GeslotenProvincie · Subsidie

Subsidie Culturele infrastructuur (Nadere subsidieregels Cultuurplan en Subinfrastructuur 2017-2020) (vervallen)

Provincie Limburg

Wat is de Subsidie Culturele infrastructuur (Nadere subsidieregels Cultuurplan en Subinfrastructuur 2017-2020) (vervallen)?

Deze subsidie was bedoeld om de culturele basisinfrastructuur van Limburg in stand te houden en te versterken: een breed en gevarieerd cultureel aanbod voor heel de provincie. De regeling is vervallen; de laatste aanvraagronde (voor de Subinfrastructuurperiode 2019-2020) liep van 1 december 2017 tot 1 februari 2018, en de regeling zelf verviel op 1 maart 2018.

De regeling kende twee sporen. Cultuurplaninstellingen (organisaties van provinciale of landelijke betekenis, erkend door Provinciale Staten) kregen een exploitatiesubsidie voor 4 jaar. Instellingen in de Subinfrastructuur, die een eenjarige projectsubsidie voorbij waren en zich verder ontwikkelden richting Cultuurplanstatus, kregen een projectsubsidie voor 2 jaar.

De regeling was bedoeld voor organisaties zoals stichtingen, verenigingen en bedrijven die actief zijn op het gebied van kunst en cultuur. Onderwijsinstellingen en eigenaren/beheerders van podia vielen buiten de doelgroep, met uitzondering van BIS-instellingen (instellingen binnen de landelijke Culturele Basisinfrastructuur).

Aanvragen werden niet op volgorde van binnenkomst behandeld, maar via een tender: alle aanvragen binnen de sluitingstermijn werden onderling vergeleken en beoordeeld op vaste criteria (publieksbereik, cultuureducatie en/of talentontwikkeling, samenwerking, gezonde bedrijfsvoering en de Governance Code Cultuur), waarbij een onafhankelijke adviescommissie (eerst de Provinciale Adviescommissie Cultuur, later de Cultuurtank Limburg) punten toekende en advies gaf aan Gedeputeerde Staten. Aanvragen moesten met het standaard aanvraagformulier worden ingediend, inclusief verplichte bijlagen zoals een activiteitenplan, bedrijfsplan en toelichting op de begroting.

Wie komt in aanmerking voor de Subsidie Culturele infrastructuur (Nadere subsidieregels Cultuurplan en Subinfrastructuur 2017-2020) (vervallen)?

Deze regeling is vervallen. Ze gold voor de laatste openstelling: de Subinfrastructuurperiode 2019-2020, met aanvragen tot 1 februari 2018. Je kunt hier dus niet meer op aanvragen, maar zo werkten de eisen.

Wie kon aanvragen:

  • Privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid (dus bijvoorbeeld stichtingen, verenigingen en bedrijven, geen natuurlijke personen).
  • Je moet een duidelijke relatie met Limburg hebben, op basis van vestiging en/of werkterrein.
  • Je project of je activiteiten moeten ten minste in Nederlands-Limburg plaatsvinden.

Wie viel af:

  • Onderwijsinstellingen: uitgesloten.
  • Eigenaren/beheerders van podia (gebouwen bestemd of geschikt voor kunstuitvoeringen, concerten of presentatie van podiumkunsten): uitgesloten, tenzij het BIS-instellingen zijn (instellingen die onderdeel zijn van de landelijke Culturele Basisinfrastructuur). BIS-instellingen kwamen dus wél in aanmerking, ook als ze een podium beheren.
  • Aanvragen die niet aansluiten bij het doel van de regeling (behoud en versterking van de culturele basisinfrastructuur).
  • Aanvragen die niet voldoen aan de algemene criteria (Limburg-relatie en uitvoering in Nederlands-Limburg).
  • Voor het Cultuurplan: instellingen die niet voldoen aan de drempelnorm van minimaal 17,5% eigen inkomsten (zie hieronder).
  • Projecten of activiteiten die al op een andere manier door de Provincie Limburg worden gesubsidieerd of gefinancierd. Uitzondering: bijdragen van het Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg en het Cultuurparticipatiefonds Limburg tellen niet als dubbele financiering. Bijdragen van het Huis voor de Kunsten Limburg, in het kader van de Motie Volkscultuur, of als projectbijdrage, gelden juist wél als provinciale subsidiëring en sluiten je dus uit.
  • Activiteiten die betrekking hebben op carnaval: altijd afgewezen.
  • Aanvragen die buiten de vastgestelde indieningstermijn zijn ontvangen.
  • Bij het Cultuurplan: instellingen die bij een van de specifieke criteria (publieksbereik, cultuureducatie/talentontwikkeling, samenwerking, gezonde bedrijfsvoering, Governance Code Cultuur) een 0 scoren op een verplicht onderdeel, worden afgewezen (zie de sectie Voorwaarden voor de puntensystematiek).

Twee aparte tracks met eigen duur:

  • Cultuurplaninstellingen: instellingen van provinciale en eventueel landelijke betekenis, erkend door Provinciale Staten, krijgen 4 jaar exploitatiesubsidie.
  • Instellingen in de Subinfrastructuur: instellingen die een eenjarige projectsubsidie voorbij zijn en zich inhoudelijk en zakelijk verder ontwikkelen richting Cultuurplanstatus, krijgen maximaal 2 jaar projectsubsidie.

Er geldt een subsidieplafond: ook als je aan alle eisen voldoet, kun je alsnog worden afgewezen omdat het budget op is (zie Voorwaarden voor de rangschikking).

Waarvoor krijg je subsidie?

Het subsidiebedrag werd bepaald op basis van je totale activiteitenplan, bedrijfsplan en begroting, met als hard plafond voor de Subinfrastructuur: maximaal 35% van de totale subsidiabele kosten over de aangevraagde periode.

Kosten die deze regeling expliciet uitsluit (naast wat al niet-subsidiabel is volgens artikel 14 van de Algemene Subsidieverordening):

  • Onvoorziene uitgaven (de post "onvoorzien" in je begroting).
  • Kosten voor boeken en schriftelijke publicaties.
  • Consumptieve kosten: eten, drank en dergelijke.

Wat er wél inhoudelijk mocht worden gefinancierd, volgt uit de aard van de activiteiten die de regeling beoogde te ondersteunen.

  • Exploitatiekosten van de organisatie (bij Cultuurplaninstellingen), voor de duur van 4 jaar.
  • Projectkosten van culturele activiteiten (bij Subinfrastructuurinstellingen), voor de duur van 2 jaar.
  • Activiteiten gericht op publieksbereik: bijvoorbeeld het aan zich binden van nieuw publiek, marketing en communicatie hierrond.
  • Cultuureducatie: activiteiten binnen- en/of buitenschools.
  • Talentontwikkeling: het bieden van een plek aan talenten (personen met minder dan 5 jaar werkervaring in een kunstdiscipline en maximaal 3 gerealiseerde professionele producties), inclusief voor- en natraject.
  • Samenwerkingsprojecten met andere culturele instellingen of creatieve partners, met als resultaat een concreet gezamenlijk cultureel aanbod.

Kosten die niet aansloten bij het doel van de regeling (artikel 2: behoud en versterking van de provinciale culturele basisinfrastructuur) kwamen niet in aanmerking. Ook activiteiten die te maken hebben met carnaval zijn altijd uitgesloten van subsidie, ongeacht het kostentype.

Let op: als je project of activiteit al op een andere manier door de Provincie Limburg wordt gesubsidieerd of gefinancierd, komen de kosten daarvan niet (opnieuw) in aanmerking, met uitzondering van bijdragen van het Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg en het Cultuurparticipatiefonds Limburg. Bijdragen van het Huis voor de Kunsten Limburg (via de Motie Volkscultuur of als projectbijdrage) golden wél als provinciale financiering en sloten dubbele subsidiëring van diezelfde kosten uit.

Bij de aanvraag moest je zelf een begroting en toelichting daarop indienen, waarna Gedeputeerde Staten op basis daarvan het subsidiebedrag vaststelden, mede afhankelijk van de mate van eigen financiële verantwoordelijkheid en medefinanciering door derden.

Hoeveel subsidie krijg je?

Wel gelden deze harde regels en cijfers.

Voor instellingen in de Subinfrastructuur:

  • De subsidie is maximaal 35% van de totale subsidiabele kosten over de aangevraagde Subinfrastructuurperiode. Vraag je meer aan, dan ontstaat er meteen een tekort op je begroting (het adviesrapport noemt hiervan concrete voorbeelden, tot bedragen van tienduizenden euro's tekort).

Voor Cultuurplaninstellingen:

  • Om in aanmerking te komen geldt een minimale eigen-inkomstennorm van 17,5% (de drempelnorm). Voor landelijke BIS-instellingen geldt voor 2019-2020 de eigen-inkomstennorm die het Rijk vaststelt; voor overige Cultuurplaninstellingen geldt die Rijksnorm als inspanningsverplichting, niet als knock-outeis.
  • De mate waarin je activiteiten bijdragen aan het provinciaal beleid.
  • De mate van eigen (financiële) verantwoordelijkheid van jouw organisatie.
  • De mate waarin medefinanciering door derden plaatsvindt of kan plaatsvinden.
  • Je score in de tendersystematiek (zie Voorwaarden): wie hoger scoort, komt eerder in aanmerking en krijgt eerder budget uit het subsidieplafond toegewezen. Het beschikbare bedrag wordt verdeeld op volgorde van rangschikking, dus bij een uitgeput plafond krijgen lager scorende aanvragen niets, ook al voldeden ze aan de criteria.

Voor het Cultuurplan 2017-2020 was het subsidieplafond € 10.552.784 (4 x € 2.638.196 per jaar), met jaarlijkse toekenningen per instelling van € 0 tot € 345.000.

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
Openstelling1 dec 20171 feb 2018--

Wat zijn de voorwaarden van de Subsidie Culturele infrastructuur (Nadere subsidieregels Cultuurplan en Subinfrastructuur 2017-2020) (vervallen)?

Knock-outeisen (voordat er inhoudelijk werd beoordeeld): - Je aanvraag moest aansluiten bij het doel van de regeling (behoud en versterking van de Limburgse culturele basisinfrastructuur). - Je moest een aanvrager zijn zoals gedefinieerd in artikel 4 (privaatrechtelijke rechtspersoon, geen onderwijsinstelling of podiumbeheerder, tenzij BIS-instelling). - Je moest voldoen aan de algemene criteria (Limburg-relatie, uitvoering in Nederlands-Limburg). - Bij het Cultuurplan: je moest voldoen aan de drempelnorm van minimaal 17,5% eigen inkomsten. - Je project mocht niet al op een andere manier door de Provincie Limburg gefinancierd worden. - Je aanvraag mocht geen betrekking hebben op carnaval. - Je aanvraag moest binnen de vastgestelde indieningstermijn zijn ontvangen. - Bij de inhoudelijke criteria (zie hieronder): een 0-score op een verplicht criterium leidde automatisch tot afwijzing, ook als de rest van je aanvraag goed was. Het adviesrapport van de Cultuurtank laat dit ook in de praktijk zien: meerdere aanvragen werden afgewezen wegens een "nul score op verplicht criterium".

Waarop wordt beoordeeld

  1. Publieksbereik (0-2 punten): goed (2) = huidig publiek wordt gebonden én er wordt overtuigend een nieuwe doelgroep aan de instelling verbonden; voldoende (1) = dit gebeurt, maar met ruimte voor verbetering; onvoldoende (0) = voldoet niet aan het criterium.
  2. Cultuureducatie en/of talentontwikkeling, elk apart beoordeeld op 0-2 punten met dezelfde opbouw (bijzondere bijdrage = 2, bijdrage maar niet uniek = 1, geen sprake van = 0).
  3. Samenwerking met andere culturele instellingen/creatieve partners (0-4 punten): zeer goed (4) = duurzame, consistente samenwerking met meerdere partners; goed (3) = beperkte samenwerking met meerdere partners; ruim voldoende (2) = duurzame samenwerking met één partner; voldoende (1) = beperkte samenwerking met één partner; onvoldoende (0) = geen samenwerking.
  4. Gezonde bedrijfsvoering (0-4 punten): van "geen kritische kanttekeningen" (4) tot "onder de maat, presteert op meerdere onderdelen niet goed" (0). Beoordeeld op onder meer publieks- en vraaggerichtheid, een eigen visie en strategie, verbreding van de financiële basis, een evenwichtige exploitatie en een gescheiden bestuur/toezicht/directie/uitvoering, blijkend uit je bedrijfsplan.
  5. Governance Code Cultuur (0-4 punten): van "voldoet aan alle 9 principes" (4) tot "voldoet niet aan principe 1 t/m 3 en/of zal aan het einde van de periode niet aan alle 9 principes voldoen" (0). Voldoen aan principe 1 t/m 3 is een minimumvereiste; bij afwijking van andere principes moet je motiveren waarom.
  6. Alle punten (criteria + pré's) werden opgeteld tot een totaalscore. Aanvragen werden gerangschikt op score: de hoogste score kwam als eerste in aanmerking, en zo verder. Het subsidieplafond werd verdeeld in volgorde van deze rangschikking, dus wie te laag scoorde, kreeg mogelijk niets, ook zonder knock-out. Bij gelijke score kregen aanvragen die bijdragen aan diversiteit van het cultureel aanbod voorrang, met name: instellingen op het gebied van design, media, film en/of mode; jonge/nieuwe kunstvormen; of cultureel aanbod in Noord- of Midden-Limburg. Als je in 2013-2016 al provinciale subsidie ontving, werd ook meegewogen of je toen de afgesproken outputresultaten hebt gehaald (op basis van monitoringsgesprekken en verslagen van activiteitenbezoeken). Bij BIS-gerelateerde aanvragen werden ook adviezen van de landelijke Raad voor Cultuur en het standpunt van de standplaatsgemeente meegewogen.

Wat je moet doen na toekenning

VerplichtingWanneer
Cultuurplaninstellingen: activiteiten moeten starten na 1 januari 2017 en zijn uitgevoerd uiterlijk 31 december 2020. Viermaal per Cultuurplanperiode een monitoringsgesprek (start-, twee voortgangs- en een evaluatiegesprek) met een delegatie van de adviescommissie, plus eventueel extra tussentijds overleg. Minimaal één maand vóór elk gesprek moet je schriftelijk een notitie over de stand van zaken (artistiek, zakelijk, organisatorisch) aanleveren.uiterlijk 31 december 2020
Subinfrastructuurinstellingen 2019-2020: activiteiten moeten starten na 1 januari 2019 en zijn uitgevoerd uiterlijk 31 december 2020. Tweemaal per Subinfrastructuurperiode een monitoringsgesprek, met dezelfde verplichting om vooraf een notitie aan te leveren, plus eventueel extra tussentijds overleg.uiterlijk 31 december 2020
Landelijke BIS-Cultuurplaninstellingen moeten voor 2019-2020 voldoen aan de door het Rijk vastgestelde eigen-inkomstennorm; voor overige Cultuurplaninstellingen is dit een inspanningsverplichting.

Extra punten (pré's, elk 1 punt, geen maximum genoemd anders dan losse optelling):

  • Je werkt voor het realiseren van je cultureel aanbod samen met een organisatie uit een andere sector dan cultuur.
  • Je biedt (als in Nederlands-Limburg gevestigde instelling) een deel van je aanbod buiten je eigen regio van vestiging aan binnen Nederlands-Limburg, of (als niet in Nederlands-Limburg gevestigde instelling) in meer dan één regio van Nederlands-Limburg.
  • Je biedt een deel van je aanbod aan in de Euregio Rijn-Maas Noord en/of Euregio Maas-Rijn (buiten Nederlands-Limburg).

Hoe vraag je de Subsidie Culturele infrastructuur (Nadere subsidieregels Cultuurplan en Subinfrastructuur 2017-2020) (vervallen) aan?

Let op: deze regeling is vervallen. Onderstaand aanvraagproces gold voor de laatste ronde, de Subinfrastructuurperiode 2019-2020, en kan nu niet meer worden gevolgd. Het geeft wel weer hoe het traject in elkaar zat.

Stap 1: Aanvraag indienen (1 december 2017 tot 1 februari 2018) Je diende je aanvraag in bij Gedeputeerde Staten met het standaard aanvraagformulier van de provinciale website (www.limburg.nl/subsidies). Het formulier moest volledig SMART zijn ingevuld en rechtsgeldig ondertekend. Verplichte bijlagen:

  • Activiteitenplan: geeft inzicht of en hoe je voldoet aan de algemene criteria (artikel 5), de specifieke criteria (artikel 9) en, bij het Cultuurplan, de drempelnorm (artikel 6).
  • Bedrijfsplan: bevat een lange termijndoelstelling (5 jaar), een SWOT-analyse en een communicatie/PR/marketingplan.
  • Toelichting op de begroting.
  • Statuten, zoals laatstelijk gewijzigd.
  • Bij een Cultuurplanaanvraag (niet bij Subinfrastructuur): jaarrekeningen van de relevante voorgaande jaren; als de meest recente jaarrekening nog niet gereed was, mocht die later worden nagestuurd, maar wel vóór een harde einddatum.

De aanvraag moest compleet zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten vóór de sluitingsdatum: voor de laatste ronde was dat uiterlijk 1 februari 2018. Voor de datum van ontvangst gold de datum van de ontvangststempel van de Provincie Limburg, niet de postdatum. Onvolledige aanvragen mochten alleen tot en met de sluitingsdatum worden aangevuld; daarna niet meer.

Stap 2: Formele toets Na sluiting van de indieningstermijn toetste de Provincie of aanvragen aan de formele (knock-out)eisen voldeden. In de laatste ronde vielen van de 25 ingediende aanvragen 3 al in deze fase af.

Stap 3: Pitch en inhoudelijke beoordeling Elke aanvrager moest een pitch (korte presentatie over de aanvraag) houden voor de adviescommissie (eerst de Provinciale Adviescommissie Cultuur, later de Cultuurtank Limburg). De commissie beoordeelde de aanvragen op de criteria uit artikel 9 en 13 (zie de sectie Voorwaarden) en gebruikte daarbij ook eerdere monitoringsgesprekken en voorstellingsbezoeken als aanvullende informatie.

Stap 4: Adviesrapport De adviescommissie stelde een adviesrapport op met per aanvraag een score en toelichting, en bood dit aan de gedeputeerde Cultuur aan. Bij de laatste ronde gebeurde dit in april 2018.

Stap 5: Besluitvorming Gedeputeerde Staten namen op basis van het advies een besluit. Bij het Cultuurplan vond de uiteindelijke vaststelling plaats door Provinciale Staten (erkenning); bij de Subinfrastructuur besloten Gedeputeerde Staten zelf. Voor de laatste Subinfrastructuurronde vond deze besluitvorming plaats op 24 april 2018.

De regeling zelf verviel op 1 maart 2018, maar bleef van toepassing op aanvragen die vóór die datum waren ontvangen en op besluiten die vóór die datum waren genomen, inclusief de vervolgstappen in het traject (zoals de besluitvorming in april 2018 over aanvragen die al vóór 1 februari 2018 waren ingediend).

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Let op: deze informatie betreft een vervallen regeling en is dus alleen relevant om te begrijpen hoe eerdere aanvragen zijn afgehandeld.

Wie beoordeelt: De inhoudelijke beoordeling gebeurde door een onafhankelijke adviescommissie (eerst de Provinciale Adviescommissie Cultuur/PAC, vanaf de ronde 2019-2020 de Cultuurtank Limburg), bestaande uit onafhankelijke experts op het gebied van verschillende kunst- en cultuurdisciplines. Deze commissie bracht advies uit aan Gedeputeerde Staten, die het uiteindelijke besluit namen. Bij het Cultuurplan lag de formele erkenning bij Provinciale Staten.

Beslistermijn: Voor de Subinfrastructuurperiode 2019-2020 gold een beslistermijn van 12 weken, die begon te lopen op de dag na sluiting van de indieningstermijn (dus na 1 februari 2018). Voor de Cultuurplanperiode 2017-2020 en de Subinfrastructuurperiode 2017-2018 gold een afwijkende regel: de beslistermijn ging pas lopen vanaf het moment dat Provinciale Staten het Cultuurplan 2017-2020 hadden vastgesteld (erkend).

Traject bij de laatste ronde (2019-2020) ter illustratie van de doorlooptijd:

  • 1 februari 2018: sluiting aanvragen.
  • Februari 2018: formele toets.
  • Februari-maart 2018: pitches en adviestraject van de Cultuurtank (7 bijeenkomsten tussen 21 februari en 16 maart 2018).
  • April 2018: adviesrapport aangeboden aan de gedeputeerde Cultuur.
  • 24 april 2018: besluitvorming door Gedeputeerde Staten.

Subsidiebedragen bij het Cultuurplan werden, blijkens het Statenvoorstel, jaarlijks door Gedeputeerde Staten verleend (dus niet in één keer voor de hele 4-jarige periode).

Verplichtingen tijdens de looptijd:

  • Monitoring door de adviescommissie: bij Cultuurplaninstellingen viermaal per periode (start-, twee voortgangs- en een evaluatiegesprek), bij Subinfrastructuurinstellingen tweemaal per periode. Bij deze gesprekken werd de artistieke en zakelijke ontwikkeling besproken; indien nodig kon een extra tussentijds overleg plaatsvinden.
  • Voorafgaand aan elk monitoringsgesprek: minimaal één maand van tevoren moest je schriftelijk een notitie aanleveren over de stand van zaken op artistiek, zakelijk en organisatorisch vlak.
  • Activiteiten moesten binnen de gestelde periode worden uitgevoerd: voor Cultuurplaninstellingen tussen 1 januari 2017 en 31 december 2020, voor Subinfrastructuurinstellingen 2019-2020 tussen 1 januari 2019 en 31 december 2020.
  • Landelijke BIS-Cultuurplaninstellingen moesten voor 2019-2020 voldoen aan de door het Rijk vastgestelde eigen-inkomstennorm; voor overige Cultuurplaninstellingen gold dit als inspanningsverplichting, niet als harde eis.

Bezwaar en beroep: Na de definitieve besluitvorming door Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten was de bezwaar- en beroepsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 3 documenten bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Subsidie Culturele infrastructuur (Nadere subsidieregels Cultuurplan en Subinfrastructuur 2017-2020) (vervallen). Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Provincie Limburg. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.