GeslotenRijk · Landelijk · Subsidie

DEI+: Waterstof en groene chemie

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Wat is de DEI+: Waterstof en groene chemie?

DEI+ Waterstof en groene chemie is subsidie voor bedrijven die een innovatieve techniek testen of demonstreren op het gebied van waterstof en groene chemie, met als doel minder CO2-uitstoot in Nederland. Je krijgt de subsidie voor pilotprojecten, demonstratieprojecten of test- en experimenteerinfrastructuurprojecten. Denk aan transport en opslag van waterstof(dragers), waterstof als brandstof in de industrie, groene waterstof als grondstof voor e-fuels of chemie, elektrochemische omzetting van CO2, plasmatechnologie of de productie van waterstof via elektrolyse.

De regeling is bedoeld voor bedrijven in Nederland, Bonaire, Sint Eustatius of Saba. Provincies en gemeentes mogen meedoen maar krijgen zelf geen subsidie, waterschappen kunnen onder voorwaarden wel subsidie krijgen.

Het budget van € 38.000.000 komt van GroenvermogenNL. De maximale subsidie per project is € 30.000.000 voor een demonstratieproject en € 25.000.000 voor een pilotproject of test- en experimenteerinfrastructuurproject.

Je vraagt aan via het eLoket van RVO met eHerkenning (minimaal betrouwbaarheidsniveau 3). Het loket is open van 27 januari 2026 09:00 tot 30 juli 2026 17:00. Voordat je aanvraagt is het slim om een projectideeformulier in te vullen: dan krijg je advies of je project past en welke kansen er zijn. De aanvraag bestaat uit een aanvraagformulier, projectplan, begroting, financieringsplan en, afhankelijk van je situatie, een exploitatieberekening, plan voor kennisverspreiding en verklaring dat je geen onderneming in moeilijkheden bent. RVO beoordeelt op volgorde van binnenkomst en beslist binnen 8 weken na een complete aanvraag, met mogelijkheid tot verlenging.

Wie komt in aanmerking voor de DEI+: Waterstof en groene chemie?

Je komt in aanmerking als je een bedrijf bent in Nederland, Bonaire, Sint Eustatius of Saba dat een pilot- of demonstratieproject uitvoert op het gebied van waterstof en groene chemie, met als doel minder CO2-uitstoot in Nederland. Ook een deelnemer in een samenwerkingsverband kan aanvragen, mits er minstens één onderneming in het project kosten maakt. Provincies en gemeentes mogen meedoen maar ontvangen zelf geen subsidie; waterschappen kunnen onder bepaalde voorwaarden wel subsidie ontvangen.

Je bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
De definitieve beoordeling ligt bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Je valt af in de volgende gevallen:

  • Je project past niet bij één van de subthema's binnen Waterstof en groene chemie (transport en opslag van waterstof(dragers) met conversiestap, gebruik van waterstof als brandstof in de industrie, groene waterstof als grondstof, elektrochemische omzetting van CO2, plasmatechnologie, of waterelektrolyse met randvoorwaardelijke innovaties).
  • Je project gaat over transport en opslag van fossiele waterstof(dragers).
  • Je project gaat over blauwe waterstof (productie uit aardgas met CO2-afvang).
  • Je project gaat over de productie van waterstof uit biomassa of afval.
  • Je project gaat over waterstoftankinfrastructuur.
  • Je project richt zich op verduurzaming van de gebouwde omgeving.
  • Je start al met het project, gaat verplichtingen aan of maakt kosten voordat je de aanvraag hebt ingediend.
  • Je onderneming is een "onderneming in moeilijkheden" zoals bedoeld in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.
  • Je kunt niet voldoende aantonen dat de financiering van je eigen aandeel in de projectkosten rondkomt op het moment van indienen.
  • Je project duurt langer dan 4 jaar of het is niet aannemelijk dat je binnen die termijn klaar bent (let op vergunningen en levertijden van apparatuur).
  • Je start niet binnen 6 maanden na de subsidiebeschikking met de uitvoering.
  • De onderbouwing van de technische werking of de slaagkans in de Nederlandse markt is onvoldoende.
  • Bij samenwerking met een onderzoeksorganisatie: die organisatie maakt het merendeel van de kosten (dan is de samenwerking onvoldoende evenwichtig).
  • Het is aannemelijk dat je het project ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging kunt uitvoeren (geen stimulerend effect).
  • Voor CO2-hergebruik geldt een extra afwijzingsgrond: het is voldoende aannemelijk dat het project ook zonder subsidie tot stand komt.

Verder geldt dat het budget van € 38.000.000 op is wanneer het op is: subsidie gaat op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen, niet op kwaliteit of loting. Ben je te laat of is het budget uitgeput, dan val je alsnog af ondanks een goed project.

Waarvoor krijg je subsidie?

Welke kosten subsidiabel zijn, hangt af van het type project: pilotproject, demonstratieproject of test- en experimenteerinfrastructuurproject.

Pilotprojecten

Je kiest één van drie manieren om kosten te berekenen:

  • Loonkosten-plus-vaste-opslag-systematiek: directe loonkosten van projectmedewerkers (uurtarief = directe loonkosten gedeeld door productieve uren per jaar), plus een vaste opslag van 50% over de directe loonkosten voor overheadkosten (huisvesting, kantoorapparatuur, binnenlandse reizen).
  • Vaste-uurtarief-systematiek: een vast tarief van € 80 per gewerkt uur, als vergoeding voor loonkosten én overhead samen. Let op: gebruik je deze systematiek, dan mag je je eigen bijdrage in de projectkosten niet financieren uit de subsidie voor projecturen.
  • Integrale kostensystematiek (IKS): loonkosten berekend via het IKS-tarief van de functiegroep. Wil je dit voor het eerst gebruiken, dan moet je eerst een Eigen verklaring naar iks@rvo.nl sturen ter toetsing.

Bij alle drie de systematieken komen ook deze kosten in aanmerking:

  • Apparatuur: alleen de afschrijfkosten gedurende het project, met een afschrijfperiode van minimaal 5 jaar (dezelfde als in je eigen boekhouding). Boek je apparatuurkosten direct in de winst- en verliesrekening en heeft de apparatuur na het project geen restwaarde, dan komen alle kosten in aanmerking (moet je onderbouwen).
  • Verbruikte materialen en hulpmiddelen: de werkelijke kosten.
  • Kosten van derden (uitbesteding), zoals engineeringskosten of externe laboratoriumanalyses.

Niet subsidiabel bij pilotprojecten zijn onder meer: controleverklaring, binnenlandse reiskosten, financieringskosten, administratief projectmanagement en kennisverspreiding. Onvoorziene kosten ("contingency") mag je niet als aparte post opnemen; alle kosten moet je toewijzen aan een specifieke activiteit of installatie.

Demonstratieprojecten

Hier gaat het om investeringskosten in materiële en eventueel immateriële activa die op de balans van de aanvrager worden geactiveerd. Er zijn twee varianten:

  • Projecten zonder infrastructuur (artikel 36, 38, 41 of 47 AGVV): subsidiabel zijn in beginsel de (extra) investeringskosten ten opzichte van een referentie-investering, dat is een realistisch alternatief zonder de innovatie. Je moet deze referentie-investering opvoeren; het weglaten ervan wordt meestal niet geaccepteerd. Onder artikel 38 bis en 41 AGVV is geen referentie-investering nodig; daar zijn de totale investeringskosten subsidiabel.
  • Projecten met infrastructuur (artikel 46 of 56 AGVV): de investeringskosten zijn subsidiabel. Bij lokale infrastructuur (artikel 56) is het steunbedrag nooit hoger dan de in aanmerking komende kosten minus de exploitatiewinst van de investering.

Voor de productie van waterstof met een elektrolyser die ook niet-hernieuwbare waterstof produceert (artikel 36 AGVV) geldt een specifieke referentiekostenformule op basis van een stoommethaanreforminginstallatie (SMR): (aantal jaarlijkse vollasturen elektrolyse / 8000) × € 327,5k per MW_e elektrolyser. Produceert de elektrolyser uitsluitend hernieuwbare waterstof (artikel 41 AGVV), dan hoef je geen referentie-investering op te voeren.

In een demonstratieproject mag je nog wat experimentele ontwikkeling (testwerkzaamheden) opvoeren, zolang het geheel geen pilotproject wordt; deze kosten voer je op in het begrotingstabblad 'Pilot'.

Test- en experimenteerinfrastructuurprojecten

Subsidiabel zijn de investeringskosten in materiële en immateriële activa. Exploitatiekosten zijn niet subsidiabel.

Algemeen

Ben je btw-plichtig, dan mag je de btw niet in de begroting opnemen (die verrek je via de aangifte omzetbelasting). Ben je niet btw-plichtig, dan mag btw over bepaalde kostenposten wel meegenomen worden. Kosten moet je rechtstreeks kunnen toekennen aan het project en administratief onderbouwen (gewerkte uren, facturen). Bij zuster- of dochterondernemingen die samen in een project zitten: kosten voer je op bij de entiteit die ze daadwerkelijk maakt en betaalt, of bij "kosten derden" als er onderlinge facturatie is.

Hoeveel subsidie krijg je?

De maximale subsidie per project is € 30.000.000 voor een demonstratieproject en € 25.000.000 voor een pilotproject of test- en experimenteerinfrastructuurproject. Het totale budget voor dit thema is € 38.000.000, gefinancierd vanuit GroenvermogenNL.

De subsidiepercentages hangen af van het type project en het toepasselijke AGVV-artikel:

  • Pilotproject / experimentele ontwikkeling (artikel 25 AGVV): 25% voor ondernemingen, 80% voor onderzoeksorganisaties (niet-economische activiteiten).
  • Test- en experimenteerinfrastructuurprojecten (artikel 26bis AGVV): 25%. Geen verhoging naar 80% voor onderzoeksorganisaties, omdat het om economische activiteiten gaat.
  • Demonstratieprojecten, milieuproject / installaties met zowel hernieuwbare als niet-hernieuwbare waterstofproductie (artikel 36 AGVV): 40% van de extra investeringskosten ten opzichte van de referentiesituatie. Kies je ervoor geen nulscenario vast te stellen, dan halveert dit naar 20%.
  • Hernieuwbare energie en hernieuwbare waterstof (artikel 41 AGVV): 45% van de totale investeringskosten voor productie-investeringen; 30% voor andere investeringen onder dit artikel, zoals opslag van energie of specifieke infrastructuur voor waterstof.

Opslagen (bovenop het percentage) voor alle projecttypen binnen deze regeling:

  • +10 procentpunten voor middelgrote ondernemingen.
  • +20 procentpunten voor kleine ondernemingen.

Voor demonstratieprojecten onder artikel 36 AGVV geldt een aparte opslag als je geen nulscenario vaststelt:

  • +5 procentpunten voor middelgrote ondernemingen.
  • +10 procentpunten voor kleine ondernemingen.

Minder subsidie aanvragen dan het maximum mag, en dat kan positief doorwerken in het beoordelingscriterium "kwaliteit van het project".

Voor demonstratieprojecten geldt een maximale subsidie van € 30.000.000, zoals ook blijkt uit de tabel in hoofdstuk 4.1 van de Handleiding DEI+.

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
Openstelling27 jan 202630 jul 2026--

Wat zijn de voorwaarden van de DEI+: Waterstof en groene chemie?

Hier val je op af

Je project past binnen een van de subthema's van Waterstof en groene chemie.
Je voert een pilot-, demonstratie- of test- en experimenteerinfrastructuurproject uit; deze categorieën zijn niet te combineren binnen één aanvraag.
Je project levert binnen 10 jaar na de start minder CO2-uitstoot in Nederland op.
De looptijd is maximaal 4 jaar.
Je start met de uitvoering binnen 6 maanden na de subsidiebeschikking.
Je start niet met het project, gaat geen verplichtingen aan en maakt geen kosten voordat je de aanvraag hebt ingediend. "Starten" betekent: begin van bouwwerkzaamheden, een juridisch bindende bestelling, of een andere onomkeerbare toezegging. Vooronderzoek, haalbaarheidsstudies en het aankopen van grond (waarvoor je geen subsidie vraagt) tellen niet als starten.
Je voert het project voor eigen rekening en risico uit.
Minstens één onderneming in het project maakt kosten.
Je onderneming is geen "onderneming in moeilijkheden" volgens de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.
Op het moment van indienen is voldoende zeker dat de financiering van je eigen aandeel in de projectkosten rondkomt.
Bij deelname van een onderzoeksorganisatie: er moet een getekende samenwerkingsovereenkomst zijn vóórdat de projectactiviteiten starten.

Waarop wordt beoordeeld

  1. RVO wijst je aanvraag onder meer af als:
  2. het project geen pilot- of demonstratieproject in de zin van de regeling is;
  3. het niet aannemelijk is dat je binnen 4 jaar klaar bent (let op vergunningen en levertijden);
  4. er onvoldoende vertrouwen is dat je het eigen aandeel kunt financieren (te weinig eigen vermogen, te vage verklaringen van financiers);
  5. je bij pilotprojecten de vaste-uurtarief-systematiek gebruikt en je eigen bijdrage financiert uit de subsidie voor projecturen;
  6. er onvoldoende vertrouwen is in de capaciteiten van de betrokkenen om het project uit te voeren;
  7. er onvoldoende vertrouwen is in de technische of economische haalbaarheid;
  8. de bijdrage aan CO2-reductie in Nederland binnen 10 jaar onvoldoende is;
  9. de kwaliteit van het project onvoldoende is, blijkend uit de uitwerking van aanpak en methodiek, de omgang met risico's, de uitvoerbaarheid, de deelnemende partijen, of de effectiviteit en efficiëntie van de inzet van middelen;
  10. de slaagkans van de innovatie in de Nederlandse markt en maatschappij onvoldoende is;
  11. er onvoldoende sprake is van vernieuwing ten opzichte van de stand van de techniek (internationaal voor pilotprojecten, Nederlands voor demonstratieprojecten);
  12. de samenwerking tussen ondernemer en onderzoeksorganisatie onevenwichtig is (de onderzoeksorganisatie maakt het merendeel van de kosten);
  13. de subsidie geen stimulerend effect heeft, omdat het aannemelijk is dat je de activiteiten ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging kunt uitvoeren;
  14. het plan voor kennisverspreiding van onvoldoende kwaliteit is;
  15. specifiek bij hergebruik van CO2: het voldoende aannemelijk is dat het project ook zonder subsidie tot stand komt.

Wat je moet doen na toekenning

VerplichtingWanneer
Start uiterlijk 6 maanden na de subsidiebeschikking met de uitvoering.uiterlijk 6 maanden na de subsidiebeschikking met de ui
Rond het project af binnen de looptijd van maximaal 4 jaar.binnen de looptijd van maximaal 4 jaar
Is er een onderzoeksorganisatie in het samenwerkingsverband: lever de getekende samenwerkingsovereenkomst aan vóór de startdatum. Ligt de startdatum vóór de dagtekening van de beschikking, dan moet RVO de overeenkomst al tijdens de beoordeling ontvangen; ontbreekt die, dan wordt de aanvraag afgewezen. Ligt de startdatum na de verlening, dan schort RVO bij ontbreken de betaling van voorschotten op; lever je de overeenkomst niet binnen 3 maanden, dan zet RVO het project stop, stelt de subsidie vast en kan verleende voorschotten terugvorderen.binnen 3 maanden
Voor het subthema 'Productie van waterstof' gelden aanvullende verplichtingen bij het indienen én bij subsidievaststelling en tot 5 jaar daarna, om te waarborgen dat het project daadwerkelijk bijdraagt aan CO2-reductie. Voor blijvende waterstofproductie-installaties kun je in plaats van de bestaande verplichtingen ook een gecertificeerde installatie via een goedgekeurd vrijwillig certificeringsschema aantonen.
Geef de voortgang van je project en eventuele wijzigingen door aan RVO.
Vraag na afloop de vaststelling van je subsidie aan.na afloop de vaststelling van je subsidie aa
Deel, waar relevant, kennis en resultaten uit het project (conform je plan voor kennisverspreiding), tenzij het bedrijfsgevoelige informatie betreft.

Hoe vraag je de DEI+: Waterstof en groene chemie aan?

De aanvraag verloopt in vijf stappen.

Stap 1: Projectidee indienen (optioneel maar aangeraden)

Twijfel je of je project past? Vul dan het projectideeformulier in via de RVO-website, of neem contact op met Klantcontact (088 042 42 42). Een projectadviseur beoordeelt je idee en adviseert over DEI+ of eventueel een andere regeling. Dit is niet verplicht maar wordt sterk aangeraden voordat je de formele aanvraag doet.

Stap 2: Subsidieaanvraag indienen

Je dient de aanvraag in via het eLoket van RVO, tussen 27 januari 2026 09:00 en 30 juli 2026 17:00. Je hebt hiervoor eHerkenning nodig met minimaal betrouwbaarheidsniveau 3; vraag dit tijdig aan, want dit kost een aantal werkdagen.

De aanvraag bestaat uit:

  • Het aanvraagformulier: vul je zelf in of laat je invullen door een intermediair, ondertekend met een digitale handtekening via eHerkenning. Machtig je een intermediair, dan voegt de penvoerder een machtiging van die intermediair als bijlage toe.
  • Bijlage 1, deelnemersformulier (aanmelding en machtiging): bij een samenwerkingsverband stuurt elke deelnemer een ondertekend machtigingsformulier mee, waarmee de deelnemer de penvoerder machtigt.
  • Bijlage 2, projectplan: beschrijving van je project, inclusief onderbouwing van de technische werking, de innovativiteit en de slaagkans in de Nederlandse markt.
  • Bijlage 3, begroting: de subsidiabele kosten volgens het toepasselijke begrotingsformat.
  • Bijlage 4, financieringsplan: onderdeel van projectplan en begroting, met onderbouwing van de financiering van je eigen aandeel (bijvoorbeeld bankverklaring, jaarverslag of businessplan).
  • Bijlage 5, exploitatieberekening: verplicht voor demonstratieprojecten en voor pilotprojecten waarbij de installatie na afloop in gebruik blijft.
  • Bijlage 6, plan voor kennisverspreiding: los of als onderdeel van het projectplan.
  • Bijlage 7, de-minimisverklaring: alleen relevant bij randvoorwaardelijke innovaties binnen het thema Verduurzaming Gebouwde Omgeving (niet standaard voor Waterstof en groene chemie).
  • Bijlage 8, verklaring 'geen onderneming in moeilijkheden': inclusief beslisschema, de meest recente (geconsolideerde) jaarcijfers en organogrammen (met aandelenverhouding) van de deelnemers.
  • Bijlage 9, overige bijlagen: eventuele extra onderbouwing.

Dien je aanvraag zeker 2 weken voor de sluitingsdatum (30 juli 2026) in, zodat RVO nog kan controleren of je aanvraag compleet is en je gemiste bijlagen kunt aanvullen. Aan die termijn van 2 weken kun je geen rechten ontlenen; je bent zelf verantwoordelijk voor tijdige en juiste aanlevering. Na de sluitingsdag kun je je aanvraag niet meer aanvullen.

Stap 3: Controle op volledigheid

RVO controleert of alle benodigde stukken zijn aangeleverd. Is je aanvraag compleet, dan wordt die in behandeling genomen. Heb je eerder dan 2 weken voor de sluitingsdatum ingediend en ontbreekt er iets, dan krijg je een verzoek om aan te vullen. Alle correspondentie gaat naar de penvoerder, of naar een intermediair als je dat aangeeft.

Stap 4: Inhoudelijke beoordeling

RVO beoordeelt aanvragen op volgorde van binnenkomst, waarbij de datum geldt waarop je aanvraag compleet is. RVO toetst of er inhoudelijke of financiële afwijzingsgronden zijn.

Stap 5: Uitsluitsel

Je krijgt binnen 8 weken na een complete aanvraag schriftelijk bericht (een beschikking) of je aanvraag wordt toegekend of afgewezen. RVO kan deze termijn met 8 weken verlengen. Let op: RVO moet alle positieve beschikkingen uiterlijk medio december versturen omdat het budget alleen voor 2026 beschikbaar is; in het najaar gelden daardoor vaak kortere reactietermijnen en beperktere uitstelmogelijkheden bij eventuele vragen.

Bij afwijzing ontvang je een schriftelijke beschikking met de reden, en kun je telefonisch een toelichting krijgen. RVO bekijkt dan samen met jou of een verbeterde aanvraag zinvol is. Kosten die je al gemaakt hebt vóór een eventuele herindiening komen niet in aanmerking, en een herindiening is niet altijd mogelijk als je al met het project gestart bent (de subsidie heeft dan geen stimulerend effect meer).

Wat gebeurt er na je aanvraag?

RVO beoordeelt je aanvraag en beslist op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen; de datum waarop je aanvraag compleet is, is bepalend. De beoordelingstermijn is 8 weken, met een mogelijke verlenging van nog eens 8 weken. Voldoet je project aan de voorwaarden en zijn er geen afwijzingsgronden van toepassing, dan krijg je subsidie zolang er budget beschikbaar is binnen het plafond van € 38.000.000.

Na een toekenning gelden verplichtingen tijdens de looptijd van je project (maximaal 4 jaar):

  • Je moet uiterlijk 6 maanden na de subsidiebeschikking starten met de uitvoering van je projectplan.
  • Is er een onderzoeksorganisatie betrokken en ligt je startdatum na de dagtekening van de beschikking, dan vraagt RVO in de beheerfase de getekende samenwerkingsovereenkomst op. Is die er niet, dan schort RVO de betaling van voorschotten op. Lever je die overeenkomst niet binnen 3 maanden aan, dan zet RVO het project stop, stelt de subsidie vast en kan eerder verstrekte voorschotten terugvorderen.
  • Via je account bij RVO kun je de voortgang van je project doorgeven, wijzigingen melden en uiteindelijk de vaststelling van je subsidie aanvragen.
  • Voor het subthema 'Productie van waterstof' gelden extra informatieverplichtingen, ook nog tot 5 jaar na subsidievaststelling, om te waarborgen dat het project daadwerkelijk bijdraagt aan CO2-reductie. Voor blijvende waterstofproductie-installaties kun je in plaats van de standaardverplichtingen ook aantonen dat je een gecertificeerde installatie hebt via een goedgekeurd vrijwillig certificeringsschema.
  • Zorg dat vergunningen voor bouw en ingebruikname op tijd geregeld zijn; vertraging hierin kan een reden zijn waarom RVO een aanvraag afwijst of, bij toekenning, waarom het project niet binnen de gestelde termijnen kan worden afgerond.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 1 document bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over DEI+: Waterstof en groene chemie. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.