Open voor aanvragenProvincie · Subsidie

Programma Natuur – fase 2

Gedeputeerde staten van Zeeland

Wat is de Programma Natuur – fase 2?

Deze subsidie is bedoeld voor de uitvoering van maatregelen uit het Programma natuur fase 2 (2024-2030), gericht op herstel van Natura2000-gebieden in Zeeland. Je kunt geld krijgen voor natuurherstelmaatregelen, voor maatregelen die recreatiedruk verminderen, en voor onderzoek, planvorming en monitoring die daarbij horen.

De regeling is bedoeld voor terreinbeherende organisaties en voor andere partijen die genoemd worden in het Programma natuur fase 2. Welke maatregelen in 2026 precies voor subsidie in aanmerking komen, staat in de maatregelentabel (bijlage G): per maatregel is een gebied en een SPUK-verwijzing vastgelegd.

Je project moet in Zeeland worden uitgevoerd, mag niet botsen met provinciale natuur- of waterdoelstellingen, moet binnen een jaar na subsidieverlening starten en moet uiterlijk 31 maart 2030 klaar zijn.

De maximale vergoeding per project is € 700.000. Het totale subsidieplafond voor deze openstelling is € 3.000.000. Je vraagt aan tussen 14 april 2026 en 30 november 2026, volledig digitaal via het provinciale zakenportaal, met inloggen via eHerkenning niveau eH3.

Wie komt in aanmerking voor de Programma Natuur – fase 2?

Je komt in aanmerking als je een terreinbeherende organisatie bent, of een andere belanghebbende die genoemd wordt in het Programma natuur fase 2. Het dossier noemt geen uitgebreidere lijst van toegestane rechtsvormen dan deze twee categorieën.

De harde eisen waar je project aan moet voldoen:

  • Het project wordt uitgevoerd in de provincie Zeeland. Projecten buiten Zeeland vallen af.
  • Het project mag niet strijdig zijn met een of meer provinciale natuur- en waterdoelstellingen.
  • De uitvoering start binnen een jaar na subsidieverlening. Dit moet blijken uit een realistische planning.
  • Het project is afgerond voor 31 maart 2030, eveneens blijkend uit een realistische planning.
  • Het project bestaat uit een maatregel die is opgenomen in de maatregelentabel (bijlage G, "Maatregelentabel openstelling 2026"). Alleen de daar genoemde maatregelen, gekoppeld aan een specifiek gebied en SPUK-code, komen in 2026 voor subsidie in aanmerking. Een maatregel die niet in die tabel staat, valt af.

Daarnaast gelden de algemene weigeringsgronden uit het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023:

  • Subsidie wordt alleen verstrekt aan een instelling (een rechtspersoon, vennootschap of eenmanszaak). Individuele particulieren zonder rechtsvorm komen dus niet in aanmerking.
  • Is de activiteit al gerealiseerd op het moment dat je de aanvraag indient? Dan wordt de subsidie geweigerd, tenzij in het besluit anders is bepaald.
  • Is de subsidie aan te merken als ontoelaatbare staatssteun? Dan wordt niet verstrekt.
  • Heeft de Europese Commissie eerder een bevel tot terugvordering tegen je uitstaan wegens onrechtmatige steun? Dan val je af.
  • Bedraagt de te verstrekken subsidie minder dan € 2.500? Dan wordt deze niet verstrekt.

Verder geldt: kosten die al door een andere subsidie of bijdrage zijn gedekt, komen niet nogmaals in aanmerking, en kosten die je al vóór indiening van de aanvraag hebt gemaakt, tellen niet mee. Personeelskosten van gemeenten en waterschappen zijn expliciet uitgesloten van subsidie binnen deze regeling.

De provincie kan bovendien een Bibob-toets uitvoeren. Als dat onderzoek op jou van toepassing is, ontvang je een brief met een uitgebreide vragenlijst die je moet invullen; dit kan gevolgen hebben voor de beoordeling van je aanvraag.

Het dossier noemt geen aparte weging tussen "op volgorde van binnenkomst" of "op kwaliteit" voor deze specifieke regeling; dat is voor deze paragraaf niet vastgelegd.

Waarvoor krijg je subsidie?

De subsidiabele kosten verschillen per type activiteit. Er zijn drie categorieën: natuurherstelmaatregelen, maatregelen om recreatiedruk te verminderen, en onderzoek/planvorming/monitoring.

Voor natuurherstelmaatregelen komen materiaalkosten, kosten van derden en personeelskosten in aanmerking, voor zover ze betrekking hebben op:

  • aanleg en herstel van een natuur- of landschapselement;
  • grondbewerking en afvoer van grond;
  • verwijdering van opstallen, begroeiing en beplanting;
  • afrastering ter bescherming tegen schade aan het aangelegde natuur- of landschapselement;
  • maatregelen aan de waterhuishouding;
  • het opstellen van een inrichtingsplan en beheerplan;
  • toezicht en directievoering bij de uitvoering van het project;
  • aanloopbeheer;
  • legeskosten die een gemeente of waterschap in rekening brengt;
  • overige kosten, mits noodzakelijk voor de uitvoering van de activiteit en direct toe te rekenen aan die activiteit.

Voor maatregelen om recreatiedruk te verminderen komen materiaalkosten, kosten van derden en personeelskosten in aanmerking, voor zover betrekking hebbend op:

  • het aanpassen van de padenstructuur, routestructuur of toegankelijkheid van gebieden;
  • het aanpassen, verwijderen of verplaatsen van een recreatieve voorziening;
  • communicatie over de uit te voeren maatregelen.

Voor onderzoek, planvorming en monitoring komen alleen kosten van derden en personeelskosten in aanmerking (geen materiaalkosten).

Voor personeelskosten en kosten van derden gelden de algemene rekenregels uit het Algemeen subsidiebesluit:

  • Personeelskosten zijn subsidiabel als ze aantoonbaar toe te rekenen zijn aan de activiteit en er een door de accountant controleerbare urenadministratie wordt bijgehouden. Het uurtarief bedraagt ten hoogste 1,2 procent van het bruto maandsalaris (waarin vakantiegeld, werkgeverslasten, verlof en andere personeelskosten zijn verwerkt). Bij een deeltijd dienstverband wordt omgerekend naar een voltijds maandsalaris. Het bedrag is bovendien gemaximeerd op de personeelskosten die in de begroting zijn opgenomen.
  • Kosten van derden zijn subsidiabel als ze aantoonbaar aan een derde verschuldigd zijn, rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de activiteit, doelmatig zijn en binnen de subsidieperiode zijn uitgevoerd. Het uurtarief mag niet hoger zijn dan de WNT-norm gedeeld door 1.600.
  • In rekening gebrachte BTW die je kunt terugvorderen of anderszins terugkrijgt, komt niet voor subsidie in aanmerking.

Niet-subsidiabele kosten (algemeen)

  • kosten gemaakt voordat je de subsidieaanvraag indient;
  • kosten waarvoor al een andere subsidie of bijdrage is verleend;
  • personeelskosten van gemeenten en waterschappen.

Niet-subsidiabel, specifiek bij natuurherstelmaatregelen

  • verwerving of afwaardering van grond;
  • bouw van opstallen;
  • aanleg van parkeergelegenheid;
  • onderhoud en regulier beheer;
  • aanschaf of afschrijving van machines;
  • verwijdering van bodemverontreiniging en afval.

Niet-subsidiabel, specifiek bij maatregelen ter vermindering van recreatiedruk

  • verwerving of afwaardering van grond;
  • beheer en onderhoud;
  • toezicht en handhaving.

Let op: welke concrete maatregel je mag uitvoeren, staat vast in de maatregelentabel (bijlage G). Alleen kosten die horen bij een daar genoemde maatregel, gekoppeld aan het bijbehorende gebied, komen voor vergoeding in aanmerking.

Hoeveel subsidie krijg je?

De maximale vergoeding per aanvraag is € 700.000. Het totale subsidieplafond voor deze openstelling in 2026 is € 3.000.000. Is het plafond bereikt, dan kunnen latere aanvragen niet meer (volledig) worden gehonoreerd; het dossier geeft voor deze regeling zelf geen specifieke verdeelmethode (zoals loting of rangschikking op kwaliteit), dus daarover doet dit dossier geen uitspraak.

Voor de subsidiehoogte binnen dat maximum gelden de algemene arrangementen uit het Algemeen subsidiebesluit, afhankelijk van de hoogte van het toegekende bedrag:

  • Tot en met € 10.000 (arrangement 1): een vast bedrag per te realiseren prestatieafspraak. Je krijgt een voorschot van 100% van de maximale subsidie.
  • Boven € 10.000 tot en met € 50.000 (arrangement 2): eveneens een vast bedrag per prestatieafspraak. Voorschot van ten hoogste 75% van de maximale subsidie, eventueel in termijnen.
  • Boven € 50.000 (arrangement 3): een vast bedrag per prestatieafspraak plus een percentage van de door de provincie subsidiabel geachte kosten. Ook hier een voorschot van ten hoogste 75%, eventueel in termijnen.

Bij vaststelling wordt het bedrag altijd berekend naar evenredigheid van de werkelijk gerealiseerde prestatieafspraken, zoals die blijken uit het prestatiebewijs. Bij arrangement 3 kan de uiteindelijke subsidie nooit hoger uitvallen dan het in de beschikking genoemde percentage van de werkelijk gemaakte, subsidiabel geachte kosten. Extra opbrengsten van de activiteit ten opzichte van de begroting worden in mindering gebracht op die subsidiabele kosten.

Verlagingen zijn mogelijk: verlagingspercentages en verlagingsbedragen worden berekend over het verleende subsidiebedrag en in mindering gebracht op het vast te stellen bedrag. Ook kan het subsidiebedrag met maximaal 5%, tot een maximum van € 5.000, worden verlaagd als je niet of niet volledig voldoet aan de verplichting om de provincie als subsidieverstrekker te vermelden in publiciteitsuitingen (tenzij de provincie heeft besloten dat deze verplichting niet geldt).

Is de te verstrekken subsidie lager dan € 2.500? Dan wordt deze helemaal niet verstrekt.

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
20266 apr 202630 nov 2026€ 3 mln-

Wat zijn de voorwaarden van de Programma Natuur – fase 2?

Hier val je op af

Je bent een terreinbeherende organisatie of een andere in het Programma natuur fase 2 genoemde belanghebbende.
Het project wordt uitgevoerd in de provincie Zeeland.
Het project is niet strijdig met provinciale natuur- en waterdoelstellingen.
De uitvoering start binnen een jaar na subsidieverlening, aangetoond met een realistische planning.
Het project wordt afgerond voor 31 maart 2030, aangetoond met een realistische planning.
De activiteit betreft een maatregel die is opgenomen in de maatregelentabel (bijlage G) voor 2026, gekoppeld aan het daarbij genoemde gebied.
Je bent een instelling (rechtspersoon, vennootschap of eenmanszaak); anders wordt subsidie niet verstrekt.
De activiteit is nog niet gerealiseerd op het moment van indiening (tenzij anders bepaald).
Geen ontoelaatbare staatssteun en geen openstaand Europees terugvorderingsbevel.
Het te verstrekken subsidiebedrag is minimaal € 2.500.

Wat je moet doen na toekenning

  • Je besteedt de subsidie niet in strijd met wettelijke verplichtingen die op je rusten.
  • Je stelt de provincie onverwijld schriftelijk op de hoogte zodra aannemelijk is dat de activiteit niet, niet tijdig of niet geheel wordt uitgevoerd, of dat je niet aan de voorwaarden en verplichtingen zal voldoen.
  • Activa die je met de subsidie aanschaft, moeten beschikbaar blijven voor het doel waarvoor ze zijn aangeschaft: de hele economische gebruiksduur als die korter is dan vijf jaar, of minimaal vijf jaar na vaststelling als de gebruiksduur langer is.
  • Als de subsidie is aangemerkt als toelaatbare staatssteun, voldoe je aan de daarvoor door de EU gestelde verplichtingen.
  • Je vermeldt de provincie als subsidieverstrekker in je bekendmakingen of publiciteitsuitingen (tenzij de provincie anders besluit gezien de hoogte van het bedrag of de aard van de activiteit). Doe je dit niet of niet volledig, dan kan het subsidiebedrag met maximaal 5%, tot € 5.000, worden verlaagd.
  • Je verstrekt op verzoek alle gewenste inlichtingen aan de provincie of een door haar aangewezen ambtenaar, voor zover nodig voor de subsidievaststelling.
  • Afhankelijk van het arrangement (zie "Hoeveel krijg je") dien je op tijd een aanvraag tot vaststelling in, voorzien van het juiste prestatiebewijs en, bij bedragen boven € 50.000, in beginsel een financiële verantwoording met controleverklaring van een accountant.
  • Gedeputeerde staten kunnen bij de subsidieverlening ook andere, specifiek op jouw project toegespitste verplichtingen opleggen.
  • Houd er rekening mee dat een Bibob-onderzoek kan volgen; als dat gebeurt, moet je een uitgebreide vragenlijst invullen.

Het dossier noemt voor deze specifieke regeling (hoofdstuk 40) geen apart puntenstelsel of gewogen beoordelingscriteria, zoals bij sommige andere Zeeuwse regelingen wel het geval is (bijvoorbeeld bij rijksmonumenten). Wat wel meespeelt bij de beoordeling, volgens de algemene regels die op deze subsidie van toepassing zijn:

  • eerdere ervaringen met de instelling rond het naleven van subsidieverplichtingen worden meegenomen bij de beoordeling van de aanvraag;
  • of voor dezelfde activiteit al subsidie is verstrekt door het Rijk of de EU: dan sluit de provincie aan bij de voorwaarden, verplichtingen en wijze van vaststelling van die hogere overheid;
  • of voor dezelfde activiteit een hogere subsidie is verstrekt door een andere overheid: de provincie kan dan besluiten aan te sluiten bij de voorwaarden en werkwijze van die andere verstrekker.

Het dossier laat open of aanvragen op volgorde van binnenkomst worden behandeld of op inhoudelijke kwaliteit worden gerangschikt bij overschrijding van het plafond; hierover doet het beschikbare materiaal geen uitspraak voor hoofdstuk 40 specifiek.

Hoe vraag je de Programma Natuur – fase 2 aan?

Je kunt de aanvraag indienen tussen 14 april 2026 en 30 november 2026. De aanvraag verloopt volledig digitaal via het aanvraagformulier op het provinciale zakenportaal (zaken.zeeland.nl). Hiervoor is inloggen met eHerkenning op betrouwbaarheidsniveau eH3 verplicht. Heb je nog geen eHerkenning, vraag deze dan op tijd aan; de provincie verwijst hiervoor naar een eigen instructiepagina.

Stap 1: Controleer of jouw maatregel op de lijst staat

Voordat je begint: kijk in de maatregelentabel (bijlage G, "Maatregelentabel openstelling 2026") of je project overeenkomt met een van de daar genoemde maatregelen en het bijbehorende gebied. Alleen dan komt je project in 2026 voor subsidie in aanmerking.

Stap 2: Verzamel de verplichte onderdelen van de aanvraag

Volgens de algemene indieningsvereisten bevat je aanvraag in ieder geval:

  • Een projectplan. Hierin beschrijf je de activiteit die je wilt uitvoeren. Het dossier specificeert voor hoofdstuk 40 geen apart verplicht format voor dit plan; wel moet uit de planning blijken dat je binnen een jaar start en voor 31 maart 2030 klaar bent.
  • Een sluitende (meerjaren)begroting. Deze begroting vermeldt: alle kosten en opbrengsten uitgesplitst per jaar die direct aan de activiteit zijn gerelateerd; of en bij welke instanties je nog andere subsidies, sponsorgelden of bijdragen hebt aangevraagd of al gekregen, en voor welke bedragen; het subsidiebedrag dat je van de provincie Zeeland vraagt; het aantal uren per personeelslid dat je toerekent aan de activiteit; en of je de betaalde BTW kunt terugvorderen of op een andere manier terugkrijgt.

Wie deze documenten ondertekent, specificeert het dossier niet expliciet voor deze regeling; dat is voor deze paragraaf niet vastgelegd.

De provincie kan daarnaast aanvullende informatie opvragen die zij relevant vindt voor de beoordeling.

Stap 3: Dien de aanvraag digitaal in

Log in via eHerkenning eH3 op het zakenportaal, vul het webformulier "Aanvraagformulier subsidie Programma natuur - fase 2" in en upload je projectplan en begroting.

Stap 4: Wacht op de beslissing

De provincie beslist in principe binnen acht weken na ontvangst van de volledige aanvraag (de algemene beslistermijn uit het Algemeen subsidiebesluit), tenzij voor deze regeling iets anders is bepaald. Is een staatssteuntoets bij de Europese Unie nodig, dan beslist de provincie binnen acht weken na de beslissing van de EU.

Let op: Bibob-onderzoek

De provincie kan bij je aanvraag de Wet Bibob toepassen om te voorkomen dat criminele activiteiten via subsidie worden gesteund. Ben je hiervoor geselecteerd, dan krijg je een brief met uitleg en een uitgebreide vragenlijst die je moet invullen. Houd hier rekening mee in je planning, want dit kan de doorlooptijd verlengen.

Vragen tijdens het proces

Voor vragen over de regeling kun je contact opnemen met de provincie via jwem.verschuren@zeeland.nl of telefonisch via +31 6 25726584. Voor vragen specifiek over het Bibob-onderzoek is er een apart adres: bibob@zeeland.nl.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 1 document bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Programma Natuur – fase 2. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Gedeputeerde staten van Zeeland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.