Open voor aanvragenProvincie · Subsidie

Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie voor het behoud van Zeeuwse soorten

Gedeputeerde staten van Zeeland

Wat is de Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie voor het behoud van Zeeuwse soorten?

De Subsidie Behoud Zeeuwse soorten is bedoeld om kwetsbare en met uitsterven bedreigde dier- en plantsoorten in Zeeland te helpen overleven, als aanvulling op het bestaande natuurbeleid. Je krijgt subsidie voor maatregelen die het leefgebied van deze doelsoorten versterken of ontwikkelen, voor herstel van groenblauwe dooradering, voor bescherming van autochtoon plantmateriaal, en voor onderzoek, communicatie en monitoring rond deze maatregelen.

De regeling is bedoeld voor rechtspersonen (dus niet voor agrarische ondernemingen zelf) en voor agrarische collectieven. Je vraagt aan tussen 5 januari 2026 en 17 december 2026. Voor deze openstelling is in totaal € 250.000 beschikbaar; is dat bedrag op, dan kunnen aanvragen worden afgewezen ook als ze verder in orde zijn.

Je maatregelen moeten liggen binnen het natuurerfgoed in Zeeland (zie de kaart op de loketpagina). Een verplicht onderdeel van je aanvraag is een positief advies van de werkgroep soortenbeleid: zonder dat advies komt je aanvraag niet in aanmerking. Ook lever je een projectplan, een kaart met de proeflocatie en een beschrijving van de maatregelen aan.

Je vraagt de subsidie digitaal aan via het aanvraagformulier van de provincie Zeeland, met eHerkenning. Subsidiabel zijn onder meer uitvoeringskosten, het opstellen van een inrichtingsplan, toezicht en directievoering, onderzoek, communicatie, monitoring en een eventuele accountantscontrole. Niet subsidiabel zijn onder andere kosten voor regulier beheer en onderhoud, wettelijke taken, bodemsanering, sloop of bouw, en de aanschaf of afschrijving van machines.

Voor de volledige voorwaarden verwijst de provincie naar hoofdstuk 43 van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023.

Wie komt in aanmerking voor de Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie voor het behoud van Zeeuwse soorten?

Je komt in aanmerking als je rechtspersoon bent (geen agrarische onderneming) of een agrarisch collectief. Andere aanvragers, zoals individuele agrarische ondernemingen of natuurlijke personen, vallen af.

Daarnaast gelden deze harde eisen:

  • Je maatregelen liggen binnen het natuurerfgoed in de provincie Zeeland (zie de Kaart Natuurerfgoed op de productpagina). Buiten dit gebied krijg je geen subsidie.
  • Er moet een positief advies liggen van de werkgroep soortenbeleid. Zonder dit advies wordt de aanvraag niet toegekend.
  • Je aanvraag bevat verplicht een projectplan waaruit blijkt voor welke doelsoorten en meeliftsoorten het project bedoeld is, een kaart met de proeflocatie en een beschrijving van de te treffen maatregelen.
  • De activiteit mag nog niet gerealiseerd zijn op het moment dat je de aanvraag indient (algemene weigeringsgrond uit het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023).
  • Subsidie wordt alleen verstrekt aan een instelling (rechtspersoon, vennootschap of eenmanszaak); dit sluit aan bij de eis dat agrarische ondernemingen zelf niet mogen aanvragen, wel via een collectief.
  • De subsidie mag niet zijn aangemerkt als ontoelaatbare staatssteun.
  • Staat er een bevel tot terugvordering van de Europese Commissie open tegen jou wegens eerdere onrechtmatige steun, dan krijg je geen subsidie.
  • De aanvraag moet minimaal € 2.500 subsidie betreffen; vraag je minder aan, dan wordt de subsidie geweigerd.
  • Aanvragen kan alleen binnen de openstellingsperiode van 5 januari (het besluit noemt zelf 15 januari) tot en met 17 december 2026. Het dossier spreekt zichzelf hier tegen: de productpagina en de vastgestelde feiten noemen 5 januari 2026 als startdatum, het openstellingsbesluit noemt 15 januari 2026. Check bij twijfel de actuele openstellingsdatum bij het loket.
  • Het subsidieplafond van € 250.000 geldt voor de hele openstelling. Is dit bedrag op, dan kan je aanvraag alsnog worden afgewezen ook al voldoe je aan alle voorwaarden.

Verder kan de provincie een Bibob-toets uitvoeren. Is dat op jou van toepassing, dan krijg je een brief met een uitgebreide vragenlijst. Vul je die niet in of blijkt er een integriteitsrisico, dan kan dit de subsidieverstrekking blokkeren.

Het dossier noemt geen aparte eisen over rechtsvorm-uitsluitingen (zoals overheden) of een minimum aantal deelnemers bij een collectief, dus daarover kunnen we niets met zekerheid zeggen.

Waarvoor krijg je subsidie?

De regeling maakt onderscheid tussen kosten die wel en kosten die niet subsidiabel zijn. Het dossier geeft geen afzonderlijke tarieven of percentages per kostensoort; het noemt welke kostentypen in aanmerking komen en welke uitgesloten zijn.

Subsidiabele kosten (voorbeelden uit het dossier)

  • Kosten van de uitvoering van de activiteit: de daadwerkelijke uitvoeringskosten van de maatregelen ten behoeve van de doelsoorten.
  • Het opstellen van een inrichtingsplan: kosten voor het laten opstellen van een plan waarin de inrichting van het gebied of de maatregel wordt vastgelegd.
  • Toezicht en directievoering bij uitvoering van de activiteit: kosten voor begeleiding en controle tijdens de uitvoering.
  • Kosten van onderzoek: onderzoek naar de maatregelen zelf of naar de doelsoorten.
  • Kosten van communicatie: bijvoorbeeld voorlichting of communicatie over de maatregelen.
  • Kosten van monitoring: het volgen en meten van de effecten van maatregelen op doelsoorten.
  • Kosten van het opstellen van een controleverklaring door een accountant, maar alleen indien deze verklaring voor de subsidievaststelling vereist is.

Daarnaast gelden de algemene regels uit het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023 voor kostensoorten:

  • Kosten moeten noodzakelijk zijn voor de activiteit en aantoonbaar rechtstreeks daaraan zijn toe te rekenen.
  • BTW die je kunt terugvorderen of terugbetaald krijgt, komt niet voor subsidie in aanmerking.
  • Personeelskosten zijn subsidiabel als ze aantoonbaar aan de activiteit zijn toe te rekenen via een controleerbare urenadministratie, tegen een uurtarief van ten hoogste 1,2 procent van het bruto maandsalaris (dit percentage omvat vakantiegeld, werkgeverslasten, verlof en andere personeelskosten), en tot maximaal het bedrag dat in de begroting voor personeelskosten is opgenomen. Bij deeltijd reken je om naar een maandsalaris bij een voltijd dienstverband.
  • Kosten van derden zijn subsidiabel als deze aantoonbaar aan een derde verschuldigd zijn, rechtstreeks aan de activiteit zijn toe te rekenen, doelmatig zijn en binnen de subsidieperiode zijn uitgevoerd. Het uurtarief mag niet hoger zijn dan de norm uit artikel 2.3 van de Wet normering topinkomens, gedeeld door 1.600.

Niet-subsidiabele kosten (letterlijk genoemd in het dossier)

  • Kosten waarvoor al eerder subsidie of een andere bijdrage is verleend.
  • Kosten voor regulier beheer en onderhoud.
  • Kosten voor de uitvoering van wettelijke taken en regelingen.
  • Kosten voor verwijdering van bodemverontreiniging of afval.
  • Kosten voor bouw of sloop van opstallen, wegen en paden.
  • Kosten voor de aanschaf en afschrijving van machines en apparatuur.

Het dossier geeft geen concrete tarieven per m², per uur (los van de genoemde 1,2%-regel en de WNT-norm), of vaste bedragen per activiteit voor deze specifieke regeling. Ook wordt niet aangegeven of er een minimum- of maximumbedrag per kostensoort geldt, buiten de algemene ondergrens van € 2.500 subsidie per aanvraag en het totale subsidieplafond van € 250.000.

Wil je afwijken van de standaard personeelskostensystematiek of het maximale uurtarief voor kosten van derden, dan kan dat alleen op schriftelijk gemotiveerd verzoek en na besluit van gedeputeerde staten.

Wat zijn de voorwaarden van de Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie voor het behoud van Zeeuwse soorten?

Voordat je aanvraag inhoudelijk wordt beoordeeld, moet aan een aantal harde voorwaarden zijn voldaan. Ontbreekt een van deze zaken, dan wordt de aanvraag afgewezen:

  • Je bent een rechtspersoon (niet zijnde een agrarische onderneming) of een agrarisch collectief.
  • De maatregelen liggen binnen het natuurerfgoed in Zeeland.
  • Je hebt een projectplan waaruit blijkt voor welke doelsoorten en meeliftsoorten het project is bedoeld.
  • Je hebt een kaart waarop de proeflocatie is aangegeven.
  • Je hebt een beschrijving van de te treffen maatregelen binnen het natuurerfgoed.
  • Er is een positief advies van de werkgroep soortenbeleid. Zonder dit advies wordt niet toegekend, ongeacht de kwaliteit van je plan.
  • De activiteit is nog niet uitgevoerd op het moment van aanvragen.
  • Het gevraagde subsidiebedrag is minimaal € 2.500.
  • Je vraagt aan binnen de openstellingsperiode (5 januari tot en met 17 december 2026, met een afwijkend genoemde startdatum van 15 januari 2026 in het openstellingsbesluit; check dit bij het loket).
  • Er is geen sprake van ontoelaatbare staatssteun en er staat geen Europees terugvorderingsbevel tegen je open.

Het dossier noemt voor deze specifieke regeling geen puntensysteem of wegingsfactoren zoals bij sommige andere Zeeuwse regelingen (waar bijvoorbeeld wel per criterium punten worden toegekend). Voor het behoud van Zeeuwse soorten is het bepalende inhoudelijke criterium het positieve advies van de werkgroep soortenbeleid over je projectplan, doelsoorten, meeliftsoorten, locatie en maatregelen. Het dossier specificeert niet volgens welke subcriteria de werkgroep dit advies opstelt, en geeft ook niet aan of toekenning op volgorde van binnenkomst gaat of op kwaliteit van de aanvraag. Dit is dus onduidelijk en je doet er goed aan dit bij het loket (behoudzeeuwsesoorten@zeeland.nl) te checken, zeker met het oog op het beperkte plafond van € 250.000.

Verder geldt vanuit het algemene subsidiebesluit dat de provincie bij de beoordeling rekening houdt met eerdere ervaringen met jouw organisatie als het gaat om het naleven van subsidieverplichtingen.

Na toekenning van de subsidie gelden verschillende verplichtingen, deels afhankelijk van de hoogte van het subsidiebedrag (het zogeheten "arrangement"):

  • Je besteedt de subsidie niet in strijd met wettelijke verplichtingen die op je rusten.
  • Je meldt onverwijld schriftelijk aan gedeputeerde staten als aannemelijk wordt dat de activiteit niet, niet tijdig of niet geheel wordt uitgevoerd, of als je niet aan de voorwaarden en verplichtingen kunt voldoen.
  • Activa die je met de subsidie hebt aangeschaft, moeten beschikbaar blijven voor het doel waarvoor ze zijn aangeschaft: de hele economische gebruiksduur als die korter is dan vijf jaar, of gedurende vijf jaar na vaststelling als de gebruiksduur langer is.
  • Als je subsidie is aangemerkt als toelaatbare staatssteun, voldoe je aan de daaraan door de Europese Unie gestelde verplichtingen (deze regeling maakt gebruik van de Algemene groepsvrijstellingsverordening).
  • In publicaties en communicatie over je project vermeld je de provincie Zeeland als subsidieverstrekker. Doe je dit niet of niet volledig, dan kan het definitieve subsidiebedrag met maximaal 5% worden verlaagd, tot een maximum van € 5.000.
  • Je verstrekt gedeputeerde staten alle gewenste inlichtingen die nodig zijn voor de subsidievaststelling.
  • Afhankelijk van de hoogte van de subsidie (arrangement 1, 2 of 3) dien je op tijd een aanvraag tot vaststelling in met het prestatiebewijs en overige in de beschikking genoemde bescheiden. Bij subsidies boven € 50.000 (arrangement 3) hoort daar ook een financiële verantwoording bij, voorzien van een controleverklaring van een accountant, tenzij de provincie in een individueel geval hiervan afziet.
  • Gedurende het project houd je een inzichtelijke financiële administratie bij en verleen je op verzoek inzage aan de provincie, haar ambtenaren of accountant.

Kun je bepaalde verplichtingen niet naleven, dan kun je in sommige gevallen schriftelijk gemotiveerd verzoeken om afwijking, bijvoorbeeld bij het voorschotpercentage of de eis van een controleverklaring. Het dossier geeft voor deze regeling geen aparte, aanvullende verplichtingen bovenop de algemene bepalingen uit het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023.

Hoe vraag je de Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie voor het behoud van Zeeuwse soorten aan?

Stap 1: Verzamel de verplichte documenten

Voordat je aanvraagt, stel je de volgende stukken samen:

  • Een projectplan waaruit blijkt voor welke doelsoorten en meeliftsoorten het project is bedoeld. Dit stel je zelf (of je organisatie) op als aanvrager.
  • Een kaart waarop de proeflocatie is aangegeven, eveneens door jou als aanvrager aangeleverd.
  • Een beschrijving van de te treffen maatregelen binnen het natuurerfgoed in Zeeland.
  • Een sluitende (meerjaren)begroting van de activiteit. Deze bevat alle kosten en opbrengsten per jaar, informatie over eventuele andere subsidies of bijdragen die je aanvraagt of al hebt gekregen, het gevraagde subsidiebedrag van de provincie, het aantal uren per personeelslid dat aan de activiteit wordt toegerekend, en of je BTW kunt terugvorderen.
  • Een positief advies van de werkgroep soortenbeleid. Dit advies moet er zijn voordat de aanvraag kan worden toegekend; het dossier vermeldt niet exact wanneer en hoe je dit advies moet aanvragen, dus vraag dit tijdig na bij het loket (behoudzeeuwsesoorten@zeeland.nl) omdat dit een belangrijk voortraject met eigen doorlooptijd kan zijn.

Stap 2: Vraag digitaal aan

Je dient de aanvraag in via het digitale aanvraagformulier van de provincie Zeeland, toegankelijk met eHerkenning, via de link https://zaken.zeeland.nl/aanvragen/3867/organisatie/aanvraag-subsidie-voor-het-behoud-van-zeeuwse-soorten-. Dit kan vanaf 5 januari 2026 (de openstelling loopt tot en met 17 december 2026; let op dat het formele openstellingsbesluit 15 januari 2026 noemt als startdatum, dus controleer bij het loket welke datum precies geldt).

Gedeputeerde staten kunnen daarnaast aanvullende informatie opvragen die zij relevant achten voor de beoordeling van je aanvraag.

Stap 3: Wacht op de beslissing

Gedeputeerde staten beslissen in principe binnen acht weken na ontvangst van je volledige aanvraag. Als je aanvraag vanwege staatssteun aan de Europese Unie wordt voorgelegd, beslissen gedeputeerde staten binnen acht weken na de beslissing van de EU hierover.

Let op tijdens het traject

  • Zorg dat je aanvraag compleet is bij indiening: het dossier geeft voor deze regeling geen aparte hersteltermijn voor onvolledige aanvragen (in tegenstelling tot sommige andere Zeeuwse regelingen), dus lever alles in één keer volledig aan.
  • Houd rekening met het subsidieplafond van € 250.000 voor de hele openstellingsperiode. Het dossier specificeert niet exact op welke manier het beschikbare bedrag wordt verdeeld als de vraag het plafond overschrijdt (bijvoorbeeld op volgorde van binnenkomst of op kwaliteit), dus dien je aanvraag niet op het laatste moment in.
  • Is Bibob-onderzoek op jou van toepassing, dan ontvang je een brief met een uitgebreide vragenlijst die je moet invullen. Dit kan de doorlooptijd van je aanvraag verlengen. Vragen hierover stel je aan team Bibob via bibob@zeeland.nl.

Het dossier vermeldt niet wie de documenten moet ondertekenen (bijvoorbeeld een bestuurder of tekenbevoegde) of in welk exact format het projectplan en de begroting moeten worden aangeleverd. Raadpleeg hiervoor het digitale aanvraagformulier zelf.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 1 document bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie voor het behoud van Zeeuwse soorten. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Gedeputeerde staten van Zeeland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.