GeslotenFonds · Groningen · Subsidie

Subsidieregeling warmtetransitie projecten (NPG)

Samenwerkingsverband Noord-Nederland

Wat is de Subsidieregeling warmtetransitie projecten (NPG)?

Deze subsidie van de provincie Groningen was bedoeld voor rechtspersonen (bedrijven, stichtingen, verenigingen en overheidsorganisaties) die investeerden in energie-efficiënte stadsverwarming en/of stadskoeling, als onderdeel van de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. Denk aan de bouw, uitbreiding of verbetering van installaties voor warmte- en koude-opwekking, thermische opslag en distributienetwerken.

Je kon tot 50% van de subsidiabele kosten vergoed krijgen, met een maximum van € 4.000.000 per project. In totaal was er meer dan € 15.000.000 beschikbaar (subsidieplafond € 15.000.000 volgens de vastgestelde feiten) om de overstap naar duurzame warmte in de provincie te versnellen.

Let op: deze regeling staat nu op "Aanvragen niet meer mogelijk" en het resterend budget is € 0,00. Je kunt dus geen nieuwe aanvraag meer indienen. Zolang de regeling openstond, verliep de aanvraag via het eLoket van SNN (https://eloket.snn.nl/eloket/zakelijk/Login.jsp), met een projectplan, een businesscase en een ingevuld beoordelingsformulier als verplichte onderdelen.

De subsidie was met name gericht op "voorlopers": partijen die al een vergevorderd plan hadden, maar waarvan het project zonder overheidssteun nog niet rendabel was. Een belangrijke voorwaarde was dat je de resultaten en leerpunten van je project openbaar en actief moest delen, zodat andere partijen en overheden in de regio ervan konden leren.

Wie komt in aanmerking voor de Subsidieregeling warmtetransitie projecten (NPG)?

Deze subsidie kun je niet meer aanvragen: het loket meldt "Aanvragen niet meer mogelijk" en het resterend budget staat op € 0. Onderstaand de eisen die golden zolang de regeling open was, zodat je kunt zien wie in aanmerking kwam en wie afviel.

Je bent actief in Groningen
Regionale regeling.
De definitieve beoordeling ligt bij Samenwerkingsverband Noord-Nederland.

Je kwam alleen in aanmerking als je een rechtspersoon was: een BV, NV, stichting, vereniging of overheidsorganisatie. Eenmanszaken en particulieren vielen dus af.

Daarnaast gold een reeks harde (knock-out) eisen. Je viel af als:

  • je project nieuwbouw betrof (nieuwbouw was uitgesloten);
  • je project biomassaverbranding inzette voor laagwaardige warmte of voor de productie van elektriciteit;
  • je al eerder subsidie had ontvangen voor hetzelfde project binnen deze regeling of de voorganger ervan;
  • er een bevel tot terugvordering tegen je uitstond vanwege eerder onrechtmatig verklaarde steun door de Europese Commissie;
  • je onderneming in financiële moeilijkheden verkeerde (zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 18 van de AGVV);
  • de subsidie geen stimulerend effect zou hebben (bijvoorbeeld omdat je al met de werkzaamheden was begonnen voordat je de aanvraag indiende);
  • toekenning zou leiden tot overschrijding van de Europese aanmeldingsdrempels of maximale steunintensiteiten uit de AGVV.

Verder moest het project zelf aan een aantal inhoudelijke vereisten voldoen om niet te worden afgewezen:

  • de CO2-uitstoot na afloop van de werkzaamheden (en uiterlijk in 2030) mocht niet hoger zijn dan 25 kg CO2 per geleverde gigajoule;
  • de warmtevoorziening moest een minimale omvang van 20 aansluitingen hebben;
  • je moest instemmen met het publiek en actief delen van resultaten en leerpunten;
  • het project moest zich in een vergevorderde (plan)fase bevinden en de werkzaamheden moesten binnen 1 jaar na subsidieverlening starten;
  • je moest minimaal 60 van de 100 punten scoren op de beoordelingscriteria (of minimaal 45 punten als er aantoonbaar geen bewoners bij het project betrokken waren, waarbij het criterium bewonersparticipatie dan vervalt).

Een aanvraag die minder dan het vereiste minimumaantal punten haalde, werd afgewezen, ook als aan alle andere eisen was voldaan.

Waarvoor krijg je subsidie?

De subsidie was bedoeld voor de investeringskosten van de bouw, uitbreiding of verbetering (upgrade) van een energie-efficiënt systeem voor stadsverwarming en/of stadskoeling. Concreet ging het om drie categorieën:

1. Installaties voor warmte- en koude-opwekking

De bouw, uitbreiding of upgrade van installaties die warmte of koude opwekken voor het systeem. Er is geen apart tarief per eenheid genoemd; de kosten vallen onder de algemene rekenregel van maximaal 50% van de subsidiabele kosten (opgebouwd uit 30% basis plus eventuele verhogingen, zie de sectie "Hoeveel krijg je?").

2. Thermische opslag

Investeringen in oplossingen voor thermische opslag (het opslaan van warmte of koude voor later gebruik) vielen onder de subsidiabele kosten, tegen dezelfde rekenregel als hierboven.

3. Distributienetwerken

Investeringen in het distributienet (het netwerk waarmee warmte of koude bij afnemers wordt gebracht) kwamen ook in aanmerking, eveneens tegen de algemene rekenregel.

Algemene rekenregel voor alle kostensoorten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie kwamen de investeringskosten voor subsidie in aanmerking. Er is geen apart tarief per m², per aansluiting of per eenheid vastgesteld; het gaat om een percentage van de daadwerkelijk gemaakte en betaalde investeringskosten (zie "Hoeveel krijg je?" voor de percentages: 30% basis, oplopend tot maximaal 50%, met een plafond van € 4.000.000 per project en het plafond van de Onrendabele top).

Kosten die uitdrukkelijk NIET subsidiabel waren

  • voorbereidings- en ontwikkelkosten;
  • interne loonkosten;
  • onderhoudskosten;
  • advieskosten.

Dit betekent dat kosten voor het opstellen van plannen, haalbaarheidsstudies, interne uren van je eigen personeel, lopend onderhoud aan de installatie en externe adviseurs niet vergoed werden, ook niet als ze rechtstreeks met het project te maken hadden.

Verhouding met eigen financiering

Uit het format projectplan blijkt dat je zelf minimaal 50% van de kosten uit eigen middelen moest financieren (afhankelijk van de omvang van je onderneming, zie artikel 14 van de regeling). Als je andere subsidies voor het project aantrok, moest je in de businesscase duidelijk maken welke subsidies je had aangevraagd of al toegekend had gekregen. Bij financiering met vreemd vermogen (bijvoorbeeld een lening) moest je de onderbouwende documentatie meesturen.

Onrendabele top als plafond

Belangrijk om te onthouden: hoe je de kosten ook berekent, de subsidie kon nooit hoger zijn dan de Onrendabele top van het project. Dit is het aantoonbare bedrag dat nodig is om de netto contante waarde van de investering over de levensduur op nul uit te laten komen, inclusief een redelijk rendement op eigen vermogen. Deze Onrendabele top moest je aantonen in de businesscase, met een investerings- en exploitatiebegroting per kalenderjaar.

Geen aparte tarieven per m² of per aansluiting

In tegenstelling tot sommige andere regelingen kent deze subsidie geen vast tarief per vierkante meter, per aansluiting of per woningequivalent (WEQ). De WEQ wordt in de begripsbepalingen wel gebruikt om de warmtevraag van verschillende panden met elkaar te vergelijken (1 woning = 1 WEQ, 1 WEQ bij utiliteitsbouw staat voor 130 m² oppervlakte en voor 30 GJ warmtevraag), maar dit dient als rekenmaatstaf voor de minimale omvang van 20 aansluitingen, niet als kostentarief.

Hoeveel subsidie krijg je?

De subsidie bedroeg in alle gevallen maximaal 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 4.000.000 per project. Daarnaast gold altijd een tweede plafond: de subsidie mocht nooit meer bedragen dan de Onrendabele top van het project (het bedrag dat nodig is om de netto contante waarde van de investering over de levensduur nul te maken, inclusief rendement op eigen vermogen).

De opbouw van het percentage werkte als volgt:

  • de basis was maximaal 30% van de investeringskosten voor de bouw of upgrade van het energie-efficiënte systeem voor stadsverwarming en/of stadskoeling;
  • dit percentage kon worden verhoogd met 20% voor kleine ondernemingen;
  • of met 10% voor middelgrote ondernemingen;
  • daarnaast kon het percentage met 15% extra worden verhoogd voor projecten die uitsluitend hernieuwbare energiebronnen, afvalwarmte, of een combinatie daarvan gebruiken (inclusief hernieuwbare warmtekrachtkoppeling).

In alle gevallen bleef het totaal beperkt tot maximaal 50% van de subsidiabele kosten: de verhogingen konden elkaar dus niet onbeperkt opstapelen tot boven die 50%.

Als alternatief kon de steunintensiteit oplopen tot 100% van de financieringskloof (het verschil tussen kosten en opbrengsten van het project versus een realistisch alternatief zonder steun), maar ook dan was het maximum van de subsidie beperkt tot 50% van de subsidiabele kosten. De steun werd in dat geval beperkt tot het minimum dat nodig was om het project uit te voeren.

Het subsidieplafond voor de hele regeling bedroeg € 15.494.000 voor de periode dat aanvragen konden worden ingediend (15 april 2025 tot en met 31 december 2025). Op de productpagina wordt gesproken over "meer dan € 15.000.000" beschikbaar; het exacte plafond in de regeling zelf is € 15.494.000. Nu is het resterend budget € 0,00 en is aanvragen niet meer mogelijk.

Subsidie werd verdeeld op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen, niet op basis van kwaliteit alleen (al moest je wel het minimumaantal punten halen). Bij (bijna) gelijke rangschikking op dezelfde dag werd geloot.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 16 documenten bij deze regeling, waarvan er 5 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

En nog 8 andere bestanden in het dossier.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Subsidieregeling warmtetransitie projecten (NPG). Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Samenwerkingsverband Noord-Nederland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.