Open voor aanvragenRijk · Landelijk · Subsidie

Warmtenetten Investeringssubsidie

Minister van Klimaat en Groene Groei

Ook bekend als WIS

Wat is de Warmtenetten Investeringssubsidie?

De Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS) is bedoeld voor iedereen die op eigen kosten en risico investeert in een nieuw of uit te breiden energie-efficiënt warmtenet, om bestaande woningen en gebouwen van het aardgas af te helpen. Denk aan warmtebedrijven, warmtecoöperaties of ondernemingen die actief zijn in warmte-infrastructuur. Gemeenten zelf kunnen niet aanvragen, maar een gemeentelijk warmtebedrijf wel.

Je krijgt subsidie voor het onrendabele deel van de investering in het warmtenet: het deel dat zich niet terugverdient. Het gaat om maximaal 30% van de subsidiabele investeringskosten (met opslag voor mkb tot 40% of 50%), met een plafond van € 7.000 per aansluiting voor het wijkdistributienet en € 4.000 per aansluiting voor het primaire net en thermische opslag. Per project geldt een maximum van € 30.000.000.

Je vraagt aan via het RVO-loket met eHerkenning, van 1 augustus 2025 tot en met 30 november 2026, 17.00 uur. RVO adviseert om eerst een projectidee te toetsen voordat je de uitgebreide aanvraag met projectplan, exploitatieberekening, mijlpalenbegroting en voorlopig ontwerp indient. Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst beoordeeld, en het totale budget van € 200.000.000 is een flink deel al gereserveerd (verleend en in behandeling), dus tijdig en volledig indienen is belangrijk. De beoordeling duurt in principe 8 weken, eventueel te verlengen.

Wie komt in aanmerking voor de Warmtenetten Investeringssubsidie?

Je komt in aanmerking als je op eigen kosten en risico investeert in een nieuw of uit te breiden energie-efficiënt warmtenet. Je bent bijvoorbeeld een warmtecoöperatie, een warmtebedrijf of een onderneming die zich bezighoudt met warmte-infrastructuur. Ook een energiecoöperatie die investeert in een warmtenet kan aanvragen.

Je bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
De definitieve beoordeling ligt bij Minister van Klimaat en Groene Groei.

Deze harde eisen bepalen of je meedoet:

  • Je warmtenet levert warmte aan minimaal 250 kleinverbruikersaansluitingen (aansluitingen van maximaal 100 kW), verspreid over minimaal 5 gebouwen. Woningen achter een blokaansluiting tellen hierbij mee.
  • Je warmtenet mag vanaf de einddatum van je project maximaal 25 kg CO2 per gigajoule geleverde warmte uitstoten (de definitie van een energie-efficiënt net).
  • De aanleg van je warmtenet duurt niet langer dan 7 jaar.
  • Je startdatum ligt niet later dan 6 maanden na de subsidiebeschikking.
  • Je project kan snel van start; je bent al ver met de ontwikkeling, wat blijkt uit je planning.

Wie valt af:

  • Gemeenten zelf. Een gemeentelijk warmtebedrijf of ander warmtebedrijf waarin een gemeente deelneemt, kan wel aanvragen.
  • Iedereen die het project al gestart is voordat de subsidie is aangevraagd. Je mag bijvoorbeeld nog geen contract met de aannemer hebben afgesloten, geen kosten hebben betaald, en je nog niet verplicht hebben tot warmtelevering aan klanten.
  • Wie voor hetzelfde investeringsproject al subsidie heeft die nog niet is vastgesteld of ingetrokken.
  • Ondernemingen in moeilijkheden (getoetst volgens de daarvoor geldende regels).
  • Projecten die afhankelijk zijn van een ander project, of die kunstmatig zijn opgeknipt in deelprojecten om onder Europese drempelbedragen te blijven of de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) te ontlopen.
  • Aanvragers waarbij onvoldoende vertrouwen is dat het project gefinancierd, uitgevoerd of technisch/economisch/juridisch haalbaar is.
  • Projecten van onvoldoende kwaliteit, blijkend uit projectplan, begroting, voorlopig ontwerp, risicobeheersing, uitvoerbaarheid, betrokkenheid van ketenpartners of de effectiviteit en efficiëntie van de inzet van middelen.

Een aparte let-op: richt je voor het project een project-BV of Specifieke Projectvennootschap (SPV) op, dan moet die al zijn opgericht vóór je de subsidie aanvraagt, en alleen de investeerder in het warmtenet (die het net op de balans activeert) kan de aanvraag doen.

Waarvoor krijg je subsidie?

De subsidie is bedoeld voor de kosten van de bouw van het energie-efficiënte warmtenet. Kort gezegd: alles vanaf de bron (exclusief de bron zelf) tot en met de afleverset bij kleinverbruikers, en tot de gevel bij blokaansluitingen.

Kosten die wél onder de subsidie vallen

  • Kosten voor de bouw van het warmtenet, zoals de aanneemsom en projectmanagement voor de aanleg.
  • Kosten die je activeert als investering in het warmtenet op je balans.
  • Loonkosten, tegen een vast tarief van maximaal € 65 per uur. Het gaat alleen om loonkosten die direct te maken hebben met de bouw van het warmtenet en die je activeert als investering.
  • Kosten die je maakt tijdens de projectperiode, en die je zelf maakt en betaalt (dus niet de kosten van andere partijen in het project).
  • Kosten voor het primaire net (van bron via overdrachtstations naar het secundaire net) en het secundaire net (van overdrachtstation naar de gebouwen).
  • Kosten voor warmteoverdrachtstations.
  • Kosten voor bewezen thermische opslagtechnieken die warmte leveren aan het aan te leggen warmtenet. Het moet gaan om technieken die al veel in Nederland worden gebruikt.
  • Juridische kosten, zoals advies bij het aanvragen van een vergunning en adviescontracten met aannemers voor de aanleg.
  • Kosten voor aanbesteding en inkoop.
  • Kosten voor omgevingsmanagement gericht op de bouw, zoals het regelen van wegafsluitingen en afstemming over riool en andere leidingen.
  • Kosten voor vooronderzoek naar bomen, archeologie, bodemverontreiniging en explosieven.
  • Kosten voor engineering en ontwerp.
  • Bij individuele kleinverbruikersaansluitingen: de investeringen tot en met de nieuwe afleverset (soms een warmtepomp die de rol van afleverset vervult; alleen de onderdelen van de afleverset zijn subsidiabel).
  • Bij appartementen: de leidingen tot en met de nieuwe afleverset, waarbij elk appartement een eigen nieuwe afleverset moet krijgen, ook als deze in het gebouw ligt.
  • Bij blokaansluitingen: de kosten tot aan de gevel. Alles vanaf de gevel valt niet onder de subsidie.

Voor investeringen gelden in het model Exploitatieberekening standaardwaarden per kostencategorie (onder meer voor primair net per strekkende km, secundair net, overdrachtstation per stuk, grondgebonden aansluiting en aansluiting in de gestapelde bouw). Wijk je hiervan af, dan moet je dat onderbouwen in je projectplan, bijvoorbeeld vanwege een moeilijke ondergrond, kabels en leidingen, kruisingen met spoorlijnen of waterwegen, of hogere uitvoeringskosten in een stedelijke omgeving.

Kosten die niet onder de subsidie vallen

  • Onderdelen van het warmtenet die je alleen aanlegt voor nieuwbouw, grootverbruikersaansluitingen (groter dan 100 kW) of het leveren van proceswarmte.
  • Kosten voor administratie, projectcontroller en kostencalculaties.
  • Kosten voor het werven van klanten of aansluitingen.
  • Juridische kosten voor het oplossen van geschillen, organisatiestructuur en financiering.
  • Financieringskosten, zoals afsluitprovisie en uren voor het regelen van financiering.
  • Financieringslasten: rentekosten en risico-opslag.
  • Omgevingsmanagement dat niet gericht is op de bouw, zoals participatie- en informatieavonden voor het werven van klanten.
  • Communicatiekosten die niet over de bouwwerkzaamheden gaan.
  • Coördinatiekosten voor Veiligheid, Welzijn, Gezondheid en Milieu (VGWM) die niet op de bouwplaats gericht zijn.
  • Accountmanagement met stakeholders of aandeelhouders.
  • Algemene ondersteunende werkzaamheden, zoals secretariële ondersteuning.
  • Loonkosten die vooraf niet zijn ingeschat.
  • Kosten voor projectmanagement gericht op kennisverspreiding.
  • Kosten voor de warmtebron zelf.
  • Kosten voor warmtepomp(en).
  • Kosten voor binneninstallaties na de afleverset.
  • Kosten achter de gevel bij een gebouw met een blokaansluiting, om dat aan te sluiten op het warmtenet.

Btw: kun je de btw over je kosten aftrekken of terugvorderen bij de fiscus, dan valt de btw niet onder de subsidie. Kun je dat niet, dan mag je de kosten inclusief btw opvoeren en valt de btw wel onder de subsidie. Je geeft in de begroting expliciet aan welke situatie voor jou geldt.

Opbrengsten die meetellen: de bijdrage van de gebouweigenaar in de aansluitkosten, opbrengsten uit vastrecht (gebaseerd op het tarievenbesluit warmte 2025 van de ACM, met de mogelijkheid om onderbouwd lagere tarieven te hanteren), en de warmtevraag van de aangesloten gebouwen. Ontvang je subsidie, garanties of leningen van andere overheden (gemeenten, provincies, Europese instellingen), dan moet je dit melden; dit kan van invloed zijn op je subsidiebedrag.

Hoeveel subsidie krijg je?

Je krijgt maximaal 30% van de subsidiabele investeringskosten. Ben je een middelgrote onderneming, dan krijg je daar 10 procentpunt bovenop (dus maximaal 40%). Ben je een kleine onderneming, dan krijg je 20 procentpunt extra (maximaal 50%). Voor deze percentages lever je een mkb-verklaring aan.

Naast dit percentage gelden twee harde plafonds per aansluiting:

  • Voor het wijkdistributienet (secundaire netten, aansluitingen en warmteoverdrachtstations) is de subsidie niet hoger dan € 7.000 per kleinverbruikersaansluiting in bestaande gebouwen. Dit bedrag is inclusief loonkosten en kosten van derden.
  • Voor het primaire warmtenet en/of de thermische opslag is de subsidie niet hoger dan € 4.000 per kleinverbruikersaansluiting in bestaande gebouwen. Ook hier inclusief loonkosten en kosten van derden.

Welke grens je het eerst bereikt (het percentage of het bedrag per aansluiting) bepaalt je uiteindelijke subsidiebedrag voor dat onderdeel.

Daarboven geldt in alle gevallen een absoluut maximum: je ontvangt niet meer dan € 30.000.000 subsidie per investeringsproject.

Het totale beschikbare budget voor deze aanvraagronde is € 200.000.000. Op 22 juli 2026 was daarvan al € 78.665.807 verleend en € 21.047.583 in behandeling; nog ongeveer 50% (€ 100.286.610) was op dat moment beschikbaar. Omdat aanvragen op volgorde van binnenkomst worden behandeld, kan het budget op raken voordat de deadline van 30 november 2026 is bereikt.

Bij overschrijding van het budget op één dag met meerdere volledige aanvragen die dag, loot RVO de volgorde van behandeling. Trekt een aanvrager zich terug of wordt een aanvraag (deels) afgewezen, dan gaat het vrijgekomen budget naar de volgende aanvraag op de lijst.

Let op: het definitieve subsidiebedrag kan lager uitvallen dan het aangevraagde bedrag, bijvoorbeeld omdat een deel van de opgegeven kosten toch niet subsidiabel blijkt. Bij de vaststelling na afloop van het project wordt het bedrag definitief berekend op basis van de werkelijke investeringskosten vermenigvuldigd met het voor jouw bedrijfsgrootte geldende percentage, met dezelfde maxima.

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
2025-20261 aug 202530 nov 2026--
2025-20261 aug 202531 aug 2026€ 100,3 mln-

Wat zijn de voorwaarden van de Warmtenetten Investeringssubsidie?

Hier val je op af

Je aanvraag moet volledig zijn.
Je warmtenet stoot bij einddatum van het project niet meer uit dan 25 kg CO2 per gigajoule geleverde warmte.
Je levert warmte aan minimaal 250 kleinverbruikersaansluitingen, verspreid over minimaal 5 gebouwen (blokaansluitingen tellen mee).
Je bent al ver met de ontwikkeling van je warmtenet, blijkend uit je planning.
De aanleg duurt niet langer dan 7 jaar, met concrete tussentermijnen: startdatum niet later dan 6 maanden na het subsidiebesluit; binnen 1 jaar een definitief investerings- en financieringsbesluit; binnen 3 jaar een opdrachtverstrekking waarmee je laat zien dat je gestart bent met de fysieke aanleg.
Je start het project niet voordat je subsidie hebt aangevraagd (geen contracten met aannemers, geen betaalde kosten, geen leveringsverplichtingen).
Je hebt niet al subsidie voor hetzelfde investeringsproject die nog niet is vastgesteld of ingetrokken.
Je project is niet afhankelijk van een ander project en niet kunstmatig opgeknipt om drempelbedragen of de AGVV te ontlopen.
Je bent geen onderneming in moeilijkheden.

RVO beoordeelt de kwaliteit van je project op basis van:

  • Je projectplan, begroting en/of voorlopig ontwerp.
  • Hoe je met risico's omgaat.
  • De uitvoerbaarheid van je project.
  • Of alle benodigde ketenpartners en stakeholders vertegenwoordigd zijn, aangetoond met bijvoorbeeld contracten, intentieverklaringen of samenwerkingsovereenkomsten.
  • Of je de beschikbare middelen effectief en efficiënt inzet.

Daarnaast moet je aantonen:

  • Dat alle kleinverbruikers binnen je projectgebied die volgens het projectplan aangesloten zouden worden, een aanbod hebben ontvangen met een realistische, marktconforme prijs.
  • Dat het warmtenet daadwerkelijk in gebruik wordt genomen zodra het klaar is.
  • Dat je project aansluit bij de warmteplannen van de gemeente.
  • Dat je alle ketenpartners en stakeholders (zoals warmteproducent, afnemer, gemeente) betrekt en vooraf afspraken met hen maakt, aangetoond met contracten, intentieverklaringen of samenwerkingsovereenkomsten.
  • Dat je project subsidie nodig heeft en dat de subsidie een stimulerend effect heeft.
  • Dat je warmtenet voldoet aan de eisen voor een energie-efficiënt net.
  • Dat je je houdt aan de subsidiespelregels van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Het is aan RVO om op basis van de aangeleverde documenten te beoordelen of de kwaliteit van je project voldoende is.

Aandachtspunt bij renovatie: verbouw je tijdens het project ingrijpend de warmtebron of het warmtenet waarop je aansluit, dan gelden extra voorwaarden. Er is dan alleen nog sprake van een energie-efficiënt warmtenet als het gebruik van fossiele bronnen niet toeneemt ten opzichte van het gemiddelde verbruik van de laatste 3 jaar.

Wat je ná toekenning moet doen

  • Eén keer per jaar een voortgangsrapportage indienen via het online aanvraagportaal, over zowel de inhoudelijke als financiële voortgang. Wijkt dit af van de mijlpalenbegroting, dan meld je dit via een wijzigingsverzoek; dit kan gevolgen hebben voor je voorschot.
  • Je projectadministratie bijhouden, tijdens en na het project.
  • Belangrijke wijzigingen direct melden, zo mogelijk vóórdat ze plaatsvinden. Voorbeelden: verschuivingen tussen kostensoorten van meer dan 25% per kwartaal, het niet uitvoeren van een deel van het project, vertraging, inhoudelijke veranderingen, aanvraag van faillissement of uitstel van betaling, het niet kunnen voldoen aan verplichtingen, splitsing/fusie/overname, ontvangen of verwachte andere subsidies/garanties/leningen van een bestuursorgaan, wijziging van de bronnenmix, of ingrijpende renovatie van het warmtenet of de warmtebron (meer dan 50% van de kosten van een nieuw systeem). Meld je een wijziging niet op tijd, dan vervalt de subsidie voor de gewijzigde onderdelen, en in sommige gevallen voor het hele project.
  • Bij twijfel of iets gemeld moet worden: contact opnemen met RVO.
  • Na afloop van het project vaststelling van de subsidie aanvragen, binnen 13 weken na de einddatum. Hierbij lever je een eindrapportage aan (volgens het verplichte format), en bij een subsidie van € 125.000 of meer een controleverklaring van je accountant met een gewaarmerkt en gedateerd kostenoverzicht.
  • Ontvang je EIA-belastingvoordeel of andere subsidies/garanties die je nog niet hebt gemeld, dan voeg je de bijbehorende brief toe aan je vaststellingsverzoek.

Hoe vraag je de Warmtenetten Investeringssubsidie aan?

Stap 1: toets je projectidee (aanbevolen, niet verplicht)

Voordat je de volledige aanvraag indient, kun je een projectidee-formulier invullen: een korte beschrijving van je project. RVO kijkt dan of je idee aansluit bij de voorwaarden. Dit is geen volledige toetsing, maar volgens RVO leidt een adviesgesprek op basis van je projectidee vaak tot een aanvraag van hogere kwaliteit.

Stap 2: maak je aanvraag compleet met alle bijlagen

RVO beoordeelt je aanvraag alleen als deze compleet is. Is dat niet zo, dan krijg je een e-mail met een verzoek om aan te vullen. Zorg dat de informatie in alle bijlagen (aantal aansluitingen, mijlpaaldatums, etc.) overeenkomt. De belangrijkste verplichte documenten:

  • Projectplan (opgesteld door de aanvrager, model "Model Projectplan WIS 2025"): beschrijft en onderbouwt alle onderdelen van je aanvraag, waaronder in de ronde 2025 ook de dimensionering van je primaire net.
  • Model Exploitatieberekening (versie juli 2026, gebruik altijd de laatste versie): onderbouwing van investeringen en opbrengsten, met een aantal vaste uitgangspunten (zoals de ACM-tarieven) en zelf in te vullen waarden.
  • Mijlpalenbegroting: beschrijft per mijlpaal het te behalen resultaat en de bijbehorende kosten. Drie verplichte mijlpalen: (1) investeringsbesluit, (2) financieringsbesluit, (3) opdrachtverstrekking (kunnen mijlpaal 1 en 2 samenvallen, dan mag je ze samenvoegen). Vanaf mijlpaal 3 stel je zelf mijlpalen op, met een maximum van 15 voor het hele project.
  • Financieringsplan: onderbouwt hoe je het project financiert, inclusief eigen inbreng, vreemd vermogen en externe financiers.
  • Voorlopig of definitief ontwerp (bouwbestek/tekeningen): laat de grenzen van het projectgebied zien, de ligging van primair en secundair net, overdrachtstations, aansluitingen (met type en aantal), de fasering, en het ontwerp van de aansluitingen inclusief leidingloop, bouwkundige werkzaamheden, positie van de afleverset en demarcatie tussen warmtebedrijf en gebouweigenaar.
  • Overzicht verwachte kosten: uitleg van alle verwachte kosten, met onderscheid tussen subsidiabel en niet-subsidiabel, en onderbouwing (ervaringscijfers of kostenberekeningen).
  • Onderbouwing eigen financiering: bijvoorbeeld een bankverklaring, jaarrekening of businessplan.
  • Documentatie samenwerking ketenpartners/stakeholders: raamovereenkomsten, offertes, intentieverklaringen en/of samenwerkingsovereenkomsten.
  • Onderbouwing duurzaamheid: het verplichte Rapportageformat (Excel-bestand), waarmee je aantoont dat de CO2-uitstoot bij einddatum niet hoger is dan 25 kg/GJ.
  • Vergunningen of concessies (indien van toepassing).
  • Verklaring geen onderneming in moeilijkheden: het verplichte formulier, plus een beslisschema, de meest recente (geconsolideerde) jaarcijfers (balansdatum niet ouder dan 18 maanden) en organogrammen inclusief aandelenverhouding. Ondertekend door de aanvrager.
  • Mkb-verklaring (als je mkb'er bent en aanspraak maakt op de hogere percentages van 40% of 50%).
  • Eventuele overige onderbouwende bijlagen, zoals technische/economische rapporten of documenten over aansluiting bij gemeentelijke warmteplannen.

Stap 3: dien je aanvraag op tijd in

Je kunt aanvragen vanaf 1 augustus 2025, 09:00 uur tot en met 30 november 2026, 17:00 uur, via het RVO-portaal (inloggen met eHerkenning). Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld, dus dien zo vroeg mogelijk in als het budget een rol speelt. Je kunt zelf aanvragen, of een intermediair machtigen om (een deel van) de aanvraag of vaststellingsaanvraag te doen. Richt je voor het project een project-BV of SPV op, dan moet die al bestaan vóór je de subsidie aanvraagt, en kan alleen de daadwerkelijke investeerder (die het warmtenet op de balans activeert) de aanvraag indienen.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Beoordeling

RVO neemt je aanvraag in behandeling zodra deze volledig is ingediend. De beoordelingstermijn is 8 weken, eenmaal te verlengen met nog eens 8 weken. Stelt RVO tijdens de beoordeling aanvullende vragen, dan wordt de termijn verlengd met het aantal dagen dat jij nodig hebt om te antwoorden.

Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst, en alleen volledige aanvragen tellen mee. Gaat het beschikbare budget op een bepaalde dag over het totale plafond heen, en zijn er die dag meerdere volledige aanvragen binnengekomen, dan bepaalt RVO via loting de volgorde van behandeling; elke aanvraag loot apart mee. Trekt een aanvrager zijn aanvraag in, of wordt deze (deels) afgewezen, dan gaat het vrijgekomen budget naar de volgende aanvraag op de lijst; dit proces herhaalt zich tot het budget op is.

Besluit

Je ontvangt een brief met de beoordeling: de subsidiebeschikking. Bij een positieve beoordeling staat hierin de hoogte van de subsidie (die lager kan zijn dan aangevraagd, bijvoorbeeld doordat een deel van de kosten toch niet subsidiabel is), de details over uitbetaling en je verplichtingen als subsidieontvanger. Bij afwijzing ontvang je een brief en licht RVO dit telefonisch toe; samen wordt bekeken of een aangepaste aanvraag kansrijk is.

Verplichtingen tijdens de looptijd

  • Eén keer per jaar een voortgangsrapportage indienen (inhoudelijk en financieel), via het formulier in het aanvraagportaal.
  • Belangrijke wijzigingen direct (indien mogelijk vooraf) melden. De beoordelingstermijn voor wijzigingen is ook 8 weken, eenmaal te verlengen met 8 weken. Niet op tijd melden kan betekenen dat je geen subsidie krijgt voor het gewijzigde onderdeel, of zelfs voor het hele project.
  • Projectadministratie bijhouden, tijdens en na het project.
  • Bij wijzigingen in de begroting kan het voorschot worden aangepast: voer je een deel van het project niet uit, dan wordt de subsidie verminderd naar verhouding van de kosten van de niet-uitgevoerde activiteiten die wel bekend waren bij de aanvraag; zijn de werkelijke kosten lager dan begroot, dan wordt de subsidie verminderd naar verhouding van het verschil.

Vaststelling en uitbetaling

Na afloop van het project vraag je vaststelling van de definitieve subsidiehoogte aan, binnen 13 weken na de einddatum uit je subsidiebeschikking (of de gewijzigde einddatum met RVO's goedkeuring). Hierbij lever je aan:

  • Het vaststellingsformulier uit het online aanvraagportaal.
  • Een eindrapportage (Word of pdf), met onder meer een opleverdossier met as-built tekeningen, een overzicht van gerealiseerde aansluitingen, een overzicht van later aan te sluiten aansluitingen, een technische beschrijving met afwijkingen ten opzichte van het projectplan, een bewijs dat het warmtenet in gebruik is (bijvoorbeeld een opleverbewijs, warmteleveringsovereenkomst of aansluitovereenkomst), en het ingevulde CO2-model.
  • Bij een subsidie van € 125.000 of meer: een controleverklaring van een NBA-geregistreerd accountant, met een gewaarmerkt en gedateerd kostenoverzicht van de gemaakte en betaalde investeringskosten (te versturen naar e-innovatie@rvo.nl).

RVO stelt vast of je de activiteiten hebt uitgevoerd en de prestaties hebt behaald. Voerde je minder activiteiten uit, dan wordt de subsidie daarop aangepast. Het definitieve subsidiebedrag wordt berekend op basis van de werkelijke investeringskosten vermenigvuldigd met jouw subsidiepercentage, en verrekend met de ontvangen voorschotten. Kreeg je EIA-belastingvoordeel op de investering, stuur dan de bijbehorende brief mee; ontving je andere, nog niet gemelde subsidies of garanties, voeg ook die toe zodat RVO kan beoordelen of ze invloed hebben op de hoogte van je WIS-subsidie.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 5 documenten bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Warmtenetten Investeringssubsidie. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Minister van Klimaat en Groene Groei. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.