Open voor aanvragenRijk · Landelijk · Subsidie

Subsidieregeling Versterking Omgevingsveiligheid industriële activiteiten

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Ook bekend als SVO

Wat is de Subsidieregeling Versterking Omgevingsveiligheid industriële activiteiten?

De SVO (Subsidieregeling Versterking Omgevingsveiligheid industriële activiteiten) ondersteunt projecten die de veiligheid rond industriële activiteiten met gevaarlijke stoffen of risicovolle processen verbeteren, verder dan wat de wet al verplicht. De regeling is bedoeld voor samenwerkingsverbanden en brancheorganisaties in de industriële sector, en voor kleine en middelgrote industriële ondernemingen die extern advies willen inhuren om hun interne veiligheidscultuur of -borging te verbeteren. Omgevingsdiensten en veiligheidsregio's mogen meedoen als deelnemer, maar niet als penvoerder.

Er zijn vier projecttypen: proces- en organisatie-innovatie (a), opleiding (b), milieustudie (c) en extern advies voor een kleine of middelgrote onderneming (d). Voor projecttype a, b of c kun je maximaal € 500.000 subsidie krijgen, voor projecttype d maximaal € 10.000. Per deelnemer geldt daarbij een grens van maximaal € 200.000 per kalenderjaar. Het subsidiepercentage hangt af van je organisatiegrootte en het projecttype, en kan hoger uitvallen als het project bijdraagt aan een speerpunt.

Je vraagt de subsidie aan via het eLoket van RVO, waarbij je inlogt met minimaal eHerkenning niveau 3. Voor projecttype a, b en c lever je een ingevuld projectplan en begroting aan (en bij samenwerking ook een samenwerkingsovereenkomst en machtigingsformulieren); voor type d een offerte of opzegbaar contract met een externe consultant. Het beschikbare budget is € 2.000.000 en de datum van ontvangst van een volledige aanvraag bepaalt je positie in de rangschikking. Aanvragen kan tot en met 31 december 2026.

Wie komt in aanmerking voor de Subsidieregeling Versterking Omgevingsveiligheid industriële activiteiten?

Je komt in aanmerking als je in de industriële sector werkt met gevaarlijke stoffen of risicovolle processen en je project de omgevingsveiligheid versterkt op een manier die niet wettelijk verplicht is. De regeling is bedoeld voor twee soorten aanvragers: samenwerkingsverbanden en brancheorganisaties in de industriële sector (voor projecttype a, b of c), en kleine of middelgrote industriële ondernemingen die extern advies willen over hun interne veiligheidscultuur of -borging (projecttype d).

Je bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
Je bent een samenwerkingsverband of brancheorganisatie of onderneming
Je bent een mkb-onderneming
Je sector valt onder SBI industrie
Je vraagt aan in een samenwerkingsverband
Deze regeling vereist meerdere partners.
De definitieve beoordeling ligt bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Algemene knock-outeisen die voor iedere aanvraag gelden:

  • Je project versterkt de omgevingsveiligheid op een manier die niet wettelijk verplicht is (bovenwettelijk).
  • Je project duurt maximaal 2 jaar.
  • Je bent een natuurlijk persoon of rechtspersoon die voor eigen rekening en risico activiteiten uitvoert die ten goede komen aan de Nederlandse economie.
  • Je bent geen onderneming in moeilijkheden. Dit verklaar je zelf op het aanvraagformulier.
  • Je project is nog niet gestart voordat je de aanvraag indient, en je bent nog geen verplichtingen aangegaan voor dat moment.
  • Je project is technisch en economisch haalbaar.
  • Je aanvraag sluit aan bij een of meer van de thema's: veiligheidscultuur, ketenverantwoordelijkheid, duurzaam assetmanagement, transparante sector, veilige bedrijventerreinen en clusters, of hoogwaardige kennis.
  • Initiatieven die na afronding commercieel geëxploiteerd worden, vallen niet onder de regeling.

Wie valt af:

  • Ondernemingen die het project volledig uitbesteden aan derden vallen af voor projecttype a, b of c: inhuur van derden telt niet als daadwerkelijke samenwerking voor eigen rekening en risico.
  • Aanvragen voor projecttype a, b of c die niet worden ingediend door een penvoerder van een branche-, cluster- of ketensamenwerkingsverband of door een brancheorganisatie, worden niet in behandeling genomen.
  • Omgevingsdiensten en veiligheidsregio's mogen wel deelnemen, maar niet optreden als penvoerder.
  • Projecten van type a, b of c die niet uniek zijn, vallen af: als er al eerder SVO-subsidie is verstrekt voor een soortgelijk project, wordt een latere, vergelijkbare aanvraag afgewezen.
  • Voor projecttype d geldt dat je voor maximaal één project van dit type subsidie kunt krijgen; een tweede aanvraag voor type d wijst af.
  • Bij projecttype d moet industriële activiteit met gevaarlijke stoffen of risicovolle processen onderdeel zijn van de bedrijfsvoering; ontbreekt dat, dan komt de aanvraag niet in aanmerking.
  • Een onvolledige aanvraag, bijvoorbeeld waarbij niet alle deelnemers van het project bekend zijn, wordt niet in behandeling genomen voor de rangschikking.
  • Is het budget van € 2.000.000 op het moment van jouw (volledige) aanvraag al uitgeput, dan val je buiten de boot, want de datum van ontvangst is bepalend voor de rangschikking.

Let op: voor projecttype a geldt een aanvullende eis als een grote onderneming meedoet en subsidie wil ontvangen. Dan moeten de deelnemende kleine of middelgrote organisaties minimaal 30% van de subsidiabele kosten zelf dragen.

Waarvoor krijg je subsidie?

Hieronder staat wat er per projecttype en kostensoort in aanmerking komt.

Subsidiepercentage naar organisatiesoort en projecttype

Het percentage van je kosten dat wordt gesubsidieerd, hangt af van je organisatiesoort en het projecttype:

  • Projecttype a: grote onderneming 15%, middelgrote onderneming 50%, kleine onderneming 50%.
  • Projecttype b: grote onderneming 50%, middelgrote onderneming 60%, kleine onderneming 70%.
  • Projecttype c: grote onderneming 50%, middelgrote onderneming 60%, kleine onderneming 70%.
  • Projecttype d: grote onderneming 0%, middelgrote onderneming 50%, kleine onderneming 50%.
  • Onderzoeksorganisaties: 60%.
  • Omgevingsdiensten en veiligheidsregio's: 15%.

Gaat het om een speerpuntproject dat aan alle afbakeningscriteria voldoet, dan komt er 15% subsidie bij (bijvoorbeeld kleine onderneming projecttype a: 50% wordt dan hoger, in de begrotingsformats genoemd als 50% mét opslag, tegenover 35% zonder opslag voor sommige categorieën in de begrotingssheet). Voldoet het project niet aan een speerpunt, dan worden de percentages met 15 procentpunten verlaagd, met een ondergrens van 15%.

Kostensystematiek

In de begroting kies je één van drie systematieken om je loonkosten te berekenen:

  • Integrale kostensystematiek.
  • Directe loonkosten plus vaste opslag-systematiek: opslag van 50% op de directe loonkosten.
  • Vaste uurtarief-systematiek: een vast uurtarief van € 50 per uur.

Kostensoorten die in de begroting worden onderscheiden (projecttype a, b, c)

  • Loonkosten: uren x uurtarief, afhankelijk van de gekozen kostensystematiek (integraal, loon plus 50% opslag, of vast tarief van € 50 per uur).
  • Projectspecifieke kosten voor verbruikte materialen: hoeveelheid x prijs per hoeveelheid.
  • Projectspecifieke kosten aan derden verschuldigd: kosten die je aan externe partijen betaalt voor het project.
  • Projectspecifieke kosten voor gebruik van bestaande apparatuur, uitrusting, gebouwen en gronden: deze kosten worden toegerekend naar evenredigheid van de tijd dat de apparatuur voor het project wordt gebruikt (gebruikspercentage apparatuur, gebaseerd op aanschafwaarde, restwaarde en jaarlijkse fiscale afschrijving).
  • Projectspecifieke kosten voor gebruik van speciaal aan te schaffen apparatuur: hoeveelheid x prijs per hoeveelheid, met aanschafdatum.

Voor projecttype c ontbreken in het begrotingsformat de posten voor apparatuurgebruik; daar richt de begroting zich op loonkosten, materiaalkosten en kosten aan derden.

Wat je niet volledig mag uitbesteden

Voor projecttype a, b en c geldt dat je het project niet volledig mag uitbesteden aan derden: inhuur van derden telt niet als daadwerkelijke samenwerking voor eigen rekening en risico. Kosten voor het delen van projectresultaten met de branche, het cluster of de keten mogen wel worden begroot in de aanvraag, als daar kosten aan verbonden zijn.

Projecttype d: extern advies

Voor projecttype d bestaan de subsidiabele kosten uit het externe advies zelf: de aanvraag moet een offerte van een externe consultant bevatten, of een contract met een externe consultant dat nog geannuleerd kan worden. Voor dit type kun je maximaal 50% van de subsidiabele kosten vergoed krijgen, met een maximum van € 10.000.

Audiovisuele presentatie

Als je subsidie voor projecttype a, b of c € 100.000 of meer bedraagt, ben je verplicht een ingesproken beeldpresentatie of korte videofilm van 1 tot 3 minuten te maken.

Wat niet subsidiabel is

  • Kosten die zijn gemaakt of verplichtingen die zijn aangegaan vóórdat de subsidieaanvraag is ingediend, komen niet in aanmerking: het project mag nog niet gestart zijn.
  • Volledige uitbesteding van het project aan derden komt niet in aanmerking als subsidiabele samenwerking (bij type a, b, c).
  • Initiatieven die na afronding commercieel geëxploiteerd worden, vallen niet onder de regeling.
  • Wettelijk verplichte activiteiten of maatregelen zijn niet subsidiabel: het moet gaan om bovenwettelijke inspanningen.

Bij de vaststelling controleert RVO of de opgegeven kosten overeenkomen met de ingediende begroting. Wijken de werkelijk gemaakte kosten 10% of meer af van een onderbouwde begrotingspost, dan moet je dat toelichten in je vaststellingsverzoek.

Hoeveel subsidie krijg je?

Het subsidiebedrag hangt af van je projecttype, je organisatiegrootte en of je project bijdraagt aan een speerpunt. Het totale budget voor de regeling is € 2.000.000.

Voor projecttype a, b en c gelden deze basispercentages van de subsidiabele kosten:

  • Projecttype a: grote onderneming 15%, middelgrote onderneming 50%, kleine onderneming 50%.
  • Projecttype b: grote onderneming 50%, middelgrote onderneming 60%, kleine onderneming 70%.
  • Projecttype c: grote onderneming 50%, middelgrote onderneming 60%, kleine onderneming 70%.
  • Onderzoeksorganisaties krijgen 60%.
  • Omgevingsdiensten en veiligheidsregio's krijgen 15%.

Draagt je project bij aan een vastgesteld speerpunt en voldoet het aan alle afbakeningscriteria van dat speerpunt, dan krijg je 15% meer subsidie (een opslag op de bovenstaande percentages). Voldoet je project niet aan een speerpunt of niet aan de criteria daarvan, dan worden de genoemde percentages juist verlaagd met 15 procentpunten, met als ondergrens 15%: het minimale subsidiepercentage kan door deze verlaging niet lager worden dan 15%.

Voor projecttype d krijg je maximaal 50% van de subsidiabele kosten vergoed, met een maximum van € 10.000 per project. Voor grote ondernemingen geldt bij type d een percentage van 0%: zij komen dus niet in aanmerking voor deze projectsoort. Middelgrote en kleine ondernemingen krijgen 50%.

Maximale bedragen per project:

  • Projecttype a, b of c: maximaal € 500.000 per project.
  • Projecttype d: maximaal € 10.000 per project.

Daarnaast geldt voor projecttype a, b en c een maximum per deelnemer: maximaal € 200.000 SVO-subsidie per deelnemer per kalenderjaar.

Voor projecttype a geldt bovendien dat, als een grote onderneming subsidie ontvangt, de deelnemende kleine of middelgrote organisaties minimaal 30% van de subsidiabele kosten zelf moeten dragen.

Bij vaststelling geldt: is het subsidiebedrag hoger dan € 125.000 per deelnemer, dan moet je een controleverklaring per deelnemer laten afgeven door een accountant.

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
2026-31 dec 2026-Wie het eerst komt (fcfs)

Wat zijn de voorwaarden van de Subsidieregeling Versterking Omgevingsveiligheid industriële activiteiten?

Hier val je op af

Voordat er inhoudelijk naar je project wordt gekeken, moet je aan een aantal harde eisen voldoen. Voldoe je er niet aan, dan wordt je aanvraag afgewezen zonder dat er nog naar de kwaliteit van het plan gekeken wordt:
Het project versterkt de omgevingsveiligheid bovenwettelijk (niet verplicht op grond van wet- of regelgeving).
Het project duurt maximaal 2 jaar.
Je bent een natuurlijk persoon of rechtspersoon die voor eigen rekening en risico activiteiten uitvoert ten gunste van de Nederlandse economie.
Je bent geen onderneming in moeilijkheden (dit verklaar je op het aanvraagformulier).
Het project is nog niet gestart en je bent nog geen verplichtingen aangegaan vóór het indienen van de aanvraag.
Het project is technisch en economisch haalbaar.
Voor projecttype a, b of c: de aanvraag wordt ingediend door een penvoerder van een samenwerkingsverband (branche, cluster of keten) of door een brancheorganisatie; omgevingsdiensten en veiligheidsregio's mogen deelnemen, maar niet penvoerder zijn.
Voor projecttype a, b of c: het project is uniek. Is er al SVO-subsidie verstrekt voor een soortgelijk project, dan wordt een latere aanvraag afgewezen.
Voor projecttype d: je kunt voor maximaal één project van dit type subsidie ontvangen, en industriële activiteiten met gevaarlijke stoffen of risicovolle processen moeten onderdeel zijn van de bedrijfsvoering.
Een aanvraag is pas volledig als alle deelnemers in het project bekend zijn; de ontvangstdatum van een volledige aanvraag bepaalt de rangschikking in het beschikbare budget van € 2.000.000.

Waarop wordt beoordeeld

  1. Volgens het modelprojectplan wordt de inhoudelijke aanvraag beoordeeld op twee criteria, die volgens de productpagina even zwaar tellen:
  2. Versterking van de omgevingsveiligheid. Hierbij wordt gekeken naar:
  3. De additionele activiteiten binnen het project, afgezet tegen actuele en aangekondigde wet- en regelgeving en het aantal projectdeelnemers.
  4. De effectiviteit en efficiëntie, blijkend uit de inhoud van het project en de daaraan gerelateerde kosten.
  5. Het specifiek omschreven projectresultaat.
  6. De bruikbaarheid van de beoogde projectresultaten.
  7. Blijvend effect van de te realiseren versterking van de omgevingsveiligheid. Hierbij wordt gekeken naar:
  8. De aantrekkelijkheid van de projectresultaten voor blijvende toepassing, ook buiten de kring van projectdeelnemers.
  9. Het draagvlak, inclusief eventuele randvoorwaarden, onderzocht voorafgaand aan of tijdens de uitvoering.
  10. De gespecificeerde inzet van projectdeelnemers om na afloop bij te dragen aan brede toepassing in branche, keten of cluster.
  11. De mate waarin de projectbevindingen in de praktijk worden getoetst.

Wat je moet doen na toekenning

  • Je voert het project uit volgens het projectplan en de verplichtingen in de subsidiebeschikking.
  • Belangrijke wijzigingen (inhoudelijk met financiële gevolgen, in looptijd of in het samenwerkingsverband) moet je vooraf melden bij RVO en daarvoor toestemming vragen. Doe je dat niet, dan loop je het risico dat je geen subsidie krijgt voor de gewijzigde onderdelen, of zelfs voor het hele project.
  • Duurt je project langer dan 12 maanden, dan dien je jaarlijks een voortgangsrapportage in, op de data die in je beschikking staan.
  • Voor projecttype a, b of c vraag je aan het eind van het project vaststelling aan en lever je een eindrapport in (openbaar en vertrouwelijk deel), dat een verklaring geeft voor eventuele verschillen ten opzichte van het projectplan.
  • Bij een subsidie van € 100.000 of meer (type a, b, c) ben je verplicht een ingesproken beeldpresentatie of korte videofilm van 1 tot 3 minuten te maken en deze beschikbaar te stellen op de website van de penvoerder of het kenniscentrum van Safety Delta Nederland.
  • Maak je gebruik van de 15% speerpuntbonus, dan moet het project een 'best practice' product of handleiding opleveren die naar verwachting door andere risicorelevante bedrijven gebruikt gaat worden.
  • Voor projecttype d is geen vaststellingsverzoek of eindrapportage nodig, maar RVO toetst wel of het advies daadwerkelijk is uitgevoerd.
  • De penvoerder is verantwoordelijk voor het doorbetalen van voorschotten aan de overige deelnemers en voor de communicatie met RVO.

Per criterium kun je 0, 1 of 2 punten scoren. Een project moet in totaal minimaal 3 punten scoren om positief beoordeeld te worden.

Aanvullende voorwaarden per projecttype

Voor projecttype a, b of c:

  • Je besteedt het project niet volledig uit aan derden.
  • De projectresultaten moet je delen met de branche, het cluster of de keten.
  • Voor projecttype a geldt: als een grote onderneming meedoet en subsidie ontvangt, moeten de deelnemende kleine of middelgrote organisaties minimaal 30% van de subsidiabele kosten zelf dragen.

Voor projecttype d:

  • De aanvraag bevat een offerte van een externe consultant, of een contract met een externe consultant dat nog geannuleerd kan worden.
  • Het advies moet de interne veiligheidscultuur of -borging versterken van een kleine of middelgrote onderneming.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Beoordeling en termijn

Na een complete indiening neemt RVO je aanvraag in behandeling en beoordeelt deze zowel inhoudelijk als financieel. Je ontvangt zo snel mogelijk een beslissing, maar in ieder geval binnen 13 weken. Let op: een volledige aanvraag betekent onder meer dat alle deelnemers in je project bekend moeten zijn; ontbreekt dat, dan wordt de aanvraag niet volledig geacht.

De datum van ontvangst van een volledige aanvraag is bepalend voor de rangschikking binnen het beschikbare budget van € 2.000.000. Dit betekent dat het geld in principe op volgorde van binnenkomst wordt verdeeld, al moet je project ook inhoudelijk aan de beoordelingscriteria voldoen (minimaal 3 van de 4 te behalen punten, zie "Voorwaarden").

Subsidiebeschikking

Na de beoordeling ontvang je een subsidiebeschikking. Daarin staan de details over de betaling en de verplichtingen die gelden zodra je subsidie ontvangt.

Betaling

Vanaf het moment van subsidieverlening ontvang je per kwartaal voorschotbetalingen. In totaal krijg je 80% voorschot uitgekeerd; het resterende bedrag wordt bij de vaststelling verrekend. RVO betaalt de voorschotten uit aan de penvoerder van het project. De penvoerder is als bijzondere projectdeelnemer verantwoordelijk voor het doorbetalen van de subsidiebedragen aan de overige deelnemers, en ook voor de communicatie met RVO.

Verplichtingen tijdens de looptijd

  • Wijzigingen melden: belangrijke wijzigingen in je project, zoals inhoudelijke wijzigingen met financiële gevolgen, looptijdwijzigingen en wijzigingen in het samenwerkingsverband, moet je vooraf melden bij RVO via een webformulier en waarvoor je vooraf toestemming moet vragen. Doe je dit niet, dan loop je het risico dat je geen subsidie ontvangt voor de gewijzigde projectdelen, of zelfs voor het hele project. Ook een wijziging van penvoerder meld je via een apart webformulier.
  • Voortgangsrapportage: duurt je project langer dan 12 maanden, dan dien je ieder jaar een voortgangsrapportage in, op de data die in je beschikking staan.

Vaststelling (projecttype a, b, c)

Aan het eind van het project vraag je vaststelling aan. Hiermee verrekent RVO de te weinig of te veel ontvangen subsidie. Je vaststellingsverzoek moet compleet zijn en de volgende bijlagen bevatten:

  • Een gespecificeerde opgave van alle werkelijk gemaakte kosten die rechtstreeks aan het project zijn toe te rekenen, opgesteld volgens de begroting van je aanvraag. Wijken de gemaakte kosten 10% of meer af van een onderbouwde begrotingspost, dan licht je dit toe.
  • Bij een subsidiebedrag van meer dan € 125.000 per deelnemer: een controleverklaring per deelnemer, afgegeven door een accountant. Let op: er is geen standaard controleprotocol beschikbaar; de accountant richt de controle zelf in en kan hierover overleggen met de NBA.
  • Digitale versies van het vertrouwelijke en het openbare eindrapport.
  • Indien van toepassing: de ingesproken beeldpresentatie of korte videofilm.
  • Bij gebruik van de 15% speerpuntbonus: het opgeleverde 'best practice' product of de handleiding.

Het openbare en vertrouwelijke eindrapport dien je binnen dertien weken na afloop van het Safety Deal project in, als bijlage bij het vaststellingsformulier. Het eindrapport moet een verklaring geven voor eventuele verschillen ten opzichte van het projectplan.

Vaststelling (projecttype d)

Voor projecttype d is geen vaststellingsverzoek of eindrapportage nodig. RVO toetst na afronding wel of het advies daadwerkelijk is uitgevoerd.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 7 documenten bij deze regeling, waarvan er 6 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Subsidieregeling Versterking Omgevingsveiligheid industriële activiteiten. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.