MOOI: Industrie
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Ook bekend als MOOI Industrie
Wat is de MOOI: Industrie?
MOOI: Industrie is subsidie voor bedrijven en kennisinstellingen die samen onderzoek doen naar innovaties die de industrie klimaatneutraal en circulair maken. Denk aan nieuwe processen om biogrondstoffen en synthetische grondstoffen om te zetten in industriële producten, of aan innovaties voor "Multi-Commodity Energy Hubs" waarin bedrijven energie en grondstoffen slim delen.
De regeling is bedoeld voor samenwerkingsverbanden van minimaal 3 ondernemingen (klein, middelgroot of groot), aangevuld met bijvoorbeeld onderzoeksinstellingen, lokale overheden of energieleveranciers/-afnemers. Verschillende kennisgebieden en belangen moeten samenkomen (multidisciplinaire aanpak). Je krijgt subsidie voor industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling, plus een beperkt deel voor overige projectkosten die bijdragen aan je innovatie.
Het subsidiepercentage hangt af van je type organisatie: 40% tot 60% voor bedrijven (afhankelijk van bedrijfsgrootte), 80% voor onderzoeksorganisaties bij niet-economische activiteiten. Per project kun je maximaal € 4.000.000 krijgen, met minimaal € 25.000 per deelnemer. Het totale budget voor deze openstelling is € 20.000.000.
De aanvraag verloopt in twee stappen: eerst een verplichte vooraanmelding (dit kon van 17 maart tot 16 april 2026), daarna pas de definitieve aanvraag. Die definitieve aanvraag kan van 2 juni 2026, 09:00 uur tot 3 september 2026, 17:00 uur via het eLoket van RVO, met eHerkenning niveau eH3. Je project moet binnen 10 jaar na de start tot een eerste toepassing leiden en duurt zelf maximaal 4 jaar. Belangrijk: je mag pas starten na de subsidiebeschikking (of na het indienen van je aanvraag, maar dan op eigen risico) en niet vooraf al kosten maken of verplichtingen aangaan.
Wie komt in aanmerking voor de MOOI: Industrie?
Je komt alleen in aanmerking als je een samenwerkingsverband vormt, niet als individuele aanvrager. Dit zijn de harde eisen:
Samenwerkingsverband
- Minimaal 3 ondernemingen die niet met elkaar verbonden zijn in een groep. Zijn ondernemingen wel verbonden, dan heb je een extra deelnemer nodig om aan het minimum van 3 te komen.
- Deelnemers werken voor eigen rekening en risico mee: je mag het project niet volledig uitbesteden. Inhuur van derden telt niet als samenwerking.
- Verschillende kennisgebieden, vaardigheden, belangen en motieven moeten samenkomen (multidisciplinaire aanpak), met partijen uit verschillende sectoren.
Wie afvalt
- Ondernemingen die kwalificeren als "onderneming in moeilijkheden" (OIM) volgens de Algemene Groepsvrijstellingsverordening vallen in principe af, tenzij ze de-minimissteun aanvragen. Dan geldt een maximum van € 300.000 subsidie per 3 jaar en moet je aantonen dat je nog voldoende de-minimisruimte hebt (verklaring meesturen).
- Projecten met minder dan € 2.000.000 aan subsidiabele kosten komen niet in aanmerking.
- Onderzoeksorganisaties die meer dan 50% van de subsidiabele kosten voor hun rekening nemen, vallen buiten de regeling.
- Provincies en gemeentes mogen wel meedoen in een project, maar kunnen zelf geen subsidie ontvangen.
- Aanvragers zonder vaste inrichting of dochteronderneming in Nederland (op het moment van uitbetaling) vallen af. Een postbus is niet genoeg.
Project- en tijdseisen
- Je project moet passen binnen een van de twee thema's: conversieprocessen/ketens voor nieuwe commodities, of innovaties voor Multi-Commodity Energy Hubs.
- Je project duurt maximaal 4 jaar en leidt binnen 10 jaar na de start tot een eerste toepassing.
- Je start uiterlijk 6 maanden na de subsidiebeschikking, en je mag niet vóór het indienen van je aanvraag al beginnen, kosten maken of verplichtingen aangaan.
- De financiering van je eigen aandeel (het niet-gesubsidieerde deel) moet rond zijn op het moment van aanvragen.
Vooraanmelding verplicht
Zonder tijdige vooraanmelding (die kon van 17 maart tot en met 16 april 2026) kun je geen definitieve aanvraag indienen. Een vooraanmelding geldt voor precies één aanvraag; je mag je samenwerkingsverband dus niet achteraf opsplitsen in meerdere aanvragen.
Twijfel je of je onderneming geldt als "onderzoeksinstelling" of als OIM? Neem dan contact op met RVO voordat je aanvraagt, want dit bepaalt mede je subsidiepercentage en verplichtingen.
Waarvoor krijg je subsidie?
Je krijgt subsidie voor twee hoofdcategorieën kosten: industrieel onderzoek/experimentele ontwikkeling, en (in beperkte mate) overige projectactiviteiten.
Industrieel onderzoek (IO) en experimentele ontwikkeling (EO)
Dit zijn je "reguliere" projectactiviteiten, inclusief pilots. IO is het opdoen van nieuwe kennis om een nieuw product, proces of dienst te ontwikkelen; EO staat dichter bij de markt en omvat bijvoorbeeld het bouwen en testen van prototypes. Binnen deze categorie komen de volgende kostensoorten in aanmerking:
- Loonkosten, te berekenen via een van drie methodieken: de integrale kostensystematiek, de loonkosten-plus-50%-opslagsystematiek, of een vast uurtarief van € 80.
- Kosten van aangeschafte machines en apparatuur (let op afschrijving en eventuele restwaarde).
- Kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen.
- Kosten van uitbesteding (kosten van derden).
Routinematige of periodieke wijzigingen aan bestaande producten of processen tellen niet als IO of EO, ook niet als het verbeteringen zijn.
Ook niet-technisch of sociaalwetenschappelijk onderzoek kan als IO/EO kwalificeren, maar alleen als het voldoet aan 5 criteria: het is nieuw voor je bedrijf, creatief (gericht op nieuwe concepten), er is onzekerheid over het slagen, het wordt systematisch uitgevoerd, en de resultaten zijn overdraagbaar. Onderzoek dat geen invloed meer heeft op het product zelf (zoals een marktverkenning of businesscase-doorrekening) kwalificeert niet als IO/EO, maar mag wel als overige projectactiviteit worden opgevoerd.
Overige projectactiviteiten
Dit zijn activiteiten die bijdragen aan je projectdoel maar geen onderzoek of ontwikkeling zijn, zoals: participatie van omwonenden en belanghebbenden, activiteiten om marktintroductie voor te bereiden (verkoopkanalen, digitale hulpmiddelen), kennisintegratie en -verspreiding, en scholings- of opleidingsactiviteiten.
Voor deze categorie geldt een dubbel plafond: maximaal 5% van de totale subsidiabele projectkosten, met een maximum van € 350.000 per project en niet meer dan € 300.000 per onderneming. Voor deze kosten heb je bovendien een de-minimisverklaring nodig, omdat het als economische steun geldt. Onderzoeksorganisaties kunnen voor overige activiteiten alleen subsidie krijgen voor de brede, niet-exclusieve verspreiding van onderzoeksresultaten; andere overige activiteiten van onderzoeksorganisaties gelden als economisch en vereisen ook een de-minimisverklaring.
Onvoorziene activiteiten
Je mag een post opnemen tot maximaal 10% van de opgevoerde kosten voor onvoorziene vraagstukken die je tijdens het project tegenkomt en die nodig zijn om je doelen te halen. Dit is niet bedoeld om overschrijdingen van voorziene activiteiten te compenseren. Voor je dit budget aanspreekt, heb je vooraf goedkeuring van RVO nodig.
Wat niet meetelt of apart geregeld is
- Onderzoeksorganisaties mogen in totaal niet meer dan 50% van de subsidiabele projectkosten voor hun rekening nemen.
- Als het project al subsidie kreeg van een ander bestuursorgaan of de Europese Commissie, wordt dat verrekend met je subsidie of met de subsidiabele kosten.
- Ondernemingen die actief zijn in visserij, aquacultuur, primaire landbouwproductie of verwerking/afzet van landbouwproducten mogen geen subsidie krijgen voor overige projectactiviteiten.
- Er moet een directe koppeling zijn tussen de begroting, het projectplan en de projecttabel: kosten moet je koppelen aan het bijbehorende activiteitnummer. Doe je dit niet, dan wordt die kostenpost niet beoordeeld en krijg je er geen subsidie voor, zonder dat RVO je hierover nog vragen stelt (vanwege de tendersystematiek).
Hoeveel subsidie krijg je?
Het subsidiepercentage hangt af van het type organisatie:
- Kleine onderneming: 60% van de subsidiabele kosten.
- Middelgrote onderneming: 50% van de subsidiabele kosten.
- Grote onderneming: 40% van de subsidiabele kosten.
- Onderzoeksorganisatie (voor niet-economische activiteiten en overige niet-economische projectactiviteiten): 80%.
Deze percentages gelden alleen bij een daadwerkelijk samenwerkingsverband: tussen ondernemingen waarvan minstens één klein of middelgroot is en geen enkele onderneming meer dan 70% van de subsidiabele kosten draagt, óf tussen een onderneming en één of meer onderzoeksorganisaties die minstens 10% van de subsidiabele kosten dragen en hun eigen resultaten mogen publiceren.
Is er geen daadwerkelijke samenwerking? Dan trekt RVO 15 procentpunten af van het subsidiepercentage voor de onderneming(en). Deze verlaging geldt alleen voor ondernemingen, niet voor onderzoeksorganisaties.
Grenzen aan het bedrag
- Maximaal € 4.000.000 subsidie per project.
- Minimaal € 25.000 subsidie per deelnemer (dit geldt ook voor in-kind bijdragen zonder subsidie).
- Alleen projecten met minimaal € 2.000.000 aan subsidiabele kosten komen in aanmerking.
- Subsidie voor overige projectactiviteiten is maximaal 5% van de totale subsidiabele projectkosten, met een maximum van € 350.000 per project en € 300.000 per onderneming.
- Onderzoeksorganisaties mogen maximaal 50% van de totale subsidiabele projectkosten voor hun rekening nemen.
- Ondernemingen die kwalificeren als "onderneming in moeilijkheden" kunnen via de-minimissteun tot maximaal € 300.000 subsidie per 3 jaar krijgen, mits er nog voldoende de-minimisruimte is.
Het totale beschikbare budget voor deze openstelling is € 20.000.000. Subsidie wordt toegekend op volgorde van rangschikking (kwaliteit), niet op volgorde van binnenkomst: RVO kent toe van de hoogste naar de laagste score, totdat het budget op is. Aanvragen waarvoor geen budget meer over is, worden afgewezen, ook als ze verder aan alle eisen voldoen.
Krijg je al subsidie van een ander bestuursorgaan of de Europese Commissie voor hetzelfde project? Dan verrekent RVO dat bedrag met je subsidie of met je subsidiabele kosten. Bijdragen van provincies, gemeenten of waterschappen worden niet automatisch afgetrokken, tenzij de maximale steunruimte wordt overschreden.
Rondes en deadlines
| Ronde | Opent | Sluit | Budget | Verdeling |
|---|---|---|---|---|
| 2026 | 2 jun 2026 | 3 sep 2026 | € 20 mln | - |
Wat zijn de voorwaarden van de MOOI: Industrie?
Hier val je op af
Waarop wordt beoordeeld
- Aanvragen die aan de knock-outs voldoen, worden door de onafhankelijke Adviescommissie MOOI gescoord op 5 criteria, elk op een schaal van 1 tot 10. Op elk criterium moet je minimaal 6 punten halen; scoor je lager, dan wordt je aanvraag afgewezen als kwalitatief onvoldoende. De criteria en wegingen zijn:
- Bijdrage aan de doelstellingen van de subsidie (22,50%): hoe meer je project bijdraagt aan de MOOI-doelen, hoe meer aspecten in samenhang worden aangepakt, en hoe groter het marktbereik van je oplossing, hoe hoger de score.
- Mate van vernieuwing (16,25%): gaat over technologische vernieuwing ten opzichte van de internationale stand van onderzoek of techniek, en over de mate waarin de innovatie op systeemniveau werkt in plaats van product- of componentniveau.
- Slaagkans in de Nederlandse markt en maatschappij (22,50%): onderbouwing van marktbehoefte, het implementatietraject, sociale en ecologische duurzaamheid, en de technologische, maatschappelijke, organisatorische en juridische aspecten van je oplossing.
- Kwaliteit van het projectplan (16,25%): aanpak en methodiek, omgang met risico's, uitvoerbaarheid, en hoe effectief en efficiënt de middelen worden ingezet.
- Kwaliteit van het samenwerkingsverband (22,50%): samenstelling (zijn alle nodige partijen aanwezig, zoals producent, leverancier, eindgebruiker?), betrokkenheid van belanghebbenden, kwaliteit van de partners, en de rol van mkb-ondernemingen.
Wat je moet doen na toekenning
| Verplichting | Wanneer |
|---|---|
| Je start uiterlijk 6 maanden na de subsidiebeschikking met je project. | uiterlijk 6 maanden na de subsidiebeschikking met je pr |
| Je levert tijdens de looptijd voortgangsrapportages aan, gekoppeld aan de mijlpalen uit je projectplan. | |
| Bij afwijkingen van je projectplan geldt: als het behalen van een resultaat cruciaal is voor het vervolg, neem je op het vastgelegde go/no-go-moment een besluit; RVO kan hierbij, samen met de Adviescommissie, beoordelen of een alternatief vervolg nog binnen het geaccepteerde plan past. | binnen het geaccepteerde plan past |
| Je draagt actief bij aan kennisverspreiding, óók al tijdens de looptijd van het project, volgens het plan dat je bij je aanvraag hebt ingediend. Concurrentiegevoelige informatie hoef je niet te delen. | bij je aanvraag |
| Neemt een onderzoeksorganisatie deel? Dan moet er een getekende samenwerkingsovereenkomst zijn vóórdat je met de projectactiviteiten start, met afspraken over kostenbijdrage, risico's, verspreiding van resultaten en intellectuele eigendomsrechten. Ontbreekt deze op de verleningsdatum, dan wijst RVO je aanvraag af; start je later, dan schort RVO de voorschotten op en stopt het project (subsidie vastgesteld op € 0) als de overeenkomst niet binnen 3 maanden binnen is. | binnen 3 maanden binnen is |
| Na afloop van het project vraag je vaststelling van de subsidie aan. | Na afloop van het project vraag je vaststell |
| Tijdens de looptijd geef je wijzigingen in je project door aan RVO. | |
| Je moet MVO-principes (maatschappelijk verantwoord ondernemen) onderschrijven; hierop wordt niet inhoudelijk beoordeeld, maar je verklaart in het aanvraagformulier dat je hiermee bekend bent en ernaar handelt. |
De aanvraag met de hoogste gewogen totaalscore wordt het hoogst gerangschikt; het budget wordt verdeeld op volgorde van rangschikking, niet op volgorde van binnenkomst.
Hoe vraag je de MOOI: Industrie aan?
De aanvraag verloopt in 4 fases, met een verplichte vooraanmelding vooraf.
Fase 1: Vooraanmelding (17 maart t/m 16 april 2026, 17:00 uur)
Je meldt je project beknopt aan via de RVO-website: hoe het bijdraagt aan de MOOI-doelstelling, welke resultaten je wilt bereiken, wie de uitvoerende partijen zijn, de verwachte kosten en het benodigde subsidiebedrag. Getekende intentieverklaringen van partners zijn niet verplicht, maar mogen wel worden meegestuurd. Let op: een vooraanmelding leidt tot maximaal één definitieve aanvraag; splits je samenwerkingsverband dus niet op na de vooraanmelding.
Fase 2: Advies op de vooraanmelding
Na 16 april 2026 beoordeelt de Adviescommissie MOOI je vooraanmelding en geeft verbeter- en aandachtspunten, en eventueel suggesties voor samenwerking met andere aanmelders. Dit advies is niet bindend: ook bij een negatief advies mag je alsnog een definitieve aanvraag indienen.
Fase 3: Definitieve subsidieaanvraag (2 juni 2026, 09:00 uur t/m 3 september 2026, 17:00 uur)
Je dient de aanvraag in via het RVO eLoket, met eHerkenning niveau minimaal eH3 (vraag dit tijdig aan; levertijd is minimaal een week). De aanvraag bestaat uit een aanvraagformulier plus deze bijlagen:
- Bijlage 1 – Deelnemersformulier: aanmelding en machtiging per deelnemer, ondertekend door elke deelnemer zelf; machtigt de penvoerder voor de aanvraag en correspondentie.
- Bijlage 2 – Advies van de Adviescommissie MOOI op je vooraanmelding.
- Bijlage 3 – Projectplan, inclusief plan voor kennisverspreiding en de projecttabel met SMART-mijlpalen en go/no-go-momenten. Gebruik het verplichte model projectplan van RVO, maximaal 40 pagina's (met submaxima per onderdeel).
- Bijlage 4 – Begroting, opgesteld op basis van resultaten, met het verplichte modelbegrotingsformat.
- Bijlage 5 – Beschrijving van kennis, ervaring en capaciteiten van de deelnemers.
- Bijlage 6 – MKB-toets (verplicht als je het bijbehorende opslagpercentage aanvraagt).
- Bijlage 7 – De-minimisverklaring(en) (verplicht bij overige projectactiviteiten of bij een OIM-deelnemer), ondertekend door de betreffende deelnemer.
- Bijlage 8 – Getekende samenwerkingsovereenkomst (verplicht bij deelname van een onderzoeksorganisatie én als je startdatum gelijk is aan de indieningsdatum).
- Bijlage 9 – Verklaring in-kind bijdrage (verplicht als een deelnemer in-kind bijdraagt en dit meetelt in de subsidiabele kosten).
- Bijlage 10 – Verklaring "Geen onderneming in moeilijkheden", inclusief beslisschema, meest recente (geconsolideerde) jaarcijfers en organogrammen met aandelenverhoudingen van de deelnemers.
- Bijlage 11 – Overige bijlagen (indien relevant).
Correspondentie over je aanvraag verloopt altijd via de penvoerder of, als aangegeven, via een intermediair (die dan zelf ook een machtiging moet meesturen).
Belangrijke aandachtspunten
- Na de sluitingsdatum kun je een onvolledige aanvraag niet meer aanvullen; ontbrekende bijlagen leiden tot afwijzing.
- Techniek- of ICT-problemen bij het indienen zijn geen reden voor uitstel; een te laat binnengekomen aanvraag wordt afgewezen.
- Reserveer voldoende tijd voor het rondkrijgen van handtekeningen, zeker bij grote samenwerkingsverbanden.
Wat gebeurt er na je aanvraag?
Na de sluitingsdatum (3 september 2026) toetst RVO eerst of je aanvraag compleet is en aan de eisen voldoet. Voldoet ze niet, dan volgt afwijzing. Voldoet ze wel, dan beoordeelt en rangschikt de onafhankelijke Adviescommissie MOOI je aanvraag op de 5 rangschikkingscriteria (zie 'Voorwaarden'). RVO kent subsidie toe op volgorde van score, van hoog naar laag, totdat het budget van € 20.000.000 op is: dit gaat dus op kwaliteit, niet op volgorde van binnenkomst. Aanvragen die door budgetuitputting buiten de boot vallen, worden afgewezen, ook als ze op zichzelf voldoende scoorden.
De beoordelingstermijn is 13 weken na sluiting van de aanvraagperiode, met een mogelijke eenmalige verlenging van nogmaals 13 weken. RVO verwacht dat je in december 2026 de beslissing ontvangt. Bij toekenning ontvang je dan ook je eerste voorschotbetaling.
RVO kan begrotingen bijstellen; bij ingrijpende correcties overlegt RVO hierover met jou voordat de definitieve beschikking wordt verstuurd. RVO mag je ook vragen je voorstel toe te lichten, maar is hiertoe niet verplicht.
Verplichtingen tijdens de looptijd
- Je start uiterlijk 6 maanden na de dagtekening van de subsidiebeschikking met je project.
- Je levert voortgangsrapportages aan, gekoppeld aan de mijlpalen en go/no-go-momenten uit je projectplan, zodat RVO de voortgang kan volgen.
- Neemt een onderzoeksorganisatie deel en startte je project ná de beschikking? Dan moet je de getekende samenwerkingsovereenkomst in de beheerfase aanleveren. Ontbreekt deze, dan schort RVO de voorschotbetalingen op; blijft de overeenkomst langer dan 3 maanden na opschorting uit, dan stopt RVO het project en stelt de subsidie vast op € 0, met mogelijke terugvordering van reeds betaalde voorschotten.
- Je communiceert actief over je resultaten richting belanghebbenden buiten het project, al tijdens de looptijd, volgens je kennisverspreidingsplan.
- Wijzigingen in je project geef je tijdig door aan RVO.
Na afloop
Na afronding van het project vraag je vaststelling van de subsidie aan. Op basis daarvan wordt het definitieve subsidiebedrag vastgesteld, mogelijk met verrekening van reeds ontvangen voorschotten.
Welke documenten heb je nodig?
Het loket publiceert 5 documenten bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.
- Handleiding MOOI 2026DownloadPDF · 48 pagina's
Vraag het dossier
Stel een vraag over MOOI: Industrie. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- MOOI: Industriervo.nl · gecontroleerd 3 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.