MOOI: Systeemintegratie
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Ook bekend als MOOI Systeemintegratie
Wat is de MOOI: Systeemintegratie?
MOOI: Systeemintegratie is een subsidie voor samenwerkingsverbanden die meerjarig onderzoek en ontwikkeling doen naar innovaties die grote hoeveelheden zon- en windenergie beter laten passen in het energiesysteem, van opwek tot gebruik. Het doel is een energiesysteem zonder CO2-uitstoot in 2050.
De subsidie is bedoeld voor samenwerkingsverbanden van minimaal 3 ondernemingen (aangevuld met eventueel onderzoeksinstellingen, lokale overheden of energieleveranciers en -afnemers) die multidisciplinair samenwerken aan onderzoek of ontwikkeling binnen de thema's Transport en distributie, Opslag en conversie, en/of Grootschalig gebruik.
Je krijgt maximaal € 4.000.000 subsidie per project, met een minimum van € 25.000 per deelnemer. Het subsidiepercentage is 80% voor onderzoeksorganisaties (niet-economische activiteiten), 60% voor kleine bedrijven, 50% voor middelgrote bedrijven en 40% voor grote bedrijven. Zonder daadwerkelijke samenwerking gaat daar 15 procentpunt van af. Het totale budget voor deze openstelling is € 21.500.000.
De regeling is tijdelijk gesloten. De laatste openstelling liep van 3 juni tot 4 september 2025, met een verplichte vooraanmelding die al van 18 maart tot 17 april 2025 openstond. Aanvragen doe je in twee stappen: eerst een vooraanmelding met een beknopte schets van je plan, daarna, na advies van de Adviescommissie MOOI, een definitieve subsidieaanvraag met projectplan, begroting en verplichte bijlagen via het eLoket van RVO. Een onafhankelijke adviescommissie rangschikt de aanvragen op kwaliteit; het budget gaat naar de hoogst scorende projecten. In 2026 is er geen nieuwe aanvraagronde voor Systeemintegratie.
Wie komt in aanmerking voor de MOOI: Systeemintegratie?
Let op: de regeling is op dit moment tijdelijk gesloten voor aanvragen. De laatste openstelling liep van 3 juni 2025 tot 4 september 2025, 17.00 uur, en een vooraanmelding was daarvoor al verplicht tussen 18 maart en 17 april 2025. In 2026 kun je voor MOOI: Systeemintegratie geen subsidie aanvragen.
Je komt alleen in aanmerking als je aan al deze harde eisen voldoet:
- Je werkt samen in een samenwerkingsverband van minimaal 3 ondernemingen die niet in een groep met elkaar verbonden zijn. Ben je met verbonden bedrijven, dan heb je nog een extra, niet-verbonden deelnemer nodig om aan de 3 te komen.
- De samenwerking is multidisciplinair: verschillende kennisgebieden, vaardigheden, belangen en motieven komen samen. Denk aan mkb, grote bedrijven, onderzoeksinstellingen, lokale overheden en leveranciers of afnemers van energie.
- Je project past binnen de innovatiethema's Transport en distributie, Opslag en conversie, en/of Grootschalig gebruik, gericht op grootschalige (>1 MW, opschaalbaar naar >1 GW) hernieuwbare opwek uit zon en wind.
- Buiten de reikwijdte vallen onder meer: projecten primair gericht op productie-innovaties van zon- en windstroom zelf, slimme energiediensten voor kleine zonnestroomsystemen (<1 MWp) voor woningen, elektriciteit uit andere duurzame bronnen dan zon en wind, elektrische mobiliteit, en elektrolysetechnologie.
- Je project duurt maximaal 4 jaar en je innovatie is binnen 10 jaar klaar voor een eerste toepassing.
- Je start pas na indiening van je definitieve aanvraag; vóór indiening mag je geen kosten maken of verplichtingen aangaan. Na goedkeuring moet je binnen 6 maanden na de beschikking starten.
- De subsidiabele kosten van het project zijn minimaal € 2.000.000. Onder die grens val je af.
- De subsidie per deelnemer is minimaal € 25.000; is jouw aandeel kleiner, dan doe je niet mee als subsidieontvanger.
- Onderzoeksorganisaties mogen samen niet meer dan 50% van de subsidiabele kosten voor hun rekening nemen.
- Je financiering van je eigen aandeel (het niet-gesubsidieerde deel) moet rond zijn op het moment van indienen.
- Geen van de deelnemers mag een "onderneming in moeilijkheden" zijn volgens de AGVV-definitie.
- Je besteedt het project niet volledig uit: inhuur van derden telt niet als samenwerking voor eigen rekening en risico.
- Ondernemingen moeten een vaste inrichting of dochteronderneming in Nederland hebben op het moment dat subsidie wordt uitbetaald (naar verwachting december 2025).
- Provincies en gemeenten mogen wel meedoen in een project, maar kunnen zelf geen subsidie ontvangen.
Daarnaast wordt elke aanvraag beoordeeld op technische haalbaarheid, economische haalbaarheid en financierbaarheid; is daar onvoldoende vertrouwen in, dan wijst RVO de aanvraag af, ook als je aan alle bovenstaande eisen voldoet. Het beschikbare budget van € 21.500.000 wordt verdeeld op rangschikking van kwaliteit, niet op volgorde van binnenkomst; scoor je op een van de vijf rangschikkingscriteria lager dan 6 van de 10 punten, dan word je alsnog afgewezen.
Waarvoor krijg je subsidie?
Je krijgt subsidie voor twee hoofdcategorieën kosten: industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling (de "reguliere" projectactiviteiten, inclusief pilots), en overige projectactiviteiten die bijdragen aan de doelen van je project. Per activiteit geldt precies één categorie; de onderliggende kosten vallen automatisch mee in die categorie.
Industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling
Bij industrieel onderzoek doe je nieuwe kennis en vaardigheden op om een nieuw product, proces of dienst te ontwikkelen of een bestaand product, proces of dienst aanmerkelijk te verbeteren; dit omvat ook prototypes in een laboratoriumomgeving en pilotlijnen. Experimentele ontwikkeling staat dichter bij de markt: je combineert bestaande kennis om tot een nieuw of verbeterd product, proces of dienst te komen, inclusief prototypes, demonstraties en testen onder realistische omstandigheden. Routinematige of periodieke verbeteringen aan bestaande producten of processen tellen niet als industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling.
Binnen deze categorie komen de volgende kostensoorten in aanmerking:
- Loonkosten. Je kiest zelf één van drie methodes: de integrale kostensystematiek (IKS, op basis van je eigen, stelselmatig gebruikte kostenverdeling), de loonkosten-plus-opslagsystematiek (directe loonkosten plus een vaste opslag van 50% voor overhead), of een vast uurtarief van € 60,00 per gewerkt uur (dit tarief dekt zowel loonkosten als overhead, dus zonder aparte verantwoording van werkelijke loonkosten).
- Kosten van aangeschafte machines en apparatuur, waarbij je rekening houdt met afschrijving en eventuele restwaarde.
- Kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen.
- Kosten van uitbesteding (kosten derden).
Voor onderzoeksorganisaties geldt een aanvullende regel: zij kunnen subsidie krijgen voor zowel economische als niet-economische activiteiten, maar moeten daarvoor een gescheiden boekhouding voeren. Onafhankelijk onderzoek en ontwikkeling door onderzoeksorganisaties, ook in samenwerkingsverband, wordt normaal gesproken gezien als niet-economisch (met het hogere subsidiepercentage van 80%). Om te voorkomen dat ondernemingen indirect voordeel krijgen via de subsidie aan een onderzoeksorganisatie, moet je afspraken over kostenbijdrage, risico's, resultatendeling en intellectueel eigendom vastleggen in een samenwerkingsovereenkomst, getekend vóór de start van het project.
Overige projectactiviteiten
Dit zijn activiteiten die bijdragen aan het doel van je project maar geen fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of haalbaarheidsstudie zijn. Voorbeelden uit het dossier: participatie van omwonenden en belanghebbenden, activiteiten om marktintroductie voor te bereiden (zoals verkoopkanalen of validatie op grotere schaal), kennisintegratie en -disseminatie (bijeenkomsten, publicaties), en scholings- en opleidingsactiviteiten (bijvoorbeeld via learning communities).
Overige projectactiviteiten van ondernemingen worden altijd als economisch aangemerkt. Voor economische overige activiteiten geldt de algemene de-minimisverordening: je kunt hiervoor tot € 300.000 per zelfstandige onderneming over 3 opeenvolgende jaren aan steun krijgen, en je moet een getekende de-minimisverklaring aanleveren. Verbonden ondernemingen tellen voor deze grens als één onderneming. Voor onderzoeksorganisaties komt alleen brede, niet-exclusieve verspreiding van onderzoeksresultaten in aanmerking als niet-economische overige activiteit; andere overige activiteiten van onderzoeksorganisaties zijn economisch en vergen dus ook een de-minimisverklaring.
Voor overige projectactiviteiten geldt bovendien een apart plafond binnen de subsidie: maximaal 5% van de totale subsidiabele projectkosten, met een grens van € 350.000 per project en € 300.000 per onderneming.
Onvoorziene activiteiten
Je mag tot maximaal 10% van de opgevoerde kosten reserveren voor onvoorziene activiteiten: zaken die je tijdens de looptijd tegenkomt en die nodig zijn om je doelen te halen, maar die je vooraf niet kon voorzien. Dit budget is niet bedoeld om overschrijdingen van al voorziene activiteiten te compenseren. Voordat je dit budget aanspreekt, heb je goedkeuring van RVO nodig en moeten de activiteiten alsnog kwalificeren als industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of overige projectactiviteit (met bijbehorende de-minimisverklaring waar nodig).
Btw en uitgesloten kosten
Ben je btw-plichtig, dan neem je de btw niet op in je begroting; je verrekent die via je btw-aangifte. Ben je niet btw-plichtig, dan mag je de btw over bepaalde kostenposten wel meenemen. Niet subsidiabel zijn onder meer de kosten voor een controleverklaring en binnenlandse reiskosten. Administratief projectmanagement komt alleen in aanmerking onder de categorie overige projectactiviteiten.
Let op de ondergrens: alleen projecten met minimaal € 2.000.000 aan subsidiabele kosten komen in aanmerking, en onderzoeksorganisaties mogen samen niet meer dan 50% van die kosten voor hun rekening nemen.
Hoeveel subsidie krijg je?
Het maximale subsidiebedrag is € 4.000.000 per project. Per deelnemer geldt een minimum van € 25.000: is het te verlenen bedrag voor een deelnemer lager, dan komt die deelnemer niet in aanmerking. Het totale budget voor deze openstelling van MOOI: Systeemintegratie is € 21.500.000 (oorspronkelijk € 16.500.000, later verhoogd, zie de ophoging gepubliceerd in de Staatscourant van 7 november 2025).
Hoeveel procent van je kosten je vergoed krijgt, hangt af van het type organisatie:
- Onderzoeksorganisatie (niet-economische activiteiten): 80% van de subsidiabele kosten.
- Kleine onderneming: 60%.
- Middelgrote onderneming: 50%.
- Grote onderneming: 40%.
Deze percentages gelden voor industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling én overige projectactiviteiten.
Je krijgt het volledige percentage alleen bij daadwerkelijke samenwerking. Dat betekent:
- samenwerking tussen ondernemingen waarvan minstens één klein of middelgroot is, en geen enkele onderneming meer dan 70% van de subsidiabele kosten voor haar rekening neemt, of
- samenwerking tussen een onderneming en één of meer onderzoeksorganisaties, waarbij de onderzoeksorganisatie(s) minimaal 10% van de subsidiabele kosten dragen en het recht hebben hun eigen resultaten te publiceren.
Is er geen daadwerkelijke samenwerking, dan gaat er 15 procentpunt af van het subsidiepercentage van de betrokken onderneming(en).
Voor overige projectactiviteiten (niet zijnde industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling) geldt bovendien een extra plafond: maximaal 5% van de totale subsidiabele projectkosten, met een grens van € 350.000 per project en € 300.000 per onderneming.
Minder subsidie aanvragen dan het maximum mag altijd, en kan positief meewegen in het beoordelingscriterium "kwaliteit van het project".
Krijg je voor je project ook al subsidie van een ander bestuursorgaan of de Europese Commissie, dan verrekent RVO dat bedrag met de subsidie die je van MOOI kunt krijgen of met je subsidiabele kosten. Neem in dat geval vooraf contact op met RVO.
Rondes en deadlines
| Ronde | Opent | Sluit | Budget | Verdeling |
|---|---|---|---|---|
| 2025 | 3 jun 2025 | 4 sep 2025 | € 21,5 mln | - |
Wat zijn de voorwaarden van de MOOI: Systeemintegratie?
Hier val je op af
Waarop wordt beoordeeld
- Voldoet je aanvraag aan de vereisten, dan beoordelen onafhankelijke externe adviseurs je aanvraag op 5 rangschikkingscriteria. Elk criterium krijgt een score van 1 tot 10, en per criterium moet je minimaal een 6 scoren; scoor je lager, dan word je afgewezen wegens kwalitatief onvoldoende, ook al voldeed je aan alle vereisten. De criteria en hun weging zijn:
- Bijdrage aan de doelstellingen van de subsidie (weging 22,50%). Hoe meer je project bijdraagt aan de missie Systeemintegratie, hoe hoger de score. Je scoort hoger als je meerdere aspecten van de missie in samenhang aanpakt, als je ook bijdraagt aan een andere missie, en als je oplossing een groter marktbereik heeft.
- Mate van vernieuwing (weging 16,25%). Beoordeeld ten opzichte van de internationale stand van onderzoek of techniek (of wetenschap bij sociaalwetenschappelijk onderzoek) en de versterking van de Nederlandse kennispositie. Een technologische doorbraak scoort hoger dan een marginale verbetering. Innovaties op systeemniveau scoren hoger dan innovaties op product- of componentniveau.
- Slaagkans van de innovatie in de Nederlandse markt en maatschappij (weging 22,50%). Je scoort hoger als de waarde voor de (eind)gebruiker goed onderbouwd is, als duidelijk is in welke marktsegmenten behoefte is aan je oplossing, als je visie op implementatie en marktintroductie goed onderbouwd is, en als je aannemelijk maakt dat je kennis deelt met belanghebbenden. Ook meewegend: aandacht voor technologische, maatschappelijke, organisatorische en juridische aspecten (zoals privacy, databeveiliging, inclusie) en voor voldoende geschoold personeel.
- Kwaliteit van het projectplan (weging 16,25%). Gaat over de samenhang van activiteiten en resultaten, de kwaliteit van de onderzoeksmethode en aanpak, de risicoanalyse met mitigerende maatregelen, en de mate waarin financiële middelen effectief en efficiënt worden ingezet. Een niet bondig en niet concreet projectplan werkt hier negatief op door.
- Kwaliteit van het samenwerkingsverband (weging 22,50%). Beoordeeld op samenstelling en projectorganisatie: of alle noodzakelijke partijen uit de waardeketen aanwezig zijn, of belanghebbenden en eindgebruikers goed betrokken zijn, of de kwaliteit en inbreng van elke deelnemer duidelijk is, of mkb-ondernemingen voldoende activiteiten uitvoeren, en of het samenwerkingsverband slagvaardig is.
De aanvraag met de hoogste gewogen totaalscore komt bovenaan de rangschikking. Het beschikbare budget van € 21.500.000 wordt verdeeld op volgorde van deze rangschikking, van hoog naar laag, totdat het op is. Aanvragen waarvoor geen of onvoldoende budget meer over is, worden niet gehonoreerd, ook al scoorden ze voldoende.
De beoordelingstermijn is 13 weken na sluiting van de tender, met een eenmalige mogelijke verlenging van nog eens 13 weken.
Wat moet je ná toekenning doen?
Krijg je subsidie, dan gelden gedurende de looptijd verplichtingen:
- Je houdt een correcte en overzichtelijke administratie bij van uren en gemaakte/betaalde kosten per resultaat.
- Je voert de activiteiten uit volgens het goedgekeurde projectplan en de bepalingen in de beschikking.
- Voor essentiële wijzigingen in de uitvoering vraag je vooraf schriftelijk toestemming aan RVO.
- Je rapporteert zowel inhoudelijk als financieel op nader te bepalen momenten tijdens de looptijd.
- Je maakt jaarlijks een openbare voortgangsrapportage, naast de vertrouwelijke rapportage aan RVO.
- Binnen 13 weken na afronding van het project vraag je vaststelling van de subsidie aan en lever je een openbaar eindverslag in. Krijgt een deelnemer € 125.000 of meer subsidie, dan is ook een controleverklaring verplicht.
- Bij elke publicatie in het kader van het project vermeld je dat het wordt uitgevoerd met MOOI-subsidie van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
- Is een onderzoeksorganisatie betrokken, dan moet de samenwerkingsovereenkomst getekend zijn vóór de start van de activiteiten; ontbreekt deze op het juiste moment, dan kan dat leiden tot afwijzing, opschorting van voorschotten of zelfs stopzetting van het project met terugvordering van voorschotten.
- Er wordt tijdens de looptijd minimaal één inhoudelijk evaluatiemoment gepland waarin je de voortgang bespreekt met RVO en eventueel de Adviescommissie MOOI.
Ben je het niet eens met een afwijzing of de inhoud van de beschikking? Dan kun je binnen 6 weken na dagtekening bezwaar aantekenen. Let op: kosten die je al maakte bij een eerdere, afgewezen indiening komen niet in aanmerking bij een nieuwe indiening.
Hoe vraag je de MOOI: Systeemintegratie aan?
Het aanvraagproces bestaat uit twee hoofdstappen: een verplichte vooraanmelding en, daarna, een definitieve subsidieaanvraag. Voor de laatste openstelling golden deze termijnen (let op: de regeling is nu tijdelijk gesloten en in 2026 is er geen nieuwe ronde voor Systeemintegratie):
Stap 1: Vooraanmelding (18 maart tot 17 april 2025, 17.00 uur)
Als samenwerkingsverband meld je je project aan via het eLoket van RVO. Je geeft hierin beknopt aan hoe je bijdraagt aan de missie Systeemintegratie, welke resultaten je wilt bereiken, wie de uitvoerende partijen zijn, wat de verwachte kosten zijn en hoeveel subsidie je denkt nodig te hebben. Je gebruikt hiervoor het format van RVO. Intentieverklaringen van beoogde deelnemers zijn in deze fase nog niet verplicht, maar wel aan te raden. Een vooraanmelding mag tot maximaal één definitieve aanvraag leiden; opsplitsen na de vooraanmelding is niet toegestaan.
Stap 2: Beoordeling vooraanmelding
Na de sluitingsdatum beoordeelt de onafhankelijke Adviescommissie MOOI je vooraanmelding op de voorwaarden en criteria. Je krijgt hierover advies, onder meer over je plan en je samenwerking; dit advies is niet bindend. Ook bij een negatief advies mag je je plan verbeteren en alsnog een definitieve aanvraag indienen. Geef je toestemming, dan wordt je vooraanmelding en het advies ook doorgestuurd naar het relevante TKI van de Topsector Energie, die je kan helpen bij het vinden van aanvullende partners.
Stap 3: Definitieve subsidieaanvraag (uiterlijk 4 september 2025, 17.00 uur)
Je werkt je vooraanmelding, mede op basis van het advies, uit tot een complete aanvraag en dient die in via het eLoket. Hiervoor heb je een eHerkenningsmiddel met minimaal betrouwbaarheidsniveau 3 nodig; vraag dit tijdig aan, want dit kost minimaal een week. De aanvraag bestaat uit de volgende onderdelen, met per document wie deze ondertekent:
- Aanvraagformulier, ingevuld en ondertekend met digitale handtekening (eHerkenning) door jou of een intermediair. Diende een intermediair namens jou in, dan voeg je een apart machtigingsformulier van de intermediair toe.
- Bijlage 1: Deelnemersformulier (aanmelding en machtiging), één per deelnemer, ondertekend door elke deelnemer zelf; hiermee machtig je de penvoerder om de aanvraag en correspondentie namens jou te verzorgen. Ontbreekt dit formulier van één deelnemer, dan wordt de gehele aanvraag afgewezen.
- Bijlage 2: Advies van de Adviescommissie MOOI op je vooraanmelding; je vult het nummer van de vooraanmelding in het aanvraagformulier in.
- Bijlage 3: Projectplan, inclusief de projecttabel en het plan voor kennisverspreiding, opgesteld volgens het verplichte modelprojectplan met hoofdstukindeling en maximaal 40 pagina's (met submaxima per onderdeel). Ontbreken de mijlpalen en go/no-gomomenten met meetbare indicatoren, dan wordt de aanvraag afgewezen.
- Bijlage 4: Begroting, opgesteld op basis van resultaten met het verplichte begrotingsmodel.
- Bijlage 5: Financieringsplan, onderdeel van het model projectplan en de modelbegroting; hierin onderbouw je concreet hoe je je eigen aandeel financiert (niet met een vage zin als "uit eigen middelen"), bijvoorbeeld met een bankverklaring, jaarverslag of businessplan.
- Bijlage 6: Beschrijving van kennis, ervaring en capaciteiten van de mensen die het project gaan uitvoeren.
- Bijlage 7: Mkb-toets, verplicht als je een hoger subsidiepercentage voor klein of middelgroot bedrijf aanvraagt.
- Bijlage 8: De-minimisverklaring(en), getekend per onderneming die overige (economische) activiteiten opvoert.
- Bijlage 9: Getekende samenwerkingsovereenkomst, verplicht als een onderzoeksorganisatie deelneemt én als de startdatum gelijk is aan de indieningsdatum; getekend door alle deelnemers.
- Bijlage 10: Verklaring in-kind bijdrage, verplicht als een deelnemer in-kind bijdraagt zonder zelf subsidie aan te vragen; op briefpapier van die partij, ondertekend door een gemandateerde, met het bedrag, een toelichting op de activiteiten en op de reden voor deelname zonder subsidie.
- Bijlage 11: Verklaring 'geen onderneming in moeilijkheden', inclusief beslisschema en de meest recente (geconsolideerde) jaarcijfers en organogrammen (met aandelenverhouding) van de deelnemers; balansdatum niet langer dan 18 maanden geleden.
- Bijlage 12: Overige bijlagen, zoals onderbouwende rapporten, offertes, toezeggingen van bank of investeerders, en uitbestedingsovereenkomsten.
Zorg dat je ruim op tijd begint: het invoeren en uploaden van gegevens in het eLoket kost tijd, vooral bij een groot consortium. Je kunt je aanvraag tot de sluitingstermijn aanvullen als iets ontbreekt; na sluiting is aanvullen niet meer mogelijk, ook niet bij technische problemen bij het indienen.
Welke documenten heb je nodig?
Het loket publiceert 1 document bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.
- MOOI Handleiding 2025DownloadPDF · 48 pagina's
Vraag het dossier
Stel een vraag over MOOI: Systeemintegratie. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- MOOI: Systeemintegratiervo.nl · gecontroleerd 3 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.