GeslotenFonds · Drenthe · Subsidie

Niet-productieve investeringen water - Drenthe

Samenwerkingsverband Noord-Nederland

Wat is de Niet-productieve investeringen water - Drenthe?

Niet-productieve investeringen water - Drenthe is een verzamelnaam voor een reeks POP3- en GLB-subsidies die de provincie Drenthe tussen 2016 en 2024 openstelde voor investeringen in het watersysteem. Het doel: bijdragen aan de Kaderrichtlijn Water (KRW)- en klimaatdoelen, zodat de waterkwaliteit verbetert en er duurzame, klimaatbestendige watersystemen ontstaan.

Concreet ging het om niet-productieve investeringen (investeringen die geen waardestijging of hogere rentabiliteit van een bedrijf opleveren) in de (her)inrichting, transformatie of het beheer van watersystemen. Denk aan beekherstel, natuurvriendelijke oevers, vispassages, stuwen, gemalen en maatregelen om water vast te houden of te bergen.

Wie in aanmerking kwam, verschilde per openstellingsjaar. Bij de laatste openstelling (2024) konden alleen waterschappen subsidie aanvragen, voor projecten in specifiek aangewezen gebieden binnen de beheergebieden van Vechtstromen, Hunze en Aa's, Noorderzijlvest en Drents Overijsselse Delta. Bij eerdere openstellingen (2016, 2017) kwamen ook landbouwers, grondeigenaren, grondgebruikers, landbouworganisaties, natuur- en landschapsorganisaties, provincies en samenwerkingsverbanden in aanmerking.

Aanvragen kon via het pop3-webportal van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN). Dit is nu niet meer mogelijk: alle openstellingen binnen deze maatregel zijn gesloten en het resterend budget is € 0. Deze pagina is een verzamelpagina voor de verschillende openstellingsjaren; heb je destijds subsidie aangevraagd, dan vind je op het tabblad "Aangevraagd" informatie over de status van je aanvraag, wijzigingen, voortgangsverslagen en de vaststelling.

Wie komt in aanmerking voor de Niet-productieve investeringen water - Drenthe?

Deze regeling kende meerdere openstellingen (2016, 2017, 2019, 2021 en 2024), elk met eigen eisen. Aanvragen is nu niet meer mogelijk, maar zo zaten de eisen in elkaar.

Je bent actief in Drenthe
Regionale regeling.
De definitieve beoordeling ligt bij Samenwerkingsverband Noord-Nederland.

Bij de laatste openstelling (2024) gold als harde eis:

  • Subsidie ging alleen naar waterschappen. Landbouwers kwamen bij deze openstelling niet in aanmerking.
  • Je investering moest liggen in, of aantoonbaar effect hebben op, één van de aangewezen gebieden: het Drentse deel van waterschap Vechtstromen (projectgebied Nieuw Schoonebeek), het Drentse deel van waterschap Hunze en Aa's (met specifieke projectgebieden zoals Amerdiep, Noord-Willemskanaal, Hunze en Luwe Zone Zuidlaardermeer, inclusief de delen die in Groningen liggen), het Drentse deel van waterschap Noorderzijlvest, of het Drentse deel van waterschap Drents Overijsselse Delta (met projectgebieden als Beilervaart, Domeinweg, Wold Aa, Ruiner Aa, Meppelerdiep, Holthe sluis en vispassages Vogelzangschewijk).
  • Investeringen in het watersysteem waar uitsluitend landbouwers van profiteren kwamen niet voor subsidie in aanmerking.
  • Na beoordeling moest de berekende subsidie minimaal € 200.000 bedragen. Kwam je daar niet boven, dan werd de aanvraag afgewezen.
  • Een aanvraag die minder dan 30 punten haalde op de selectiecriteria werd geweigerd.
  • Je aanvraag moest tijdig zijn ingediend, binnen de openstellingsperiode (voor 2024: 3 juni 2024 9.00 uur tot en met 13 september 2024 17.00 uur) en via het webportal van SNN.

In eerdere openstellingen (2016, 2017, 2019) golden deels andere eisen. Zo kwamen bij de openstelling van 2016 ook landbouwers, grondeigenaren, grondgebruikers, landbouworganisaties, natuur- en landschapsorganisaties, provincies, waterschappen, bestuurscommissies en samenwerkingsverbanden daarvan in aanmerking; gemeenten juist niet. Bij die openstellingen golden ook andere minimum- en maximumbedragen voor de subsidiabele kosten en een ander geografisch werkingsgebied.

Let op: welke eisen exact gelden, hangt af van welke openstelling (2016, 2017, 2019, 2021 of 2024) op jouw project van toepassing was of zou zijn geweest. Omdat aanvragen nu niet meer mogelijk is, is dit vooral relevant om te begrijpen waarom een eerdere aanvraag is afgewezen of toegekend.

Waarvoor krijg je subsidie?

Welke kosten subsidiabel waren, verschilde per openstellingsjaar. Aanvragen is nu niet meer mogelijk, maar voor de volledigheid en voor lopende dossiers hier de kostensoorten per openstelling.

Openstelling 2024 (laatste openstelling)

  • Kosten als bedoeld in artikel 1.8 onder a, b en e van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027: dit omvat loonkosten inclusief overheadkosten, kosten van eigen arbeid inclusief overheadkosten, en overige kosten waarvoor een factuur of gelijkwaardig bewijsdocument kan worden overgelegd.
  • De subsidiabele kosten worden berekend met een vereenvoudigde kostenoptie voor arbeidskosten of overige kosten (volgens artikel 1.9b of 1.9c van de verordening), later aangevuld met de mogelijkheid om artikel 1.9a te gebruiken.
  • Niet subsidiabel: investeringen in het watersysteem waar uitsluitend landbouwers van profiteren.

Openstelling 2021

Subsidiabele kostentypen:

  • Personeelskosten, berekend volgens artikel 1.9a van de Verordening.
  • Let op: personeelskosten zijn niet subsidiabel wanneer het project onderdeel is van een groter geheel en de kosten voor werken hoger zijn dan € 5.186.000 (de EU-drempel).
  • Kosten derden: kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overgelegd.
  • Ook voorbereidingskosten waren subsidiabel, voor zover deze direct samenhingen met de investering.

Openstelling 2019

Subsidiabele kostentypen:

  • Personeelskosten conform artikel 1.9 van de Verordening.
  • Kosten derden: kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overgelegd.
  • Weigeringsgrond: als de proceskosten voor voorbereiding en uitvoering meer dan 40% van de totale subsidiabele kosten bedroegen (inclusief niet-verrekenbare of niet-compensabele btw), werd de subsidie geweigerd.

Openstelling 2017/2018 (klimaatprojecten)

Subsidiabele kosten:

  • Voorbereidingskosten, indien gemaakt binnen één jaar voordat de aanvraag is ingediend. Dit omvat kosten van adviseurs, architecten en ingenieurs, adviezen over duurzaamheid op milieu- en economisch gebied, haalbaarheidsstudies en personeelskosten of eigen arbeid voor die werkzaamheden.
  • Kosten van bouw, verbetering, verwerving of leasing van onroerende zaken.
  • Kosten van koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties (niet zijnde vervangingskosten), tot maximaal de marktwaarde van de activa.
  • Kosten van adviseurs, architecten en ingenieurs.
  • Kosten van adviezen duurzaamheid op milieu en economisch gebied.
  • Kosten van haalbaarheidsstudies.
  • Niet verrekenbare of niet compensabele btw.
  • Personeelskosten conform artikel 1.9 van de Verordening.
  • Kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware.
  • Weigeringsgrond: proceskosten voor voorbereiding en uitvoering van meer dan 30% van de totale subsidiabele kosten.

Openstellingen 2016 (maart en november)

Subsidiabele kosten (in beide 2016-besluiten vergelijkbaar):

  • Kosten van bouw, verbetering, verwerving of leasing van onroerende goederen.
  • Kosten van koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties, niet zijnde vervangingskosten, tot maximaal de marktwaarde van de activa.
  • Kosten van adviseurs, architecten en ingenieurs.
  • Kosten van adviezen duurzaamheid op milieu en economisch gebied.
  • Kosten van haalbaarheidsstudies.
  • Niet verrekenbare of niet compensabele btw.
  • Personeelskosten conform artikel 1.9 van de Verordening.
  • Weigeringsgrond bij de openstelling van maart 2016: als de kosten voor voorbereiding en begeleiding (genoemd in de artikelen 5.c, 5.d, 5.e en 5.g) meer dan 40% van de totale subsidiabele kosten bedroegen.
  • Weigeringsgrond bij de openstelling van november 2016: als deze kosten 40% of meer van de totale subsidiabele kosten bedroegen.

Wat in geen van de openstellingen subsidiabel was

  • Vervangingskosten van machines en installaties (alleen nieuwe aankopen, niet ter vervanging, kwamen in aanmerking).
  • Bij meerdere openstellingen: investeringen die uitsluitend landbouwers ten goede komen, of niet-bovenwettelijke maatregelen (alleen bovenwettelijke investeringen, dus verdergaand dan wettelijk verplicht, waren subsidiabel).
  • Proceskosten (voorbereiding en begeleiding) boven het gestelde maximumpercentage van de totale subsidiabele kosten, dat percentage verschilde per openstelling (30%, 40% of 50%).

Grondaankoop kon onder voorwaarden onderdeel zijn van de subsidiabele kosten, waarbij de aankoopvoorwaarden uit de onderliggende Verordening onverkort golden. Inrichtingsmaatregelen op aangekochte grond vielen onder "verbetering" van de grond, niet onder de aankoopregels zelf.

Hoeveel subsidie krijg je?

De hoogte van de subsidie verschilde per openstelling, maar het basisprincipe was steeds dat de subsidiabele kosten voor 100% werden gedekt, gefinancierd uit een combinatie van Europese (ELFPO) middelen en nationale of provinciale cofinanciering.

Voor de laatste openstelling (2024) golden deze bedragen en percentages:

  • De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten.
  • Voor investeringen die gericht zijn op waterkwantiteit bedraagt de subsidie 70% van de subsidiabele kosten (in afwijking van de 100%).
  • De hoogte van de subsidie moet minimaal € 200.000 bedragen. Lager wordt niet verstrekt.
  • Het totale subsidieplafond voor deze openstelling was € 14.714.035 vanuit reguliere (pijler 2) middelen (waarvan € 6.327.035 Europese middelen en € 8.387.000 nationale cofinanciering) plus € 8.000.000 vanuit overhevelingsmiddelen (pijler 1, 100% EU-middelen). Dit plafond is later gewijzigd naar € 8.000.000 pijler 1 EU-middelen aangevuld met € 6.390.297 extra nationale financiering.
  • Het budget was verdeeld over de vier waterschapsgebieden, elk met een eigen deelplafond.
  • Voorschot: maximaal 50% van de verleende subsidie. Voorschotten en deelbetalingen samen bedragen niet meer dan 90% van de verleende subsidie.

Bij de openstelling van 2021 gold: de subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten, met een minimum van € 250.000 aan berekende subsidie.

Bij de openstelling van 2019 gold: geen minimumpercentage genoemd voor de subsidie zelf, maar wel een minimum van € 350.000 aan berekende subsidie. Het subsidieplafond bestond voor 50% uit ELFPO-middelen en voor 50% uit cofinanciering van regionale overheden (niet de provincie).

Bij de openstelling van 2017/2018 gold: subsidie van 100% van de subsidiabele kosten, met een minimum van € 500.000 aan berekende subsidie.

Bij de eerste openstelling (2016, maart) gold een ander model: subsidie van 100% van de subsidiabele kosten, opgebouwd uit 50% Europese middelen, 15% cofinanciering van de provincie Drenthe en 35% cofinanciering van een of meer overige regionale overheden. Hier was het maximum aan subsidiabele kosten € 1.500.000 en het minimum € 250.000.

Bij de openstelling van november 2016 (KRW-projecten) gold: 100% subsidie, volledig gefinancierd uit ELFPO-middelen, met een minimum van € 250.000 aan berekende subsidie.

Omdat de bedragen en percentages per openstellingsjaar verschillen, is het belangrijk te weten onder welke openstelling jouw (eerdere) aanvraag viel.

Wat zijn de voorwaarden van de Niet-productieve investeringen water - Drenthe?

Omdat deze pagina meerdere openstellingen bundelt (2016, 2017, 2019, 2021 en 2024), verschillen de knock-outeisen, beoordelingscriteria en verplichtingen na toekenning per jaar. Aanvragen is nu voor alle openstellingen gesloten.

Hier val je op af

Alleen waterschappen konden aanvragen.
De investering moest liggen in, of aantoonbaar effect hebben op, een van de aangewezen gebieden (Vechtstromen, Hunze en Aa's, Noorderzijlvest of Drents Overijsselse Delta, met per waterschap specifieke deelgebieden op kaart).
De aanvraag moest binnen de openstellingsperiode zijn ingediend (3 juni 2024 9.00 uur tot en met 13 september 2024 17.00 uur) via het webportal van SNN.
De aanvraag moest zijn ingediend met een volledig, door SNN verstrekt projectplanformat, inclusief: een omschrijving van de activiteiten, een begroting, een toelichting of onderbouwing op de begroting (eventueel met offertes of een SSK-raming), een sluitend financieringsplan (met opgave van elders aangevraagde subsidies), een kaart met de locatie(s) of een zoekgebiedenkaart, en (indien relevant) een omschrijving van benodigde vergunningen bij mogelijke negatieve omgevingseffecten.
De berekende subsidie moest na beoordeling minimaal € 200.000 bedragen.
Een aanvraag met minder dan 30 punten op de selectiecriteria werd geweigerd.
Investeringen waar uitsluitend landbouwers van profiteren, kwamen niet in aanmerking.
2021: alleen waterschappen, investering moest (grotendeels) plaatsvinden binnen de aangewezen gebieden van Noorderzijlvest, Drents Overijsselse Delta of Vechtstromen. Verplichte bijlagen: een projectplan conform SNN-format, begroting, toelichting op de begroting, sluitend financieringsplan, eventueel een verkenning naar negatieve omgevingseffecten, en een kaart van het gebied. Minimale subsidie na beoordeling: € 250.000. Proceskosten voor voorbereiding en uitvoering mochten maximaal 50% van de subsidiabele kosten bedragen.
2019: aanvragers zoals genoemd in artikel 2.6.2 van de destijds geldende Verordening. Investeringen moesten plaatsvinden in specifiek aangewezen gebieden (Ossehaar, Schoonebeekerdiep, Witterdiep, Noord Willemskanaal, Onlanden, Koningsschut). Minimale subsidie na beoordeling: € 350.000. Een cofinancieringsverklaring van een andere overheid was verplicht.
2016 en 2017: aanvragers waren onder meer landbouwers, grondeigenaren, grondgebruikers, landbouworganisaties, natuur- en landschapsorganisaties, provincies, waterschappen, bestuurscommissies en samenwerkingsverbanden. Beoordeling gebeurde op basis van een puntensysteem met criteria als bijdrage aan klimaatdoelen, bijdrage aan KRW-doelen, ligging in een voorkeursgebied en kosteneffectiviteit, elk met een eigen wegingsfactor en minimumscore. Bij de openstelling van maart 2016 gold bijvoorbeeld een minimumscore van 10 punten in totaal en minimaal 5 punten op het KRW-criterium.

Waarop wordt beoordeeld

  1. Aanvragen werden gerangschikt door een adviescommissie op basis van vier criteria, elk met 0 tot 5 te behalen punten:
  2. Effectiviteit van de activiteit (wegingsfactor 3): hoe groter de bijdrage aan waterkwaliteit/waterkwantiteit-doelen in de urgente gebieden, hoe hoger de score. Bij 0 punten is er nagenoeg geen effect, bij 5 punten een zeer goede bijdrage die verder gaat dan redelijkerwijs verwacht.
  3. Haalbaarheid van de activiteit (wegingsfactor 2): beoordeeld op kwaliteit van het projectplan, deskundigheid van de projectleider, mate van voorbereiding, betrokkenheid van relevante partijen en realistische planning/begroting.
  4. Efficiëntie van de uitvoering (wegingsfactor 3): of de input (geld, kennis, kunde) doelmatig wordt ingezet voor zowel het basisprojectplan als de uitvoering.
  5. Urgentie (wegingsfactor 2): of de activiteit in de aangewezen gebieden wordt uitgevoerd en op welke termijn (hoe eerder afgerond, tot uiterlijk eind 2027, hoe hoger de score).

Wat je moet doen na toekenning

  • De aanvraag tot subsidievaststelling moet uiterlijk 31 december 2028 zijn ingediend.
  • De niet-productieve investering moet minimaal vijf jaar in stand worden gehouden, tenzij het een investering door een mkb-onderneming betreft of een investering die banen creëert bij een mkb-onderneming: dan geldt een instandhoudingstermijn van drie jaar.
  • Bevoorschotting is mogelijk tot 50% van de verleende subsidie; voorschotten en deelbetalingen samen mogen niet meer dan 90% van de verleende subsidie bedragen. Een deelbetaling kan maximaal één keer per kalenderjaar worden aangevraagd, op basis van gemaakte kosten en betalingen.

Bij een gelijke score werd voorrang gegeven op basis van, in volgorde: effectiviteit, dan haalbaarheid, dan efficiëntie, dan urgentie.

Voor lopende of eerder toegekende projecten geldt: meld een wijziging in je project altijd vóórdat je ermee begint. Je project wordt dan opnieuw getoetst aan de subsidievoorwaarden, om financiële gevolgen achteraf te voorkomen.

Hoe vraag je de Niet-productieve investeringen water - Drenthe aan?

Aanvragen voor Niet-productieve investeringen water - Drenthe is bij alle openstellingen (2016, 2017, 2019, 2021 en 2024) gesloten. Onderstaand overzicht van het proces is dus alleen relevant om te begrijpen hoe een eerdere aanvraag is verlopen, of voor referentie.

Waar en hoe

Aanvragen verliep altijd via het pop3-webportal van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN): https://www.pop3-webportal.nl/mijn/. Voor de openstelling van 2024 gold specifiek het webportaal genoemd op www.snn.nl/programmas/glb-23-27.

Stappen en documenten (2024, laatste openstelling)

  • Indienperiode: 3 juni 2024 9.00 uur tot en met 13 september 2024 17.00 uur. Een aanvraag die buiten deze periode werd ontvangen, werd geweigerd.
  • De aanvraag moest worden ingediend met een volledig ingevuld projectplanformat, verstrekt door SNN, met de volgende verplichte onderdelen:
  • Een omschrijving van de activiteiten conform het SNN-format, ingevuld en (impliciet) ondertekend door de aanvrager (het waterschap).
  • Een begroting voor de activiteiten.
  • Een toelichting of onderbouwing op de begroting, eventueel via offertes of een SSK-raming.
  • Een sluitend financieringsplan, met een opgave van elders aangevraagde subsidies of vergoedingen voor dezelfde activiteiten en de stand van zaken daarvan.
  • Een kaart met de exacte locatie(s) van de activiteit, of (als de locatie nog niet vaststaat) een zoekgebiedenkaart, of een beschrijving waarmee wordt aangetoond dat de investering effect heeft op de aangewezen gebieden.
  • Bij mogelijke negatieve omgevingseffecten: een omschrijving van de benodigde vergunningen waarin deze effecten worden getoetst.
  • Na sluiting van de indientermijn beoordeelt een adviescommissie en rangschikt de aanvragen op basis van de selectiecriteria.

Eerdere openstellingen

  • 2021: indientermijn van 1 oktober 2021 9:00 uur tot en met 30 november 2021 17:00 uur. Verplichte bijlagen: een projectplan conform het format van Samenwerkingsverband Noord-Nederland, een begroting, een toelichting op die begroting, een sluitend financieringsplan, eventueel een verkenning naar negatieve omgevingseffecten, en een kaart van het gebied waar de maatregelen worden uitgevoerd.
  • 2019: indientermijn van 10 juni 2019 9:00 uur tot en met 25 augustus 2019 17:00 uur. De aanvraag moest worden ingediend conform de formats op de website van SNN.
  • 2017/2018 (klimaatprojecten): indientermijn van 18 december 2017 9:00 uur tot en met 22 januari 2018 17:00 uur. Ook hier gold indiening conform de SNN-formats.
  • 2016 (maart): indientermijn van 4 april 2016 tot en met 17 mei 2016. Het advies was om minimaal veertien dagen vóór de sluitingsdatum aan te vragen, omdat wijzigingen na sluiting van de indientermijn niet meer mogelijk waren.
  • 2016 (november, KRW-projecten): indientermijn van 14 november 2016 tot en met 14 februari 2017.

Cofinancieringsbewijs

Bij verschillende openstellingen (onder meer 2016 en 2017) was een bijdrageverklaring of cofinancieringsverklaring van één of meer andere overheden (zoals een waterschap of gemeente) verplicht bij de aanvraag. Zonder deze verklaring werd de aanvraag geweigerd.

Let op bij wijzigingen

Voor lopende of toegekende projecten geldt: wil je iets anders doen in het project dan aangevraagd? Doe dan eerst een wijzigingsverzoek en start pas daarna met de uitvoering. SNN toetst dan of het aangepaste projectplan nog aan de voorwaarden voldoet, om financiële gevolgen achteraf te voorkomen.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Beoordeling

Aanvragen worden beoordeeld door een adviescommissie, samen met SNN en RVO. Bij de eerdere openstellingen (2016, 2017) bestond de adviescommissie uit onafhankelijke deskundigen: twee van de provincie Groningen, twee van de provincie Drenthe en twee van de provincie Fryslân, waarbij de deskundigen van Groningen en Fryslân de Drentse projecten beoordeelden. Voor de openstelling van 2024 is een adviescommissie ingesteld die aanvragen selecteert en rangschikt op basis van de vier genoemde criteria (effectiviteit, haalbaarheid, efficiëntie, urgentie).

Doorlooptijd

Het streven is om binnen 22 weken na de uiterste indieningsdatum een besluit te nemen. Je ontvangt het besluit per e-mail.

Bij toekenning

Als je aanvraag wordt goedgekeurd, ontvang je een verleningsbeschikking met het maximale subsidiebedrag dat je kunt ontvangen. Hierin staat ook wanneer het project uiterlijk afgerond moet zijn.

Rapportage en betaling tijdens de looptijd

  • Je moet jaarlijks rapporteren over de voortgang van je project (voortgangsverslag). Let op: in sommige gevallen gelden uitzonderingen op deze jaarlijkse rapportageplicht; in je verleningsbeschikking staat wat voor jouw project geldt.
  • Je kunt een betaalverzoek (tussentijdse betaling of deelbetaling) indienen voor gemaakte en betaalde kosten. Bij de openstelling van 2019 en 2021 was dit gemaximeerd op één keer per kalenderjaar. Bij de openstelling van 2024 gold eveneens maximaal één deelbetaling per kalenderjaar, op basis van gemaakte kosten en betalingen.
  • Bevoorschotting is mogelijk. Bij de openstelling van 2024 bedraagt het voorschot maximaal 50% van de verleende subsidie, waarbij voorschotten en deelbetalingen samen niet meer dan 90% van de verleende subsidie mogen bedragen.

Wijzigingen

Wil je tijdens de looptijd iets anders doen dan in je oorspronkelijke aanvraag stond? Meld dit dan vooraf met een wijzigingsverzoek, vóórdat je met de aangepaste uitvoering begint. SNN toetst dan of het aangepaste projectplan nog aan de subsidievoorwaarden voldoet. Zo voorkom je dat je achteraf de subsidie (deels) moet terugbetalen.

Vaststelling

Na afronding van je project dien je een verzoek tot vaststelling in. Bij de openstelling van 2024 moet dit verzoek uiterlijk op 31 december 2028 zijn ingediend. Bij eerdere openstellingen golden andere uiterste data voor de vaststelling, bijvoorbeeld 31 december 2022 (openstelling 2017/2018) of 31 december 2021 (openstelling november 2016).

Instandhoudingsplicht

Voor de openstelling van 2024 geldt dat de gerealiseerde investering minimaal vijf jaar in stand moet worden gehouden. Voor investeringen door een mkb-onderneming, of investeringen die banen creëren bij een mkb-onderneming, geldt een kortere termijn van drie jaar.

Openbaarmaking

Bij de openstelling van november 2016 gold de aanvullende verplichting dat je de resultaten van je project openbaar moest maken en verspreiden via de geëigende netwerken, en dat je na afronding een verklaring moest overleggen dat het project fysiek is afgerond of dat alle activiteiten volledig zijn uitgevoerd.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 10 documenten bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

En nog 2 andere bestanden in het dossier.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Niet-productieve investeringen water - Drenthe. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Samenwerkingsverband Noord-Nederland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.