Samenwerken aan innovatie EIP 2026 Fryslân
Samenwerkingsverband Noord-Nederland
Wat is de Samenwerken aan innovatie EIP 2026 Fryslân?
Samenwerken aan innovatie EIP 2026 Fryslân is subsidie voor ondernemers en organisaties die samen een innovatief idee voor de Friese landbouw willen ontwikkelen, testen of praktijkrijp maken. Je werkt hierbij altijd met minimaal één landbouwer samen, plus minimaal één andere partij, zoals een kennisinstelling, technologiebedrijf, ketenpartij of natuurorganisatie.
De subsidie is bedoeld voor projecten die bijdragen aan een duurzame en toekomstbestendige landbouw, en die tegelijk kennis delen binnen de sector via het nationale en Europese EIP-netwerk. Denk aan het ontwikkelen van een duurzame waardeketen waarin de boer een sterkere positie krijgt, het slimmer omgaan met water, bodem en lucht, of het inspelen op wat de samenleving verwacht van voedsel en gezondheid.
Je kunt minimaal € 125.000 en maximaal € 500.000 per project krijgen. Voor investeringen in bedrijfsmiddelen is het subsidiepercentage 40%, voor overige kosten (zoals loonkosten, eigen arbeid en kosten van derden) is dat 100%. Er is in deze ronde nog € 3.000.000 beschikbaar.
Je vraagt de subsidie aan via het GLB-webportal (glb-webportal.nl), waar je inlogt met eHerkenning (of als natuurlijk persoon met een gewoon account). Dat kan tot en met 14 september 2026 om 17:00 uur, waarna de ronde op 21 september 2026 om 17:00 uur definitief sluit. Een adviescommissie beoordeelt en rangschikt je aanvraag op basis van vier criteria: effectiviteit, haalbaarheid, innovatie en efficiëntie. Je hebt minimaal 36 van de 60 punten nodig om in aanmerking te komen.
Let op: dit is geen regeling waarbij "wie eerst komt, eerst maalt" geldt. Alle aanvragen binnen de ronde worden met elkaar vergeleken en op kwaliteit gerangschikt.
Wie komt in aanmerking voor de Samenwerken aan innovatie EIP 2026 Fryslân?
Deze subsidie is voor samenwerkingsverbanden, niet voor individuele aanvragers. Je valt af als je niet aan de volgende eisen voldoet.
Samenwerkingsverband met minimaal twee partijen, waarvan minimaal één landbouwer
Je vraagt de subsidie nooit alleen aan. Je hebt minimaal twee partijen nodig, en minimaal één daarvan moet een landbouwer zijn (geregistreerd als landbouwer bij de KvK, met landbouwactiviteiten als hoofdactiviteit). De andere partij kan bijvoorbeeld een kennisinstelling, technologiebedrijf, ketenpartij of natuurorganisatie zijn.
Geen partij betaalt meer dan 70% van de kosten
Binnen het samenwerkingsverband mag geen enkele partij meer dan 70% van de subsidiabele kosten voor haar rekening nemen. Dit voorkomt dat één partij het project in feite alleen doet.
Verbonden partijen tellen als één deelnemer
Zijn partijen binnen het samenwerkingsverband verbonden (in welke vorm dan ook)? Dan worden ze niet gezien als afzonderlijke deelnemers. Dit kan gevolgen hebben voor of je wel aan de eis van "minimaal twee partijen" voldoet.
Het project gaat over landbouwproducten
Je project moet gaan over de productie van of handel in landbouwproducten zoals gedefinieerd in bijlage 1 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU).
Uitvoering grotendeels in Fryslân
Het project wordt grotendeels uitgevoerd in de provincie Fryslân.
Geen reeds bestaand samenwerkingsverband, tenzij de activiteit nieuw is
Bestaat je samenwerkingsverband al? Dan wordt de subsidie geweigerd, tenzij de activiteit waarvoor je nu subsidie aanvraagt nieuw is voor dit samenwerkingsverband.
Nog niet gestart met de activiteiten
Ben je al begonnen met de uitvoering voordat je de aanvraag indiende? Dan wordt de aanvraag afgewezen. Voorbereidende werkzaamheden zoals vergunningen aanvragen of haalbaarheidsstudies tellen niet als "starten", maar deze kosten zijn dan ook niet subsidiabel.
Onderneming mag niet in financiële moeilijkheden verkeren
Ondernemingen die in financiële moeilijkheden verkeren (volgens de Europese staatssteunvoorschriften) komen niet in aanmerking. Dit wordt getoetst via de verklaring financiële moeilijkheden.
Minimaal 36 van de 60 punten bij beoordeling
Ook als je aan alle instapeisen voldoet, val je af als je project bij de kwaliteitsbeoordeling minder dan 36 van de 60 punten scoort.
Geen aanvraag voor dezelfde activiteiten in dezelfde periode
Heb je voor dezelfde activiteiten al een andere aanvraag lopen in dezelfde aanvraagperiode? Dan wordt deze aanvraag afgewezen.
Let op: de-minimisverordening is bij deze regeling niet van toepassing, omdat de regeling zich richt op de voortbrenging en handel in landbouwproducten (artikel 42 VWEU). Je hoeft dus geen de-minimisverklaring in te vullen. Wel geldt: als je voor dezelfde kosten al subsidie van een andere instantie hebt ontvangen, wordt de GLB-subsidie daarop gekort tot het toegestane maximum.
Waarvoor krijg je subsidie?
Je krijgt subsidie voor vier kostensoorten: loonkosten, eigen arbeid, afschrijvingskosten en kosten van derden. Voor de berekening van loonkosten en eigen arbeid kies je één van drie rekenmethodes; deze keuze bepaalt welk begrotingsformat je gebruikt.
Loonkosten
Loonkosten van personeel in loondienst komen in aanmerking, inclusief overheadkosten. Er zijn drie manieren om deze te berekenen (zie hieronder onder "rekenmethodes"). Het totale aantal te subsidiëren uren per medewerker per jaar is nooit meer dan 1.720 uur bij een voltijd dienstverband (of naar rato bij deeltijd), tenzij je de vereenvoudigde kostenoptie voor overige kosten gebruikt, waarbij een ander maximum kan gelden.
Eigen arbeid
Werk je zelf mee zonder dat er sprake is van een dienstverband (bijvoorbeeld als zzp'er of ondernemer)? Dan geldt een vast uurtarief. Zonder vereenvoudigde kostenoptie is dit € 50 per uur (inclusief 15% overheadopslag). Met de vereenvoudigde kostenoptie voor overige kosten is dit € 43 per uur. Het totale aantal te subsidiëren uren voor eigen arbeid is per jaar maximaal 1.372 uur.
Afschrijvingskosten
Voor bedrijfsmiddelen die je al in bezit hebt en voor het project gebruikt (zoals machines, gebouwen of software), reken je alleen het deel toe dat op het project betrekking heeft. Dit gebeurt naar rato van de gebruiksduur binnen de projectperiode, gerelateerd aan de gangbare afschrijvingstermijn. Voorbeeld: een investering van € 60.000 met een afschrijvingstermijn van 5 jaar en een projectperiode van 3 jaar levert 60% (€ 36.000) subsidiabele kosten op; bij 40% subsidie is dat dan € 14.400 (dossier geeft een iets ander cijfervoorbeeld met restwaarde: € 60.000 investering, restwaarde € 10.000, afschrijving 5 jaar, projectperiode 2 jaar, geeft € 20.000 subsidiabele kosten en € 8.000 subsidie bij 40%).
Kosten van derden
Facturen van externe partijen (bijvoorbeeld ingehuurde specialisten, aangekocht materiaal) zijn subsidiabel op basis van een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht. De kosten moeten redelijk (marktconform) zijn.
Investeringen in bedrijfsmiddelen versus operationele kosten
Het onderscheid tussen "investeringen" (40% subsidie) en "overige kosten" (100% subsidie) is belangrijk voor je begroting. Onder investeringen in bedrijfsmiddelen vallen vaste activa zoals gebouwen, machines, inventaris en software. Operationele kosten zijn alle overige kosten die met de uitvoering van het project te maken hebben: projectmanagement, coördinatie, onderzoek, verbruikskosten (zoals brandstof), het ontwikkelen van prototypes, arbeidskosten voor de uitvoering, en het verspreiden van kennis.
Drie rekenmethodes voor arbeidskosten
- *Zonder vereenvoudigde kostenoptie*: werkelijke uren tegen een individueel uurtarief (gebaseerd op bruto jaarloon plus 44,2% werkgeverslasten plus 15% overhead), of vaste tarieven per functie: € 44 voor een projectmedewerker, € 50 voor een landbouwer, € 78 voor een adviseur, € 88 voor een projectleider of expert. Eigen arbeid: € 50 per uur.
- *Met vereenvoudigde kostenoptie voor overige kosten*: uurtarief zonder overheadopslag (om dubbele financiering te voorkomen), namelijk € 43 voor eigen arbeid, of vaste "all-in" tarieven per functie: € 54 voor een projectmedewerker, € 60 voor een landbouwer, € 95 voor een adviseur, € 107 voor een projectleider of expert. De overige kosten worden dan berekend als 40% van deze arbeidskosten.
- *Met vereenvoudigde kostenoptie voor arbeidskosten*: je berekent eerst de overige (niet-arbeids)kosten op basis van facturen, en vermenigvuldigt dat bedrag met 0,23 om de loonkosten en kosten eigen arbeid te bepalen. Dit format is eenvoudiger; je hoeft dan geen verantwoording over gemaakte uren af te geven. Let op: gebruik je deze optie voor arbeidskosten, dan kun je voor de investeringen in bedrijfsmiddelen geen vereenvoudigde kostenoptie voor overige kosten meer gebruiken.
Integrale kostensystematiek (IKS) voor kennisinstellingen
Kennisinstellingen met een door RVO goedgekeurde IKS mogen deze systematiek gebruiken voor het toerekenen van directe en indirecte kosten aan arbeidsuren. Dit moet al standaard door de organisatie gebruikt worden; speciaal voor deze aanvraag overstappen naar IKS is niet toegestaan.
Wat komt niet in aanmerking?
Kosten van voorbereidende handelingen (zoals vergunningen of haalbaarheidsstudies) zijn niet subsidiabel. Ook kosten die gericht zijn op de reguliere bedrijfsvoering van bestaande, reguliere samenwerkingsactiviteiten komen niet in aanmerking. Verder gelden de algemene uitsluitingen: rente, bankkosten, boetes, fooien, geschenken, personeelsactiviteiten, verrekenbare of compensabele btw, winstopslagen binnen een groep, en kosten die een deelnemer aan een andere deelnemer in het samenwerkingsverband in rekening brengt.
Leveranciers als projectpartner
Doet een leverancier van investeringen mee als projectpartner in het samenwerkingsverband? Dan is deze een verbonden partij en mag deze geen winstopslag meer rekenen over de geleverde investeringen. Gewerkte uren van deze leverancier zijn dan wel subsidiabel tegen de geldende uurtarieven. Is de leverancier geen projectpartner, dan zijn de kosten gewoon subsidiabel op basis van facturen, mits deze redelijk zijn.
Hoeveel subsidie krijg je?
Je krijgt minimaal € 125.000 en maximaal € 500.000 per project. Het subsidiepercentage verschilt per kostensoort: 40% voor investeringen in bedrijfsmiddelen en 100% voor de overige subsidiabele kosten.
Investeringen in bedrijfsmiddelen: 40%
Voor investeringen in vaste activa zoals gebouwen, machines, inventaris of software krijg je 40% van de subsidiabele kosten. Deze kosten worden naar rato berekend over de projectperiode, op basis van de afschrijvingstermijn. Voorbeeld: een investering van € 60.000 met een restwaarde van € 10.000 en een afschrijvingstermijn van 5 jaar, bij een projectperiode van 2 jaar, levert € 20.000 subsidiabele kosten op. Bij 40% is de subsidie dan € 8.000.
Overige subsidiabele kosten: 100%
Voor de operationele kosten (loonkosten, eigen arbeid, kosten van derden die niet gaan om investeringen in bedrijfsmiddelen) krijg je 100% van de subsidiabele kosten vergoed.
Ondergrens: minimaal € 125.000 subsidie
Vraag je minder aan dan € 125.000? Dan komt je project niet in aanmerking voor deze openstelling.
Bovengrens: maximaal € 500.000 subsidie
Ook als je hogere kosten hebt, krijg je nooit meer dan € 500.000 subsidie per project.
Korting bij stapeling met andere subsidies
Ontvang je voor dezelfde kosten ook subsidie van een andere instantie, dan gaat dat van je maximale GLB-subsidie af. Voorbeeld: je vraagt GLB-subsidie aan voor € 500.000 aan projectkosten (investeringen, 40%), dus in principe € 300.000 subsidie op basis van 40% over investeringen. Bij € 100.000 subsidie van een andere instantie komt de GLB-subsidie uit op € 200.000. Dit voorbeeld dient ter illustratie van artikel 1.5 en 1.11 van de regeling; reken zelf door met je eigen kostenverdeling.
Geen partij mag meer dan 70% van de kosten dragen
Dit is geen subsidiepercentage maar een voorwaarde: binnen het samenwerkingsverband mag geen partij meer dan 70% van de subsidiabele kosten voor haar rekening nemen.
Resterend budget: € 3.000.000
Voor deze ronde is in totaal nog € 3.000.000 beschikbaar. Aanvragen worden niet op volgorde van binnenkomst behandeld, maar gerangschikt op kwaliteit (zie de beoordelingscriteria). Bij een tekort aan budget krijgen de hoogst scorende projecten voorrang.
Rondes en deadlines
| Ronde | Opent | Sluit | Budget | Verdeling |
|---|---|---|---|---|
| Openstelling | - | 14 sep 2026 | - | - |
Wat zijn de voorwaarden van de Samenwerken aan innovatie EIP 2026 Fryslân?
Hier val je op af
Waarop wordt beoordeeld
- Voldoe je aan de instapeisen, dan rangschikt een adviescommissie (bestaand uit 5 leden met verschillende achtergronden: een agronoom, melkveehouder, varkenshouder, biogastechnoloog en microbioloog) je aanvraag op basis van vier criteria:
- Mate van effectiviteit
- Haalbaarheid van de activiteit
- Mate van innovatie
- Mate van efficiëntie van uitvoering
Wat je moet doen na toekenning
- Zodra je de subsidie hebt gekregen (de verleningsbeschikking), gelden onder meer deze verplichtingen:
- Je deelt de opgedane kennis en resultaten van het project actief tijdens de uitvoering via het nationale en Europese EIP-netwerk en andere geëigende netwerken.
- Je levert iedere 12 maanden een voortgangsverslag aan, met daarin onder andere de uitgevoerde activiteiten, afwijkingen van het projectplan, de financiële voortgang en het gerealiseerde en nog te verwachten aantal personen dat van het project heeft geprofiteerd.
- Je vraagt maximaal één keer per kalenderjaar een deelbetaling aan. Een deelbetaling en het voorschot samen zijn nooit meer dan 90% van de verleende subsidie.
- Je voert een administratie waaruit duidelijk blijkt: de aard, inhoud en voortgang van de activiteiten, dat je aan de communicatieverplichtingen voldoet, welke kosten zijn gemaakt en betaald, en (als loonkosten of eigen arbeid subsidiabel zijn) het aantal uren per persoon. Bewaar deze administratie minimaal vijf jaar na de subsidievaststelling (bij een gerechtelijke procedure: tien jaar na afhandeling daarvan).
- Meld het onverwijld schriftelijk als aannemelijk is dat je de activiteiten niet, niet tijdig of niet geheel zal uitvoeren, of niet aan de verplichtingen zal voldoen.
- Meld het onverwijld als er een verzoek tot schuldsanering, surseance van betaling of faillissement wordt ingediend, voor jou of voor een van de andere deelnemers in het samenwerkingsverband.
- Bij het vaststellingsverzoek lever je een schriftelijke verantwoording van de gebruikte uren en een financieel verslag met een rapport van feitelijke bevindingen, opgesteld door een (register)accountant of AA-consulent.
- De projectperiode is maximaal twee jaar en start na afgifte van de verleningsbeschikking. Zorg dat je hierbinnen klaar bent; overschrijding kan gevolgen hebben voor de vaststelling.
- Wijzigingen aan je project moet je vooraf melden en goedgekeurd krijgen. Een wijziging wordt niet gehonoreerd als deze zou leiden tot een niet-subsidiabele activiteit, een lager puntenaantal dan het minimum, een lagere plek in de rangschikking dan waar het budget werd bereikt, een hoger subsidiebedrag, of als de wijziging na afloop van de projectperiode wordt ingediend.
Je moet minimaal 36 van de 60 te behalen punten scoren om voor subsidie in aanmerking te komen. Meerwaarde wordt gezien in projecten die zich in TRL-niveau 6 tot en met 8 bevinden (van "demonstratie in testomgeving" tot "product/dienst compleet en operationeel"); er zijn geen harde eisen aan het TRL-niveau. Een groter samenwerkingsverband met meer landbouwers levert niet automatisch meer punten op, alleen als die landbouwers ook echt een extra bijdrage leveren kan dat de score positief beïnvloeden.
Wat moet je vooraf al aantonen in je aanvraag?
- Een aantoonbare oriëntatie op reeds uitgevoerde onderzoeken en bestaande initiatieven rond de betreffende innovatie (bekijk dus vooraf op de EIP-website of Netwerk Platteland of jouw project al eerder is uitgevoerd).
- Een uitwerking van de beoogde activiteiten voor kennisverspreiding, met gebruik van het nationale en Europese EIP-netwerk.
- Een toelichting op eventuele investeringen in bedrijfsmiddelen binnen het project.
- Het verwachte aantal personen dat van advies, opleiding, kennisuitwisseling of deelname zal profiteren.
Let op: sommige van deze verplichtingen (zoals het rapport van feitelijke bevindingen bij vaststelling) gelden standaard voor subsidies vanaf € 125.000, wat bij deze regeling altijd het geval is omdat het minimumbedrag al € 125.000 is.
Hoe vraag je de Samenwerken aan innovatie EIP 2026 Fryslân aan?
Stap 1: Voorbereiding (optioneel maar aan te raden)
Doe eventueel eerst een pre-check bij het SNN om te toetsen of je idee past bij de openstelling. Deze pre-check is altijd beschikbaar; houd rekening met ongeveer een week reactietijd. De pre-check vervangt niet de officiële beoordeling.
Stap 2: Account aanmaken op het GLB-webportal
Je dient je aanvraag digitaal in via https://www.glb-webportal.nl/. Log in met eHerkenning. Ben je een natuurlijk persoon (geen bedrijf), dan volstaat een gewoon account op het portal.
Stap 3: Aanvraagformulier invullen
In het portal vul je onder andere in: projectkenmerken, projectgegevens, gegevens van de penvoerder en overige aanvragers, de begroting, financiering en uitgavenplanning.
Stap 4: Verplichte bijlagen aanleveren
Bij een samenwerkingsverband horen in ieder geval deze documenten bij de aanvraag:
- Samenwerkingsovereenkomst: verplichte bijlage bij elke aanvraag die door een samenwerkingsverband wordt ingediend. Hierin staan de rechtsvorm van elke partner, de doelstelling van de samenwerking, de wijze van besluitvorming, de aanwijzing van de penvoerder, de verdeling van taken en verantwoordelijkheden, en een begroting van baten en lasten per partner. Alle partners moeten kennis hebben genomen van de inhoud en de overeenkomst ondertekenen. Let op: een digitale handtekening volstaat niet, alleen een geprint en ondertekend exemplaar is rechtsgeldig.
- Verklaring financiële moeilijkheden: door alle projectpartners in te vullen en te ondertekenen door de naam en functie van de ondertekenaar namens de onderneming. Hiermee wordt getoetst of een partij in financiële moeilijkheden verkeert volgens de Europese staatssteunvoorschriften. Bij een groep ondernemingen moet ook het "Stroomschema verbonden ondernemingen" (bijlage I) worden ingevuld.
- Begroting van de kosten, met een toelichting op de begroting. Gebruik hiervoor het juiste begrotingsformat: het format op basis van werkelijke loon- en arbeidskosten, of het format op basis van de vereenvoudigde kostenoptie (VKO) voor arbeidskosten. Welk format je gebruikt hangt af van de rekenmethode die je kiest voor arbeidskosten.
- Financieringsplan.
- Projectplan, met daarin een probleemanalyse, een beschrijving van de uitvoering, de doelstellingen, verwachte resultaten, de verwachte realisatietermijn, en hoe je de resultaten toetst. Duurt je project langer dan een jaar, dan voeg je ook een meerjarenbegroting met declaratieplanning per jaar toe, en een overzicht van de projectfasen in de tijd.
- Opgave van reeds aangevraagde of ontvangen subsidies voor dezelfde activiteiten bij andere bestuursorganen of partijen, inclusief de stand van zaken.
Aanvragen zonder eHerkenning is dus niet mogelijk voor rechtspersonen; het btw- of fiscaal identificatienummer van de aanvrager (en van iedere deelnemer aan het samenwerkingsverband) moet worden opgegeven.
Stap 5: Indienen vóór de deadline
Je aanvraag moet uiterlijk 14 september 2026 om 17:00 uur volledig zijn ingediend. Let op: de ronde sluit uiteindelijk op maandag 21 september 2026 om 17:00 uur. Is je aanvraag op de uiterste indieningsdatum onvolledig, dan wordt deze afgewezen; "pro forma" aanvragen zonder volledige onderbouwing hebben dus geen zin.
Let op tijdens de zomerperiode
Van 20 juli tot en met 14 augustus is het SNN telefonisch alleen bereikbaar van 08.30 tot 12.00 uur. Op 3 augustus is het eLoket tussen 17.00 en 17.30 uur tijdelijk niet bereikbaar wegens onderhoud.
Documenten die je later mag aanvullen
Gegevens die niet in artikel 1.6 van de regeling worden genoemd, zoals een KvK-nummer, mag je eventueel na sluiting van de aanvraagperiode aanvullen binnen een door Gedeputeerde Staten gestelde termijn.
Wat gebeurt er na je aanvraag?
Beoordeling
Na indiening beoordeelt een adviescommissie samen met het SNN je aanvraag. Zij streven ernaar binnen 22 weken na de uiterste indieningsdatum een besluit te nemen. Tijdens deze periode houdt het SNN je op de hoogte van de status via het GLB-webportal en per e-mail ontvang je het uiteindelijke besluit.
Verlening
Krijgt je aanvraag een akkoord? Dan ontvang je een verleningsbeschikking met het maximale subsidiebedrag en de datum waarop je project uiterlijk afgerond moet zijn. De projectperiode zelf is maximaal twee jaar en start na afgifte van deze beschikking.
Voorschot
Je ontvangt in principe ambtshalve een voorschot van maximaal 50% van de verleende subsidie, tenzij in het openstellingsbesluit anders is bepaald. Dit is volgens het loket een optie: je kunt er ook voor kiezen dit niet te laten uitkeren. Het voorschot hoef je niet terug te betalen op het moment dat je een deelbetaling aanvraagt.
Deelbetalingen tijdens de uitvoering
Je kunt maximaal één keer per kalenderjaar een deelbetaling aanvragen. Deze wordt bij deze subsidie (€ 125.000 of meer) verstrekt op basis van daadwerkelijk gemaakte kosten en betalingen. Het voorschot en de deelbetaling(en) samen bedragen ten hoogste 90% van de verleende subsidie. Op een deelbetalingsaanvraag beslist het SNN binnen 13 weken na ontvangst.
Voortgangsverslag
Duurt je project langer dan 12 maanden? Dan lever je iedere 12 maanden een voortgangsverslag aan. Dit bevat minimaal: de uitgevoerde activiteiten, eventuele afwijkingen van het projectplan (met oorzaak), de geplande activiteiten voor het komende jaar, eventuele maatregelen tegen achterstand, en de financiële voortgang (kostenoverzicht, financieringsoverzicht, financiële planning voor de resterende looptijd). Ook rapporteer je het gerealiseerde en nog te verwachten aantal personen dat van het project heeft geprofiteerd.
Wijzigingen melden
Verandert er iets in je project? Meld dit vooraf bij het SNN via een wijzigingsverzoek. Bij een essentiële wijziging moet je dit doen vóórdat je met de gewijzigde uitvoering begint.
Vaststelling na afronding
Heb je je project afgerond, dan dien je een verzoek tot vaststelling in via het GLB-webportal. In je verleningsbeschikking staat de precieze termijn hiervoor; in het algemeen geldt bij deze subsidiehoogte een termijn van 13 weken na afloop van de projectperiode. Ben je eerder klaar, dan kun je direct een vaststellingsverzoek indienen. Je stuurt in ieder geval mee:
- Facturen- en urenoverzicht (uit het GLB-webportal)
- Een kopie van facturen en betaalbewijzen
- Urenregistratieformulieren en een kopie loonstrook (indien van toepassing)
- Een rapport van feitelijke bevindingen, opgesteld door een accountant
Na indiening van het vaststellingsverzoek meld je dit ook per e-mail aan plattelandsontwikkeling@snn.nl. Is het verzoek compleet, dan streeft het SNN ernaar binnen 13 weken een besluit te nemen (de regeling zelf noemt voor dit arrangement een termijn van 22 weken na ontvangst van het vaststellingsverzoek; check dus altijd de termijn in jouw eigen verleningsbeschikking).
Vragen tijdens de looptijd
Voor al je vragen tijdens het traject kun je terecht bij Team Plattelandsontwikkeling van het SNN, telefonisch bereikbaar op werkdagen tussen 08:30 en 17:00 uur via 050 5224 998, of via plattelandsontwikkeling@snn.nl.
Welke documenten heb je nodig?
Het loket publiceert 14 documenten bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.
- Format samenwerkingsovereenkomst GLB 23-27DownloadWord · 2 pagina's
- Begrotingsformat GLB EIP VKO arbeidskosten 2026DownloadExcel · 5 pagina's
- Begrotingsformat GLB EIP werk. kosten 2026DownloadExcel · 5 pagina's
- Verklaring financiële moeilijkheden GLBDownloadPDF · 6 pagina's
- Handleiding GLB webportalDownloadPDF · 21 pagina's
- Openstellingsbesluit EIP Fryslân 2026DownloadPDF · 19 pagina's
En nog 6 andere bestanden in het dossier.
Veelgestelde vragen over de Samenwerken aan innovatie EIP 2026 Fryslân
Mag iedereen deze subsidie aanvragen?
Deze subsidie is bedoeld voor samenwerkingsverbanden. Het verband moet uit ten minste twee partijen bestaan en minimaal één van deze partijen moet een landbouwer zijn. Geen van de deelnemende partijen mag meer dan 70% van de subsidiabele kosten voor haar rekening nemen.
Wanneer ben ik een landbouwer volgens deze regeling?
Je bent een landbouwer als je landbouwactiviteiten uitvoert en als landbouwer geregistreerd staat bij de Kamer van Koophandel, waarbij landbouwactiviteiten de hoofdactiviteit zijn. Dit kan zowel veeteelt als akkerbouw zijn. Voor de geldende SBI-codes verwijst de pagina naar de website van RVO.
Mag mijn bedrijf meerdere subsidies aanvragen of ontvangen?
Ja, als aanvrager mag je meerdere subsidies ontvangen. Houd hierbij rekening met de-minimisverordening: als die van toepassing is, mag je niet meer dan € 300.000 in 3 jaren aan subsidie ontvangen. Voor deze EIP-openstelling is de de-minimisverordening echter niet van toepassing.
Mag een leverancier deelnemen aan het samenwerkingsverband?
Ja, een leverancier van de investeringen binnen het project mag ook als projectpartner meedoen. In dat geval is de leverancier een verbonden partij en mag deze geen winstopslagen meer rekenen over de geleverde investeringen. Gewerkte uren zijn dan subsidiabel tegen de uurtarieven uit de openstelling.
Worden verbonden partijen binnen een samenwerkingsverband gezien als meerdere deelnemers?
Nee. Als deelnemers verbonden zijn, in welke vorm dan ook, worden ze niet als afzonderlijke deelnemers in een samenwerkingsverband beschouwd.
Waarvoor kan ik subsidie krijgen?
Je kunt subsidie krijgen voor loonkosten, eigen arbeidskosten, afschrijvingskosten en kosten van derden. De subsidie bedraagt 40% van de subsidiabele kosten voor investeringen in bedrijfsmiddelen en 100% van de overige subsidiabele kosten.
Wat valt er onder investeringen in bedrijfsmiddelen?
Onder bedrijfsmiddelen vallen vaste activa die je voor de bedrijfsvoering gebruikt en die onder het ondernemingsvermogen vallen, bijvoorbeeld gebouwen, machines, inventaris en software. Investeringen in bedrijfsmiddelen zijn subsidiabel voor de duur van het project, dus als de afschrijvingstermijn langer is dan de projectduur, is alleen het deel binnen de projectperiode subsidiabel.
Valt mijn project binnen deze EIP-regeling?
Het innovatieve samenwerkingsproject moet te maken hebben met de voortbrenging van landbouwproducten of handel in landbouwproducten, zoals gedefinieerd in bijlage 1 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU).
Kan ik subsidie ontvangen voor een investering in een windmolen?
Een project moet zich richten op innovatie binnen de landbouwsector, waarbij investeringen een innovatief karakter hebben en een samenwerkingsverband is opgezet. De voorwaarden in de openstelling zijn hierbij bepalend en het is aan te raden vooraf te checken of het project al eerder is uitgevoerd via de EIP-website of Netwerk Platteland.
Hoe zorg ik dat het bereik en de effectiviteit van mijn EIP-project groot genoeg is?
Kijk hiervoor vooral naar de toelichting van de openstelling en beschrijf duidelijk wat je met je project wilt bereiken. Als je het project kunt uitbreiden naar meerdere provincies of heel Nederland, scoort het hoger op bereik.
Moet ik al mijn onderzoeksresultaten delen via het EIP-netwerk?
Je moet een globaal overzicht geven van je onderzoek en daarnaast op voorhand onderzoeken of er al een vergelijkbaar onderzoek is uitgevoerd. De aanmelding van jouw project wordt geregeld via Netwerk Platteland, dat de projectgegevens publiceert op de website van het EIP-netwerk.
Zijn voorbereidingskosten subsidiabel?
Nee, kosten die betrekking hebben op de voorbereiding van jouw project zijn niet subsidiabel. Dit staat in artikel 1.10 van de regeling.
Hoe dien ik een project in dat in meerdere provincies plaatsvindt?
Je vraagt subsidie aan in de provincie waar het grootste effect wordt verwacht. Is het effect gelijk verdeeld (50%/50%) over twee provincies, dan moet je het project opsplitsen in twee aanvragen.
Mag ik voor hetzelfde project in meerdere provincies subsidie aanvragen?
Ja, dat mag, mits het project voldoet aan alle voorwaarden van de betreffende provincies.
Mag subsidie gestapeld worden met andere subsidies?
Dit kan als de subsidie die je bij andere instanties ontvangt niet hoger is dan de subsidie die je bij deze aanvraag ontvangt, zoals beschreven in artikel 1.5 en 1.11 van de regeling. Als de gecombineerde subsidie boven het toegestane maximum uitkomt, wordt de GLB-subsidie verlaagd tot het resterende toegestane bedrag.
Hoeveel voorschot krijg ik bij subsidieverlening?
Het voorschot bedraagt maximaal 50% van de verleende subsidie. Dit voorschot hoef je niet in te lopen op het moment dat je een deelbetaling indient.
Is er een minimale bijdrage die elke samenwerkingspartner moet leveren?
Er geldt geen minimale bijdrage per partner, maar het is van belang dat minimaal één landbouwer deelneemt en dat geen van de partijen meer dan 70% van de subsidiabele kosten voor haar rekening neemt.
Wie zitten er in de adviescommissie en waarop beoordelen zij?
De adviescommissie bestaat uit 5 leden uit verschillende provincies met verschillende achtergronden: een agronoom, een melkveehouder, een varkenshouder, een biogastechnoloog en een microbioloog. Zij beoordelen projecten op basis van 4 criteria: effectiviteit, haalbaarheid, innovatie en efficiëntie.
Valt deze subsidie onder de de-minimisverordening?
Nee, de de-minimisverordening is niet van toepassing op deze openstelling omdat deze zich richt op de voortbrenging en handel in landbouwproducten, waardoor artikel 42 VWEU van toepassing is en de steun is vrijgesteld van staatssteun. Je hoeft daarom geen de-minimisverklaring in te vullen.
Is een groter samenwerkingsverband met meer landbouwers beter voor mijn aanvraag?
Nee, meer landbouwers geeft geen extra garantie op succes of meer punten. Alleen als de landbouwers ook een extra bijdrage aan het project leveren, kan dit een positieve uitwerking hebben op de score van de adviescommissie.
Binnen welk TRL-niveau moet mijn project vallen?
Er worden geen eisen meer gesteld aan het TRL-niveau (Technology Readiness Level) van een project. Wel wordt bij de beoordeling een meerwaarde gezien in projecten op TRL 7 en/of 8, en in Fryslân ligt de focus meer op levels 6 tot en met 8.
Tot wanneer kan ik een pre-check laten doen?
De pre-check is altijd beschikbaar en wordt uitgevoerd door SNN, met een reactietijd van ongeveer een week. De pre-check vervangt niet de officiële beoordeling.
Kan ik de Integrale Kostensystematiek (IKS) toepassen?
Ja, maar alleen kennisinstellingen mogen de IKS toepassen. Als jouw IKS al is goedgekeurd vanuit nationale subsidies, kan deze ook gebruikt worden binnen GLB 23-27, mits je organisatie dit standaard gebruikt en het in de openstelling is opgenomen.
Wat zijn operationele kosten binnen deze regeling?
Operationele kosten van het samenwerkingsverband zijn alle kosten die te maken hebben met het uitvoeren van het project, met uitzondering van investeringen.
Wat gebeurt er nadat ik mijn aanvraag heb ingediend?
De aanvraag wordt beoordeeld door de adviescommissie en het SNN, die ernaar streven binnen 22 weken na de uiterste indieningsdatum een besluit te nemen. Je wordt tijdens deze periode op de hoogte gehouden en ontvangt het besluit per e-mail.
Vraag het dossier
Stel een vraag over Samenwerken aan innovatie EIP 2026 Fryslân. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- Samenwerken aan innovatie EIP 2026 Fryslânsnn.nl · gecontroleerd 3 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Samenwerkingsverband Noord-Nederland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.