GeslotenRijk · Landelijk · Subsidie

Samenwerken aan innovatie (EIP) dierwaardige ketendeals

Ook bekend als EIP

Wat is de Samenwerken aan innovatie (EIP) dierwaardige ketendeals?

Deze subsidie is voor ondernemers die dierenwelzijn willen verbeteren door samen te werken in de keten, bijvoorbeeld door producten te ontwikkelen, te testen en te vermarkten die op een dierwaardigere manier zijn geproduceerd. Je vraagt de subsidie aan als samenwerkingsverband, niet als individueel bedrijf.

Een samenwerkingsverband bestaat uit minimaal één veehouder (uit de sector pluimvee, varkens of rundvee) en minimaal één afzetkanaal, zoals een supermarkt, horecazaak, catering of slager. Andere partijen mogen ook meedoen, zoals extra veehouders, verwerkende industrie of een groothandel.

Je krijgt per samenwerkingsverband minimaal € 125.000 en maximaal € 500.000. Voorbereidings- en uitvoeringskosten worden volledig vergoed (100%), investeringen in bedrijfsmiddelen voor 40%. Het totale budget van € 6 miljoen is verdeeld over drie sectoren: rundvee, varkens en pluimvee.

Je vraagt aan met een penvoerder: één van de deelnemers die namens het samenwerkingsverband de aanvraag doet en het contact met RVO onderhoudt. Bij de aanvraag lever je een projectplan, een begroting en een samenwerkingsovereenkomst aan, allemaal volgens verplichte formats. Een onafhankelijke adviescommissie beoordeelt je project op effectiviteit, haalbaarheid, efficiëntie en innovatie. Je moet minimaal 30 van de 50 punten scoren. Het budget gaat naar de hoogst scorende projecten binnen elke sector, niet op volgorde van binnenkomst.

De aanvraagperiode loopt van 2 april 2026 09:00 uur tot 2 juni 2026 17:00 uur. Als je project wordt goedgekeurd, hoort het bij het netwerk Europees Innovatie Partnerschap (EIP), waar projecten van elkaar leren.

Wie komt in aanmerking voor de Samenwerken aan innovatie (EIP) dierwaardige ketendeals?

Je komt in aanmerking als je met een samenwerkingsverband een project uitvoert dat gaat over innovatie voor een dierwaardige, toekomstbestendige landbouw. Hier vallen partijen af die niet aan de kernvoorwaarden voldoen.

Je bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
Je bent een onderneming
Je sector valt onder SBI landbouw
Je vraagt aan in een samenwerkingsverband
Deze regeling vereist meerdere partners.
De definitieve beoordeling ligt bij Rijk.

Harde eisen aan het samenwerkingsverband:

  • Je vormt een samenwerkingsverband van minimaal één veehouder en minimaal één afzetkanaal. Een afzetkanaal is een partij die rechtstreeks aan consumenten levert, zoals een supermarkt, horeca, catering, bedrijfsrestaurant, slager of online kanaal. Heb je geen veehouder of geen afzetkanaal in je samenwerkingsverband, dan komt de aanvraag niet in aanmerking.
  • De veehouder moet uit een van deze drie sectoren komen: pluimvee (legkippen, opfoklegkippen, vleeskuikens of ouderdieren), varkens, of rundvee. Een veehouder uit een andere sector telt niet mee als verplichte deelnemer.
  • Andere deelnemers mogen ook meedoen, zoals extra veehouders, andere ketenschakels (bijvoorbeeld verwerkende industrie) of een groothandel die niet rechtstreeks aan consumenten levert. Dit zijn aanvullingen, geen vervanging van de verplichte combinatie veehouder plus afzetkanaal.

Harde eisen aan het aanvraagproces:

  • Je dient je aanvraag in binnen de openstellingsperiode: van 2 april 2026 09:00 uur tot 2 juni 2026 17:00 uur. Vraag je te vroeg of te laat aan, dan wordt je aanvraag niet behandeld.
  • Eén deelnemer treedt op als penvoerder en doet de aanvraag namens het samenwerkingsverband. Alle deelnemers moeten de penvoerder machtigen door de samenwerkingsovereenkomst te ondertekenen. Ontbreekt deze ondertekening van (een van) de deelnemers, dan is de aanvraag niet compleet.
  • Je gebruikt de verplichte formats voor projectplan, begroting en samenwerkingsovereenkomst. Werk je niet met deze formats, dan voldoet je aanvraag niet aan de eisen.
  • Je moet minimaal 30 van de maximaal 50 punten scoren op de beoordelingscriteria. Scoor je lager, dan komt je project niet in aanmerking voor subsidie, ook niet als er nog budget over is.
  • Per sector (rundvee, varkens, pluimvee) is een apart deel van het budget beschikbaar. Is het budget voor jouw sector op, dan val je alsnog af, ook al scoor je voldoende punten.

Verder geldt: ben je al gestart met de uitvoering van je project of ben je al verplichtingen aangegaan voor uitvoeringskosten voordat je de aanvraag deed, dan krijg je voor dat deel geen subsidie. Voorbereidingskosten mag je wel meenemen, maar alleen als deze niet langer dan een jaar voor je aanvraag zijn gemaakt en direct horen bij het vinden van deelnemers, het opstellen van het projectplan of het opstellen van de samenwerkingsovereenkomst.

Waarvoor krijg je subsidie?

Je krijgt subsidie voor drie soorten kosten, elk met een eigen vergoedingspercentage: voorbereidingskosten en uitvoeringskosten worden voor 100% vergoed, investeringen in bedrijfsmiddelen voor 40%.

Voorbereidingskosten (100% vergoed)

Dit zijn kosten die je maakt voordat je de aanvraag indient, tot maximaal een jaar voor de aanvraagdatum. Het gaat alleen om kosten die direct horen bij de voorbereiding van de subsidieaanvraag:

  • deelnemers aan het samenwerkingsverband vinden;
  • een projectplan opstellen;
  • de samenwerkingsovereenkomst opstellen.

Uitvoeringskosten (100% vergoed)

Dit zijn kosten die horen bij de uitvoering van je project, zoals:

  • coördinatie van het samenwerkingsverband;
  • operationele activiteiten die direct te maken hebben met de uitvoering van het project;
  • projectmanagement en projectadministratie;
  • onderzoek doen;
  • verbruikskosten tijdens de projectperiode, bijvoorbeeld brandstof;
  • prototypes en modellen ontwikkelen;
  • arbeidskosten die worden uitgegeven aan de uitvoering van het project;
  • het verspreiden van opgedane kennis.

Ben je vóór je subsidieaanvraag al gestart met de uitvoering van je project, of heb je al verplichtingen aangegaan voor uitvoeringskosten? Dan krijg je voor dat deel van de activiteiten en kosten geen subsidie.

Investeringen in bedrijfsmiddelen (40% vergoed)

Bedrijfsmiddelen zijn vaste bezittingen die voor langere tijd bij het bedrijf horen en gebruikt worden voor de bedrijfsvoering, zoals gebouwen, machines en inventaris. Hieronder vallen:

  • bouw of verbetering van onroerende zaken;
  • kosten voor verwerving of leasing van onroerende zaken;
  • (huur)koop van nieuwe machines en installaties, tot maximaal de marktwaarde;
  • software, hardware en de bijbehorende licenties die je in het project koopt.

Arbeidskosten binnen de begroting

Arbeidskosten bestaan uit loonkosten (uren van personeel in loondienst van een deelnemer) en eigen arbeid (onbetaalde arbeid, bijvoorbeeld door een zzp'er, eenmanszaak of maten/vennoten van een maatschap of vof). Arbeidskosten mogen alleen gemaakt worden door deelnemers aan het samenwerkingsverband, inclusief de penvoerder. Huur je mensen in voor arbeid of diensten? Dan valt dit onder overige kosten (kosten derden), niet onder arbeidskosten.

Voor eigen arbeid geldt, als je kiest voor berekening zonder vereenvoudigde kostenoptie (VKO), een vast uurtarief van € 50.

Rekenmethode: vereenvoudigde kostenoptie (VKO)

Je kunt kiezen uit drie manieren om je subsidiabele kosten te berekenen:

  • geen VKO: subsidie op basis van werkelijke kosten en individuele uurtarieven;
  • VKO voor arbeidskosten: je krijgt een forfaitair bedrag voor arbeidskosten, berekend als 23% van de overige kosten, en hoeft in je betaalverzoek geen arbeidskosten los op te geven;
  • VKO voor overige kosten: je krijgt een forfaitair bedrag voor kosten derden, bijdragen in natura (waaronder vrijwilligersuren) en afschrijvingen, berekend als 40% van de arbeidskosten, en hoeft deze kosten niet los op te geven in je betaalverzoek.

Kies je voor geen VKO, dan wordt automatisch een vast opslagpercentage van 15% voor overheadkosten berekend.

Niet-verrekenbare btw

Kun je de btw niet verrekenen, dan kun je deze btw ook als subsidiabele kostenpost opgeven. Hiervoor gebruik je een apart kostentype ('niet verrekenbare btw') en een aparte declaratieregel. Je moet dan een btw-verklaring meesturen, opgesteld door een AA- of RA-accountant of een fiscaal jurist.

Wat je niet mag doen

Je mag subsidiabele kosten maar één keer declareren. Kosten en verplichtingen die je al vóór de aanvraag bent aangegaan voor de uitvoering van het project, komen niet in aanmerking.

Onderbouw elke kostenpost met bewijsstukken zoals offertes, facturen, loonstroken of urenregistraties, en laat zien dat de bedragen passend en marktconform zijn.

Hoeveel subsidie krijg je?

Per samenwerkingsverband krijg je minimaal € 125.000 en maximaal € 500.000 subsidie. Het totale budget voor deze openstelling is € 6.000.000, verdeeld over drie sectoren: € 3 miljoen voor rundvee, € 1,5 miljoen voor varkens en € 1,5 miljoen voor pluimvee (alleen kippen).

Het percentage dat je vergoed krijgt, verschilt per kostensoort:

  • Voorbereidingskosten: 100% vergoed.
  • Uitvoeringskosten: 100% vergoed.
  • Investeringen in bedrijfsmiddelen: 40% van de kosten vergoed.

Dit betekent dat de hoogte van je subsidie sterk afhangt van de verdeling van je kosten over deze drie categorieën. Een project met veel investeringen levert relatief minder subsidie op dan een project met vooral voorbereidings- en uitvoeringskosten, omdat investeringen maar voor 40% meetellen.

Het budget wordt niet verdeeld op volgorde van binnenkomst, maar op kwaliteit. Een onafhankelijke adviescommissie beoordeelt elk project op vier selectiecriteria en kent per criterium punten toe (0 tot en met 5), die worden vermenigvuldigd met een wegingsfactor:

  • Effectiviteit: wegingsfactor 4, maximaal 20 punten.
  • Haalbaarheid: wegingsfactor 3, maximaal 15 punten.
  • Efficiëntie: wegingsfactor 1, maximaal 5 punten.
  • Innovatie: wegingsfactor 2, maximaal 10 punten.

Het maximaal haalbare totaal is 50 punten. Je moet minimaal 30 punten scoren om voor subsidie in aanmerking te komen. Binnen elke sector gaat het beschikbare budget naar de aanvragers die het hoogst scoren, tot het sectorbudget op is. Scoor je onder de 30 punten, dan val je af, ook als er nog budget beschikbaar is.

Wil je zelf minder subsidie aanvragen dan het berekende maximum, dan kan dat: in het begrotingsformat vul je dan je eigen gewenste subsidiebedrag in.

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
20262 apr 20262 jun 2026€ 6 mlnTender (rangschikking na sluiting)
Openstelling-2 jun 2026--

Wat zijn de voorwaarden van de Samenwerken aan innovatie (EIP) dierwaardige ketendeals?

Hier val je op af

Voordat je project inhoudelijk beoordeeld wordt, moet je aan een aantal harde voorwaarden voldoen:
Je vormt een samenwerkingsverband van minimaal één veehouder (uit de sector pluimvee, varkens of rundvee) en minimaal één afzetkanaal.
Je dient je aanvraag in binnen de openstellingsperiode, van 2 april 2026 09:00 uur tot 2 juni 2026 17:00 uur.
Je levert de verplichte bijlagen aan: het projectplan, de begroting, de onderbouwing van de begroting en de samenwerkingsovereenkomst, allemaal in de voorgeschreven formats.
Alle deelnemers ondertekenen de samenwerkingsovereenkomst, waarmee ze de penvoerder machtigen.
Je scoort minimaal 30 van de maximaal 50 punten bij de beoordeling.
Je valt onder een van de drie sectoren waarvoor budget beschikbaar is, en er is op het moment van toekenning nog budget in die sector.

Waarop wordt beoordeeld

  1. Een onafhankelijke adviescommissie beoordeelt elk project op vier criteria. Per criterium scoor je 0 tot en met 5 punten, vermenigvuldigd met een wegingsfactor:
  2. Effectiviteit: wegingsfactor 4, maximaal 20 punten.
  3. Haalbaarheid: wegingsfactor 3, maximaal 15 punten.
  4. Efficiëntie: wegingsfactor 1, maximaal 5 punten.
  5. Innovatie: wegingsfactor 2, maximaal 10 punten.

Het maximale totaal is 50 punten. Het budget per sector gaat naar de aanvragers die op dit totaal het hoogst scoren, tot het minimum van 30 punten. Dit betekent: geld gaat niet naar wie het eerst binnen is, maar naar de best beoordeelde projecten binnen het sectorbudget.

Voor het criterium innovatie is relevant dat je in het projectplan (onderdeel 3.L) beschrijft op welke manier je project verder gaat dan wat al wettelijk verplicht is. Een project dat alleen ziet op maatregelen die al verplicht zijn, wordt niet als innovatief beschouwd en scoort dus lager op dit criterium.

Bij het projectthema (onderdeel 3.E) kruis je minimaal één van de genoemde thema's aan en motiveer je waarom je project daar goed bij past, bijvoorbeeld duurzame verdienmodellen, marktgerichtheid, biodiversiteit, klimaat, of maatschappelijke verwachtingen rond voedsel, gezondheid en dierenwelzijn. De aandacht moet liggen op de maatregelen uit het Convenant stappen naar dierwaardige veehouderij.

Een extra bijlage, het communicatieplan, is niet verplicht maar kan zorgen voor een hogere score bij de beoordeling door de adviescommissie.

Wat moet je na toekenning doen?

Na goedkeuring van je project gelden verplichtingen die vooral bij de penvoerder en de individuele deelnemers liggen:

  • De penvoerder onderhoudt het contact met RVO namens het samenwerkingsverband, doet de subsidie-, deelbetaling- en vaststellingsaanvraag, geeft wijzigingen door en informeert de andere deelnemers.
  • De penvoerder ontvangt het subsidiebedrag en is verantwoordelijk voor het verdelen ervan over de deelnemers.
  • De bewijslast van uren en kosten ligt bij de individuele deelnemers zelf. Zij leveren deze informatie aan bij de penvoerder, die het vervolgens verzamelt en aanlevert bij RVO.
  • Iedere deelnemer is zelf verantwoordelijk voor het volgen van de subsidieverplichtingen en -voorwaarden voor zijn of haar eigen deel.
  • Is er te veel uitbetaald? Dan wordt (een deel van) het bedrag teruggevorderd. Dit gebeurt bij iedere deelnemer aan het samenwerkingsverband afzonderlijk.
  • Wijzigingen in je project, bijvoorbeeld in de subsidiabele activiteiten waarvoor je kosten maakt, moet je vooraf doorgeven. Een wijziging kan gevolgen hebben voor de beoordeling van je kosten.
  • Voer je publiciteitsactiviteiten uit? Dan gelden hiervoor verplichtingen vanuit de Europese Unie. Deze worden benoemd in een eventuele positieve verleningsbeschikking.
  • Ben je aanbestedingsplichtig? Dan houd je je aan de eisen van de Aanbestedingswet en lever je bij elk betaalverzoek met aanbestede opdrachten een aanbestedingscode aan.
  • Bij subsidies tot € 125.000 wordt de subsidie vastgesteld op basis van deelprestaties. Formuleer deze daarom zo duidelijk mogelijk in het projectplan. Omdat het minimale subsidiebedrag voor deze openstelling € 125.000 is, geldt deze werkwijze in de praktijk hier niet, maar het begrotingsformat wijst hier wel op.
  • Krijg je € 125.000 of meer subsidie (wat bij deze regeling voor iedereen geldt), dan gebruik je de tabbladen 7, 8 en 9 van het begrotingsformat voor je betaalverzoeken (deelbetaling of vaststelling), inclusief onderbouwing met bewijsstukken zoals facturen, betaalbewijzen en urenregistraties.

Hoe vraag je de Samenwerken aan innovatie (EIP) dierwaardige ketendeals aan?

Je doorloopt de aanvraag in een aantal stappen, binnen de openstellingsperiode van 2 april 2026 09:00 uur tot 2 juni 2026 17:00 uur 2026.

Stap 1: samenwerkingsverband vormen

Je vormt een samenwerkingsverband van minimaal één veehouder en minimaal één afzetkanaal. Je wijst een penvoerder aan: een van de deelnemers, bijvoorbeeld de projectleider, die de aanvraag namens iedereen indient en het contact met RVO onderhoudt.

Stap 2: samenwerkingsovereenkomst opstellen en ondertekenen

Je gebruikt het verplichte Format samenwerkingsovereenkomst EIP dierwaardige ketendeals 2026 (Word). Hierin beschrijf je:

  • alle deelnemers, met naam, rechtsvorm en categorie (veehouder, afzetkanaal of overig);
  • het doel en de looptijd van de samenwerking;
  • de manier van samenwerken en de interne besluitvorming;
  • de verdeling van taken en verantwoordelijkheden per deelnemer.

Dit document wordt ondertekend door alle deelnemers: de penvoerder en elke andere deelnemer, elk met naam, functie, plaats, datum en handtekening van een persoon met tekenbevoegdheid. Met deze ondertekening machtigt elke deelnemer de penvoerder om de aanvraag te doen.

Stap 3: projectplan opstellen

Je gebruikt het verplichte Format projectplan EIP dierwaardige ketendeals 2026 (Word). Hierin vul je onder meer in:

  • voor welk sectorbudget je aanvraagt (pluimvee, varkens of rundvee);
  • gegevens van de penvoerder en de andere deelnemers;
  • een korte en uitgebreide projectbeschrijving;
  • de aanleiding, het probleem, de oriëntatie op bestaand onderzoek en de projectdoelstelling;
  • het projectthema (minimaal één aankruisen en motiveren);
  • de fasering met start- en einddata en resultaten per fase;
  • hoe je de resultaten toetst en de kennis verspreidt;
  • risico's, randvoorwaarden en mogelijke negatieve omgevingseffecten;
  • op welke manier het project verder gaat dan wat al wettelijk verplicht is (relevant voor de score op innovatie);
  • je keuze voor de rekenmethode (VKO of geen VKO);
  • de financiering, per deelnemer, met gevraagde subsidie, overige subsidies en eigen bijdrage;
  • eventueel een toelichting op aanbesteding, als deelnemers aanbestedingsplichtig zijn.

Stap 4: begroting opstellen

Je gebruikt het verplichte Format begroting en betaalverzoeken EIP dierwaardige ketendeals 2026 (Excel). Voor de aanvraag vul je de tabbladen 1 tot en met 6 in:

  • tabblad 1: aanvraaggegevens (relatienummer penvoerder, naam penvoerder, naam project, gekozen rekenmethode);
  • tabblad 2: alle projectdeelnemers, inclusief KVK- en btw-nummer;
  • tabblad 3: de deelprestaties die je verwacht te halen (alleen verplicht als daar in het openstellingsbesluit om gevraagd wordt);
  • tabblad 4: rekenhulp loonkosten, als je werkt zonder VKO voor arbeidskosten;
  • tabblad 5: alle kosten per projectdeelnemer, deelprestatie, subsidiabele activiteit en kostentype;
  • tabblad 6: het begrotingsoverzicht, dat je overneemt op het aanvraagformulier in Mijn RVO.

Stap 5: onderbouwing van de begroting verzamelen

Je voegt bewijsstukken toe zoals offertes, loonstroken of een uitgebreide motivatie waaruit blijkt dat de bedragen passend en marktconform zijn. Zonder deze onderbouwing kan RVO de begroting niet goed beoordelen.

Stap 6: aanvraag indienen via Mijn RVO

De penvoerder dient de aanvraag in bij Mijn RVO, met daarbij:

  • het projectplan;
  • de begroting;
  • de onderbouwing van de begroting;
  • de samenwerkingsovereenkomst, ondertekend door alle deelnemers.

Afhankelijk van je situatie voeg je ook toe, als dat van toepassing is:

  • documenten rondom aanbesteding, als één of meer deelnemers aanbestedingsplichtig zijn;
  • een bewijs van verlening of betaling van andere overheidssubsidies, als je die voor dit project hebt ontvangen;
  • vergunningsdocumenten, voor elke vergunningsaanvraag die nodig is;
  • een btw-verklaring van een AA- of RA-accountant of fiscaal jurist, als je niet-verrekenbare btw als kostenpost opgeeft.

Optioneel kun je een communicatieplan toevoegen (6.C); dit is geen verplichte bijlage, maar kan wel een hogere score opleveren bij de beoordeling.

Wil je een adviseur machtigen om de aanvraag namens jou te doen? Dan machtig je deze adviseur via Mijn RVO, onder Machtigingen > Mijn machtigingen > Registreren en beheren, met de keuze Samenwerken aan innovatie (EIP).

Heb je vragen over de regeling of het aanvraagproces, dan kun je de EIP Subsidie Buddy raadplegen, een AI-chatbot die nog in ontwikkeling is. Controleer altijd zelf of de gegeven informatie klopt.

Verdeling: Tender (rangschikking na sluiting). Een sterke, complete aanvraag maakt het verschil.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Na het indienen van je aanvraag beoordeelt een onafhankelijke adviescommissie je project op de vier selectiecriteria (effectiviteit, haalbaarheid, efficiëntie en innovatie).

Toekenning en budgetverdeling

De adviescommissie kent punten toe per criterium (0 tot en met 5), vermenigvuldigd met de wegingsfactor, tot een maximum van 50 punten. Je moet minimaal 30 punten scoren om in aanmerking te komen. Binnen elk sectorbudget (rundvee, varkens, pluimvee) gaat het geld naar de hoogst scorende aanvragers, tot het sectorbudget van € 3 miljoen (rundvee), € 1,5 miljoen (varkens) of € 1,5 miljoen (pluimvee) op is. Wordt je aanvraag goedgekeurd, dan hoort je project bij het netwerk Europees Innovatie Partnerschap (EIP), waarbinnen projecten van elkaar kunnen leren.

Uitbetaling: deelbetalingen en vaststelling

De penvoerder dient namens het samenwerkingsverband betaalverzoeken in: dit kunnen deelbetalingen zijn tijdens de looptijd, of een vaststellingsverzoek aan het einde van het project waarbij je de (laatst) gemaakte kosten declareert. Hiervoor gebruik je de tabbladen 7, 8 en 9 van het begrotingsformat:

  • tabblad 7: rekenhulp voor de individuele uurtarieven bij loonkosten, inclusief eventuele IKS-tarieven;
  • tabblad 8: alle kosten die je wilt declareren, met onder meer kostentype, factuurnummer, factuurdatum en betaaldatum;
  • tabblad 9: een samenvatting per betaalverzoek, die je overneemt in je digitale betaalverzoek in Mijn RVO.

Bij elk betaalverzoek stuur je de bijbehorende bewijsstukken mee, zoals facturen, betaalbewijzen, loonstroken en urenregistraties. Factuurdata worden gecontroleerd: liggen ze vóór de ontvangstdatum van je aanvraag, dan krijg je daarvoor alleen subsidie als het voorbereidingskosten zijn binnen de toegestane termijn van een jaar. Liggen ze meer dan een jaar voor de ontvangstdatum, dan komen deze kosten niet in aanmerking. Liggen ze na de einddatum van het project, dan is dat ook een aandachtspunt bij de beoordeling van je betaalverzoek.

Verplichtingen tijdens de looptijd

  • De penvoerder onderhoudt het contact met RVO, dient de deelbetaling- en vaststellingsaanvragen in, geeft wijzigingen door en informeert de andere deelnemers.
  • De penvoerder ontvangt het totale subsidiebedrag en verdeelt dit over de deelnemers.
  • Iedere individuele deelnemer blijft zelf verantwoordelijk voor de bewijslast van zijn eigen uren en kosten, en levert deze aan bij de penvoerder.
  • Wijzigingen in je project (bijvoorbeeld in de subsidiabele activiteiten) moet je vooraf doorgeven; dit kan gevolgen hebben voor de beoordeling van je kosten.
  • Je mag subsidiabele kosten maar één keer declareren.
  • Voer je publiciteitsactiviteiten uit, dan gelden daarvoor verplichtingen vanuit de Europese Unie; deze staan in de verleningsbeschikking als je project wordt goedgekeurd.

Terugvordering

Is er te veel subsidie uitbetaald, dan wordt (een deel van) het bedrag teruggevorderd. Dit gebeurt bij iedere deelnemer aan het samenwerkingsverband afzonderlijk, niet alleen bij de penvoerder.

Voor meer informatie over wat er specifiek na de aanvraag gebeurt, verwijst het loket naar de pagina "EIP: Na uw aanvraag".

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 3 documenten bij deze regeling, waarvan er 3 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Samenwerken aan innovatie (EIP) dierwaardige ketendeals. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van de verstrekker. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.