GeslotenRijk · Landelijk · Subsidie

DEI+: Vergassing van reststromen

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Wat is de DEI+: Vergassing van reststromen?

DEI+: Vergassing van reststromen is bedoeld voor bedrijven die een demonstratie-installatie bouwen die reststromen omzet in groen gas, methanol, transportbrandstoffen, chemicaliën of syngas voor de industrie. Het gaat om reststromen die je vergast: biogene reststromen (organisch afval uit landbouw, voedselproductie, bosbouw of bio-industrie) of gemengde reststromen (een combinatie van biogeen materiaal met bijvoorbeeld papier of plastic). Je krijgt subsidie voor het hele proces rond de vergasser: voorbehandeling, torrefactie, vergassing, reiniging en opwaardering van het gas.

De regeling is bedoeld voor bedrijven in Nederland, Bonaire, Sint Eustatius of Saba. Provincies en gemeentes mogen meedoen maar krijgen zelf geen subsidie, waterschappen kunnen dat onder voorwaarden wel. Je krijgt subsidie voor de investeringskosten van je demonstratieproject, met een maximum van € 30.000.000 per project. Het totale budget voor deze openstelling is € 150.000.000.

De regeling is op dit moment tijdelijk gesloten. Ze opent op 27 januari 2026 om 09:00 uur en sluit op 30 juli 2026 om 17:00 uur. Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst beoordeeld, dus wacht niet tot het laatste moment.

Je vraagt aan via het eLoket van RVO met eHerkenning (minimaal betrouwbaarheidsniveau 3). Het loket adviseert om eerst een projectideeformulier in te vullen: een projectadviseur beoordeelt dan gratis en vrijblijvend of je project kans maakt, voordat je de formele aanvraag met projectplan, begroting en verplichte verklaringen indient.

Wie komt in aanmerking voor de DEI+: Vergassing van reststromen?

Je komt in aanmerking als je een individuele onderneming bent die voor eigen rekening en risico een project uitvoert, of een deelnemer in een samenwerkingsverband met minstens één onderneming. Provincies en gemeentes mogen meedoen maar ontvangen zelf geen subsidie; waterschappen kunnen dat onder bepaalde voorwaarden wel.

Je bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
De definitieve beoordeling ligt bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Deze harde eisen gelden specifiek voor dit thema, en wie er niet aan voldoet valt af:

  • Je project is een demonstratieproject. Pilotprojecten zijn bij dit thema niet toegestaan.
  • De installatie heeft een nominaal thermisch ingangsvermogen van minimaal 5 MW. Is dat lager, dan wordt de aanvraag afgewezen.
  • Alle te verwerken grondstoffen kwalificeren als afval, of als andere producten, materialen of stoffen die niet hoogwaardiger verwerkt kunnen worden.
  • De biogene grondstoffen voldoen aan bijlage IX van de Richtlijn hernieuwbare energie en aan de duurzaamheidscriteria en broeikasgasemissiereductie-eisen uit die richtlijn.
  • Minimaal 40% van de energetische waarde van de jaarlijks te verwerken grondstoffen komt uit biogene grondstoffen.
  • Je hebt alle benodigde vergunningen voor de bouw en ingebruikname van de installatie al binnen op het moment van aanvragen, en stuurt deze mee. Zonder vergunningen is de aanvraag niet compleet en wordt hij niet in behandeling genomen.
  • Je krijgt geen subsidie als je het geproduceerde syngas direct gebruikt voor warmte of elektriciteit.
  • Je krijgt geen subsidie als meer dan 50% van de grondstoffen (in tonnen per jaar) wordt omgezet naar waterstof, recycled carbon fuels en/of biochar, of als meer dan 50% van de energie-inhoud van de grondstoffen in die eindproducten terechtkomt.

Daarnaast gelden de algemene DEI+-eisen:

  • Je project zorgt voor minder CO2-uitstoot in Nederland binnen 10 jaar na de start.
  • De looptijd is maximaal 4 jaar.
  • Je start uiterlijk 6 maanden na de subsidiebeschikking met de uitvoering.
  • Je start niet vóór het indienen van je aanvraag, gaat geen verplichtingen aan en maakt geen kosten (ook niet ongefactureerd).
  • Je voert het project voor eigen rekening en risico uit.
  • Minstens één onderneming maakt kosten in het project.
  • Je onderbouwt technische en economische haalbaarheid, de werking van de techniek en de slaagkans in de Nederlandse markt met marktkennis, bronnen en argumenten.
  • Je onderneming is geen "onderneming in moeilijkheden" volgens de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.
  • Bij aanvraag moet voldoende zeker zijn dat de financiering van je eigen aandeel in de projectkosten rondkomt.

Wie hierop afvalt: bedrijven zonder de vereiste vergunningen, projecten onder de 5 MW, projecten die vooral op waterstof, biochar of directe energieopwekking uit syngas zijn gericht, en aanvragers die hun eigen financiering niet overtuigend kunnen onderbouwen.

Waarvoor krijg je subsidie?

Je krijgt subsidie voor de investeringskosten van je demonstratieproject: het bouwen van een installatie die reststromen vergast. Het project moet altijd de bouw van een vergasser omvatten. Daarnaast kun je subsidie aanvragen voor processen die je aan die vergasser koppelt:

  • Voorbehandeling: het voorbereiden van reststromen, zoals drogen of malen.
  • Torrefactie: het verhitten van materiaal (zoals hout) zonder zuurstof om het geschikter te maken voor vergassing.
  • Vergassing: het omzetten van organisch materiaal in gas door verhitting in een zuurstofarme omgeving, of onder druk in een superkritische vloeistof.
  • Reiniging: het schoonmaken van het geproduceerde gas.
  • Opwaardering: het verbeteren van de kwaliteit van gas of biobrandstof.

Rekenregels per categorie

Voor categorieën waar de output (mede) bestaat uit gebruik als grondstof (categorie 2, 3, 5 en 6) zijn de subsidiabele kosten de investeringskosten min de referentiekosten. Je moet dus een referentie-investering opvoeren: de kosten van een realistisch, minder milieuvriendelijk alternatief. Voor categorie 1 en 4 (output puur voor energiedoeleinden) is geen referentie-investering nodig; daar zijn de totale investeringskosten (of een deel daarvan, gewogen naar hernieuwbare energie-inhoud bij categorie 4) subsidiabel.

Wat niet subsidiabel is

  • Onvoorziene kosten ("contingency") mag je niet als aparte post opvoeren; alle kosten moet je toewijzen aan een specifieke activiteit of installatie.
  • Als je btw-plichtig bent, mag je btw niet in de begroting opnemen; die verreken je via de aangifte omzetbelasting. Ben je niet btw-plichtig, dan mag je btw over bepaalde kostenposten wel meenemen.
  • Exploitatiekosten zijn niet subsidiabel; het gaat om investeringen die op de balans van de aanvrager worden geactiveerd.
  • Voor demonstratieprojecten geldt algemeen (niet specifiek voor dit thema genoemd, maar uit de algemene regels): kosten voor een controleverklaring, binnenlandse reiskosten, financieringskosten, administratief projectmanagement en kennisverspreiding zijn niet subsidiabel.

Kosten bij samenwerking tussen groepsmaatschappijen

Je voert kosten op bij de entiteit die ze daadwerkelijk maakt en betaalt. Bij loonkosten gaat het om de entiteit waar de medewerker in loondienst is. Bij facturatie tussen zuster- of dochterondernemingen voer je die kosten op als "kosten derden". Vindt er geen onderlinge facturatie plaats, dan moet elke entiteit apart als deelnemer worden opgevoerd met de kosten die zij zelf maakt.

Randvoorwaarde: vergunningen

Denk voor dit thema aan de omgevingsvergunning(en) voor een omgevingsplanactiviteit, een bouwactiviteit en een milieubelastende activiteit. Deze moeten er al zijn vóór je aanvraagt en moeten worden meegestuurd; zonder vergunningen is je aanvraag niet compleet. Is voor jouw project geen vergunning nodig, dan moet je dat onderbouwen in het projectplan.

Duurzaamheidseisen aan de grondstof

De te verwerken biogene grondstoffen moeten voldoen aan bijlage IX van de Richtlijn hernieuwbare energie en aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria uit die richtlijn. Verkoop je producten als brandstof, dan moeten die ook voldoen aan de broeikasgasreductie-eisen uit die richtlijn.

Hoeveel subsidie krijg je?

Het maximale subsidiebedrag is € 30.000.000 per project. Het totale budget voor deze openstelling is € 150.000.000. Zolang er budget is en je project aan de voorwaarden voldoet, krijg je subsidie; het gaat op volgorde van binnenkomst.

Het percentage hangt af van de categorie waarin je project valt. Die categorie wordt bepaald door de combinatie van je grondstof (biogene reststromen of gemengde reststromen) en je output (energiedoeleinden, gebruik als grondstof, of beide):

  • Categorie 1 (biogene reststromen, output voor energiedoeleinden): 45% van de investeringskosten, mits minimaal 97% van de energetische waarde van de jaarlijks verwerkte grondstoffen uit biogene grondstoffen komt.
  • Categorie 2 (biogene reststromen, output als grondstof): 40% van (investeringskosten min referentiekosten).
  • Categorie 3 (biogene reststromen, output voor beide doeleinden): 40% van (investeringskosten min referentiekosten).
  • Categorie 4 (gemengde reststromen, output voor energiedoeleinden): 45% van (investeringskosten maal percentage hernieuwbare energie-inhoud in de totale jaarlijkse grondstoffenstroom).
  • Categorie 5 (gemengde reststromen, output als grondstof): 40% van (investeringskosten min referentiekosten).
  • Categorie 6 (gemengde reststromen, output voor beide doeleinden): 40% van (investeringskosten min referentiekosten).

Bij combiprojecten (categorie 3 en 6) geeft RVO in de verleningsbrief aan welk deel wordt verantwoord door artikel 41 AGVV (energie) en welk deel door artikel 47 AGVV (grondstof). Bij vaststelling kan die verhouding wijzigen, afhankelijk van de daadwerkelijk ingezette grondstoffen.

Bovenop deze percentages geldt een opslag voor kleinere ondernemingen: +10 procentpunten voor middelgrote ondernemingen en +20 procentpunten voor kleine ondernemingen, voor alle projecttypen binnen de DEI+.

Let op: minder subsidie aanvragen dan het maximum mag, en dat kan positief meewegen in het beoordelingscriterium "kwaliteit van het project".

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
Openstelling27 jan 202630 jul 2026--

Wat zijn de voorwaarden van de DEI+: Vergassing van reststromen?

Wat je moet doen na toekenning

  • Binnen 6 maanden na de subsidiebeschikking start je met de uitvoering.
  • Je rondt het project af binnen de maximale looptijd van 4 jaar.
  • Als er een onderzoeksorganisatie deelneemt, moet er vóór de start van de projectactiviteiten een getekende samenwerkingsovereenkomst zijn, met afspraken over kostenverdeling, risico's, resultaatverspreiding en intellectuele eigendomsrechten. RVO vraagt deze overeenkomst actief op; ontbreekt hij, dan wijst RVO de aanvraag af of schort de betaling van voorschotten op.
  • Je houdt een administratie bij waaruit de projectkosten (apparatuur, materialen, kosten van derden, gewerkte uren) direct herleidbaar zijn.
  • Je geeft de voortgang van je project door en meldt wijzigingen in het project aan RVO.
  • Voor dit thema gelden specifieke aanvullende verplichtingen en informatieverplichtingen bij subsidievaststelling en tot 5 jaar daarna, om de duurzaamheid van het project te waarborgen. Dit staat in Bijlage 9 van de Handleiding DEI+.
  • Aan het einde vraag je vaststelling van de subsidie aan.

Deze eisen zijn harde afwijzingsgronden, specifiek voor dit thema:

  • Het nominaal thermisch ingangsvermogen van de installatie is minder dan 5 MW.
  • Onvoldoende aannemelijk dat alle grondstoffen kwalificeren als afval of als andere producten/materialen/stoffen die niet hoogwaardiger verwerkt kunnen worden.
  • Onvoldoende aannemelijk dat de biogene grondstoffen voldoen aan bijlage IX van de Richtlijn hernieuwbare energie en de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria.
  • Onvoldoende aannemelijk dat minimaal 40% van de energetische waarde van de jaarlijkse grondstoffen biogeen is.
  • Je hebt de benodigde vergunningen niet bij de aanvraag; dan is de aanvraag niet compleet en wordt hij niet in behandeling genomen.

Daarnaast gelden de algemene DEI+-afwijzingsgronden, waaronder:

  • Het project is geen demonstratieproject in de zin van de regeling.
  • Niet aannemelijk dat het project binnen 4 jaar wordt voltooid (let op vergunningen en levertijden van apparatuur).
  • De aanvrager is een onderneming in moeilijkheden.
  • Onvoldoende vertrouwen dat de financiering van het eigen aandeel rondkomt, bijvoorbeeld door onvoldoende eigen vermogen of te vage verklaringen van financiers.
  • Onvoldoende vertrouwen in de capaciteiten van betrokkenen om het project uit te voeren.
  • Onvoldoende vertrouwen in de technische of economische haalbaarheid.
  • Onvoldoende bijdrage aan de CO2-reductiedoelstelling van de DEI+ in Nederland binnen 10 jaar.
  • De samenwerking tussen ondernemer en onderzoeksorganisatie is onevenwichtig (de onderzoeksorganisatie maakt het merendeel van de kosten).
  • Aannemelijk dat je de activiteiten ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging kunt uitvoeren (geen stimulerend effect).

Er zijn geen wegingspercentages per criterium bekendgemaakt. De volgende punten worden inhoudelijk beoordeeld:

  • Kwaliteit van het project: blijkend uit de uitwerking van aanpak en methodiek, de omgang met risico's, de uitvoerbaarheid, de deelnemende partijen en de mate waarin middelen effectief en efficiënt worden ingezet.
  • Slaagkans van de innovatie in de Nederlandse markt en maatschappij.
  • Mate van vernieuwing ten opzichte van de huidige stand van de techniek in Nederland (voor demonstratieprojecten geldt de Nederlandse stand der techniek als referentie).
  • Kwaliteit van het plan voor kennisverspreiding.
  • Onderbouwing van de werking van de techniek en de claims daarover.
  • Financiering van het eigen aandeel: voldoende concreet onderbouwd met bewijsstukken.

Belangrijk: de beoordeling gebeurt op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen, niet op relatieve kwaliteit tussen aanvragen. Zodra je project aan alle voorwaarden voldoet en er geen afwijzingsgrond van toepassing is, krijg je subsidie zolang er budget is.

Het onaannemelijk maken dat je de activiteiten (bijvoorbeeld vergunningverlening) niet op tijd rondkrijgt, kan al bij de aanvraag tot afwijzing leiden. Begin dus tijdig met vergunningaanvragen, ook al is dat voor dit thema al een voorwaarde vóór indiening.

Hoe vraag je de DEI+: Vergassing van reststromen aan?

De aanvraag verloopt in vijf stappen.

Stap 1: projectidee toetsen (optioneel maar aanbevolen)

Vul het projectideeformulier in via de RVO-website. Een projectadviseur beoordeelt gratis en vrijblijvend of je project aansluit bij dit thema of beter past bij een andere regeling. Je kunt ook bellen met Klantcontact van RVO (088 042 42 42).

Stap 2: dien je subsidieaanvraag op tijd in

Dat kan tussen 27 januari 2026, 09:00 uur en 30 juli 2026, 17:00 uur, via het eLoket van RVO. Je hebt hiervoor een eHerkenningsmiddel nodig met minimaal betrouwbaarheidsniveau 3; vraag dit tijdig aan, want dit kost een aantal werkdagen.

Verplichte onderdelen van de aanvraag:

  • Aanvraagformulier: ingevuld en digitaal ondertekend (met eHerkenning) door jou of een intermediair. Dient een intermediair namens jou in, dan voegt de penvoerder een machtiging van die intermediair toe.
  • Bijlage 1: Deelnemersformulier (aanmelding en machtiging): bij een samenwerkingsverband stuurt elke deelnemer een ondertekend machtigingsformulier mee, waarmee de penvoerder wordt gemachtigd.
  • Bijlage 2: Projectplan: beschrijving van je project, inclusief onderbouwing van financiering eigen aandeel en (indien nodig) vergunningenstatus.
  • Bijlage 3: Begroting: volgens het verplichte modelbegroting-format.
  • Bijlage 4: Financieringsplan: onderdeel van projectplan en begroting, met onderbouwing hoe je je eigen aandeel financiert (bijvoorbeeld bankverklaring, jaarrekening, intentieverklaring van financiers, garantieverklaring van een verbonden onderneming).
  • Bijlage 5: Exploitatieberekening: verplicht voor demonstratieprojecten.
  • Bijlage 6: Plan voor kennisverspreiding: als aparte bijlage of onderdeel van het projectplan.
  • Bijlage 8: Verklaring "geen onderneming in moeilijkheden": inclusief beslisschema, de meest recente (geconsolideerde) jaarcijfers en organogrammen (met aandelenverhouding) van de deelnemers.
  • Vergunningen: voor dit thema moet je de benodigde vergunningen voor bouw en ingebruikname van de installatie al meesturen als bijlage. Zonder deze vergunningen is je aanvraag niet compleet.
  • Bijlage 9: Overige bijlagen, indien van toepassing.

Als een onderzoeksorganisatie deelneemt, is bovendien een getekende samenwerkingsovereenkomst nodig, uiterlijk vóór de startdatum van het project. Ligt de startdatum gelijk aan de indieningsdatum, dan moet die overeenkomst er al bij de aanvraag zijn; ontbreekt hij, dan wijst RVO de aanvraag af.

Stap 3: controle op volledigheid

RVO controleert of alle verplichte stukken zijn aangeleverd. Dien je minstens 2 weken vóór de sluitingsdatum in, dan krijg je bij een onvolledige aanvraag een verzoek om aan te vullen (aan deze termijn kun je geen rechten ontlenen). Na de sluitingsdag kan een aanvraag niet meer worden aangevuld.

Stap 4: inhoudelijke en financiële beoordeling

RVO beoordeelt op volgorde van binnenkomst (datum waarop de aanvraag compleet is) of er inhoudelijke of financiële redenen zijn om af te wijzen.

Stap 5: besluit

Je hoort binnen 8 weken na volledigheid of je aanvraag wordt toegekend of afgewezen. RVO kan deze termijn met 8 weken verlengen. Let op: RVO moet alle positieve beschikkingen uiterlijk medio december versturen omdat het budget alleen voor 2026 beschikbaar is; in het najaar gelden daardoor vaak kortere reactietermijnen en beperktere uitstelmogelijkheden.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Wie beoordeelt en hoe lang duurt het

RVO beoordeelt je aanvraag op volgorde van binnenkomst, waarbij de datum telt waarop je aanvraag compleet is. De beoordelingstermijn is 8 weken vanaf dat moment, met de mogelijkheid tot verlenging (met 8 weken). Voldoet je project aan alle voorwaarden en zijn er geen afwijzingsgronden van toepassing, dan krijg je subsidie zolang er budget beschikbaar is binnen het subsidieplafond van € 150.000.000.

Bij afwijzing

Je ontvangt een schriftelijke beschikking met de reden. Je kunt telefonisch een toelichting vragen. RVO bekijkt samen met jou of een verbeterde aanvraag zinvol is of dat er andere ondersteuningsmogelijkheden zijn. Let op: kosten die je al hebt gemaakt vóór een eventuele herindiening komen niet in aanmerking, en een herindiening is niet mogelijk als je al met het project gestart bent (dan heeft subsidie geen stimulerend effect meer).

Verplichtingen tijdens de looptijd

  • Je start uiterlijk 6 maanden na de subsidiebeschikking met de uitvoering van je projectplan.
  • De looptijd is maximaal 4 jaar.
  • Is er een onderzoeksorganisatie betrokken en start het project na de beschikkingsdatum, dan vraagt RVO tijdens de beheerfase naar de getekende samenwerkingsovereenkomst. Ontbreekt die, dan schort RVO de betaling van voorschotten op. Lever je die overeenkomst niet binnen 3 maanden daarna alsnog aan, dan kan RVO het project stopzetten, de subsidie vaststellen en al verstrekte voorschotten terugvorderen.
  • Je geeft de voortgang van je project door aan RVO en meldt wijzigingen in het project.
  • Voor dit thema gelden specifieke informatieverplichtingen bij subsidievaststelling en tot 5 jaar daarna, om te waarborgen dat het project daadwerkelijk bijdraagt aan de beoogde duurzaamheidsdoelen. Nadere invulling hiervan staat in Bijlage 9 van de Handleiding DEI+.
  • De installatie moet ook ná afloop van het project in gebruik blijven; dat is een kernkenmerk van een demonstratieproject.

Uitbetaling

Meer over voorschotten staat in hoofdstuk 7.1 van de Handleiding. Na afloop van het project vraag je vaststelling van de subsidie aan via het eLoket, waarna RVO het definitieve subsidiebedrag bepaalt. Bij combiprojecten kan de verhouding tussen het energie- en grondstofdeel dan nog wijzigen op basis van de daadwerkelijk ingezette grondstoffen.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 1 document bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

  • Handleiding DEI
    PDF · 48 pagina'sAanbevolen

    De Handleiding DEI+ is het uitgebreide toelichtingsdocument van RVO waarin je alle voorwaarden, thema's, subsidiepercentages, kostenberekeningen en aanvraagonderdelen voor de DEI+ regeling (waaronder Vergassing van reststromen) kunt terugvinden ter voorbereiding van je aanvraag.

    Download

Vraag het dossier

Stel een vraag over DEI+: Vergassing van reststromen. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.