GeslotenFonds · Drenthe, Friesland, Groningen · Subsidie

Tender Valorisatie 2017

Samenwerkingsverband Noord-Nederland

Wat is de Tender Valorisatie 2017?

Tender Valorisatie D 2017 was een EFRO-subsidie voor het noordelijke mkb om innovatieve producten, diensten of processen gericht op CO2-reductie daadwerkelijk te bouwen en te testen. Denk aan het maken en testen van een prototype: de stap die volgt op een goed idee, maar voorafgaat aan de markt.

Deze regeling is niet meer open. Aanvragen was mogelijk van 9 januari 2017 tot en met 31 maart 2017 12:00 uur, via het webportal van SNN. De informatie hieronder is dus vooral relevant om te begrijpen hoe deze tender destijds werkte, bijvoorbeeld als je nog in een lopend project zit.

De subsidie was bedoeld voor mkb'ers in Drenthe, Fryslân en Groningen, al dan niet samen met kennisinstellingen of grote bedrijven. Je kreeg 35% van de subsidiabele kosten, met een minimum van € 100.000 en een maximum van € 1.000.000 per project. Het ging specifiek om projecten in de ontwikkelfase: je hebt een concreet plan en gaat nu daadwerkelijk bouwen en testen (TRL 5 tot en met 7), met een duidelijke link naar CO2-reductie.

Aanvragen werden niet op volgorde van binnenkomst behandeld, maar beoordeeld op kwaliteit door een deskundigencommissie. Alleen projecten met minimaal 70 van de 100 punten kwamen in aanmerking, en binnen die groep ging het geld naar de hoogst scorende projecten totdat het budget van € 2.500.000 op was. Er gold ook informatie over het resterende budget en een subsidiepercentage van 30-35% op de loketpagina zelf.

Wie komt in aanmerking voor de Tender Valorisatie 2017?

Deze subsidie is niet meer aan te vragen (status: "Aanvragen niet meer mogelijk"). De eisen hieronder golden tijdens de openstelling van 9 januari 2017 tot en met 31 maart 2017 12:00 uur.

Je bent actief in Drenthe, Friesland, Groningen
Regionale regeling.
De definitieve beoordeling ligt bij Samenwerkingsverband Noord-Nederland.

Harde eisen om in aanmerking te komen:

  • Je bent een natuurlijke ondernemingsvorm of rechtspersoon, gevestigd in of actief in Noord-Nederland (Drenthe, Fryslân, Groningen). Natuurlijke personen zonder ondernemingsvorm vielen af.
  • Je project zit in de ontwikkelfase: je hebt een duidelijk plan en gaat nu bouwen en testen. Het gaat om TRL 5 tot en met 7 (validatie van een prototype, demonstratie in een testomgeving, demonstratie in een operationele omgeving). Het zwaartepunt van het project moest hier expliciet liggen; dit moest in de aanvraag onderbouwd worden.
  • Het project moet gericht zijn op CO2-reductie, passend binnen specifieke doelstelling D van het OP EFRO. Innovaties zonder duidelijke link naar CO2-reductie vielen buiten deze tender (die pastenmogelijk beter bij Tender Valorisatie C 2017).
  • Het project valt onder één van deze staatssteunkaders: industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling, innovatiesteun voor mkb, procesinnovatie (bij deelname van een grote onderneming moet deze samenwerken met mkb dat minimaal 30% van de kosten draagt), of de-minimissteun.
  • De resultaten moeten ten goede komen aan minimaal één onderneming en aan Noord-Nederland.
  • De gevraagde subsidie is minimaal € 100.000 en maximaal € 1.000.000 per project.

Wanneer je werd afgewezen, ook als je aan de basiseisen voldeed:

  • Als je project minder dan 70 van de 100 punten scoorde in de kwalitatieve beoordeling.
  • Als je op het duurzaamheidscriterium minder dan 1 punt (dus "onvoldoende") scoorde: elk project moest hier minimaal "neutraal" scoren.
  • Als er onvoldoende vertrouwen was in de technische of economische haalbaarheid van het project.
  • Als niet aannemelijk was dat het project financieel, ruimtelijk of anderszins obstakelvrij was.
  • Als het project niet binnen twee jaar na de verleningsbeschikking volledig uitgevoerd kon zijn.
  • Als er tegen jou een bevel tot terugvordering uitstond op basis van eerdere onrechtmatige staatssteun.
  • Als je onderneming in financiële moeilijkheden verkeerde, zoals gedefinieerd in de AGVV.
  • Als je niet de juiste outputindicatoren had geselecteerd of niet overtuigend had onderbouwd.
  • Als je aanvraag niet compleet was op vrijdag 31 maart 2017 12:00 uur.
  • Als het beschikbare deelplafond van € 2.500.000 al was verdeeld aan hoger scorende projecten (al kon het plafond in specifieke gevallen worden verhoogd om een net buiten het plafond vallend project toch te subsidiëren).

Waarvoor krijg je subsidie?

Subsidie werd verstrekt voor de kosten van het ontwikkelen, bouwen en testen van een prototype, inclusief de eigen uren die daarvoor nodig zijn. Alleen kosten die rechtstreeks zijn toe te rekenen aan en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het project waren subsidiabel.

De kosten moesten daarnaast passen binnen een van de volgende staatssteunkaders, elk met een eigen toets:

  • Industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling: kosten waren alleen subsidiabel als ze ook vielen onder artikel 25 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV). Voor de vraag of iets onder deze categorieën valt, moest aangesloten worden bij het Frascati Manual, dat door de Europese Commissie als leidraad is aangewezen voor het invullen van het begrip "innovatie" op dit vlak.
  • Innovatiesteun voor mkb-ondernemingen: kosten waren alleen subsidiabel als ze ook vielen onder artikel 28 van de AGVV.
  • Proces-innovatie: kosten waren alleen subsidiabel als ze ook vielen onder artikel 29 van de AGVV, en alleen als de innovatie (inter)nationaal onderscheidend en vernieuwend is. Voor de indeling of iets als procesinnovatie geldt, werd verwezen naar het Oslo Manual. Let op: het begrip onderzoek in het Oslo Manual is breder dan in het Frascati Manual; dat iets daar als onderzoek geldt, betekent niet automatisch dat het ook subsidiabel is onder de AGVV.
  • De-minimissteun: als (een deel van) het project niet onder de AGVV-categorieën viel, kon steun ook worden verkregen op basis van de Verordening (EU) 1407/2013 (de-minimisverordening). Hierbij geldt de eis dat niet meer dan € 200.000 aan cumulatieve de-minimissteun mag zijn ontvangen per drie kalenderjaren.

Een project moest volledig, of in aanwijsbare delen, onder één van deze categorieën vallen. Subsidie werd alleen verleend voor het deel van het project dat aantoonbaar onder een van deze categorieën viel.

Regels over de periode waarin kosten mochten worden gemaakt:

  • Kosten waren alleen subsidiabel als de verplichtingen die tot de kosten leiden zijn aangegaan na de datum waarop SNN de subsidieaanvraag heeft ontvangen.
  • De werkzaamheden die tot de kosten leiden moesten zijn verricht voor de einddatum van het project.
  • De projectkosten moesten betaald zijn binnen 13 weken na de einddatum van de projectperiode. Uitzondering: eventuele accountantskosten voor het verzoek tot definitieve vaststelling mogen ook na die 13 weken worden gemaakt en betaald.
  • Het project moest uiterlijk drie jaar na afgifte van de verleningsbeschikking fysiek zijn voltooid en/of moesten alle projectactiviteiten volledig zijn uitgevoerd. In de toelichting van de uitvoeringsregeling wordt daarnaast een harde einddatum genoemd van uiterlijk 30 juni 2019.
  • Uiterlijk twee jaar na de verleningsbeschikking moest minimaal 65% van de begrote kosten zijn gemaakt, betaald en subsidiabel gesteld. Wie dit niet haalde, kreeg een lagere vaststelling (5% lager dan anders het geval zou zijn).

Niet subsidiabel zijn kosten die niet rechtstreeks aan het project zijn toe te rekenen, die niet noodzakelijk zijn voor de uitvoering, of die niet binnen de genoemde AGVV-artikelen of de de-minimisverordening passen. Ook kosten voor werkzaamheden die zijn gestart vóórdat de aanvraag bij SNN is ontvangen, komen niet in aanmerking.

Hoeveel subsidie krijg je?

Het standaard subsidiepercentage was 35% van de totale subsidiabele kosten.

  • Minimum: de subsidie bedroeg minimaal € 100.000 per project. Onder dit bedrag werd niet gesubsidieerd.
  • Maximum: de subsidie bedroeg maximaal € 1.000.000 per project.
  • Omslagpunt: bij subsidiabele kosten boven € 2.857.143 kreeg je niet meer 35%, maar bleef de subsidie gemaximeerd op € 1.000.000. Je effectieve percentage daalde dan dus onder de 35%.
  • Verlaging door staatssteunregels: als de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) voor een aanvrager een lager maximumpercentage voorschrijft (bijvoorbeeld bij experimentele ontwikkeling zonder samenwerking), gold dat lagere percentage voor die aanvrager. Bij samenwerkingsprojecten kon het percentage dus per projectpartner verschillen; het totale project kreeg vervolgens een gewogen gemiddelde.
  • Verlaging bij achterblijvende realisatie: als na twee jaar na de verleningsbeschikking niet minimaal 65% van de begrote kosten was gemaakt, betaald en subsidiabel gesteld, werd de subsidie bij de vaststelling in ieder geval 5% lager vastgesteld dan anders het geval zou zijn geweest.
  • Verlaging bij lagere realisatie: als de daadwerkelijk gerealiseerde subsidiabele kosten lager uitvielen dan begroot, werd de subsidie bij de definitieve vaststelling naar beneden aangepast met hetzelfde percentage (35%, of het lagere staatssteunpercentage) over de werkelijke kosten.
  • Deelplafond: in totaal was € 2.500.000 beschikbaar voor aanvragen ontvangen tussen 9 januari 2017 en 31 maart 2017 12:00 uur. Dit plafond kon in specifieke gevallen (bij loting) worden verhoogd om een net overschrijdend project alsnog te subsidiëren.

Het loket zelf noemt op de productpagina een subsidiepercentage van "30-35", zonder daar verder toelichting bij te geven; de uitvoeringsregeling zelf spreekt steeds over 35% met de genoemde uitzonderingen.

Wat zijn de voorwaarden van de Tender Valorisatie 2017?

Voordat een aanvraag inhoudelijk werd beoordeeld, checkte SNN eerst of er geen afwijzingsgrond van toepassing was:

  • De aanvraag moest compleet zijn op vrijdag 31 maart 2017 12:00 uur.
  • Het project moest passen binnen specifieke doelstelling D van het OP EFRO (gericht op CO2-reductie) en binnen één van de toegestane steuncategorieën (industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling, innovatiesteun mkb, procesinnovatie, of de-minimissteun).
  • Er mocht geen bevel tot terugvordering tegen de aanvrager uitstaan.
  • De aanvrager mocht niet in financiële moeilijkheden verkeren (volgens de definitie in de AGVV).
  • Het project moest technisch en economisch haalbaar zijn, en financieel, ruimtelijk en anderszins obstakelvrij.
  • Het project moest binnen twee jaar na de verleningsbeschikking volledig uitvoerbaar zijn.
  • De juiste outputindicatoren moesten geselecteerd en overtuigend onderbouwd zijn.

Wie de knock-outtoets doorstond, werd inhoudelijk beoordeeld op 5 criteria, elk met een eigen maximale score. In totaal was 100 punten te behalen; minimaal 70 punten was vereist.

  • Bijdrage aan specifieke doelstelling D (max. 30 punten). Hier werd gelet op: de kwaliteit van de onderbouwing van de bijdrage, of het project zich in TRL 5-7 bevindt, aansluiting bij de acties "innovatietrajecten" of "testen van innovatieve toepassingen", en de mate van samenwerking (mkb onderling, met grote bedrijven, of met kennisinstellingen). Scores: goed = 30, ruim voldoende = 25, voldoende = 20, matig = 10, onvoldoende = 0.
  • Mate van innovativiteit (max. 20 punten). Hier werd gelet op: hoe vernieuwend het resultaat is, hoe de innovatie zich verhoudt tot (inter)nationale ontwikkelingen, en of er sprake is van een cross-over tussen sectoren. Scores: goed = 20, ruim voldoende = 15, voldoende = 10, matig = 5, onvoldoende = 0.
  • Kwaliteit van de business case (max. 30 punten). Hier werd gelet op: de (potentiële) economische waarde, verwachte marges, marktaandeel, commerciële risico's en de aanpak daarvan, stappen tot marktintroductie, financiering (cash en uren) door elke deelnemer, omgang met intellectueel eigendom, en de motivatie om eigen middelen in te zetten. Scores: goed = 30, ruim voldoende = 25, voldoende = 20, matig = 10, onvoldoende = 0.
  • Kwaliteit van de aanvraag (max. 10 punten). Hier werd gelet op: helderheid en eenduidigheid van de aanvraag, en hoe het project organisatorisch en subsidietechnisch in elkaar steekt. Scores: goed = 10, voldoende = 5, onvoldoende = 0.
  • Duurzaamheid (max. 10 punten). Eerst een uitsluitingstoets: geen negatieve effecten op milieu, gelijke kansen en geen discriminatie. Daarna een score op onderscheidende bijdrage via de aspecten people, planet en profit (bijvoorbeeld opleiding en ontwikkeling van mensen, CO2-reductie, energiebesparing, circulaire economie). Je mag zelf kiezen welke aspecten je uitwerkt. Scores: goed = 10, voldoende = 5, neutraal = 1, onvoldoende = 0. Let op: minimaal 1 punt (neutraal) was verplicht; bij "onvoldoende" (0 punten) werd de aanvraag hoe dan ook afgewezen.

De kwalitatieve scores (goed, ruim voldoende, voldoende, matig, neutraal, onvoldoende) werden dus automatisch omgezet naar punten. Op basis van de totaalscore werden projecten gerangschikt; het budget van € 2.500.000 ging naar de hoogst scorende projecten totdat het op was, met een mogelijke plafondverhoging bij een net overschrijdend project na loting.

Als je subsidie kreeg toegekend, golden onder meer deze verplichtingen tijdens de uitvoering:

  • Tweemaal per jaar een voortgangsrapportage indienen over de financiële en inhoudelijke voortgang, volgens een vast format van SNN.
  • Bij samenwerking: een samenwerkingsovereenkomst opstellen, ondertekend door alle partijen, en zelf als penvoerder alle contacten met SNN (aanvragen, verzoeken, rapportages) verzorgen.
  • De realisatie van de afgesproken outputindicatoren registreren en met bewijsstukken onderbouwen, en hierover rapporteren in de voortgangsrapportages en het eindverslag.
  • Minimaal 65% van de begrote kosten gemaakt, betaald en subsidiabel gesteld hebben binnen twee jaar na de verleningsbeschikking (anders 5% lagere vaststelling).
  • Na afronding een verklaring afgeven dat het project fysiek is afgerond of dat alle activiteiten volledig zijn uitgevoerd, in een vast format van SNN.
  • Uiterlijk 13 weken na de einddatum van het project een verzoek tot definitieve vaststelling indienen, eventueel vergezeld van een rapport van bevindingen van een accountant (kosten hiervan zijn voor het project zelf).

Hoe vraag je de Tender Valorisatie 2017 aan?

Deze tender is gesloten; de onderstaande stappen tonen hoe het proces destijds werkte, van 9 januari 2017 tot en met 31 maart 2017 12:00 uur.

Stap 1: optioneel, compleetheidstoets vooraf

Je kon uiterlijk op 17 maart 2017 12:00 uur je aanvraag indienen om een gratis compleetheidstoets te laten uitvoeren door SNN. Binnen 7 dagen na indiening liet SNN weten of er onderdelen ontbraken, zodat je nog vóór de sluitingsdatum kon aanvullen.

Stap 2: aanvraag indienen

De uiterste datum en tijd van indiening was vrijdag 31 maart 2017, 12:00 uur. Aanvragen verliep digitaal via het webportal (destijds bereikbaar via www.snn.eu, nu via https://www.efro-webportal.nl/mijn-1420/). Je moest hiervoor het volledig ingevulde aanvraagformulier van SNN gebruiken, met de daarin genoemde bijlagen, in de vaste formats die SNN beschikbaar stelde. Een aanvraag die op dit moment niet compleet was, werd afgewezen.

Verplichte documenten bij de aanvraag

  • Het volledig ingevulde aanvraagformulier van SNN (via het webportal), inclusief antwoorden op de vragen over eventuele financiële moeilijkheden en een lopend bevel tot terugvordering.
  • Onderbouwing dat het project in TRL 5, 6 of 7 zit en dat het zwaartepunt daar ligt.
  • Onderbouwing van de bijdrage aan CO2-reductie en aansluiting bij de specifieke doelstelling D van het OP EFRO.
  • Onderbouwing van de gekozen outputindicatoren en de streefwaarden daarbij.
  • Bij samenwerking tussen meerdere aanvragers: een samenwerkingsovereenkomst, ondertekend door alle deelnemende partijen. Deze mocht bij voorkeur al bij de aanvraag worden meegestuurd, maar hoefde niet; overlegging kon ook op een later, door SNN vast te leggen moment na de beschikking.
  • Onderbouwing van de business case (economische waarde, marges, markt, risico's, financiering, intellectueel eigendom).
  • Onderbouwing van de duurzaamheidsaspecten (people, planet, profit) die je wilt laten meewegen.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Beoordeling

Na sluiting van het loket op 31 maart 2017 12:00 uur werden alle complete aanvragen tegelijk beoordeeld. Eerst volgde een toets op compleetheid en op afwijzingsgronden (staatssteun, haalbaarheid, uitvoeringsperiode, financiële situatie). Aanvragen die deze toets doorstonden, gingen naar een deskundigencommissie van externe deskundigen op het gebied van onder meer innovatie, business cases, duurzaamheid, arbeidsmarkt en de koolstofarme economie. Deze commissie beoordeelde de aanvragen inhoudelijk en adviseerde over de ranking. Op basis van dit advies nam het Dagelijks Bestuur van SNN (eventueel gemandateerd aan de Bestuurscommissie Economische Zaken) het uiteindelijke besluit.

Uitbetaling tijdens de looptijd (voorschotten)

Tijdens de uitvoering van het project kon je voorschotten krijgen:

  • Een eerste voorschot van 20% van de maximaal verleende subsidie was mogelijk zodra met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten was gestart. Dit voorschot werd niet verstrekt als SNN op dat moment een obstakel in de uitvoering van het project constateerde.
  • Daarnaast kon een voorschot worden verstrekt op basis van gemaakte en betaalde kosten, mits tegelijk met of voorafgaand aan het voorschotverzoek een voortgangsrapportage was ingediend. De hoogte hiervan werd berekend door de gerapporteerde kosten te vermenigvuldigen met het percentage dat volgt uit de verleende subsidie gedeeld door de totale subsidiabele kosten.
  • De voorschotten uit deze twee routes samen bedroegen maximaal 80% van de maximaal verleende subsidie. Als voorschotten alleen zagen op al gemaakte en betaalde kosten, kon dit oplopen tot maximaal 100%.
  • In uitzonderlijke gevallen kon een voorschot tot 100% worden verstrekt, als het zeer aannemelijk was dat het project op afzienbare termijn kon worden afgerond, de nog te maken kosten subsidiabel zouden worden gesteld, en het niet verstrekken van het voorschot onredelijke gevolgen voor de cashflow van de onderneming zou hebben.

Verplichtingen tijdens de looptijd

  • Tweemaal per jaar een voortgangsrapportage indienen over de financiële en inhoudelijke voortgang, in het format van SNN. Bij gebrekkige rapportage kon de subsidie worden ingetrokken of verlaagd.
  • De realisatie van de outputindicatoren bijhouden met bewijsstukken, en dit rapporteren in de voortgangsrapportages en het eindverslag.
  • Bij meerdere aanvragers: de penvoerder verzorgt alle contacten met SNN; betalingen liepen uitsluitend via de penvoerder.
  • Uiterlijk twee jaar na de verleningsbeschikking moest minimaal 65% van de begrote kosten zijn gemaakt, betaald en subsidiabel gesteld; anders werd de einduitkering 5% lager vastgesteld.

Vaststelling en einduitkering

Uiterlijk 13 weken na de einddatum van het project moest je een verzoek om definitieve vaststelling indienen, in het format van SNN, vergezeld van een verklaring dat het project fysiek is afgerond. SNN kon hierbij een rapport van bevindingen van een accountant opvragen (kosten voor het project); dit was niet in alle gevallen verplicht. Bij de vaststelling werd de subsidie lager vastgesteld als de werkelijke subsidiabele kosten lager waren dan begroot. SNN kon de betaling na vaststelling opschorten als de financiering vanuit de Europese Commissie niet beschikbaar was.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 15 documenten bij deze regeling, waarvan er 3 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

  • Uitvoeringsregeling Tender Valorisatie D 2017
    PDF · 29 pagina'sVerplicht

    De uitvoeringsregeling zelf met alle voorwaarden, deelplafond, subsidiepercentages, beoordelingscriteria en procedures voor Tender Valorisatie D 2017, die je nodig hebt om te bepalen of je project past en hoe je moet aanvragen.

    Download
  • Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV)
    PDF · 48 pagina'sVerplicht

    De Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) waaraan je project moet voldoen (artikel 25, 28 of 29) om voor staatssteun in aanmerking te komen.

    Download
  • Frascati manual
    PDF · 48 pagina'sAanbevolen

    De Frascati manual gebruik je als handleiding om te beoordelen of jouw project onder industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling valt.

    Download
  • Oslo manual
    PDF · 48 pagina'sAanbevolen

    De Oslo manual gebruik je als leidraad om te bepalen of jouw project onder de categorie proces-innovatie valt.

    Download
  • Verklaring de-minimissteun
    PDF · 2 pagina'sAanbevolen

    Een verklaring die je invult als je in plaats van de AGVV steun aanvraagt op basis van de de-minimisverordening.

    Download
  • Definitie van micro kleine middelgrote ondernemingen
    PDF · 4 pagina'sAanbevolen

    Document met de officiële definitie van micro, kleine en middelgrote ondernemingen, waarmee je bepaalt of jouw onderneming als MKB kwalificeert voor het subsidiepercentage en de voorwaarden.

    Download
  • Uitvoeringsregeling Tender Valorisatie C 2017
    PDF · 29 pagina'sAanbevolen

    De uitvoeringsregeling van de vergelijkbare Tender Valorisatie C 2017, relevant als je overweegt onder beide tenders tegelijk aan te vragen voor dezelfde projectactiviteiten.

    Download
  • Machtigingsformulier penvoerder aan intermediair
    PDF · 1 paginaAanbevolen

    Formulier waarmee de penvoerder een intermediair machtigt om namens hem de aanvraag of het project te behartigen bij het SNN.

    Download

En nog 7 andere bestanden in het dossier.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Tender Valorisatie 2017. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Samenwerkingsverband Noord-Nederland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.