Subsidie investering en opleiding (JTF)
Samenwerkingsverband Noord-Nederland
Wat is de Subsidie investering en opleiding (JTF)?
Deze subsidie was bedoeld voor industriële ondernemingen in de proces- en maakindustrie en de scheepsbouw in de provincie Groningen en/of gemeente Emmen. Aanvragen is nu niet meer mogelijk; het loket staat op "Aanvragen niet meer mogelijk".
De regeling steunde twee dingen tegelijk: investeringen in duurzame bedrijfsuitrusting en bijbehorende gebouwen, en de bij- of omscholing van personeel die nodig was om met die investering te kunnen werken. Doel was de regionale economie minder afhankelijk te maken van de fossiele energiesector en CO2-intensieve industrie, en bij te dragen aan de vier transities uit de regionale innovatiestrategie (RIS3): van lineair naar circulair, van fossiel naar hernieuwbaar, van zorg naar duurzame gezondheid, en van analoog naar digitaal.
Je kon voor de investeringskosten tussen de 10% en 30% subsidie krijgen, afhankelijk van je bedrijfsgrootte, met een maximum van € 8.250.000 per project. Voor de opleidingskosten die aan die investering vasthingen, kon je tot 50% subsidie krijgen.
De aanvraag verliep in stappen: eerst een gesprek met de provincie Groningen en/of gemeente Emmen en met het SNN over je projectvoorstel, daarna het indienen van de volledige aanvraag, gevolgd door een compleetheidscontrole en een inhoudelijke en technische beoordeling. Aanvragen liep via het JTF-webportal (jtf-webportal.nl).
Deze subsidie maakte deel uit van het bredere programma Just Transition Fund (JTF) voor Noord-Nederland, met in totaal € 330 miljoen beschikbaar voor de regio tot 2027, uitgevoerd door het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN).
Wie komt in aanmerking voor de Subsidie investering en opleiding (JTF)?
Let op: aanvragen is niet meer mogelijk. Deze informatie laat zien wie destijds in aanmerking kwam.
Je viel binnen de doelgroep als je een industriële onderneming was in de proces- en maakindustrie (NACE Rev.2, sectie C) of de scheepsbouw, gevestigd in de provincie Groningen en/of gemeente Emmen, of van plan was je daar te vestigen. Grote ondernemingen kwamen alleen in aanmerking voor een vestigingsproject (een volledig nieuwe locatie). Mkb-ondernemingen konden ook subsidie krijgen voor uitbreiding, diversificatie of transformatie van een bestaande vestiging.
Je viel af als je onderneming actief was in:
- industriële dienstverlening
- energieproductie
- waterstofproductie voor energieopwekking
- productie van biobrandstoffen waarvoor al langer dan twee jaar een bijmengverplichting geldt
- hergebruik van producten, afvalstoffen of grondstoffen zonder hoogwaardige toepassing, of alleen gericht op export van opgewerkt afval
Ook afwijzing volgde als:
- het project minder dan 70 van de 100 beoordelingspunten scoorde
- op criterium A (bijdrage aan de programmadoelen) minder dan 80% van de punten werd behaald
- op de criteria B, D of F minder dan 50% van de punten werd behaald
- op criterium E (kwaliteit projectplan, verplichte bijlagen aanwezig) niet 100% werd gescoord
- de totale subsidiabele kosten van het project minder dan € 2.500.000 bedroegen
- de financiering niet uiterlijk zes maanden na de verleningsbeschikking sluitend was aan te tonen
- je geen eigen financiële bijdrage van minimaal 25% van de subsidiabele kosten kon leveren
- het aantal arbeidsplaatsen bij jou als aanvrager door het project juist afnam
- er onvoldoende vertrouwen was in de technische of economische haalbaarheid
- er geen overtuigend zicht was op alle benodigde vergunningen (Do no significant harm)
- bij grote ondernemingen: de analyse niet aantoonde dat het banenverlies zonder investering groter zou zijn dan de gecreëerde banen
- je onderneming in financiële moeilijkheden verkeerde (volgens de Europese staatssteundefinitie)
Ook belangrijk: het project moest binnen 6 maanden na subsidieverlening starten en binnen 36 maanden zijn afgerond, inclusief ingebruikname van de gerealiseerde capaciteit. De opleidingsactiviteiten moesten een directe link hebben met de investering; opleiding in standaardwerkzaamheden viel niet onder de loonkosten-vergoeding.
Waarvoor krijg je subsidie?
Let op: aanvragen is niet meer mogelijk. Onderstaand overzicht laat zien welke kosten destijds subsidiabel waren.
De regeling onderscheidde twee hoofdcategorieën subsidiabele kosten: investeringskosten en opleidingskosten. Alleen deze kostensoorten kwamen in aanmerking, in afwijking van de algemene regels voor subsidiabele kosten.
Investeringskosten in gebouwen
De koopsom en overdrachtskosten, of de aan derden verschuldigde verbouwkosten. Financieringskosten en overdrachtsbelasting vallen hierbuiten. Bij huurkoop of financial lease geldt de aanschafwaarde.
Investeringskosten in duurzame bedrijfsuitrusting
De koopsom, of bij huurkoop of financial lease de aanschafwaarde. "Duurzame bedrijfsuitrusting" is een investering die op de balans wordt geactiveerd en niet binnen twee jaar wordt afgeschreven (tenzij willekeurige afschrijving fiscaal is toegestaan, zoals bij de VAMIL-regeling).
Voor beide investeringscategorieën gelden extra voorwaarden:
- de kosten moeten zijn geactiveerd op de balans (een directe afschrijving ten laste van de winst telt niet als investering)
- de kosten mogen niet hoger zijn dan de taxatiewaarde
- de kosten mogen niet binnen twee jaar worden afgeschreven, met de eerdergenoemde uitzondering
Opleidingskosten: inkoop van opleiding en training
De kosten die je betaalt aan een derde partij (op basis van facturen) voor het inkopen van opleidingen. Hieronder vallen ook reis- en verblijfskosten van deelnemers, mits zij in dienst zijn van jou als aanvrager en de kosten voldoen aan de eisen van onderbouwing, proportionaliteit en doelmatigheid.
Opleidingskosten: loonkosten tijdens scholing
Loonkosten inclusief overhead voor de uren die eigen medewerkers besteden aan bij- en omscholing, maar uitsluitend als het gaat om competenties en vaardigheden die geen standaardwerkzaamheden zijn. De vergoeding hiervoor loopt via het verplichte forfaitaire tarief (Simplified Cost Option). Opleiding in standaardwerkzaamheden komt hier niet voor in aanmerking.
Wat nadrukkelijk niet subsidiabel is
- investeringen in bedrijfsgebouwen of bedrijfsuitrusting die je hebt gekregen van een partij binnen hetzelfde concern
- investeringen in duurzame bedrijfsuitrusting die niet permanent op de bedrijfslocatie aanwezig is
- immateriële vaste activa (zoals bedoeld in artikel 365 van Boek 2 BW)
- zelfstandige investeringen in gebouwgebonden duurzame energie-opwekkers, zoals losstaande zonnepanelen of kleine windmolens (zitten ze verwerkt in de aankoop van een compleet pand, dan telt de totale investeringssom wel mee)
- kosten van investeringen waarvoor je al onomkeerbare verplichtingen was aangegaan vóór ontvangst van de aanvraag
- kosten van training en opleiding waarvoor je al verplichtingen was aangegaan vóór ontvangst van de aanvraag
- opleidingskosten die al zijn verwerkt in het investeringsbedrag (dubbele subsidiëring is uitgesloten; alleen apart geoffreerde en gefactureerde opleidingskosten tellen)
Ondergrens voor facturen
Facturen onder € 250 exclusief btw komen niet voor subsidie in aanmerking. Op facturen vanaf € 250 exclusief btw wordt een opslag van 1% gerekend als grondslag voor de subsidie (een factuur van € 500 wordt dus meegenomen voor € 505).
Minimale projectomvang
De totale subsidiabele kosten van het project moesten minimaal € 2.500.000 bedragen; daaronder werd de aanvraag afgewezen.
Hoeveel subsidie krijg je?
Let op: aanvragen is niet meer mogelijk, onderstaande bedragen en percentages golden tijdens de openstelling.
Voor investeringskosten hing het percentage af van je bedrijfsgrootte en van of je project binnen het werkingsgebied van de Regionale Steunkaart 2022-2027 viel.
Binnen het werkingsgebied van de Regionale Steunkaart:
- kleine onderneming: maximaal 30% van de subsidiabele kosten
- middelgrote onderneming: maximaal 20% van de subsidiabele kosten
- grote onderneming: maximaal 10% van de subsidiabele kosten
Buiten dat werkingsgebied golden lagere percentages:
- kleine onderneming: maximaal 20% van de subsidiabele kosten
- middelgrote onderneming: maximaal 10% van de subsidiabele kosten
Voor investeringskosten gold daarnaast een maximum van € 8.250.000 per project, ongeacht het percentage.
Voor opleidingskosten (bij- en omscholing van bestaand en nieuw personeel, direct gekoppeld aan de investering) was het subsidiepercentage maximaal 50% van de subsidiabele kosten.
De uiteindelijke subsidie mocht bovendien nooit meer bedragen dan de maximale steunruimte die volgt uit de Algemene groepsvrijstellingsverordening (artikelen 13 en 14 voor regionale investeringssteun, artikel 17 voor investeringssteun aan mkb en artikel 31 voor opleidingssteun).
Het totale subsidieplafond voor deze titel bedroeg (na samenvoeging per 15 december 2023) € 58.000.000, verdeeld op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen ("molenaarsprincipe"), zolang het project aan de minimale score van 70 punten voldeed. Voor projecten van grote ondernemingen was oorspronkelijk € 21.000.000 gereserveerd en voor mkb-projecten € 29.000.000, maar die schotten zijn dus samengevoegd.
Bevoorschotting: je kon op aanvraag een eerste voorschot krijgen van 20% van de verleende subsidie, vooruitlopend op de realisatie. Latere voorschotten werden uitgekeerd op basis van daadwerkelijk gemaakte en betaalde kosten uit je rapportages. In totaal bedroegen alle voorschotten samen maximaal 80% van het verleende subsidiebedrag.
Wat zijn de voorwaarden van de Subsidie investering en opleiding (JTF)?
Let op: aanvragen is niet meer mogelijk. Onderstaand overzicht toont hoe de beoordeling destijds werkte.
Hier val je op af
Waarop wordt beoordeeld
- Aanvragen werden beoordeeld door de Deskundigencommissie op zes criteria, met deze puntenverdeling (totaal 100 punten, minimaal 70 nodig):
- A. Bijdrage aan de doelstellingen van het programma (25 punten, minimaal 80% vereist)
- A1 (10 pt): impact op minimaal één van de vier RIS3-transities (circulair, hernieuwbare energie, duurzame gezondheid, digitaal)
- A2 (5 pt): versterking van de economische structuur van de regio, bijvoorbeeld door nieuwe producten, processen of ketenvorming
- A3 (10 pt): bijdrage aan een klimaatneutrale EU in 2050, onderbouwd met een onafhankelijke CO2-reductieanalyse (minimaal 40% reductie in de waardeketen, of noodzakelijk voor transitie naar nul emissie)
- B. Sociaaleconomische integraliteit (25 punten, minimaal 50% vereist)
- B1 (15 pt): aantal opleidingsdagen (mkb: 0,5 punt per dag; grootbedrijf: 0,25 punt per dag; 1 dag = 8 scholingsuren)
- B2 (5 pt): aanwezigheid van een strategisch HR-beleidsplan
- B3 (5 pt): samenwerking met een opleidingsinstelling die verder gaat dan de om-/bijscholing in dit project
- C. Technische en sociale innovatie (0 punten) Dit criterium telt in deze openstelling niet mee in de score.
- D. Economisch en/of financieel toekomstperspectief (25 punten, minimaal 50% vereist)
- D1: bij nieuwvestiging/uitbreiding/diversificatie: aantal gecreëerde fte's (grootbedrijf 0,5 punt, mkb 1,0 punt per fte); bij transformatie: aantal behouden fte's (mkb 1,0 punt per fte) (20 pt)
- D2 (5 pt): stuwend karakter van de onderneming (minimaal 50% van de omzet buiten Fryslân, Groningen en Drenthe)
- E. Kwaliteit van het projectplan (5 punten, 100% vereist)
- E1: alle verplicht voorgeschreven bijlagen zijn bij de aanvraag gevoegd
- F. Duurzame ontwikkeling en maatschappelijke/sociale impact (20 punten, minimaal 50% vereist)
- F1 (10 pt): innovatiegericht karakter (bijvoorbeeld pilotfaciliteiten, R&D, nieuwe technologie)
- F2 (5 pt): impact op meer dan één sterke kennispositie uit de RIS3 (agrofood, chemie, zorg, energie, HTSM/digitalisering)
- F3 (5 pt): groen perspectief door minder afhankelijkheid van fossiele grond- en brandstoffen
Wat moet je ná toekenning doen
- starten binnen 6 maanden na de subsidieverlening
- het project uiterlijk binnen 36 maanden na de verleningsbeschikking afronden, inclusief ingebruikname van de gerealiseerde capaciteit
- als er bij aanvraag nog geen definitieve financiering was (alleen een uncommitted termsheet): binnen 6 maanden na de verleningsbeschikking een juridisch bindende overeenkomst (committed termsheet of financieringsovereenkomst) overleggen. Gebeurt dat niet, dan vervalt de subsidie en komt de verleningsbeschikking nooit formeel tot stand
- als er nog vergunningen ontbraken: deze binnen 6 maanden na de verleningsbeschikking alsnog verkrijgen
- bij de eindrapportage/vaststelling worden de criteria B1 en D1 opnieuw beoordeeld op basis van de daadwerkelijke realisatie; komt de totaalscore daardoor onder de 70 punten, dan wordt de subsidie ingetrokken
Wat gebeurt er na je aanvraag?
Let op: aanvragen is niet meer mogelijk. Dit beschrijft het proces zoals het gold tijdens de openstelling.
Wie beoordeelt
Na de compleetheidstoets door het SNN volgt de inhoudelijke beoordeling door de onafhankelijke Deskundigencommissie, die adviseert aan de Minister van SZW op basis van de zes landelijke JTF-criteria. Bij criterium A (bijdrage aan de programmadoelen) kan het SNN daarnaast een ambtelijk pre-advies opstellen. Concludeert het SNN dat een aanvraag duidelijk niet past binnen de openstelling, dan kan deze zonder verdere inhoudelijke beoordeling gemotiveerd worden afgewezen. Krijgt het project op advies van de Deskundigencommissie minimaal 70 punten, dan volgt als laatste stap een financieel-technische toets (staatssteun, uitvoeringsperiode, gevraagde subsidiehoogte, sluitendheid financiering). Pas na een positieve uitkomst op alle onderdelen wordt de subsidie verleend en volgt de verleningsbeschikking.
De Deskundigencommissie vergadert gemiddeld ongeveer één keer per maand. Indiening rond een vergaderdatum betekent niet automatisch dat je project in de eerstvolgende vergadering wordt behandeld; dit hangt af van het aantal aanvragen en de capaciteit van de commissie.
Opschortende voorwaarden
Als bij indiening de financiering nog niet definitief was (alleen een uncommitted termsheet) of nog niet alle vergunningen binnen waren, kon de subsidie onder opschortende voorwaarde worden verleend. Je krijgt dan zes maanden na de verleningsbeschikking om dit alsnog te regelen (een committed termsheet, definitieve financieringsovereenkomst, of de ontbrekende vergunningen). Gebeurt dat niet binnen die termijn, dan vervalt de subsidie en komt de verleningsbeschikking nooit formeel tot stand: er ontstaat dan géén enkel recht op subsidie.
Uitbetaling: voorschotten
Je kunt op aanvraag een eerste voorschot krijgen van 20% van de verleende subsidie, vooruitlopend op de uitvoering. Bevat de verleningsbeschikking nog een opschortende of ontbindende voorwaarde die nog niet is vervuld, dan wordt geen voorschot verstrekt. Vervolgvoorschotten worden verleend op basis van gemaakte en betaalde kosten die je verantwoordt in je rapportages, vermenigvuldigd met het toegestane subsidiepercentage. Alle voorschotten samen bedragen maximaal 80% van het verleende subsidiebedrag.
Verplichtingen tijdens de looptijd
- starten binnen 6 maanden na de subsidieverlening
- project afronden (inclusief ingebruikname van de gerealiseerde capaciteit) binnen 36 maanden na de verleningsbeschikking; op verzoek kan deze termijn worden verlengd, onderbouwd met bewijsstukken en een (bouw)planning
- voortgangsrapportages indienen met bewijsstukken voor de gerealiseerde waarden van de gekozen output-indicatoren
- bij twijfel over de technische of economische haalbaarheid tijdens de uitvoering kan het SNN een onafhankelijk due-diligence-onderzoek laten uitvoeren
Vaststelling
Na afloop van het project wordt de subsidie vastgesteld. Daarbij worden de criteria B1 (opleidingsdagen) en D1 (gecreëerde of behouden fte's) opnieuw doorgerekend op basis van de daadwerkelijke realisatie in plaats van de eerdere prognose. Voor deze twee criteria geldt bij vaststelling niet opnieuw de eis van minimaal 50% van het maximumaantal punten, maar als de nieuwe totaalscore door deze herberekening onder de 70 punten uitkomt, wordt de subsidie ingetrokken.
Welke documenten heb je nodig?
Het loket publiceert 38 documenten bij deze regeling, waarvan er 9 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.
- Subsidietitel I&O - OpleidingsplanDownloadWord · 1 paginaVerplicht
Format om het opleidingsplan voor bij- en omscholing van personeel uit te werken, nodig omdat dit plan als verplichte bijlage bij de aanvraag moet worden gevoegd.
- Mkb-verklaringDownloadPDF · 2 pagina'sVerplicht
Verklaring om te bepalen of de aanvrager tot het mkb behoort, nodig om het juiste subsidiepercentage (klein/middelgroot/groot) te kunnen vaststellen.
- Subsidieregeling investering en opleidingDownloadPDF · 29 pagina'sVerplicht
De volledige subsidieregeling investering en opleiding (hoofdstuk 2.1) met alle voorwaarden, definities, subsidiabele kosten en beoordelingscriteria waarop je de aanvraag moet baseren.
- Subsidietitel I&O - Format Uncommitted termsheetDownloadWord · 1 paginaAanbevolen
Format/leidraad om een uncommitted termsheet van een beoogde financier op te stellen, nodig om bij de aanvraag de (nog niet volledig geregelde) externe financiering van het project aan te tonen.
- JTF Regioplan - PublieksversieDownloadPDF · 5 pagina'sAanbevolen
Publieksversie van het JTF-regioplan die de drie sporen en achtergrond van het programma uitlegt, nuttig om je projectvoorstel inhoudelijk aan te laten sluiten bij het beleid.
- JTF Richtsnoer klimaattoetsing infraDownloadPDF · 48 pagina'sAanbevolen
Europees richtsnoer voor klimaattoetsing van infrastructuur, relevant als je project infrastructurele investeringen bevat die op klimaatbestendigheid moeten worden getoetst.
- Verklaring financiële moeilijkheden (2024)DownloadPDF · 6 pagina'sAanbevolen
Verklaring die je moet gebruiken als je onderneming in financiële moeilijkheden verkeert, om dit bij de aanvraag te melden.
- JTF 2021-2027 - BeoordelingskaderDownloadPDF · 5 pagina'sAanbevolen
Beoordelingskader JTF 2021-2027 dat de zes beoordelingscriteria en scoringswijze van de Deskundigencommissie toelicht, nodig om te begrijpen hoe je aanvraag wordt beoordeeld.
En nog 30 andere bestanden in het dossier.
Veelgestelde vragen over de Subsidie investering en opleiding (JTF)
Waarvoor kan ik subsidie krijgen met de Subsidie investering en opleiding (JTF)?
Je kunt subsidie krijgen voor investeringen in duurzame bedrijfsuitrusting en de daarbij horende gebouwen, en voor bij- of omscholing en training van bestaand en nieuw personeel als gevolg van die investeringen.
Hoeveel subsidie kan ik krijgen voor investeringskosten?
Kleine ondernemingen krijgen maximaal 30% van de subsidiabele kosten, middelgrote ondernemingen maximaal 20% en grote ondernemingen maximaal 10%. Per project ontvang je maximaal €8.250.000,- subsidie voor investeringskosten.
Hoeveel subsidie kan ik krijgen voor opleidingskosten?
Voor opleidingskosten ontvang je maximaal 50% subsidie over de kosten die voor subsidie in aanmerking komen.
Voor wie is deze subsidie bedoeld?
De subsidie is bedoeld voor industriële ondernemingen, van mkb tot grote bedrijven, in de proces- en maakindustrie en de scheepsbouw, die gevestigd zijn of zich willen vestigen in de provincie Groningen en/of gemeente Emmen.
Voor welke sectoren is deze subsidie niet bedoeld?
De subsidie is niet bedoeld voor industriële dienstverlening, energieproductie, waterstofproductie voor energieopwekking, productie van biobrandstoffen waarvoor al meer dan twee jaar een bijmengverplichting geldt, en bepaalde vormen van hergebruik van producten, afvalstoffen of grondstoffen zonder hoogwaardige toepassing of uitsluitend gericht op export.
Wanneer moet mijn project starten na subsidieverlening?
Het project moet starten binnen 6 maanden na de subsidieverlening.
Binnen welke termijn moet mijn project zijn afgerond?
Het project moet uiterlijk binnen 36 maanden na de subsidieverlening zijn afgerond.
Hoe ziet het aanvraagproces eruit?
Eerst ga je aan de hand van een concept-format projectplan in gesprek met de provincie en het SNN. Daarna dien je de volledige aanvraag in, die vervolgens op compleetheid wordt gecontroleerd, waarna een subsidie-technische beoordeling door het SNN plaatsvindt.
Bij wie kan ik terecht met vragen over mijn projectvoorstel?
Je kunt contact opnemen met de provincie Groningen via europeseprogrammas@provinciegroningen.nl of met de gemeente Emmen (Susan van Harten) via jtf@emmen.nl. Voor subsidie-technische vragen kun je bij het SNN terecht via jtf@snn.nl of 050-5224 900.
Vanaf wanneer kon ik deze subsidie aanvragen?
Vanaf 23 januari 2023 kon je jouw aanvraag indienen.
Kan ik deze subsidie nog aanvragen?
Nee, de status van deze subsidie is 'Aanvragen niet meer mogelijk'.
Wat is het Just Transition Fund (JTF)?
Het Just Transition Fund (JTF) is een Europees fonds voor gebieden die het zwaarst worden getroffen door de overgang naar een groene economie. Het komt voort uit de Europese Green Deal, die moet zorgen voor een klimaatneutraal Europa in 2050, en wil de sociaal-economische ongelijkheid als gevolg van de energietransitie verkleinen.
Hoeveel budget is er beschikbaar voor Noord-Nederland binnen het JTF?
Voor Noord-Nederland is er 330 miljoen euro beschikbaar binnen het JTF-programma.
Wie voert het Programma JTF uit?
Het SNN (Samenwerkingsverband Noord-Nederland) verzorgt de uitvoering van het Programma JTF in de vorm van subsidies.
Wat is de RIS3?
De RIS3 is de regionale innovatiestrategie van en voor Noord-Nederland, met vier centrale transities: van een lineaire naar een circulaire economie, van zorg naar positieve gezondheid, van fossiele naar hernieuwbare energie, en van analoog naar digitaal.
Hoe beoordeelt de Deskundigencommissie subsidieaanvragen?
De Deskundigencommissie beoordeelt aanvragen op zes criteria via een kwalitatieve sterkte-zwakteanalyse, waarbij ook rekening wordt gehouden met de hoogte van het aangevraagde subsidiebedrag. Het totaal van de scores telt op tot minimaal 0 en maximaal 100 punten, waarbij minimaal 70 punten nodig is voor een positieve beoordeling.
Wat zijn de zes beoordelingscriteria van de Deskundigencommissie?
De criteria zijn: de bijdrage aan de doelstellingen van het programma, de bijdrage aan duurzame ontwikkeling en maatschappelijke impact, de mate van sociaaleconomische integraliteit (alleen JTF), het financiële en economische toekomstperspectief, de innovativiteit van het project en de kwaliteit van de aanvraag.
Wat gebeurt er als ik minder dan 70 punten scoor bij de beoordeling?
Alleen projectvoorstellen met een minimale totaalscore van 70 punten worden positief beoordeeld. Daarnaast moet per beoordelingscriterium minimaal 50% van het maximaal te behalen aantal punten worden behaald, anders wordt de aanvraag afgewezen.
Hoe toon ik aan dat de financiering van mijn project sluitend is?
Je kunt de financiering aantonen met eigen middelen, subsidies van derden of vreemd vermogen. Bij financiering door derden moet je juridisch bindende documentatie overleggen, of een uncommitted termsheet als je nog in onderhandeling bent, die binnen zes maanden na de verleningsbeschikking moet worden omgezet in een juridisch bindende overeenkomst.
Wat gebeurt er als de opschortende voorwaarde voor financiering niet binnen zes maanden wordt vervuld?
Als binnen zes maanden na afgifte van de verleningsbeschikking nog geen juridisch bindende overeenkomst aanwezig is, vervalt de subsidie en komt de verleningsbeschikking nooit formeel tot stand. Dit betekent dat er geen enkel recht op subsidie is ontstaan.
Wat moet er in een uncommitted termsheet staan?
De termsheet moet onder meer de kredietnemer(s) vermelden, een bevestiging van de financier met positieve intentie, eventuele hoofdelijk medeschuldenaren, een projectomschrijving met investeringshoogte en financieringsopbouw, de soort financiering, bekende voorwaarden zoals rentepercentage en aflossingsschema, en een beschrijving van proces en planning. Het document moet op briefpapier van de financier staan en gewaarmerkt zijn met een handtekening.
Hoe bepaal ik of mijn onderneming tot het mkb behoort?
Dit bepaal je met het mkb-verklaringsschema op basis van de definitie in verordening (EG) nr. 651/2014. Je bent mkb als je onderneming minder dan 250 medewerkers heeft én een jaaromzet van maximaal €50 miljoen óf een balanstotaal van maximaal €43 miljoen, waarbij ook gegevens van verbonden en partnerondernemingen meetellen.
Wat is een klein, middelgroot of micro-bedrijf volgens de mkb-definitie?
Een kleine onderneming heeft minder dan 50 personen in dienst en een jaaromzet of balanstotaal van maximaal €10 miljoen. Een micro-onderneming heeft minder dan 10 personen in dienst en een jaaromzet of balanstotaal van maximaal €2 miljoen. Een middelgrote onderneming (mkb) heeft minder dan 250 personen in dienst met een jaaromzet tot €50 miljoen of balanstotaal tot €43 miljoen.
Welke drie sporen kent het JTF-regioplan?
Het regioplan bestaat uit drie sporen: Nieuw economisch perspectief (vernieuwen van de economie en versterken van het kennis- en innovatiesysteem), Groen perspectief (benutten van kansen uit vergroening) en Menselijk kapitaal en maatschappelijk perspectief (versterken van menselijk kapitaal).
Welke kosten komen niet voor subsidie in aanmerking?
Onder meer investeringen gekregen van een onderneming binnen hetzelfde concern, investeringen in niet-permanent aanwezige bedrijfsuitrusting, immateriële vaste activa, zelfstandige investeringen in gebouwgebonden duurzame energie-opwekkers, en kosten waarvoor al onomkeerbare verplichtingen zijn aangegaan vóór ontvangst van de aanvraag komen niet in aanmerking.
Vraag het dossier
Stel een vraag over Subsidie investering en opleiding (JTF). Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- Subsidie investering en opleiding (JTF)snn.nl · gecontroleerd 3 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Samenwerkingsverband Noord-Nederland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.