Status onbekendProvincie · Subsidie

Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid - Nationaal Strategisch Plan 2023 – 2027 in Zeeland

Provincie Zeeland

Wat is de Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid - Nationaal Strategisch Plan 2023 – 2027 in Zeeland?

Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) is het Europese beleid voor landbouw en platteland, uitgevoerd via het Nationaal Strategisch Plan (NSP) 2023-2027. In Zeeland verstrekt de provincie via dit plan subsidies aan boeren, tuinders, (natuur)organisaties, samenwerkingsverbanden en andere partijen op het platteland, gericht op een landbouwsector die goed is voor natuur, klimaat en boer.

Het NSP bestaat uit meerdere losse subsidieregelingen (interventies), elk met eigen doelgroep, kosten en tarieven: productieve investeringen voor bedrijfsmodernisering, productieve investeringen groen-blauw en dierenwelzijn, niet-productieve investeringen op land- en niet-landbouwbedrijven, samenwerking voor innovatie (EIP), samenwerking voor integrale gebiedsontwikkeling, LEADER-projecten en kennis- en informatievoorziening. Elke regeling wordt afzonderlijk opengesteld via een openstellingsbesluit, met een eigen periode en subsidieplafond. Op dit moment is alleen "LEADER: samenwerking uitvoering projecten" open voor aanvragen (tot en met 15 december 2027), en "Samenwerking voor Integrale Gebiedsontwikkeling 2026" gaat open vanaf 24 februari 2026. Andere regelingen zijn gesloten of nog niet opengesteld.

Wat je krijgt varieert van 40% tot 100% van de subsidiabele kosten, afhankelijk van het type activiteit, en soms als vast bedrag. Je vraagt aan met het door de provincie beschikbaar gestelde aanvraagformulier, voorzien van alle verplichte bijlagen zoals een begroting, toelichting en financieringsplan. Bij twijfel of je in aanmerking komt, kun je mailen naar nsp@zeeland.nl. Voor LEADER-specifieke vragen zijn er aparte contactpersonen.

Let op: de provincie kan bij subsidieverstrekking een Bibob-onderzoek instellen om te voorkomen dat criminele activiteiten worden gesteund.

Wie komt in aanmerking voor de Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid - Nationaal Strategisch Plan 2023 – 2027 in Zeeland?

Wie in aanmerking komt, hangt af van welke van de negen deelregelingen (interventies) je aanvraagt. Elke interventie heeft eigen aanvrager-eisen en een eigen openstellingsbesluit met periode en plafond. Let op: de meeste regelingen staan op dit moment niet open. Alleen "LEADER: samenwerking uitvoering projecten" (18 november 2025 - 15 december 2027) is nu open, en "Samenwerking voor Integrale Gebiedsontwikkeling 2026" gaat open vanaf 24 februari 2026.

Per interventie geldt onder meer:

  • Productieve investeringen bedrijfsmodernisering en groen-blauw/dierenwelzijn: alleen landbouwers of samenwerkingsverbanden van landbouwers.
  • Niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven: agrarisch collectief, landbouwer, landbouworganisatie, organisatie voor landschapsbeheer, of samenwerkingsverband van landbouwers.
  • Niet-productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven: natuurlijke en rechtspersonen, ook in samenwerkingsverband.
  • EIP-innovatiesamenwerking: een samenwerkingsverband van minimaal twee deelnemers waarvan minimaal één landbouwer.
  • Integrale gebiedsontwikkeling: initiatiefnemer van een samenwerkingsverband in oprichting (voorbereidingsfase), of de deelnemers van een samenwerkingsverband (uitvoeringsfase), met minimaal twee actoren waarvan minimaal één actieve landbouwer.
  • LEADER: natuurlijke personen, rechtspersonen en samenwerkingsverbanden daarvan, mits het project past binnen een goedgekeurde LOS en is geselecteerd door de LAG.
  • Kennis en informatie: kennisaanbieders (voor groepstrainingen) of landbouwers (voor demonstratieprojecten op het eigen bedrijf).

Voor alle interventies gelden knock-outgronden. Je valt af als:

  • je voor dezelfde activiteiten al subsidie hebt aangevraagd in dezelfde periode;
  • je voor dezelfde kosten al het maximale subsidiepercentage of -bedrag hebt ontvangen via een andere regeling;
  • de activiteiten niet overwegend in Zeeland plaatsvinden (tenzij ze aantoonbaar Zeeland ten goede komen);
  • de benodigde nationale cofinanciering niet beschikbaar is en je geen bijdrageverklaring of subsidiebeschikking meelevert;
  • je een "onderneming in moeilijkheden" bent volgens de EU-staatssteunregels;
  • er een openstaand EU-terugvorderingsbevel tegen je loopt;
  • de activiteiten een voorziene negatieve uitwerking hebben op het dierenwelzijn van landbouwhuisdieren;
  • je niet aan een wettelijk voorschrift voldeed op de uiterste indiendatum;
  • je al bent gestart met de activiteiten vóór de aanvraag is ingediend.

Ook kan de provincie via Bibob-onderzoek toetsen of je subsidie geen criminele activiteiten faciliteert. Wordt dat onderzoek op jou toegepast, dan ontvang je een brief en een uitgebreide vragenlijst.

Waarvoor krijg je subsidie?

Welke kosten subsidiabel zijn, verschilt sterk per interventie. Er is een algemene lijst met kostensoorten (artikel 1.8), die per interventie wordt beperkt of aangevuld.

Algemeen subsidiabele kostensoorten (mits direct verbonden met de activiteit):

  • Loonkosten, inclusief overheadkosten.
  • Kosten van eigen arbeid door de subsidieontvanger, inclusief overheadkosten.
  • Bijdragen in natura: op geld te waarderen inbreng van producten of diensten waarvoor geen bonnen of betaalbewijzen beschikbaar zijn.
  • Afschrijvingskosten.
  • Andere kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht wordt overlegd.

Bij investeringsregelingen (productieve en niet-productieve investeringen) komen in afwijking hiervan alleen kosten met een factuur of gelijkwaardig bewijs (het laatste bolletje hierboven) voor subsidie in aanmerking, tenzij het openstellingsbesluit ook loonkosten en eigen arbeid subsidiabel stelt.

Tarieven voor arbeidskosten (drie berekeningsmethoden, per openstellingsbesluit aangewezen):

  • Zonder vereenvoudigde kostenoptie: eigen arbeid tegen € 50 per uur (incl. 15% overhead), of loonkosten op basis van een individueel uurtarief (bruto jaarloon plus 44,2% werkgeverslasten, gedeeld door 1.720 uur), plus 15% overhead. Alternatief: vaste uurtarieven van € 44 (projectmedewerker), € 50 (landbouwer), € 78 (adviseur), € 88 (projectleider/expert).
  • Vereenvoudigde kostenoptie arbeidskosten: arbeidskosten worden berekend als 0,23 keer de overige subsidiabele kosten.
  • Vereenvoudigde kostenoptie overige kosten: eigen arbeid tegen € 43 per uur, loonkosten volgens de rekenmethode hierboven (zonder de 15% overhead), waarna 40% van deze arbeidskosten als overige kosten wordt opgeteld. Alternatief met "all-in" tarieven: € 54 (projectmedewerker), € 60 (landbouwer), € 95 (adviseur), € 107 (projectleider/expert) per uur, inclusief de opslag voor overige kosten.

Het aantal te subsidiëren uren per werknemer of voor eigen arbeid is per jaar maximaal 1.372 uur bij een voltijd dienstverband (of naar rato bij deeltijd).

Kennisinstellingen kunnen in plaats hiervan kiezen voor de integrale kostensystematiek (IKS), waarbij directe en indirecte kosten worden toegerekend aan kostendragers zoals arbeidsuren.

Specifiek per interventie:

  • Bij EIP-samenwerking komen alleen operationele kosten van het samenwerkingsverband in aanmerking, tenzij het openstellingsbesluit ook investeringen in bedrijfsmiddelen subsidiabel stelt (dan geen vereenvoudigde kostenoptie voor overige kosten mogelijk).
  • Bij LEADER-projecten kan het openstellingsbesluit ook kosten voor het voorbereiden, opstellen of indienen van de aanvraag, en legeskosten subsidiabel stellen, mits de handelingen zijn verricht binnen een vastgestelde termijn en uiterlijk één jaar voor de aanvraag.
  • Bij gebiedsontwikkeling wordt de subsidiabele kostenberekening altijd gedaan volgens de methode zonder vereenvoudigde kostenoptie (artikel 1.9a).

Kosten die nooit subsidiabel zijn:

  • Kosten die niet aantoonbaar rechtstreeks aan de activiteit zijn toe te rekenen.
  • Rente, bankkosten, financieringskosten, kosten van gerechtelijke procedures en juridische bijstand daarbij, boetes, sancties, fooien, geschenken, personeelsactiviteiten, gratificaties, bonussen, outplacement en representatiekosten.
  • Kosten van voorbereidende handelingen vóór de aanvraag.
  • Vervangingsinvesteringen.
  • Legeskosten (tenzij expliciet subsidiabel gesteld).
  • Verrekenbare of compensabele btw.
  • Kosten die niet voldoen aan de vereisten van goed financieel beheer.
  • Winstopslagen binnen een groep, en kosten die deelnemers van een samenwerkingsverband elkaar onderling in rekening brengen.
  • Aankoop van landbouwproductierechten en betalingsrechten.
  • Investeringen die het dierenwelzijn verslechteren.
  • Aankoop van dieren.
  • Aankoop en planten van zaai- en pootgoed van eenjarige gewassen (met uitzonderingen voor natuurrampen, beschermingsdoelen, of instandhouding van bedreigde rassen/plantenrassen).
  • Aankoop van grond boven 10% van de totale subsidiabele kosten (met een uitzondering tot 30% bij milieubehoud en behoud van koolstofrijke bodems).
  • Investeringen in grootschalige infrastructuur buiten LEADER-strategieën (met uitzonderingen voor breedband en preventie tegen overstromingen).
  • Bebossingsinvesteringen die niet passen bij duurzaam bosbeheer.
  • Investeringen die worden gedaan om aan een wettelijke verplichting te voldoen.
  • Investeringen met een negatief effect op de omgeving.

Bij niet-productieve investeringen (op zowel land- als niet-landbouwbedrijven) komen investeringen in het watersysteem waar uitsluitend landbouwers van profiteren, niet voor subsidie in aanmerking. Bij gebiedsontwikkeling zijn infrastructuurinvesteringen van € 2.000.000 of meer niet subsidiabel, met uitzondering van waterkwaliteitsinvesteringen. Bij kennis- en informatievoorziening zijn de ontwikkeling van nieuwe kennis, kennisaanbod dat al onderdeel is van regulier onderwijs, en eigen uren van deelnemende landbouwers nooit subsidiabel.

Hoeveel subsidie krijg je?

De hoogte van de subsidie verschilt sterk per interventie en wordt verder ingevuld in het openstellingsbesluit.

Productieve investeringen bedrijfsmodernisering: 40% van de subsidiabele kosten, oplopend tot 55% als de provincie een apart plafond voor jonge landbouwers instelt en jij een jonge landbouwer bent.

Productieve investeringen groen-blauw en dierenwelzijn: ook 40% (55% voor jonge landbouwers), met een verhoging naar 70% (80% voor jonge landbouwers) bij investeringen in agroforestry of waterbeheervoorzieningen tegen erfspoeling, als het openstellingsbesluit dat zo bepaalt.

Niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven: 100% van de subsidiabele kosten, of 70% als het gaat om investeringen in het watersysteem.

Niet-productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven: 100%, of 70% bij investeringen gericht op waterkwantiteit.

EIP-innovatiesamenwerking: subsidie van minimaal € 25.000 tot maximaal € 500.000. Investeringen in bedrijfsmiddelen krijgen 40% van de subsidiabele kosten, overige kosten 100%.

Integrale gebiedsontwikkeling: de voorbereidingsfase (oprichten samenwerkingsverband, opstellen gebiedsplan) krijgt 100%. Voor de uitvoeringsfase variëren de percentages per maatregel: 40% voor investeringen in bedrijfsmiddelen, 100% voor niet-productieve investeringen (70% bij watersysteem-gerichte investeringen of investeringen die alleen bijdragen aan waterkwantiteit), 80% voor kennisoverdracht, 100% voor ruilverkaveling, en 100% voor draagvlakontwikkeling en samenwerkingsactiviteiten (met een maximum van 25% van de totale subsidie voor de som van ruilverkaveling en draagvlak/samenwerking).

LEADER-projecten: de hoogte wordt bepaald door de door de provincie goedgekeurde LOS (Lokale Ontwikkelingsstrategie), met eventuele staatssteunbeperkingen.

LEADER-beheer, monitoring en evaluatie: maximaal 25% van de totale overheidsbijdrage aan de goedgekeurde LOS.

Kennis en informatie: 80% van de subsidiabele kosten voor trainingen/workshops/demonstraties door een kennisaanbieder aan groepen, en 100% voor een demonstratieproject van een landbouwer op het eigen bedrijf.

Drie arrangementen bepalen hoe je subsidie wordt vormgegeven en verantwoord: arrangement 1 (tot € 25.000) als vast bedrag, arrangement 2 (€ 25.000 tot € 125.000) als vast bedrag of vast bedrag per prestatie-eenheid, arrangement 3 (€ 125.000 en hoger) op basis van werkelijk gemaakte en betaalde kosten.

Bij rangschikking op selectiecriteria haal je de subsidie alleen als je minimaal 60% van het totaal aantal te behalen punten scoort, tenzij het openstellingsbesluit een hoger percentage vereist. Bij verdeling op volgorde van binnenkomst geldt: eerst binnen, eerst subsidie, tot het plafond bereikt is.

Wat zijn de voorwaarden van de Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid - Nationaal Strategisch Plan 2023 – 2027 in Zeeland?

De verordening kent knock-outeisen die voor alle interventies gelden, plus interventie-specifieke eisen, beoordelingscriteria en verplichtingen na toekenning.

Waarop wordt beoordeeld

  1. Bij productieve en niet-productieve investeringen, indien gerangschikt op selectiecriteria: mate van effectiviteit, haalbaarheid van de activiteit, mate van innovatie (bij investeringen) of urgentie (bij niet-productieve investeringen), en mate van efficiëntie van uitvoering. Landbouwers met een biologische bedrijfsvoering of in omschakeling krijgen ten minste één extra punt, tenzij het openstellingsbesluit dit uitsluit omdat het conflicteert met de doelen van de openstelling. Per criterium is 0 tot 5 punten te behalen, met een wegingsfactor van 1, 2, 3 of 4 per criterium (vastgesteld in het openstellingsbesluit). Bij rangschikking op selectiecriteria geldt een ondergrens van 60% van het totaal te behalen punten, tenzij het openstellingsbesluit een hoger percentage vereist.

Wat je moet doen na toekenning

  • Onverwijld schriftelijk melden van faillissement, surseance of schuldsanering (van jezelf of, bij een samenwerkingsverband, van een deelnemer).
  • Onverwijld melden zodra aannemelijk is dat de activiteiten niet, niet tijdig of niet geheel worden uitgevoerd, of dat niet aan de verplichtingen wordt voldaan.
  • Op verzoek promotiemateriaal beschikbaar stellen en voldoen aan communicatieverplichtingen (zichtbaarheid van de EU-steun).
  • Bij investeringen in roerende/onroerende zaken: de investering op het moment van de vaststellingsaanvraag gebruiksklaar hebben.
  • Bij investeringen in infrastructuur of productieve investeringen: een instandhoudingsverplichting van vijf jaar na subsidievaststelling, of drie jaar bij een mkb-onderneming of banen gecreëerd door een mkb-onderneming.
  • Vervreemding van de onderneming of van grond waarop de gesubsidieerde activiteiten betrekking hebben, zo spoedig mogelijk (uiterlijk op de dag van vervreemding) melden.
  • Een deugdelijke administratie voeren waaruit aard, inhoud en voortgang van de activiteiten, de uitvoering van communicatieverplichtingen, gemaakte en betaalde kosten, en (indien relevant) bestede uren per persoon blijken. Deze verplichting rond bestede uren geldt niet bij gebruik van de vereenvoudigde kostenoptie voor arbeidskosten.
  • De administratie minimaal vijf jaar na subsidievaststelling bewaren, of tien jaar na afhandeling van een gerechtelijke procedure als die heeft gespeeld.
  • Bij subsidies van € 25.000 en hoger, als de uitvoeringsperiode langer is dan twaalf maanden: een voortgangsverslag overleggen met een beschrijving van uitgevoerde activiteiten, afwijkingen van het projectplan, geplande activiteiten voor het komende jaar, eventuele inhaalmaatregelen, en de financiële voortgang.
  • Bij EIP- en gebiedsontwikkelingsprojecten: opgedane kennis en resultaten tijdens de uitvoering openbaar maken via het nationale en Europese EIP-netwerk en andere geëigende netwerken.
  • Bij kennis- en informatieprojecten: rapporteren over het totaal aantal deelnemers, zowel tussentijds als na afloop.

Algemene knock-outeisen (zie ook "Kom ik in aanmerking?"): geen dubbele aanvraag voor dezelfde activiteit, geen overschrijding van het maximale subsidiepercentage/-bedrag via cumulatie, activiteiten overwegend in Zeeland, beschikbare nationale cofinanciering, geen onderneming in moeilijkheden, geen openstaand EU-terugvorderingsbevel, geen negatieve uitwerking op dierenwelzijn, voldoen aan wettelijke voorschriften op de uiterste indiendatum, en niet al gestart zijn met de activiteiten vóór indiening van de aanvraag.

Interventie-specifieke eisen

  • Bij productieve investeringen (bedrijfsmodernisering en groen-blauw/dierenwelzijn) gelden aanvullende eisen voor jonge landbouwers: jonger dan 40 jaar op 31 december van het aanvraagjaar, bedrijfshoofd zijn (in eigen naam een landbouwbedrijf uitoefenen, mede belast zijn met de dagelijkse bedrijfsvoering, langdurige blokkerende zeggenschap hebben), en een landbouwdiploma of minimaal 2 jaar ervaring aangevuld met een relevante cursus.
  • Landbouwers met een biologische bedrijfsvoering moeten een erkend certificaat of kwaliteitskeurmerk overleggen; landbouwers in omschakeling naar biologisch een inschrijfnummer en documentatie van een certificerende instantie.
  • Bij EIP-innovatiesamenwerking geldt als weigeringsgrond dat de aanvraag wordt gedaan door een al bestaand samenwerkingsverband, tenzij de activiteit nieuw is voor dat verband.
  • Bij gebiedsontwikkeling geldt eenzelfde weigeringsgrond voor bestaande samenwerkingsverbanden, en wordt subsidie geweigerd als er al steun is verstrekt op grond van titel 5.8 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021. Investeringen van € 2.000.000 of meer in infrastructuur zijn uitgesloten (behalve waterkwaliteit).

Bij EIP-samenwerking: mate van effectiviteit, haalbaarheid, innovatie en efficiëntie van uitvoering, beoordeeld door een adviescommissie.

Bij gebiedsontwikkeling, voorbereidingsfase: mate waarin de aanvrager een gebiedsplan kan opstellen passend bij de gebiedsopgave, mate waarin de aanvrager het samenwerkingsverband kan organiseren, de voorgenomen organisatie en samenstelling van het samenwerkingsverband, en de haalbaarheid van de activiteiten.

Bij gebiedsontwikkeling, uitvoeringsfase: ambitie van het plan ten aanzien van de gebiedsdoelen, diversiteit en aantal samenwerkende partijen, draagvlak voor het gebiedsplan, effectiviteit, efficiëntie, haalbaarheid en mate van urgentie van de activiteit.

Bij kennis en informatie: effectiviteit, haalbaarheid en efficiëntie van uitvoering, eventueel aangevuld met mate van innovatie als de provincie dat besluit.

Bij LEADER-projecten vindt selectie plaats door de Lokale Actiegroep (LAG) op basis van selectiecriteria uit de goedgekeurde LOS, niet volgens het puntensysteem van deze verordening.

Bij gelijke score op selectiecriteria of investeringslijst wordt de rangschikking via loting bepaald, in aanwezigheid van een notaris. De eerst getrokken aanvraag wordt hoogst gerangschikt.

Hoe vraag je de Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid - Nationaal Strategisch Plan 2023 – 2027 in Zeeland aan?

De aanvraagprocedure verschilt per interventie qua inhoud, maar de basisstappen en verplichte onderdelen liggen vast in de verordening.

Stap 1: Nagaan of en welke interventie open is.

Controleer de openstellingskalender op de productpagina. Op dit moment is alleen "LEADER: samenwerking uitvoering projecten" open (18 november 2025 tot en met 15 december 2027), en "Samenwerking voor Integrale Gebiedsontwikkeling 2026" opent op 24 februari 2026. Elke interventie heeft een eigen openstellingsbesluit met eigen periode, subsidieplafond en eventuele aanvullende regels (bijvoorbeeld over kostensoorten, doelgroepen of wegingsfactoren van selectiecriteria).

Stap 2: Aanvraagformulier invullen.

Je dient de aanvraag in bij Gedeputeerde Staten, met het meest recente, door Gedeputeerde Staten beschikbaar gestelde aanvraagformulier. Een "pro forma" aanvraag die je later inhoudelijk aanvult, wordt niet in behandeling genomen: de aanvraag moet vóór de sluitingsdatum volledig zijn, inclusief alle verplichte bijlagen.

Verplichte bijlagen bij elke aanvraag

  • Btw- of fiscaal identificatienummer van de aanvrager (bij een onderneming), en bij een samenwerkingsverband van iedere deelnemer, plus eventueel gegevens van moeder- of dochtermaatschappijen.
  • Een begroting van de kosten (tenzij het openstellingsbesluit anders bepaalt).
  • Een toelichting op de begroting.
  • Een financieringsplan.
  • De doelstellingen van het project.
  • Een opgave van subsidies of vergoedingen die voor dezelfde activiteiten al bij andere partijen zijn aangevraagd, met de stand van zaken.

Extra bijlage: projectplan (verplicht bij subsidies in arrangement 2 of 3, dus vanaf € 25.000), met minimaal:

  • Een probleemanalyse (noodzaak van het project en de te maken kosten).
  • Een beschrijving van de uitvoeringswijze en activiteiten.
  • De doelstellingen van het project.
  • De verwachte resultaten.
  • De verwachte realisatietermijn.
  • De wijze waarop resultaten worden getoetst.

Loopt het project langer dan één jaar, dan voeg je ook een meerjarenbegroting met declaratieplanning per jaar toe, en een overzicht van de projectfasen in de tijd.

Extra bijlagen per interventie

  • Biologische bedrijfsvoering (bij investeringsregelingen): een erkend certificaat of kwaliteitskeurmerk.
  • Omschakeling naar biologisch: inschrijfnummer en documentatie van een certificerende instantie.
  • Agrarisch collectief, landbouworganisatie of organisatie voor landschapsbeheer (niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven): de statuten van de aanvrager.
  • Samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid: een door alle partijen ondertekende samenwerkingsovereenkomst, waaruit blijkt wie de penvoerder is (de partij die de aanvraag indient en de betaling ontvangt) en hoe verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen zijn verdeeld. Deze overeenkomst wordt ondertekend door alle deelnemende partijen.
  • EIP-innovatiesamenwerking: een onderbouwing van de oriëntatie op bestaand onderzoek, een uitwerking van kennisverspreidingsactiviteiten via het EIP-netwerk, een toelichting op eventuele investeringen in bedrijfsmiddelen, en het verwachte aantal personen dat van het project profiteert.
  • Gebiedsontwikkeling, voorbereidingsfase: een beschrijving van het beoogde gebied en de visie op klimaat-, water-, bodem-, lucht- of biodiversiteitsdoelen; de organisatiestructuur van het beoogde samenwerkingsverband; mogelijke tegenstrijdige effecten en beheermaatregelen; en een uitwerking van kennisverspreidingsactiviteiten.
  • Gebiedsontwikkeling, uitvoeringsfase: een volledig integraal gebiedsplan met afbakening en analyse van het gebied, beoogde activiteiten, aangetoond draagvlak, betrokken partijen, organisatiestructuur, belanghebbendenanalyse, monitoring- en evaluatieplan, rapportagewijze, en een onderbouwing dat de kosten voor ruilverkaveling of draagvlak/samenwerking niet meer dan 25% van de totale subsidie bedragen.
  • LEADER: als kosten voor voorbereiding van de aanvraag subsidiabel zijn gesteld in het openstellingsbesluit, overleg je een opdrachtbevestiging voor die kosten.

Gegevens die niet expliciet in artikel 1.6 worden genoemd (zoals een KvK-nummer) mogen soms ook na sluiting van de aanvraagperiode worden aangeleverd, binnen een door Gedeputeerde Staten gestelde termijn.

Stap 3: Indienen binnen de aanvraagperiode die in het openstellingsbesluit staat vermeld.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Beoordeling en beslistermijn

Gedeputeerde Staten van Zeeland beoordelen de aanvraag en beslissen binnen 22 weken na afloop van de aanvraagperiode (het tijdvak waarbinnen aanvragen ontvangen moeten zijn). Gedeputeerde Staten kunnen aanvragen laten beoordelen door een ingestelde adviescommissie, wat bij EIP- en gebiedsontwikkelingsprojecten expliciet gebeurt.

De verdeling van het subsidieplafond gebeurt op één van drie manieren, afhankelijk van de interventie en het openstellingsbesluit: op volgorde van binnenkomst (met een minimumaantal punten als drempel), op rangschikking via selectiecriteria, of op rangschikking via een investeringslijst. Bij gelijke eindstand en een dreigende overschrijding van het plafond, beslist loting via een notaris.

Bevoorschotting

Gedeputeerde Staten verstrekken ambtshalve (automatisch, zonder dat je dit moet aanvragen) een voorschot, tenzij het openstellingsbesluit anders bepaalt. Dit voorschot bedraagt maximaal 50% van de verleende subsidie. Let op: bij de kennis- en informatie-interventie wordt in afwijking hiervan geen voorschot verstrekt.

Deelbetalingen

Bij subsidies vanaf € 25.000 kun je op aanvraag deelbetalingen krijgen. Bij subsidies tussen € 25.000 en € 125.000 wordt een deelbetaling gebaseerd op gerealiseerde activiteiten; bij € 125.000 en hoger op gemaakte kosten en betalingen. Een aanvraag voor deelbetaling moet, tenzij anders bepaald, minimaal 25% van de verleende subsidie of minimaal € 50.000 aan subsidie betreffen. Voorschotten en deelbetalingen samen bedragen nooit meer dan 90% van de verleende subsidie. Gedeputeerde Staten beslissen binnen 13 weken na ontvangst van een deelbetalingsaanvraag.

Vaststelling: drie arrangementen

  • Subsidies tot € 25.000 (arrangement 1) worden ambtshalve vastgesteld door Gedeputeerde Staten, binnen 13 weken na de datum waarop de activiteiten uiterlijk verricht moeten zijn. Je toont op verzoek aan dat de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan.
  • Subsidies van € 25.000 tot € 125.000 (arrangement 2) vereisen dat je zelf een aanvraag tot vaststelling indient, binnen 13 weken na afloop van de projectperiode (een afwijkende termijn is op verzoek mogelijk). Je toont dit aan met een inhoudelijk verslag. Gedeputeerde Staten stellen de subsidie vast binnen 13 weken na ontvangst van deze aanvraag.
  • Subsidies van € 125.000 en hoger (arrangement 3) vereisen eveneens een aanvraag tot vaststelling binnen 13 weken na afloop van de projectperiode, met een inhoudelijk én financieel verslag, een schriftelijke verantwoording van de gebruikte uren (bij toepassing van bepaalde kostenberekeningen), en eventueel een rapport van feitelijke bevindingen van een (register)accountant of AA-consulent. Gedeputeerde Staten stellen deze subsidie vast binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag.

Verplichtingen tijdens de looptijd

Je meldt onverwijld schriftelijk als er sprake is van faillissement, surseance of schuldsanering, of zodra aannemelijk is dat je de activiteiten niet (tijdig of geheel) uitvoert of niet aan verplichtingen voldoet. Je voert een administratie waaruit de voortgang, gemaakte en betaalde kosten en (indien relevant) bestede uren blijken, en bewaart deze minimaal vijf jaar na de vaststelling (tien jaar bij een gerechtelijke procedure). Bij subsidies van € 25.000 en hoger met een looptijd langer dan twaalf maanden, lever je jaarlijks een voortgangsverslag. Wijzigingen in je project vraag je vóór de start van de gewijzigde uitvoering aan bij Gedeputeerde Staten; een wijziging die zou leiden tot een niet-subsidiabele activiteit, een lagere score dan het vereiste minimum, een lagere plek in de rangschikking dan het plafond toestond, of een hoger subsidiebedrag, wordt niet gehonoreerd.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid - Nationaal Strategisch Plan 2023 – 2027 in Zeeland. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Provincie Zeeland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.