Sectorale Samenwerking Internationaal MVO (Pijler 1)
RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland)
Ook bekend als SESAM Pijler 1, Sectorale Samenwerking IMVO Pijler 1
Wat is de Sectorale Samenwerking Internationaal MVO (Pijler 1)?
Sectorale Samenwerking Internationaal MVO (Pijler 1) is subsidie voor Nederlandse bedrijven die samen met andere bedrijven uit hun sector werken aan verantwoord ondernemen in internationale waardeketens. Je pakt samen risico's aan op het gebied van mensenrechten, arbeid en milieu, volgens de 6 stappen van gepaste zorgvuldigheid (due diligence) uit de OESO-richtlijnen.
De regeling is er voor samenwerkingsverbanden van minimaal 2 Nederlandse ondernemingen uit dezelfde sector of waardeketen, aangevuld met minimaal 1 maatschappelijke organisatie. Ook brancheorganisaties kunnen meedoen. Het samenwerkingsverband moet voortkomen uit een Internationale MVO-sectorovereenkomst die begeleid wordt door de SER.
Je krijgt maximaal 70% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 225.000 per jaar en € 675.000 per aanvraag. De aanvraag moet minimaal € 150.000 subsidie vragen. Per Internationale MVO-sectorovereenkomst kan in totaal maximaal € 1.068.000 subsidie worden toegekend.
De regeling is nu tijdelijk gesloten. De tweede openstelling loopt van 1 september 2026, 09:00 uur tot en met 31 maart 2027, 12:00 uur. RVO behandelt volledige aanvragen op volgorde van binnenkomst (first-come, first-served). Je vraagt aan met eHerkenning niveau 3, in het Engels, als penvoerder namens het samenwerkingsverband. Bij de aanvraag hoort een flink pakket verplichte bijlagen, waaronder een projectvoorstel, resultatenoverzicht, budgetberekening, partnerformulieren, samenwerkingsovereenkomst en de-minimisverklaringen. Je hoort binnen 13 weken of je aanvraag is goedgekeurd.
Wie komt in aanmerking voor de Sectorale Samenwerking Internationaal MVO (Pijler 1)?
Je komt in aanmerking als je aan deze harde eisen voldoet. Voldoe je er niet aan, dan wijst RVO je aanvraag af.
Wie mag aanvragen
- Je bent een in Nederland gevestigde onderneming, brancheorganisatie of maatschappelijke organisatie.
- Je vraagt aan in een samenwerkingsverband, niet alleen.
- Het samenwerkingsverband bestaat uit minimaal 2 in Nederland gevestigde individuele ondernemingen uit dezelfde sector of waardeketen (brancheorganisaties tellen hier niet als onderneming mee).
- Het samenwerkingsverband betrekt in elk geval 1 maatschappelijke organisatie.
- Brancheorganisaties kunnen als partner meedoen, maar niet namens ondernemingen: elke individuele onderneming moet zelf gepaste zorgvuldigheid toepassen.
Herkomst uit een sectorovereenkomst
- Het samenwerkingsverband ontstaat uit een Internationale MVO-sectorovereenkomst, begeleid door de SER.
- De penvoerder en de andere (maatschappelijke) organisaties maken deel uit van dezelfde Internationale MVO-sectorovereenkomst.
- Maatschappelijke organisaties moeten goedgekeurde steunbetuiger zijn van die sectorovereenkomst.
- De penvoerder zelf moet altijd deel uitmaken van het samenwerkingsverband.
Eisen aan de deelnemende ondernemingen
- Ze zijn actief in een sector of waardeketen die een link heeft met de Nederlandse markt.
- Ze voeren hun bedrijfsactiviteiten hoofdzakelijk uit in of gericht op Nederland.
- Hun bedrijfsactiviteiten bestaan niet hoofdzakelijk uit adviseren. Puur adviesbureaus vallen dus af.
Eisen aan de activiteiten
- De activiteiten hebben een directe relatie met de belangrijkste risico's en omstandigheden in productielanden.
- Ze richten zich op de grootste risico's op het gebied van mensenrechten, arbeid en milieu in die productielanden.
- Alle partners in het samenwerkingsverband moeten toegevoegde waarde hebben voor het behalen van de doelstellingen van het samenwerkingsverband. Een partner zonder duidelijke functie in het plan kan dus een probleem zijn.
MVO-zelfscan verplicht
Nederlandse bedrijven vullen als onderdeel van het aanmeldproces een MVO-zelfscan in. Hiermee toetst de overheid of je de OESO-richtlijnen kent en volgt. Dit is een voorwaarde voor goedkeuring van je project: zonder ingevulde zelfscan geen goedkeuring.
Timing
- Je kunt alleen aanvragen tijdens een openstelling. De tweede openstelling loopt van 1 september 2026, 09:00 uur tot en met 31 maart 2027, 12:00 uur. Buiten die periode kun je geen aanvraag indienen.
- De aangevraagde subsidie moet minimaal € 150.000 zijn. Vraag je minder aan, dan voldoe je niet aan de ondergrens.
Budget kan op zijn
RVO werkt op volgorde van binnenkomst. Is het subsidieplafond al bereikt door eerder binnengekomen volledige aanvragen, dan val je alsnog af, ook als je aan alle andere eisen voldoet.
Wat niet expliciet als knock-out wordt genoemd, maar wel relevant is: je moet je project binnen 6 maanden na ontvangst van de subsidie starten en binnen 1 tot 3 jaar afronden, met als uiterste einddatum 31 december 2029.
Waarvoor krijg je subsidie?
Personeelskosten / tijdsbesteding
De projectbudgettool werkt met een detailbudget per partner, waarin je tijd (in dagen), een dagtarief en een omschrijving per medewerker en functie invult. Voor projectcoördinatie geldt een aparte regel: het aantal dagen dat aan projectcoördinatie wordt besteed is maximaal 10%.
Reiskosten en dagvergoeding (DSA)
Er is een aparte post voor reiskosten (travel expenses) en voor de Daily Subsistence Allowance (DSA), de dagvergoeding voor verblijf tijdens reizen. De DSA wordt in de tool omgerekend naar euro's. Daarnaast is er een aparte regel voor dagtarieven die in de begroting oorspronkelijk in USD staan: deze reken je om naar de datum van indiening van de subsidieaanvraag.
Kosten voor diensten van andere organisaties
De tool heeft een post "costs for services supplied by other organisations": kosten voor diensten die je inkoopt bij andere partijen dan de partners zelf.
Kosten van derden
Als een derde partij (mede) het project financiert en de subsidie wordt toegekend, vraagt RVO een intentieverklaring (letter of intent) van die derde partij.
Verdeling naar type partner
De begroting maakt onderscheid tussen:
- budget voor bedrijven en brancheorganisaties;
- budget voor maatschappelijke organisaties.
Dit onderscheid is relevant voor het toepasselijke subsidiepercentage: bij bedrijven en brancheorganisaties geldt het maximum van 70% van de subsidiabele kosten, bij maatschappelijke organisaties kunnen de kosten voor 100% subsidiabel zijn.
Eigen bijdrage
Er geldt een eigen bijdrage van 30% (de tegenhanger van de maximale 70% subsidie). Je moet in de aanvraag toelichten hoe deze eigen bijdrage gefinancierd wordt (own contribution explanation) en het bedrag van de eigen bijdrage specificeren.
Waarvoor je géén of beperkt subsidie krijgt
- Ondernemingen die hoofdzakelijk adviseren als bedrijfsactiviteit vallen als deelnemer al buiten de regeling; hun kosten komen dus niet in aanmerking.
- Het subsidiepercentage is voor bedrijven en brancheorganisaties gemaximeerd op 70%; de resterende 30% van hun kosten is niet subsidiabel en moet je zelf of via partners financieren.
Rekenregels rond de bedragen
- Maximaal 70% van de subsidiabele kosten per aanvraag (100% voor het deel van maatschappelijke organisaties).
- Maximaal € 225.000 subsidie per jaar.
- Voor de eerste openstelling: maximaal € 675.000 subsidie per aanvraag bij een looptijd van 3 jaar.
- Minimaal € 150.000 subsidie per aanvraag.
- Maximaal € 1.068.000 subsidie per Internationale MVO-sectorovereenkomst in totaal.
Uitbetaling van kosten tijdens het project
Subsidie wordt periodiek uitbetaald tijdens de projectperiode, tot maximaal 90% van het totale subsidiebedrag. De laatste 10% wordt verrekend bij de definitieve vaststelling na afloop van het project, op basis van de daadwerkelijk gemaakte en verantwoorde kosten per resultaat (via het financial reporting tool, dat moet aansluiten op de resultaten en de begroting uit het (bijgewerkte) subsidiebesluit).
Hoeveel subsidie krijg je?
Je krijgt maximaal 70% van de subsidiabele kosten per aanvraag. Voor maatschappelijke organisaties kunnen de kosten voor 100% subsidiabel zijn.
De maximumbedragen
- Maximaal € 225.000 subsidie per jaar.
- Voor de eerste openstelling gold voor activiteiten die in 3 jaar worden uitgevoerd een maximum van € 675.000 per aanvraag. Dit bedrag komt overeen met 3 keer het jaarmaximum.
- Minimaal € 150.000 subsidie per aanvraag. Vraag je minder aan, dan komt je aanvraag niet in behandeling voor deze regeling.
- Per Internationale MVO-sectorovereenkomst kan in totaal maximaal € 1.068.000 subsidie worden aangevraagd. Dit is een plafond over alle aanvragen binnen dezelfde sectorovereenkomst samen, niet per individuele aanvraag.
Het subsidieplafond
Voor de eerste openstelling (1 oktober 2024 tot en met 30 juni 2026) was in totaal € 4.275.000 beschikbaar. Voor de tweede openstelling (1 september 2026 tot en met 31 maart 2027) is het budget volgens het loket nog niet bekend; RVO maakt dit later op de loketpagina bekend.
Hoe het percentage en de bedragen samenhangen
Het percentage van 70% is een maximum: je krijgt niet automatisch 70%, maar tot 70% van je subsidiabele kosten, met het jaarbedrag en het totaalbedrag per aanvraag als bovengrens. Bij maatschappelijke organisaties in het samenwerkingsverband kan voor hun deel van de kosten 100% subsidiabel zijn in plaats van 70%, wat het gemiddelde subsidiepercentage van de hele aanvraag kan verhogen.
Uitbetaling
Subsidie wordt periodiek uitbetaald tijdens de projectperiode, tot maximaal 90% van het totale subsidiebedrag. De resterende 10% wordt verrekend nadat RVO na afloop van het project het definitieve subsidiebedrag heeft vastgesteld.
Wat het bedrag omlaag kan brengen
Wijzigingen in het project, budget, uitvoering of organisatie die je niet vooraf laat goedkeuren, kunnen ertoe leiden dat je geen subsidie ontvangt voor de gewijzigde projectdelen, of zelfs voor het hele project. Ook bij de definitieve vaststelling na afloop kan het toegekende bedrag lager uitvallen dan het voorschot, wat gevolgen heeft voor de eindafrekening met je partners.
Rondes en deadlines
| Ronde | Opent | Sluit | Budget | Verdeling |
|---|---|---|---|---|
| 2026-2027 | 1 sep 2026 | 31 mrt 2027 | - | Wie het eerst komt (fcfs) |
| 2024-2026 | 1 okt 2024 | 30 jun 2026 | € 4,3 mln | Wie het eerst komt (fcfs) |
Wat zijn de voorwaarden van de Sectorale Samenwerking Internationaal MVO (Pijler 1)?
Hier val je op af
RVO beoordeelt de aanvraag op basis van de criteria in de Staatscourant.
- De sectorale risicoanalyse: is er een goede risicoanalyse gemaakt, welke stakeholders en rechthebbenden zijn geraadpleegd, en zijn afwijkingen van het KPMG-rapport 'MVO Sector Risico Analyse' (of vergelijkbare risicoanalyses) verklaard?
- Aansluiting bij de sectorovereenkomst: sluiten de voorgestelde activiteiten aan bij de visie van de SER-sectorovereenkomst en verdiepen ze de bredere risicoanalyse in de sector?
- Representativiteit van de deelnemende bedrijven: vertegenwoordigen zij een significant deel van de sector? Als partners niet uit dezelfde sector komen, moet de noodzaak en toegevoegde waarde van de samenwerking worden onderbouwd.
- De relatie tussen geprioriteerde risico's en activiteiten en het individuele due diligence proces van elk deelnemend bedrijf.
- Focus en expertise van de betrokken maatschappelijke organisatie(s) en hun bijdrage aan het project.
- Betrokkenheid van andere relevante stakeholders, waaronder lokale stakeholders in productielanden, en hoe dit op een zinvolle manier wordt gedaan.
- Verdeling van taken tussen alle organisaties in het samenwerkingsverband.
- De concrete uitwerking van de 6 stappen van due diligence: huidige stand van het due diligence proces per bedrijf, geprioriteerde risico's, al genomen maatregelen en een nulmeting van de effectiviteit daarvan.
- Aandacht voor gender en kwetsbare groepen in de voorgestelde activiteiten (dit wordt expliciet verwacht).
- Sociale dialoog met stakeholders in Nederland en productielanden binnen de activiteiten.
- Gebruik van bestaande tools en richtlijnen die aansluiten bij de OESO-richtlijnen.
- Toegevoegde waarde ten opzichte van bestaande sectorinitiatieven en internationale samenwerkingsverbanden.
- Plan voor het delen van kennis, lessen en resultaten binnen de sector, en voor opschaling na afloop van het project.
- Een Monitoring & Effect Measurement (M&E) plan met verplichte indicatoren (indicatoren 2, 3, 4, 5, 18 en 19 zijn verplicht; overige indicatoren hangen af van de gekozen due diligence stappen).
Volgorde van behandeling
Er is geen kwaliteitsranking: RVO behandelt volledige aanvragen op volgorde van binnenkomst (first-come, first-served). Komen er tegelijk meerdere volledige aanvragen binnen waardoor het subsidieplafond wordt overschreden, dan bepaalt loting de volgorde van behandeling.
Wat je ná toekenning moet doen
- Je start het project binnen 6 maanden na ontvangst van de subsidie.
- Je rondt het project af binnen 1 tot 3 jaar, en in elk geval uiterlijk op 31 december 2029.
- Je dient periodiek een voortgangsrapportage in via het verplichte sjabloon 'Pillar 1 Progress report', ondertekend door de penvoerder, met als bijlagen: het overeengekomen bewijs per resultaat, het Results sheet en het financial reporting tool.
- Je vraagt vooraf toestemming voor wijzigingen in project, budget, uitvoering of organisatie (via sesam@rvo.nl). Doe je dit niet, dan loop je het risico geen subsidie te krijgen voor de gewijzigde projectdelen of het hele project.
- Je meldt (seksueel) grensoverschrijdend gedrag of machtsmisbruik tijdens gefinancierde projecten (SEAH-voorwaarden), en je hebt zelf een integriteitsbeleid met bijbehorende procedures.
- Je dient na afloop van het project een eindrapportage in.
Hoe vraag je de Sectorale Samenwerking Internationaal MVO (Pijler 1) aan?
Voortraject
Wil je vooraf sparren over je aanvraag, dan kun je een vrijblijvend oriënterend gesprek aanvragen via sesam@rvo.nl of telefonisch via 088 042 42 42. Dit is niet verplicht, maar wel aan te raden omdat de aanvraag inhoudelijk zwaar is.
Regel op tijd eHerkenning niveau 3, want de behandeling daarvan kan een aantal weken duren. Zonder eHerkenning kun je niet indienen.
Wanneer je kunt indienen
De tweede openstelling loopt van dinsdag 1 september 2026, 09:00 uur (Nederlandse tijd) tot en met woensdag 31 maart 2027, 12:00 uur (Nederlandse tijd). Vóór en na deze periode kun je geen aanvraag indienen. RVO behandelt volledige aanvragen op volgorde van binnenkomst; bij overschrijding van het plafond door gelijktijdig binnenkomende volledige aanvragen bepaalt loting de volgorde.
Wat je klaar moet hebben
- Je KVK-nummer (Nederlandse aanvrager)
- NAW-gegevens
- Bankgegevens
- Contactgegevens van de partners
- Alle ingevulde bijlagen
Verplichte bijlagen bij de aanvraag
De volledige aanvraag bestaat uit het aanvraagformulier in het eLoket plus de volgende bijlagen, allemaal in het Engels:
- Annex I Project Proposal: het projectvoorstel (max. 20 pagina's) met sectoranalyse, risicoprioritering, actieplan langs de 6 stappen van due diligence, gender- en stakeholderaanpak en een M&E-plan. Geen apart handtekeningvereiste vermeld, wordt door de penvoerder samengesteld.
- Annex II Result sheet: Excel-overzicht van projectresultaten, activiteiten en indicatoren, gebruikt voor monitoring en latere rapportage.
- Annex III Project budget calculation tool Pillar 1: Excel-tool voor de volledige begroting per partner, inclusief personeelskosten, reiskosten, DSA en eigen bijdrage.
- Annex IV Partner forms: één formulier per projectpartner. Elke partner vult zijn eigen gegevens in en machtigt de penvoerder om namens hen de aanvraag in te dienen en de projectadministratie te voeren. Dit formulier wordt ondertekend door de bevoegde vertegenwoordiger (signatory) van elke partnerorganisatie afzonderlijk.
- Annex V Cooperation agreement: de samenwerkingsovereenkomst tussen alle partners, met onder meer gezamenlijke visie, rollen, besluitvorming, geschillenregeling, financiële afspraken, aansprakelijkheid en exitstrategie. Wordt in tweevoud ondertekend door de penvoerder én elke partner (elk met naam, organisatie, plaats, datum en handtekening).
- Annex VI RBC sector agreement: de Internationale MVO-sectorovereenkomst waaruit het samenwerkingsverband voortkomt.
- Annex VII Minutes of the steering group: notulen van de stuurgroepvergadering van de sectorovereenkomst waarin dit voorstel, actieplan en de betrokken organisaties zijn ondersteund.
- Annex VIII De-minimis self-declaration: een de-minimisverklaring per bedrijf in het samenwerkingsverband. Wordt ondertekend door een functionaris van elk bedrijf afzonderlijk, met naam, functie, datum en handtekening; bevat KvK-nummer en NACE-classificatie.
- Annex IX Authorisation intermediary party (indien van toepassing): machtiging als een tussenpersoon namens de aanvrager en/of partners de aanvraag indient of het project administreert. Wordt ondertekend door de hoofdaanvrager en, indien van toepassing, door elke partner die de tussenpersoon machtigt.
- Annex X DD Assessment: due diligence-beoordeling, met 2 mogelijke vormen: de eigen bedrijfsbeoordeling binnen het sectorinitiatief, of de RVO Due Diligence Monitoring tool.
Indienen
Vanaf 1 september 2026, 09:00 uur kun je met eHerkenning niveau 3 de aanvraag indienen. Vul alles in het Engels in en stuur de aanvraag tijdig in, dus ruim vóór 31 maart 2027, 12:00 uur. Is je aanvraag niet volledig, dan kan RVO om aanvullende informatie vragen; de datum waarop RVO die aanvullende informatie ontvangt, geldt dan als jouw aanvraagdatum voor het first-come, first-served principe. Na sluiting van de openstelling kun je geen aanvullende informatie meer indienen: is je dossier dan niet compleet, dan kan RVO de aanvraag afwijzen.
Verdeling: Wie het eerst komt (fcfs). Vroeg indienen loont.
Wat gebeurt er na je aanvraag?
Beoordeling
RVO beoordeelt je aanvraag op basis van de criteria in de Staatscourant en op volgorde van binnenkomst (first-come, first-served). Je hoort binnen 13 weken of je aanvraag wordt goedgekeurd.
Uitbetaling
De subsidie wordt periodiek uitbetaald tijdens de projectperiode, tot maximaal 90% van het totale toegekende subsidiebedrag. De resterende 10% wordt uitbetaald nadat RVO na afloop van het project het definitieve subsidiebedrag heeft vastgesteld.
Verplichtingen tijdens de looptijd
- Je start het project binnen 6 maanden na ontvangst van de subsidie.
- Je rondt de activiteiten af binnen 1 tot 3 jaar, en uiterlijk op 31 december 2029.
- Je dient periodiek een voortgangsrapportage in met het verplichte sjabloon 'Pillar 1 Progress report'. Hierin beschrijf je de voortgang van activiteiten en resultaten, de voortgang op de 6 stappen van due diligence, betrokkenheid van vrouwen, hoe de samenwerking binnen het partnerschap verloopt, onvoorziene risico's en veranderingen, en hoe je zorgt voor continuïteit na afloop. De penvoerder ondertekent dit rapport en verklaart daarmee dat alle informatie klopt en voldoet aan de voorwaarden uit het (bijgewerkte) subsidiebesluit.
- Bij de voortgangsrapportage lever je ook aan: het overeengekomen bewijs per resultaat (means of verification), het Results sheet en het financial reporting tool. De financiële cijfers in het financial reporting tool moeten aansluiten bij de resultaten en de begroting in het bijgewerkte subsidiebesluit.
- Wijzigingen in project, budget, uitvoering of organisatie meld je vooraf via sesam@rvo.nl. Voor sommige wijzigingen moet je vooraf toestemming vragen; doe je dit niet, dan loop je het risico geen subsidie te krijgen voor de gewijzigde projectdelen of voor het hele project. Voorbeelden van wijzigingen die officiële goedkeuring vereisen zijn aanpassingen aan projectresultaten of uitgavenverschuivingen van meer dan 25% binnen een kostencategorie.
- Je houdt je aan de SEAH-voorwaarden: je hebt een eigen integriteitsbeleid met bijbehorende procedures, en je meldt (seksueel) grensoverschrijdend gedrag of machtsmisbruik tijdens door RVO gefinancierde projecten.
- Na afloop van het project dien je een eindrapportage in.
Welke documenten heb je nodig?
Het loket publiceert 8 documenten bij deze regeling, waarvan er 6 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.
- Annex III Project budget calculation Sectoral Partnerships Sesam Pillar 1 Excel document | 72.82 KBDownloadExcel · 1 paginaVerplicht
Annex III Project budget calculation tool, het Excel-rekeninstrument waarmee de aanvrager het projectbudget, de eigen bijdrage en de gevraagde subsidie per partner berekent, verplicht bij de aanvraag.
- Annex I Project Proposal - Sectoral Partnerships - Pillar 1 - RBC in Sector-wide Cooperation - 2025 Word document | 87.53 KBDownloadWord · 5 pagina'sVerplicht
Annex I Project Proposal, het sjabloon waarin de aanvrager het volledige projectvoorstel (context, partnerschap, actieplan, monitoring) beschrijft, verplicht als bijlage bij de aanvraag.
- Annex II Result Sheet Sectoral Partnerships Sesam Pillar 1 - 2025 Excel document | 68.3 KBDownloadExcel · 4 pagina'sVerplicht
Annex II Result Sheet, het Excel-document waarin de aanvrager de projectresultaten, indicatoren en voortgang per resultaat vastlegt en later rapporteert, verplicht bij de aanvraag.
- Sectoral Partnerships Annex VIII De-minimisverklaring april 2025DownloadPDF · 4 pagina'sVerplicht
De-minimisverklaring (Annex VIII) waarin elke deelnemende onderneming in het samenwerkingsverband verklaart welke de-minimissteun en/of andere staatssteun ze eerder hebben ontvangen, verplicht bij te voegen voor elk bedrijf in het partnerschap.
- Sectoral Partnerships Annex IV Partnerform april 2025DownloadPDF · 1 paginaVerplicht
Partner Authorisation Form (Annex IV) waarmee elke partner de penvoerder machtigt om namens hem de subsidieaanvraag in te dienen, verplicht voor alle projectpartners.
- Sectoral Partnerships Annex V Pillar 1 Cooperation AgreementDownloadPDF · 1 paginaVerplicht
Cooperation Agreement (Annex V) waarin de penvoerder en alle partners afspraken over rollen, financiën, besluitvorming en samenwerking vastleggen en ondertekenen, verplicht bij de aanvraag.
- Sectoral Partnerships Pillar 1 Progress report Word document | 69.19 KBDownloadWord · 3 pagina'sAanbevolen
Progress report sjabloon dat de penvoerder gebruikt om na toekenning van de subsidie periodiek te rapporteren over de voortgang, resultaten en financiën van het project.
- Sectoral Partnerships Annex IX Authorisation Intermediairy april 2025DownloadPDF · 1 paginaAanbevolen
Authorisation Intermediary (Annex IX) waarmee de aanvrager en partners eventueel een tussenpartij machtigen om de aanvraag of rapportage namens hen te verzorgen, alleen nodig indien van toepassing.
Vraag het dossier
Stel een vraag over Sectorale Samenwerking Internationaal MVO (Pijler 1). Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- Sectorale samenwerking Internationaal MVO (Pijler 1)rvo.nl · gecontroleerd 3 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.