MOOI: Gebouwde omgeving
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Ook bekend als MOOI
Wat is de MOOI: Gebouwde omgeving?
MOOI: Gebouwde omgeving is subsidie voor samenwerkingsverbanden die innovaties onderzoeken of ontwikkelen voor het verduurzamen van woningen, gebouwen, wijken of gebieden. De regeling is bedoeld voor projecten die bijdragen aan de klimaatdoelen van 2050 en die met een multidisciplinaire aanpak worden uitgevoerd.
De subsidie is voor kleine, middelgrote en grote bedrijven, onderzoeksinstellingen, lokale overheden en leveranciers of afnemers van energie die samen in één project werken. Je samenwerkingsverband bestaat uit minstens 3 ondernemingen die niet met elkaar verbonden zijn. Er komen minimaal twee thema's in aanmerking: verduurzaming van bestaande woningen en gebouwen, en een toekomstbestendig energiesysteem voor woonwijken, bedrijventerreinen, kantoor- of winkelgebieden.
Je krijgt maximaal € 4.000.000 subsidie per project, met een subsidiepercentage dat afhangt van je type organisatie (40% tot 80%). Het totale budget voor deze openstelling is € 20.000.000. Projecten moeten minimaal € 2.000.000 aan subsidiabele kosten hebben en de subsidie per deelnemer is minimaal € 25.000.
De aanvraag verloopt in stappen: eerst een verplichte vooraanmelding (was mogelijk tot en met 16 april 2026), daarna advies van de Adviescommissie MOOI, en vervolgens de definitieve aanvraag. Je kunt de definitieve subsidieaanvraag indienen vanaf 2 juni 2026, 09:00 uur tot en met 3 september 2026, 17:00 uur, via het eLoket van RVO met eHerkenning niveau eH3. Let op: het loket vermeldt dat een vooraanmelding verplicht is voor deze subsidie, dus zonder tijdige vooraanmelding kun je nu niet meer instromen voor deze ronde.
Wie komt in aanmerking voor de MOOI: Gebouwde omgeving?
Je komt in aanmerking voor MOOI: Gebouwde omgeving als je aan een aantal harde eisen voldoet. Val je op een van deze punten af, dan wordt je aanvraag afgewezen zonder dat er verder naar de kwaliteit wordt gekeken.
Samenwerkingsverband
- Je vraagt aan met minimaal 3 ondernemingen die niet met elkaar verbonden zijn in een groep. Zijn ondernemingen wel verbonden, dan heb je een extra deelnemer nodig om aan het minimum van 3 te komen.
- Alleen samenwerkingsverbanden kunnen aanvragen; een individueel bedrijf kan geen MOOI-subsidie krijgen.
- Je werkt samen voor eigen rekening en risico. Je mag het project niet volledig uitbesteden: inhuur van derden telt niet als samenwerking.
- Alle deelnemers dragen financieel en inhoudelijk ongeveer evenveel bij. Een sterk onevenwichtige bijdrage kan tot afwijzing leiden.
- Er komen verschillende kennisgebieden, vaardigheden, belangen en motieven samen (multidisciplinaire aanpak).
Vooraanmelding verplicht
Een vooraanmelding is voor deze regeling verplicht. Die kon worden ingediend van 17 maart tot en met 16 april 2026. Zonder (tijdige) vooraanmelding kun je geen definitieve aanvraag indienen.
Project en kosten
- Je subsidiabele projectkosten zijn minimaal € 2.000.000.
- Onderzoeksorganisaties nemen maximaal 50% van die subsidiabele kosten voor hun rekening.
- Je project duurt maximaal 4 jaar.
- Je innovatie is binnen 5 jaar na de start klaar voor een eerste toepassing (niet noodzakelijk grootschalige uitrol).
- Je start met je project binnen 6 maanden na de subsidiebeschikking.
- Je mag vóór het indienen van je aanvraag nog niet gestart zijn, geen verplichtingen zijn aangegaan en geen kosten hebben gemaakt (ook niet als je die later betaalt).
Wie valt af
- Ondernemingen die kwalificeren als "onderneming in moeilijkheden" (OIM) vallen in principe af, met uitzondering: zij kunnen tot € 300.000 subsidie krijgen onder het de-minimissteunkader, mits er voldoende de-minimisruimte is.
- Projecten die niet passen binnen de beschreven innovatiethema's (verduurzaming bestaande gebouwde omgeving, of toekomstbestendig energiesysteem voor gebieden) vallen af.
- Richt je project zich vooral op één specifieke technologie en werk je met minder dan 3 ondernemingen samen? Dan is niet MOOI maar mogelijk de regeling EKOO: Gebouwde omgeving passender (die staat overigens in 2026 niet open).
- Provincies en gemeentes mogen wel meedoen in een project, maar kunnen zelf geen subsidie ontvangen.
- Als je project al eerder subsidie kreeg van een bestuursorgaan of de Europese Commissie, wordt dat verrekend met je subsidie of de subsidiabele kosten.
Financiering
Je moet de financiering van je eigen aandeel (het deel van de kosten waarvoor je geen subsidie krijgt) al rond hebben op het moment dat je de aanvraag indient. Kun je dit niet aantonen, dan is er onvoldoende vertrouwen in de financiële haalbaarheid en wordt de aanvraag afgewezen.
Vestiging
Ondernemingen die subsidie aanvragen, moeten een vaste inrichting of dochteronderneming in Nederland hebben op het moment dat er subsidie wordt betaald (december 2026). Een postbus is niet voldoende.
Waarvoor krijg je subsidie?
Je krijgt subsidie voor twee hoofdcategorieën activiteiten: industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling (inclusief pilots), en overige projectactiviteiten die bijdragen aan de doelen van je project.
Industrieel onderzoek (IO) en experimentele ontwikkeling (EO)
Bij industrieel onderzoek doe je nieuwe kennis en vaardigheden op om een nieuw product, proces of dienst te ontwikkelen, of om iets bestaands aanmerkelijk te verbeteren. Dit omvat onder meer de bouw van prototypes in een laboratorium- of gesimuleerde omgeving en pilotlijnen. Experimentele ontwikkeling staat dichter bij de markt: je combineert bestaande kennis en vaardigheden om iets nieuws of verbeterds te ontwikkelen, inclusief bouw van prototypes, demonstraties en testen onder representatieve omstandigheden. Routinematige of periodieke wijzigingen van bestaande producten of processen vallen hier niet onder, ook niet als het verbeteringen zijn.
Binnen IO en EO komen de volgende kostensoorten in aanmerking:
- Loonkosten. Hiervoor gelden drie mogelijke methodieken: de integrale kostensystematiek, de systematiek loonkosten plus 50% opslag, of een vast uurtarief van € 80.
- Kosten van aangeschafte machines en apparatuur, waarbij afschrijving en eventuele restwaarde meetellen.
- Kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen.
- Kosten van uitbesteding (kosten van derden).
Onderzoeksorganisaties kunnen voor deze kosten subsidie krijgen voor zowel economische als niet-economische activiteiten, met een gescheiden boekhouding. Voor hen geldt een ander maximaal subsidiepercentage en aparte regels over intellectueel eigendom.
Overige projectactiviteiten
Dit zijn activiteiten die bijdragen aan de doelstelling van het project, maar geen fundamenteel onderzoek, IO of EO zijn. Denk aan:
- Participatie van omwonenden en belanghebbenden.
- Activiteiten om marktintroductie voor te bereiden, zoals het opzetten van verkoopkanalen of digitale ondersteuning van het koopproces.
- Kennisintegratie en -disseminatie, zoals bijeenkomsten en publicaties.
- Scholing- en opleidingsactiviteiten, bijvoorbeeld via learning communities.
Voor deze overige activiteiten gelden aparte begrenzingen: de subsidie voor overige projectactiviteiten is maximaal 5% van de totale subsidiabele projectkosten, met een maximum van € 350.000 per project en € 300.000 per onderneming.
Overige projectactiviteiten van ondernemingen worden altijd als economisch beschouwd. Voor deze economische overige activiteiten heb je een getekende de-minimisverklaring nodig; steun is dan mogelijk tot maximaal € 300.000 per zelfstandige onderneming over 3 opeenvolgende jaren. Voor onderzoeksorganisaties komt bij overige niet-economische activiteiten alleen de brede, niet-exclusieve verspreiding van onderzoeksresultaten in aanmerking.
Onvoorziene activiteiten
Je mag een post opnemen voor onvoorziene activiteiten tot maximaal 10% van de opgevoerde kosten. Dit budget is bedoeld voor onvoorziene vraagstukken die je tijdens het project moet onderzoeken om je doelen te halen, niet om overschrijdingen van voorziene activiteiten te compenseren. Voor het aanspreken van dit budget heb je vooraf goedkeuring van RVO nodig.
Wat niet in aanmerking komt
- Kosten voor activiteiten die zich richten op waterstof of groen gas vallen niet onder de innovatiethema's van deze missie.
- Kosten van volledig uitbesteed projectwerk: inhuur van derden telt niet als samenwerking voor eigen rekening en risico.
- Fundamenteel onderzoek en demonstratieprojecten vallen niet onder MOOI; hiervoor bestaan andere instrumenten.
- Routinematige of periodieke wijzigingen van bestaande producten, processen of diensten.
- Kosten van activiteiten waarvoor je al eerder subsidie van een bestuursorgaan of de Europese Commissie kreeg, worden verrekend.
Let op: elke activiteit valt in precies één kostencategorie (IO, EO of overige projectactiviteiten). In je begroting moet je de kosten koppelen aan de resultaten en activiteitnummers uit je projecttabel. Doe je dat niet, of ontbreken verplichte gegevens zoals afschrijvingsdetails van machines, dan kan RVO die kosten niet beoordelen en krijg je er geen subsidie voor. Achteraf aanvullen is vanwege de tendersystematiek niet mogelijk.
Hoeveel subsidie krijg je?
Hoeveel subsidie je krijgt, hangt af van het type organisatie en of er sprake is van daadwerkelijke samenwerking.
Subsidiepercentages
- 80% voor een onderzoeksorganisatie, voor zover het niet-economische activiteiten en overige niet-economische projectactiviteiten betreft.
- 60% voor een klein bedrijf.
- 50% voor een middelgroot bedrijf.
- 40% voor een groot bedrijf.
Gebruik de mkb-toets om te bepalen of je bedrijf klein, middelgroot of groot is.
Korting bij geen daadwerkelijke samenwerking
Je krijgt het maximale percentage alleen bij een daadwerkelijk samenwerkingsverband. Dat is het geval als:
- je samenwerkingsverband uit ondernemingen bestaat, waarvan minstens één klein of middelgroot is, en geen enkele onderneming meer dan 70% van de subsidiabele kosten draagt; of
- een onderneming samenwerkt met een of meer onderzoeksorganisaties die minstens 10% van de subsidiabele kosten dragen en het recht hebben hun eigen onderzoeksresultaten te publiceren.
Is er geen daadwerkelijke samenwerking, dan trekt RVO 15 procentpunten af van het subsidiepercentage voor de betrokken onderneming(en). Deze verlaging geldt alleen voor ondernemingen, niet voor onderzoeksorganisaties.
Bedragen per project en per deelnemer
- De subsidie per project is maximaal € 4.000.000.
- De subsidie per deelnemer is minimaal € 25.000. Het te verlenen subsidiebedrag moet, met toepassing van de percentages hierboven, minimaal dit bedrag halen; anders kwalificeert de deelnemer niet.
- De subsidiabele kosten van het hele project zijn minimaal € 2.000.000.
- Onderzoeksorganisaties nemen samen niet meer dan 50% van de totale subsidiabele projectkosten voor hun rekening.
- Voor overige projectactiviteiten geldt een aparte begrenzing: maximaal 5% van de subsidiabele projectkosten, met een maximum van € 350.000 per project en € 300.000 per onderneming.
Uitzondering onderneming in moeilijkheden
Kwalificeert je onderneming als onderneming in moeilijkheden, dan kun je tot € 300.000 subsidie krijgen onder het de-minimissteunkader. Hiervoor moet je nog voldoende de-minimissteunruimte hebben en dit verklaren.
Totaalbudget
Het totale subsidieplafond voor deze openstelling is € 20.000.000. Het budget wordt verdeeld op volgorde van rangschikking: hoe hoger de score bij de beoordeling, hoe groter de kans dat je binnen het budget valt. Is het budget op, dan worden lager gerangschikte, verder wel goedgekeurde aanvragen alsnog afgewezen wegens onvoldoende budget.
Cumulatie met andere subsidies
Subsidies vanuit onder meer de SDE++, Horizon 2020, EU-REACT, de NOW-regeling, provincies, gemeenten en waterschappen worden niet vooraf van je MOOI-subsidie afgetrokken, tenzij de maximale steunruimte wordt overschreden. Andere subsidies van het Rijk worden wel in mindering gebracht op je MOOI-subsidie.
Rondes en deadlines
| Ronde | Opent | Sluit | Budget | Verdeling |
|---|---|---|---|---|
| 2026 | 2 jun 2026 | 3 sep 2026 | € 20 mln | - |
Wat zijn de voorwaarden van de MOOI: Gebouwde omgeving?
Hier val je op af
Waarop wordt beoordeeld
- Voldoet je aanvraag aan de voorwaarden, dan beoordeelt de Adviescommissie MOOI je aanvraag op 5 rangschikkingscriteria. Elk criterium krijgt een score van 1 tot en met 10; op elk criterium moet je minimaal 6 punten halen. Scoor je op één criterium lager dan 6, dan wordt je aanvraag afgewezen als kwalitatief onvoldoende, ook als je totaalscore hoog is.
- Bijdrage aan de doelstellingen van de subsidie (weging 22,50%). Je scoort hoger als je project meer bijdraagt aan de MOOI-doelstellingen, meer aspecten in samenhang aanpakt, ook bijdraagt aan doelstellingen van een andere MOOI-missie, en een groter marktbereik heeft.
- Mate van vernieuwing (weging 16,25%). Je scoort hoger bij meer technologische vernieuwing (een doorbraak scoort hoger dan een geringe verbetering) en als de innovatie zich meer op systeemniveau richt dan op product- of componentniveau.
- Slaagkans in de Nederlandse markt en maatschappij (weging 22,50%). Je scoort hoger met een betere onderbouwing van de marktbehoefte, een concreter implementatietraject, een betere beschrijving van sociale en ecologische duurzaamheid, en beter inzicht in technologische, maatschappelijke, organisatorische en juridische aspecten.
- Kwaliteit van het projectplan (weging 16,25%). Je scoort hoger met een samenhangend geheel van activiteiten, een sterkere onderzoeksmethode en aanpak, een betere risicoanalyse, een concreter plan voor kennisverspreiding en effectievere inzet van middelen.
- Kwaliteit van het samenwerkingsverband (weging 22,50%). Je scoort hoger als alle noodzakelijke partijen (producent, leverancier, eindgebruiker) aanwezig zijn, belanghebbenden actief betrokken zijn, de partners voldoende kennis en capaciteit hebben, mkb'ers meer activiteiten uitvoeren en het verband slagvaardig georganiseerd is. Een zo groot mogelijk samenwerkingsverband is geen doel op zich.
Daarnaast gelden de algemene afwijzingsgronden uit artikel 23 van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies en de vereisten van artikel 4.2.49 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies: voldoende vertrouwen in technische haalbaarheid, economische haalbaarheid en financierbaarheid van het samenwerkingsverband.
De subsidieaanvraag met de hoogste gewogen totaalscore wordt het hoogst gerangschikt. Het budget wordt verdeeld op volgorde van rangschikking, van hoog naar laag, tot het op is.
Voorwaarden aan je projectplan
- Je projectplan bevat SMART-opgestelde mijlpalen en go/no go-momenten met meetbare indicatoren. Ontbreken deze, dan wijst RVO je aanvraag af.
- Gebruik verplicht het model projectplan van RVO.
- Maximaal 40 pagina's, met per onderdeel een eigen paginamaximum.
- Een plan voor kennisverspreiding is verplicht onderdeel en telt mee bij het criterium slaagkans.
Wat moet je na toekenning doen?
- Je start je project binnen 6 maanden na de subsidiebeschikking.
- Je levert voortgangsrapportages aan tijdens de looptijd.
- Je draagt bij aan kennisverspreiding en communiceert actief over resultaten met belanghebbenden buiten het project (concurrentiegevoelige informatie hoef je niet te delen).
- Je vraagt na afloop van het project vaststelling van de subsidie aan.
- Als er een onderzoeksorganisatie deelneemt, moet je vóór de startdatum een getekende samenwerkingsovereenkomst hebben, met afspraken over kostenbijdrage, risicoverdeling, resultaatverspreiding en intellectueel eigendom.
- Wijzigingen in je project geef je door aan RVO.
- Je wordt aangemoedigd om data uit veldtesten of prestatiemetingen te delen via het platform KITE.
- Je verklaart in het aanvraagformulier bekend te zijn met de MVO-principes en daarnaar te handelen (dit wordt niet inhoudelijk beoordeeld).
Hoe vraag je de MOOI: Gebouwde omgeving aan?
De aanvraag voor MOOI: Gebouwde omgeving verloopt in 4 fases: vooraanmelding, advies op de vooraanmelding, de definitieve aanvraag en de beoordeling daarvan.
Stap 1: Vooraanmelding (verplicht)
Je kon je project vooraanmelden van 17 maart 2026, 09:00 uur tot en met 16 april 2026, 17:00 uur, via de RVO-website. Hierin geef je beknopt aan hoe je project bijdraagt aan de doelstelling van MOOI, welke resultaten je wilt bereiken, wie de uitvoerende partijen zijn, wat de verwachte kosten zijn en hoeveel subsidie je waarschijnlijk nodig hebt. Getekende intentieverklaringen van partners zijn niet verplicht, maar mogen wel worden meegestuurd om de vooraanmelding concreter te maken. Eén vooraanmelding leidt tot maximaal één definitieve aanvraag; je kunt het samenwerkingsverband dus niet na de vooraanmelding opsplitsen in meerdere aanvragen.
Stap 2: Advies van de Adviescommissie MOOI
Na 16 april 2026 beoordeelt de Adviescommissie MOOI de vooraanmeldingen aan de hand van de rangschikkingscriteria. Je krijgt verbeter- en aandachtspunten voor je definitieve aanvraag. Dit advies is niet bindend: ook bij een negatief advies mag je je plan verbeteren en toch een definitieve aanvraag indienen.
Stap 3: Definitieve subsidieaanvraag
Je kunt de definitieve aanvraag indienen vanaf 2 juni 2026, 09:00 uur tot en met 3 september 2026, 17:00 uur, via https://login.rvo.nl/accessrouter/eloket/login6. Je logt in met eHerkenning, minimaal niveau 3 met machtiging RVO-diensten op niveau eH3. Zorg dat je dit middel op tijd aanvraagt, want de levertijd is minimaal één week.
De aanvraag bestaat uit een aanvraagformulier plus de volgende bijlagen:
- Deelnemersformulier (aanmelding en machtiging): voor elke deelnemer apart, ondertekend door die deelnemer zelf; hiermee machtigt de deelnemer de penvoerder voor de aanvraag en correspondentie. Ontbreekt dit formulier van één deelnemer, dan wijst RVO de hele aanvraag af.
- Advies van de Adviescommissie MOOI: het advies dat je op je vooraanmelding ontving; je vult het vooraanmeldingsnummer in op het aanvraagformulier.
- Projectplan, inclusief plan voor kennisverspreiding: opgesteld volgens het verplichte model projectplan van RVO, met mijlpalen, go/no go-momenten en de projecttabel.
- Begroting: op basis van resultaten, met het modelbegrotingsformat van RVO; kosten moet je koppelen aan de activiteitnummers uit de projecttabel.
- Beschrijving van kennis, ervaring en capaciteiten: los document dat samen met het projectplan input geeft voor de beoordeling.
- Mkb-toets: alleen verplicht als je het opslagpercentage voor klein/middelgroot bedrijf aanvraagt.
- De-minimisverklaring(en): alleen verplicht bij subsidie voor overige projectactiviteiten of als een OIM-deelnemer subsidie aanvraagt; hierin geef je ook aan of je bedrijf klein, middelgroot of groot is.
- Getekende samenwerkingsovereenkomst: alleen verplicht als een onderzoeksorganisatie deelneemt én je startdatum gelijk is aan de indieningsdatum.
- Verklaring in-kind bijdrage: alleen verplicht als een deelnemer in-kind bijdraagt en dit meetelt in de subsidiabele kosten.
- Verklaring "Geen onderneming in moeilijkheden", inclusief beslisschema, meest recente (geconsolideerde) jaarcijfers en organogrammen (met aandelenverhouding) van de deelnemers.
- Overige bijlage(n): eventueel aanvullende stukken.
Jij zelf of je intermediair ondertekent het aanvraagformulier digitaal met eHerkenning. Dient een intermediair de aanvraag in, dan voeg je de machtiging van die intermediair als aparte bijlage toe.
Belangrijk om te weten
- Is je aanvraag na het indienen nog niet compleet? Dan heb je tot de sluitingsdatum (3 september 2026, 17:00 uur) de tijd om aan te vullen. Na de sluitingsdatum is aanvullen niet meer mogelijk; een incomplete aanvraag wordt afgewezen.
- Te laat indienen, ook door technische of ICT-problemen, leidt tot afwijzing.
- Zorg dat de naam van de penvoerder op het deelnemersformulier overeenkomt met de naam op zijn eigen aanvraagformulier en de KvK-registratie.
- Correspondentie over je aanvraag gaat naar de penvoerder, of naar een intermediair als je dat hebt aangegeven.
Wat gebeurt er na je aanvraag?
Wie beoordeelt en hoe lang duurt het
Na 3 september 2026 toetst RVO eerst of alle ingediende aanvragen voldoen aan de eisen uit hoofdstuk 3 van de Handleiding MOOI. Voldoet een aanvraag niet, dan wordt die afgewezen. Aanvragen die wel voldoen, worden door de Adviescommissie MOOI (onafhankelijke externe adviseurs) beoordeeld en gerangschikt aan de hand van de 5 rangschikkingscriteria. Vervolgens verdeelt RVO het subsidiebudget op volgorde van rangschikking, van hoogste naar laagste score, tot het budget van € 20.000.000 op is.
De beoordelingstermijn is 13 weken na sluiting van de aanvraagperiode. RVO kan deze termijn eenmaal verlengen met nog eens 13 weken. Volgens de planning ontvang je de beslissing dus in december 2026. RVO kan je vragen je definitieve voorstel toe te lichten, maar is daartoe niet verplicht. Worden begrotingen bijgesteld, dan bespreekt RVO ingrijpende correcties met je voordat de beschikking wordt verstuurd.
Uitbetaling
December 2026 is ook het moment waarop je, bij toekenning, je eerste voorschotbetaling ontvangt.
Verplichtingen tijdens de looptijd
- Je start met je project uiterlijk binnen 6 maanden na de datum van de subsidiebeschikking.
- Je levert voortgangsrapportages aan zodat RVO de voortgang van je project kan volgen aan de hand van de mijlpalen en go/no go-momenten uit je projectplan.
- Je draagt bij aan kennisverspreiding: je voert je plan voor kennisverspreiding uit en communiceert al tijdens de looptijd actief over resultaten met belanghebbenden buiten het project (concurrentiegevoelige informatie hoef je niet te delen).
- Wijzigingen in je project geef je door aan RVO.
- Als een onderzoeksorganisatie deelneemt en je project start na de dagtekening van de beschikking, moet je de getekende samenwerkingsovereenkomst tijdens de beheerfase aanleveren. Ontbreekt deze, dan schort RVO de voorschotbetaling tijdelijk op. Blijft de overeenkomst binnen 3 maanden na opschorting uit, dan stopt RVO het project en stelt de subsidie vast op € 0; ook kunnen al betaalde voorschotten dan terugbetaald moeten worden.
- Bij onvoorziene activiteiten (tot maximaal 10% van de opgevoerde kosten) heb je vooraf goedkeuring van RVO nodig voordat je dit budget aanspreekt.
Na afloop
Na afloop van je project vraag je vaststelling van de subsidie aan. RVO kan bij deze vaststelling ook toetsen of activiteiten binnen de juiste kostencategorie zijn opgevoerd en of eventueel indirect voordeel voor ondernemingen via subsidie aan een onderzoeksorganisatie heeft plaatsgevonden; is dat zo, dan wordt de subsidie aan de onderzoeksorganisatie bij die van de ondernemingen opgeteld en geldt het lagere maximale percentage voor ondernemingen.
Na het indienen van je aanvraag kun je via het RVO-loket ook: je aanvraag bekijken, de voortgang van je project doorgeven, wijzigingen in project, uitvoering, organisatie of penvoerder doorgeven, en de vaststelling van je subsidie aanvragen.
Welke documenten heb je nodig?
Het loket publiceert 1 document bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.
- Handleiding MOOI 2026DownloadPDF · 48 pagina's
Vraag het dossier
Stel een vraag over MOOI: Gebouwde omgeving. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- MOOI: Gebouwde omgevingrvo.nl · gecontroleerd 3 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.