten en eventuele publiciteit.
  • Je verleent medewerking aan een evaluatie en verstrekt tot 5 jaar na de datum van subsidievaststelling gegevens over de effecten van je activiteiten, waaronder de jaarlijks geleverde elektriciteit van de walstroomvoorziening en een inschatting van de behaalde CO2-reductie.

Vaststelling en uitbetaling

Zo snel mogelijk na afronding van je project, maar uiterlijk 13 weken na de einddatum van je project, dien je een verzoek tot vaststelling in. Hierbij voeg je een eindrapportage toe volgens het verplichte model (maximaal 15 pagina's, lettergrootte 10 pt), met onder meer een openbare samenvatting, een beschrijving van de resultaten, afwijkingen ten opzichte van het projectplan (inhoudelijk, financieel, planning, betrokken partijen, kadegebruik), informatie over andere ontvangen subsidies, geleerde lessen en publiciteit. Bij een hoogspanningsinstallatie stuur je ook het bijbehorende certificaat mee.

Is het vast te stellen subsidiebedrag per deelnemer en per project € 125.000 of hoger, dan voeg je een controleverklaring van een accountant toe, opgesteld volgens het controleprotocol en het model controleverklaring publieke sector. Deze controle toetst zowel de getrouwe weergave van de verantwoording als de rechtmatige besteding van de middelen, met een controletolerantie van 2% van het totaal van de kosten voor fouten en onzekerheden samen.

Bij de vaststelling wordt het subsidiebedrag definitief: RVO beoordeelt of je de gestelde doelen hebt behaald, waarna de afrekening van de subsidiegelden volgt.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 10 documenten bij deze regeling, waarvan er 9 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

En nog 2 andere bestanden in het dossier.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Tijdelijke subsidieregeling walstroom zeeschepen klimaat 2024-2026. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.