Open voor aanvragenRijk · Landelijk · Subsidie

Subsidieregeling Schoon en Emissieloos Bouwmaterieel (SSEB) Innovatie: Project experimentele ontwikkeling

RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland)

Ook bekend als SSEB Innovatie, SSEB Innovatie: Project experimentele ontwikkeling

Wat is de Subsidieregeling Schoon en Emissieloos Bouwmaterieel (SSEB) Innovatie: Project experimentele ontwikkeling?

SSEB Innovatie: Project experimentele ontwikkeling is bedoeld voor bedrijven die een innovatie voor emissieloze bouwmachines of de laadinfrastructuur daarvoor een stap dichter bij de markt willen brengen. Het gaat om een technische ontwikkeling (bijvoorbeeld het bouwen en testen van een prototype) of om praktijkervaring (het in een echte gebruiksomgeving testen van een emissieloze bouwmachine, inclusief zaken als laadinfrastructuur, netcongestie en opleiding).

De subsidie is er voor bedrijven in Nederland, samenwerkingen van bedrijven, of samenwerkingen van bedrijven met NGO's of onderzoeksorganisaties zoals universiteiten. Je krijgt 25% van de subsidiabele kosten als grootbedrijf en 35% als mkb- of micro-ondernemer, met een mogelijke opslag van 15% bij kennisdeling of samenwerking. Het maximum is € 1.500.000 per project.

Je vraagt aan via het eLoket van RVO met eHerkenning niveau 3. Verplicht zijn het modelprojectplan en de modelbegroting, plus een verklaring 'geen onderneming in moeilijkheden'. Werk je samen, dan komt daar een samenwerkingsovereenkomst en een machtiging van de penvoerder bij. Het budget wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen, dus wacht niet te lang. Je project moet bij de beoordeling minimaal 70 van de 100 punten scoren op tien criteria, zoals technische ontwikkeling of praktijkervaring, NOx-reductie, vervolgpotentieel en samenwerking.

Aanvragen kan van 12 mei 2026, 9:00 uur tot en met 30 oktober 2026, 17:00 uur. Het budget is op het moment van schrijven al overtekend, maar je kunt nog aanvragen omdat lopende aanvragen nog beoordeeld worden en afgewezen aanvragen budget vrijmaken.

Wie komt in aanmerking voor de Subsidieregeling Schoon en Emissieloos Bouwmaterieel (SSEB) Innovatie: Project experimentele ontwikkeling?

Je komt in aanmerking voor SSEB Innovatie: Project experimentele ontwikkeling als je voldoet aan deze harde eisen:

Je bent gevestigd in Nederland
Landelijke regeling.
Je bent een onderneming of samenwerking
De definitieve beoordeling ligt bij RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland).

Wie kan aanvragen

  • Bedrijven in Nederland.
  • Samenwerkingen van bedrijven.
  • Samenwerkingen van bedrijven met NGO's of organisaties die onderzoek doen met publiek geld, zoals universiteiten.

Vestiging en risico

  • Je bent gevestigd in Nederland.
  • Jij en je partners doen mee op eigen risico en kosten.
  • Je hebt genoeg eigen middelen of financiering voor het project. Alle projectpartners moeten dit laten zien; is er financieel of inhoudelijk veel verschil tussen partners, dan kan dat leiden tot afwijzing of een lagere beoordeling.

Timing

  • Je begint niet aan het project vóórdat je de subsidie hebt aangevraagd.

Samenwerkingsverband

  • Bij een samenwerking wijs je één partij aan als penvoerder (hoofdaanvrager). Deze moet een bedrijf zijn, is verantwoordelijk voor het contact met RVO en verdeelt de subsidie over de betrokken partijen.

Type project

  • Je project richt zich op ontwikkeling en inzet van emissieloze bouwmachines. Dat wil zeggen machines die werken op een batterij zonder lood, een brandstofcel (op basis van niet-fossiele waterstofdragers), een mono-fuel waterstofverbrandingsmotor, of netspanning via een stroomkabel.
  • Het project is een technische ontwikkeling of een project praktijkervaring, gericht op verbetering van producten, processen of diensten die nog niet vaststaan.

Score

  • Je project haalt bij de beoordeling minimaal 70 van de 100 punten.

Onderneming in moeilijkheden

  • Je krijgt geen subsidie als je (of, bij een samenwerking, één van de deelnemende ondernemingen) beoordeeld wordt als onderneming in moeilijkheden. Dit toets je zelf met het beslisschema op de RVO-pagina over ondernemingen in moeilijkheden, en je stuurt de verklaring 'geen onderneming in moeilijkheden' verplicht mee voor elke onderneming in het samenwerkingsverband.

Wat afvalt

Voor machines die je alleen aanschaft en inzet, maar niet zelf innovatief ontwikkelt of test, is deze regeling niet bedoeld: daarvoor bestaat SSEB Aanschaf. Koop je machines die je binnen je innovatieproject inzet, dan kun je voor die machines geen SSEB Innovatie aanvragen (voor de overige projectkosten kan dat wel). Uitstootvermindering met een SCR-katalysator valt mogelijk onder SSEB Retrofit, niet onder deze regeling.

Let op: het budget is overtekend. Je valt niet automatisch af, maar aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld en beoordeeld: bij een volledige aanvraag geldt de datum van volledigheid. Is het budget op het moment dat jouw aanvraag aan de beurt is al verdeeld, dan krijg je geen subsidie, ook als je aan alle voorwaarden voldoet en 70 punten of meer scoort.

Waarvoor krijg je subsidie?

Je krijgt subsidie over de volgende kostensoorten. Elke kostensoort ken je toe aan je project via de verplichte modelbegroting.

Loonkosten (A1)

Je berekent loonkosten volgens één van drie methoden, en gebruikt voor een specifieke deelnemer steeds dezelfde methode:

  • Integrale kostensystematiek (IKS): je specificeert de tarieven zodanig dat ze te controleren zijn op basis van de IKS-tarieven die je eerder aan RVO hebt aangeleverd. Bij meerjarige projecten geldt het laatst aangeleverde tarief.
  • Loonkosten + 50% opslag: je vult het uurtarief inclusief de opslag van 50% in. Verricht je arbeid zonder dat er loonkosten worden gemaakt, dan vul je € 60,00 per uur in.
  • Vast uurtarief van € 60,00.

Afschrijving apparatuur en uitrusting (A2)

  • Machines of apparatuur uitsluitend voor het project aangeschaft: je voert alleen de afschrijfkosten op, met dezelfde afschrijftermijn (minimaal 5 jaar) die je ook in je eigen boekhouding hanteert. Heeft de apparatuur na het project geen restwaarde meer, dan motiveer je dat in de begroting.
  • Machines of apparatuur niet uitsluitend voor het project aangeschaft: je mag de afschrijfkosten of leasetermijnen alleen meenemen als je een sluitende tijdregistratie bijhoudt. De kosten worden dan naar evenredigheid van de gebruikte tijd meegenomen, op basis van de normale bezetting. Gebruik je de integrale kostensystematiek, dan voer je alleen kosten op als het kostendragers zijn, of als de kosten geen deel uitmaken van een integraal kostentarief.

Afschrijving gebouwen en grond

Deze kostensoort staat genoemd als subsidiabel, maar het dossier geeft hiervoor geen aparte rekenregel of tarief.

Kosten voor onderzoek en advies

Aan derden verschuldigde kosten (A4): als een deel van de activiteiten wordt uitbesteed, kunnen de aan derden verschuldigde kosten aan het project worden toegerekend. Onderbouw deze kosten met offertes of overeenkomsten.

Bijkomende algemene kosten, bijvoorbeeld materialen (A3)

Verbruikte materialen zijn stoffen voor eenmalig gebruik die na bewerking geen zelfstandige zaak meer zijn. Hulpmiddelen zijn zelfstandige zaken die speciaal voor het project worden aangeschaft, niet langer dan de projectduur worden gebruikt, en na afloop niet meer bruikbaar zijn. Je voert deze op met de prijs per eenheid en het verbruik in hoeveelheden.

Btw

Kun je de btw over je kosten in aftrek brengen of terugvorderen bij de fiscus, dan is de btw géén subsidiabele kostenpost en voer je de kosten exclusief btw op. Kun je dat niet, dan is de btw wél subsidiabel en voer je de kosten inclusief btw op. Geef in de begroting expliciet aan welke keuze je maakt.

Investering in emissieloze machines

Wil je binnen je innovatieproject een machine inzetten waarvoor je nog geen andere SSEB-subsidie hebt aangevraagd, dan heb je twee mogelijkheden:

  • Je neemt de machine op in deze begroting. De subsidiehoogte wordt dan bepaald op basis van de afschrijving over de looptijd van het project (maximaal 2 jaar).
  • Je vraagt in plaats daarvan SSEB Aanschaf aan voor die machine; dan neem je haar niet op in deze begroting. In dat geval geldt na afronding van het innovatieproject een instandhoudingsverplichting van in totaal 48 maanden. Heb je voor een machine al SSEB Aanschaf ontvangen, dan kun je die machine wel inzetten in je project, maar voer je haar niet op in deze begroting. Per machine kun je maximaal éénmaal SSEB-subsidie ontvangen.

Wat niet in aanmerking komt

  • Kosten voor projectmanagement zijn uitgesloten, omdat het geen directe kosten zijn die verbonden zijn aan de uitvoering van de subsidiabele activiteiten. Voorbeelden die het dossier noemt: interne of externe rapportages voor voortgangsmonitoring, het nakomen van subsidieverplichtingen (zoals tussen- of eindrapportages), het opstellen van contracten tussen samenwerkingspartijen, planning, budgettering, escaleren naar een stuurgroep, projectbesturing, risicomanagement, projectbewaking, administratie, fasering bewaken, facturering en vergaderingen.
  • Inhoudelijke activiteiten vallen hier niet onder en komen dus wél in aanmerking, zoals inhoudelijke discussies met medewerkers, het opstellen van specificaties en het deelnemen aan inhoudelijke brainstormsessies.

Algemene regels

Projectkosten moeten in de begroting staan om in aanmerking te komen. Je mag alleen kosten opvoeren die:

  • rechtstreeks toe te rekenen zijn aan het project;
  • voor eigen rekening komen van de aanvragers;
  • werkelijk gemaakt worden ná indiening van je aanvraag en vóór het einde van het project.

Hoeveel subsidie krijg je?

Je krijgt maximaal € 1.500.000 per project. Dit maximum is in 2026 met 50% verhoogd ten opzichte van eerdere jaren.

Het subsidiepercentage over de kosten die in aanmerking komen, hangt af van je bedrijfsgrootte:

  • Grootbedrijf (meer dan 250 fte in dienst): 25% van de subsidiabele kosten.
  • Mkb- of micro-ondernemer: 35% van de subsidiabele kosten.

Daar bovenop kun je 15% extra subsidie krijgen als je project aan minimaal één van deze voorwaarden voldoet:

  • Je deelt de resultaten van het project en zorgt voor ruime verspreiding van deze kennis, via conferenties, publicaties, een digitaal platform (open-access repositories) of gratis of open source software.
  • Ondernemers werken samen, waarbij geen van de ondernemers meer dan 70% van de kosten die onder de subsidie vallen op zich neemt, en minimaal één deelnemer in het samenwerkingsverband een mkb'er is.
  • De ondernemer(s) werken samen met één of meer organisaties voor onderzoek en kennisverspreiding, waarbij deze organisaties minimaal 10% bijdragen aan de in aanmerking komende kosten en het recht hebben hun eigen onderzoeksresultaten te publiceren.

Voor het totale beschikbare budget geldt een subsidieplafond. Het loket noemt hier twee verschillende bedragen: € 11.000.000 als "totaal budget" en € 11.298.640 als bedrag dat "in behandeling" is. Op 27 juli 2026 was er 0% (€ 0) nog beschikbaar; het budget is dus overtekend. Het beschikbare budget kan nog veranderen: als RVO aanvragen goedkeurt daalt het budget verder, als RVO aanvragen afwijst komt er ruimte vrij. Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld, dus hoe eerder je een volledige aanvraag indient, hoe groter de kans dat er nog budget is.

Het uiteindelijke bedrag dat je krijgt, is dus je subsidiepercentage (25% of 35%, eventueel plus 15%) berekend over je subsidiabele kosten, met € 1.500.000 als absoluut maximum per project, en begrensd door het beschikbare budget op het moment dat jouw aanvraag aan de beurt is.

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
202612 mei 202630 okt 2026€ 11 mlnWie het eerst komt (fcfs)

Wat zijn de voorwaarden van de Subsidieregeling Schoon en Emissieloos Bouwmaterieel (SSEB) Innovatie: Project experimentele ontwikkeling?

Hier val je op af

Voordat je project op inhoud wordt beoordeeld, gelden deze harde eisen: je bent gevestigd in Nederland (of onderdeel van een samenwerking met minimaal één Nederlands bedrijf als penvoerder), je hebt genoeg eigen middelen of financiering, je begint niet aan het project vóór de aanvraag, je project richt zich op emissieloze bouwmachines (batterij zonder lood, brandstofcel op niet-fossiele waterstofdragers, mono-fuel waterstofverbrandingsmotor, of netspanning), en niemand in je samenwerkingsverband is een onderneming in moeilijkheden. Voldoe je hier niet aan, dan wordt je aanvraag afgewezen zonder dat de puntenscore nog telt.

Beoordeling: 10 criteria, 100 punten

Je project moet minimaal 70 punten scoren. De puntenverdeling verschilt per projecttype (technische ontwikkeling versus praktijkervaring):

  • Technische ontwikkeling (20 punten bij technische ontwikkeling, 0 bij praktijkervaring): in welke mate het project door technische ontwikkeling bijdraagt aan snellere beschikbaarheid of inzetbaarheid van emissieloze bouwmachines in Nederland.
  • Praktijkervaring (0 punten bij technische ontwikkeling, 20 bij praktijkervaring): in welke mate het project leidt tot praktische kennis over de inzet van emissieloze bouwmachines, in combinatie met laad- of tankvoorzieningen, netcongestie, rolverdeling, opleidingen en zwaar materieel, en hoe knelpunten hierbij worden geadresseerd.
  • NOx-reductie (10 punten bij technische ontwikkeling, 5 bij praktijkervaring): hoeveel ton NOx-uitstoot het project bespaart, zowel direct per machine als potentieel voor het machinepark in 2030. Je berekent dit met de standaardmethode uit de Handleiding beoordelingscriteria (of gemotiveerd met een eigen alternatieve berekening).
  • Vervolgpotentieel (20 punten, gelijk voor beide types): de kans dat het project een vervolg krijgt in nieuwe projecten, zowel bij betrokken partijen als bij derden, en de bijdrage hiervan aan NOx-reductie binnen een jaar na afloop.
  • Kennisoverdracht (10 punten, gelijk): betrokkenheid van praktijkopleidingen en de mate waarin kennis beschikbaar komt voor stakeholders binnen en buiten de bouwsector.
  • Kwaliteit van de doelstellingen (10 punten, gelijk): of het projectdoel aansluit bij de doelstelling van de regeling (reductie van NOx, CO2 en fijnstof) en hoe vernieuwend het project is.
  • Resultaatgerichtheid (10 punten, gelijk): of het project snel tot resultaten leidt en de ontwikkeling of inzet van emissieloze bouwmachines versnelt.
  • Projectmanagement (5 punten, gelijk): kwaliteit van opvolging en rapportage, risicobeheer, financieel management en stakeholdermanagement.
  • Begroting en kosteneffectiviteit (5 punten, gelijk): kwaliteit van de begroting en onderbouwing dat deelnemers hun eigen aandeel kunnen financieren, en de verhouding tussen kosten, activiteiten, duur en impact.
  • Samenwerking (10 punten bij technische ontwikkeling, 15 bij praktijkervaring): hoe en hoeveel partners en praktijkopleidingen samenwerken en wat dit bijdraagt aan het project.

Bij overtekening van het budget geldt: krijgt RVO op de dag dat het budget op is meer volledige aanvragen dan er budget is, dan rangschikt RVO deze aanvragen op score. De hoogst scorende aanvragen krijgen dan voorrang.

Extra voorwaarde bij samenwerking

Alle projectpartners moeten laten zien dat ze genoeg eigen middelen of financiering hebben. Is er financieel of inhoudelijk veel verschil tussen partners, dan kan dit leiden tot afwijzing of een lagere score.

Wat je moet doen ná toekenning

  • Je houdt je aan het ingediende projectplan en de begroting. Verandert er iets, zoals een langere looptijd, dan geef je dit altijd door via het wijzigingsformulier. Voor sommige aanpassingen moet je vóóraf toestemming vragen; doe je dat niet, dan loop je het risico geen subsidie te krijgen voor de aangepaste projectdelen of het hele project.
  • Uitloop van het project is mogelijk tot maximaal de helft van de oorspronkelijke looptijd (dit was voorheen 4 maanden).
  • Duurt je project langer dan 12 maanden, dan rapporteer je eenmaal per jaar over de voortgang met het model voortgangsverslag. De rapportagedata staan in je beschikking.
  • Na afloop van het project dien je een verzoek tot vaststelling in, met een digitale versie van het modeleindverslag. Hiermee verrekent RVO te veel of te weinig ontvangen subsidie.
  • Vraag jij, of één van de deelnemers, meer dan € 125.000 subsidie aan, dan lever je bij de vaststelling ook een gespecificeerde kostenopgave volgens de ingediende begroting én een controleverklaring van een accountant aan. Wijken de gemaakte kosten 10% of meer af van een begrotingspost, dan licht je dat toe.
  • Is toelating tot weg, spoor of water essentieel voor je project, dan beschrijf je in je projectplan (criterium 8) hoe je afstemt met de RDW over de benodigde toelating.

Hoe vraag je de Subsidieregeling Schoon en Emissieloos Bouwmaterieel (SSEB) Innovatie: Project experimentele ontwikkeling aan?

Stap 1: bereid je aanvraag voor

Zorg voordat je begint voor:

  • eHerkenning niveau 3. Heb je dit nog niet, vraag het dan tijdig aan; dit duurt ongeveer 1 tot 5 werkdagen.
  • Machtiging RVO diensten op niveau 3, nodig om in te loggen bij het eLoket.
  • Een mkb-verklaring, als je aanvraagt namens een mkb-onderneming.
  • Bij een samenwerkingsverband: een ondertekende samenwerkingsovereenkomst tussen de deelnemers, en een machtiging van de penvoerder voor iedere deelnemer (formulier op de RVO-pagina over penvoerderschap).
  • Onderbouwing van je financieel eigen aandeel: bewijsstukken dat jij en eventuele partners ieder minstens 10% van de in aanmerking komende kosten kunnen betalen.
  • De verklaring 'geen onderneming in moeilijkheden', voor elke onderneming in het samenwerkingsverband, met het bijbehorende beslisschema.
  • Een geconsolideerde jaarrekening van maximaal 18 maanden oud.
  • Een organogram van je onderneming.

Optioneel, maar aan te raden: toets je projectidee vooraf met het projectideeformulier. Je krijgt dan reactie of advies van een projectadviseur, waarna je je idee kunt aanscherpen voordat je het uitwerkt in het modelprojectplan.

Stap 2: vul de verplichte formats in

  • Modelprojectplan SSEB Experimentele ontwikkeling (Word). Je bent verplicht dit format te gebruiken; een eigen Word- of PDF-document wordt niet geaccepteerd. Hierin beantwoord je alle 10 beoordelingscriteria, inclusief werkpakketten, planning, risico's en (bij technische ontwikkeling of praktijkervaring) de NOx-reductieberekening. De penvoerder vult ook de organisatiegegevens in; ondertekening is niet expliciet genoemd in het dossier, maar het document moet door de penvoerder worden ingediend.
  • Modelbegroting SSEB Experimentele ontwikkeling (Excel). Iedere deelnemer die subsidie aanvraagt vult afzonderlijk de relevante tabbladen in; de penvoerder controleert het totaaloverzicht op het tabblad 'financieel overzicht'.

Stap 3: verzamel eventuele extra bijlagen

Heb je andere documenten die belangrijk zijn voor je project? Stuur die ook mee, zoals:

  • offertes en overeenkomsten met externe partijen;
  • vergunningen of vergunningaanvragen voor je project;
  • rapporten die je technische of economische claims in het projectplan onderbouwen.

Stap 4: dien je aanvraag in

Je kunt aanvragen van dinsdag 12 mei 2026, 9:00 uur tot en met vrijdag 30 oktober 2026, 17:00 uur, via het eLoket (login via https://login.rvo.nl/accessrouter/eloket/login6). Je logt in met minimaal eHerkenning niveau 3 en machtiging RVO diensten op niveau 3.

Belangrijk: de datum waarop je aanvraag volledig is, geldt als officiële datum van indiening. Omdat aanvragen op volgorde van binnenkomst worden behandeld en het budget al overtekend is, controleer je vóór het indienen of alle gevraagde informatie en bijlagen compleet zijn. Begin daarom op tijd met indienen.

Iemand anders laten aanvragen

Je kunt ook een intermediair machtigen om de subsidie voor je aan te vragen. Deze persoon heeft dan zelf ook eHerkenning niveau 3 nodig. Meer hierover vind je op de RVO-pagina over machtigen en gemachtigd worden, en op de website van eHerkenning.

Verdeling: Wie het eerst komt (fcfs). Vroeg indienen loont.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Wie beoordeelt en hoe lang duurt het

RVO beoordeelt je aanvraag op volgorde van binnenkomst, waarbij de datum geldt waarop je aanvraag volledig is. Je krijgt binnen 13 weken een subsidiebeslissing met de beoordeling van je project op de 10 criteria. Voldoet je project aan de eisen en scoort het minimaal 70 punten, dan krijg je subsidie, zolang er nog budget beschikbaar is. Krijgt RVO op de dag dat het budget op is meer volledige aanvragen dan er budget is, dan worden deze aanvragen gerangschikt op score en krijgen de hoogst scorende aanvragen voorrang.

In je beschikking (de subsidiebeslissing) staat hoe je de subsidie ontvangt en welke verplichtingen voor jou gelden, inclusief de data waarop je moet rapporteren.

Verplichtingen tijdens de looptijd

  • Duurt je project langer dan 12 maanden, dan rapporteer je eenmaal per jaar over de voortgang met het model voortgangsverslag SSEB Project experimentele ontwikkeling. Je stuurt dit met eventuele bijlagen naar e-innovatie@rvo.nl onder vermelding van je projectnummer.
  • Verandert er iets in je projectplan, bijvoorbeeld een langere looptijd? Geef dit altijd door via het wijzigingsformulier. Voor sommige aanpassingen heb je vooraf toestemming nodig; doe je dat niet, dan riskeer je dat je geen subsidie krijgt voor de aangepaste projectdelen of het hele project.
  • Loopt je project uit, dan is verlenging mogelijk tot maximaal de helft van de oorspronkelijke looptijd van je project.

Uitbetaling

Het dossier geeft geen concrete tekst over een specifiek voorschotpercentage of -ritme in de productpagina zelf, maar de modelbegroting werkt met een voorschot van 90%, uitgekeerd ineens of in termijnen, gekoppeld aan kwartaaldata na de datum van verlening. Het exacte voorschotritme voor jouw project staat in je beschikking.

Na afloop: vaststelling

Na afloop van je project dien je een verzoek tot vaststelling in. Hiermee verrekent RVO de te weinig of te veel ontvangen subsidie. Je stuurt hierbij een digitale versie van het modeleindverslag mee, waarin de voorwaarden staan waaraan je rapport moet voldoen.

Heb jij, of een van de deelnemers, meer dan € 125.000 subsidie aangevraagd, dan lever je bij de vaststelling ook aan:

  • een gespecificeerde opgave van alle gemaakte kosten die rechtstreeks aan het project zijn toe te rekenen, opgesteld volgens de begroting die je bij de aanvraag indiende. Wijken de gemaakte kosten 10% of meer af van een onderbouwde begrotingspost, dan licht je dit toe;
  • een controleverklaring van een accountant. Voor SSEB-projecten is er geen standaard controleprotocol; de accountant richt de controle zelf in, op basis van de meest recente voorbeeldtekst voor de "Controleverklaring bij een subsidiedeclaratie in de (semi)publieke sector" van de NBA.

Aan de hand van deze stukken verrekent RVO de subsidie die je te weinig of te veel hebt ontvangen.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 6 documenten bij deze regeling, waarvan er 4 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Subsidieregeling Schoon en Emissieloos Bouwmaterieel (SSEB) Innovatie: Project experimentele ontwikkeling. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.