GeslotenFonds · Groningen · Subsidie

Niet-productieve investeringen in watersystemen - Groningen 2025

Samenwerkingsverband Noord-Nederland

Wat is de Niet-productieve investeringen in watersystemen - Groningen 2025?

Deze subsidie is voor waterschappen, provincies en provinciale uitvoeringsorganisaties in Groningen die investeren in watersystemen zonder productiedoel. Het gaat om investeringen die bijdragen aan een duurzame en klimaatbestendige inrichting van watersystemen, aan duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen, of aan het herstel van biodiversiteit, ecosysteemdiensten en landschappen. De regeling is bedoeld om de Kaderrichtlijn Water- en klimaatdoelen van de provincie Groningen te realiseren.

Let op: deze openstelling is gesloten. Er is geen budget meer beschikbaar (resterend budget € 0) en je kunt geen nieuwe aanvraag meer indienen. De informatie hieronder beschrijft hoe de regeling werkte toen hij nog open was, voor als je een lopend dossier hebt of een vergelijkbare toekomstige openstelling wilt begrijpen.

Landbouwers vielen niet onder deze regeling. Je krijgt 100% van de subsidiabele kosten vergoed, of 70% als de investering uitsluitend gericht is op waterkwantiteit. Het maximale subsidiebedrag in deze openstelling was € 6.337.340, het minimum € 300.000.

Je vroeg de subsidie aan via het GLB Webportal, met een verplicht projectplan volgens het format van SNN, een begroting met toelichting, een financieringsplan en een locatiekaart. Aanvragen werden beoordeeld door een adviescommissie op vier criteria en moesten minimaal 30 punten behalen. Alleen de hoogst scorende aanvragen kregen subsidie, tot het budget op was.

Wie komt in aanmerking voor de Niet-productieve investeringen in watersystemen - Groningen 2025?

Deze regeling stond alleen open voor: - Waterschappen - Provincies - Provinciale uitvoeringsorganisaties voor het landelijk gebied

Je bent actief in Groningen
Regionale regeling.
De definitieve beoordeling ligt bij Samenwerkingsverband Noord-Nederland.

en dan uitsluitend als deze gevestigd waren in de provincie Groningen.

Wie viel af

Landbouwers komen niet in aanmerking voor deze subsidie. Ook natuurlijke personen of andere rechtspersonen (bijvoorbeeld stichtingen, verenigingen of bedrijven) vielen buiten deze doelgroep: de regeling was expliciet beperkt tot waterschappen, provincies en provinciale uitvoeringsorganisaties.

Geografische eis

De activiteit moest worden uitgevoerd in de provincie Groningen, of in het deel van het beheergebied van waterschap Noorderzijlvest dat in de provincie Friesland ligt. Dit gebied stond aangegeven op de kaart in bijlage 1 van het openstellingsbesluit. Investeringen buiten dit gebied kwamen niet in aanmerking.

Doel van de investering

De activiteit moest bijdragen aan minimaal één van deze doelen:

  • Een duurzame en klimaatadaptieve inrichting van watersystemen
  • Het bevorderen van duurzame ontwikkeling of efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen
  • Het tot staan brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, versterking van ecosysteemdiensten of instandhouding van habitats of landschappen

Sloot de aanvraag hier niet op aan (of niet op de subsidiabele kosten uit artikel 5), dan werd de aanvraag geweigerd.

Uitgesloten investeringen

Investeringen in het watersysteem waar uitsluitend landbouwers van profiteerden, kwamen niet voor subsidie in aanmerking. Ook golden de algemene weigeringsgronden uit de Regeling Europese Landbouwsubsidies, zoals: de aanvrager verkeert in financiële moeilijkheden, er is al eerder subsidie verstrekt voor dezelfde kosten tot het toegestane maximum, of er is al gestart met de uitvoering vóórdat de aanvraag is ingediend (het aangaan van financiële verplichtingen zoals het tekenen van offertes geldt al als start van het project).

Puntendrempel

Zelfs als je aan alle bovenstaande eisen voldeed, viel je af als je aanvraag bij de beoordeling door de adviescommissie minder dan 30 punten behaalde (van de 0 tot 100 te behalen punten op vier gewogen criteria). Ook viel je af als het na beoordeling toegekende subsidiebedrag onder de € 300.000 minimumgrens uitkwam.

Budget

Voor deze openstelling geldt bovendien: het resterende budget is € 0 en de status is "Aanvragen niet meer mogelijk". Wie nu nog zou willen aanvragen, komt dus niet in aanmerking simpelweg omdat de openstelling gesloten is.

Waarvoor krijg je subsidie?

Voor deze regeling kwamen alleen bepaalde kostensoorten in aanmerking, en die werden berekend volgens een vaste, vereenvoudigde methode.

Welke kostensoorten kwamen in aanmerking

Op grond van artikel 5 van het openstellingsbesluit kwamen kosten als bedoeld in artikel 1.8, onder a, b en e, van de Regeling voor subsidie in aanmerking, voor zover deze rechtstreeks verbonden waren met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten. Dat zijn:

  • Loonkosten, inclusief overheadkosten (artikel 1.8 onder a): salariskosten van medewerkers die aan het project werkten.
  • Kosten van eigen arbeid, inclusief overheadkosten (artikel 1.8 onder b): de tijd die de subsidieontvanger zelf (zonder dienstverband/verloning) aan het project besteedde.
  • Andere kosten met een factuur of gelijkwaardig bewijs (artikel 1.8 onder e): overige kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kon worden overlegd, zoals kosten van aannemers, materialen of adviseurs.

Bijdragen in natura (artikel 1.8 onder c) en afschrijvingskosten (artikel 1.8 onder d) waren voor deze specifieke openstelling dus niet aangewezen als subsidiabel; alleen a, b en e golden.

Berekeningswijze: vereenvoudigde kostenoptie

De subsidiabele kosten werden berekend volgens de berekeningswijze van artikel 1.9b, of van artikel 1.9c eerste lid onder a en tweede lid, van de Regeling. Dit betekent dat gebruik werd gemaakt van een vereenvoudigde kostenoptie (VKO) om administratieve lasten te beperken. Concreet:

  • Bij artikel 1.9b werden de loonkosten en kosten eigen arbeid berekend door de overige subsidiabele kosten te vermenigvuldigen met 0,23. De overige subsidiabele kosten werden vastgesteld op basis van een factuur of gelijkwaardig document.
  • Bij artikel 1.9c, eerste lid onder a en tweede lid werden de kosten berekend door het aantal aan het project bestede uren te vermenigvuldigen met:
  • € 43 per uur voor eigen arbeid;
  • een individueel uurtarief voor loonkosten, berekend op basis van het bruto jaarloon vermeerderd met 44,2% werkgeverslasten, gedeeld door 1.720 uur (bij een deeltijd dienstverband naar rato);
  • vervolgens werd het totaal van deze arbeidskosten vermenigvuldigd met 0,4 om de overige kosten te bepalen.

Het aantal te subsidiëren uren per medewerker was gemaximeerd op 1.372 uren per jaar bij een voltijd dienstverband (of een evenredig deel bij deeltijd), zowel voor loonkosten als voor eigen arbeid.

Wat juist niet subsidiabel was

Op grond van artikel 6 van het openstellingsbesluit (in aanvulling op artikel 2.4.4 van de Regeling) kwamen investeringen in het watersysteem waar uitsluitend landbouwers van profiteren niet voor subsidie in aanmerking.

Daarnaast gold de algemene lijst met niet-subsidiabele kosten uit artikel 1.10 van de Regeling, waaronder in ieder geval:

  • Kosten die niet rechtstreeks aan de activiteit zijn toe te rekenen.
  • Rente, debetrente, bankkosten, financieringskosten, kosten van gerechtelijke procedures, boetes, sancties, fooien en geschenken, personeelsactiviteiten, overboekingen, annuleringen, gratificaties, bonussen, outplacementtrajecten en representatiekosten.
  • Kosten van voorbereidende handelingen (zoals haalbaarheidsstudies of het aanvragen van vergunningen) ter voorbereiding van de activiteit.
  • Vervangingsinvesteringen.
  • Legeskosten, tenzij expliciet subsidiabel gesteld.
  • Verrekenbare of compensabele btw.
  • Kosten die niet voldoen aan de vereisten van goed financieel beheer (bijvoorbeeld bovenmatige kosten).
  • Winstopslagen binnen een groep en kosten die deelnemers van een samenwerkingsverband elkaar onderling in rekening brengen.
  • Aankoop van landbouwproductierechten of betalingsrechten.
  • Aankoop van dieren, en aankoop van zaai- en pootgoed van eenjarige gewassen (met een aantal specifieke uitzonderingen).
  • Aankoop van grond voor meer dan 10% van de totale subsidiabele kosten (met uitzondering tot 30% bij milieubehoud of behoud van koolstofrijke bodems).
  • Investeringen in grootschalige infrastructuur buiten lokale ontwikkelingsstrategieën, met uitzondering van breedbandinfrastructuur en preventieve maatregelen tegen overstromingen.
  • Investeringen in bebossing die niet verenigbaar zijn met milieu- en klimaatdoelstellingen.
  • Kosten van investeringen om te voldoen aan een wettelijke verplichting.
  • Kosten van investeringen met een negatief effect op de omgeving.

Voor materiaalkosten of aanbestede werken (artikel 1.8 onder e) gold geen apart maximumtarief; die kosten werden op basis van facturen of gelijkwaardige bewijsstukken vergoed, zonder vast tarief.

Hoeveel subsidie krijg je?

Deze openstelling kende een subsidiepercentage van 100% of 70%, afhankelijk van het type investering.

100% van de subsidiabele kosten

Dit percentage gold voor niet-productieve investeringen gericht op natuur, landschap en biodiversiteit, en voor investeringen in watersystemen die niet uitsluitend op waterkwantiteit gericht waren.

70% van de subsidiabele kosten

Dit lagere percentage gold specifiek voor investeringen die alleen gericht waren op waterkwantiteit. Het openstellingsbesluit noemt als voorbeelden hiervan: het verbreden van watergangen zonder verbetering van waterkwaliteit of biodiversiteit, de aanleg van drainagesystemen (anders dan onderwaterdrainage) om bodemdaling tegen te gaan, en de aanleg van drainagepoelen.

Bedragen

  • Minimale subsidie: € 300.000. Kwam de subsidiabele aanvraag na beoordeling lager uit, dan werd deze niet gehonoreerd.
  • Maximale subsidie in deze openstelling: € 6.337.340 (gelijk aan het subsidieplafond).
  • Subsidieplafond: € 6.337.340, gefinancierd uit Europese middelen (ELFPO).

Wat beïnvloedde het uiteindelijke bedrag

  • Het gevraagde subsidiebedrag werd meegewogen bij het criterium "effectiviteit": als de kosten niet in verhouding stonden tot het effect van de investering, leverde dat een lagere score op dat criterium op (en daarmee minder kans op subsidie bij de rangschikking).
  • Voor investeringen die deels op waterkwantiteit en deels op andere doelen (waterkwaliteit, biodiversiteit) gericht waren, kon het percentage per onderdeel van het project verschillen: 70% voor het waterkwantiteitsdeel, 100% voor de rest.
  • Bevoorschotting bedroeg maximaal 50% van de verleende subsidie. Voorschotten en deelbetalingen samen mochten niet meer dan 90% van de verleende subsidie bedragen.

Omdat het resterende budget nu € 0 is, is er voor deze openstelling geen ruimte meer: nieuwe aanvragen kunnen niet meer worden gehonoreerd, ongeacht de kwaliteit van het project.

Wat zijn de voorwaarden van de Niet-productieve investeringen in watersystemen - Groningen 2025?

Wat je moet doen na toekenning

  • De aanvraag tot subsidievaststelling moest worden ingediend binnen twee jaar na de datum van subsidieverlening, en uiterlijk op 30 juni 2028.
  • De investering moest vijf jaar in stand worden gehouden, tenzij het een investering door of ten behoeve van een mkb-onderneming betrof; dan gold een instandhoudingstermijn van drie jaar.
  • Jaarlijks moest gerapporteerd worden over de voortgang van het project.
  • Bij (mogelijke) financiële problemen, faillissement, surseance van betaling of schuldsanering moest dit onverwijld schriftelijk gemeld worden.
  • Zodra aannemelijk was dat de activiteiten niet, niet tijdig of niet geheel zouden worden uitgevoerd, of niet aan de subsidieverplichtingen zou worden voldaan, moest dit gemeld worden.
  • Er moest een sluitende projectadministratie gevoerd worden, waaruit de aard, inhoud en voortgang van de activiteiten, de gemaakte en betaalde kosten en (indien van toepassing) de gewerkte uren per persoon konden worden afgeleid. Deze administratie moest minimaal vijf jaar na de subsidievaststelling bewaard blijven (bij een gerechtelijke procedure: tien jaar na afhandeling daarvan).
  • Bij investeringen die konden leiden tot een significante stikstofdepositietoename op een overbelast stikstofgevoelig gebied, moest de aanvrager beschikken over een natuurvergunning, of aantonen dat deze niet nodig was (bijvoorbeeld via een AERIUS-berekening met een uitkomst van 0,00 mol/ha/jaar, of een ecologische voortoets).

Voordat een aanvraag inhoudelijk werd beoordeeld, moest deze aan een aantal harde eisen voldoen:

  • De aanvrager was een waterschap, provincie of provinciale uitvoeringsorganisatie voor het landelijk gebied, gevestigd in Groningen.
  • De activiteit werd uitgevoerd in de provincie Groningen of in het deel van het beheergebied van waterschap Noorderzijlvest in Friesland (zie bijlage 1 van het openstellingsbesluit).
  • De activiteit droeg bij aan minimaal één van de drie doelen uit artikel 4 (duurzame en klimaatadaptieve inrichting van watersystemen, duurzame ontwikkeling/beheer van natuurlijke hulpbronnen, of biodiversiteitsherstel).
  • De aanvraag werd ingediend binnen de openstellingsperiode: van dinsdag 1 juli 2025 9:00 uur tot en met dinsdag 30 september 2025 17:00 uur.
  • De aanvraag was volledig, inclusief alle verplichte bijlagen, en gebruikte het door SNN verstrekte projectplanformat.
  • Er werd nog niet gestart met de uitvoering van de activiteiten voordat de aanvraag was ingediend (ook het tekenen van offertes gold al als start).
  • De aanvrager verkeerde niet in financiële moeilijkheden.
  • Het toegekende subsidiebedrag na beoordeling was minimaal € 300.000.
  • De aanvraag behaalde bij de beoordeling minimaal 30 punten.

Werd niet aan één van deze eisen voldaan, dan werd de aanvraag geweigerd.

Aanvragen die aan de knock-outeisen voldeden, werden door een adviescommissie gerangschikt op basis van vier criteria. Per criterium waren 0 tot en met 5 punten te behalen, en elk criterium had een eigen wegingsfactor:

  • Mate van effectiviteit (wegingsfactor 4) – het belangrijkste criterium. Hier werd gekeken naar het effect van de activiteit op waterkwaliteit of wateroverlast, en naar de vraag of het gevraagde subsidiebedrag in verhouding stond tot dat effect (zonder dat dit rekenkundig werd afgezet). Scores lopen van 0 punten (zeer geringe bijdrage, bijvoorbeeld geen verbetering van de waterkwaliteit in het hele gebied) tot 5 punten (zeer goede bijdrage, bijvoorbeeld aanzienlijke verbetering van een KRW-waterlichaam gecombineerd met het tegengaan van frequente wateroverlast in een groot gebied, tegen een zeer redelijk subsidiebedrag).
  • Haalbaarheid van de activiteit (wegingsfactor 3). Hier werd gekeken naar realistische planning, opzet en begroting, draagvlak, verworven gronden, verleende vergunningen, kwaliteit van het projectplan, betrokkenheid van relevante partijen en een financiële buffer voor tegenvallers. Scores lopen van 0 punten (geen vertrouwen dat de activiteit uitgevoerd kan worden) tot 5 punten (de activiteit kan ook bij financiële tegenvallers worden uitgevoerd). Let op: als voor een activiteit met significante stikstofdepositie geen natuurvergunning (of onderbouwing waarom die niet nodig is) werd overlegd, konden op dit criterium maximaal 2 punten worden toegekend.
  • Mate van efficiëntie van uitvoering (wegingsfactor 2). Hier werd gekeken naar de verhouding tussen ingezette middelen (geld, kennis, kunde) en de output, de verhouding proceskosten-investeringskosten, en het gebruik van bestaande kennis en kunde. Scores lopen van 0 punten (kosten en middelen niet doelmatig ingezet, geen gebruik van bestaande kennis) tot 5 punten (efficiënter uitgevoerd dan redelijkerwijs verwacht mag worden).
  • Mate van urgentie (wegingsfactor 1). Hier werd gekeken naar de termijn waarop de opgave aangepakt moet worden, mede in het licht van de KRW-deadline (eind 2027). Scores lopen van 0 punten (ook op lange termijn niet noodzakelijk) tot 5 punten (gelijk actie noodzakelijk, zeer dringende urgentie).

De totaalscore werd bepaald door per criterium de score te vermenigvuldigen met de wegingsfactor en deze bedragen op te tellen (maximaal 5×4 + 5×3 + 5×2 + 5×1 = 50 punten). Alleen aanvragen met minimaal 30 punten kwamen in aanmerking. Bij een gelijke score en een dreigende overschrijding van het subsidieplafond, werd voorrang gegeven aan de aanvraag met de hoogste score op effectiviteit, vervolgens op haalbaarheid, vervolgens op efficiëntie, en ten slotte op urgentie.

Hoe vraag je de Niet-productieve investeringen in watersystemen - Groningen 2025 aan?

Deze openstelling is gesloten; de stappen hieronder golden tijdens de openstellingsperiode van 1 juli 2025 9:00 uur tot en met 30 september 2025 17:00 uur.

Stap 1: Inloggen en aanvraag starten

Je diende de aanvraag digitaal in via het GLB Webportal (https://www.glb-webportal.nl/mijn/LoginPage), met eHerkenning niveau EH2+ of hoger. Alleen (agrarische) ondernemers of organisaties die bij de Kamer van Koophandel staan ingeschreven, konden eHerkenning aanvragen; het aanvragen hiervan kon enkele werkdagen duren. Bij het inloggen koos je bij "delegated body" voor Samenwerkingsverband Noord Nederland, waarna je de juiste openstelling in jouw regio zocht en selecteerde.

Stap 2: Gegevens invullen en documenten uploaden

In het webportal vulde je de benodigde informatie in en uploadde je de verplichte documenten. Deze omvatten:

  • Een projectplan volgens het format van SNN: een verplicht in te vullen format ("Format projectplan NP niet landbouw 2025 GR"), met daarin onder meer een probleemanalyse, een beschrijving van de uitvoeringswijze, de doelstellingen, de verwachte resultaten en realisatietermijn, en de wijze van toetsing van de resultaten. Ondertekening: door de aanvrager (of de penvoerder bij een samenwerkingsverband).
  • Een begroting van de kosten inclusief toelichting: met gebruik van het begrotingsformat (arbeidskosten of overige kosten, afhankelijk van de gekozen vereenvoudigde kostenoptie), onderbouwd met bijvoorbeeld offertes of een SSK-raming.
  • Een financieringsplan (onderdeel van het begrotingsformat): een sluitend overzicht van de financiering van het project, inclusief een opgave van elders aangevraagde subsidies of vergoedingen voor dezelfde activiteiten.
  • Een mkb-verklaring (indien nodig): alleen relevant afhankelijk van de rechtsvorm/omvang van de aanvrager.
  • Een verklaring niet in financiële moeilijkheden (indien nodig): het formulier "Verklaring financiële moeilijkheden GLB", waarin je via een beslisschema aantoont dat je organisatie niet in financiële moeilijkheden verkeert. Ondertekening: door de aanvrager (naam en functie ondertekenaar).
  • Een machtigingsformulier voor een intermediair (indien nodig): als iemand anders namens jou de aanvraag indient.
  • Een samenwerkingsovereenkomst (indien nodig): verplicht bij aanvragen door een samenwerkingsverband, volgens het format "Format samenwerkingsovereenkomst GLB 23-27". Hierin staan de rechtsvorm van elke partner, de doelstelling en werkwijze van de samenwerking, de rol van de penvoerder, en de verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Ondertekening: door de bevoegde vertegenwoordiger van elke projectpartner; een digitale handtekening volstaat niet, alleen een geprint en ondertekend formulier is rechtsgeldig.
  • Een kaart met de locatie(s) van de activiteit: of, als de exacte locatie nog niet bekend was, een zoekgebiedenkaart.
  • Indien de activiteit waarschijnlijk negatieve omgevingseffecten had: een omschrijving van de benodigde vergunningen waarin deze effecten worden getoetst.

Stap 3: Ontvangstbevestiging

Na indiening ontving je direct een ontvangstbevestiging.

Stap 4: Beoordeling door de adviescommissie

Na de sluitingsdatum beoordeelde de adviescommissie alle ingediende, volledige aanvragen volgens een tendermethodiek: aanvragen werden gerangschikt op basis van de selectiecriteria uit artikel 10 van het openstellingsbesluit.

Stap 5: Beoordeling door SNN

Had de aanvraag voldoende punten (minimaal 30), dan beoordeelde SNN de aanvraag inhoudelijk. SNN en de adviescommissie streefden ernaar samen binnen 22 weken na de uiterste indieningsdatum een besluit te nemen. Het besluit ontving je per e-mail.

Voor vragen tijdens het aanvraagproces kon je bellen met het team Plattelandsontwikkeling via 050-522 4998, of mailen naar plattelandsontwikkeling@snn.nl.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Beoordeling en beslistermijn

Na de sluitingsdatum (30 september 2025, 17:00 uur) beoordeelde eerst de adviescommissie alle volledige aanvragen op de vier selectiecriteria en rangschikte deze. Aanvragen met minder dan 30 punten werden niet gehonoreerd. Vervolgens beoordeelde SNN de hoog genoeg scorende aanvragen inhoudelijk. SNN en de adviescommissie streefden ernaar samen binnen 22 weken na de uiterste indieningsdatum een besluit te nemen. Je werd tijdens deze periode op de hoogte gehouden van de status van je aanvraag, en het uiteindelijke besluit ontving je per e-mail.

Verleningsbeschikking

Bij een positief besluit ontving je een verleningsbeschikking met het maximale subsidiebedrag dat je kon ontvangen, en de uiterste datum waarop het project afgerond moest zijn.

Bevoorschotting en deelbetaling

Een voorschot van maximaal 50% van de verleende subsidie was mogelijk. Daarnaast kon je één keer per kalenderjaar een deelbetaling aanvragen, op basis van gemaakte en betaalde kosten. Voorschotten en deelbetalingen samen mochten niet meer bedragen dan 90% van de verleende subsidie.

Verplichtingen tijdens de looptijd

Tijdens de projectperiode moest je jaarlijks rapporteren over de voortgang van je project. Ook moest je onverwijld schriftelijk melden als:

  • er bij de rechtbank een verzoek werd ingediend tot schuldsanering, surseance van betaling of faillietverklaring van jou (of, bij een samenwerkingsverband, van een van de deelnemers);
  • aannemelijk werd dat de activiteiten niet, niet tijdig of niet geheel zouden worden uitgevoerd, of niet aan de subsidieverplichtingen zou worden voldaan.

Je moest een projectadministratie voeren waaruit de aard, inhoud en voortgang van de activiteiten, de gemaakte en betaalde kosten, en (indien van toepassing) de gewerkte uren per persoon konden worden afgeleid. Deze administratie moest minimaal vijf jaar na de subsidievaststelling bewaard blijven (bij een gerechtelijke procedure: tien jaar na afhandeling ervan).

Vaststelling

De aanvraag tot subsidievaststelling moest binnen twee jaar na de datum van subsidieverlening worden ingediend, en uiterlijk op 30 juni 2028. Was je eerder klaar met de uitvoering, dan kon je direct het verzoek tot vaststelling indienen.

Bij de vaststelling stuurde je in ieder geval mee:

  • Een facturen- en urenoverzicht (uit het GLB Webportal).
  • Een kopie van facturen en betaalbewijzen.
  • Urenregistratieformulieren en een kopie van de loonstrook (indien van toepassing).

Je diende de vaststelling in via het GLB Webportal (met eHerkenning, of alleen een account als je als natuurlijk persoon aanvroeg), via het onderdeel "Rapportages" en de keuze "Ik wil een eindrapportage indienen". Na indiening liet je SNN via plattelandsontwikkeling@snn.nl weten dat het vaststellingsverzoek klaarstond. Was het vaststellingsverzoek compleet, dan streefde SNN ernaar binnen 13 weken een besluit te nemen.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 14 documenten bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

En nog 6 andere bestanden in het dossier.

Veelgestelde vragen over de Niet-productieve investeringen in watersystemen - Groningen 2025

Voor wie is de subsidie Niet-productieve investeringen in watersystemen Groningen 2025 bedoeld?

De subsidie is bestemd voor waterschappen, provincies en provinciale uitvoeringsorganisaties voor het landelijk gebied die gevestigd zijn in Groningen. Landbouwers komen niet in aanmerking voor deze subsidie.

Waarvoor kan ik subsidie krijgen?

Je krijgt subsidie voor niet-productieve investeringen die bijdragen aan minimaal één van de volgende doelen: een duurzame en klimaatbestendige inrichting van watersystemen, de duurzame ontwikkeling of efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen, of het stoppen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, versterken van ecosysteemdiensten of behouden van leefomgevingen en landschappen. De activiteiten moeten worden uitgevoerd in de provincie Groningen en het deel van het beheergebied van waterschap Noorderzijlvest dat in Friesland ligt.

Hoe hoog is het subsidiepercentage?

De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten. Voor investeringen die alleen gericht zijn op waterkwantiteit bedraagt de subsidie 70% van de subsidiabele kosten.

Wat is het minimale en maximale subsidiebedrag?

De maximale subsidie is € 6.337.340 en de minimale subsidie is € 300.000. Als de subsidiehoogte in jouw aanvraag na beoordeling minder dan € 300.000 bedraagt, wordt de aanvraag afgewezen.

Is er nog budget beschikbaar voor deze openstelling?

Nee, het resterende budget is € 0 en de openstelling is gesloten. Aanvragen is niet meer mogelijk.

Hoeveel punten moet mijn aanvraag minimaal behalen?

Je project moet minimaal 30 punten behalen bij de beoordeling door de adviescommissie om voor subsidie in aanmerking te komen.

Op welke criteria wordt mijn aanvraag beoordeeld?

Aanvragen worden beoordeeld op vier criteria: de mate van effectiviteit (wegingsfactor 4), de haalbaarheid van de activiteit (wegingsfactor 3), de mate van efficiëntie van uitvoering (wegingsfactor 2) en de mate van urgentie (wegingsfactor 1). Per criterium kunnen 0 tot en met 5 punten worden behaald.

Wie beoordeelt mijn aanvraag?

Je aanvraag wordt eerst beoordeeld door een adviescommissie volgens een tendermethodiek, waarbij alle volledige aanvragen na de sluitingsdatum worden gerangschikt op basis van de beoordelingscriteria. Als je aanvraag voldoende punten heeft gekregen, beoordeelt het SNN de aanvraag daarna inhoudelijk.

Binnen welke termijn krijg ik een besluit op mijn aanvraag?

Het SNN en de adviescommissie streven ernaar om binnen 22 weken na de uiterste indieningsdatum een besluit te nemen. Over het besluit ontvang je per e-mail een bericht.

Kan ik een voorschot krijgen?

Ja, een voorschot van maximaal 50% van de verleende subsidie is mogelijk.

Kan ik tussentijds een deelbetaling aanvragen?

Ja, een deelbetaling kan één keer per kalenderjaar worden aangevraagd en wordt verstrekt op basis van gemaakte kosten en betalingen.

Binnen welke termijn moet ik mijn subsidie laten vaststellen?

De aanvraag tot subsidievaststelling moet binnen twee jaar na de datum van subsidieverlening worden ingediend, en uiterlijk op 30 juni 2028.

Welke documenten heb ik nodig voor mijn eindafrekening?

Voor het vaststellingsverzoek stuur je in ieder geval mee: een facturen- en urenoverzicht uit het GLB Webportal, een kopie van facturen en betaalbewijzen, en urenregistratieformulieren met een kopie loonstrook (indien van toepassing).

Hoe dien ik een verzoek tot vaststelling in?

Je gaat naar het GLB Webportal om je verzoek tot vaststelling in te vullen en in te dienen, waarvoor je eHerkenning nodig hebt (tenzij je als natuurlijk persoon aanvraagt, dan volstaat een account op het webportal). Navigeer naar jouw project, ga naar 'Rapportages' en kies voor 'Ik wil een eindrapportage indienen'. Na indiening geef je via plattelandsontwikkeling@snn.nl een seintje dat het vaststellingsverzoek klaarstaat.

Binnen welke termijn wordt mijn vaststellingsverzoek beoordeeld?

Als het vaststellingsverzoek compleet is, streeft SNN ernaar om binnen 13 weken een besluit te nemen.

Hoe dien ik mijn aanvraag in?

Je gaat naar het GLB Webportal en logt in met eHerkenning. Bij het inloggen kies je voor delegated body Samenwerkingsverband Noord Nederland, waarna je de juiste openstelling in jouw regio zoekt en selecteert. Vervolgens vul je de benodigde informatie in en upload je de vereiste documenten.

Welke documenten heb ik nodig voor mijn aanvraag?

Je hebt nodig: een projectplan volgens het format van het SNN, een begroting van de kosten inclusief toelichting, een financieringsplan, een mkb-verklaring (indien nodig), een verklaring niet in financiële moeilijkheden (indien nodig), een machtigingsformulier voor een intermediair (indien nodig), een samenwerkingsovereenkomst (indien nodig), en een kaart met de locatie(s) waar de activiteit wordt uitgevoerd.

Waarom heb ik eHerkenning nodig voor mijn aanvraag?

Aanvragen worden digitaal ingediend bij het webportal van het GLB, en om digitaal herkend te kunnen worden door de overheid is eHerkenning nodig. Voor het doen van een subsidieaanvraag heb je eHerkenning met niveau 2+ of hoger nodig. Alleen (agrarische) ondernemers of organisaties die staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel kunnen eHerkenning aanvragen.

Wanneer mag ik beginnen met de uitvoering van mijn project?

Starten, voor eigen risico, met je project en het maken van kosten is toegestaan na indiening van je subsidieaanvraag. Let op: het aangaan van financiële verplichtingen zoals het tekenen van offertes of opdrachtverstrekkingen wordt gezien als start van het project, en kosten van een te vroeg aangegane verplichting komen niet voor subsidie in aanmerking.

Wat is een tender en hoe werkt de rangschikking van aanvragen?

Bij een tender worden alle aanvragen na de sluitingsdatum beoordeeld en gerangschikt op basis van kwaliteit, waarbij elke aanvraag op dezelfde criteria en wijze wordt gescoord. Hoe hoger de score, hoe hoger de aanvraag in de rangschikking komt. De beschikbare subsidie wordt verdeeld op basis van deze rangschikking, waarbij de hoogst gerangschikte aanvragen subsidie ontvangen totdat het subsidieplafond is bereikt.

Welke kosten komen voor subsidie in aanmerking?

Kosten die voor subsidie in aanmerking komen zijn loonkosten inclusief overheadkosten, de kosten van door de subsidieontvanger verrichte eigen arbeid inclusief overheadkosten, en andere kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overlegd.

Welke investeringen komen niet voor subsidie in aanmerking?

Investeringen in het watersysteem waar uitsluitend landbouwers van profiteren komen niet voor subsidie in aanmerking.

Wat zijn voorbeelden van investeringen die alleen gericht zijn op waterkwantiteit?

Voorbeelden zijn het verbreden van watergangen zonder dat de waterkwaliteit of biodiversiteit wordt verbeterd, de aanleg van drainagesystemen anders dan onderwaterdrainage om bodemdaling tegen te gaan, en de aanleg van drainagepoelen.

Hoe lang moet ik de investering in stand houden na afronding van het project?

Je bent verplicht de niet-productieve investering vijf jaar in stand te houden. Tenzij sprake is van een investering door een mkb-onderneming of een investering die leidt tot door een mkb-onderneming gecreëerde banen, in welk geval de instandhoudingsverplichting drie jaar bedraagt.

Wat moet ik doen als mijn activiteit leidt tot een significante toename van stikstofdepositie?

Als de activiteit leidt tot een significante depositietoename op een stikstofgevoelig habitattype of leefgebiedtype waar de kritische depositiewaarde wordt overschreden, wordt subsidie alleen verleend als je in het bezit bent van een natuurvergunning waarop de activiteiten kunnen worden uitgevoerd, of als je kunt aantonen dat een natuurvergunning niet nodig is.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Niet-productieve investeringen in watersystemen - Groningen 2025. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Samenwerkingsverband Noord-Nederland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.