Vroegefasefinanciering
Ministerie van Economische Zaken
Ook bekend als VFF
Wat is de Vroegefasefinanciering?
De Vroegefasefinanciering (VFF) is een rentedragende lening voor ondernemers met een technisch innovatief idee dat nog te vroeg is voor investeerders. Met de lening onderzoek je of je idee technisch én commercieel haalbaar is, in de fase tussen proof-of-principle en proof-of-concept.
De regeling richt zich op drie doelgroepen: mkb-ondernemingen (klein en middelgroot), innovatieve starters (bedrijf bestaat maximaal 5 jaar) en academische, hbo- of TO2-starters wiens activiteiten rechtstreeks voortkomen uit onderzoek van een universiteit, hogeschool of academisch ziekenhuis. Voor deze laatste groep voert NWO-domein Toegepaste en Technische Wetenschappen (NWO TTW) de regeling uit, met een eigen budget.
Je kunt maximaal € 450.000 lenen. De lening en de daarover berekende rente betaal je terug; de rente bedraagt per 1 januari 2026 7,19%. Het totale budget voor 2026 is € 3.000.000.
Je vraagt VFF aan via een landelijk of regionaal loket, afhankelijk van waar je bedrijf is gevestigd. Ben je gevestigd in Friesland, Limburg, Noord-Brabant, Noord-Holland, Utrecht, Zeeland of Zuid-Holland, dan geldt het regionale loket van die provincie, elk met een eigen contactpunt en soms een eigen sector- of doelgroepafbakening. Zit je elders, dan vraag je aan bij het landelijk loket van RVO. Dat kan het hele jaar 2026, zolang er budget is; aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld.
De aanvraag vraagt om een uitgebreide voorbereiding: een ondernemingsplan met vroegefaseplan, een cashflowprognose, een begroting, recente financiële stukken, een KvK-uittreksel en een getekende verklaring van een toekomstige investeerder. RVO raadt aan om eerst de gratis Quick Scan te doen voor een eerste inschatting van je kansen.
Wie komt in aanmerking voor de Vroegefasefinanciering?
Je komt in aanmerking voor de Vroegefasefinanciering (VFF) als je in een van deze drie doelgroepen valt: mkb-onderneming (klein of middelgroot), innovatieve starter (bedrijf bestaat maximaal 5 jaar), of academische, hbo- of TO2-starter. Voor de laatste groep loopt de aanvraag niet via RVO of een regionaal loket, maar via NWO-domein Toegepaste en Technische Wetenschappen (NWO TTW), met een eigen budget van € 4,95 miljoen in de periode 1 juli 2026 tot en met 1 september 2026.
Voor mkb-ondernemers en innovatieve starters gelden vijf kerncriteria waar je project op wordt getoetst. Voldoe je hier niet aan, dan val je af:
- Innovatief: je werkt aan een technologisch vernieuwend product, proces of dienst. Een idee dat niet technisch vernieuwend is, komt niet in aanmerking.
- Vroege fase: je idee moet al bewezen zijn op proof-of-principle-niveau. Is dat nog niet aangetoond, dan is het te vroeg voor VFF.
- Vroegefasetraject: de lening is bedoeld om een proof-of-concept aan te tonen. Trajecten die verder gevorderd zijn (richting marktintroductie) of nog niet zover zijn, vallen buiten het doel van de regeling.
- Vervolgfinanciering: er moet een investeerder zijn die na afronding van het traject wil instappen. Zonder deze intentie van een toekomstige investeerder wordt de aanvraag niet gehonoreerd; je moet dit aantonen met een getekende verklaring.
- Terugbetaling: je moet in staat zijn de lening na 3 tot 5 jaar terug te betalen, inclusief rente.
Daarnaast geldt een knock-out op de minimale en maximale projectkosten van je vroege- of vernieuwingsfasetraject. Deze grenzen verschillen per doelgroep:
- Mkb-onderneming klein: minimaal € 110.000 en maximaal € 450.000 aan trajectkosten.
- Mkb-onderneming middelgroot: minimaal € 142.000 en maximaal € 450.000 aan trajectkosten.
- Innovatieve starter: minimaal € 50.000 en maximaal € 450.000 aan trajectkosten.
Liggen je trajectkosten onder deze minimumdrempel, dan komt je aanvraag (voor mkb) niet in aanmerking, zoals ook blijkt uit het rekenvoorbeeld: bij € 100.000 aan projectkosten is er voor mkb-ondernemingen geen lening mogelijk omdat de minimale kosten niet worden gehaald.
Verder is de vestigingsplaats van je bedrijf bepalend voor welk loket je moet gebruiken: ben je gevestigd in Friesland, Limburg, Noord-Brabant, Noord-Holland, Utrecht, Zeeland of Zuid-Holland, dan moet je aanvragen via het regionale loket van die provincie, niet via RVO. Sommige regionale loketten hanteren een eigen doelgroep- of sectorafbakening (bijvoorbeeld Zuid-Holland: alleen innovatieve starters binnen de RIS3-sectoren of Topsectoren, plus een Do No Significant Harm-toets; Noord-Brabant en Utrecht: alleen innovatieve starters). Val je buiten de afbakening van je regionale loket, dan kun je daar niet terecht. Ben je in een andere provincie gevestigd, dan vraag je aan bij het landelijk loket van RVO.
Tot slot geldt: het subsidieplafond van € 3.000.000 is een harde grens. Is het budget op, dan kan je aanvraag niet meer worden gehonoreerd, ook als je aan alle inhoudelijke eisen voldoet.
Waarvoor krijg je subsidie?
De VFF-lening is bedoeld om de kosten van je vroege- of vernieuwingsfasetraject te financieren: het traject waarin je aantoont dat je technisch innovatieve idee ook commercieel haalbaar is (proof-of-concept).
- Personeelskosten: directe loonkosten, sociale lasten en verzekeringen van medewerkers die aan het traject werken.
- Management fee: een vergoeding voor de directie, voor zover deze niet op de loonlijst staat.
- Kosten van apparatuur en uitrusting: alleen voor zover en zolang deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het traject. Hieronder vallen ook kosten voor bedrijfsvoering zoals huisvesting, IT, telefonie, reis- en verblijfkosten, kantoorbenodigdheden, administratie en accountant, en overige algemene kosten.
- Kosten voor het inhuren van externe expertise: bijvoorbeeld technische kennis of marktonderzoek.
- IP-kosten: octrooikosten en licentiekosten.
- Andere operationele uitgaven die rechtstreeks uit het traject voortvloeien, waaronder materiaalkosten.
Voor deze begroting gebruik je bij voorkeur het format uit het Model ondernemings- en vroegefaseplan, waarin de kosten per werkpakket (a/b, c, d, e, f) worden uitgesplitst en waarbij totalen per activiteit en een eindtotaal worden getoond. De begroting lever je bij voorkeur als losse bijlage in Excel aan (bijlage C).
Er is geen vast bedrag per kostensoort genoemd; de begroting is een specificatie van de werkelijke, geraamde kosten van het traject.
Wat de lening bepaalt, is niet zozeer welke kostensoort je opvoert, maar de totale hoogte van je trajectkosten. Die trajectkosten bepalen namelijk zowel of je aan de minimum- en maximumgrenzen voldoet als hoeveel je maximaal kunt lenen:
- Bij mkb-ondernemingen (klein) moeten de trajectkosten minimaal € 110.000 en maximaal € 450.000 bedragen; je leent daarvan 45%.
- Bij mkb-ondernemingen (middelgroot) moeten de trajectkosten minimaal € 142.000 en maximaal € 450.000 bedragen; je leent daarvan 35%.
- Bij innovatieve starters moeten de trajectkosten minimaal € 50.000 en maximaal € 450.000 bedragen; je leent daarvan 100%.
Naast de begroting vraagt het loket om een cashflowprognose als aparte bijlage (bijlage B, bij voorkeur in Excel), waarin je onderbouwt hoe de financiering van het traject en de vervolgfase in de tijd is gespreid. Dit is geen kostenpost zelf, maar wel een verplicht onderdeel van je aanvraag dat aansluit op de begroting.
Wel is duidelijk dat de kosten rechtstreeks uit het vroegefasetraject moeten voortvloeien: kosten die niet direct aan de werkzaamheden van het traject zijn toe te rekenen, passen niet binnen de genoemde categorieën (bijvoorbeeld: kosten van apparatuur mogen alleen worden meegenomen "voor zover en zolang zij noodzakelijk zijn voor uitvoering van het traject", wat impliceert dat kosten die niet aan die noodzaak voldoen, niet subsidiabel/leenbaar zijn). Voor overige uitsluitingen of specifieke uitzonderingen geeft het loket geen verdere toelichting.
Let ook op dat het hier gaat om een lening, niet om een subsidie: de kosten die je opvoert in je begroting bepalen de omvang van de lening die je aangaat, en dat bedrag (plus de rente van 7,19% per 1 januari 2026) betaal je later terug. Het is dus geen kostenvergoeding zonder terugbetalingsverplichting.
Hoeveel subsidie krijg je?
De hoogte van je VFF-lening hangt af van je doelgroep en van de kosten van je vroege- of vernieuwingsfasetraject. Het maximale leenbedrag is in alle gevallen € 450.000, maar het percentage van de trajectkosten dat je mag lenen en de minimale/maximale trajectkosten verschillen per type onderneming:
- Mkb-onderneming klein: je leent 45% van de trajectkosten. De trajectkosten moeten minimaal € 110.000 en maximaal € 450.000 bedragen. Dit resulteert in een lening van minimaal € 50.000 tot maximaal € 202.500.
- Mkb-onderneming middelgroot: je leent 35% van de trajectkosten. De trajectkosten moeten minimaal € 142.000 en maximaal € 450.000 bedragen. Dit resulteert in een lening van minimaal € 50.000 tot maximaal € 157.500.
- Innovatieve starter: je leent 100% van de trajectkosten. De trajectkosten moeten minimaal € 50.000 en maximaal € 450.000 bedragen. Dit resulteert in een lening van minimaal € 50.000 tot maximaal € 450.000.
Ter illustratie, uit het rekenvoorbeeld van het loket:
- Bij projectkosten van € 100.000: mkb klein en middelgroot komen niet in aanmerking (kosten onder het minimum), een innovatieve starter leent maximaal € 100.000.
- Bij projectkosten van € 200.000: mkb klein leent maximaal € 90.000, mkb middelgroot maximaal € 70.000, een innovatieve starter maximaal € 200.000.
- Bij projectkosten van € 450.000: mkb klein leent maximaal € 202.500, mkb middelgroot maximaal € 157.500, een innovatieve starter maximaal € 450.000.
Let op: dit is een lening, geen gift. Je betaalt het geleende bedrag terug, plus de daarover berekende rente. De rente bedraagt per 1 januari 2026 7,19%. Terugbetaling start na 3 tot 5 jaar.
Voor academische, hbo- en TO2-starters geldt een apart traject via NWO TTW met een eigen budget van € 4,95 miljoen, beschikbaar in de periode 1 juli 2026 tot en met 1 september 2026. Voor de precieze leenvoorwaarden van deze doelgroep verwijst het loket naar de website van NWO TTW; die staan hier niet beschreven.
Het totale beschikbare budget voor de VFF in 2026 is € 3.000.000. Aanvragen bij het landelijk loket worden behandeld op volgorde van binnenkomst; is het budget op, dan is een aanvraag niet meer mogelijk, ook al voldoe je aan alle voorwaarden.
Rondes en deadlines
| Ronde | Opent | Sluit | Budget | Verdeling |
|---|---|---|---|---|
| 2026 | 1 jan 2026 | 31 dec 2026 | € 3 mln | Wie het eerst komt (fcfs) |
| 2018-2022 | - | 31 dec 2026 | € 37,5 mln | - |
| Openstelling | - | 31 dec 2026 | - | - |
Wat zijn de voorwaarden van de Vroegefasefinanciering?
Voordat je project inhoudelijk wordt beoordeeld, moet je aan een aantal harde eisen voldoen:
- Je valt in een van de drie doelgroepen: mkb-onderneming (klein of middelgroot), innovatieve starter (bedrijf bestaat maximaal 5 jaar) of academische/hbo/TO2-starter (loopt via NWO TTW, niet via RVO of regionale loketten).
- Je trajectkosten voldoen aan de minimum- en maximumgrenzen die voor jouw doelgroep gelden: mkb klein tussen € 110.000 en € 450.000, mkb middelgroot tussen € 142.000 en € 450.000, innovatieve starter tussen € 50.000 en € 450.000. Val je hierbuiten, dan wordt je aanvraag niet gehonoreerd.
- Je bedrijf is gevestigd (of gaat zich vestigen) in Nederland; welk loket geldt, hangt af van de provincie. Voor sommige provincies (bijvoorbeeld Noord-Brabant, Utrecht, Zuid-Holland) geldt bovendien dat het regionale loket alleen innovatieve starters bedient, geen mkb-ondernemingen, of dat er een sectorale afbakening geldt.
- Het beschikbare budget mag niet zijn uitgeput. Het subsidieplafond is € 3.000.000; is dat bereikt, dan kan geen nieuwe aanvraag meer worden gehonoreerd.
- Je moet een getekende verklaring van een toekomstige investeerder kunnen overleggen (of, bij een buitenlandse investeerder, de Letter of Intent). Zonder deze verklaring ontbreekt het bewijs van vervolgfinanciering en voldoe je niet aan een van de kerncriteria.
Je aanvraag wordt op vijf kerncriteria getoetst. Er zijn geen percentages of wegingsfactoren per criterium bekendgemaakt. Wat elk criterium inhoudt:
- Innovatief: is je product, proces of dienst technologisch vernieuwend?
- Vroege fase: is het idee al bewezen op proof-of-principle-niveau (niet eerder, niet later in het proces)?
- Vroegefasetraject: is de lening bedoeld en ingezet om een proof-of-concept aan te tonen?
- Vervolgfinanciering: is er een investeerder die na afronding van het traject daadwerkelijk wil instappen?
- Terugbetaling: is aannemelijk dat je de lening na 3 tot 5 jaar kunt terugbetalen?
Daarnaast wordt de kwaliteit en volledigheid van je onderbouwing getoetst: het ondernemingsplan met vroegefaseplan moet ingaan op onder meer de beschrijving van de onderneming, het team, de marktanalyse, de financieringshistorie, de rol van de toekomstige investeerder, de activiteiten en mijlpalen van het vroegefasetraject (bij voorkeur uitgewerkt in werkpakketten met een Gantt Chart) en het pad van vroegefase naar markt. Het plan moet goed leesbaar zijn voor niet-materiedeskundigen en mag niet meer pagina's bevatten dan strikt noodzakelijk (circa 40 pagina's).
Voor aanvragen bij regionale loketten geldt vaak een extra afbakening op sector of thema, bijvoorbeeld:
- Limburg: aansluiting bij maatschappelijke transities (energie, circulariteit, gezondheid, digitalisering) en specifieke sleuteltechnologieën.
- Noord-Brabant: aansluiting bij maatschappelijke opgaven en genoemde sleuteltechnologieën of cross-overthema's.
- Noord-Holland: passend binnen specifieke thema's zoals energietransitie, landbouw en water en voedsel, gezondheid en zorg, veiligheid.
- Zuid-Holland: passend binnen RIS3-sectoren of Topsectoren, plus een Do No Significant Harm-toets.
- Zeeland: geen sectorale of technologische afbakening.
Volgorde van behandeling
Bij het landelijk loket geldt: aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst, waarbij de dag van ontvangst bepalend is (niet het tijdstip). Komen er op dezelfde dag zoveel aanvragen binnen dat het budget wordt uitgeput, dan wordt via loting bepaald in welke volgorde ze worden behandeld. Dit betekent dat kwaliteit van je plan losstaat van de behandelvolgorde, maar wel bepalend is voor de uiteindelijke goedkeuring: budget op tijd binnen zijn is geen garantie dat je aanvraag ook wordt gehonoreerd.
Uit de aard van de regeling en de investeerdersverklaring volgt het volgende:
- Je gaat een terugbetalingsverplichting aan: de lening plus de rente (7,19% per 1 januari 2026) betaal je terug, met een start van de terugbetaling na 3 tot 5 jaar.
- Verandert de situatie met je toekomstige investeerder (deze komt terug op zijn voornemen of besluit niet te financieren), dan moet dat schriftelijk worden gemeld aan jou en aan RVO, met een korte vermelding van de beweegredenen. Dit is een verplichting van de investeerder, maar heeft direct gevolgen voor jouw project.
Hoe vraag je de Vroegefasefinanciering aan?
De aanvraag verloopt via een landelijk of regionaal loket, afhankelijk van de provincie waar je bedrijf is gevestigd. Zorg dat je eerst weet welk loket voor jou geldt, want dat bepaalt het proces, eventuele sectorale afbakening en het contactpunt.
Stap 1: Bepaal je loket
Ben je gevestigd in Friesland, Limburg, Noord-Brabant, Noord-Holland, Utrecht, Zeeland of Zuid-Holland, dan vraag je aan via het regionale loket van die provincie (elk met eigen contactgegevens en soms een eigen doelgroep- of sectorafbakening). Zit je in een andere provincie, dan vraag je aan bij het landelijk loket van RVO. Dat kan het hele jaar 2026, zolang er budget beschikbaar is.
Stap 2: Doe de Quick Scan (aanbevolen, niet verplicht)
Voordat je een volledige aanvraag indient bij het landelijk loket, raadt RVO aan om eerst de Quick Scan Vroegefasefinanciering te doen. Je licht je plan hierin kort toe, waarna een adviseur een eerste inschatting maakt van je slagingskans. Dit is geen verplichte stap, maar wel nadrukkelijk aangeraden voordat je de volledige aanvraag voorbereidt.
Stap 3: Verzamel de verplichte documenten
Welke documenten je nodig hebt, hangt af van je doelgroep.
Voor mkb-ondernemers:
- Ondernemingsplan, inclusief vernieuwingsfaseplan: beschrijft je bedrijf, product, markt, financiering en het traject. Opgesteld en ingediend door de aanvrager (ondernemer).
- Cashflowprognose: financiële prognose van de komende jaren, bij voorkeur als los Excel-bestand (bijlage B). Opgesteld door de aanvrager.
- Begroting van het vernieuwingsfaseplan: gespecificeerde kostenopstelling per werkpakket (bijlage C). Opgesteld door de aanvrager.
- Recentste jaarrekening of openingsbalans: financieel overzicht van je bedrijf. Meestal opgesteld door een accountant of de ondernemer zelf.
- Uittreksel uit het handelsregister van KVK: bewijs van inschrijving, aangevraagd bij de KVK.
- Mkb-verklaring aanvrager: verklaring dat je bedrijf onder de mkb-definitie valt. Ondertekend door de aanvrager.
- Modelverklaring van toekomstige investeerder (of, voor buitenlandse investeerders, de Model Letter of Intent Investor): een verklaring waarin de toekomstige investeerder aangeeft voornemens te zijn te investeren na afronding van het traject, met het beoogde bedrag en de resultaten die daarvoor bepalend zijn. Ondertekend door de investeerder (bestuurder van de investerende rechtspersoon, of de investeerder zelf als natuurlijk persoon).
- Bewijsstukken financiële draagkracht toekomstige investeerder: bijvoorbeeld de meest recente jaarrekening of een gegoedheidsverklaring van de investeerder. Aangeleverd door de investeerder.
Voor innovatieve starters gelden vergelijkbare documenten, met deze verschillen:
- Ondernemingsplan, inclusief vroegefaseplan: hiervoor kun je het Model ondernemings- en vroegefaseplan gebruiken (alleen als voorbeeld, niet invulbaar). Opgesteld door de aanvrager.
- Recentste jaarrekening, openingsbalans of Aangifte Inkomstenbelasting aanvrager, in plaats van alleen jaarrekening/openingsbalans.
- S&O-verklaring aanvrager of Verklaring onafhankelijke accountant, in plaats van de mkb-verklaring. Deze verklaring wordt afgegeven door een erkende instantie of accountant.
Let bij het ondernemingsplan op de omvang: het ondernemingsplan en vroegefaseplan samen mogen niet meer pagina's bevatten dan strikt noodzakelijk (circa 40 pagina's); achtergrondinformatie kan in een aparte bijlage.
Stap 4: Dien de aanvraag in
Bij het landelijk loket dien je de aanvraag inclusief alle bijlagen in via RVO. Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst; de dag van ontvangst is bepalend, niet het tijdstip. Bij te veel aanvragen op één dag waarmee het budget wordt uitgeput, bepaalt loting de behandelvolgorde.
Deadline
De aanvraagperiode loopt van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026, zolang het subsidieplafond van € 3.000.000 niet is bereikt.
Verdeling: Wie het eerst komt (fcfs). Vroeg indienen loont.
Wat gebeurt er na je aanvraag?
Na het indienen van je aanvraag beoordeelt RVO (bij het landelijk loket) of de betreffende regionale uitvoerder (bij een regionaal loket) je aanvraag.
Bij het landelijk loket geldt dat aanvragen op volgorde van binnenkomst worden behandeld, waarbij de dag van ontvangst bepalend is (niet het tijdstip van indienen). Is het budget op een dag door meerdere aanvragen tegelijk uitgeput, dan wordt via loting bepaald welke aanvraag voorrang krijgt. Dit zegt iets over de volgorde van beoordelen, maar niet over hoe lang de inhoudelijke beoordeling zelf duurt.
De VFF is een lening, geen gift: als je aanvraag wordt goedgekeurd, verstrek je jezelf een terugbetalingsverplichting. De lening en de daarover berekende rente (7,19% per 1 januari 2026) betaal je terug. Terugbetaling van de lening start na 3 tot 5 jaar.
Wel is er een concrete verplichting die tijdens de looptijd relevant kan worden: als de toekomstige investeerder terugkomt op zijn voornemen tot financiering, of besluit dat hij geen financiering zal verstrekken, moet die investeerder dit schriftelijk melden aan jou (de ondernemer) en aan je contactpersoon bij RVO, met een korte vermelding van de beweegredenen. Deze melding speelt een rol bij de uitvoering van de regeling. Dit betekent dat een wijziging in de investeerdersrelatie gevolgen kan hebben voor je lopende traject, en dat je hierop bedacht moet zijn.
Voor goedgekeurde projecten is er een openbaar projectenoverzicht waarin je kunt filteren op locatie, sector en periode; dit geeft een beeld van eerder toegekende aanvragen, maar zegt niets over jouw individuele traject of verplichtingen.
Voor die informatie geeft het loket op deze pagina's geen uitsluitsel.
Welke documenten heb je nodig?
Het loket publiceert 3 documenten bij deze regeling, waarvan er 2 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.
- Modelverklaring van toekomstige investeerder Word document | 29.14 KBDownloadWord · 1 paginaVerplicht
Modelverklaring die de toekomstige investeerder ondertekent om te bevestigen dat hij van plan is na afronding van het vroegefasetraject in de onderneming te investeren, verplicht bij te voegen als bijlage bij de aanvraag.
- Model Letter of Intent Investor Word document | 28.65 KBDownloadWord · 1 paginaVerplicht
Engelstalige modelverklaring (Letter of Intent) die een buitenlandse toekomstige investeerder ondertekent als alternatief voor de Modelverklaring van toekomstige investeerder, verplicht bij te voegen als de investeerder buitenlands is.
- Model ondernemings- en vroegefaseplan Vroegefasefinanciering (voor starters) PDF document | 145.74 KBDownloadPDF · 2 pagina'sAanbevolen
Voorbeeldmodel voor het ondernemings- en vroegefaseplan dat innovatieve starters kunnen gebruiken als voorbeeld bij het opstellen van hun eigen (niet-invulbare) ondernemingsplan en vroegefaseplan voor de VFF-aanvraag.
Vraag het dossier
Stel een vraag over Vroegefasefinanciering. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- Vroegefasefinanciering (VFF)rvo.nl · gecontroleerd 3 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Ministerie van Economische Zaken. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.