Open voor aanvragenRijk · Landelijk · Subsidie

Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

Ook bekend als WMRE

Wat is de Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven?

De Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven (WMRE) is een subsidie voor gemeenten in Zuidoost-Brabant om betaalbare woningbouw te versnellen. De regeling dekt een deel van het publiek financieel tekort dat ontstaat door noodzakelijke publieke investeringen zoals wegen, bodemsanering of inrichting van de openbare ruimte, die nodig zijn om een woningbouwproject mogelijk te maken.

Alleen de 21 gemeenten binnen de Metropoolregio Eindhoven kunnen aanvragen (onder meer Eindhoven, Helmond, Veldhoven en Best). Een gemeente kan wel samenwerken met woningcorporaties, bedrijven of andere organisaties en deze partijen betalen, maar de gemeente zelf is en blijft de aanvrager en moet zelf op de staatssteunregels letten.

Je krijgt maximaal 75% van het aangetoonde publiek financieel tekort vergoed. De andere 25% moet de gemeente zelf dekken. Er is geen maximumbedrag per aanvraag, wel is het totale beschikbare budget € 33.674.790.

De aanvraag kan van 15 september 2026 09:00 tot 8 oktober 2026 17:00 worden ingediend via RVO, met eHerkenning niveau 3 en een machtiging RVO diensten niveau 3. Je levert onder meer een aanbiedingsbrief, kaartmateriaal van het projectgebied, een ingevulde indieningsspreadsheet, een toelichting op de begroting en maatregelen, een vragenlijst planning en hardheid en een recente taxatie of waardebepaling aan.

Na sluiting van de aanvraagperiode beoordeelt een onafhankelijke toetsingscommissie alle volledige aanvragen op kwaliteit en rangschikt ze. De beste aanvragen krijgen het geld, niet de eerste die binnenkomen.

Wie komt in aanmerking voor de Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven?

Je komt alleen in aanmerking als je aanvraag aan alle onderstaande harde eisen voldoet. Voldoe je aan één eis niet, dan valt je aanvraag af, ongeacht de kwaliteit van het project.

Je bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
Je bent een gemeente
Je rechtsvorm is Overheid
De definitieve beoordeling ligt bij Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.

Wie mag aanvragen

  • Alleen gemeenten binnen de Metropoolregio Eindhoven (21 gemeenten: Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven, Waalre). Andere partijen (corporaties, ontwikkelaars, provincies) kunnen niet zelf aanvragen; zij kunnen alleen via de gemeente bij het project betrokken worden.
  • Bij een aanvraag die meerdere gemeenten overstijgt, moet één gemeente de aanvraag indienen en moeten de onderlinge financiële afspraken goed zijn vastgelegd. Beide gemeenten moeten hun deel van de uitgaven dan rechtstreeks bij het ministerie verantwoorden.

Eisen aan het project

  • Het project gaat over een afgebakend, samenhangend projectgebied. Samenhang moet blijken uit minstens twee van de drie indicatoren: organisatorische samenhang, geografische samenhang of financiële samenhang.
  • Het project levert netto minimaal 40 woningen op.
  • Minimaal 50% van de woningen is betaalbaar: sociale huurwoningen, huurwoningen voor middeninkomens, betaalbare koopwoningen tot en met € 420.000 verkoopprijs, of studentenwoningen.
  • De bouw van de woningen is nog niet begonnen. Startbouw betekent concreet: het ontgraven van de grond voor de fundering, of (als heiwerk eerder gebeurt) de start van het heiwerk, of het boren/slaan van een bron voor bijvoorbeeld een WKO-installatie. Bouwrijp maken telt niet als startbouw.
  • De bouw van de laatste woningen start uiterlijk 31 december 2030.
  • Het hele project is uiterlijk in 2033 klaar.

Financiële eisen

  • Het project heeft een aantoonbaar publiek financieel tekort, veroorzaakt door noodzakelijke publieke maatregelen voor woningbouw (denk aan infrastructuur, stikstofmaatregelen, bodemsanering, uitplaatsing van hinderactiviteiten, inrichting openbare ruimte). Kosten voor scholen, culturele centra en sportvoorzieningen mogen niet worden opgevoerd, en het wegvallen van baten uit de huidige vastgoedexploitatie telt niet als kostenpost.
  • De gemeente (en eventuele andere medeoverheden) dekt zelf minimaal 25% van het aangetoonde tekort. Deze bijdrage moet bij aanvraag voldoende hard zijn: het college van B en W moet ermee instemmen (eventueel onder voorbehoud van goedkeuring door de raad).
  • De regeling is niet bedoeld voor voorfinanciering van een project en ook niet om toekomstige financiële risico's op publieke tekorten af te dekken.
  • De WMRE mag niet worden gebruikt als (gedeeltelijke) vervanging van kostenverhaal of van een bijdrage die een private partij normaal zou betalen; dat zou staatssteun opleveren.

Wat verder afvalt of niet meetelt

  • Woningen waarvan de bouw al is gestart of die al gerealiseerd zijn, tellen niet mee in het project.
  • Historische investeringen in afgeronde, niet volledig toerekenbare aanpalende projecten (zoals een reeds gerealiseerde weg) kunnen niet worden opgevoerd.
  • Rentekosten en andere financiële afboekingen uit het verleden zijn geen subsidiabele kostenpost.

Waarvoor krijg je subsidie?

De WMRE vergoedt geen bouwkosten van woningen zelf, maar een deel van het publiek financieel tekort dat ontstaat door noodzakelijke publieke maatregelen die woningbouw mogelijk maken. Onder de indieningsspreadsheet en de toelichting op de begroting moet je per kostenpost onderbouwen wat je opvoert. De belangrijkste kostensoorten zijn:

Verwerving / inbrengwaarde

Kosten voor het verwerven van grond of vastgoed, of de inbrengwaarde als de gemeente de grond al in eigendom heeft. Uitgangspunt is de marktwaarde (de hoogste van gebruikswaarde en herontwikkelingswaarde), per perceel of per groep percelen die een economische eenheid vormen. Je moet dit onderbouwen met een taxatierapport of waardebepaling van een onafhankelijke deskundige, niet ouder dan één jaar (op prijspeil). Bij verplaatsing van vitale of kritische bedrijven tegen een prijs van meer dan € 1.300 per m² moet je aantonen dat dit noodzakelijk, wenselijk en doelmatig is.

Sanering en bodemverbetering

Kosten voor het saneren van verontreinigde grond. Deze maatregel moet verplicht binnen het projectgebied liggen; buiten het projectgebied kan dit niet worden opgevoerd.

Sloopkosten

Kosten voor het slopen van bestaande bebouwing, te specificeren naar omvang (m² bvo) en naar (deel)locatie in het gebied.

Kosten tijdelijke exploitatie

Kosten (en eventueel opbrengsten) van tijdelijk gebruik van grond of vastgoed voordat de definitieve ontwikkeling start.

Kosten bouwrijp maken

Kosten om grond geschikt te maken voor bebouwing.

Kosten woonrijp maken

Kosten voor de inrichting van de openbare ruimte na de bouw (verharding, groen, water).

Plankosten en kosten VTU (voorbereiding, toezicht, uitvoering)

Voor het opvoeren van plankosten is de plankostenscan uit de Omgevingsregeling leidend. Historische plankosten die al gemaakt zijn voor de aanvraag, tellen mee als deze aansluiten bij de Omgevingsregeling.

Onvoorzien / risicoreservering

Een post voor projectrisico's. De omvang wordt getoetst op marktconformiteit; je moet toelichten hoe risico's zijn verwerkt (via de post onvoorzien en/of via de raming van andere kasstromen) en waarom.

Niet-verrekenbare / niet-compensabele btw

Een apart onderdeel voor btw die niet kan worden teruggevorderd. Je geeft ook aan welk deel van de btw wel wordt terugbetaald via het btw-compensatiefonds; dit gaat alleen over btw op het toerekenbare deel van de investeringen voor de WMRE-maatregelen.

Vrije kostenposten (1 en 2)

Twee optionele, vrij te benoemen kostenposten voor kosten die niet in de standaardcategorieën passen. Je moet toelichten welke kosten hierin zitten, hoe ze zijn geraamd en waarom ze noodzakelijk en toerekenbaar zijn.

Wat je niet mag opvoeren

  • Kosten voor publieke functies als scholen, culturele centra en sportvoorzieningen.
  • Het wegvallen van baten uit de huidige vastgoedexploitatie.
  • Rentekosten en andere financiële afboekingen uit het verleden.
  • Investeringen in afgeronde aanpalende projecten die niet volledig toerekenbaar zijn aan dit project.
  • Kosten die als vervanging van kostenverhaal of van een normale bijdrage van een private partij dienen (dat leidt tot staatssteun).

Toerekening bij gebiedsoverstijgende maatregelen

Hebben ook andere gebieden profijt van een maatregel (bijvoorbeeld een weg die ook bestaande bebouwing ontsluit), dan reken je de kosten toe op basis van de ptp-criteria: profijt (causaal verband tussen project en maatregel), toerekenbaarheid (onderbouwde inschatting van kosten en toerekenbaarheid) en proportionaliteit (kosten in verhouding tot het profijt). Voor bodemsanering en inrichting van de openbare ruimte geldt dat deze altijd volledig binnen het projectgebied moeten liggen; hier is dus geen bovenplanse toerekening mogelijk.

Alle bedragen voer je exclusief btw op, op prijspeil, en in reële bedragen over een periode van 10 jaar vanaf het jaar van startbouw. Bij afwijking van de standaardindexatie van 2% per jaar voor kosten en opbrengsten moet je dit motiveren.

Hoeveel subsidie krijg je?

Je krijgt maximaal 75% van het aangetoonde publiek financieel tekort (de publieke onrendabele top) van je project vergoed vanuit de WMRE. De resterende minimaal 25% moet de gemeente (samen met eventuele andere medeoverheden) zelf dekken. Er is geen maximumbedrag dat een gemeente per aanvraag kan aanvragen, dat blijkt uit het feit dat het loket expliciet vermeldt dat er geen maximum geldt.

Het totale budget voor deze aanvraagronde is € 33.674.790. Dit is het subsidieplafond: als de optelsom van de aanvragen die de toetsingscommissie goed genoeg vindt boven dit bedrag uitkomt, gaan de best scorende aanvragen voor.

Het publiek financieel tekort wordt berekend als de contante waarde van de netto kasstroom van publieke kosten en opbrengsten over een periode van 10 jaar, startend in het jaar van startbouw, op prijspeil. Bedragen worden exclusief btw opgevoerd; niet-verrekenbare of niet-compensabele btw komt als apart kostenonderdeel terug. Standaard wordt gerekend met 2% kosten- en opbrengststijging per jaar; wijk je hiervan af, dan moet je dat onderbouwen in de toelichting op de begroting.

De hoogte van het tekort, en daarmee van je gevraagde bijdrage, hangt af van:

  • de omvang van de noodzakelijke en toerekenbare maatregelen (infrastructuur, stikstofmaatregelen, bodemsanering, uitplaatsing van hinderactiviteiten, inrichting openbare ruimte);
  • de opbrengsten uit grondverkoop en kostenverhaal die al zijn verrekend;
  • eventuele andere Rijksbijdragen die al zijn verrekend;
  • of er sprake is van macro-aftopping (onvoldoende private opbrengsten om publieke kosten te verhalen door het betaalbare woningbouwprogramma), wat het tekort kan vergroten.

Bij toekenning ontvang je 100% van het toegekende bedrag als voorschot. De definitieve vaststelling volgt later, bij de eindverantwoording, op basis van de daadwerkelijk geleverde prestatie (woningbouwprogramma, fasering, besteding aan maatregelen, het uiteindelijke publiek financieel tekort en de cofinanciering), zoals vastgelegd in de beschikking.

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
202627 feb 202619 mrt 2026€ 33,8 mlnTender (rangschikking na sluiting)

Wat zijn de voorwaarden van de Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven?

Hier val je op af

Voordat je aanvraag inhoudelijk wordt beoordeeld, moet hij aan de basisvoorwaarden voldoen: je bent een van de 21 gemeenten binnen de Metropoolregio Eindhoven, het project betreft een afgebakend en samenhangend projectgebied, levert netto minimaal 40 woningen op waarvan minimaal 50% betaalbaar, de bouw is nog niet gestart, de laatste woningen starten uiterlijk 31 december 2030 en het project is uiterlijk in 2033 klaar. Ook moet er een aantoonbaar publiek financieel tekort zijn en moet de gemeente zelf minstens 25% daarvan dekken met voldoende harde toezeggingen. Voldoe je hier niet aan, dan wordt je aanvraag niet meegenomen in de rangschikking.

Waarop wordt beoordeeld

  1. Alle volledige aanvragen die aan de knock-outeisen voldoen, worden door een onafhankelijke toetsingscommissie gerangschikt op kwaliteit. Deze commissie adviseert de minister, die de uiteindelijke beslissing neemt. Er wordt gerangschikt op drie criteria:
  2. Effectiviteit (weegt 50%): het belangrijkste criterium, gericht op de mate waarin het project daadwerkelijk bijdraagt aan versnelling en aan betaalbare woningbouw.
  3. Noodzakelijkheid (weegt 30%): of de opgevoerde maatregelen en het gevraagde bedrag daadwerkelijk nodig zijn om het project mogelijk te maken.
  4. Efficiëntie (weegt 20%): of de bijdrage doelmatig wordt ingezet.

Wat je moet doen na toekenning

  • Na toekenning krijg je 100% van het bedrag als voorschot, maar daar staan verplichtingen tegenover:
  • Je moet verantwoording afleggen over de besteding van de uitkering en de uitvoering van het project. De precieze eisen staan in de beschikking.
  • De verantwoording verloopt via de SiSa-systematiek (single information, single audit); de SiSa-coördinator van je gemeente kan hierbij helpen.
  • Eén jaar na toekenning neemt RVO contact op om de voortgang te bespreken. Dit voortgangsgesprek wordt jaarlijks herhaald tot het project klaar is.
  • De definitieve vaststelling van de bijdrage vindt plaats bij de eindverantwoording, op basis van de daadwerkelijk gerealiseerde prestaties: het woningbouwprogramma, de fasering, de besteding aan de maatregelen, het uiteindelijke publiek financieel tekort en de daadwerkelijke cofinanciering, zoals vastgelegd in de beschikking. Wijkt de praktijk af van wat is aangevraagd, dan kan dit gevolgen hebben voor het definitieve bedrag.
  • Bij een gemeente-overschrijdende aanvraag moeten beide betrokken gemeenten hun deel van de uitgaven rechtstreeks bij het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening verantwoorden.
  • Geeft de gemeente de uitkering (deels) door aan derde partijen zoals corporaties of ontwikkelaars, dan moet de gemeente zelf zorgen dat dit voldoet aan de staatssteunregels.

Omdat het geld op kwaliteit wordt verdeeld en niet op volgorde van binnenkomst, loont het om vooral op deze drie punten (met name effectiviteit) een sterk onderbouwd verhaal neer te zetten, in plaats van snel maar onvolledig in te dienen.

Onderbouwingseisen die impliciet meewegen

Hoewel niet als apart criterium genoemd, moet je aanvraag op meerdere onderdelen hard gemaakt worden, en een zwakke onderbouwing raakt vermoedelijk de score op noodzakelijkheid en effectiviteit:

  • Samenhang van het projectgebied moet blijken uit minstens twee van de drie indicatoren organisatorisch, geografisch of financieel.
  • Noodzakelijkheid van elke maatregel (infrastructuur, stikstof, bodemsanering, uitplaatsing hinderactiviteiten, openbare ruimte) moet per maatregel onderbouwd worden, inclusief de ptp-toets (profijt, toerekenbaarheid, proportionaliteit) bij gebiedsoverstijgende kosten.
  • De inbrengwaarde van grond moet onderbouwd zijn met een onafhankelijke taxatie of waardebepaling, niet ouder dan één jaar. Wijk je af van die taxatie, dan moet je dat expliciet toelichten (alleen toegestaan bij een groter aandeel betaalbare woningen dan in de taxatie is aangenomen, of bij nieuwe kosteninzichten).
  • Je moet aantonen wat je hebt gedaan aan planoptimalisatie: hoe zijn kosten en opbrengsten binnen de randvoorwaarden van de gemeente geoptimaliseerd (programma, ruimtegebruik, parkeren, fasering, etc.)?
  • Bij macro-aftopping (onvoldoende private opbrengsten door het betaalbare programma) moet je de contractuele afspraken met grondeigenaren laten zien.
  • De hardheid van de planning moet blijken uit de vragenlijst planning en hardheid: stand van zaken rond anterieure overeenkomsten, aanbesteding, omgevingsvergunning, ruimtelijke procedures en draagvlak bij stakeholders.

Hoe vraag je de Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven aan?

De aanvraag verloopt volledig digitaal via RVO en kan alleen worden ingediend binnen de aanvraagperiode: van dinsdag 15 september 2026 09:00 tot donderdag 8 oktober 2026 17:00.

Stap 1: inloggen

Je logt in met minimaal eHerkenning niveau 3 en een machtiging RVO diensten op niveau 3. Zorg dat dit vooraf geregeld is, want zonder de juiste machtiging kun je niet indienen.

Stap 2: aanvraag voorbereiden

Gebruik het (concept) aanvraagformulier en de bijbehorende formats om je aanvraag samen te stellen. Let op: het online aanvraagformulier bij RVO kan afwijken van het concept-aanvraagformulier dat als voorbeeld dient. De aanvraag bestaat uit kerngegevens (project, contactpersonen, aantal woningen, gevraagd bedrag), een projectomschrijving van maximaal 500 woorden, en informatie over de noodzaak en de hardheid van het plan.

Stap 3: verplichte documenten verzamelen

Bij de aanvraag moet je de volgende documenten toevoegen:

  • Begeleidende aanbiedingsbrief: ondertekend namens het college van burgemeester en wethouders. Hierin staan de toezegging van cofinanciering, de inzet voor het realisatietempo (starten binnen 3 jaar na toekenning) en de langjarige betaalbaarheid. Gebruik het beschikbare format als basis.
  • Kaartmateriaal van het projectgebied: maximaal 2 A4-pagina's, met de plangrenzen en de huidige en toekomstige situatie van het gebied.
  • Ingevulde WMRE Indieningsspreadsheet: de financiële businesscase met zeven tabbladen (instructieblad, begroting en prognose, plangebied en ruimtegebruik, opbrengsten uit grondverkoop, onderbouwing kostenverhaal, specificatie maatregelen, planning startbouw). Alle geel gearceerde cellen moeten volledig en eenduidig ingevuld zijn en de ingebouwde controles moeten op groen staan.
  • Ingevulde WMRE Toelichting op de begroting en maatregelen: een schriftelijke toelichting per begrotingspost (maximaal 15 pagina's), met verwijzingen naar onderliggende ramingen en documenten waar relevant.
  • Ingevulde WMRE Vragenlijst planning en hardheid: een spreadsheet met vragen over de voorfase, contractuele afspraken, ruimtelijke procedures, de bouwende partij, de omgevingsvergunning en de realisatieplanning.
  • Taxatierapport of waardebepaling: recent (niet ouder dan één jaar), opgesteld door een onafhankelijke deskundige, ter onderbouwing van de inbreng- of verwervingswaarde van de grond.

Daarnaast zijn er optionele bijlagen: een plankostenraming, verklaringen van betrokken partijen (marktpartijen, corporaties, provincie) als één document, een beknopt ondersteunend document van maximaal 10 pagina's, een vrije bijlage van maximaal 10 pagina's, en een overzicht van op te vragen documenten.

Stap 4: indienen

Dien de volledige aanvraag met alle verplichte bijlagen in via de online omgeving van RVO, vóór donderdag 8 oktober 2026 17:00. Na deze deadline kun je niet meer indienen.

Let op twee zaken waar aanvragen vaak op stuklopen: de indieningsspreadsheet moet foutloos en volledig zijn (alle controles op groen) en de aanbiedingsbrief moet daadwerkelijk zijn ondertekend namens het college, niet slechts een concept. Zorg dat de taxatie op tijd wordt aangevraagd, want die mag niet ouder dan een jaar zijn en heeft doorgaans doorlooptijd nodig.

Verdeling: Tender (rangschikking na sluiting). Een sterke, complete aanvraag maakt het verschil.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 7 documenten bij deze regeling, waarvan er 4 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.