GeslotenRijk · Landelijk · Subsidie

Impulsaanpak winkelgebieden

Ministerie van Economische Zaken

Ook bekend als IW

Wat is de Impulsaanpak winkelgebieden?

De Impulsaanpak winkelgebieden (IW) is een subsidie voor gemeenten die samen met private partijen een binnenstedelijk winkelgebied willen ombouwen tot een toekomstbestendig gebied: minder lege winkelpanden, meer woningen en meer groen. Alleen gemeenten kunnen de subsidie aanvragen, niet individuele ondernemers of vastgoedeigenaren. De gemeente mag een deel van het geld wel doorgeven aan private partners die meedoen in het project.

Deze aanvraagronde is gesloten: het loket was open van 21 mei 2024 09:00 tot 1 juli 2024 12:00. Er was in deze ronde € 22.000.000 beschikbaar. Per project kun je minimaal € 1.000.000 en maximaal € 5.000.000 aanvragen.

Je vraagt aan met een aanvraagformulier in MijnRVO, aangevuld met verplichte bijlagen zoals een ingevulde indieningsspreadsheet, een toelichting op de begroting, een kaart van het projectgebied en een college- of raadsbesluit over de gemeentelijke cofinanciering. Een onafhankelijke adviescommissie beoordeelt en rangschikt de aanvragen op kwaliteit; het budget gaat naar de best scorende projecten, niet op volgorde van binnenkomst.

Na toekenning krijg je binnen 2 weken een voorschot van 25%, de rest volgt per kwartaal. Verantwoording verloopt via de SiSa-systematiek plus een jaarlijks voortgangsverslag. Het project moet binnen 7 jaar na toekenning zijn afgerond.

Was je aanvraag eerder afgewezen? Dan mag je opnieuw indienen, met de nieuwe aanvraagdocumenten van de betreffende ronde.

Wie komt in aanmerking voor de Impulsaanpak winkelgebieden?

Je komt alleen in aanmerking als je gemeente bent. Individuele ondernemers, vastgoedeigenaren of private ontwikkelaars kunnen niet zelf aanvragen; zij kunnen alleen meedoen als private partner binnen de aanvraag van een gemeente. De 4 grote steden (Den Haag, Utrecht, Rotterdam en Amsterdam) zijn vooralsnog uitgesloten als aanvrager.

Je bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
Je bent een gemeente
Je rechtsvorm is Overheid
De definitieve beoordeling ligt bij Ministerie van Economische Zaken.

Verder gelden deze harde eisen:

  • Minimaal 2 private partijen. Het project moet worden uitgevoerd samen met ten minste 2 private partijen die risicodragend investeren in het projectgebied (bijvoorbeeld door renovatie, transformatie, sloop-nieuwbouw of aanleg van openbare voorzieningen te financieren). Woningcorporaties tellen mee als private partij. Aannemers en andere ingehuurde partijen niet, want zij lopen geen risico. Een gemeentelijk ontwikkelbedrijf van de eigen gemeente telt ook niet mee. Een toekomstige ontwikkelaar die je via aanbesteding nog moet selecteren, telt evenmin mee.
  • Geografisch aaneengesloten projectgebied. Het project moet liggen in een centraal winkelgebied (in stad of dorp) of deel uitmaken van een binnenstedelijke winkelstraat. Uitgesloten zijn: (kernverzorgende) supermarktcentra, wijkwinkelcentra, stadsdeelcentra, buurtcentra, grootschalige concentraties, speciale winkelgebieden en solitaire objecten. Een nieuw te ontwikkelen winkelgebied (dat nog niet bestaat) komt niet in aanmerking; het moet gaan om een bestaand winkelgebied.
  • Onrendabele top van minimaal € 1 miljoen. De gemeentelijke onrendabele top op de begroting van het project moet minstens € 1.000.000 bedragen. Hierin mag een deel van de onrendabele top van de private partijen zijn verwerkt, als de gemeente hen subsidieert.
  • Maximaal € 5 miljoen aanvraag. De aanvraag bedraagt maximaal € 5.000.000 (exclusief btw) per project.
  • Cofinanciering geborgd. Je levert een college- of raadsbesluit waaruit blijkt dat de gemeente het publieke deel van de onrendabele top (het deel dat overblijft na een eventuele toekenning) zelf financiert. Een algemene bestemmingsreserve van de raad is niet genoeg; uit het besluit moet blijken dat de gereserveerde gelden zonder aanvullende besluitvorming ingezet mogen worden voor dit specifieke project.
  • Historische kosten zijn uitgesloten. Kosten die al gemaakt zijn vóór het indienen van de aanvraag (bijvoorbeeld al uitgevoerde sloop) mogen niet worden opgevoerd.
  • Vermijdbare kosten vallen af. Kosten zoals planschadevergoedingen komen niet in aanmerking.
  • Termijn na toekenning. Binnen 1 jaar na toekenning moet een samenwerkingsovereenkomst met minstens 2 private partijen zijn getekend, en het project moet binnen 7 jaar na toekenning zijn afgerond.

Is je aanvraag in een eerdere ronde afgewezen? Dan mag je opnieuw aanvragen, maar wel met de documenten van de nieuwe ronde. Eerder afgewezen projecten krijgen geen voorrang in de nieuwe beoordeling.

Twijfel je of jouw winkelgebied of situatie precies binnen de definities valt (bijvoorbeeld bij een combinatie van een bestaand en een nieuw winkelgebied)?

Waarvoor krijg je subsidie?

De uitkering is een tegemoetkoming in de onrendabele top van het project. Dat betekent: niet alle kosten van je project zijn subsidiabel, maar alleen de kosten die direct toerekenbaar zijn aan de in de regeling genoemde activiteiten, verminderd met de opbrengsten. Alle bedragen vul je exclusief btw in, tenzij het om kostprijsverhogende btw gaat (zie onder).

Activiteiten die in aanmerking komen

  • Het slopen en (op)nieuw bouwen van (winkel)panden (sloop-nieuwbouw).
  • Het transformeren van winkels naar andere functies, zoals wonen.
  • Het verhogen van de kwaliteit van panden door renovatie of energetische verbetering.
  • Het verbeteren van de openbare ruimte, maar alleen het toerekenbare deel van de kosten, berekend op basis van profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit (de PTP-criteria).
  • Het verwerven van panden en andere objecten ten behoeve van de bovengenoemde activiteiten.

Kostenposten in de begroting (indieningsspreadsheet), elk met eigen regels

  • Inbrengwaarde/verwerving aangepakt vastgoed. De huidige marktwaarde of verwervingskosten van panden en gronden die je inbrengt of verwerft. Moet onderbouwd worden met een onafhankelijk taxatierapport (NRVT-regelgeving), niet ouder dan 1 jaar op de sluitingsdatum van de indieningstermijn. Voor deze ronde betekent dat: taxatiedatum en waardepeildatum niet van vóór 1 juli 2023.
  • Kosten (tijdelijk) leegmaken van aangepakt vastgoed. Kosten om panden leeg te krijgen voordat ze worden aangepakt.
  • Kosten volledige sloop van vastgoed. Vooral van toepassing bij sloop-nieuwbouw.
  • Bouwrijp maken. Kosten voor het vrijmaken van het terrein (bijvoorbeeld weghalen oude bestrating, verlichting, bankjes), bodemsanering en archeologie. Je vult hierbij het aantal m² in; op basis daarvan wordt een gemiddelde prijs per m² berekend die de financieel analisten gebruiken om de plausibiliteit te toetsen.
  • Woonrijp maken (openbare ruimte). Kosten voor de (her)inrichting van straten en pleinen en de aanleg van openbaar groen. Ook hier geldt een gemiddelde m²-prijs als toetscriterium. Let op: dit mag alleen voor het deel dat toerekenbaar is aan jouw project (PTP-criteria); kosten die ook de omgeving buiten het projectgebied ten goede komen, mag je niet volledig opvoeren.
  • Infrastructurele ingrepen. Specifieke civiele werken, zoals rotondes of bruggen.
  • Verbouw-/renovatiekosten. Kosten van renovatie van bestaand vastgoed.
  • Stichtingskosten nieuwbouw. Bouwkosten van nieuw te realiseren vastgoed.
  • Plankosten, VTU en onderzoekskosten. Kosten voor planvorming, voorbereiding, toezicht, uitvoering en onderzoek.
  • Subsidie aan private partners. Het bedrag dat de gemeente aan private partners doorgeeft om hun onrendabele top te dekken. Mag per partner niet hoger zijn dan de onrendabele top van die specifieke partner, en moet voldoen aan de staatssteunregelgeving (RVO controleert dit niet zelf).
  • Kostprijsverhogende btw. Alleen op te voeren als (een deel van) de betaalde btw niet terug te vragen is bij de Belastingdienst, bijvoorbeeld bij btw-vrijgestelde verhuur van woningen. Moet onderbouwd worden met een verklaring van een belastingadviseur of de Belastingdienst.
  • Twee vrije kostenposten. Ruimte voor kostensoorten die niet in een van de vaste categorieën passen; zelf te benoemen.

Wat juist niet in aanmerking komt

  • Historische kosten: kosten van werkzaamheden die al zijn uitgevoerd vóór het indienen van de aanvraag zijn niet subsidiabel. Voorbeeld: als een pand al gesloopt is op het moment van indienen, mogen de sloopkosten niet worden opgevoerd.
  • Vermijdbare kosten, zoals planschadevergoedingen.
  • Kosten van een compleet nieuw winkelgebied dat nog niet bestaat; het moet gaan om een bestaand winkelgebied.
  • Dubbele financiering: kosten die al via kostenverhaal of een andere subsidie gedekt zijn, mag je niet nogmaals opvoeren.
  • De inbreng- en uitneemwaarde van openbare ruimte is altijd € 0, met uitzondering van betaald parkeren (als in de omgeving ook een regime van betaald parkeren geldt, mag je de marktwaarde van parkeerplekken laten taxeren).

Opbrengsten die je moet verrekenen

Tegenover de kosten staan opbrengsten die de onrendabele top verlagen: de marktwaarde van vastgoed in de eindsituatie, grondopbrengsten, opbrengsten uit kostenverhaal, andere rijksbijdragen (zoals SPUK of regiodeal-middelen) en overige subsidies. Winst of waardestijging van een achtergelaten locatie (waar functies vandaan verplaatst worden) hoeft niet in de opbrengstenkant van de businesscase, maar moet je wel apart kwantificeren in het aanvraagformulier.

Voor kostenposten die je met een taxatierapport moet onderbouwen (inbrengwaarden, toekomstige marktwaarde, grondopbrengsten) geldt: een waardebrief, conceptrapport of makelaarsinschatting volstaat niet. Het moet een volwaardig taxatierapport zijn, mede getekend door een tweede taxateur, volgens NRVT-regelgeving.

Hoeveel subsidie krijg je?

Je kunt per project minimaal € 1.000.000 en maximaal € 5.000.000 (exclusief btw) aanvragen. In deze ronde was in totaal € 22.000.000 beschikbaar voor alle aanvragen samen.

Naast dit maximumbedrag gelden nog twee andere plafonds, en de laagste van de drie geldt uiteindelijk als jouw maximum:

  • Maximaal 25% van de realisatiekosten. De aan te vragen uitkering is maximaal 25% van de geïndexeerde gemeentelijke realisatiekosten (exclusief de post 'subsidie aan derden') plus de geïndexeerde private realisatiekosten minus de geïndexeerde private opbrengsten.
  • Maximaal 50% van de onrendabele top. De uitkering is maximaal 50% van de gemeentelijke onrendabele top van het project. Deze onrendabele top is het verschil tussen de marktwaarde van het vastgoed vóór en na het project, plus de realisatiekosten.
  • Maximaal € 5.000.000 per project, ongeacht de uitkomst van de twee bovenstaande percentages.

Het bedrag dat je uiteindelijk kunt aanvragen, berekent RVO aan de hand van het ingevulde indieningsspreadsheet; onafhankelijke financieel analisten controleren deze berekening.

Voor het deel van de onrendabele top dat overblijft na aftrek van de toegekende uitkering, moet de gemeente zelf de cofinanciering regelen. Dit toon je aan met een college- of raadsbesluit.

Wat de hoogte beïnvloedt:

  • Kostenverhaal verlaagt de onrendabele top. Gemeenten zijn wettelijk verplicht kosten te verhalen bij een ruimtelijk besluit (bijvoorbeeld bij transformatie van vastgoed). Hoe meer je verhaalt, hoe lager je onrendabele top en dus mogelijk je subsidiebedrag.
  • Andere rijks- of provinciale subsidies verlagen de onrendabele top. Denk aan SPUK-middelen of regiodeal-gelden; deze moet je opgeven als opbrengst in de businesscase.
  • Subsidie aan private partners telt mee als gemeentelijke realisatiekosten, maar mag per partner niet hoger zijn dan de onrendabele top van die specifieke partner.
  • Indexatie. Standaard wordt 2,00% indexatie toegepast op kosten en opbrengsten (met uitzondering van subsidies, die meestal niet geïndexeerd worden). Afwijken van dit percentage mag, maar moet je motiveren.
  • Risico-opslag. Een opslag onvoorzien van 10% op de kosten is gebruikelijk; een ander percentage vraagt om een heldere uitleg.

De bovengenoemde rekenregels gelden voor alle aanvragers gelijk, behalve dat de G4-gemeenten zijn uitgesloten van aanvragen.</tekst> </invoke>

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
2024-ronde-421 mei 20241 jul 2024€ 22 mln-
202421 mei 20241 jul 2024€ 22 mln-
Ronde 1-1 jul 2024€ 21,6 mln-
Ronde 3-1 jul 2024€ 25,4 mln-
Ronde 2-1 jul 2024€ 18 mln-
Ronde 4-1 jul 2024€ 32,1 mln-

Wat zijn de voorwaarden van de Impulsaanpak winkelgebieden?

Voordat je project inhoudelijk beoordeeld wordt, moet het voldoen aan een aantal knock-outcriteria. Voldoet je aanvraag hier niet aan, dan wordt hij afgewezen zonder verdere inhoudelijke weging:

  • Alleen gemeenten kunnen aanvragen; de G4-gemeenten zijn uitgesloten.
  • Het project bevat een publiek én een privaat deel, met minstens 2 private partijen die risicodragend investeren.
  • Het projectgebied is geografisch aaneengesloten en ligt in een centraal winkelgebied of binnenstedelijke winkelstraat; supermarktcentra, wijkwinkelcentra, stadsdeelcentra, buurtcentra, grootschalige concentraties, speciale winkelgebieden en solitaire objecten zijn uitgesloten.
  • De gemeentelijke onrendabele top bedraagt minimaal € 1.000.000.
  • De aanvraag bedraagt maximaal € 5.000.000 (exclusief btw).
  • Je levert een college- of raadsbesluit waaruit blijkt dat de gemeente de resterende cofinanciering regelt.
  • Op het voorblad van de indieningsspreadsheet moeten alle controlevinkjes op groen staan; staat er na sluiting van de aanvraagperiode nog een vinkje niet op groen, dan wordt de aanvraag afgewezen.

Een onafhankelijke adviescommissie van deskundigen beoordeelt de aanvragen op de volgende criteria, elk afzonderlijk gescoord van 0 tot 10 punten:

  • Gebruikswaarde – in welke mate het project bijdraagt aan een functioneel, goed te gebruiken winkelgebied.
  • Belevingswaarde – de aantrekkelijkheid en sfeer van het gebied na uitvoering.
  • Toekomstwaarde – de mate waarin het project bijdraagt aan een duurzaam en toekomstbestendig gebied.
  • Haalbaarheid van de planning en financiering – hoe realistisch de uitvoering binnen de gestelde termijn en begroting is.
  • Kosteneffectiviteit – de verhouding tussen de gevraagde bijdrage en het effect van het project.
  • Bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak – onder andere of er politieke goedkeuring is en of de omgeving het project steunt.

Voor elk van deze criteria geldt: je project moet minstens een 5,5 scoren om in aanmerking te komen voor de uitkering. Scoor je op één criterium lager, dan valt de aanvraag af, ook als de andere scores hoog zijn. De aanvragen worden vervolgens op basis van de totale score gerangschikt; het budget gaat naar de hoogst scorende projecten, tot het beschikbare budget op is. Dit betekent dat een project onderaan de rangschikking geen budget krijgt, ook als het aan alle knock-outeisen voldoet.

Zaken die de beoordeling positief beïnvloeden, zonder dat ze een harde eis zijn: een onderliggende, vastgestelde centrumvisie; concrete, al bekende private samenwerkingspartners (in plaats van nog niet ingevulde partijen); goed beeldmateriaal (foto's, tekeningen, plattegronden) om de huidige en toekomstige situatie te verduidelijken; en een concreet, consistent en logisch samenhangend plan. Een te globaal plan leidt vaak tot onvolledigheid of inconsistentie in de stukken, waardoor de aanvraag niet goed te beoordelen is.

Wat moet je ná toekenning doen?

  • Samenwerkingsovereenkomst. Binnen 1 jaar na toekenning moet je een samenwerkingsovereenkomst hebben gesloten met minstens 2 private partijen. Je mag per partner een aparte overeenkomst sluiten. Zodra deze getekend is, meld je dit bij RVO (de overeenkomst zelf hoef je niet mee te sturen, maar RVO kan die wel opvragen).
  • Uitvoeringstermijn. Het project moet binnen 7 jaar na toekenning van de uitkering zijn afgerond.
  • Verantwoording via SiSa. De jaarlijkse verantwoording verloopt via de SiSa-systematiek (single information, single audit). De SiSa-coördinator van je gemeente kan je hierbij helpen.
  • Jaarlijks voortgangsverslag. Voor 1 maart lever je jaarlijks een inhoudelijk voortgangsverslag aan. Meer details over dit verslag en de SiSa-indicatoren staan in de brief bij je beschikking.
  • Wijzigingen doorgeven. Wil je iets wijzigen vóór het besluit over je aanvraag? Mail dan naar iw@rvo.nl. Na toekenning geef je wijzigingen door via inloggen op MijnRVO.
  • Staatssteuntoets bij subsidie aan private partijen. Geef je een deel van de uitkering door aan private partijen? Dan moet je zelf toetsen of dit binnen de staatssteunregelgeving past (via de-minimisverordening of de Algemene Groepsvrijstellingsverordening). RVO controleert dit niet.
  • Rechtmatige besteding. De gemeente is en blijft verantwoordelijk voor de rechtmatige besteding van zowel het publieke als het private deel van de investering.
  • Vaststelling en eindafrekening. Deze volgen na de laatste SiSa-(eind)verantwoording van het project.

Hoe vraag je de Impulsaanpak winkelgebieden aan?

Je dient de aanvraag in als gemeente via het aanvraagformulier in MijnRVO.

Stap 1: voorbereiding van de businesscase

Gebruik de Handleiding Financiële Onderdelen om de indieningsspreadsheet en de toelichting in te vullen. Let op: voor deze ronde moest versie 4.6 van het spreadsheet gebruikt worden (gepubliceerd op 11 juni 2024). Taxaties die je gebruikt ter onderbouwing moeten een taxatiedatum en waardepeildatum hebben van 1 juli 2023 of later.

Stap 2: verzamel de verplichte bijlagen

  • Bijlage 1 – indieningsspreadsheet. De ingevulde financiële spreadsheet met de businesscase van de gemeente en de private partners. Ingevuld en (impliciet) ingediend door de gemeente.
  • Bijlage 2 – toelichting begroting. Een toelichting per begrotingsregel op de opgevoerde kosten en opbrengsten. Opgesteld door de gemeente.
  • Bijlage 3 – kaart. Een overzichtskaart van het projectgebied met toelichting, waaruit de ligging ten opzichte van het centrale winkelgebied of de binnenstedelijke winkelstraat blijkt.
  • Bijlage 4 – cofinanciering. Een college- of raadsbesluit waaruit blijkt dat de gemeente het resterende publieke deel van de onrendabele top financiert (inclusief eventuele steun aan private partijen). Getekend c.q. vastgesteld door het college van B&W of de gemeenteraad. Het besluit mag onder voorbehoud van toekenning van de subsidie zijn, maar een algemene bestemmingsreserve is niet voldoende: het moet gaan om gereserveerde gelden die zonder verdere besluitvorming voor dit project ingezet mogen worden.

Stap 3: bijlagen die verplicht zijn zodra je bepaalde kostenposten opvoert

  • Bijlage 5 – inbreng en verwerving. Taxatierapport(en), verplicht als je inbrengwaarden en/of verwervingskosten opvoert. Opgesteld en getekend door een onafhankelijk NRVT-taxateur, mede getekend door een tweede taxateur.
  • Bijlage 15 – btw. Verklaring van een belastingadviseur of de Belastingdienst, verplicht als je kostprijsverhogende btw opvoert.
  • Bijlage 17 – marktwaarde eindsituatie. Taxatierapport(en) van de toekomstige marktwaarde, verplicht als je de marktwaarde van aangepakt vastgoed opvoert. Niet ouder dan 1 jaar op moment van indienen.
  • Bijlage 18 – grondopbrengsten. Taxatierapport(en) van de marktwaarde van te verkopen gronden, verplicht als je grondopbrengsten opvoert. Niet ouder dan 1 jaar.

Stap 4: optionele onderbouwende bijlagen

Niet verplicht, maar vergroten de aannemelijkheid van je kostenposten: bijlage 6 (leegmaken vastgoed), 7 (sloopkosten), 8 (bouwrijp maken), 9 (woonrijp maken), 10 (infrastructuur), 11 (verbouwkosten), 12 (nieuwbouwkosten), 13 (plankosten), 14 (subsidie privaat), 16 (overige kosten), 19 (PTP-criteria), 20 (rijksbijdragen), 21 (overige subsidies), 22 (overige opbrengsten), 23 (indexatie), 24 (kostenverhaal).

Stap 5: indienen

Je logt in op MijnRVO, vult het aanvraagformulier in en upload alle bijlagen met de aangegeven bestandsnamen. Controleer vóór indienen dat alle vinkjes op het voorblad van de indieningsspreadsheet op groen staan; anders wordt de aanvraag na sluiting van de periode afgewezen.

Stap 6: bevestiging

Na indiening ontvang je een ontvangstbevestiging per e-mail. Ook zie je deze onder 'Gebeurtenissen' als je inlogt op MijnRVO, en je aanvraag staat onder 'Mijn zaken'.

Wijzigingen vóór een besluit

Wil je gegevens wijzigen voordat er een besluit is genomen? Mail dan naar iw@rvo.nl. Na een eventuele toekenning geef je wijzigingen door via inloggen op MijnRVO.

Eerder afgewezen?

Is je aanvraag in een vorige ronde afgewezen, dan mag je opnieuw aanvragen, maar gebruik dan de nieuwe aanvraagdocumenten van de actuele ronde (zoals de nieuwste versie van de indieningsspreadsheet).

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Wie beoordeelt en hoe lang duurt het

Een adviescommissie van onafhankelijke deskundigen beoordeelt je aanvraag op de eerder genoemde kwaliteits- en beoordelingscriteria. Daarnaast controleren onafhankelijke financieel analisten de ingevulde indieningsspreadsheet op plausibiliteit en juistheid van de berekende onrendabele top en het maximale subsidiebedrag. Je krijgt uiterlijk binnen 13 weken na de sluitingsdatum van de aanvraagperiode het besluit over je aanvraag per e-mail. Wil je de beslissing van de minister inzien? Log dan in op MijnRVO en ga naar 'Gebeurtenissen' en 'Besluit op Aanvraag'.

De aanvragen worden op volgorde van hun score gerangschikt; het beschikbare budget wordt vanaf de bovenkant van deze lijst verdeeld, tot het op is. Dit is dus geen 'wie het eerst komt, het eerst maalt'-systeem: ook een aanvraag die op tijd binnenkomt, kan afvallen als het budget al is verdeeld aan hoger scorende projecten of als niet op elk criterium minstens een 5,5 is gescoord.

Uitbetaling

Na toekenning ontvang je binnen 2 weken een voorschot van 25% van het toegekende bedrag. De overige 75% wordt verdeeld over het aantal kwartalen van de looptijd van je project en per kwartaal als voorschot uitbetaald. De definitieve vaststelling en eindafrekening volgen na de laatste SiSa-(eind)verantwoording van het project.

Verplichtingen tijdens de looptijd

  • Jaarlijkse SiSa-verantwoording. Via de single information, single audit-systematiek. De SiSa-coördinator van je gemeente kan je hierbij ondersteunen.
  • Jaarlijks voortgangsverslag vóór 1 maart. Een inhoudelijk verslag over de voortgang van het project. Details over de inhoud en de te gebruiken SiSa-indicatoren staan beschreven in de brief bij je beschikking.
  • Samenwerkingsovereenkomst binnen 1 jaar. Je moet uiterlijk 1 jaar na toekenning een getekende samenwerkingsovereenkomst hebben met minstens 2 private partijen, en dit melden bij RVO.
  • Afronding binnen 7 jaar. Het hele project (inclusief het private deel) moet binnen 7 jaar na toekenning zijn afgerond.
  • Rechtmatige besteding. De gemeente blijft verantwoordelijk voor de rechtmatige besteding van zowel het publieke als het private deel van de investeringen, ook als een deel van het geld als subsidie aan private partners is doorgegeven.
  • Wijzigingen melden. Wijzigingen na toekenning geef je door via inloggen op MijnRVO.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 5 documenten bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Impulsaanpak winkelgebieden. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Ministerie van Economische Zaken. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.