GeslotenProvincie · Subsidie

Samenwerking voor innovatie in het kader van Europees Innovatie Partnerschap (EIP)

Provincie Zeeland

Wat is de Samenwerking voor innovatie in het kader van Europees Innovatie Partnerschap (EIP)?

Deze subsidie is voor groepen ondernemers in Zeeland die samen een vernieuwend project in de landbouw willen opzetten. Het project moet helpen bij de overgang naar duurzame landbouw, bijdragen aan sterkere natuur en een leefbaar platteland, en na afloop op grotere schaal toepasbaar zijn. Het maakt deel uit van het Europees Innovatie Partnerschap (EIP): een netwerk waarin operationele groepen (samenwerkingsverbanden van onder meer boeren, onderzoekers, adviseurs en bedrijven) van elkaars projecten leren.

De subsidie is bedoeld voor samenwerkingsverbanden van minimaal twee partijen, waarvan minimaal één actieve landbouwer. Je kunt je richten op het doorontwikkelen van bestaande landelijke projecten of op vernieuwingen die inspelen op regionale ontwikkelingen in Zeeland.

Je krijgt 40% van de subsidiabele kosten voor investeringen in bedrijfsmiddelen en 100% van de overige subsidiabele kosten (zoals projectmanagement, onderzoek en arbeidskosten). De subsidie bedraagt minimaal € 25.000 en maximaal € 500.000 per project. Het subsidieplafond voor deze openstelling was € 3.000.000.

Je vroeg de subsidie aan via het webportal van RVO (mijn.rvo.nl), met verplichte bijlagen zoals een projectplan, begroting en kostenonderbouwing. De regeling stond open van 17 juni 2025, 09:00 uur tot en met 15 oktober 2025, 17:00 uur en is inmiddels gesloten voor nieuwe aanvragen.

Let op: dit is geen regeling waarbij het eerst-komt-eerst-maalt-principe geldt. Een onafhankelijke adviescommissie beoordeelde en rangschikte alle ingediende aanvragen op vier selectiecriteria, en het budget ging naar de hoogst scorende aanvragen.

Wie komt in aanmerking voor de Samenwerking voor innovatie in het kader van Europees Innovatie Partnerschap (EIP)?

Deze regeling is gesloten voor aanvragen (de openstelling liep van 17 juni 2025, 09:00 uur tot en met 15 oktober 2025, 17:00 uur). De onderstaande eisen golden tijdens die openstelling.

Harde eisen aan de aanvrager:

  • Je vraagt aan als samenwerkingsverband, niet als individuele ondernemer. Het samenwerkingsverband bestaat uit minimaal twee deelnemers.
  • Minimaal één deelnemer van het samenwerkingsverband is een actieve landbouwer.
  • De deelnemers zijn natuurlijke personen of rechtspersonen, elk met een andere eigenaar. Een deelnemer mag niet in eigendom zijn van een andere deelnemer.
  • Het samenwerkingsverband voldoet aan de concurrentieregels uit de artikelen 206 tot en met 210 van Verordening (EU) nr. 1308/2013.
  • Een van de deelnemers is aangewezen als penvoerder. Deze schrijft het projectplan, doet de aanvraag namens iedereen en ontvangt het subsidiebedrag. Elke deelnemer machtigt de penvoerder door de samenwerkingsovereenkomst te ondertekenen.

Eisen aan het project:

  • Het project is een innovatief samenwerkingsproject: het ontwikkelt, ontwikkelt door of maakt praktijkrijp nieuwe concepten, producten of diensten.
  • Het project gaat over de voortbrenging van landbouwproducten of de handel daarin (bijlage 1 VWEU).
  • Het project raakt minstens één van de zeven thema's (duurzame verdienmodellen, marktgerichtheid en concurrentievermogen, nieuwe duurzame waardeketens, bescherming biodiversiteit, efficiënt beheer natuurlijke hulpbronnen, klimaatverandering, voedsel en gezondheid).
  • Het project draagt daarnaast bij aan minstens één doel uit de paragrafen 3.1.1 t/m 3.1.9 van het Uitvoeringsprogramma Landelijk Gebied 2021-2030 van Zeeland.

Wanneer val je af (weigeringsgronden):

  • Je bent al gestart met de uitvoering of al verplichtingen aangegaan voordat je de aanvraag indiende.
  • Je vraagt subsidie aan voor dezelfde activiteiten die al binnen dezelfde aanvraagperiode zijn aangevraagd, of waarvoor al subsidie tot het maximum is verstrekt.
  • Je bent een reeds bestaand samenwerkingsverband en de activiteit is niet nieuw voor dat samenwerkingsverband.
  • Het toegekende subsidiebedrag zou bij verlening lager uitkomen dan € 25.000.
  • De activiteiten vinden niet overwegend in Zeeland plaats (tenzij de resultaten aantoonbaar ten goede komen aan Zeeland).
  • Je bent een onderneming in moeilijkheden volgens de EU-staatssteunregels, of er loopt nog een terugvorderingsbevel van de Europese Commissie tegen je.
  • De activiteiten hebben een voorziene negatieve uitwerking op het dierenwelzijn van landbouwhuisdieren.
  • Je voldoet niet aan een wettelijk voorschrift dat nodig is om de aanvraag te behandelen.

Er gelden geen aparte diploma- of leeftijdseisen voor deelnemers. De enige rol-eis is dat minstens één deelnemer landbouwer is.

Waarvoor krijg je subsidie?

Voor deze regeling komen twee hoofdcategorieën kosten in aanmerking: operationele kosten (100% subsidiabel) en investeringen in bedrijfsmiddelen (40% subsidiabel). Beide moeten direct verbonden zijn met de uitvoering van het project.

Operationele kosten (100%)

Dit zijn kosten voor onder meer:

  • coördinatie van het samenwerkingsverband
  • projectmanagement
  • uitvoeren van onderzoek
  • verbruikskosten tijdens de projectperiode (zoals brandstof)
  • ontwikkelen van prototypes of modellen
  • kosten voor de samenwerking en het proces (zoals regelmatige overleggen)
  • arbeidskosten (loonkosten en eigen arbeid) besteed aan de uitvoering van het project

Operationele kosten bestaan uit twee delen: arbeidskosten en overige kosten (kosten van derden, op basis van factuur of gelijkwaardig bewijs).

Voor het berekenen van loonkosten en kosten eigen arbeid gebruikte Zeeland de methode zonder vereenvoudigde kostenoptie (artikel 1.9a):

  • Eigen arbeid: aantal bestede uren × € 50 per uur.
  • Loonkosten: een individueel uurtarief per medewerker (bruto jaarloon plus 44,2% werkgeverslasten, gedeeld door 1.720 uur bij een 40-urige werkweek, naar rato bij deeltijd) × aantal bestede uren, waarna dat bedrag met 15% wordt verhoogd voor overhead.
  • Het totale aantal te subsidiëren uren per jaar is per medewerker maximaal 1.372 uur bij een voltijd dienstverband (naar rato bij deeltijd), en ook maximaal 1.372 uur voor eigen arbeid.
  • De overige subsidiabele kosten worden vastgesteld op basis van een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht.

Let op: de vereenvoudigde kostenoptie voor overige kosten (artikel 1.9c) en de Integrale Kostensystematiek (IKS) konden bij deze Zeeuwse openstelling niet worden gebruikt, ook niet door kennisinstellingen.

Investeringen in bedrijfsmiddelen (40%)

Bedrijfsmiddelen zijn bezittingen die het landbouwbedrijf voor meerdere jaren gebruikt, zoals gebouwen, machines, software en inventaris. Deze kosten zijn alleen subsidiabel voor de duur van het project: bij een investering van € 100.000 die in 5 jaar wordt afgeschreven en een project van 3 jaar is € 60.000 subsidiabel, waarover 40% subsidie kan worden verstrekt (€ 24.000).

Wat niet subsidiabel is

Kosten die je vóór het indienen van je aanvraag al maakte of waarvoor je al verplichtingen aanging, komen niet voor subsidie in aanmerking. Daarnaast zijn onder meer uitgesloten:

  • kosten die niet aantoonbaar rechtstreeks aan de activiteiten zijn toe te rekenen
  • rente, bankkosten, financieringskosten, kosten van gerechtelijke procedures en juridische bijstand daarbij, boetes en sancties, fooien, geschenken, personeelsactiviteiten, gratificaties, bonussen, outplacementtrajecten, representatiekosten
  • kosten van voorbereidende handelingen (zoals haalbaarheidsstudies of vergunningaanvragen voorafgaand aan de aanvraag)
  • vervangingsinvesteringen
  • legeskosten (tenzij expliciet subsidiabel gesteld)
  • verrekenbare of compensabele btw
  • kosten die niet voldoen aan de eisen van goed financieel beheer
  • winstopslagen binnen een groep
  • kosten die een deelnemer van het samenwerkingsverband in rekening brengt bij een andere deelnemer
  • aankoop van landbouwproductierechten of betalingsrechten
  • investeringen die het dierenwelzijn verslechteren, en de aankoop van dieren
  • aankoop van zaai- en pootgoed van eenjarige gewassen (met een paar specifieke uitzonderingen, zoals herstel na een natuurramp)
  • aankoop van grond boven 10% van de totale subsidiabele kosten (met uitzondering tot 30% voor milieubehoud en koolstofrijke bodems)
  • investeringen in grootschalige infrastructuur buiten lokale ontwikkelingsstrategieën (met uitzondering van breedband en preventieve kustbescherming)
  • investeringen in bebossing die niet passen bij duurzaam bosbeheer
  • kosten van investeringen om aan een wettelijke verplichting te voldoen, of met een negatief effect op de omgeving
  • kosten gericht op de reguliere bedrijfsvoering van bestaande reguliere samenwerkingsactiviteiten
  • advies aan agrariërs in de vorm van trainingen en workshops (dit valt niet binnen deze paragraaf van de regeling)

Uren en kosten die deelnemers van het samenwerkingsverband onderling aan elkaar factureren, worden nooit vergoed.

Hoeveel subsidie krijg je?

Je krijgt minimaal € 25.000 en maximaal € 500.000 subsidie per project. Blijft het bedrag bij verlening onder € 25.000, dan wordt de subsidie geweigerd.

Het subsidiepercentage verschilt per kostensoort:

  • 40% van de subsidiabele kosten voor investeringen in bedrijfsmiddelen (zoals gebouwen, machines, software, inventaris die voor meerdere jaren worden gebruikt). Dit percentage geldt alleen voor het deel van de investering dat aan de looptijd van het project kan worden toegerekend: bij een investering van € 100.000 die in 5 jaar wordt afgeschreven en een project van 3 jaar, is € 60.000 subsidiabel en krijg je daarover 40%, dus € 24.000.
  • 100% van de overige subsidiabele kosten (operationele kosten zoals loonkosten, eigen arbeid, kosten van derden).

Het subsidieplafond voor deze openstelling in Zeeland was € 3.000.000, waarvan € 1.290.000 (43%) uit ELFPO-middelen en € 1.710.000 (57%) uit nationale cofinanciering van de provincie. Was het beschikbare bedrag door een verlaging van de provinciale begroting lager dan de binnengekomen volledige aanvragen, dan werd verdeeld op volgorde van puntenaantal, en bij gelijke stand via loting.

Het toegekende bedrag kan lager uitvallen dan aangevraagd: als RVO (een deel van) de opgevoerde kosten afwijst, daalt het subsidiebedrag mee. Bij subsidies tussen € 25.000 en € 125.000 werkte je met vooraf afgesproken deelprestaties; wijst men kosten af, dan verandert ook het bedrag dat je met een deelprestatie moest aantonen.

Wat zijn de voorwaarden van de Samenwerking voor innovatie in het kader van Europees Innovatie Partnerschap (EIP)?

Wat je moet doen na toekenning

  • Je voert de activiteiten uit binnen 2 jaar na de subsidieverleningsbeschikking. Kan dat door onvoorziene omstandigheden niet, dan kun je uiterlijk de dag voor afloop van die termijn schriftelijk gemotiveerd verlenging vragen, tot uiterlijk 31 december 2028.
  • Duurt de uitvoering langer dan 12 maanden, dan lever je jaarlijks een voortgangsverslag in.
  • Je maakt de opgedane kennis en resultaten van het project tijdens de uitvoering openbaar via het nationale en Europese EIP-netwerk (en andere geëigende netwerken, zoals Groen Kennisnet).
  • Je dient uiterlijk 13 weken na afloop van de projectperiode je vaststellingsverzoek in, en uiterlijk op 1 april 2029.
  • Je rapporteert bij voortgangsverslagen, deelbetalingen en vaststelling over het aantal personen dat van advies, opleiding, kennisuitwisseling of deelname aan het samenwerkingsverband heeft geprofiteerd, en indien relevant over het aandeel GVE's onder acties voor dierenwelzijn.
  • Je voert een administratie waaruit duidelijk blijkt welke activiteiten zijn verricht, welke kosten zijn gemaakt en betaald, en (bij loonkosten of eigen arbeid) het aantal bestede uren per persoon. Deze administratie bewaar je minimaal 5 jaar na subsidievaststelling, of minimaal 10 jaar na afhandeling bij een gerechtelijke procedure.
  • Bij investeringen in roerende of onroerende zaken moet de investering op het moment van de vaststellingsaanvraag minimaal gebruiksklaar zijn.
  • Vervreemd je de onderneming of grond waarop de gesubsidieerde activiteiten betrekking hebben, dan meld je dit zo snel mogelijk, uiterlijk op de dag van vervreemding zelf.
  • De penvoerder meldt onverwijld schriftelijk als een deelnemer failliet gaat, surseance van betaling krijgt, of als aannemelijk is dat de activiteiten of verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel worden nageleefd.

Voordat je project inhoudelijk wordt beoordeeld, moet je aan een aantal harde voorwaarden voldoen. Voldoe je er niet aan, dan wordt de aanvraag geweigerd of buiten behandeling gelaten:

  • Je vormt een samenwerkingsverband van minimaal twee deelnemers met minimaal één actieve landbouwer, die elk een andere eigenaar hebben.
  • Je bent nog niet gestart met de uitvoering van het project of hebt nog geen verplichtingen aangegaan voor de projectkosten vóór het indienen van de aanvraag.
  • Het project is nieuw: bestaat het samenwerkingsverband al langer, dan moet de activiteit waarvoor je subsidie aanvraagt nieuw zijn voor dat verband.
  • Het gevraagde subsidiebedrag ligt tussen € 25.000 en € 500.000.
  • De activiteiten vinden overwegend in Zeeland plaats, of komen anders aantoonbaar ten goede aan Zeeland.
  • Je bent geen onderneming in moeilijkheden en er loopt geen terugvorderingsbevel van de Europese Commissie tegen je.
  • De activiteiten hebben geen voorziene negatieve uitwerking op het dierenwelzijn van landbouwhuisdieren.

Aanvragen die door de knock-outtoets komen, worden door een onafhankelijke adviescommissie beoordeeld en gerangschikt op vier selectiecriteria. Per criterium zijn 0 tot 5 punten te behalen, met een eigen wegingsfactor:

  • Effectiviteit (wegingsfactor 4, max. 20 punten): de bijdrage van het project aan de doelen uit paragrafen 3.1.1 t/m 3.1.9 van het Uitvoeringsprogramma Landelijk Gebied 2021-2030 van Zeeland. Beoordeeld wordt de meerwaarde van de innovatie, de voorbeeldwerking in breder verband, de geschiktheid voor brede toepassing/uitrol, en de kwaliteit van het communicatieplan voor kennisdeling. Score loopt van 0 (verwaarloosbaar effect) tot 5 (groot effect met reële voorbeeldfunctie en opschalingsmogelijkheden).
  • Haalbaarheid (wegingsfactor 2, max. 10 punten): de kans dat het samenwerkingsverband slaagt om het innovatie-idee uit te werken. Bekeken wordt de kwaliteit van het proces-/projectplan, de oriëntatie op bestaande kennis en haalbaarheid, de oriëntatie op businessmodel en marktpotentieel, de kwaliteit van het samenwerkingsverband in relatie tot het ambitieniveau, en de bereidheid tot kennisdeling. Score van 0 (geen van deze aspecten scoort) tot 5 (alle aspecten scoren zeer goed).
  • Efficiëntie (wegingsfactor 1, max. 5 punten): de redelijkheid van de kosten in verhouding tot de geplande prestatie. Bekeken wordt de omvang van de projectkosten in relatie tot de innovatieopgave, het potentiële toepassingsbereik binnen de sector, de relevantie van de kosten, en hoe efficiënt kennis, kunde en arbeid worden benut.
  • Innovatie (wegingsfactor 3, max. 15 punten): de mate waarin het samenwerkingsproces of het onderwerp van de samenwerking (of beide) vernieuwend is. Bekeken wordt het technisch of sociaal grensverleggende karakter, het transitiekarakter richting duurzame landbouw, de innovatieve waarde van het samenwerkingsverband zelf, de toepassingsgerichtheid, en de innovatie-infrastructuur (waar wordt ontwikkeld en geproduceerd). Score van 0 (reguliere praktijk, geen innovatie) tot 5 (geheel of vrijwel geheel nieuw product/dienst/proces met samenhang tussen de aspecten).

De maximale score is 50 punten. Je moet minimaal 60% (30 punten) behalen om voor subsidie in aanmerking te komen. Het beschikbare budget wordt verdeeld op volgorde van de rangschikking, beginnend bij de hoogste score; bij overschrijding van het plafond op het omslagpunt wordt geloot.

Hoe vraag je de Samenwerking voor innovatie in het kader van Europees Innovatie Partnerschap (EIP) aan?

De regeling was open van 17 juni 2025, 09:00 uur tot en met 15 oktober 2025, 17:00 uur.

Stap 1: Voorbereiding

De penvoerder (een van de deelnemers, bijvoorbeeld de projectleider) stelt samen met de andere deelnemers het projectplan en de begroting op. Voor het aanvragen is E-herkenning niveau 3 nodig. De link naar het online aanvraagportal van RVO werd enkele dagen voor de openstelling bekendgemaakt via de website van provincie Zeeland.

Stap 2: Aanvraag indienen

Je diende de aanvraag in via het webportal van RVO (mijn.rvo.nl). De penvoerder is degene die de aanvraag namens het samenwerkingsverband indient en die het aanspreekpunt is richting RVO.

Verplichte bijlagen bij de aanvraag:

  • Format projectplan, volledig ingevuld. Hierin staan onder meer een probleemanalyse, de beschrijving van de uitvoering en activiteiten, de doelstellingen, verwachte resultaten, de verwachte realisatietermijn, en de manier waarop resultaten worden getoetst. Ook een aantoonbare oriëntatie op bestaand onderzoek, de uitwerking van kennisverspreiding via het EIP-netwerk, een toelichting op eventuele investeringen in bedrijfsmiddelen, en het verwachte aantal personen dat van het project profiteert.
  • Format begroting, volledig ingevuld, met een toelichting op de begroting.
  • Onderbouwing van de kosten.
  • Samenwerkingsovereenkomst, ondertekend door alle deelnemende partijen. Hieruit blijkt dat de penvoerder is aangewezen om de aanvraag in te dienen en bevoegd is de betaling te ontvangen, en hoe verantwoordelijkheden, bevoegdheden, financiële verplichtingen (baten en lasten) tussen de deelnemers zijn verdeeld.
  • Financieringsplan.
  • Deelprestaties (bij subsidies tussen € 25.000 en € 125.000): per deelprestatie geef je op welke activiteit het betreft, in welk jaar je die verwacht te realiseren, welk deel van het subsidiebedrag erbij hoort, en hoe je de deelprestatie verantwoordt.

Afhankelijk van je situatie kunnen ook verplicht zijn: een MKB-verklaring, een de-minimis steunverklaring, of een vergunning als die nodig is voor de uitvoering van het project. Duurt de realisatietermijn langer dan één jaar, dan voeg je ook een meerjarenbegroting met declaratieplanning per jaar toe en een overzicht van de projectfasen in de tijd.

Stap 3: Beoordeling

Na sluiting van de aanvraagperiode toetst RVO/de provincie eerst of je aanvraag voldoet aan de knock-outeisen. Voldoe je daaraan, dan beoordeelt een onafhankelijke adviescommissie je aanvraag op de vier selectiecriteria en bepaalt de rangschikking (zie sectie Voorwaarden).

Stap 4: Besluit

Gedeputeerde Staten beslissen binnen 22 weken na afloop van de aanvraagperiode (dus na 15 oktober 2025) over de subsidieaanvragen, op basis van de rangschikking en het beschikbare budget van € 3.000.000.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Wie beoordeelt en hoe lang duurt het

Een onafhankelijke adviescommissie beoordeelt en rangschikt je aanvraag op de vier selectiecriteria (effectiviteit, haalbaarheid, efficiëntie, innovatie). Gedeputeerde Staten van Zeeland nemen vervolgens het besluit, binnen 22 weken na afloop van de aanvraagperiode (na 15 oktober 2025). Het beschikbare subsidieplafond van € 3.000.000 wordt verdeeld op volgorde van de rangschikking, van hoog naar laag scorend.

Bevoorschotting

Bij verlening van de subsidie krijg je automatisch (ambtshalve) een voorschot van 50% van het verleende subsidiebedrag. Je hoeft dit voorschot niet apart aan te vragen.

Deelbetalingen

Je kunt een deelbetaling aanvragen als deze betrekking heeft op minimaal 25% van de verleende subsidie of minimaal € 50.000. Je mag maximaal 1 keer per jaar een verzoek tot deelbetaling indienen. Voorschot en deelbetalingen samen mogen niet meer bedragen dan 90% van de verleende subsidie.

Rapportage en verplichtingen tijdens de looptijd

Duurt je project langer dan 12 maanden, dan lever je jaarlijks een voortgangsverslag in. Bij voortgangsverslagen en deelbetalingsverzoeken rapporteer je over:

  • het gerealiseerde en nog te verwachten aantal personen dat via advies, opleiding, kennisuitwisseling of deelname aan het samenwerkingsverband heeft geprofiteerd om beter te presteren op duurzame economische, sociale, milieu- en klimaataspecten en hulpbronnenefficiëntie;
  • indien van toepassing: het gerealiseerde en nog te verwachten aandeel GVE's (grootvee-eenheden) onder ondersteunde acties voor dierenwelzijn.

Daarnaast ben je verplicht de opgedane kennis en resultaten tijdens de uitvoering openbaar te maken via het nationale en Europese EIP-netwerk en andere geëigende netwerken zoals Groen Kennisnet. Elk project wordt gemeld bij het nationale en Europese EIP-netwerk, en Groen Kennisnet maakt na verlening een eigen pagina voor je project aan.

Vaststelling

Je voert de activiteiten uit binnen 2 jaar na de verzending van de subsidieverleningsbeschikking (met mogelijkheid tot verlenging bij onvoorziene omstandigheden, tot uiterlijk 31 december 2028). Binnen 13 weken na afloop van de projectperiode, en uiterlijk op 1 april 2029, dien je je aanvraag tot vaststelling in.

De eisen daaraan verschillen per subsidiebedrag:

  • € 25.000 tot € 125.000: je toont met een inhoudelijk verslag aan dat de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan. Is er gewerkt met deelprestaties, dan toon je aan dat die zijn gerealiseerd. Gedeputeerde Staten stellen de subsidie vast binnen 13 weken na ontvangst van je vaststellingsverzoek.
  • € 125.000 en hoger: je levert zowel een inhoudelijk als een financieel verslag, plus een schriftelijke verantwoording van de gebruikte uren. Gedeputeerde Staten stellen de subsidie vast binnen 22 weken na ontvangst.

Bij de vaststelling rapporteer je opnieuw over het aantal personen dat van het project heeft geprofiteerd (en eventueel het aandeel GVE's bij dierenwelzijn-acties). Wijst RVO een deel van de kosten af, dan daalt het definitieve subsidiebedrag mee, en bij gebruik van deelprestaties verandert dan ook het bedrag dat aan die deelprestatie was gekoppeld.

Overige verplichtingen

Je bewaart je projectadministratie minimaal 5 jaar na de vaststelling (10 jaar bij een gerechtelijke procedure). Vervreemding van de onderneming of van grond waarop het project betrekking heeft, meld je zo snel mogelijk. Bij een aanvraag kan de provincie Zeeland een Bibob-onderzoek toepassen; ben je daarvoor geselecteerd, dan ontvang je een brief met een uitgebreide vragenlijst.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 2 documenten bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Samenwerking voor innovatie in het kader van Europees Innovatie Partnerschap (EIP). Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Provincie Zeeland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.