Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+): Circulaire economie en grootschalige biobased projecten
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)
Ook bekend als DEI+, DEI+ Circulaire economie, DEI+ Biobased
Wat is de Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+): Circulaire economie en grootschalige biobased projecten?
Deze subsidie is bedoeld voor bedrijven die een innovatie willen testen of demonstreren die bijdraagt aan de circulaire economie: denk aan minder grondstoffengebruik, het vervangen van primaire door secundaire grondstoffen, circulair verwerken van afval, of circulair ontwerpen van producten. Je innovatie moet zorgen voor minder CO2-uitstoot, in Nederland of wereldwijd bij de winning en productie van grondstoffen, mineralen en producten.
De regeling is er voor bedrijven in Nederland, Bonaire, Sint Eustatius of Saba die een pilotproject (testen en verbeteren) of een demonstratieproject (praktijktoepassing door een eindgebruiker) uitvoeren. Provincies en gemeentes mogen meedoen maar krijgen zelf geen subsidie; waterschappen kunnen onder voorwaarden wel subsidie ontvangen.
Je krijgt maximaal € 25 miljoen subsidie voor een pilotproject en maximaal € 30 miljoen voor een demonstratieproject. Het totale budget voor dit thema is € 60 miljoen, en er is al meer aangevraagd dan er budget is: aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld, dus wachten verkleint je kans.
Je vraagt subsidie aan via het eLoket van RVO met eHerkenning (minimaal betrouwbaarheidsniveau 3). Dat kan tussen 16 juni 2026, 09:00 uur en 17 december 2026, 17:00 uur. Voordat je aanvraagt is het slim om eerst een projectideeformulier in te vullen, zodat RVO je kan adviseren of je project hier past of beter bij een ander (mogelijk kleiner) subthema, zoals Biobased Circular, aansluit. Vraag je minder dan € 1 miljoen (pilot) of € 10 miljoen (demo) aan voor een Biobased Circular-project, dan val je automatisch onder dat andere subthema.
Wie komt in aanmerking voor de Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+): Circulaire economie en grootschalige biobased projecten?
Je komt in aanmerking als je project past bij de themabeschrijving en aan een reeks harde eisen voldoet. Voldoe je niet aan één van deze punten, dan wijst RVO je aanvraag af.
Wie kan aanvragen
- Een bedrijf in Nederland, Bonaire, Sint Eustatius of Saba, dat voor eigen rekening en risico een pilot- of demonstratieproject uitvoert. Of een deelnemer in een samenwerkingsverband van minimaal één onderneming.
- Provincies en gemeentes mogen meedoen in een project, maar krijgen zelf geen subsidie. Waterschappen kunnen onder bepaalde voorwaarden wel subsidie ontvangen.
- Je onderneming mag niet "in moeilijkheden" zijn volgens de definitie van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV). Dit toon je aan met een verklaring, een beslisschema, een organogram en de (geconsolideerde) jaarcijfers.
Eisen aan het project
- Het project moet gaan over slimmer omgaan met hulpbronnen, circulair verwerken van afval, inzamelen/sorteren/decontamineren van producten die nog geen afval zijn, gescheiden inzameling of circulair ontwerpen.
- Het is een pilotproject óf een demonstratieproject, nooit beide in één aanvraag.
- Je project zorgt binnen 10 jaar na de start voor minder CO2-uitstoot in Nederland, of voor minder uitstoot wereldwijd bij winning en productie van grondstoffen, mineralen en producten.
- Bij pilotprojecten over circulair ontwerpen leg je uit dat het product aan het einde van de technische levensduur te repareren, hergebruiken of recyclen is.
- Het project duurt maximaal 4 jaar en start binnen 6 maanden na de subsidiebeschikking.
- Je start niet vóór het indienen van je aanvraag: geen verplichtingen aangaan, geen kosten maken (ook niet als je nog niet betaalt).
- Minstens één onderneming in het project maakt kosten.
Financiële en inhoudelijke onderbouwing
- Je moet aannemelijk maken dat je eigen aandeel in de projectkosten (het deel zonder subsidie) gefinancierd kan worden, bijvoorbeeld met een bankverklaring, jaarverslag of businessplan. Is dit niet overtuigend, dan wordt de aanvraag afgewezen.
- Je onderbouwt de technische werking van je innovatie goed en de slaagkans op de Nederlandse markt, met marktkennis, bronnen en argumenten.
Let op: verkeerd loket
Valt je project onder Biobased Circular en vraag je minder dan € 1 miljoen aan voor een pilotproject of minder dan € 10 miljoen voor een demonstratieproject? Dan moet je aanvragen bij DEI+: Biobased Circular, niet bij deze regeling.
Wie in ieder geval afvalt
- Projecten die geen pilot- of demonstratieproject zijn volgens de regeling.
- Projecten waarvan het onwaarschijnlijk is dat ze binnen 4 jaar klaar zijn (let op vergunningen en levertijden van apparatuur).
- Ondernemingen in moeilijkheden.
- Aanvragers zonder overtuigende financiering van het eigen aandeel.
- Projecten die ook zonder subsidie zonder vertraging uitgevoerd zouden worden (geen stimulerend effect).
- Bij pilotprojecten met de vaste-uurtarief-systematiek: als je de eigen bijdrage financiert uit de subsidie voor projecturen.
Waarvoor krijg je subsidie?
Welke kosten subsidiabel zijn, hangt af van of je een pilotproject of een demonstratieproject uitvoert. Dit zijn twee volledig verschillende rekenmethodes.
Kosten bij pilotprojecten
Voor pilotprojecten kies je één van drie systematieken om je loonkosten te berekenen. Daarnaast gelden vaste regels voor apparatuur, materialen en uitbesteding.
- Loonkosten-plus-vaste-opslag-systematiek
- Directe loonkosten van projectmedewerkers: het uurtarief is de directe loonkosten gedeeld door het aantal productieve uren per jaar dat in je organisatie gangbaar is.
- Opslag van 50% over de directe loonkosten, als vergoeding voor overheadkosten zoals indirecte loonkosten, huisvesting, kantoorapparatuur en binnenlandse reizen.
- Vaste-uurtarief-systematiek
- Een vast uurtarief van € 80 per gewerkt uur. Dit tarief vergoedt zowel loonkosten als overheadkosten. Je hoeft geen verantwoording af te leggen over de werkelijke loonkosten van medewerkers.
- Integrale kostensystematiek (IKS)
- Loonkosten berekend aan de hand van het IKS-tarief van de functiegroep, mits je dit systeem stelselmatig in je organisatie gebruikt. Wil je IKS voor het eerst gebruiken, stuur dan eerst een Eigen verklaring naar iks@rvo.nl voor een eenmalige toetsing.
Bij alle drie de systematieken komen ook in aanmerking:
- Kosten van apparatuur: alleen de afschrijfkosten gedurende het project, met dezelfde afschrijfperiode (minimaal 5 jaar) als in je eigen boekhouding. Boek je de apparatuurkosten meteen in de winst- en verliesrekening en heeft de apparatuur na het project geen restwaarde, dan zijn alle kosten subsidiabel (onderbouwen in projectplan en begroting verplicht).
- Kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen.
- Kosten aan derden (uitbesteding), zoals engineeringskosten of externe laboratoriumanalyses.
Kosten bij demonstratieprojecten
Bij demonstratieprojecten gaat het om investeringssteun voor praktijktoepassingen door een eindgebruiker/exploitant. De investeringen moeten geactiveerd worden op de balans van de aanvrager en de installatie blijft na het project in gebruik.
Voor circulaire economie (artikel 47 AGVV) geldt: subsidiabel zijn de extra investeringskosten ten opzichte van een minder milieuvriendelijk project of activiteit met dezelfde capaciteit (de referentie-investering). Je moet dus altijd een referentie-investering opvoeren; het weglaten hiervan wordt over het algemeen niet geaccepteerd, omdat er functioneel meestal een alternatief bestaat dat de innovatie kan vervangen.
In een demonstratieproject mag je nog wat experimentele ontwikkeling (testwerkzaamheden) doen, zolang het geen volwaardig pilotproject wordt: je mag een pilot- en demonstratieproject niet combineren in één aanvraag. De kosten hiervoor voer je op in het tabblad 'Pilot' van de begroting.
Wat juist niet subsidiabel is
- Onvoorziene kosten ('contingency') mag je niet als aparte kostenpost opnemen; alle kosten moet je toewijzen aan een specifieke activiteit of installatie.
- Btw: als je btw-plichtig bent, mag je de btw niet in de begroting opnemen (die verreken je via de aangifte omzetbelasting). Ben je niet btw-plichtig, dan mag btw over bepaalde kostenposten wel meegenomen worden.
- Niet subsidiabel zijn onder meer: kosten voor een controleverklaring, binnenlandse reiskosten, financieringskosten, administratief projectmanagement en kennisverspreiding.
- Geen steun voor activiteiten inzake afvalverwijdering en nuttige toepassing van afval om energie te produceren; bijvoorbeeld geen subsidie voor de productie van brandstoffen uit plasticafval (recycled carbon fuels).
- Bij demonstratieprojecten voor circulaire economie mag de subsidie er niet voor zorgen dat er juist meer afval ontstaat, of dat er meer grondstoffen gebruikt worden.
- Projecten die zich richten op vervanging van primaire brandstoffen door secundaire brandstoffen (zoals brandstoffen uit afvalplastics) vallen buiten dit subthema.
Kostenverantwoording bij samenwerking
Voer de (loon)kosten op bij de entiteit die ze maakt en betaalt. Bij loonkosten is dat de entiteit waar de medewerker in loondienst is. Zijn er zuster- of dochterondernemingen met onderlinge facturatie, dan voer je deze kosten op onder 'kosten derden'. Zonder onderlinge facturatie moet iedere entiteit apart als deelnemer worden opgevoerd, elk met de eigen kosten.
Hoeveel subsidie krijg je?
De hoogte van je subsidie hangt af van het type project en het subsidiepercentage dat voor jouw kostensoort geldt.
Maximale subsidiebedragen
- Pilotproject: maximaal € 25 miljoen.
- Demonstratieproject: maximaal € 30 miljoen. Het gezamenlijke subsidieplafond voor dit thema (samen met Circulaire economie – Biobased Circular grote projecten) is € 60.000.000. Er is meer subsidie aangevraagd dan er budget is: je kunt nog aanvragen, maar niet iedere aanvraag krijgt subsidie. RVO behandelt aanvragen op volgorde van binnenkomst.
Subsidiepercentages
- Pilotproject (experimentele ontwikkeling, artikel 25 AGVV): 25% van de subsidiabele kosten voor ondernemingen, 80% voor onderzoeksorganisaties (niet-economische activiteiten).
- Demonstratieproject onder circulaire economie (artikel 47 AGVV): 40% van de extra investeringskosten ten opzichte van een minder milieuvriendelijk project of activiteit met dezelfde capaciteit.
Opslagen voor kleinere bedrijven
Bovenop het percentage voor pilot-, demo- en test- en experimenteerinfraprojecten komt een opslag:
- Middelgrote ondernemingen: +10 procentpunten.
- Kleine ondernemingen: +20 procentpunten.
Minder subsidie aanvragen dan het maximum mag. Dat kan positief meewegen in het beoordelingscriterium "kwaliteit van het project".
Let op tussen subthema's
Dit dossier gaat over het subthema Circulaire economie algemeen en Circulaire economie – Biobased Circular grote projecten. Daarbinnen geldt: pilotprojecten tussen € 1 miljoen en € 25 miljoen, demonstratieprojecten tussen € 10 miljoen en € 30 miljoen (bij Biobased Circular grote projecten). Vraag je minder aan, dan val je mogelijk onder een ander (kleiner) subthema met een eigen loket en eigen deadline.
Het dossier geeft geen aparte opslag voor demonstratieprojecten onder artikel 47 AGVV (circulaire economie); de opslagen van +5/+10 procentpunten voor middelgrote/kleine ondernemingen worden in het dossier alleen genoemd bij artikel 36 en 38 AGVV, niet bij artikel 47. Voor artikel 47-projecten geldt dus in beginsel het algemene percentage van 40%, plus de algemene opslag van +10 of +20 procentpunten voor middelgrote of kleine ondernemingen.
Rondes en deadlines
| Ronde | Opent | Sluit | Budget | Verdeling |
|---|---|---|---|---|
| 2026 | 16 jun 2026 | 17 dec 2026 | € 60 mln | Wie het eerst komt (fcfs) |
Wat zijn de voorwaarden van de Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+): Circulaire economie en grootschalige biobased projecten?
- Project moet passen binnen beschrijving circulaire economie of biogebaseerde innovatie
- Pilot- of demonstratieproject van innovatieve techniek
- Project zorgt binnen 10 jaar na start voor minder CO2-uitstoot in Nederland of wereldwijd bij winning en productie van grondstoffen
- Projectduur maximaal 4 jaar
- Start uitvoering binnen 6 maanden na subsidiebeschikking
- Geen kosten mogen voor aanvraag worden gemaakt
- Project wordt voor eigen rekening en risico uitgevoerd
- Minstens één onderneming maakt kosten in het project
- Project moet technisch en economisch haalbaar zijn
- Onderneming mag niet in moeilijkheden zijn volgens Algemene Groepsvrijstellingsverordening
- Financiering eigen aandeel moet voldoende zeker zijn bij indiening
Hoe vraag je de Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+): Circulaire economie en grootschalige biobased projecten aan?
De aanvraag verloopt in vijf stappen.
Stap 1: Projectidee toetsen (optioneel, maar aangeraden)
Vul het projectideeformulier in via de RVO-website. Je krijgt dan advies of je project past bij DEI+ of bij een andere subsidieregeling. Je kunt ook bellen met Klantcontact van RVO: 088 042 42 42. RVO doet zijn best om je projectidee binnen 3 weken te behandelen, maar dit kan langer duren bij veel aanvragen. Vul het formulier daarom uiterlijk donderdag 26 november in om nog op tijd een reactie te krijgen. Een projectadviseur neemt daarna contact met je op.
Stap 2: Aanvraag voorbereiden
- Zorg tijdig voor het juiste eHerkenningsmiddel: minimaal betrouwbaarheidsniveau 3. Dit aanvragen kost een aantal werkdagen.
- Verzamel alle gegevens die je nodig hebt.
- Je kunt tussendoor opslaan in het eLoket en later verdergaan.
Stap 3: Aanvraag indienen
Je dient in via het eLoket van RVO, tussen 16 juni 2026, 09:00 uur en 17 december 2026, 17:00 uur. Dien bij voorkeur minstens 2 weken voor de sluitingsdatum in: dan kan RVO nog controleren of je aanvraag compleet is en kun je ontbrekende bijlagen op tijd aanvullen. Aan deze termijn van 2 weken kun je geen rechten ontlenen, je bent zelf verantwoordelijk voor tijdige aanlevering. Na de sluitingsdag kun je je aanvraag niet meer aanvullen.
De aanvraag bestaat uit de volgende onderdelen:
- Aanvraagformulier: ingevuld en digitaal ondertekend (met eHerkenning) door jou of een intermediair. Machtigt een intermediair je aanvraag, dan voegt de penvoerder de machtiging als aparte bijlage toe.
- Bijlage 1, deelnemersformulier (aanmelding en machtiging): bij een samenwerkingsverband stuurt elke deelnemer een ondertekend machtigingsformulier mee, waarmee de penvoerder wordt gemachtigd.
- Bijlage 2, projectplan: beschrijving van je project, inclusief onderbouwing van innovativiteit, haalbaarheid en marktkansen.
- Bijlage 3, begroting: de kostenopbouw volgens de modelbegroting.
- Bijlage 4, financieringsplan: onderdeel van projectplan en begroting, met onderbouwing hoe je het eigen aandeel financiert (bijvoorbeeld met jaarcijfers, bankverklaring of intentieverklaringen van financiers).
- Bijlage 5, exploitatieberekening: verplicht voor demonstratieprojecten en voor pilotprojecten waarvan de installatie na het project in gebruik blijft.
- Bijlage 6, plan voor kennisverspreiding: los document of onderdeel van het projectplan.
- Bijlage 7, de-minimisverklaring: alleen relevant bij het thema Verduurzaming Gebouwde Omgeving, niet standaard bij dit thema.
- Bijlage 8, verklaring "geen onderneming in moeilijkheden": inclusief beslisschema, de meest recente (geconsolideerde) jaarcijfers en organogrammen (met aandelenverhouding) van de deelnemers.
- Bijlage 9, overige bijlagen: aanvullende stukken indien nodig.
- Neemt een onderzoeksorganisatie deel? Dan is ook een getekende samenwerkingsovereenkomst verplicht, met afspraken over kostenbijdrage, risicoverdeling, resultatenverspreiding en intellectuele eigendom. Deze moet getekend zijn vóórdat het project start.
Stap 4: Volledigheidscontrole
RVO controleert of alle benodigde stukken zijn aangeleverd. Is de aanvraag niet compleet en heb je eerder dan 2 weken voor de sluitingsdatum ingediend, dan ontvang je een verzoek om aan te vullen. Na de sluitingsdag is aanvullen niet meer mogelijk.
Stap 5: Beoordeling en uitsluitsel
RVO beoordeelt op volgorde van binnenkomst, waarbij de datum geldt waarop je aanvraag compleet is. De beoordelingstermijn is 8 weken na volledigheid, met een mogelijke verlenging van 8 weken. Je ontvangt schriftelijk bericht (een beschikking) of je aanvraag wordt toegekend of afgewezen. RVO is verplicht om alle positieve beschikkingen uiterlijk medio december te versturen omdat het budget alleen voor 2026 beschikbaar is; in het najaar gelden daardoor vaak kortere reactietermijnen en beperktere mogelijkheden voor uitstel.
Verdeling: Wie het eerst komt (fcfs). Vroeg indienen loont.
Welke documenten heb je nodig?
Het loket publiceert 1 document bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.
- Handleiding DEIDownloadPDF · 48 pagina's
Vraag het dossier
Stel een vraag over Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+): Circulaire economie en grootschalige biobased projecten. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- DEI+: Circulaire economie en grootschalige biobased projectenrvo.nl · gecontroleerd 3 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.