GeslotenProvincie · Subsidie

Transitiefonds Particuliere Woningvoorraad

Provincie Groningen

Wat is de Transitiefonds Particuliere Woningvoorraad?

Deze regeling is gesloten: u kunt geen aanvraag meer indienen. Zolang hij openstond, ondersteunde het Transitiefonds Particuliere Woningvoorraad gemeenten en stichtingen/verenigingen in de Groningse krimpgebieden bij het aanpakken van leegstand en verpaupering van particuliere woningen.

De subsidie was bedoeld om niet meer toekomstbestendige particuliere woningen aan te pakken via sloop of onttrekking, ofwel gebiedsgericht in een dorp of wijk, ofwel gericht op één losstaande verpauperde woning (een "rotte kies"). Doel was een duurzame en toekomstbestendige woningvoorraad in de krimpregio's.

Aanvragers konden een subsidie krijgen van maximaal € 250.000 voor een gebiedsgerichte aanpak, of maximaal € 50.000 voor de aankoop en sloop van een losstaande verpauperde woning. De gemeente moest zelf voor 50% van de cofinanciering zorgen.

Aanvragen konden doorlopend worden ingediend van 25 februari 2020 tot en met 31 december 2023, totdat het subsidieplafond van € 2.000.000 was bereikt. Voor een aanvraag waren een projectplan, een begroting en een aanvraagformulier nodig, en het project moest eerst besproken worden met een medewerker van het team Leefbaarheid van de provincie.

Omdat de regeling nu gesloten is, heeft deze informatie alleen nog waarde voor wie een lopend dossier heeft of de werking van de regeling wil begrijpen.

Wie komt in aanmerking voor de Transitiefonds Particuliere Woningvoorraad?

Deze subsidie kunt u niet meer aanvragen: de regeling is gesloten. De onderstaande eisen golden zolang de regeling openstond (tot en met 31 december 2023 of eerder bij uitputting van het subsidieplafond).

Wie kon aanvragen:

  • Gemeenten
  • Samenwerkingsverbanden van gemeenten
  • Stichtingen en verenigingen

Particuliere woningeigenaren zelf konden dus niet rechtstreeks aanvragen; de aanvraag liep via de gemeente, een samenwerkingsverband van gemeenten, of een stichting/vereniging.

Harde eisen waarop een aanvraag afviel:

  • Het project moest liggen in een van de Groningse krimpregio's: Oost-Groningen (gemeenten Veendam, Pekela, Oldambt, Stadskanaal, Westerwolde, voormalig gebied Menterwolde van Midden-Groningen), Eemsdelta (Delfzijl, Appingedam, Loppersum), of Het Hogeland. Projecten buiten deze gebieden kwamen niet in aanmerking.
  • Het project moest passen binnen de woonvisie van de gemeente en, als die er was, het regionale Woon- en Leefbaarheidsplan.
  • De eigenaar van het pand moest betrokken zijn bij het projectplan en de aanvraag ondersteunen. Zonder die betrokkenheid en instemming viel de aanvraag af.
  • Ingrijpen van buitenaf moest noodzakelijk zijn gezien de financiële situatie van de eigenaar; dit moest blijken uit een financiële toets.
  • De staat van het pand moest zodanig slecht zijn dat sloop of onttrekking nodig was.
  • Er moest gebruik worden gemaakt van de instrumenten uit het Gronings Gereedschap.
  • Aanschrijven en handhaven door de gemeente moest al zijn overwogen of toegepast; alleen subsidie aanvragen zonder dit traject was niet genoeg.
  • De gemeente moest zelf voor minimaal 50% van de subsidiabele kosten cofinancieren (uit eigen middelen of van elders).
  • De aanvraag mocht niet in strijd zijn met de Europese staatssteunregels. Bij een uitstaand terugvorderingsbevel van de Europese Commissie werd de subsidie geweigerd.
  • Het project mocht nog niet in uitvoering zijn genomen op het moment van aanvragen.
  • Was het subsidieplafond van € 2.000.000 bereikt, dan werd de aanvraag automatisch geweigerd, ook als aan alle andere eisen was voldaan.
  • De gemeente kon daarnaast eigen, aanvullende voorwaarden stellen; het loket verwijst voor het complete overzicht naar de officiële regeling in het Uitvoeringsprogramma Leefbaarheid 2020-2023.

Kortom: projecten buiten de aangewezen krimpregio's, zonder instemming van de eigenaar, zonder aangetoonde noodzaak tot sloop, zonder 50% gemeentelijke cofinanciering, of ingediend na uitputting van het budget, kwamen niet voor subsidie in aanmerking.

Waarvoor krijg je subsidie?

De regeling is gesloten; onderstaande kostensoorten en tarieven golden zolang de regeling openstond.

Er waren twee categorieën subsidiabele activiteiten, elk met eigen subsidiabele kosten:

1. Gebiedsgerichte aanpak van niet-toekomstbestendige particuliere woningen

Dit betrof de aankoop, sloop en onttrekking van particuliere woningen die niet meer toekomstbestendig zijn, als onderdeel van een integrale aanpak van een gebied in een dorp of wijk. Subsidiabele kosten binnen dit onderdeel:

  • Kosten voor aankoop, sloop en onttrekking van de particuliere woningvoorraad, voor zover deze niet op een andere manier gedekt konden worden. Voor de hoogte van de subsidiabele kosten van het aankoopbedrag gold als richtlijn de taxatiewaarde van het pand. Dit betekent dat een aankoopbedrag boven de taxatiewaarde niet zonder meer volledig als subsidiabele kosten meetelde.
  • Proceskosten voor de uitvoering, tot een maximum van 4% van de subsidiabele kosten. Dit zijn kosten voor de begeleiding en organisatie van het uitvoeringstraject, niet voor de sloop of aankoop zelf. Maximale vergoeding: 50% van de subsidiabele kosten, tot € 250.000.

2. Aankoop en sloop van een losstaande verpauperde woning ("rotte kies")

Dit betrof een individueel, losstaand pand dat door zijn slechte staat een negatieve invloed heeft op de omgeving. Subsidiabele kosten:

  • Kosten voor aankoop, sloop en onttrekking van de woning, voor zover niet op andere wijze gedekt. Ook hier gold de taxatiewaarde als richtlijn voor het subsidiabele deel van het aankoopbedrag.
  • Proceskosten voor de uitvoering, tot een maximum van 4% van de subsidiabele kosten. Maximale vergoeding: 50% van de subsidiabele kosten, tot € 50.000.

Beide categorieën kennen dus dezelfde twee kostensoorten (aankoop/sloop/onttrekking, en proceskosten tot 4%), maar met een eigen maximumbedrag per categorie.

Voorwaarden bij de kosten

  • Aankoopkosten werden alleen vergoed voor zover ze niet al op een andere manier gedekt konden worden; dubbele financiering van dezelfde kostenpost was dus niet aan de orde.
  • Het gebruikte richtsnoer voor de aankoopprijs was de taxatiewaarde: kosten die daar bovenuit gingen, liepen het risico niet (volledig) subsidiabel te zijn.
  • Proceskosten waren beperkt tot maximaal 4% van de totale subsidiabele kosten; dit was geen vast bedrag maar een percentage dat meebewoog met de omvang van het project.

Wat er verder nodig was om de kosten te kunnen onderbouwen

Bij de aanvraag moesten een projectplan (met een beschrijving van de activiteiten, inclusief start- en einddatum) en een begroting met bijbehorend dekkingsplan worden ingediend. In die begroting moesten de subsidiabele kostensoorten dus zijn uitgesplitst en onderbouwd.

Wat niet vergoed werd

Wel volgt uit de omschrijving van de subsidiabele activiteiten dat alleen kosten voor aankoop, sloop, onttrekking en de daaraan verbonden proceskosten (tot 4%) in aanmerking kwamen. Kosten die niet direct samenhangen met aankoop, sloop of onttrekking van de woning(en), of die al op een andere manier gedekt waren, vielen dus buiten de subsidiabele kosten. Ook gold: cofinanciering door de gemeente van minimaal 50% van de subsidiabele kosten was verplicht, dus de subsidie kon nooit de volledige kostenpost dekken.

Hoeveel subsidie krijg je?

De regeling is gesloten, dus deze bedragen zijn nu niet meer aan te vragen. Ze golden zolang de regeling openstond.

Er waren twee aparte maximumbedragen, afhankelijk van het type project:

  • Gebiedsgerichte aanpak (sloop/onttrekking van niet-toekomstbestendige particuliere woningen als onderdeel van een integrale aanpak van een dorp of wijk): subsidie van maximaal 50% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 250.000.
  • Aankoop en sloop van een losstaande verpauperde particuliere woning, een zogeheten "rotte kies": subsidie van maximaal 50% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 50.000.

In beide gevallen geldt dus dezelfde verhouding: de provincie vergoedt maximaal de helft van de subsidiabele kosten, met een eigen plafond per projecttype. Bij hogere subsidiabele kosten dan het dubbele van het maximumbedrag, kreeg u niet meer dan € 250.000 respectievelijk € 50.000, ook al zou 50% van de kosten hoger uitvallen.

Verplichte cofinanciering door de gemeente: de gemeente moest zelf zorgen voor minimaal 50% van de subsidiabele kosten. Dit kon uit eigen middelen komen of van elders bijeen worden gebracht. Zonder deze cofinanciering kwam de aanvraag niet in aanmerking, wat het bedrag dat u kreeg dus direct koppelt aan de eigen bijdrage van de gemeente.

Het totale beschikbare budget voor de hele looptijd van de regeling (tot en met 2023) was € 2.000.000. Dit was het subsidieplafond voor alle aanvragen samen; zodra dit bedrag was uitgeput, konden geen nieuwe aanvragen meer worden toegekend, ongeacht of een individuele aanvraag verder aan de voorwaarden voldeed.

Wat zijn de voorwaarden van de Transitiefonds Particuliere Woningvoorraad?

De regeling is gesloten. De onderstaande knock-outeisen, beoordeling en verplichtingen golden zolang de regeling openstond.

Hier val je op af

Om voor subsidie in aanmerking te komen moest tegelijk aan al deze eisen worden voldaan:
Er was sprake van (dreiging van) een ernstige situatie van leegstand en/of verpaupering van een gebied, met negatieve doorwerking op het dorp, de wijk of de stad.
De aanpak bood een oplossing voor de achteruitgang van de leefbaarheid.
De aanpak paste binnen de woonvisie van de gemeente en, als aanwezig, het regionale Woon- en Leefbaarheidsplan.
De aanpak voldeed aan de voorwaarden die de betreffende gemeente zelf had gesteld.
De eigenaar/eigenaren van het pand of de panden was/waren betrokken bij de aanpak.
Een financiële toets van de eigenaar toonde de noodzaak tot ingrijpen van buitenaf aan.
De staat van het pand maakte duidelijk dat sloop of onttrekking nodig was.
Aanschrijven en handhavingsbeleid was toegepast, of er was minimaal afgewogen in hoeverre dit effectief zou zijn.
Er werd gebruikgemaakt van reeds ontwikkelde instrumenten voor de aanpak van de particuliere woningvoorraad, zoals beschreven in het Gronings Gereedschap.
Er was cofinanciering van de gemeente van minimaal 50% van de subsidiabele kosten (eventueel via andere bronnen bijeengebracht door de gemeente).
De aanvraag was niet in strijd met de Europese staatssteunregels.

Wat je moet doen na toekenning

  • Prestatieverantwoording: Gedeputeerde Staten legden in het besluit tot subsidieverlening vast op welke wijze de subsidieontvanger moest aantonen dat de activiteiten zijn uitgevoerd en dat aan de subsidieverplichtingen is voldaan. Welke stukken precies nodig waren, stond in de brief met het subsidiebesluit.
  • Na afronding van het project moest u een "aanvraag tot vaststelling van de subsidie" indienen bij de provincie. Welke stukken u daarbij moest meesturen, stond vermeld in de brief met het subsidiebesluit.
  • De provincie kon na ontvangst van deze aanvraag tot vaststelling besluiten dat u geld moest terugbetalen, bijvoorbeeld als de activiteit minder heeft gekost dan begroot.
  • De subsidie kon volledig worden ingetrokken als het uitgevoerde project niet overeenkwam met het project waarvoor de subsidie was aangevraagd.
  • De provincie kon op grond van de Wet Bibob een integriteitsonderzoek instellen.
  • Tegen zowel het toekenningsbesluit als het definitieve vaststellingsbesluit kon binnen zes weken na de verzenddatum van de brief bezwaar worden gemaakt. De provincie stelt het op prijs als u vóór het indienen van een bezwaarschrift eerst contact opneemt, omdat bezwaren mogelijk door een toelichting kunnen worden weggenomen.

Aanvullende weigeringsgronden (artikel 9)

Naast het niet voldoen aan de vereisten werd subsidie ook geweigerd als:

  • het subsidieplafond (€ 2.000.000 voor de hele looptijd) al was bereikt;
  • de aanvraag niet voldeed aan de Procedureregeling subsidies provincie Groningen 2018;
  • de aanvraag in strijd was met Europese staatssteunregels, bijvoorbeeld omdat er een uitstaand terugvorderingsbevel van de Europese Commissie bestond tegen de aanvrager.

Voor deze regeling gold geen puntensysteem of wegingsfactoren, in tegenstelling tot de separate Subsidieregeling Zorg & Voorzieningen, die wel met een rangschikking en puntentelling werkt. Voor het Transitiefonds Particuliere Woningvoorraad gold een ja/nee-toets aan de genoemde vereisten, gecombineerd met beoordeling door een adviescommissie.

Beoordeling door een adviescommissie

Gedeputeerde Staten legden aanvragen voor aan de adviescommissie Transitiefonds Particuliere Woningvoorraad. De provincie beoordeelde doorlopend of de aanvraag paste bij de voorwaarden.

Hoe vraag je de Transitiefonds Particuliere Woningvoorraad aan?

Deze regeling is gesloten: u kunt geen aanvraag meer indienen. Onderstaand proces beschrijft hoe de aanvraag werkte zolang de regeling openstond, ter informatie voor wie een lopend dossier heeft.

Stap 1: bespreek uw project met de provincie

Voordat u een aanvraag indiende, besprak u uw project met een medewerker van het team Leefbaarheid van de provincie Groningen. Samen bekeek u of het project geschikt was voor deze subsidie. Contact hierover liep via telefoon (050 - 316 49 11) of e-mail (subsidies@provinciegroningen.nl).

Stap 2: dien uw aanvraag in

Aanvragen konden doorlopend worden ingediend, van 25 februari 2020 tot en met 31 december 2023, totdat het subsidieplafond van het fonds (€ 2.000.000) was bereikt. De aanvraag verliep online. Hiervoor waren de volgende stukken nodig:

  • Projectplan: een beschrijving van de activiteiten waarvoor u subsidie aanvroeg, inclusief start- en einddatum van het project.
  • Begroting: een overzicht van de kosten met een bijbehorend dekkingsplan (dus ook hoe de cofinanciering van minimaal 50% door de gemeente was gedekt).
  • Aanvraagformulier: het (online) formulier waarmee u de aanvraag indiende. Gezien de doelgroep (gemeenten, samenwerkingsverbanden van gemeenten, of stichtingen/verenigingen) ligt ondertekening door een bevoegd vertegenwoordiger van de aanvragende organisatie voor de hand.

Stap 3: ontvangstbevestiging en planning

U kreeg direct na het indienen van uw aanvraag een ontvangstbevestiging per e-mail. Binnen twee weken liet de provincie u per brief weten wanneer u een besluit kon verwachten.

Stap 4: toetsing en besluit

De provincie bekeek doorlopend of uw aanvraag paste bij de voorwaarden van de regeling. Gedeputeerde Staten legden de aanvraag voor aan de adviescommissie Transitiefonds Particuliere Woningvoorraad.

  • Werd uw aanvraag goedgekeurd, dan ontving u hierover een brief.
  • Kwam u niet in aanmerking, dan ontving u ook schriftelijk bericht, met de reden van afwijzing.
  • Was u het niet eens met het besluit, dan kon u binnen zes weken na de verzenddatum van de brief een bezwaarschrift indienen. Het loket stelde het op prijs als u vóór het indienen van bezwaar eerst contact opnam, om te bekijken of bezwaren met een toelichting konden worden weggenomen.

Stap 5: verantwoording na afronding van het project

Was uw project afgerond, dan stuurde u de provincie een "aanvraag tot vaststelling van de subsidie". In de brief met het oorspronkelijke subsidiebesluit stond welke stukken u hierbij moest meesturen; dit kon per besluit verschillen.

Stap 6: definitief besluit

Na ontvangst van uw aanvraag tot vaststelling nam de provincie een besluit over het definitieve subsidiebedrag. Mogelijke uitkomsten:

  • U moest een deel van het geld terugbetalen, bijvoorbeeld als de activiteit minder heeft gekost dan begroot.
  • De subsidie werd volledig ingetrokken, als het uitgevoerde project niet overeenkwam met het project waarvoor u de aanvraag had gedaan.
  • De provincie kon in dit traject ook een Bibob-integriteitsonderzoek uitvoeren. Ook tegen dit definitieve besluit kon u binnen zes weken bezwaar indienen.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

De regeling is gesloten, dus dit proces is nu niet meer van toepassing op nieuwe aanvragen. Voor lopende dossiers gold het volgende.

Wie beoordeelt

Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen namen het besluit over uw aanvraag, na advies van de adviescommissie Transitiefonds Particuliere Woningvoorraad. De provincie toetste doorlopend of binnengekomen aanvragen pasten bij de voorwaarden van de regeling; er was geen vaste beoordelingsronde met een vaste vergaderdatum zoals bij sommige andere regelingen, maar een continue beoordeling op volgorde van binnenkomst totdat het subsidieplafond was bereikt.

Doorlooptijd

U kreeg direct na uw aanvraag een ontvangstbevestiging per e-mail. Binnen twee weken na de aanvraag liet de provincie u per brief weten wanneer u een besluit kon verwachten.

Uitbetaling

Wel is duidelijk dat de subsidie in twee fasen werd afgehandeld:

  • Subsidieverlening: na goedkeuring van uw aanvraag ontving u een brief met het besluit. In die brief stond ook vastgelegd op welke wijze u moest aantonen dat de activiteiten waarvoor subsidie was verleend, zijn uitgevoerd, en welke stukken u daarvoor moest aanleveren.
  • Subsidievaststelling: na afronding van het project diende u een "aanvraag tot vaststelling van de subsidie" in. Pas na deze vaststelling stond het definitieve subsidiebedrag vast.

Verplichtingen tijdens de looptijd

  • U moest zich houden aan het projectplan en de begroting waarop de subsidieverlening was gebaseerd; een uitgevoerd project dat niet overeenkwam met de oorspronkelijke aanvraag kon leiden tot volledige intrekking van de subsidie.
  • Na afronding van het project was u verplicht een aanvraag tot vaststelling in te dienen, met de stukken die in het subsidiebesluit werden genoemd.
  • De provincie kon een Bibob-integriteitsonderzoek instellen op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

Na de vaststelling

Bij de definitieve vaststelling kon de provincie besluiten dat u geld moest terugbetalen, bijvoorbeeld wanneer het project minder heeft gekost dan begroot. Was u het niet eens met het vaststellingsbesluit, dan kon u binnen zes weken na de verzenddatum bezwaar indienen; het loket adviseerde daarbij eerst contact op te nemen, omdat bezwaren mogelijk via een toelichting konden worden weggenomen.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 1 document bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Transitiefonds Particuliere Woningvoorraad. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Provincie Groningen. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.