Open voor aanvragenRijk · Landelijk · Subsidie

MOOI: Elektriciteit

RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland)

Ook bekend als MOOI, Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie

Wat is de MOOI: Elektriciteit?

MOOI: Elektriciteit is subsidie voor samenwerkingsverbanden die onderzoek doen naar of innovaties ontwikkelen voor zon- en windenergie op land of zee. Je werkt samen met minstens 3 ondernemingen vanuit verschillende kennisgebieden, vaardigheden en belangen (multidisciplinair), aan een project dat bijdraagt aan de klimaatdoelen.

De regeling is bedoeld voor kleine, middelgrote en grote bedrijven, onderzoeksinstellingen, lokale overheden, en leveranciers of afnemers van energie die samen aan één project werken. Je project moet binnen 10 jaar na de start leiden tot een eerste toepassing, bijvoorbeeld het testen van je innovatie in een echte praktijkomgeving.

Je krijgt subsidie voor industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling, en voor andere projectkosten die in je projectplan staan en bijdragen aan je doel. Het subsidiepercentage hangt af van je bedrijfsgrootte: 60% voor kleine bedrijven, 50% voor middelgrote bedrijven, 40% voor grote bedrijven en 80% voor onderzoeksorganisaties met niet-economische activiteiten. De maximale subsidie is € 4.000.000 per project (minimaal € 25.000 per deelnemer). Het totale budget voor deze openstelling is € 20.000.000.

Aanvragen doe je in twee stappen. Eerst een verplichte vooraanmelding (dit kon van 17 maart tot en met 16 april 2026), daarna, met het advies van de Adviescommissie MOOI erbij, de definitieve aanvraag. Die kun je indienen van 2 juni 2026, 09:00 uur tot 3 september 2026, 17:00 uur, via het eLoket met eHerkenning (minimaal niveau eH3). De aanvragen worden onderling gerangschikt op kwaliteit; het budget gaat naar de hoogst scorende aanvragen totdat het op is.

Wie komt in aanmerking voor de MOOI: Elektriciteit?

Let op: de vooraanmelding voor deze ronde moest al binnen zijn tussen 17 maart en 16 april 2026, 17.00 uur. Zonder tijdig ingediende vooraanmelding en het bijbehorende advies van de Adviescommissie MOOI kun je geen definitieve aanvraag indienen.

Je bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
Je bent een onderneming of onderzoeksinstelling of lokale overheid
Bedrijfsgrootte: klein, middelgroot, groot
Je sector valt onder SBI zonne-energie, windenergie
Je vraagt aan in een samenwerkingsverband
Deze regeling vereist meerdere partners.
Je blijft binnen de de-minimisruimte
Over drie belastingjaren mag je maar een beperkt bedrag aan staatssteun ontvangen.
De definitieve beoordeling ligt bij RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland).

Je komt in aanmerking als je project aan al deze eisen voldoet:

  • Je vraagt aan als samenwerkingsverband van minimaal 3 ondernemingen. Deze ondernemingen mogen niet met elkaar verbonden zijn in een groep (zijn ze dat wel, dan heb je een extra deelnemer nodig om aan de 3 te komen).
  • In de aanpak komen verschillende kennisgebieden, vaardigheden, belangen en motieven samen (multidisciplinaire aanpak).
  • Je project onderzoekt of ontwikkelt innovatieve oplossingen voor het elektriciteitssysteem en past binnen minstens één van de 4 innovatiethema's: energieparken op zee, geïntegreerde opweksystemen op land, assetmanagement van opweksystemen op land, of ontwikkeling van zonnestroomtechnologie (perovskietfolies).
  • Je innovatie is binnen 10 jaar na de start klaar voor een eerste toepassing (een demonstratie in een reële omgeving, geen grootschalige uitrol).
  • Je project duurt maximaal 4 jaar.
  • De subsidiabele kosten van het hele project zijn minimaal € 2.000.000. Onderzoeksorganisaties mogen samen niet meer dan 50% van die kosten voor hun rekening nemen.
  • De subsidie per deelnemer is minimaal € 25.000.
  • Je start pas met het project, gaat verplichtingen aan en maakt kosten nadat je de aanvraag hebt ingediend (en uiterlijk binnen 6 maanden na de goedkeuringsbrief).
  • De financiering van je eigen aandeel in de projectkosten is rond op het moment van indienen.
  • Geen van de deelnemende ondernemingen is een "onderneming in moeilijkheden" (OIM) volgens de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. Val je toch onder die definitie, dan kun je alleen aanvragen onder het de-minimissteunkader (tot € 300.000 per 3 jaar, met de-minimisverklaring).
  • Je besteedt het project niet volledig uit: inhuur van derden telt niet als samenwerking voor eigen rekening en risico.

Wie valt af:

  • Samenwerkingsverbanden met minder dan 3 (niet-verbonden) ondernemingen.
  • Projecten die zich richten op één specifieke technologie zonder multidisciplinaire, systeemgerichte aanpak (past dan mogelijk beter bij EKOO: Elektriciteit).
  • Projecten die al gestart zijn, of waarvoor al kosten zijn gemaakt of verplichtingen zijn aangegaan, voordat de aanvraag is ingediend.
  • Projecten onder de € 2.000.000 aan subsidiabele kosten.
  • Aanvragen zonder tijdige, volledige vooraanmelding.

Waarvoor krijg je subsidie?

Je krijgt subsidie voor twee hoofdcategorieën kosten: industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling (inclusief pilots), en overige projectactiviteiten. Elke activiteit in je projectplan valt onder precies één van deze categorieën.

Industrieel onderzoek (IO) en experimentele ontwikkeling (EO)

Bij IO doe je nieuwe kennis en vaardigheden op om een nieuw product, proces of dienst te ontwikkelen, of om bestaande aanmerkelijk te verbeteren. Dit kan de bouw van prototypes in een laboratorium- of gesimuleerde omgeving omvatten, en pilotlijnen als dat nodig is voor de validering van generieke technologie.

EO staat dichter bij de markt: je combineert bestaande kennis om een nieuw of verbeterd product, proces of dienst te ontwikkelen. Dit omvat ook het bouwen en testen van prototypes en demonstraties in representatieve omgevingen. Routinematige of periodieke wijzigingen van bestaande producten of processen vallen hier niet onder, ook niet als het verbeteringen zijn.

Binnen IO en EO komen de volgende kostensoorten in aanmerking:

  • Loonkosten, volgens één van drie methodieken: de integrale kostensystematiek, de loonkosten + 50% opslagsystematiek, of een vast uurtarief van € 80.
  • Kosten van aangeschafte machines en apparatuur, waarbij je rekening houdt met afschrijving en een eventuele restwaarde.
  • Kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen.
  • Kosten van uitbesteding (kosten derden).

Onderzoeksorganisaties kunnen voor zowel economische als niet-economische IO/EO-activiteiten subsidie krijgen, maar moeten hiervoor een gescheiden boekhouding bijhouden. Zij mogen samen niet meer dan 50% van de totale subsidiabele projectkosten van het project voor hun rekening nemen. Ondernemingen mogen geen indirect voordeel behalen via de subsidie aan een onderzoeksorganisatie; hierover leg je afspraken vast in een samenwerkingsovereenkomst.

Ook niet-technisch of sociaalwetenschappelijk onderzoek kan als IO of EO kwalificeren, maar alleen als het voldoet aan 5 criteria: het is nieuw voor je organisatie, creatief (gericht op nieuwe concepten), er is onzekerheid over het bereiken van de doelen, het wordt systematisch uitgevoerd, en het levert overdraagbare kennis op. Implementatieonderzoek (zoals marktintroductie-vragen of het doorrekenen van een businesscase) voldoet hier niet aan, omdat de resultaten het product of de dienst zelf niet meer beïnvloeden. Dit soort activiteiten mag je wel opvoeren onder overige projectactiviteiten.

Overige projectactiviteiten

Dit zijn activiteiten die bijdragen aan de doelstelling van je project, maar geen fundamenteel onderzoek, IO, EO of haalbaarheidsstudie zijn. Voorbeelden zijn:

  • Participatie van omwonenden en belanghebbenden.
  • Activiteiten die de marktintroductie voorbereiden, zoals het opzetten van verkoopkanalen of digitale tools.
  • Kennisintegratie en -disseminatie, zoals bijeenkomsten of publicaties.
  • Scholing en opleiding, bijvoorbeeld via learning communities.

Voor overige projectactiviteiten geldt: de subsidie hiervoor is maximaal 5% van de totale subsidiabele projectkosten, met een maximum van € 350.000 per project en € 300.000 per onderneming. Ondernemingen en onderzoeksorganisaties die hiervoor subsidie willen, hebben een getekende de-minimisverklaring nodig (met opgave van bedrijfsgrootte), omdat dit onder de de-minimisverordening valt (maximaal € 300.000 steun per zelfstandige onderneming per 3 jaar). Voor onderzoeksorganisaties komt als niet-economische overige activiteit alleen de brede, niet-exclusieve verspreiding van onderzoeksresultaten in aanmerking.

Onvoorziene activiteiten

Je mag een post voor onvoorziene activiteiten opnemen tot maximaal 10% van de opgevoerde kosten. Dit is bedoeld voor onderzoeksvraagstukken die je tijdens het project tegenkomt en niet voorzag, niet voor het compenseren van overschrijdingen op voorziene activiteiten. Deze kosten moeten kwalificeren als IO, EO of overige projectactiviteit (met de-minimisverklaring) en je hebt vooraf goedkeuring van RVO nodig voordat je dit budget aanspreekt.

Wat niet in aanmerking komt

Kosten voor fundamenteel onderzoek, demonstratieprojecten en routinematige of periodieke wijzigingen van bestaande producten of processen vallen niet onder deze regeling. Ook activiteiten waarvoor al eerder subsidie is verstrekt door een bestuursorgaan of de Europese Commissie worden verrekend met je subsidie of subsidiabele kosten. Verder mag je het project niet volledig uitbesteden: uitbesteding aan derden telt niet als samenwerking voor eigen rekening en risico, al zijn kosten van uitbesteding als kostensoort wel subsidiabel binnen IO/EO.

Hoeveel subsidie krijg je?

De maximale subsidie is € 4.000.000 per project. Het totale budget voor deze openstelling is € 20.000.000. De subsidie per deelnemer is minimaal € 25.000.

Het subsidiepercentage dat je krijgt, hangt af van het type organisatie en de bedrijfsgrootte:

  • 80% voor een onderzoeksorganisatie voor niet-economische activiteiten.
  • 60% voor een klein bedrijf.
  • 50% voor een middelgroot bedrijf.
  • 40% voor een groot bedrijf.

Deze percentages gelden voor industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling en overige projectactiviteiten. Met de mkb-toets bepaal je of je bedrijf klein, middelgroot of groot is.

Deze maximale percentages krijg je alleen bij een daadwerkelijk samenwerkingsverband. Dat is het geval als:

  • je samenwerkingsverband alleen uit ondernemingen bestaat, waarvan minstens één klein of middelgroot is, en geen enkele onderneming meer dan 70% van de subsidiabele kosten voor haar rekening neemt, of
  • er één of meer onderzoeksorganisaties meedoen die minstens 10% van de subsidiabele kosten dragen en het recht hebben hun eigen onderzoeksresultaten te publiceren.

Is er geen daadwerkelijk samenwerkingsverband, dan trekt RVO 15 procentpunten af van het subsidiepercentage voor de onderneming(en). Deze verlaging geldt niet voor onderzoeksorganisaties.

Voor overige projectactiviteiten (dus niet industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling) geldt een extra plafond: maximaal 5% van de totale subsidiabele projectkosten, met een maximum van € 350.000 per project en € 300.000 per onderneming.

Onderzoeksorganisaties mogen samen niet meer dan 50% van de totale subsidiabele projectkosten voor hun rekening nemen.

Ben je een onderneming in moeilijkheden (OIM), dan kun je alleen subsidie krijgen onder het de-minimissteunkader: maximaal € 300.000 per 3 jaar, met een de-minimisverklaring waarin je aantoont dat er nog voldoende steunruimte is.

Heb je voor dit project al subsidie gehad van een ander bestuursorgaan of de Europese Commissie? Dan verrekent RVO dat bedrag met de subsidie die je kunt krijgen of met de kosten die voor subsidie in aanmerking komen.

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
20262 jun 20263 sep 2026€ 20 mln-

Wat zijn de voorwaarden van de MOOI: Elektriciteit?

Voordat je aanvraag inhoudelijk beoordeeld wordt, toetst RVO of je aanvraag compleet en op tijd is en aan alle voorwaarden voldoet. Voldoe je niet aan onderstaande punten, dan wijst RVO je aanvraag af zonder verdere inhoudelijke beoordeling:

  • Je hebt tijdig (tot 16 april 2026, 17.00 uur) een vooraanmelding ingediend en daarop advies gekregen van de Adviescommissie MOOI.
  • Je samenwerkingsverband bestaat uit minimaal 3 ondernemingen die niet onderling verbonden zijn in een groep.
  • Elke onderneming vraagt zelf als eigen rechtspersoon subsidie aan.
  • De ondernemingen hebben een vaste inrichting of dochteronderneming in Nederland op het moment dat er subsidie wordt betaald (december 2026).
  • De financiering van je eigen aandeel in de projectkosten is rond op het moment van indienen.
  • Je start niet vóór het indienen van de aanvraag met het project, gaat geen verplichtingen aan en maakt geen kosten (ook niet als je die later betaalt). Je start uiterlijk 6 maanden na de subsidieverlening.
  • De subsidiabele kosten van het project zijn minimaal € 2 miljoen; onderzoeksorganisaties nemen maximaal 50% daarvan voor hun rekening.
  • De subsidie per deelnemer is minimaal € 25.000.
  • De looptijd van het project is maximaal 4 jaar.
  • Geen van de deelnemers is een onderneming in moeilijkheden (tenzij met de-minimisverklaring).
  • Neemt een onderzoeksorganisatie deel? Dan is er een getekende samenwerkingsovereenkomst nodig vóór de start van het project (uiterlijk op de verleningsdatum als de startdatum vóór die datum ligt).
  • Je project past binnen de beschrijving van de MOOI-missies en innovatiethema's Elektriciteit.
  • Provincies en gemeentes mogen meedoen, maar kunnen zelf geen subsidie ontvangen.

RVO toetst eerst of de aanvraag voldoet aan de vereisten uit de regeling en de algemene afwijzingsgronden:

  • De aanvraag is compleet en op tijd ingediend.
  • De aanvraag voldoet aan de voorwaarden.
  • Er is voldoende vertrouwen in de technische haalbaarheid.
  • Er is voldoende vertrouwen in de economische haalbaarheid.
  • Er is voldoende vertrouwen dat het samenwerkingsverband de activiteiten kan financieren.

Voldoet je aanvraag aan de vereisten, dan beoordeelt de onafhankelijke Adviescommissie MOOI je aanvraag op 5 criteria, elk gescoord van 1 tot 10, met een eigen weging:

  • Bijdrage aan de doelstellingen van de subsidie (22,50%): hoe meer je project bijdraagt aan de MOOI-doelstellingen, hoe hoger de score. Meerdere aspecten in samenhang aanpakken, bijdragen aan meerdere MOOI-subsidies, en een groter marktbereik scoren hoger.
  • Mate van vernieuwing (16,25%): vernieuwing ten opzichte van de internationale stand van onderzoek of techniek, en versterking van de Nederlandse kennispositie. Systeeminnovaties (op systeemniveau in plaats van product- of componentniveau) scoren hoger dan geringe technologische verbeteringen.
  • Slaagkans in de Nederlandse markt en maatschappij (22,50%): de kans dat (toekomstige) gebruikers de innovatie echt gaan toepassen, onderbouwd met een stakeholderanalyse, een implementatietraject en aandacht voor sociale en ecologische duurzaamheid.
  • Kwaliteit van het projectplan (16,25%): aanpak en methodiek, omgang met risico's, uitvoerbaarheid, en hoe effectief en efficiënt de middelen worden ingezet.
  • Kwaliteit van het samenwerkingsverband (22,50%): samenstelling en projectorganisatie, waaronder de betrokkenheid van eindgebruikers, de kwaliteit en inbreng van partners, en de rol van mkb-ondernemingen.

Op elk criterium moet je minimaal 6 punten scoren. Scoor je op één criterium lager, dan wordt je project afgewezen als kwalitatief onvoldoende. Aanvragen worden gerangschikt op de gewogen totaalscore; het budget van € 20 miljoen gaat naar de hoogst scorende aanvragen, tot het op is.

De beoordelingstermijn is 13 weken na sluiting van de aanvraagperiode, met de mogelijkheid om dit één keer met 13 weken te verlengen.

Wat moet je ná toekenning doen?

  • Je start uiterlijk binnen 6 maanden na de subsidiebeschikking met je project.
  • Je levert voortgangsrapportages aan tijdens de looptijd.
  • Je zorgt voor kennisverspreiding: je hebt een plan van aanpak voor het delen van kennis, en communiceert al tijdens de looptijd actief over resultaten richting belanghebbenden buiten het project (concurrentiegevoelige informatie hoef je niet te delen).
  • Neemt een onderzoeksorganisatie deel en ligt de startdatum vóór de verleningsdatum? Dan moet je de getekende samenwerkingsovereenkomst tijdig aanleveren, anders wordt je aanvraag afgewezen of, bij een latere start, worden voorschotten opgeschort en uiteindelijk de subsidie op € 0 vastgesteld.
  • Je vraagt na afloop van het project vaststelling van de subsidie aan.
  • Je verklaart in het aanvraagformulier dat je bekend bent met de MVO-principes (maatschappelijk verantwoord ondernemen) en daarnaar handelt; hierop wordt niet inhoudelijk beoordeeld.

Hoe vraag je de MOOI: Elektriciteit aan?

Het aanvraagproces bestaat uit 4 fases: vooraanmelding, advies op de vooraanmelding, de definitieve aanvraag en de beoordeling daarvan.

Fase 1: Vooraanmelding (17 maart t/m 16 april 2026, 17.00 uur)

Een vooraanmelding is verplicht en geldt voor precies één subsidieaanvraag; je kunt het samenwerkingsverband na de vooraanmelding niet opsplitsen in meerdere aanvragen. Je dient de vooraanmelding in via de website van RVO en geeft daarin beknopt aan hoe je project bijdraagt aan de doelstelling van MOOI, welke resultaten je wilt bereiken, wie de uitvoerende partijen zijn, wat de verwachte kosten zijn en hoeveel subsidie je waarschijnlijk nodig hebt. Getekende intentieverklaringen van partners zijn niet verplicht, maar mogen wel meegestuurd worden om de vooraanmelding concreter te maken.

Fase 2: Advies op de vooraanmelding

Na 16 april 2026 beoordeelt de Adviescommissie MOOI je vooraanmelding aan de hand van de rangschikkingscriteria. Je krijgt verbeter- en aandachtspunten, en mogelijk wijzen ze je op kansen voor samenwerking met andere aanmelders. Dit advies is niet bindend: ook bij een negatief advies mag je je plan verbeteren en toch een definitieve aanvraag indienen.

Fase 3: Definitieve aanvraag (2 juni 2026, 09:00 uur t/m 3 september 2026, 17:00 uur)

Je werkt je vooraanmelding, met het advies van de commissie erbij, uit tot een definitieve aanvraag. Je dient deze in via het eLoket met eHerkenning, minimaal betrouwbaarheidsniveau 3 met machtiging RVO-diensten op niveau eH3. Vraag dit tijdig aan; de levertijd is minimaal één week. Elke vooraanmelding leidt tot maximaal één definitieve aanvraag.

De aanvraag bestaat uit een aanvraagformulier en de volgende bijlagen:

  • Bijlage 1 - Aanmelding en machtiging deelnemer samenwerkingsverband: elke deelnemer ondertekent dit formulier zelf, waarmee de penvoerder (niet de intermediair) gemachtigd wordt voor de aanvraag en correspondentie.
  • Bijlage 2 - Advies van de Adviescommissie MOOI op je vooraanmelding.
  • Bijlage 3 - Projectplan, inclusief plan voor kennisverspreiding en de projecttabel met mijlpalen en go/no go-momenten. Gebruik hiervoor het verplichte model projectplan; maximaal 40 pagina's, met maxima per onderdeel.
  • Bijlage 4 - Begroting, opgesteld op basis van resultaten, volgens het model begroting.
  • Bijlage 5 - Beschrijving van kennis, ervaring en capaciteiten.
  • Bijlage 6 - Mkb-toets, alleen verplicht als je het opslagpercentage voor kleine/middelgrote bedrijven aanvraagt.
  • Bijlage 7 - De-minimisverklaring(en), alleen verplicht bij overige projectactiviteiten of bij deelname van een OIM-deelnemer.
  • Bijlage 8 - Getekende samenwerkingsovereenkomst, alleen verplicht bij deelname van een onderzoeksorganisatie én als de startdatum van je project gelijk is aan de indieningsdatum.
  • Bijlage 9 - Verklaring in-kind bijdrage, alleen verplicht als een deelnemer in-kind bijdraagt die meetelt in de subsidiabele kosten.
  • Bijlage 10 - Verklaring "Geen onderneming in moeilijkheden", inclusief beslisschema, meest recente (geconsolideerde) jaarcijfers en organogrammen (met aandelenverhouding) van de deelnemers.
  • Bijlage 11 - Overige bijlage(n), indien van toepassing.

Het aanvraagformulier wordt ondertekend met een digitale handtekening via eHerkenning door jou of je intermediair. Dient een intermediair de aanvraag in, dan voeg je de machtiging van die intermediair apart als bijlage toe.

Is je aanvraag na indiening niet compleet? Dan heb je tot de sluitingsdatum (3 september 2026, 17.00 uur) de tijd om aanvullingen te doen. Na de sluitingsdatum is er geen herstelmogelijkheid meer, vanwege het gelijkheidsprincipe van de tender. Aanvragen die te laat binnenkomen worden afgewezen, ook als dit door technische of ICT-problemen komt.

Voorbereiding

Voordat je start: zorg op tijd voor het juiste eHerkenningsmiddel, verzameld alle benodigde gegevens, en je kunt je aanvraag tussentijds opslaan. Je kunt ook, zonder verplichtingen, je projectidee laten toetsen door een projectadviseur via het projectideeformulier, voordat je een vooraanmelding of aanvraag indient.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Beoordeling

Na 3 september 2026 toetst RVO eerst of alle ingediende aanvragen compleet zijn en aan de voorwaarden voldoen. Voldoet een aanvraag niet, dan wordt die afgewezen. Aanvragen die wel voldoen, worden inhoudelijk beoordeeld en gerangschikt door de onafhankelijke Adviescommissie MOOI aan de hand van de 5 rangschikkingscriteria. De commissie adviseert RVO over de rangschikking, en RVO verdeelt het budget van € 20 miljoen in volgorde van de hoogste naar de laagste totaalscore, totdat het op is. Aanvragen waarvoor geen of onvoldoende budget meer over is, worden afgewezen, ook als ze inhoudelijk voldoende scoorden.

De beoordelingstermijn is 13 weken na sluiting van de aanvraagperiode, met de mogelijkheid deze één keer te verlengen met nog eens 13 weken. RVO verwacht dat je de beslissing in december 2026 ontvangt. Het kan zijn dat RVO je vraagt je aanvraag toe te lichten, maar dit is niet verplicht vanuit RVO. Het komt regelmatig voor dat begrotingen worden bijgesteld; ingrijpende correcties worden met je besproken voordat de beschikking verstuurd wordt.

Uitbetaling

December 2026, het moment van de beslissing, is ook het moment waarop je (bij toekenning) je eerste voorschotbetaling ontvangt.

Verplichtingen tijdens de looptijd

  • Je start uiterlijk binnen 6 maanden na de subsidiebeschikking met je project.
  • Je levert voortgangsrapportages aan.
  • Je communiceert actief over je resultaten richting belanghebbenden buiten het project, volgens het plan voor kennisverspreiding uit je projectplan; concurrentiegevoelige informatie hoef je niet te delen.
  • Neemt een onderzoeksorganisatie deel en start je project na de dagtekening van de beschikking? Dan levert RVO de getekende samenwerkingsovereenkomst op in de beheerfase. Heb je die dan niet, dan zet RVO de voorschotbetalingen tijdelijk stop. Blijft de overeenkomst binnen 3 maanden na de opschorting uit, dan zet RVO het project stop en stelt de subsidie vast op € 0; ook al ontvangen voorschotten kun je dan moeten terugbetalen.
  • Wijzigingen in je project, uitvoering, organisatie of penvoerder geef je door aan RVO.
  • Na afloop van het project vraag je vaststelling van de subsidie aan.
  • Correspondentie over je aanvraag stuurt RVO naar de penvoerder, of naar een intermediair als je dat hebt aangegeven.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 1 document bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over MOOI: Elektriciteit. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.