Subsidieregeling MKB Innovatiestimulering Topsectoren
Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland
Ook bekend als MKB Innovatiestimulering Topsectoren Zuid-Holland, Subsidieregeling MKB Innovatiestimulering Topsectoren Zuid-Holland
Wat is de Subsidieregeling MKB Innovatiestimulering Topsectoren?
Deze subsidie is voor mkb-bedrijven in Zuid-Holland die samen met andere mkb'ers een nieuw product, proces of dienst willen onderzoeken en testen (een R&D-samenwerking). Je vraagt aan met minimaal twee mkb-deelnemers die samen onderzoek doen of testen uitvoeren, voor gezamenlijke rekening en risico.
Je krijgt maximaal 35% van de subsidiabele projectkosten. Bij een kleine samenwerking is de subsidie minimaal € 50.000 en maximaal € 200.000 in totaal, met per deelnemer minimaal € 25.000 en maximaal € 100.000. Bij een grote samenwerking loopt de subsidie van € 200.000 tot € 350.000 in totaal, met per deelnemer minimaal € 25.000 en maximaal € 175.000. Er is in 2026 in totaal € 6,9 miljoen beschikbaar, waarvan maximaal 50% voor grote samenwerkingen.
Aanvragen doet de penvoerder namens de samenwerking via het subsidieportaal van de provincie. Dat kan van 9 juni 2026 tot en met 15 september 2026. Verplicht is een projectplan volgens het vaste format 'Projectplan MIT R&D 2026', met daarin een samenwerkingsovereenkomst die door alle deelnemers (penvoerder en deelnemer(s)) ondertekend moet zijn. Zonder die ondertekening wordt de aanvraag geweigerd.
Na de deadline beoordeelt een deskundigencommissie de aanvragen op vier criteria; je moet in totaal minimaal 50 punten halen en op elk criterium minimaal 10 punten. Bij gelijke scores en een ontoereikend budget wordt geloot. Je project mag pas starten na 1 januari 2027 en moet binnen 6 maanden na toekenning beginnen en binnen 2 jaar zijn afgerond.
Wie komt in aanmerking voor de Subsidieregeling MKB Innovatiestimulering Topsectoren?
Deze regeling is alleen voor mkb-ondernemingen die als samenwerkingsverband een R&D-project uitvoeren. Je valt af als je niet aan de volgende harde eisen voldoet:
- Vestiging in Zuid-Holland. Je bent mkb-ondernemer met een officieel vestigingsadres in Zuid-Holland, zoals geregistreerd bij de Kamer van Koophandel.
- Samenwerking van minimaal twee mkb'ers. Het project wordt in een R&D-samenwerkingsverband uitgevoerd, voor gezamenlijke rekening en risico. Grote ondernemingen of onderzoeksorganisaties mogen meedoen, maar komen zelf niet in aanmerking voor subsidie.
- Passend bij het Toetsingskader MIT. Je project moet aansluiten bij een van de acht Kennis- en Innovatie-Agenda's (KIA's) uit het Toetsingskader MIT 2026 (Klimaat en Energie, Circulaire Economie, Landbouw Water en Voedsel, Gezondheid en Zorg, Veiligheid, Sleuteltechnologieën, Digitalisering of Maatschappelijk Verdienvermogen).
- Minimale eigen inbreng. Jullie betalen samen minstens 65% van de projectkosten zelf; de subsidie vult dus maximaal 35% aan.
- Balans in de samenwerking. Geen enkele deelnemer mag meer dan 70% van de subsidiabele kosten voor zijn rekening nemen.
- Financieel gezond. Je bent geen 'onderneming in moeilijkheden' volgens de daarvoor geldende Europese staatssteuncriteria. Dit toets je met de verklaring 'Geen financiële moeilijkheden'.
- Startmoment. Het project mag pas beginnen op of na 1 januari 2027, en moet binnen 6 maanden na de toekenning van start gaan.
- Doorlooptijd. Het project moet binnen 2 jaar zijn afgerond.
- Geen eerdere subsidie voor dit project. Je hebt voor dit specifieke project nog niet eerder subsidie ontvangen.
- Maximaal 1 aanvraag per jaar. Je (en alle bedrijven die met jou verbonden zijn of samenwerken, of voor 25% of meer aan jou verbonden zijn) doen maximaal één aanvraag per kalenderjaar binnen deze paragrafen. Dien je toch meerdere aanvragen in, dan worden ze allemaal geweigerd. Uitzondering: soms wordt hiervan afgeweken, bijvoorbeeld als je verbonden bent aan een partij die specifiek startende bedrijven ondersteunt (zoals een private equity-investeerder of venture builder), mits die startups feitelijk, statutair en qua personeel los van elkaar opereren.
Let op twee risico's waar aanvragers vaak op stuklopen: als je eigen inbreng minder dan 65% is of als één deelnemer meer dan 70% van de kosten draagt, wordt de aanvraag afgewezen op de financiële verdeling. En de "verbonden ondernemingen"-telling is breed: ook bedrijven waarmee je 25% of meer verbondenheid hebt, tellen mee bij het bepalen of je al een aanvraag hebt gedaan dit jaar.
Het dossier verwijst voor een compleet overzicht van alle eisen naar paragraaf 4 en 5 van de Subsidieregeling MKB innovatiestimulering topsectoren Zuid-Holland; niet elk detail van die paragrafen staat in dit dossier uitgeschreven.
Waarvoor krijg je subsidie?
Je krijgt subsidie voor de kosten van een haalbaarheidsproject: het onderzoek naar de technische en economische haalbaarheid van een nieuw of verbeterd product, proces of dienst. De kosten worden ingedeeld in twee hoofdgroepen, met een verplichte verhouding.
Verhouding tussen de twee onderdelen
- Minimaal 60% van de subsidiabele kosten moet bestaan uit de haalbaarheidsstudie zelf.
- Maximaal 40% mag bestaan uit industrieel onderzoek en/of experimentele ontwikkeling. Dit onderdeel is niet verplicht: je project kan ook voor 100% uit een haalbaarheidsstudie bestaan, in dat geval is het percentage voor industrieel onderzoek 0%.
1. Kosten van de haalbaarheidsstudie
Dit zijn de kosten van het onderzoek zelf, bijvoorbeeld deskresearch, literatuuronderzoek, patent search, inventarisatie van beschikbare technologie en potentiële partners, gestructureerde interviews met potentiële klanten, marktverkenning en concurrentieanalyse. Voor dit onderdeel geldt geen apart uurtarief anders dan het algemene maximum voor interne uren (zie hieronder).
2. Kosten van industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling (maximaal 40%)
Binnen dit onderdeel worden vijf kostensoorten onderscheiden:
- a. Personeelskosten: kosten van onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel voor zover zij zich met het project bezighouden. Voor interne uren geldt een maximumtarief van € 60 per uur, ongeacht de daadwerkelijke loonkosten. Alleen uren van medewerkers in loondienst komen in aanmerking. Voor stagiaires op de loonlijst mogen de werkelijke kosten worden opgevoerd; voor stagiaires die verantwoording afleggen aan school (en niet aan het bedrijf) komen alleen specifiek voor het project gemaakte, schriftelijk vastgelegde onkosten in aanmerking, met bewijs van betaling.
- b. Kosten van apparatuur en uitrusting: voor zover en zolang deze voor het project worden gebruikt. Wordt de apparatuur niet de volle levensduur voor het project gebruikt, dan komen alleen de afschrijvingskosten over de looptijd van het project in aanmerking, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen.
- c. Kosten van gebouwen en gronden: voor zover en zolang deze voor het project worden gebruikt. Voor gebouwen komen alleen de afschrijvingskosten over de projectlooptijd in aanmerking. Voor gronden komen de kosten van commerciële overdracht of de daadwerkelijk gemaakte kapitaalkosten in aanmerking.
- d. Kosten van contractonderzoek, kennis en octrooien: kosten van onderzoek, kennis en octrooien die op arm's length-voorwaarden zijn ingekocht of waarvoor een licentie is verkregen van externe partijen, plus kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten die uitsluitend voor het project worden gebruikt.
- e. Bijkomende algemene kosten en andere operationele uitgaven: kosten die rechtstreeks uit het project voortvloeien, zoals materiaal en leveranties.
Overige regels
- Indirecte kosten (overhead, zoals telefoon, internet en energie) zijn alleen subsidiabel als ze zijn meegenomen in de berekeningswijze van de loonkosten.
- Opbrengsten die uit het project voortvloeien moeten in mindering worden gebracht op de subsidiabele kosten.
- BTW is in principe niet subsidiabel. Kun je de BTW over de projectkosten niet verrekenen, dan mag je de kosten inclusief BTW opnemen, maar dan moet je een belastingverklaring (of een verklaring van een RA/AA-accountant) bijvoegen.
- De begroting moet per kostensoort onderbouwd worden: eenheid maal tarief, gekoppeld aan de activiteiten waarop de kosten betrekking hebben.
Het dossier geeft geen specifiek maximumtarief per kostensoort behalve het uurtarief van € 60 voor interne personeelskosten; voor de overige kostensoorten geldt geen apart bedrag, maar wel de eis dat ze aantoonbaar en onderbouwd aan het project zijn toe te rekenen.
Hoeveel subsidie krijg je?
De subsidie bedraagt maximaal 35% van de subsidiabele kosten van het project. Dit percentage geldt voor alle R&D-samenwerkingsprojecten, klein en groot.
Er zijn twee categorieën, met elk hun eigen bandbreedtes:
Kleine samenwerking
- Totale subsidie per project: minimaal € 50.000 en maximaal € 200.000.
- Subsidie per mkb-deelnemer: minimaal € 25.000 en maximaal € 100.000.
Grote samenwerking
- Totale subsidie per project: minimaal € 200.000 en maximaal € 350.000.
- Subsidie per mkb-deelnemer: minimaal € 25.000 en maximaal € 175.000.
Je kiest (of je project valt vanzelf) in een van beide categorieën; je kunt niet voor beide tegelijk subsidie krijgen. Let op: voor grote samenwerkingen is maximaal 50% van het totale budget beschikbaar, dus die categorie is beperkter beschikbaar dan de kleine.
Wat de hoogte beïnvloedt
- Jullie moeten zelf minstens 65% van de kosten dragen; de subsidie vult dus nooit meer dan 35% aan.
- Geen enkele deelnemer mag meer dan 70% van de subsidiabele kosten voor zijn rekening nemen, dit beperkt hoe de subsidie binnen de samenwerking verdeeld kan worden.
- Het uurtarief voor eigen personeel is vastgesteld op maximaal € 60 per uur, ongeacht de werkelijke loonkosten. Dit tarief beperkt indirect de subsidiabele grondslag en dus het uitgekeerde bedrag.
- Voor 2026 is in totaal € 6,9 miljoen beschikbaar. Als het budget op is voordat jouw aanvraag aan de beurt is, val je alsnog buiten de prijzen, ook met een goed dossier. Verdeling gaat niet op volgorde van binnenkomst maar op punten (tendersysteem); bij een gelijke score en een ontoereikend restbudget wordt geloot.
Een voorschot van maximaal 90% van het verleende subsidiebedrag is mogelijk; het definitieve bedrag wordt achteraf vastgesteld op basis van de werkelijk gemaakte kosten.
Alle bedragen op een rij
| Bedrag | Soort | Geldt voor |
|---|---|---|
| 35% | Percentage | van de kosten |
| 65% | Percentage | van de kosten |
| 70% | Percentage | van de kosten |
| € 2.700.000 | Subsidieplafond | |
| € 6.900.000 | Subsidieplafond |
Rondes en deadlines
| Ronde | Opent | Sluit | Budget | Verdeling |
|---|---|---|---|---|
| 2026 | 7 apr 2026 | 15 sep 2026 | € 9,6 mln | Wie het eerst komt (fcfs) |
| 2026 | 9 jun 2026 | 15 sep 2026 | - | - |
| 2024-haalbaarheidsprojecten | 9 apr 2024 | 17 sep 2024 | € 2,5 mln | - |
| 2024-rd-samenwerkingsprojecten | 11 jun 2024 | 17 sep 2024 | € 8,2 mln | - |
| 2023-ronde-1 | 4 apr 2023 | 12 sep 2023 | - | - |
| 2023-ronde-2 | 6 jun 2023 | 12 sep 2023 | - | - |
| 2021 | - | - | € 11,7 mln | Tender (rangschikking na sluiting) |
| Openstelling | - | - | - | Tender (rangschikking na sluiting) |
Wat zijn de voorwaarden van de Subsidieregeling MKB Innovatiestimulering Topsectoren?
Wat je moet doen na toekenning
- Het project moet binnen 6 maanden na de toekenning van start gaan, en mag sowieso niet eerder beginnen dan 1 januari 2027.
- Het project moet binnen 2 jaar zijn afgerond.
- Bij afwijzing van de subsidie draag je de al gemaakte projectkosten zelf.
- De penvoerder onderhoudt het contact met de provincie, dient voortgangsverslagen in, geeft wijzigingen en meldingen door, vraagt eventuele voorschotten en de vaststelling aan, en verdeelt ontvangen betalingen over de deelnemers.
- Bij vaststelling verantwoord je op basis van werkelijk gemaakte kosten, met een aanvraag tot vaststelling inclusief activiteitenverslag, beeldmateriaal en financieel verslag. Bij een subsidieverlening van meer dan € 125.000 per deelnemer gelden aanvullende verantwoordingseisen, die dan voor alle deelnemers gaan gelden, ongeacht hun eigen subsidiebedrag.
- Bij een looptijd langer dan een jaar en een bedrag boven € 125.000 moet ook een uitgavenplanning worden ingediend.
Naast de toelatingseisen (mkb, vestiging Zuid-Holland, samenwerking, 65%/70%-verdeling, financieel gezond, tijdlijnen, één aanvraag per jaar) zijn er formele knock-outs die los van de inhoudelijke kwaliteit tot weigering leiden:
- De samenwerkingsovereenkomst in het projectplan is niet ondertekend door de penvoerder en alle deelnemers. Zonder deze ondertekening is de aanvraag "ongenoegzaam" en wordt ze geweigerd.
- De financiële kengetallentabel is niet, of niet volledig, ingevuld voor de aanvrager en elke deelnemer. Ontbreekt deze of is ze onvolledig, dan wordt de aanvraag niet beoordeeld.
- Het projectplan is niet ingediend in het verplichte format 'Projectplan MIT R&D 2026'. Plannen die op een andere manier worden aangeboden, worden niet in behandeling genomen.
- Het projectplan overschrijdt de maximale omvang van 15 A4 (Calibri 11, normale marges, enkele regelafstand). Bij afwijkende opmaak wordt het document omgezet naar Calibri 11 en wordt alles boven de 15 pagina's niet meegenomen in de beoordeling. De verplichte kengetallentabel telt niet mee voor deze 15 pagina's; LOI's, LOC's en support letters ook niet.
- Je vraagt in hetzelfde kalenderjaar meerdere keren subsidie aan (zelf of via een verbonden onderneming met 25% of meer verbondenheid). Dan worden alle ingediende aanvragen geweigerd.
- De aanvraag is niet volledig op het moment van sluiting van de aanvraagperiode. Aanvulling na sluiting van de aanvraagperiode is niet mogelijk, ook niet in de bezwaarfase.
Aanvragen die de toets doorstaan, worden inhoudelijk beoordeeld op vier criteria. Per criterium is maximaal 25 punten te behalen, met een totaal van maximaal 100 punten. Om in aanmerking te komen moet je op elk criterium minimaal 10 punten scoren én in totaal minimaal 50 punten halen.
- Technologische vernieuwing. Hoe vernieuwend is het beoogde product, proces of de dienst? Gaat het om een nieuw product/proces/dienst of een nieuwe toepassing van iets bestaands? Hoe vernieuwend is de aanpak of onderzoeksmethode, hoe haalbaar is de innovatie, wat is het technologisch risico en hoe wordt dit gemitigeerd? Hoe verhoudt het project zich tot (internationale) ontwikkelingen in de topsector en eerder gesubsidieerde projecten?
- Economische waarde. Sluit het project aan bij de strategische doelstellingen van de betrokken bedrijven en de topsector? Wat is de economische waarde voor de deelnemers en voor de Zuid-Hollandse en Nederlandse economie? Is dit cijfermatig onderbouwd (marktgrootte, marktaandeel, omzet, winst, terugverdientijd), bijvoorbeeld met een LOC of LOI van een potentiële afnemer of financier? Wat is de concurrentiepositie, welke risico's zijn er en hoe worden die gemitigeerd? De financiële kengetallentabel moet hier volledig zijn ingevuld; ontbreekt die, dan wordt de aanvraag als onvolledig gezien en geweigerd.
- Kwaliteit van de R&D-samenwerking. Hebben de partners gezamenlijk voldoende expertise en vullen ze elkaar aan? Zijn de capaciteiten (resources) van de deelnemers toereikend? Hoe is de kwaliteit van de projectorganisatie (projectleider, stuurgroep, go/no-go-momenten)? Is er een relatie met andere projecten in de topsector? Hoe evenwichtig zijn de resultaten (bijvoorbeeld intellectueel eigendom en opbrengstverdeling) tussen de partners verdeeld?
- Impact op de missiethema's. Wat is de impact van het project op de Kennis- en Innovatie-Agenda (KIA) en de bijbehorende missie waarop het project zich richt? Bij een combinatie van KIA's: wat is de intensiteit en verwevenheid daarvan? Bij KIA 8 (Maatschappelijk Verdienvermogen) moet je onderbouwen dat de oplossing maatschappelijk gewenst, economisch rendabel en schaalbaar is, en moet het project gekoppeld zijn aan een van de KIA's 1 t/m 7. Op dit criterium kun je extra punten (een verdubbeling) krijgen als het project bijdraagt aan een van de 10 prioriteiten van de Nationale Technologie Strategie (NTS), maar alleen als het project al aan de minimale kwaliteitseis (10 punten per criterium, 50 in totaal) voldoet.
Verdeling bij gelijke score
Scoren meerdere aanvragen gelijk en is het subsidieplafond niet toereikend om ze allemaal te honoreren, dan wordt geloot. De nummer 1 uit de loting krijgt eerst het beschikbare bedrag, een eventueel restant gaat naar nummer 2, enzovoort.
Hoe vraag je de Subsidieregeling MKB Innovatiestimulering Topsectoren aan?
Stap 1: Voorbereiding voordat je aanvraagt
Zorg dat je project past bij het MIT toetsingskader 2026 en bepaal op welke Kennis- en Innovatieagenda (KIA) je project zich richt. Doe ook onderzoek in je eigen netwerk van verbonden en partnerondernemingen: ga na of iemand anders binnen dat netwerk mogelijk ook een aanvraag voor deze subsidie wil indienen, en stem dit onderling af. Dien je toch dubbel in, dan worden alle aanvragen geweigerd.
Stap 2: Verplichte documenten opstellen
Voor de aanvraag heb je de volgende documenten nodig:
- Projectplan (bijlage A): je moet hiervoor het verplichte format 'Model projectplan MIT Haalbaarheidsprojecten 2026' gebruiken. Eigen versies worden niet geaccepteerd. Het plan omvat onder meer: een beschrijving van het te ontwikkelen product/proces/dienst, het traject van haalbaarheid tot marktintroductie, de mate van nieuwheid, het economisch perspectief, de aansluiting bij het MIT-kader en de KIA's, de concrete haalbaarheidsvragen, de begroting en de financiering. De verwachte omvang is tien tot twaalf A4. Gebruik lettertype Arial, 11 punts, en verwijder alle blauwe instructietekst voordat je indient. Wie dit ondertekent, staat niet expliciet vermeld op het formulier zelf, maar het plan maakt onderdeel uit van de aanvraag die door de bevoegde vertegenwoordiger van je organisatie wordt ingediend.
- Kopie bewijs toegezegde financiering: alleen verplicht als je project wordt medegefinancierd door een organisatie die geen aanvrager is.
- Kopie belastingverklaring of accountantsverklaring: alleen verplicht als je niet-verrekenbare BTW als subsidiabele kosten hebt opgenomen. Bij een accountantsverklaring moet deze zijn afgegeven door een RA- of AA-accountant.
- Toets Geen financiële moeilijkheden: dit beslisschema doorloop je om te bepalen of je onderneming in financiële moeilijkheden verkeert. De verklaring wordt ondertekend door naam en functie van de ondertekenaar, met vermelding van naam onderneming, KvK-nummer en datum.
Stap 3: Aanvraag indienen via het e-formulier
Je vraagt de subsidie aan via het online formulier op https://forms.zuid-holland.nl/eherk2p_eform_mit-haalbaarheid?newsession=1. Dit formulier is vanaf 7 april 2026 09:00 uur online beschikbaar. In het formulier vul je onder meer in:
- Gegevens van je organisatie (naam, rechtsvorm, KvK-nummer, adres, IBAN) en contactpersoon.
- Overige gegevens, zoals of je BTW-plichtig bent, of je in financiële moeilijkheden verkeert, en of er verbonden of partnerondernemingen zijn die ook een aanvraag doen.
- Projectkenmerken: projectnaam (let op, deze wordt openbaar), start- en einddatum.
- Een openbare projectsamenvatting van maximaal een halve A4, zonder vertrouwelijke informatie: deze publicatie is verplicht.
- Projectgegevens: onder meer of het project voor minimaal 60% uit haalbaarheidsstudie bestaat en maximaal 40% uit industrieel onderzoek/experimentele ontwikkeling, en bij welke KIA(‘s) het project aansluit.
- Projectkosten en financiering, inclusief het gevraagde subsidiebedrag.
De aanvraagperiode loopt van 7 april 2026 tot en met 15 september 2026. Let op: alleen aanvragen die uiterlijk op de sluitingsdatum volledig en juist zijn ingediend, worden in behandeling genomen. Het is (ook in de bezwaarfase) niet mogelijk om je aanvraag aan te vullen, dus zorg dat alles compleet en correct is bij indiening.
Voor een intermediair die de aanvraag namens jou indient, geldt: zodra de Wet digitale overheid van kracht is, kan dit alleen nog via een ketenmachtiging die specifiek geldt voor subsidies; papieren machtigingen zijn dan niet meer mogelijk.
Let op de overvraag
Op de openingsdag 7 april 2026 is al 2 keer zoveel subsidie aangevraagd als er beschikbaar is. Alle aanvragen van die dag zijn daarom geloot. De kans dat aanvragen die na 7 april worden ingediend nog worden behandeld, is daardoor heel klein.
Verdeling: Wie het eerst komt (fcfs). Vroeg indienen loont.
Wat gebeurt er na je aanvraag?
Beoordeling
Een deskundigencommissie beoordeelt de aanvragen op de vier criteria (technologische vernieuwing, economische waarde, kwaliteit van de samenwerking, impact op de missiethema's), elk met een maximum van 25 punten. Je moet minimaal 10 punten per criterium en in totaal minimaal 50 punten halen om in aanmerking te komen. De verdeling van het beschikbare budget gebeurt volgens een tendersysteem: niet op volgorde van binnenkomst, maar op basis van de behaalde punten. Projecten die aansluiten bij een van de 10 prioriteiten van de Nationale Technologie Strategie (NTS) kunnen een verdubbeling van de punten op het criterium 'impact' krijgen, wat hun positie in de rangschikking kan verbeteren. Bij een gelijke score en een ontoereikend restbudget wordt geloot; de nummer 1 uit de loting krijgt eerst het beschikbare bedrag, een eventueel restant gaat naar de volgende.
Het dossier noemt geen concrete beslistermijn voor deze aanvraagronde.
Bibob-toets
De provincie is verplicht op grond van de wet Bibob te controleren of aanvragers geen strafbare activiteiten met de subsidie ondernemen. Er wordt daarom extra informatie opgevraagd en gecontroleerd. Bij twijfel over integriteit of bij signalen van misbruik kan de aanvraag worden geweigerd of de subsidie worden verminderd.
Uitbetaling
Na een positieve beschikking kan een voorschot worden verstrekt van maximaal 90% van het verleende subsidiebedrag. De definitieve vaststelling van de subsidie gebeurt op basis van de werkelijk gemaakte kosten, niet op de begrote kosten.
Verplichtingen tijdens de looptijd
- Het project moet binnen 6 maanden na de toekenning starten, en mag hoe dan ook niet vóór 1 januari 2027 beginnen.
- Het project moet binnen 2 jaar na start zijn afgerond.
- De penvoerder is het aanspreekpunt voor de provincie: hij onderhoudt het contact, dient voortgangsverslagen in, geeft wijzigingen en meldingen door, vraagt het voorschot en de vaststelling aan, en verdeelt de ontvangen betalingen over de deelnemers. De bewijslast van gerealiseerde baten en lasten ligt bij elke individuele deelnemer zelf; de penvoerder verzamelt deze informatie en levert die aan bij de provincie.
- Bij een looptijd langer dan een jaar en een subsidiebedrag boven € 125.000 moet een uitgavenplanning worden ingediend.
Vaststelling en verantwoording
Bij afronding van het project dien je een aanvraag tot vaststelling in, met een activiteitenverslag, beeldmateriaal en een financieel verslag. Is de subsidieverlening per deelnemer hoger dan € 125.000, dan gelden aanvullende verantwoordingseisen; deze gelden dan voor alle deelnemers, ook voor degenen die zelf minder dan € 125.000 ontvangen.
Alles rond je aanvraag, waaronder waarschijnlijk ook de voortgang en de vaststelling, regel je via het subsidieportaal van de provincie.
Welke documenten heb je nodig?
Het loket publiceert 17 documenten bij deze regeling, waarvan er 1 verplicht is bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.
- Model projectplan MIT R&D projecten 2026DownloadWord · 10 pagina'sVerplicht
Het verplichte format voor het projectplan dat je moet invullen en meesturen met je aanvraag, inclusief de samenwerkingsovereenkomst die door penvoerder en alle deelnemers ondertekend moet worden.
- Toets Geen financiële moeilijkhedenDownloadWord · 4 pagina'sAanbevolen
Een verklaring en beslisschema waarmee je aantoont dat je onderneming geen 'onderneming in moeilijkheden' is, wat een eis is voor de subsidie.
- Toetsingskader MIT 2026DownloadPDF · 12 pagina'sAanbevolen
Het toetsingskader met de Kennis- en Innovatieagenda's waaraan je project inhoudelijk moet voldoen om voor subsidie in aanmerking te komen.
- Toelichting bij subsidieregeling MITDownloadPDF · 14 pagina'sAanbevolen
Een artikelsgewijze toelichting op de subsidieregeling MIT die uitlegt hoe de eisen en beoordelingscriteria geïnterpreteerd moeten worden.
- Toelichting wijziging MIT 2025DownloadPDF · 1 paginaAanbevolen
Een overzicht van de wijzigingen in de MIT-regeling voor 2025, zoals het herintroduceren van het minimale puntenaantal en de nieuwe lotingsprocedure.
- Bijlage I bij verordening EU 651-2014 agvvDownloadPDF · 1 paginaAanbevolen
De officiële EU-definitie van mkb-onderneming die gebruikt wordt om te bepalen of je onderneming aan de mkb-eisen van de regeling voldoet.
- MIT toetsingskaderDownloadPDF · 12 pagina'sAanbevolen
Dezelfde versie van het toetsingskader MIT 2026 met de KIA-missies waarop je project impact moet maken voor de beoordeling.
- Toelichting samenwerkingsovereenkomst MIT R&D onderdeel projectplan (1)DownloadPDF · 1 paginaAanbevolen
Een toelichting op de verplichte samenwerkingsovereenkomst in het projectplan, die uitlegt welke rol en verplichtingen de penvoerder namens het samenwerkingsverband heeft.
En nog 9 andere bestanden in het dossier.
Vraag het dossier
Stel een vraag over Subsidieregeling MKB Innovatiestimulering Topsectoren. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- Research & Development Samenwerkingsprojecten (MIT)zuid-holland.nl · gecontroleerd 3 aug 2026
- Mkb Haalbaarheidsprojecten (MIT)zuid-holland.nl · gecontroleerd 3 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.