GeslotenProvincie · Subsidie

Subsidie samenwerking integrale gebiedsontwikkeling Zeeland 2026 (NSP)

Provincie Zeeland

Wat is de Subsidie samenwerking integrale gebiedsontwikkeling Zeeland 2026 (NSP)?

Deze subsidie is er voor samenwerkingsverbanden in Zeeland die samen een gebiedsplan willen uitvoeren om klimaat, natuurlijke hulpbronnen en biodiversiteit in hun gebied te verbeteren. Je vraagt aan met minimaal één actieve landbouwer en één of meer andere partijen uit het gebied: grondeigenaren, grondgebruikers, landbouworganisaties, natuur- en landschapsorganisaties, provincies, waterschappen, gemeenten of andere natuurlijke of rechtspersonen.

Je krijgt subsidie voor de uitvoering van een integraal gebiedsplan. Dat plan kan bestaan uit investeringen (productief en niet-productief), kennisoverdracht, ruilverkaveling, innovatie en draagvlakontwikkeling. Voor deze openstelling is € 5.000.000 beschikbaar, waarbij je minimaal € 125.000 en maximaal € 5.000.000 kunt aanvragen. De subsidiepercentages verschillen per kostensoort, van 40% tot 100%.

Je vraagt aan via het webportal van RVO, met een projectvoorstel en verplichte bijlagen zoals een integraal gebiedsplan, een samenwerkingsovereenkomst en een begroting. Aanvragen kan vanaf 24 februari 2026, 09.00 uur, tot en met 30 juni 2026, 17.00 uur. Aanvragen die aan de eisen voldoen, worden door een adviescommissie gerangschikt op basis van zeven selectiecriteria. Alleen aanvragen die minimaal 60% van de te behalen punten halen, komen in aanmerking, en het beschikbare budget wordt verdeeld op volgorde van score, beginnend bij de aanvraag met de meeste punten.

Let op: een subsidieaanvraag die bij verlening lager uitkomt dan € 125.000 wordt geweigerd. Ook geldt dat je nog niet mag zijn gestart met de activiteiten voordat je de aanvraag hebt ingediend.

Wie komt in aanmerking voor de Subsidie samenwerking integrale gebiedsontwikkeling Zeeland 2026 (NSP)?

Je komt in aanmerking als je onderdeel bent van een samenwerkingsverband dat een integraal gebiedsplan gaat uitvoeren in Zeeland. Dit zijn de harde eisen.

Samenstelling van het samenwerkingsverband

  • Het samenwerkingsverband bestaat uit minimaal twee actoren, waarvan minimaal één actieve landbouwer.
  • Als bijeenkomsten voor kennisoverdracht onderdeel zijn van het gebiedsplan, moet er ook minimaal één kennisaanbieder deelnemen.
  • Andere mogelijke deelnemers zijn: grondeigenaren, grondgebruikers, landbouworganisaties, natuur- en landschapsorganisaties, provincies, waterschappen, gemeenten en overige natuurlijke of rechtspersonen.
  • Bij een samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid moeten de deelnemers ieder een andere eigenaar hebben en mag niemand eigendom zijn van een deelnemende natuurlijke persoon. Ook moet voldaan worden aan de geldende Europese concurrentieregels.

Wie valt af

  • Aanvragen met een subsidiebedrag dat bij verlening lager is dan € 125.000 worden geweigerd.
  • Aanvragen van een reeds bestaand samenwerkingsverband worden geweigerd, tenzij de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd nieuw is voor dat samenwerkingsverband.
  • Als er al voor dezelfde activiteiten subsidie is aangevraagd in dezelfde aanvraagperiode, of als er al subsidie is verstrekt tot het maximale percentage of bedrag, wordt de aanvraag geweigerd.
  • Activiteiten die niet overwegend in Zeeland plaatsvinden, komen niet in aanmerking, tenzij ze aantoonbaar ten goede komen aan Zeeuwse ingezetenen of het belang van Zeeland dienen.
  • Ondernemingen in moeilijkheden (volgens de Europese staatssteunregels) komen niet in aanmerking.
  • Aanvragers met een openstaand terugvorderingsbevel van de Europese Commissie vallen af.
  • Activiteiten met een voorziene negatieve invloed op het dierenwelzijn van landbouwhuisdieren worden geweigerd.
  • Je mag niet al gestart zijn met de uitvoering van de activiteiten voordat je de aanvraag hebt ingediend.
  • Activiteiten waarvoor al steun is verstrekt op grond van titel 5.8 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021 komen niet in aanmerking.
  • Als de benodigde nationale overheidsfinanciering niet of niet volledig beschikbaar is en je aanvraag niet is voorzien van een bijdrageverklaring of subsidiebeschikking hiervoor, wordt de aanvraag geweigerd.

Verplichte inhoud van het gebiedsplan

Het gebiedsplan moet bijdragen aan minimaal één van deze doelen: beperking van en aanpassing aan klimaatverandering, duurzame ontwikkeling of efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen (water, bodem, lucht), of het tegengaan van biodiversiteitsverlies en instandhouding van habitats en landschappen.

Budgetgrens voor management

De kosten voor voorbereiding en uitvoering van ruilverkaveling plus draagvlakontwikkeling en samenwerkingsactiviteiten samen mogen maximaal 25% van de totale subsidie bedragen. Dit moet je bij de aanvraag al onderbouwen in de toelichting op de begroting.

Er gelden geen leeftijds- of rechtsvormeisen aan individuele deelnemers, behalve dat er minimaal één actieve landbouwer bij moet zitten.

Hoeveel subsidie krijg je?

De subsidie kent een minimum van € 125.000 en een maximum van € 5.000.000 per aanvraag. Voor deze openstelling is in totaal € 5.000.000 beschikbaar (€ 2.150.000 ELFPO-middelen en € 2.850.000 provinciale cofinanciering).

De hoogte van de subsidie hangt af van het type activiteit binnen je gebiedsplan:

  • Productieve investeringen (bijvoorbeeld groen-blauwe of dierenwelzijnsinvesteringen): 40% van de subsidiabele kosten.
  • Niet-productieve investeringen op landbouwbedrijven: 100% van de subsidiabele kosten, of 70% als de investering gericht is op het watersysteem.
  • Niet-productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven: 100% van de subsidiabele kosten, of 70% als de investering alleen bijdraagt aan waterkwantiteit.
  • Kennisoverdrachtsactiviteiten (bijeenkomsten): 80% van de subsidiabele kosten.
  • Voorbereiding en uitvoering van ruilverkaveling: 100% van de subsidiabele kosten.
  • Ontwikkelen of beproeven van innovaties: 100% van de subsidiabele kosten, behalve investeringen in bedrijfsmiddelen binnen deze innovaties, waarvoor 40% geldt.
  • Draagvlakontwikkeling en samenwerkingsactiviteiten: 100% van de subsidiabele kosten.

De som van de kosten voor ruilverkaveling en draagvlakontwikkeling/samenwerkingsactiviteiten samen mag maximaal 25% van de totale verstrekte subsidie bedragen. Met andere woorden: minimaal 75% van je subsidie moet naar investeringen, kennisoverdracht of innovatie gaan.

Het definitieve subsidiebedrag kan nooit hoger uitvallen dan het bij verlening toegekende bedrag. Bij de vaststelling wordt gekeken naar de daadwerkelijk gemaakte en betaalde kosten; als kosten lager uitvallen dan begroot, wordt de subsidie naar verhouding lager vastgesteld.

Let op: als het beschikbare budget van € 5.000.000 door vaststelling van de provinciale begroting wordt verlaagd en de ingediende aanvragen dat verlaagde plafond overschrijden, wordt het beschikbare bedrag verdeeld op volgorde van puntenaantal (hoogste eerst); bij een gelijk puntenaantal op de grens van het plafond wordt geloot.

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
Openstelling24 feb 202630 jun 2026--

Wat zijn de voorwaarden van de Subsidie samenwerking integrale gebiedsontwikkeling Zeeland 2026 (NSP)?

Hier val je op af

De aanvraag komt van een samenwerkingsverband van minimaal twee actoren, waarvan minimaal één actieve landbouwer.
Het te verlenen subsidiebedrag moet minimaal € 125.000 zijn; is dat bij verlening lager, dan wordt de aanvraag geweigerd.
Je mag niet al gestart zijn met de uitvoering van de activiteiten voordat je de aanvraag hebt ingediend.
De aanvraag komt niet van een reeds bestaand samenwerkingsverband, tenzij de activiteit nieuw is voor dat samenwerkingsverband.
Het gebiedsplan draagt bij aan minimaal één van de doelen klimaat, natuurlijke hulpbronnen of biodiversiteit.
De aanvraag bevat alle verplichte onderdelen (zie aanvraagproces) en een onderbouwing dat de kosten voor ruilverkaveling en draagvlakontwikkeling samen maximaal 25% van de totale subsidie bedragen.
Een aanvraag moet minimaal 60% (33 van de 55 punten) van het totaal aantal te behalen punten scoren om voor subsidie in aanmerking te komen.

Waarop wordt beoordeeld

  1. Elk criterium levert 0 tot 5 punten, vermenigvuldigd met een wegingsfactor. Maximaal te behalen: 55 punten.
  2. Ambitie van het plan ten aanzien van de te realiseren gebiedsdoelen (weging 2, max 10 punten). Beoordeeld op aansluiting bij provinciaal/gemeentelijk beleid, onderbouwing met data, nieuwe elementen in het gebiedsproces en het toekomstperspectief van betrokken landbouwers.
  3. Diversiteit van de partijen en aantal samenwerkende partijen (weging 2, max 10 punten). Beoordeeld op het aantal soorten gebiedspartijen en steun (ook financieel) van overheden.
  4. Draagvlak voor het gebiedsplan (weging 2, max 10 punten). Beoordeeld op het aantal deelnemende landbouwers, evenredige verdeling van financiële lasten en aangetoond draagvlak (bijvoorbeeld intentieverklaringen).
  5. Effectiviteit van de activiteit (weging 2, max 10 punten). Beoordeeld op de mate waarin het project bijdraagt aan de doelen klimaat, water en biodiversiteit, en of de activiteiten passend zijn uitgewerkt.
  6. Efficiëntie van uitvoering van de activiteit (weging 1, max 5 punten). Beoordeeld op de expertise en draagkracht van de penvoerder en de verhouding tussen kosten en opbrengsten.
  7. Haalbaarheid van de activiteit (weging 1, max 5 punten). Beoordeeld op onder meer bestuurlijke organisatie, flexibiliteit, risicoanalyses, plan voor structurele inbedding na afloop, en vergunningen/ruimtelijke ordening.
  8. Mate van urgentie van de activiteit (weging 1, max 5 punten). Beoordeeld op hoe snel de opgave volgens provinciale plannen aangepakt moet worden (van 2027 tot na 2032).

Wat je moet doen na toekenning

  • De subsidiabele activiteiten moeten voor 30 juni 2028 zijn uitgevoerd. Bij onvoorziene omstandigheden kun je uiterlijk een dag voor het verstrijken van deze termijn schriftelijk gemotiveerd verlenging aanvragen tot uiterlijk 31 december 2028.
  • Je dient binnen 13 weken na de einddatum van het project (zoals genoemd in de beschikking) het vaststellingsverzoek in, en in elk geval uiterlijk op 1 april 2029.
  • Bij een projectduur van meer dan 12 maanden lever je jaarlijks een voortgangsverslag, met daarin ook een opgave van de gerealiseerde resultaten.
  • Je maakt de opgedane kennis en resultaten van het project gedurende de uitvoering openbaar via het nationale en Europese EIP-netwerk en andere geëigende netwerken.
  • Je voert een projectadministratie waaruit blijkt welke activiteiten zijn verricht, welke kosten zijn gemaakt en betaald, en (indien van toepassing) hoeveel uren per persoon zijn besteed. Deze administratie bewaar je minimaal vijf jaar na de vaststelling.
  • Je meldt onverwijld schriftelijk als aannemelijk is dat activiteiten niet, niet tijdig of niet geheel worden uitgevoerd, of als niet aan verplichtingen zal worden voldaan.
  • Investeringen in roerende of onroerende zaken moeten op het moment van de aanvraag tot vaststelling gebruiksklaar zijn.
  • Bij investeringen in infrastructuur of productieve investeringen geldt een instandhoudingsverplichting van vijf jaar na vaststelling (drie jaar bij een mkb-onderneming of banen gecreëerd door een mkb-onderneming).
  • Je voldoet aan de communicatieverplichtingen (EU-logo en de slagzin "Medegefinancierd door de Europese Unie" op communicatiemiddelen).
  • Vervreemding van de onderneming of van grond waarop de activiteiten betrekking hebben, meld je zo spoedig mogelijk, uiterlijk op de dag van vervreemding.

Aanvragen worden gerangschikt op totaal puntenaantal; het budget gaat naar de hoogst scorende aanvragen tot het plafond is bereikt. Bij een gelijk puntenaantal op de grens van het plafond wordt geloot.

Hoe vraag je de Subsidie samenwerking integrale gebiedsontwikkeling Zeeland 2026 (NSP) aan?

Je dient je aanvraag in via het webportal van RVO: https://mijn.rvo.nl/samenwerking-integrale-gebiedsontwikkeling-sig. Dit kan vanaf 24 februari 2026, 09.00 uur, tot en met 30 juni 2026, 17.00 uur. Voor het indienen heb je eHerkenning nodig (niveau 2+, met machtiging RVO diensten op niveau 2+).

Stap 1: Projectidee verkennen

Werk je idee uit tot een gebiedsplan en ga na of het aansluit bij de doelen klimaat, natuurlijke hulpbronnen en biodiversiteit. Neem bij twijfel contact op met nsp@zeeland.nl of met de contactpersonen Tjeerd Alewijnse of Maja van Putte. In sommige gebieden is een netwerkregisseur van de provincie Zeeland beschikbaar die kan helpen bij het opzetten van de samenwerking.

Stap 2: Samenwerkingsverband en penvoerder organiseren

Vorm een samenwerkingsverband van minimaal twee actoren, waarvan minimaal één actieve landbouwer. Wijs een penvoerder aan die de aanvraag indient en als vertegenwoordiger van het samenwerkingsverband optreedt.

Stap 3: Aanvraag met verplichte bijlagen opstellen

De aanvraag bevat in ieder geval:

  • Een integraal gebiedsplan met: een beschrijving van afbakening, analyse en uitdagingen van het gebied; de beoogde activiteiten; aangetoond draagvlak uit het gebied; een beschrijving van de betrokken partijen; de organisatiestructuur van het samenwerkingsverband; belanghebbenden en hun relatie tot het plan; de wijze van monitoring en evaluatie; de wijze van rapportage over resultaten; en een toelichting op de begroting waaruit blijkt dat de kosten voor ruilverkaveling en draagvlakontwikkeling samen maximaal 25% van de totale subsidie bedragen.
  • Een samenwerkingsovereenkomst, ondertekend door alle deelnemende partijen, waaruit blijkt dat de penvoerder is aangewezen om de aanvraag in te dienen en bevoegd is de betaling te ontvangen, en waarin de verdeling van verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen (baten en lasten) staat.
  • Een begroting van de kosten (via het beschikbare rekenformulier in Excel), waarin per activiteit en kostensoort is aangegeven welke kosten je verwacht.
  • Een toelichting op de begroting, bijvoorbeeld met offertes waaruit marktconformiteit blijkt.
  • Een financieringsplan, waarin je aangeeft hoe je de begroting financiert.
  • De doelstellingen van het project.
  • Een opgave van subsidies of vergoedingen die voor dezelfde activiteiten bij andere bestuursorganen, private organisaties of personen zijn aangevraagd, met de stand van zaken daarvan.
  • Bij een verwachte realisatietermijn langer dan één jaar: een meerjarenbegroting met declaratieplanning per jaar en een overzicht van de projectfasen in de tijd.

Afhankelijk van je situatie kunnen ook nodig zijn: een MKB-verklaring (voor ondernemingen), een verklaring geen financiële moeilijkheden, een volmacht of machtigingsverklaring (bij een intermediair), een (co)financieringsverklaring, of een vergunning als die noodzakelijk is voor de uitvoering.

Stap 4: Indienen en beoordeling

Je aanvraag moet volledig zijn met alle verplichte bijlagen. Een niet-complete aanvraag ("pro forma") kan leiden tot afwijzing. Na sluiting van de aanvraagperiode beoordeelt een adviescommissie de aanvragen op de selectiecriteria en rangschikt ze op puntenaantal.

Stap 5: Beschikking

Je ontvangt binnen 22 weken na de sluitingsdatum (30 juni 2026) een besluit. Bij goedkeuring ontvang je een verleningsbeschikking met het subsidiebedrag, de voorwaarden en de projectduur. Bij afwijzing ontvang je een gemotiveerde beschikking; je kunt binnen zes weken bezwaar maken.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Beoordeling

Een adviescommissie beoordeelt en rangschikt de aanvragen op basis van de zeven selectiecriteria (ambitie, diversiteit, draagvlak, effectiviteit, efficiëntie, haalbaarheid en urgentie). Alleen aanvragen die minimaal 60% (33 van de 55 punten) behalen, komen in aanmerking. Het subsidieplafond van € 5.000.000 wordt verdeeld op volgorde van rangschikking, beginnend bij de aanvraag met de meeste punten. Als het plafond (mogelijk verlaagd door de provinciale begroting) door de volledige aanvragen wordt overschreden, wordt er bij een gelijk puntenaantal op de grens van het plafond geloot.

De beslistermijn is 22 weken na afloop van de aanvraagperiode, dus na 30 juni 2026. Als aanvullende informatie nodig is, wordt de beslistermijn opgeschort.

Bevoorschotting

Bij verlening van de subsidie wordt ambtshalve een voorschot verstrekt van 50% van de verleende subsidie.

Deelbetalingen

Je kunt een deelbetaling aanvragen voor minimaal 25% van de verleende subsidie of minimaal € 50.000, en maximaal één keer per jaar. Omdat het hier gaat om subsidie van € 125.000 of meer (arrangement 3), wordt een deelbetaling verstrekt op basis van gemaakte kosten en betalingen, onderbouwd met een inhoudelijk verslag en een financieel verslag. Voorschotten en deelbetalingen samen bedragen nooit meer dan 90% van de verleende subsidie; de laatste 10% volgt bij de vaststelling.

Voortgangsrapportage

Als de uitvoeringsperiode langer dan 12 maanden duurt, ben je verplicht jaarlijks een voortgangsverslag in te dienen. Dit verslag bevat onder meer een beschrijving van de uitgevoerde activiteiten, eventuele afwijkingen van het projectplan met oorzaak, de geplande activiteiten voor het komende jaar, maatregelen tegen achterstand, de financiële voortgang (kostenoverzicht, financieringsoverzicht, financiële planning) en een opgave van de gerealiseerde resultaten.

Verplichtingen tijdens de looptijd

  • De activiteiten moeten voor 30 juni 2028 zijn uitgevoerd (met mogelijkheid tot verlenging tot uiterlijk 31 december 2028 bij onvoorziene omstandigheden, aan te vragen uiterlijk een dag voor het verstrijken van de termijn).
  • Je houdt een projectadministratie bij die inzicht geeft in de voortgang, kosten en betalingen, en (bij loonkosten of eigen arbeid zonder vereenvoudigde kostenoptie) de bestede uren per persoon.
  • Je maakt kennis en resultaten van het project openbaar via het nationale en Europese EIP-netwerk en andere geëigende netwerken.
  • Je voldoet aan de communicatieverplichtingen (EU-logo en slagzin).
  • Wijzigingen die essentieel zijn voor het project (bijvoorbeeld vertraging, wijziging van resultaat, kosten, begunstigde, samenwerkingsverband of penvoerder) meld je zo snel mogelijk en vóór de wijziging is doorgevoerd, niet achteraf.

Vaststelling

Na afronding van het project dien je binnen 13 weken na de einddatum (uiterlijk 1 april 2029) een vaststellingsverzoek in. Omdat het gaat om subsidie van € 125.000 of meer, lever je zowel een inhoudelijk verslag als een financieel verslag, met onderbouwing dat alle facturen, bonnen en betaalbewijzen aantoonbaar op het project betrekking hebben. Gedeputeerde Staten stellen de subsidie vast binnen 22 weken na ontvangst van het vaststellingsverzoek; dit bedrag kan nooit hoger zijn dan het verleende bedrag. Bij een positief besluit ontvang je het resterende bedrag; bij te veel ontvangen subsidie moet je terugbetalen.

Controles

Je bent verplicht mee te werken aan controles, waaronder administratieve controles (die altijd plaatsvinden), controles ter plaatse door de NVWA, controles door de Auditdienst Rijk, instandhoudingscontroles en controles door de Europese Commissie of Rekenkamer.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 7 documenten bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Subsidie samenwerking integrale gebiedsontwikkeling Zeeland 2026 (NSP). Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Provincie Zeeland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.