Open voor aanvragenRijk · Landelijk · Subsidie

MOOI: Koolstofverwijdering

RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland)

Ook bekend als MOOI

Wat is de MOOI: Koolstofverwijdering?

MOOI: Koolstofverwijdering is subsidie voor samenwerkingsverbanden die technieken onderzoeken of ontwikkelen om CO2 uit lucht, water of biomassa te verwijderen en op te slaan. Denk aan CO2-afvang, permanente opslag onder de zeebodem of via mineralisatie, en langdurige opslag van CO2 in producten zoals bouwmaterialen of plastics.

De regeling is bedoeld voor samenwerkingsverbanden van minimaal 3 ondernemingen (klein, middelgroot of groot), eventueel aangevuld met onderzoeksinstellingen, lokale overheden of energieleveranciers en -afnemers. Je werkt multidisciplinair samen en je project moet binnen 10 jaar na de start tot een eerste toepassing leiden.

Je krijgt subsidie voor de kosten van industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling, en voor overige projectkosten die in je projectplan staan en bijdragen aan je innovatie. Alleen projecten met minimaal € 2.000.000 aan subsidiabele kosten komen in aanmerking. De subsidie bedraagt maximaal 80% (onderzoeksorganisaties, niet-economische activiteiten), 60% (klein bedrijf), 50% (middelgroot bedrijf) of 40% (groot bedrijf) van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 4.000.000 per project en minimaal € 25.000 per deelnemer. Het totale budget voor deze missie is € 10.000.000.

Aanvragen gaat in twee stappen: eerst een verplichte vooraanmelding, daarna pas de definitieve aanvraag. De vooraanmelding kon van 17 maart tot en met 16 april 2026. De definitieve aanvraag doe je vanaf 2 juni 2026, 09:00 uur tot 3 september 2026, 17:00 uur, via het eLoket met eHerkenning. Het geld gaat niet op volgorde van binnenkomst, maar op kwaliteit: aanvragen worden gerangschikt en het budget wordt verdeeld van hoogste naar laagste score.

Wie komt in aanmerking voor de MOOI: Koolstofverwijdering?

Je komt alleen in aanmerking als je aanvraagt met een samenwerkingsverband, niet als individuele onderneming. Dit zijn de harde eisen waarop je kunt afvallen:

Je bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
Je bent een onderneming of onderzoeksinstelling of overheid
Bedrijfsgrootte: mkb, groot
Je vraagt aan in een samenwerkingsverband
Deze regeling vereist meerdere partners.
De definitieve beoordeling ligt bij RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland).

Samenwerkingsverband

  • Minimaal 3 ondernemingen die niet met elkaar verbonden zijn in een groep. Zijn twee deelnemers wel verbonden, dan heb je een extra, niet-verbonden deelnemer nodig om aan het minimum van 3 te komen.
  • De deelnemers werken voor eigen rekening en risico samen. Je mag het project niet volledig uitbesteden: inhuur van derden telt niet als samenwerking.
  • Je werkt samen met partijen met verschillende kennis en ervaring uit verschillende sectoren (multidisciplinaire aanpak).
  • Alle deelnemers moeten financieel en inhoudelijk ongeveer evenveel bijdragen. Is de samenwerking onevenwichtig, dan kan je aanvraag afgewezen worden of lager scoren op de beoordelingscriteria.

Onderneming in moeilijkheden (OIM)

Elke deelnemer mag geen onderneming in moeilijkheden zijn volgens de definitie uit de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. Val je toch onder deze definitie, dan kun je alleen nog subsidie krijgen onder het de-minimissteunkader (tot € 300.000 per 3 jaar, met een de-minimisverklaring), mits er nog steunruimte is.

Project en planning

  • Je project past binnen één van de drie innovatiethema's: CO2-afvang, permanente koolstofverwijdering, of langdurige opslag in producten (minimaal 35 jaar).
  • Je innovatie is binnen 10 jaar na de start klaar voor een eerste toepassing.
  • Je project duurt maximaal 4 jaar.
  • Je start met het project binnen 6 maanden na de subsidiebeschikking.
  • Je mag vóór het indienen van je aanvraag nog niet starten, geen verplichtingen aangaan en geen kosten maken, ook niet als je die later betaalt.

Financieel

  • De subsidiabele kosten van het project zijn minimaal € 2.000.000.
  • Onderzoeksorganisaties nemen niet meer dan 50% van die kosten op zich.
  • De subsidie per deelnemer is minimaal € 25.000; het aandeel per deelnemer moet substantieel zijn.
  • Je hebt de financiering van je eigen aandeel (het niet-gesubsidieerde deel) al rond op het moment van aanvragen. Zonder concrete onderbouwing (bijvoorbeeld een bankverklaring) wordt je aanvraag afgewezen.

Vestiging en vooraanmelding

  • Ondernemingen die subsidie aanvragen hebben een vaste inrichting of dochteronderneming in Nederland op het moment van uitbetaling (verwacht: december 2026). Een postbus is niet voldoende.
  • Een vooraanmelding is verplicht en moest vóór 16 april 2026, 17:00 uur binnen zijn. Zonder (tijdige) vooraanmelding kun je geen definitieve aanvraag indienen.
  • Provincies en gemeenten mogen wel meedoen in het project, maar kunnen zelf geen subsidie ontvangen.

Wie hierop afvalt: eenpitters en aanvragen van minder dan 3 niet-verbonden ondernemingen, projecten onder € 2 miljoen subsidiabele kosten, aanvragen zonder (tijdige) vooraanmelding, en aanvragen waarbij de eigen financiering niet aantoonbaar rond is.

Waarvoor krijg je subsidie?

Je krijgt subsidie voor twee hoofdcategorieën kosten: industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling (inclusief pilots), en overige projectactiviteiten. Elke activiteit in je projectplan valt in precies één van deze categorieën.

Industrieel onderzoek (IO) en experimentele ontwikkeling (EO)

Bij industrieel onderzoek doe je nieuwe kennis en vaardigheden op om een nieuw product, proces of dienst te ontwikkelen, of om iets bestaands aanmerkelijk te verbeteren. Dit omvat ook het bouwen van prototypes in een lab- of gesimuleerde omgeving, en pilotlijnen als dat nodig is voor validatie.

Experimentele ontwikkeling staat dichter bij de markt: je combineert bestaande wetenschappelijke, technische en zakelijke kennis om een nieuw of verbeterd product, proces of dienst te maken. Dit kan ook prototypes, demonstraties, testen en validatie in realistische omgevingen omvatten.

Routinematige of periodieke wijzigingen van bestaande producten of processen vallen hier niet onder, ook niet als het verbeteringen zijn.

Binnen IO en EO komen de volgende kostensoorten in aanmerking:

  • Loonkosten. Je kiest één van drie methodieken: de integrale kostensystematiek, loonkosten plus een opslag van 50%, of een vast uurtarief van € 80.
  • Kosten van aangeschafte machines en apparatuur. Let hierbij op afschrijving en een eventuele restwaarde.
  • Kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen.
  • Kosten van uitbesteding (kosten derden).

Onderzoeksorganisaties kunnen ook subsidie krijgen voor IO/EO, voor zowel economische als niet-economische activiteiten (met gescheiden boekhouding). Onafhankelijk onderzoek door onderzoeksorganisaties heeft doorgaans geen economisch karakter. Let op: als blijkt dat ondernemingen indirect voordeel behalen via de subsidie aan een onderzoeksorganisatie, wordt die subsidie bij de subsidie van de ondernemingen opgeteld en geldt het (lagere) percentage voor ondernemingen.

Ook niet-technisch of sociaalwetenschappelijk onderzoek kan als IO of EO kwalificeren, maar alleen als het voldoet aan 5 criteria: het is nieuw voor het bedrijf, creatief (gericht op nieuwe concepten), er is onzekerheid over het slagen, het wordt systematisch uitgevoerd, en het levert overdraagbare kennis op. Implementatieonderzoek (zoals "hoe brengen we dit op de markt" of het doorrekenen van een businesscase) voldoet hier niet aan, omdat de resultaten het product zelf niet meer beïnvloeden.

Overige projectactiviteiten

Dit zijn activiteiten die bijdragen aan je projectdoel, maar geen fundamenteel onderzoek, IO, EO of haalbaarheidsstudie zijn. Voorbeelden:

  • Participatie van omwonenden en belanghebbenden.
  • Activiteiten die de marktintroductie voorbereiden, zoals het opzetten van verkoopkanalen of maatwerkproposities.
  • Kennisintegratie en -disseminatie, zoals bijeenkomsten organiseren of publicaties schrijven.
  • Scholing en opleiding, bijvoorbeeld via learning communities.

Voor overige projectactiviteiten geldt: de subsidie hiervoor is maximaal 5% van de totale subsidiabele projectkosten, met een maximum van € 350.000 per project en € 300.000 per onderneming. Ondernemingen krijgen deze subsidie alleen met een getekende de-minimisverklaring, tot maximaal € 300.000 per zelfstandige onderneming over 3 opeenvolgende jaren. Bij overige niet-economische activiteiten van onderzoeksorganisaties komt alleen brede, niet-exclusieve verspreiding van onderzoeksresultaten in aanmerking; andere overige activiteiten van onderzoeksorganisaties gelden als economisch en vereisen ook een de-minimisverklaring.

Onvoorziene activiteiten

Je mag een post voor onvoorziene activiteiten opnemen tot maximaal 10% van de opgevoerde kosten, voor zaken die je tijdens het project onvoorzien tegenkomt maar wel moet onderzoeken. Dit is niet bedoeld om overschrijdingen van voorziene activiteiten te compenseren. Voordat je dit budget aanspreekt, heb je vooraf goedkeuring van RVO nodig.

Wat niet meetelt

  • Kosten die je maakt of verplichtingen die je aangaat vóór het indienen van je aanvraag.
  • Volledige uitbesteding van het project (dit telt niet als samenwerking voor eigen rekening en risico).
  • Routinematige of periodieke wijzigingen van bestaande producten of processen.
  • Bij overige projectactiviteiten: ondernemingen die actief zijn in visserij en aquacultuur, de primaire productie van landbouwproducten, of verwerking en afzet van landbouwproducten (voor zover dat onder de de-minimisverordening valt).
  • Heeft je project al subsidie gehad van een ander bestuursorgaan of de Europese Commissie, dan wordt dat verrekend met je subsidie of subsidiabele kosten.

Hoeveel subsidie krijg je?

Het subsidiepercentage hangt af van je type organisatie en van of er sprake is van daadwerkelijke samenwerking.

Basispercentages

  • 80% voor een onderzoeksorganisatie, voor zover het gaat om niet-economische activiteiten en overige niet-economische projectactiviteiten.
  • 60% voor een klein bedrijf.
  • 50% voor een middelgroot bedrijf.
  • 40% voor een groot bedrijf.

Gebruik de mkb-toets om te bepalen of je bedrijf klein, middelgroot of groot is.

Korting bij geen daadwerkelijke samenwerking

Je krijgt het maximale percentage alleen bij een daadwerkelijk samenwerkingsverband. Dat is het geval:

  • tussen ondernemingen waarvan minstens één klein of middelgroot is, en geen enkele onderneming meer dan 70% van de subsidiabele kosten draagt, of
  • tussen een onderneming en één of meer onderzoeksorganisaties, waarbij die organisaties minimaal 10% van de subsidiabele kosten dragen en het recht hebben hun eigen resultaten te publiceren.

Is hier geen sprake van, dan trekt RVO 15 procentpunten af van het subsidiepercentage. Deze verlaging geldt alleen voor ondernemingen, niet voor onderzoeksorganisaties.

Grenzen aan de bedragen

  • Minimaal € 2.000.000 aan subsidiabele projectkosten per project.
  • Maximaal € 4.000.000 subsidie per project.
  • Minimaal € 25.000 subsidie per deelnemer (dit geldt ook voor in-kind bijdragen, in uren zonder subsidie).
  • Onderzoeksorganisaties nemen samen niet meer dan 50% van de subsidiabele projectkosten voor hun rekening.
  • Voor overige projectactiviteiten: maximaal 5% van de totale subsidiabele projectkosten, met een plafond van € 350.000 per project en € 300.000 per onderneming.
  • Voor ondernemingen in moeilijkheden die via de-minimissteun aanvragen: maximaal € 300.000 subsidie per 3 jaar, mits er nog steunruimte is.

Totaalbudget

Voor deze MOOI-missie is € 10.000.000 beschikbaar. Het budget wordt verdeeld op volgorde van rangschikking: hoe hoger je aanvraag scoort op de beoordelingscriteria, hoe eerder je in de rij staat. Is het budget op, dan worden overgebleven (ook goedgekeurde) aanvragen afgewezen wegens onvoldoende budget.

Cumulatie met andere subsidies

Subsidies vanuit onder meer de SDE++, Horizon 2020, EU-REACT, de NOW-regeling, provincies, gemeenten en waterschappen worden niet vooraf van je MOOI-subsidie afgetrokken, tenzij de maximale steunruimte wordt overschreden. Andere subsidies vanuit het Rijk worden wel in mindering gebracht op je MOOI-subsidie.

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
20262 jun 20263 sep 2026€ 10 mln-

Wat zijn de voorwaarden van de MOOI: Koolstofverwijdering?

Hier val je op af

Je vraagt aan met een samenwerkingsverband van minimaal 3 niet-verbonden ondernemingen.
Je hebt tijdig (vóór 16 april 2026, 17:00 uur) een vooraanmelding ingediend; een vooraanmelding geldt voor precies één definitieve aanvraag.
Je subsidiabele projectkosten zijn minimaal € 2.000.000.
Je aanvraag is compleet en op tijd (vóór 3 september 2026, 17:00 uur) ingediend.
Je bent nog niet gestart met het project, hebt geen verplichtingen aangegaan en geen kosten gemaakt vóór het indienen van de aanvraag.
Je financiering van het eigen aandeel is rond op het moment van indienen.
Bij deelname van een onderzoeksorganisatie: een getekende samenwerkingsovereenkomst is aanwezig vóór de startdatum van het project (en soms al vóór de beschikking, zie 'na aanvraag').
Je projectplan bevat mijlpalen en go/no-go-momenten met meetbare (SMART) indicatoren; ontbreken deze, dan wijst RVO de aanvraag af.
Een ontbrekend deelnemersformulier van één van de deelnemers leidt tot afwijzing van de gehele aanvraag.

Waarop wordt beoordeeld

  1. Voldoet je aanvraag aan de voorwaarden, dan beoordeelt de onafhankelijke Adviescommissie MOOI je aanvraag op 5 criteria. Elk criterium krijgt een score van 1 tot 10; op elk criterium moet je minimaal 6 punten scoren, anders wordt je aanvraag afgewezen als kwalitatief onvoldoende. De gewogen totaalscore bepaalt de rangschikking, en het budget gaat naar de hoogst scorende aanvragen tot het op is.
  2. Bijdrage aan de doelstellingen van de subsidie (weging 22,50%). Je scoort hoger als je project meer bijdraagt aan de doelstellingen uit hoofdstuk 2 van de Handleiding MOOI, meer aspecten in samenhang aanpakt, ook bijdraagt aan een andere MOOI-missie, en een groter marktbereik heeft.
  3. Mate van vernieuwing (weging 16,25%). Je scoort hoger bij meer technologische vernieuwing (een doorbraak scoort hoger dan een geringe verbetering) en als de innovatie zich meer op systeemniveau richt dan op product- of componentniveau.
  4. Slaagkans in de Nederlandse markt en maatschappij (weging 22,50%). Je scoort hoger met een betere onderbouwing van de marktbehoefte, een concreter implementatietraject, een betere beschrijving van sociale en ecologische duurzaamheid, en meer inzicht in technologische, maatschappelijke, organisatorische en juridische aspecten.
  5. Kwaliteit van het projectplan (weging 16,25%). Je scoort hoger met een samenhangend geheel van activiteiten, een betere onderzoeksmethode en aanpak, een betere risicoanalyse, een concreter plan voor kennisverspreiding, en een effectievere inzet van middelen.
  6. Kwaliteit van het samenwerkingsverband (weging 22,50%). Je scoort hoger als alle nodige partijen aanwezig zijn (producent, leverancier, eindgebruiker), belanghebbenden actief betrokken zijn, de partners voldoende kennis en capaciteit hebben, mkb'ers een substantiële rol spelen, en het verband slagvaardig is georganiseerd. Let op: een zo groot mogelijk samenwerkingsverband is geen doel op zich.

Wat je moet doen na toekenning

  • Je start je project uiterlijk 6 maanden na de subsidiebeschikking.
  • Je houdt je aan de looptijd van maximaal 4 jaar.
  • Je draagt actief bij aan kennisverspreiding, ook al tijdens de looptijd, richting belanghebbenden buiten het project (concurrentiegevoelige informatie hoef je niet te delen).
  • Je onderbouwt gedurende het project de claims over de werking van de techniek en de slaagkans in de Nederlandse markt en maatschappij.
  • Bij een onderzoeksorganisatie in het samenwerkingsverband: je levert de getekende samenwerkingsovereenkomst tijdig aan, met afspraken over kostenbijdrage, risico's, resultaatverspreiding en intellectueel eigendom.
  • Je meldt wijzigingen in je project.
  • Je levert voortgangsrapportages aan tijdens de looptijd.
  • Je vraagt na afloop van het project vaststelling van de subsidie aan.
  • Je verklaart in het aanvraagformulier dat je bekend bent met de MVO-principes en daar naar handelt (dit wordt niet inhoudelijk beoordeeld, maar is wel een vereiste verklaring).
  • Ontving je al subsidie van een ander bestuursorgaan of de Europese Commissie voor dit project? Dan moet je dit melden; het wordt verrekend.

Algemene toetsingscriteria (vóór de inhoudelijke beoordeling)

RVO checkt eerst of je aanvraag:

  • compleet en op tijd is ingediend;
  • voldoet aan de voorwaarden van de regeling;
  • voldoende vertrouwen geeft in de technische haalbaarheid;
  • voldoende vertrouwen geeft in de economische haalbaarheid;
  • voldoende vertrouwen geeft dat het samenwerkingsverband de activiteiten kan financieren.

Hoe vraag je de MOOI: Koolstofverwijdering aan?

Het aanvraagproces bestaat uit vier fases: vooraanmelding, advies op de vooraanmelding, de definitieve aanvraag, en de beoordeling daarvan.

Stap 1: Vooraanmelding (verplicht)

Je meldt je project aan via de RVO-website, van 17 maart 2026, 09:00 uur tot en met 16 april 2026, 17:00 uur. Hierin beschrijf je beknopt hoe je project bijdraagt aan de doelstelling van MOOI, welke resultaten je wilt bereiken, wie de uitvoerende partijen zijn, wat de verwachte kosten zijn en hoeveel subsidie je waarschijnlijk nodig hebt. Getekende intentieverklaringen van partners zijn niet verplicht, maar mogen wel worden meegestuurd om je vooraanmelding concreter te maken. Let op: een vooraanmelding leidt tot maximaal één definitieve aanvraag; je mag het samenwerkingsverband dus niet achteraf opsplitsen in meerdere aanvragen.

Stap 2: Advies van de Adviescommissie MOOI

Na 16 april 2026 beoordeelt de onafhankelijke Adviescommissie MOOI je vooraanmelding aan de hand van de beoordelingscriteria. Je krijgt verbeter- en aandachtspunten, en mogelijk een tip over samenwerking met andere aanmelders. Dit advies is niet bindend: ook bij een negatief advies mag je je plan verbeteren en toch een definitieve aanvraag indienen.

Stap 3: Definitieve subsidieaanvraag

Je dient de definitieve aanvraag in via het eLoket, vanaf 2 juni 2026, 09:00 uur tot en met 3 september 2026, 17:00 uur. Je logt in met eHerkenning, minimaal niveau eH3 met machtiging RVO-diensten. Vraag dit tijdig aan; de levertijd is minimaal één week.

Je aanvraag bestaat uit het aanvraagformulier (ondertekend met digitale handtekening via eHerkenning door jou of je intermediair) en de volgende bijlagen:

  • Bijlage 1: Deelnemersformulier (aanmelding en machtiging). Elke deelnemer in het samenwerkingsverband ondertekent dit formulier en machtigt daarmee de penvoerder voor de aanvraag en verdere correspondentie.
  • Bijlage 2: Advies van de Adviescommissie MOOI op je vooraanmelding (vermeld ook het vooraanmeldingsnummer op het aanvraagformulier).
  • Bijlage 3: Projectplan, inclusief plan voor kennisverspreiding en de projecttabel met mijlpalen en go/no-go-momenten. Gebruik het verplichte model projectplan van RVO. Maximaal 40 pagina's, met maximale paginaverdelingen per onderdeel.
  • Bijlage 4: Begroting, opgesteld op basis van resultaten, met het modelbegroting-format van RVO.
  • Bijlage 5: Beschrijving van kennis, ervaring en capaciteiten van de deelnemers.
  • Bijlage 6: MKB-toets (alleen verplicht als je het opslagpercentage voor klein/middelgroot bedrijf aanvraagt).
  • Bijlage 7: De-minimisverklaring(en) (alleen verplicht als je subsidie aanvraagt voor overige projectactiviteiten, of als een OIM-deelnemer subsidie aanvraagt). Wordt online ingevuld en ondertekend, met vermelding van bedrijfsgrootte.
  • Bijlage 8: Getekende samenwerkingsovereenkomst (alleen verplicht bij deelname van een onderzoeksorganisatie én als de startdatum van je project gelijk is aan de indieningsdatum). Bevat afspraken over kostenbijdrage, risicodeling, resultaatverspreiding en intellectueel eigendom, en wordt getekend door alle betrokken deelnemers.
  • Bijlage 9: Verklaring in-kind bijdrage (alleen verplicht als een deelnemer in-kind bijdraagt en dit meetelt in de subsidiabele kosten).
  • Bijlage 10: Verklaring 'Geen onderneming in moeilijkheden', inclusief beslisschema, de meest recente (geconsolideerde) jaarcijfers en organogrammen met aandelenverhouding van de deelnemers.
  • Bijlage 11: Overige bijlage(n).

Is je aanvraag na indiening niet compleet? Dan heb je tot de sluitingsdatum (3 september 2026, 17:00 uur) de tijd om aan te vullen. Na de sluitingsdatum is aanvullen niet meer mogelijk; een incomplete aanvraag wordt dan afgewezen. Ook technische of ICT-problemen bij het te laat indienen leiden tot afwijzing.

Stap 4: Beoordeling

Na 3 september 2026 toetst RVO eerst of alle aanvragen aan de eisen voldoen. Voldoen ze, dan rangschikt de Adviescommissie MOOI ze op de beoordelingscriteria. Het budget van € 10.000.000 wordt verdeeld op volgorde van rangschikking, van hoogste naar laagste score, totdat het op is.

Een ontbrekend deelnemersformulier leidt anders tot afwijzing van de hele aanvraag.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Wie beoordeelt en hoe lang duurt het

Na de sluitingsdatum van 3 september 2026 toetst RVO eerst of je aanvraag compleet en op tijd is en aan de voorwaarden voldoet. Voldoet ze, dan beoordeelt en rangschikt de onafhankelijke Adviescommissie MOOI je aanvraag op de vijf beoordelingscriteria. De beoordelingstermijn is 13 weken na sluiting van de aanvraagperiode, en kan één keer met nog eens 13 weken worden verlengd. RVO verwacht dat je de beslissing in december 2026 ontvangt. Het kan zijn dat RVO je vraagt je aanvraag toe te lichten, maar daartoe is RVO niet verplicht. Het komt regelmatig voor dat begrotingen worden bijgesteld; ingrijpende correcties worden eerst met jou besproken voordat de beschikking wordt verstuurd.

Uitbetaling

Bij toekenning ontvang je een beschikking. Het moment van de beslissing (verwacht: december 2026) is ook het moment waarop je de eerste voorschotbetaling ontvangt, als je subsidie krijgt.

Verplichtingen tijdens de looptijd

  • Je start je project uiterlijk 6 maanden na de datum van de subsidiebeschikking.
  • Je levert tijdens de looptijd voortgangsrapportages aan.
  • Je draagt bij aan kennisverspreiding, ook al tijdens het project, richting belanghebbenden buiten het samenwerkingsverband. Concurrentiegevoelige informatie hoef je niet te delen.
  • Bij deelname van een onderzoeksorganisatie: als je project start vóór de dagtekening van de beschikking, moet de getekende samenwerkingsovereenkomst al tijdens de beoordeling van je aanvraag binnen zijn, anders wordt de aanvraag afgewezen als onvolledig. Start je project ná de beschikking, dan vraagt RVO de overeenkomst op tijdens de beheerfase; ontbreekt deze, dan zet RVO de voorschotbetalingen tijdelijk stop. Blijft de overeenkomst binnen 3 maanden na die opschorting uit, dan stopt RVO het project en stelt de subsidie vast op € 0, met mogelijk terugbetaling van al ontvangen voorschotten.
  • Je meldt wijzigingen in je project aan RVO.
  • Wil je gebruikmaken van het budget voor onvoorziene activiteiten (tot 10% van de opgevoerde kosten), dan heb je vooraf goedkeuring van RVO nodig voordat je dit budget aanspreekt en ermee start.
  • Na afloop van het project vraag je vaststelling van de subsidie aan. Bij deze vaststelling wordt beoordeeld of het project is uitgevoerd zoals in het projectplan beschreven en of de kosten aansluiten op de begroting.

Na de aanvraag: online acties

Via het eLoket kun je na het indienen van je aanvraag:

  • je aanvraag bekijken;
  • de voortgang van je project doorgeven;
  • wijzigingen in je project doorgeven;
  • vaststelling van je subsidie aanvragen.

Correspondentie over je aanvraag stuurt RVO naar de penvoerder, of naar een intermediair als je die hebt aangewezen.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 1 document bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over MOOI: Koolstofverwijdering. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.