GeslotenRijk · Landelijk · Subsidie

Subsidieregeling Waterstof in mobiliteit (SWIM)

RVO (Rijksdienst voor Ondernemingen)

Ook bekend als SWIM

Wat is de Subsidieregeling Waterstof in mobiliteit (SWIM)?

SWIM is subsidie voor waterstoftankstations en waterstofvoertuigen of -werktuigen, aan te vragen door een samenwerkingsverband. Je vraagt aan als penvoerder namens een consortium waarin altijd een exploitant van een waterstoftankstation en een vervoers- of logistieke onderneming zitten. Het idee is dat tankstation en voertuigen elkaar in één project versterken: zonder voertuigen geen afname, zonder tankstation geen plek om te tanken.

Je krijgt subsidie voor de bouw, uitbreiding of upgrade van een waterstoftankstation (ook multimodaal, of mobiele waterstofdragers zoals tubetrailers), voor de aanschaf van nieuwe emissievrije waterstofvoertuigen of -werktuigen, en voor retrofitting van bestaande voertuigen naar waterstof. Het maximum per aanvraag is € 12 miljoen.

De regeling werkt met een tender: je vraagt aan tussen 1 april 2026, 09:00 uur en 13 mei 2026, 17:00 uur. Op het moment van schrijven is het loket tijdelijk gesloten voor aanvragen. Het totale budget voor deze openstelling is € 45.000.000. Na sluiting worden alle aanvragen gerangschikt op kwaliteit en krijgen de hoogst scorende projecten subsidie totdat het budget op is; te laat of onvolledig scoren betekent dus niet automatisch afwijzing, maar wel een kleinere kans.

Na toekenning krijg je een voorschot, moet je jaarlijks rapporteren over de voortgang, en na afronding vraag je de definitieve vaststelling aan. Voor voertuigen geldt een instandhoudingsverplichting van 48 maanden.

Wie komt in aanmerking voor de Subsidieregeling Waterstof in mobiliteit (SWIM)?

Je komt alleen in aanmerking als je een samenwerkingsverband vormt en aan een reeks harde voorwaarden voldoet. Wie hieraan niet voldoet, valt af, ook als het project op zich goed is.

Je bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
Je bent een onderneming
Je bent een mkb-onderneming
Je sector valt onder SBI 4921, 4922, 4923, 4930, 5221, 5222, 5229
Je vraagt aan in een samenwerkingsverband
Deze regeling vereist meerdere partners.
De definitieve beoordeling ligt bij RVO (Rijksdienst voor Ondernemingen).

Wie mag aanvragen:

  • Alleen de penvoerder van een samenwerkingsverband van ondernemingen kan aanvragen, niet een individueel bedrijf.
  • Elke deelnemer moet ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel en een vestiging in Nederland hebben.
  • Het samenwerkingsverband moet minimaal bestaan uit een exploitant van een waterstoftankstation en een onderneming die actief is in transport of logistiek.
  • Publiekrechtelijke zelfstandige bestuursorganen, provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen mogen geen deel uitmaken van het samenwerkingsverband.

Wie afvalt op het tankstation:

  • Het tankstation moet geschikt zijn voor zwaar wegvervoer. Is de vergunning alleen aangevraagd voor licht vervoer, dan geldt het tankstation niet als geschikt, ook niet als het technisch wel zwaar vervoer zou kunnen bedienen.
  • De dagcapaciteit moet minstens 1.000 kg waterstof zijn.
  • Er moeten minstens 2 onafhankelijk van elkaar werkende tankpunten zijn.
  • Voor tankstations die voor de voorrangsregeling in aanmerking willen komen, geldt bovendien dat ze publiek toegankelijk moeten zijn, met elektronisch of contactloos betalen, transparante prijsinformatie en minimaal een tankpunt van 350 bar en een van 700 bar.
  • Je moet de omgevingsvergunning al hebben aangevraagd of verkregen voor de activiteiten waarvoor je subsidie aanvraagt. Zonder (aanvraag van) vergunning: afwijzing.

Wie afvalt op de voertuigen/werktuigen:

  • Voertuigen en werktuigen moeten (worden) voorzien van een brandstofcel. Vrachtwagens (N2/N3) en zware bussen (M3) mogen ook een waterstofverbrandingsmotor hebben.
  • Bij retrofitting moet het voertuig na de aanpassing daadwerkelijk als emissievrij waterstofvoertuig kwalificeren; is dat niet zo, dan wijst RVO de aanvraag af.
  • Nieuwe voertuigen mogen op het moment van aanvraag nog niet op naam gesteld zijn.
  • Bij nieuwe werktuigen moet uit de offerte blijken dat ze niet eerder gebruikt zijn en dat er geen verbrandingsmotor achterblijft.
  • Voor het M1-voertuig geldt een aparte eis: het moet voor rolstoelen toegankelijk zijn en meer dan 5 zitplaatsen hebben.

Wie afvalt op de businesscase:

  • De gemiddelde afname van waterstof door de aan te schaffen of aan te passen voertuigen en werktuigen moet minstens 300 kg per dag zijn.
  • Minstens 50% van die afname moet komen van zwaar wegvervoer (categorieën M3, N2, N3).
  • Het project moet binnen 3 jaar afgerond zijn.

Verder gelden algemene afwijzingsgronden: als de activiteiten al gestart zijn vóór de aanvraag, als er sprake is van een onderneming in moeilijkheden, of als er ongeoorloofde cumulatie van steun is, wijst RVO de aanvraag ook af. Ook als het waarschijnlijk is dat je de investering ook zonder subsidie zou doen (bijvoorbeeld een offerte voor meer voertuigen dan in de aanvraag), volgt afwijzing. En let op: in 2026 wordt per locatie maar één aanvraag toegekend, alleen de eerst ingediende aanvraag voor die locatie wordt behandeld.

Waarvoor krijg je subsidie?

SWIM kent drie soorten investeringen waarvoor je subsidie kunt krijgen, elk met eigen kostenregels.

1. Waterstoftankstation (nieuw, uitbreiding of upgrade)

Subsidiabel zijn de kosten die onder artikel 36bis van de algemene groepsvrijstellingsverordening vallen: de kosten voor bouw, installatie, upgrade of uitbreiding van het waterstoftankstation. Dit omvat ook civieltechnische werken en installatiekosten. Ook de aanschaf van mobiele waterstofdragers (tubetrailers) telt hierbij mee, ook als een andere partij dan de tankstationeigenaar deze aanschaft, mits ze bijdragen aan de belevering van het tankstation.

Reken je loonkosten toe voor werkzaamheden die je zelf uitvoert, dan geldt daarvoor een uurtarief. Dit tarief bereken je door de directe loonkosten per jaar te delen door het aantal contracturen per jaar. Directe loonkosten bestaan uit het bruto loon volgens de loonstaat, vakantie-uitkering, niet-winstafhankelijke eindejaarsuitkering of dertiende maand, en de werkgeverslasten (pensioenpremie, WW-premie, WIA/WAO-premie, bijdrage Zorgverzekeringswet en overige werkgeverspremies).

Tarief: maximaal 40% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 3.000.000 per aanvraag voor een regulier tankstation, en € 4.000.000 per aanvraag voor een multimodaal tankstation (geschikt voor ook spoor, binnenwateren of zeevervoer).

2. Nieuwe emissievrije waterstofvoertuigen

Subsidiabel zijn de kosten die onder artikel 36ter van de groepsvrijstellingsverordening vallen: de meerkosten. Dat is het verschil tussen de aanschafkosten van een fossiel referentievoertuig van dezelfde categorie en het waterstofvoertuig. Bij de aanvraag ga je uit van de offerteprijs (inclusief af-fabriek opties, exclusief btw); bij vaststelling geldt de prijs uit het koop- of financial-leasecontract, tenzij die hoger is dan de opgegeven offerteprijs, dan blijft de offerteprijs de basis.

Tarief: 80% van de meerkosten, met per voertuigcategorie een apart maximumbedrag:

  • N1 (licht bedrijfsvoertuig): € 60.000
  • N2 met brandstofcel: € 150.000
  • N2 met waterstofverbrandingsmotor: € 50.000
  • N3, brandstofcel, < 30.000 kg: € 220.000
  • N3, brandstofcel, ≥ 30.000 kg: € 300.000
  • N3, waterstofverbrandingsmotor, < 30.000 kg: € 70.000
  • N3, waterstofverbrandingsmotor, ≥ 30.000 kg: € 100.000
  • M1 (rolstoeltoegankelijk, >5 zitplaatsen): € 100.000
  • M2: € 150.000
  • M3, brandstofcel: € 300.000
  • M3, waterstofverbrandingsmotor: € 100.000

Omdat deze maxima per voertuig gelden en niet altijd gelijk zijn aan 80% van de meerkosten, kan de uiteindelijke subsidie per voertuig lager uitvallen dan 80%.

3. Retrofitting van bestaande voertuigen naar waterstof

Subsidiabel zijn de kosten van de aanpassing van de aandrijflijn, dus de investering die nodig is om het voertuig als emissievrij waterstofvoertuig te laten kwalificeren. Ook hier geldt: 80% van de meerkosten, tot dezelfde maximumbedragen per categorie als bij nieuwe voertuigen.

4. Logistieke waterstofwerktuigen

Voor overslagmachines, vorkheftrucks vanaf 5 ton hefvermogen, verreikers, pushbacktrucks en terminaltrekkers geldt eveneens een maximumbedrag per werktuig:

  • Overslagmachine: € 100.000
  • Vorkheftruck vanaf 5 ton: € 100.000
  • Verreiker: € 100.000
  • Pushbacktruck: € 300.000
  • Terminaltrekker: € 300.000

Voor het totaal van voertuigen en werktuigen samen geldt een maximum van € 8 miljoen per aanvraag, waarbij dit maximum afhangt van de grootte van het tankstation binnen het consortium.

Wat niet subsidiabel is

Kosten die je al via een andere subsidie gefinancierd krijgt, worden van je SWIM-subsidie afgetrokken; dubbele financiering van dezelfde kosten is dus niet toegestaan. Ook is combinatie met MIA/Vamil vanaf 2026 uitgesloten: krijg je SWIM-subsidie, dan vervalt je recht op MIA/Vamil-voordeel voor dat project. Verder is een voertuig dat al op naam gesteld is op het moment van de aanvraag niet meer subsidiabel voor de aanschafcategorie, en levert een offerte voor meer voertuigen dan in de aanvraag zijn opgenomen het risico op afwijzing van de hele aanvraag, omdat dit erop wijst dat je de extra voertuigen ook zonder subsidie zou aanschaffen.

Hoeveel subsidie krijg je?

Je krijgt maximaal € 12 miljoen subsidie per aanvraag. Dit bedrag is opgebouwd uit losse onderdelen met elk hun eigen percentage en plafond.

Tankstation: 40% van de subsidiabele kosten.

  • Regulier waterstoftankstation (incl. mobiele waterstofdragers zoals tubetrailers): maximaal € 3.000.000 per aanvraag.
  • Multimodaal waterstoftankstation (ook geschikt voor spoor, binnenwateren of zeevervoer): maximaal € 4.000.000 per aanvraag.

Voertuigen en werktuigen: 80% van de meerkosten (bij voertuigen) of van de kosten (bij werktuigen), met een gezamenlijk maximum van € 8.000.000 per aanvraag. Dit maximum hangt af van de grootte van het tankstation binnen het consortium; een groter tankstation in het samenwerkingsverband kan dus een hoger maximum voor voertuigen betekenen. Daarnaast geldt per voertuig of werktuig een eigen maximumbedrag (zie sectie "Waarvoor krijg je subsidie"). Omdat dit vaste maximumbedrag soms lager uitvalt dan 80% van de werkelijke meerkosten, kan de uiteindelijke subsidie per voertuig dus lager uitpakken dan 80%.

Wanneer het bedrag omlaag gaat

  • Blijken bij de beoordeling niet alle opgevoerde kosten subsidiabel, dan wordt het aangevraagde subsidiebedrag naar verhouding aangepast ten opzichte van het maximale subsidiebedrag in je aanvraag.
  • Heb je subsidie of financiering van een ander bestuursorgaan ontvangen of aangevraagd voor dezelfde kosten, dan wordt dat bedrag afgetrokken van je SWIM-subsidie.
  • Blijft een voertuig niet de volledige 48 maanden op naam van de subsidieontvanger staan (en wordt het niet vervangen door een gelijkwaardig waterstofvoertuig), dan moet je een deel terugbetalen: 1/48e deel van het subsidiebedrag per maand dat je niet aan de verplichting voldeed. Wordt een voertuig bijvoorbeeld na 3 jaar (36 maanden) verkocht, dan betaal je het resterende kwart (12/48e deel) terug.
  • Vervang je een voertuig binnen de instandhoudingstermijn door een ander waterstofvoertuig dat ook voor subsidie in aanmerking zou zijn gekomen, en blijft dat vervangende voertuig de resterende maanden op naam staan, dan blijft het subsidiebedrag ongewijzigd.

Wanneer je juist meer kans hebt op toekenning (niet op een hoger bedrag)

Vraag je minder dan het maximale subsidiepercentage aan voor een voertuig of werktuig, dan scoort je aanvraag beter in de rangschikking. Dit verhoogt niet je subsidiebedrag, maar wel je kans dat je binnen het budget valt.

Voorschot

Na een positieve beschikking ontvang je meteen een voorschot van 50% van het verleende bedrag. Heb je 75% van de zware voertuigen al op naam gesteld, dan kun je een aanvullend voorschot van 25% aanvragen. De rest volgt na de definitieve vaststelling.

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
20261 apr 202613 mei 2026€ 45 mlnTender (rangschikking na sluiting)

Wat zijn de voorwaarden van de Subsidieregeling Waterstof in mobiliteit (SWIM)?

Hier val je op af

Voordat je aanvraag inhoudelijk beoordeeld wordt, moet je aan een aantal harde eisen voldoen. Voldoe je hier niet aan, dan wijst RVO de aanvraag af zonder verder te rangschikken:
Je vormt een samenwerkingsverband met minstens een tankstation-exploitant en een transport- of logistiek bedrijf, allemaal ingeschreven bij de KvK met vestiging in Nederland.
Het tankstation is geschikt voor zwaar wegvervoer, heeft een dagcapaciteit van minstens 1.000 kg en minstens 2 onafhankelijk werkende tankpunten.
Je hebt de omgevingsvergunning al aangevraagd of verkregen.
De gemiddelde waterstofafname door de aan te schaffen of aan te passen voertuigen/werktuigen is minstens 300 kg per dag, waarvan minstens 50% van zwaar wegvervoer (M3, N2, N3).
Het project is binnen 3 jaar afgerond.
De werkzaamheden zijn nog niet gestart voordat je de aanvraag indient.
Er is geen sprake van een onderneming in moeilijkheden of ongeoorloofde cumulatie van steun.
Per locatie wordt in 2026 maar één aanvraag behandeld: alleen de eerst ingediende.

Waarop wordt beoordeeld

  1. Na de sluitingsdatum rangschikt RVO alle aanvragen op basis van criteria; wie hoger scoort, heeft meer kans op subsidie binnen het budget. Let op: aanvragen krijgen subsidie in volgorde van rangschikking, niet op volgorde van binnenkomst.

Wat je moet doen na toekenning

VerplichtingWanneer
Voortgangsrapportage: je dient jaarlijks een voortgangsrapportage in via het verplichte format "Overzicht Realisatie SWIM". Het systeem herinnert je hier 4 weken voor de deadline aan.jaarlijks
Belangrijke wijzigingen (inhoudelijke veranderingen met financiële gevolgen, wijziging van de looptijd, wijziging van het samenwerkingsverband) moet je vooraf melden en hiervoor toestemming vragen. Doe je dit niet, dan riskeer je dat je voor de aangepaste projectdelen of zelfs het hele project geen subsidie krijgt.
Waterstoflevering: de exploitant van het tankstation moet uiterlijk in 2036 uitsluitend hernieuwbare waterstof leveren; tot die tijd moet het minimaal blauwe waterstof, waterstof uit steam methane reforming op basis van gecertificeerd groen gas, hernieuwbare waterstof, of waterstof als bijproduct uit het chlor-alkaliproces op basis van gecertificeerde hernieuwbare elektriciteit zijn.uiterlijk in 2036 uitsluitend hernieuwbare waterstof le
Instandhoudingsverplichting voertuigen: nieuwe voertuigen moeten 48 maanden op naam van de subsidieontvanger blijven staan (vanaf tenaamstelling of registratie van het verstrekkingsvoorbehoud). Voor retrofit-voertuigen geldt 48 maanden vanaf het sluiten van de retrofit-overeenkomst. RVO controleert dit periodiek bij de RDW.
Kentekens doorgeven: tijdens de looptijd kun je al kentekens van aangeschafte voertuigen doorgeven via het wijzigingsformulier; bij de vaststelling geef je dit op voor alle voertuigen in het project.
Bij vertraging kun je bij RVO beperkt uitstel aanvragen voor de uitvoering.
Vaststelling aanvragen: uiterlijk 13 weken na de einddatum van je project.uiterlijk 13 weken na de einddatum van je project
Medewerking aan evaluatie: gedurende vijf jaar na de vaststellingsbeschikking moet je, binnen redelijke grenzen, meewerken aan een evaluatie van de effecten van je project.binnen redelijke grenzen

Voor het tankstation-deel van je aanvraag gelden deze criteria, elk apart gewaardeerd:

  • Effectieve en efficiënte inzet van de subsidie: maximaal 70 punten. Dit wordt berekend als het gevraagde subsidiebedrag gedeeld door (dagcapaciteit × aantal tankpunten). De uitkomst wordt gedeeld door 20 en als percentage in mindering gebracht op de maximale 70 punten. Hoe minder subsidie je vraagt in verhouding tot capaciteit en tankpunten, hoe hoger je score.
  • Fase van de vergunningaanvraag: vergunning aangevraagd = 1 punt, vergunning verleend = 5 punten, vergunning onherroepelijk = 10 punten.
  • Dagcapaciteit en opschaalbaarheid: 1.000 kg = 1 punt, 1.500 kg = 3 punten, 2.000 kg of meer = 5 punten.
  • Aantal onafhankelijk werkende tankpunten: twee tankpunten = 0 punten, drie of meer = 5 punten.
  • Openbaar toegankelijk tankstation: 10 punten.
  • Uitsluitend hernieuwbare waterstof leveren: 5 punten extra boven op de totaalscore.

Voor het voertuigen/werktuigen-deel geldt één criterium: de mate waarin je minder subsidie aanvraagt dan het maximale subsidiepercentage, gewaardeerd met maximaal 100 punten. Vraag je bijvoorbeeld 60% aan waar 80% het maximum is, dan scoor je hoger dan wanneer je het volledige maximum aanvraagt.

Voorrangsregeling

Deze voorrang geldt alleen voor de hoogst scorende aanvraag binnen dat knooppunt of die zone. Kiest je project voor een niet-openbaar tankstation, dan scoort de aanvraag lager en komt niet in aanmerking voor deze voorrang.

Hoe vraag je de Subsidieregeling Waterstof in mobiliteit (SWIM) aan?

Stap 1: Vorm een samenwerkingsverband

Voordat je kunt aanvragen, vorm je een samenwerkingsverband met minstens een exploitant van een waterstoftankstation en een onderneming die actief is in transport of logistiek. Alle deelnemers staan ingeschreven bij de KvK en hebben een vestiging in Nederland. Je wijst één penvoerder aan die namens het samenwerkingsverband de aanvraag indient en met wie alle communicatie over de subsidie verloopt.

Stap 2: Verzamel de vergunning en onderbouwingen

Voor het tankstation moet je de omgevingsvergunning al hebben aangevraagd of verkregen voordat je indient. Verder verzamel je onderbouwingen van de dagcapaciteit (bijvoorbeeld aan de hand van een offerte) en van de verwachte waterstofafname door de voertuigen in je project, om aan te tonen dat je de basisafname van 300 kg per dag haalt (waarvan minstens 50% zwaar wegvervoer).

Stap 3: Verzamel offertes

Voor elk nieuw voertuig of werktuig heb je een unieke offerte nodig; je mag niet dezelfde offerte gebruiken voor meerdere aanvragen, omdat dan onzeker is of de leverancier daadwerkelijk dat aantal kan leveren. Voor retrofitting geldt een offerte voor de aanpassing, waaruit blijkt dat er na de ombouw geen interne verbrandingsmotor achterblijft.

Stap 4: Dien de aanvraag in tijdens de openstelling

De aanvraagperiode loopt van woensdag 1 april 2026, 09:00 uur tot en met woensdag 13 mei 2026, 17:00 uur. Je dient de aanvraag digitaal in via het loket van RVO. Op het moment van schrijven is het loket tijdelijk gesloten voor aanvragen, dus buiten deze periode kun je niet indienen. Let op: een wijziging of aanvulling die je op eigen initiatief na sluiting indient, wordt niet meer bij de beoordeling betrokken.

Bij het samenstellen van de aanvraag hoort onder meer:

  • naam, adres, contactpersoon en KvK-inschrijfnummer van elke deelnemer;
  • een onderbouwing dat het project binnen 3 jaar (36 maanden) na verlening kan worden afgerond;
  • opgave van reeds aangevraagde of ontvangen subsidies van andere bestuursorganen;
  • bij het tankstation-deel: onderbouwing van de investeringskosten, van de dagcapaciteit, van de huidige en toekomstige afname door emissievrije voertuigen, documenten waaruit blijkt dat de exploitant een huur- of koopovereenkomst heeft voor de grond, een intentieverklaring van de grondeigenaar dat het tankstation op de locatie past, en de omgevingsvergunning of aanvraag daarvan;
  • bij multimodale tankstations voor vervoer over binnenwateren met een aanvraag boven € 2,2 miljoen: een exploitatieberekening;
  • bij voertuigen: merk, type en handelsbenaming, kopie van de offerte (met offerteprijs) en een recent (jonger dan 6 maanden) bewijs van de prijs van het referentievoertuig;
  • bij retrofitting: merk, type en handelsbenaming van het voertuig en kopie van de offerte voor de retrofitting;
  • bij het M1-voertuig: een offerte waaruit blijkt dat het voertuig rolstoeltoegankelijk is en meer dan 5 zitplaatsen heeft;
  • als je in aanmerking wilt komen voor de bonuspunten voor hernieuwbare waterstof: een garantie van oorsprong, of anders een toezegging dat het tankstation uiterlijk 31 december 2035 uitsluitend hernieuwbare waterstof levert.

RVO kan je vragen aanvullende documenten over de investering te overleggen.

Wachten op de tender-uitslag

Na sluiting van de aanvraagperiode beoordeelt en rangschikt RVO alle aanvragen gezamenlijk (zie sectie "Voorwaarden"). Je ontvangt uiterlijk 13 weken na sluiting van de tender een beslissing.

Verdeling: Tender (rangschikking na sluiting). Een sterke, complete aanvraag maakt het verschil.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Beoordeling en termijn

RVO beoordeelt je aanvraag pas na sluiting van de aanvraagperiode, samen met alle andere ingediende aanvragen, volgens de tenderprocedure. Je ontvangt zo snel mogelijk een beslissing, maar uiterlijk binnen 13 weken na sluiting van de tender. Aanvragen worden gerangschikt op basis van de beoordelingscriteria; alleen projecten die na rangschikking binnen het beschikbare subsidiebudget van € 45.000.000 passen, ontvangen daadwerkelijk subsidie. Hoe hoger je project gerangschikt wordt, hoe groter de kans dat het geld op is voordat jouw project aan de beurt komt.

Voorschot

Krijg je een positieve beschikking, dan ontvang je een voorschot van 50% van het verleende subsidiebedrag. Dit voorschot betaalt RVO uit nadat je de beschikking hebt ontvangen. De penvoerder betaalt het voorschot vervolgens door aan de andere deelnemers, op basis van de kostenverdeling zoals die in de subsidieverleningsbeschikking staat. Dit geldt voor zowel het voorschot als de latere vaststelling.

Heb je minstens 75% van de zware voertuigen al op naam gesteld, dan kun je een aanvullend voorschot van 25% aanvragen.

Verplichtingen tijdens de looptijd

Jaarlijks dien je een voortgangsrapportage in, waarin je per onderdeel aangeeft wat de status is en of het project nog volgens planning loopt. RVO herinnert je hier 4 weken voor de deadline aan. Tijdens de looptijd houd je bovendien een overzicht van de realisatie bij in het verplichte format "Overzicht Realisatie SWIM", waarin je ook wijzigingen in voertuigen of tankstationcapaciteit registreert. Je kunt al kentekens van aangeschafte voertuigen doorgeven via het wijzigingsformulier.

Belangrijke wijzigingen (inhoudelijke veranderingen met financiële gevolgen, wijziging van de projectduur, of wijzigingen in het samenwerkingsverband) meld je vooraf en daarvoor vraag je toestemming. Doe je dit niet, dan loop je het risico dat je voor de aangepaste onderdelen, of zelfs voor het hele project, geen subsidie krijgt. Administratieve wijzigingen voer je direct zelf door. Loopt je project vertraging op, dan kan RVO je beperkt uitstel verlenen voor de uitvoering.

Vaststelling en einduitkering

Zo snel mogelijk na afronding van je project, maar uiterlijk 13 weken na de einddatum, dien je het verzoek tot vaststelling in. RVO controleert dan of de investeringen zijn gedaan zoals in je aanvraag beschreven, inclusief een kentekencontrole bij de RDW voor alle voertuigen in het project. Bij dit verzoek lever je onder meer aan: het format Overzicht Realisatie SWIM, een afschrift van het actuele leveringscontract voor waterstof, en (voor tankstations die al actief zijn) leveringscontracten over de laatste 12 maanden. Voor nieuwe voertuigen of werktuigen voeg je de koopovereenkomst toe en een document waaruit de tenaamstelling (of het verstrekkingsvoorbehoud) blijkt. Voor retrofitting voeg je de overeenkomst voor de ombouw toe. Vraag je als deelnemer meer dan € 125.000 subsidie, dan lever je bovendien een financiële verantwoording met facturen en betaalbewijzen aan, plus een toelichting als de werkelijke kosten 10% of meer afwijken van de begroting.

Na vaststelling wordt het subsidiebedrag definitief en ontvang je de resterende betaling.

Na vaststelling

Voor voertuigen en werktuigen geldt een instandhoudingsverplichting van 48 maanden op naam van de subsidieontvanger. RVO controleert dit periodiek bij de RDW. Voldoe je hier niet aan (bijvoorbeeld door verkoop) zonder vervanging door een gelijkwaardig voertuig, dan moet je een deel van de subsidie terugbetalen, naar rato van de resterende maanden. Ook werk je tot vijf jaar na de vaststellingsbeschikking mee aan een evaluatie van de effecten van je project, voor zover dat redelijkerwijs van je verlangd kan worden.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 2 documenten bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Veelgestelde vragen over de Subsidieregeling Waterstof in mobiliteit (SWIM)

Is een tankstation geschikt voor zwaar wegvervoer als in de vergunningaanvraag alleen rekening is gehouden met licht wegvervoer?

Nee, uw tankstation is met die vergunning niet geschikt voor zwaar vervoer, ook niet als zwaar vervoer het tankstation technisch gezien kan gebruiken.

Maak ik minder kans op subsidie als ik niet investeer in een waterstoftankstation, omdat ik dan geen punten scoor voor het tankstation?

Nee. In elk project moet in het consortium een exploitant meedoen van een bestaand of toekomstig waterstoftankstation. Er zijn 2 soorten subsidie: projecten die investeren in een nieuw of bestaand waterstoftankstation, of een bestaand waterstoftankstation dat meedoet zonder nieuwe investeringen.

Is operational lease toegestaan en wie krijgt de subsidie bij leasen?

Ja, operational lease is toegestaan. Bij financial lease krijgt de leasende partij (lessee) de subsidie omdat het eigendomsrecht bij haar ligt. Bij operational lease blijft het eigendomsrecht bij de leasemaatschappij (lessor), die dan de subsidie krijgt en als deelnemer in het project moet meedoen.

Kan een leasemaatschappij het voertuig op naam zetten van de leasende partij?

Ja, dit kan via het verstrekkingsvoorbehoud in het kentekenregister van de RDW. De leasemaatschappij registreert het verstrekkingsvoorbehoud en zet het voertuig op naam van de klant (lessee).

Mag ik ook andere subsidies of financiering aanvragen voor de investeringen en overige kosten die voor het SWIM-project worden gemaakt?

Dat mag, maar financiering uit andere subsidies wordt afgehaald van de subsidie voor het SWIM-project. Dit komt voort uit artikel 5, lid 1 van het Kaderbesluit subsidies I en M.

Hoe toon ik aan dat ik het Eigen Aandeel (het niet-gesubsidieerde deel van de kosten) kan financieren?

Bijvoorbeeld met een recente jaarrekening waaruit blijkt dat u voldoende middelen en/of inkomsten heeft. Ook definitieve toezeggingen van lening en/of investering waarmee het project is te financieren, kunnen als onderbouwing gelden.

Kan ik een offerte voor meerdere aanvragen gebruiken?

Nee, u moet voor iedere aanvraag unieke offertes gebruiken. Als u dezelfde offerte bij meer aanvragen gebruikt, is het niet zeker dat de leverancier ook meerdere keren dat aantal voertuigen kan leveren, en bij twijfel over uitvoerbaarheid wijzen we de aanvraag af.

Wat gebeurt er als de offerte over meer voertuigen gaat dan in mijn SWIM-aanvraag zijn opgenomen?

Dit betekent dat u deze extra voertuigen ook zonder SWIM zou aanschaffen. Als het waarschijnlijk is dat de activiteiten ook zonder subsidie worden uitgevoerd, wijzen wij uw subsidieaanvraag af.

Wat moet ik doen als een voertuig niet de volledige 48 maanden op naam gesteld kan blijven, bijvoorbeeld doordat het total-loss is geraakt?

De subsidie wordt in zo'n geval minder, gelijk aan het aantal maanden dat het voertuig niet op naam gesteld is geweest. Koopt u zonder extra subsidie een vervangend voertuig dat aan dezelfde eisen voldoet en de resterende maanden op naam gesteld blijft, dan blijft het subsidiebedrag hetzelfde.

Is een tankstation met beperkte openingstijden wel een openbaar tankstation?

Dat kan heel goed: de openingstijden bepalen niet of een tankstation openbaar is. Een openbaar tankstation is toegankelijk voor iedereen met eenzelfde voertuig. U maakt verschil, en daarmee is het niet openbaar toegankelijk, als het tankstation op bepaalde tijden alleen open is voor eigen voertuigen of die van andere consortiumleden maar niet voor derden.

Moet de eigenaar van het tankstation zelf mobiele waterstofopslagen (tubetrailers) aanschaffen om in aanmerking te komen voor subsidie?

Nee, dat mag ook een andere partij doen. Wel moeten ze bijdragen aan de belevering van het tankstation in het project en daar als voorraadvat worden gebruikt. De subsidievoorwaarden die gelden voor het tankstation (maximaal 40% subsidie) gelden ook voor de mobiele waterstofopslagen.

Hoe toon ik aan dat de waterstof die wordt ingezet in het SWIM-project hernieuwbaar is?

De hernieuwbaarheid van waterstof moet u bewijzen met RFNBO-certificaten.

Kan ik SWIM combineren met MIA/Vamil?

Nee, vanaf 2026 kan dat niet meer. Wanneer u SWIM-subsidie krijgt, komt u niet meer voor MIA/VaMil-voordeel in aanmerking.

Hoeveel subsidie krijg ik voor de bouw of upgrade van een waterstoftankstation voor zwaar wegvervoer?

U krijgt maximaal 40% van de kosten die in aanmerking komen voor subsidie, met een maximum van € 3 miljoen per aanvraag. Ook aanschaf van mobiele waterstofdragers, zoals tubetrailers, hoort hierbij.

Hoeveel subsidie krijg ik voor een multimodaal waterstoftankstation?

U krijgt maximaal 40% van de kosten die in aanmerking komen voor subsidie, met een maximum van € 4 miljoen per aanvraag. Een multimodaal tankstation is naast levering aan vrachtvervoer ook geschikt voor spoorvervoer, vervoer over binnenwateren of zeevervoer.

Hoeveel subsidie krijg ik voor de aanschaf of retrofitting van waterstofvoertuigen of -werktuigen?

U kunt subsidie krijgen voor 80% van de meerkosten, met een maximum van € 8 miljoen per aanvraag. Per voertuig of werktuig geldt daarnaast een apart maximaal subsidiebedrag, waardoor de uiteindelijke subsidie lager kan uitvallen dan 80%.

Wat is het verschil in subsidie tussen een nieuw voertuig en retrofitting?

Bij nieuwe voertuigen of werktuigen krijgt u subsidie voor het verschil tussen de aanschafkosten van een fossiel voertuig en een waterstofvoertuig. Bij retrofitting laat u bestaande vervoermiddelen ombouwen naar emissievrij vervoer op waterstof en krijgt u subsidie voor de kosten van de aanpassing van de aandrijflijn.

Aan welke minimale eisen moet mijn waterstoftankstation voldoen?

Het tankstation moet geschikt zijn voor zwaar wegvervoer, een dagcapaciteit hebben van minstens 1000 kg waterstof, en minimaal 2 onafhankelijk van elkaar werkende tankpunten bevatten. Ook moet de omgevingsvergunning zijn aangevraagd of verkregen voor de activiteiten waarvoor u subsidie aanvraagt.

Wat moet een openbaar toegankelijk tankstation extra bieden om in aanmerking te komen voor de voorrangsregeling?

Elektronisch of contactloos betalen moet mogelijk zijn, prijsinformatie moet goed zichtbaar en transparant zijn, er moet minimaal een tankpunt van 350 bar en één van 700 bar zijn, en u moet onderbouwen dat het tankstation op gelijke en niet-discriminerende wijze tegen marktvoorwaarden beschikbaar is.

Welke waterstof moet ik uiteindelijk leveren als tankstation en tot wanneer geldt een overgangsregeling?

U levert uiterlijk in 2036 uitsluitend hernieuwbare waterstof, die voldoet aan de Richtlijn Hernieuwbare Energie. Tot 2036 mag u ook blauwe waterstof, waterstof uit steam methane reforming op basis van gecertificeerd groen gas, of waterstof als bijproduct uit het chlor-alkali-proces op basis van gecertificeerde hernieuwbare elektriciteit leveren.

Hoe wordt de subsidie verdeeld als er meer aanvragen zijn dan budget?

De aanvragen worden afgehandeld volgens de regels van een tender. Na de sluitingsdatum worden aanvragen beoordeeld aan de hand van rangschikkingscriteria en krijgen aanvragen subsidie in volgorde van rangschikking totdat het beschikbare subsidiebudget op is.

Wanneer krijgt mijn tankstation-aanvraag voorrang in de rangschikking?

Aanvragen voor een openbaar toegankelijk waterstoftankstation krijgen voorrang wanneer het tankstation binnen 10 rijkilometers van een stedelijk knooppunt of ZE-zone komt te liggen waar nog geen ander waterstoftankstation uit de lijst is. Deze voorrang geldt alleen voor de hoogst scorende aanvraag binnen dat knooppunt.

Hoe hoog is het voorschot en wanneer kan ik een aanvullend voorschot aanvragen?

Bij een positieve subsidiebeschikking verlenen we een voorschot van 50%, dat u ontvangt na de beschikking. Wanneer 75% van de zware voertuigen op naam is gesteld, kunt u een aanvullend voorschot aanvragen van 25%. De resterende subsidie ontvangt u na de vaststelling.

Wat gebeurt er als een gesubsidieerd voertuig eerder dan 48 maanden niet meer op naam van de deelnemer staat?

Voor voertuigen die niet meer op naam staan en niet zijn vervangen door een soortgelijk waterstofvoertuig moet de subsidie gedeeltelijk terugbetaald worden. Wordt het voertuig bijvoorbeeld na 3 jaar verkocht, dan moet de betreffende deelnemer 1/4e deel terugbetalen.

Wanneer moet ik een verzoek tot vaststelling van de subsidie indienen?

Zo snel mogelijk na afronding van uw project, maar uiterlijk 13 weken na de einddatum van uw project, dient u een verzoek in tot vaststelling.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Subsidieregeling Waterstof in mobiliteit (SWIM). Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van RVO (Rijksdienst voor Ondernemingen). Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.