DEI+: Verduurzaming gebouwde omgeving
RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland)
Ook bekend als DEI+, DEI+ Verduurzaming gebouwde omgeving, DEI+: Aardgasloze gebouwde omgeving
Wat is de DEI+: Verduurzaming gebouwde omgeving?
DEI+: Verduurzaming gebouwde omgeving is subsidie voor bedrijven die met een innovatieve techniek woningen, woongebouwen, utiliteitsgebouwen of wijken CO2-arm helpen maken. Het gaat om pilotprojecten (testen en verbeteren van een techniek) en demonstratieprojecten (een innovatie in de praktijk toepassen bij een eindgebruiker). Je vraagt aan als individuele onderneming of als deelnemer in een samenwerkingsverband, alleen of samen met bijvoorbeeld de leverancier van de innovatie.
Je krijgt een percentage van je projectkosten vergoed, met een maximum van € 1 miljoen per project (zowel voor pilots als demonstraties). Het totale budget voor deze openstelling is € 6.000.000, en RVO behandelt aanvragen op volgorde van binnenkomst, niet op kwaliteit. Het loket waarschuwt zelf dat het beschikbare budget snel kan veranderen en raadt aan niet te wachten met indienen.
Je vraagt aan via het eLoket van RVO met eHerkenning (minimaal betrouwbaarheidsniveau 3). Dat kan van 27 januari 2026, 09:00 uur tot 27 augustus 2026, 17:00 uur. Voordat je aanvraagt, is het slim om eerst een projectideeformulier in te vullen: dan krijg je gratis advies of je project past en wat je kansen zijn. Uiterlijk 6 augustus 2026 indienen om nog op tijd een reactie te krijgen.
Een aanvraag bestaat uit een ingevuld aanvraagformulier plus verplichte bijlagen zoals een projectplan, begroting, financieringsplan en een verklaring dat je onderneming niet in moeilijkheden is. RVO beoordeelt binnen acht weken na een complete aanvraag of je subsidie krijgt.
Wie komt in aanmerking voor de DEI+: Verduurzaming gebouwde omgeving?
Je komt in aanmerking als je een bedrijf bent in Nederland, Bonaire, Sint Eustatius of Saba, en je werkt aan een pilot- of demonstratieproject dat bijdraagt aan de verduurzaming van gebouwen (woningen, woongebouwen, utiliteitsgebouwen of wijken) met als doel minder CO2-uitstoot in Nederland. Dat kan alleen of samen met andere partijen, zoals de leverancier van je innovatie.
Provincies en gemeentes mogen wel meedoen in een project, maar krijgen zelf geen subsidie. Waterschappen kunnen onder bepaalde voorwaarden wel subsidie ontvangen.
Je valt af in de volgende gevallen:
- Je project is geen pilot- of demonstratieproject volgens de definitie van de regeling, of past niet bij de themabeschrijving van Verduurzaming gebouwde omgeving.
- Je project richt zich op de installatie van energie-uitrusting die fossiele brandstoffen (inclusief aardgas) gebruikt.
- Je project richt zich op de inzet van waterstof in de gebouwde omgeving. Dit is expliciet uitgesloten.
- Je project past eigenlijk onder het thema Circulaire economie; dat valt buiten dit thema.
- Je bent al gestart met het project, hebt al verplichtingen aangegaan of al kosten gemaakt (ook als je die nog niet betaald hebt) vóórdat je de aanvraag indiende.
- Je onderneming is een "onderneming in moeilijkheden" zoals bedoeld in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.
- Er is onvoldoende zekerheid dat je je eigen aandeel in de projectkosten kunt financieren (het deel waarvoor je geen subsidie krijgt).
- Het is niet aannemelijk dat je het project binnen de maximale looptijd van 4 jaar afrondt, bijvoorbeeld door benodigde vergunningen of lange levertijden van apparatuur.
- Je onderbouwt de technische werking van je innovatie of de slaagkans in de Nederlandse markt onvoldoende. Als je de werking van je technologie niet met RVO wilt delen, kan de aanvraag niet beoordeeld worden en krijg je geen subsidie.
- Voor randvoorwaardelijke innovaties binnen dit thema geldt een aanvullende uitsluiting: als je actief bent in de visserij en aquacultuur, de primaire productie van landbouwproducten, of de verwerking en afzet van landbouwproducten (in de gevallen genoemd in de de-minimisverordening), kom je hiervoor niet in aanmerking.
Verder geldt: je voert het project voor eigen rekening en risico uit, en minstens één onderneming binnen het project moet kosten maken. Je moet starten met de uitvoering binnen 6 maanden na de subsidiebeschikking. Als er een onderzoeksorganisatie deelneemt, moet er vóór de start een getekende samenwerkingsovereenkomst zijn; ontbreekt die, dan wijst RVO de aanvraag af.
Voor de extra randvoorwaardelijke innovaties (indirecte bijdrage aan CO2-reductie, zoals digitalisering of arbeidsbesparing) geldt dat de steun via de-minimissteun loopt. Je hebt daarvoor een de-minimisverklaring nodig en mag over het huidige en de afgelopen 3 belastingjaren niet meer dan € 300.000 aan de-minimissteun hebben ontvangen.
Waarvoor krijg je subsidie?
Welke kosten subsidiabel zijn, hangt af van of je een pilotproject of een demonstratieproject uitvoert. De berekeningswijze verschilt fundamenteel tussen de twee.
Bij pilotprojecten kies je één van drie systematieken voor de loonkosten:
- Loonkosten-plus-vaste-opslag-systematiek:
- Directe loonkosten van projectmedewerkers (loonkosten gedeeld door het aantal productieve uren per jaar in jouw organisatie).
- Een vaste opslag van 50% over de directe loonkosten voor overheadkosten (huisvesting, kantoorapparatuur, binnenlandse reizen).
- Apparatuurkosten: alleen de afschrijfkosten tijdens het project, met dezelfde afschrijfperiode (minimaal 5 jaar) als in je eigen boekhouding. Boek je de apparatuur meteen als kosten in de winst- en verliesrekening en heeft de apparatuur na het project geen restwaarde meer, dan zijn alle kosten subsidiabel (dit moet je onderbouwen).
- Kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen.
- Overige kosten aan derden (uitbesteding), zoals engineeringskosten of externe laboratoriumanalyses.
- Vaste-uurtarief-systematiek:
- Een vast uurtarief van € 80 per gewerkt uur, als vergoeding voor loonkosten én overheadkosten samen.
- Dezelfde regels voor apparatuur, materialen en derden als bij systematiek 1.
- Let op: bij deze systematiek mag je je eigen bijdrage in de projectkosten niet financieren uit de subsidie voor projecturen. Doe je dat wel, dan is dat een afwijzingsgrond.
- Integrale kostensystematiek (IKS):
- Loonkosten van projectmedewerkers via het IKS-tarief van de functiegroep.
- Kosten aan derden die geen deel uitmaken van het IKS-tarief, mits goed te herleiden via facturen.
- Je IKS moet stelselmatig in je organisatie gebruikt worden en wordt eenmalig getoetst door RVO (eigen verklaring naar iks@rvo.nl).
Bij demonstratieprojecten gaat het om investeringssteun voor praktijktoepassingen die na het project in gebruik blijven. Twee varianten:
- Projecten zonder infrastructuur (onder artikel 36, 38 bis of 41 AGVV): subsidiabel zijn de investeringskosten. Bij artikel 36 gaat het om de extra investeringskosten ten opzichte van een referentie-investering (het "nulscenario"), die je moet opvoeren. Onder artikel 38 bis en 41 is geen referentie-investering nodig, daar zijn de totale investeringskosten subsidiabel.
- Projecten met infrastructuur (artikel 46 of 56 AGVV): de investeringskosten zijn subsidiabel. Bij artikel 56 (lokale infrastructuur) trek je de exploitatiewinst van de investering af van de subsidiabele kosten.
Binnen dit thema mag je een demonstratieproject combineren met wat experimentele ontwikkeling (testwerkzaamheden), en specifiek binnen Verduurzaming gebouwde omgeving ook met demonstratie van randvoorwaardelijke innovaties door kleine en middelgrote ondernemingen. Die kosten voer je op in de tabbladen "Pilot" van de begroting.
BTW: ben je btw-plichtig, dan mag je de btw niet in de begroting opnemen; je verrekent die via je btw-aangifte. Ben je dat niet, dan mag de btw over bepaalde kostenposten wel meegenomen worden.
Niet subsidiabel zijn onder meer: kosten voor een controleverklaring, binnenlandse reiskosten, financieringskosten, administratief projectmanagement en kennisverspreiding. Ook onvoorziene kosten ("contingency") mag je niet als losse kostenpost opnemen; alle kosten moeten aan een specifieke activiteit of installatie toegewezen worden.
Kosten die je maakt vóórdat je de aanvraag indient, komen nooit in aanmerking: je mag pas starten, verplichtingen aangaan of kosten maken na indiening.
Hoeveel subsidie krijg je?
Het maximale subsidiebedrag is € 1 miljoen per project, en dat geldt voor zowel pilotprojecten als demonstratieprojecten binnen dit thema. Het totale budget voor deze openstelling (27 januari tot 27 augustus 2026) is € 6.000.000.
De subsidiepercentages verschillen per type project en per toegepast AGVV-artikel:
- Pilotprojecten (experimentele ontwikkeling, artikel 25 AGVV): 25% van de subsidiabele kosten voor ondernemingen, 80% voor onderzoeksorganisaties (niet-economische activiteiten).
- Demonstratieprojecten met energie-efficiëntiemaatregelen voor gebouwen (artikel 38 bis AGVV): 25% van de totale investeringskosten.
- Demonstratieprojecten met hernieuwbare energie of hernieuwbare waterstof (artikel 41 AGVV): 45% van de totale investeringskosten voor de productie van energie uit hernieuwbare bronnen; 30% voor andere investeringen onder dit artikel, zoals opslag van energie of specifieke infrastructuur.
- Infrastructuurprojecten (artikel 46 AGVV, energie-efficiënte stadsverwarming/-koeling): 30% van de investeringskosten.
- Infrastructuurprojecten (artikel 56 AGVV, lokale infrastructuur): 50% van de investeringskosten, waarbij de subsidie niet hoger is dan de investeringskosten minus de exploitatiewinst.
- Randvoorwaardelijke innovaties binnen dit thema (de-minimissteun): 25%, met een maximum van € 300.000 aan de-minimissteun per onderneming over de afgelopen 36 maanden gerekend vanaf het moment van aanvraag.
Bovenop deze percentages gelden opslagen voor kleinere ondernemingen:
- Voor alle projecttypen (pilot, demonstratie, test- en experimenteerinfra): +10 procentpunt voor middelgrote ondernemingen, +20 procentpunt voor kleine ondernemingen.
- Specifiek voor demonstratieprojecten onder artikel 36 en 38 AGVV: +5 procentpunt voor middelgrote ondernemingen, +10 procentpunt voor kleine ondernemingen (dit geldt ook als je geen nulscenario vaststelt).
Let op: als je bij artikel 36 of 38 AGVV geen referentie-investering (nulscenario) opvoert, halveert het subsidiepercentage (bijvoorbeeld van 40% naar 20%, of van 30% naar 15%).
Minder subsidie aanvragen dan het maximum mag altijd, en dat kan positief meewegen in het beoordelingscriterium "kwaliteit van het project".
Rondes en deadlines
| Ronde | Opent | Sluit | Budget | Verdeling |
|---|---|---|---|---|
| 2026 | 27 jan 2026 | 27 aug 2026 | € 6 mln | Wie het eerst komt (fcfs) |
Wat zijn de voorwaarden van de DEI+: Verduurzaming gebouwde omgeving?
- Project moet een pilot- of demonstratieproject zijn
- Project moet zorgen voor minder CO2-uitstoot in Nederland binnen 10 jaar na start
- Project duurt maximaal 4 jaar
- Aanvrager start uitvoering binnen 6 maanden na subsidiebeschikking
- Aanvrager mag vóór indiening niet met project starten, geen verplichtingen aangaan of kosten maken
- Project wordt voor eigen rekening en op eigen risico uitgevoerd
- Minstens één onderneming maakt kosten in het project
- Project moet technisch en economisch haalbaar zijn
- Onderneming mag niet in moeilijkheden zijn volgens Algemene Groepsvrijstellingsverordening
- Financiering van eigen aandeel moet voldoende zeker zijn op moment van aanvraag
- Voor randvoorwaardelijke innovaties geldt de-minimissteun met verklaring
Hoe vraag je de DEI+: Verduurzaming gebouwde omgeving aan?
De aanvraag verloopt in vijf stappen.
Stap 1: Projectidee laten toetsen (optioneel maar aangeraden)
Vul het projectideeformulier in via de RVO-website. RVO adviseert dan of je project past bij deze regeling of een andere subsidie. RVO probeert dit binnen 3 weken te behandelen, maar dit kan langer duren bij veel aanvragen. Vul het formulier daarom uiterlijk 6 augustus 2026 in om nog op tijd een reactie te krijgen vóór de sluitingsdatum van 27 augustus 2026. Je kunt ook bellen naar Klantcontact van RVO (088 042 42 42).
Stap 2: Aanvraag voorbereiden en indienen
Je dient in via het eLoket (login6 van RVO), tussen 27 januari 2026, 09:00 uur en 27 augustus 2026, 17:00 uur. Je hebt hiervoor eHerkenning nodig met minimaal betrouwbaarheidsniveau 3; vraag dit tijdig aan, want dit kost een aantal werkdagen.
Je aanvraag bestaat uit:
- Het aanvraagformulier, digitaal ondertekend met eHerkenning door jou of een intermediair (indien een intermediair indient, voegt de penvoerder een machtiging van de intermediair toe als bijlage).
- Bijlage 1, deelnemersformulier (aanmelding en machtiging): bij een samenwerkingsverband stuurt elke deelnemer een getekend machtigingsformulier mee waarmee de penvoerder gemachtigd wordt.
- Bijlage 2, projectplan: beschrijving van je project, inclusief onderbouwing van technische/economische haalbaarheid en marktkansen.
- Bijlage 3, begroting: de kosten volgens de modelbegroting van RVO.
- Bijlage 4, financieringsplan: onderdeel van projectplan en begroting, met onderbouwing van de financiering van je eigen aandeel (bijvoorbeeld jaarrekening, bankafschrift of intentieverklaring van financiers).
- Bijlage 5, exploitatieberekening: verplicht voor demonstratieprojecten en voor pilotprojecten waarbij de installatie na het project in gebruik blijft.
- Bijlage 6, plan voor kennisverspreiding: los of als onderdeel van het projectplan.
- Bijlage 7, de-minimisverklaring: alleen relevant als je randvoorwaardelijke innovaties binnen dit thema aanvraagt.
- Bijlage 8, verklaring "geen onderneming in moeilijkheden": inclusief het beslisschema, de meest recente (geconsolideerde) jaarcijfers en organogrammen (met aandelenverhouding) van de deelnemers.
- Bijlage 9, overige bijlagen: waar relevant, zoals een getekende samenwerkingsovereenkomst als een onderzoeksorganisatie meedoet en het project al gestart is bij indiening.
Dien bij voorkeur minimaal 2 weken vóór de sluitingsdatum in, zodat RVO nog kan controleren of je aanvraag compleet is en je ontbrekende stukken op tijd kunt aanvullen. Aan die termijn van 2 weken kun je geen rechten ontlenen; je bent zelf verantwoordelijk voor tijdige, juiste aanlevering.
Stap 3: Volledigheidscheck
RVO controleert of alle verplichte stukken zijn aangeleverd. Is je aanvraag compleet, dan wordt die in behandeling genomen. Is dat niet zo en heb je meer dan 2 weken vóór de sluitingsdatum ingediend, dan krijg je een verzoek om aan te vullen. Na de sluitingsdag kun je je aanvraag niet meer aanvullen.
Stap 4: Inhoudelijke beoordeling
RVO beoordeelt op volgorde van binnenkomst (datum waarop je aanvraag compleet is) of er inhoudelijke of financiële redenen zijn om af te wijzen.
Stap 5: Uitsluitsel
Binnen 8 weken na een complete aanvraag laat RVO weten of je subsidie krijgt. Deze termijn kan met 8 weken verlengd worden. Let op: RVO moet alle positieve beschikkingen uiterlijk medio december versturen omdat het budget alleen voor 2026 beschikbaar is; in het najaar gelden daardoor vaak kortere reactietermijnen en beperktere uitstelmogelijkheden.
Bij afwijzing ontvang je een schriftelijke beschikking met reden. Je kunt telefonisch een toelichting krijgen en samen met RVO bekijken of een verbeterde aanvraag of een andere ondersteuningsmogelijkheid zinvol is. Kosten die je al gemaakt hebt bij een eerdere indiening, komen niet opnieuw in aanmerking, en herindienen kan onmogelijk zijn als je project al gestart is (geen stimulerend effect meer).
Verdeling: Wie het eerst komt (fcfs). Vroeg indienen loont.
Welke documenten heb je nodig?
Het loket publiceert 1 document bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.
- Handleiding DEIDownloadPDF · 48 pagina's
Vraag het dossier
Stel een vraag over DEI+: Verduurzaming gebouwde omgeving. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- DEI+: Verduurzaming gebouwde omgevingrvo.nl · gecontroleerd 3 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.