GeslotenFonds · Groningen · Subsidie

Investeren in Toekomstbestendige Industrie

Samenwerkingsverband Noord-Nederland

Wat is de Investeren in Toekomstbestendige Industrie?

Investeren in Toekomstbestendige Industrie was een subsidie van de provincie Groningen voor industriële bedrijven die investeren in vergroening en verduurzaming. Het ging om bestaande en nieuwe industriële ondernemingen die bijdragen aan de positie van Groningen op het gebied van groene (biobased) grondstoffen, groene waterstof, circulaire economie en elektrificatie van bedrijfsprocessen.

Let op: de status is "Aanvragen niet meer mogelijk". Deze informatie is dus vooral bedoeld voor wie de regeling wil begrijpen, bijvoorbeeld met het oog op een eventuele opvolger of om lopende verplichtingen te doorgronden.

Met deze subsidie kon je maximaal 20% van de kosten voor investeringen in gebouwen en bedrijfsmiddelen vergoed krijgen, met een maximum van € 3.000.000 per project. Het percentage lag lager, op maximaal 10%, voor grote ondernemingen; het maximum van 20% gold voor mkb-ondernemingen.

De regeling was bedoeld voor industriële bedrijven in de provincie Groningen (of bedrijven die zich daar wilden vestigen), met uitzondering van energieproducenten. Het ging om investeringen bij het vestigen van een nieuwe industriële onderneming, bij uitbreiding van bestaande activiteiten, of bij ombouw van bestaande installaties, mits gericht op groene waterstof, biotische grondstoffen, hoogwaardig hergebruik of elektrificatie van processen.

Aanvragen liep via het eLoket van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN), dat de aanvragen ook inhoudelijk beoordeelde namens de provincie Groningen. Bij een aanvraag hoorde een uitgebreid dossier: een projectplan, begroting en financieringsplan, business case, CO2-analyse en een staatssteunanalyse, aangevuld met formulieren die met de hand ondertekend moesten worden.

Het resterend budget stond bij sluiting op € 3.081.693,60.

Wie komt in aanmerking voor de Investeren in Toekomstbestendige Industrie?

Deze subsidie stond alleen open voor industriële bedrijven in de provincie Groningen (of bedrijven die zich daar wilden vestigen), met uitzondering van energieproducenten. Let op: aanvragen is niet meer mogelijk, dus onderstaande eisen zijn vooral relevant om te begrijpen wie destijds in aanmerking kwam of komt bij een eventuele opvolgende regeling.

Je bent actief in Groningen
Regionale regeling.
De definitieve beoordeling ligt bij Samenwerkingsverband Noord-Nederland.

Knock-outeisen voor de doelgroep:

  • Je bent een industriële onderneming: een in het Handelsregister ingeschreven entiteit die met personeel, productiemiddelen en hulpstoffen goederen vervaardigt uit halffabricaten en grondstoffen.
  • Je bent geen energieproducent.
  • Je onderneming valt niet onder de sectoren die de AGVV uitsluit (artikel 1, derde lid AGVV).
  • Bij regionale investeringssteun (artikel 13/14 AGVV) val je niet in de ijzer- en staalindustrie, kolenindustrie, scheepsbouw, synthetische vezelindustrie, vervoerssector (met infrastructuur), of energieproductie/-distributie/-infrastructuur.

Eisen aan het project:

  • Investeringen in bedrijfsmiddelen (duurzame bedrijfsuitrusting) en eventueel bijbehorende bedrijfsgebouwen, bij vestiging, uitbreiding of ombouw van een industriële onderneming.
  • Het project moet gericht zijn op minstens één van: groene (CO₂-vrije) waterstof, inzet van biotische grondstoffen, hoogwaardig hergebruik van producten/afvalstoffen/grondstoffen, of CO2-reductie door elektrificatie van bestaande processen.
  • Minimale investeringsomvang: op de Zernike-campus minstens € 1.000.000 aan subsidiabele kosten; in het overige werkingsgebied minstens € 5.000.000.
  • Het project moet binnen drie jaar na verlening afgerond kunnen worden en wordt uitgevoerd binnen de provincie Groningen.
  • De financiering moet sluitend zijn, met minstens 25% eigen, risicodragende middelen.
  • Het aantal arbeidsplaatsen bij de aanvrager mag door het project niet afnemen.

Directe afwijzingsgronden:

  • Meer dan € 3.000.000 subsidie aangevraagd voor één project.
  • Eerdere subsidie uit de Investeringsregeling Toekomstbestendige Industrie plus deze aanvraag samen meer dan € 5.000.000.
  • Onvoldoende eigen vermogen ten opzichte van vreemd vermogen na uitvoering van het project.
  • Onvoldoende vertrouwen in technische of economische haalbaarheid.
  • Minder dan 70 van de 100 te behalen punten op de beoordelingscriteria.
  • Een lopend terugvorderingsbevel van de Europese Commissie tegen de aanvrager.
  • De onderneming verkeert in moeilijkheden (in de zin van de AGVV).
  • Geen stimulerend effect (het project zou ook zonder subsidie zijn uitgevoerd, of is al onomkeerbaar gestart).
  • Bij biobrandstoffen: als er al een Europese bijmengverplichting geldt.
  • Bij hergebruikprojecten: geen hoogwaardige toepassing, of opwerken van afval uitsluitend voor export.

Ondernemingen die al vergunningen of financiering rond hebben maar geen onomkeerbare verplichtingen zijn aangegaan vóór ontvangst van de aanvraag, komen nog wel in aanmerking; kosten van vóór de aanvraag zijn namelijk sowieso niet subsidiabel.

Waarvoor krijg je subsidie?

De subsidiabele kosten vielen onder twee kostensoorten: investeringen in duurzame bedrijfsuitrusting en investeringen in bedrijfsgebouwen. Beide moesten geactiveerd zijn op de fiscale balans en mochten de taxatiewaarde niet overschrijden.

Duurzame bedrijfsuitrusting

Dit is uitrusting die op de balans wordt geactiveerd en niet binnen twee jaar wordt afgeschreven, tenzij het gaat om bedrijfsmiddelen die via willekeurige afschrijving (artikel 3.31 t/m 3.35 Wet IB 2001) zijn aangewezen. Subsidiabel zijn:

  • De koopsom van de bedrijfsuitrusting.
  • Bij huurkoop of financial lease: de aanschafwaarde, of als die niet is vast te stellen, de contante waarde van alle verschuldigde leasetermijnen inclusief kosten, verdisconteerd op jaarbasis tegen het percentage dat de Europese Commissie op het moment van subsidieverlening hanteert.

Bedrijfsgebouwen en centrale voorzieningen

Alleen voor zover deze samenhangen met de investering in bedrijfsuitrusting. Subsidiabel zijn:

  • De koopsom en overdrachtskosten, of de aan derden verschuldigde bouwkosten. Financieringskosten en overdrachtsbelasting vallen hier expliciet buiten.
  • Bij huurkoop of financial lease: dezelfde rekenregel als bij bedrijfsuitrusting (aanschafwaarde, of contante waarde van leasetermijnen).

Wat nadrukkelijk niet subsidiabel is

  • Investeringen in bedrijfsgebouwen of bedrijfsuitrusting die zijn overgenomen van een natuurlijke persoon of rechtspersoon binnen hetzelfde concern.
  • Investeringen in duurzame bedrijfsuitrusting die niet permanent op de bedrijfslocatie aanwezig is.
  • Immateriële vaste activa (zoals gedefinieerd in artikel 365 Boek 2 Burgerlijk Wetboek).
  • Kosten van investeringen waarvoor al onomkeerbare verplichtingen zijn aangegaan vóórdat de aanvraag is ontvangen. Dit betekent dat je pas kosten mag maken (bijvoorbeeld een bindende bestelling plaatsen) nadat je de aanvraag hebt ingediend, anders vervalt de subsidiabiliteit voor die kosten.
  • Investeringen in gebouwgebonden duurzame energieopwekkers (zoals zonnepanelen op een dak) vallen buiten de regeling.

Type project

De investering moest passen bij één van deze drie situaties:

  • Nieuw vestigen van een industriële onderneming in het werkingsgebied.
  • Uitbreiding van de activiteiten van een bestaande industriële onderneming.
  • Ombouw van bestaande installaties bij een industriële onderneming (een fundamentele wijziging van het bestaande productieproces, eventueel in combinatie met diversificatie).

Inhoudelijke richting van de investering

Naast de kostensoort moest de investering gericht zijn op minstens één van de volgende transities:

  • Productie en toepassing van CO₂-vrije (groene) waterstof in industriële ketens.
  • Inzet van biotische grondstoffen voor nieuwe grondstoffen, hoogwaardige hernieuwbare brandstoffen (mits niet al gestimuleerd via de Europese bijmengverplichting), halffabricaten, materialen of eindproducten voor niet-voedseltoepassingen.
  • Hoogwaardige toepassing van hergebruik van producten, afvalstoffen of grondstoffen, wat grondstoffenbesparing oplevert en schadelijke emissies naar bodem, water en lucht voorkomt. Opwerken van afval uitsluitend voor export telt hierbij niet mee.
  • Reductie van CO2 door elektrificatie van processen in de bestaande industrie.

Staatssteunkader

Afhankelijk van welk AGVV-artikel van toepassing was (13/14 voor regionale investeringssteun, of 36/37/38 voor milieu- en energie-efficiëntiesteun) golden net iets andere regels voor de berekening van in aanmerking komende kosten. Bij een aanvraag onder artikel 36, 37 of 38 moest je bovendien de meerinvestering aantonen: het verschil tussen je daadwerkelijke, milieuvriendelijke investering en een vergelijkbare "referentie-investering" zonder extra milieumaatregelen. Dat verschil vormde dan de subsidiabele grondslag onder de AGVV, te onderbouwen met een verplichte staatssteunanalyse door een onafhankelijke deskundige.

Investeringen die minder dan € 1.000.000 (op de Zernike-campus) of minder dan € 5.000.000 (elders in het werkingsgebied) aan subsidiabele kosten met zich meebrachten, kwamen sowieso niet in aanmerking; dit is een drempel op projectniveau, niet een uitsluiting van een kostensoort.

Hoeveel subsidie krijg je?

De subsidie bedroeg maximaal 20% van de subsidiabele kosten voor mkb-ondernemingen en maximaal 10% voor grote ondernemingen. Het subsidiebedrag was per project gemaximeerd op € 3.000.000.

Twee factoren bepalen welk percentage je kreeg:

  • Bedrijfsgrootte: mkb-ondernemingen (volgens de definitie in bijlage I van de AGVV) kwamen in aanmerking voor het hogere percentage van 20%. Grote ondernemingen kregen maximaal 10%.
  • Staatssteunruimte: de subsidie mocht nooit meer bedragen dan de maximale steunruimte die volgt uit de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV). Werd de subsidie aangevraagd op basis van artikel 14 AGVV (regionale investeringssteun) en waren de subsidiabele kosten van het project hoger dan € 100.000.000, dan gold een aangepaste berekening (het "bijgesteld steunbedrag") volgens de formule uit artikel 2, onder 20, van de AGVV.

Harde plafonds die de subsidie verder konden beperken:

  • Nooit meer dan € 3.000.000 per project; een hogere aanvraag werd geweigerd.
  • Als je al eerder subsidie had ontvangen uit de Investeringsregeling Toekomstbestendige Industrie, mocht het totaal (oude plus nieuwe subsidie) niet boven € 5.000.000 uitkomen.
  • De subsidie mocht de staatssteunruimte op grond van de AGVV niet overschrijden; het laagste bedrag uit de verschillende berekeningen (regeling zelf versus AGVV-ruimte) was bepalend.

Cumulatie met andere subsidies was toegestaan, mits werd voldaan aan artikel 8 van de AGVV (dat regelt hoeveel staatssteun je in totaal voor dezelfde kosten mag stapelen). De regeling vermeldt expliciet dat combinatie met de EIA, MIA en Vamil mogelijk was, omdat dit fiscale regelingen zijn die niet van invloed zijn op de hoogte van de subsidie. Voor combinatie met de DEI+ werd verwezen naar de handleiding van die regeling.

Bij de uiteindelijke vaststelling kon het definitieve bedrag lager uitvallen dan het verleende bedrag, bijvoorbeeld als bij herbeoordeling van de kwaliteitscriteria minder punten werden behaald dan bij de aanvraag.

Wat zijn de voorwaarden van de Investeren in Toekomstbestendige Industrie?

Hier val je op af

Naast de doelgroep- en projecteisen uit "Kom ik in aanmerking?" gold een aantal harde criteria die los stonden van de kwaliteit van je project:
Meer dan € 3.000.000 subsidie gevraagd voor één project: automatisch geweigerd.
Eerdere subsidie uit de Investeringsregeling Toekomstbestendige Industrie plus deze aanvraag samen boven € 5.000.000: geweigerd.
Minder dan 25% eigen, risicodragende financiering: geweigerd.
Afname van het aantal arbeidsplaatsen als gevolg van het project: geweigerd.
Financiering niet aantoonbaar sluitend (bij financiering door derden moest je juridisch bindende documentatie kunnen overleggen): geweigerd.
Onvoldoende vertrouwen in technische of economische haalbaarheid: geweigerd.
Onderneming in moeilijkheden (AGVV-definitie), of een lopend EU-terugvorderingsbevel tegen de aanvrager: geweigerd.
Geen stimulerend effect (project zou toch al doorgaan, of onomkeerbare verplichtingen al aangegaan): geweigerd.
Bij biobrandstoffen met een geldende Europese bijmengverplichting, of bij hergebruikprojecten zonder hoogwaardige toepassing of uitsluitend gericht op export: geweigerd.
Minder dan 70 van de 100 te behalen punten op de beoordelingscriteria: geweigerd. Dit is een alles-of-niets-drempel; er is geen gedeeltelijke toekenning bij een net niet gehaalde score.

Waarop wordt beoordeeld

  1. De aanvraag werd beoordeeld op zes hoofdcriteria uit bijlage 2 bij de regeling, met een alles-of-niets-principe per subcriterium (je kunt volgens de veelgestelde vragen geen halve punten krijgen):
  2. Duurzaamheid, maximaal 40 punten. Onderdelen (afhankelijk van je duurzaamheidscategorie):
  3. CO2-reductie van minimaal 40% ten opzichte van een relevante referentie (verplicht te onderbouwen met een onafhankelijke rapportage volgens het Greenhouse Gas Protocol of een vergelijkbare LCA-norm zoals ISO 14040/44 en ISO 14025).
  4. Stimulerende werking op vergroening van het industriële ecosysteem in de regio.
  5. Leidt tot additionele duurzame energieproductie (alleen bij waterstofprojecten).
  6. Aandeel circulaire of hernieuwbare (biobased) grondstoffen van minimaal 50% (alleen bij biobased en circulaire projecten).
  7. Aantoonbaar gebruik van duurzame biogrondstoffen (alleen circulair).
  8. Aantoonbare vergroting van de bijdrage aan de circulaire economie (alleen circulair).
  9. Beperking van andere schadelijke uitstoot (alleen ombouwprojecten).
  10. Energiereductie (alleen ombouwprojecten).
  11. Werkgelegenheid, maximaal 20 punten:
  12. Aantal gecreëerde fte's (bij waterstof, biobased en circulaire projecten).
  13. Aantal behouden fte's (bij ombouwprojecten).
  14. Economische structuur, maximaal 15 punten:
  15. Verankering in de regio.
  16. De investering voegt een schakel toe aan, of draagt bij aan, een nieuwe keten.
  17. Innovatiegerichtheid, maximaal 10 punten:
  18. Structurele bijdrage aan versterking van de kennis- en onderzoeksinfrastructuur in de regio.
  19. Beschikbaarheid van een onderzoeks- of pilotfaciliteit en/of toepassing van vernieuwende technologie.
  20. Werken en leren, maximaal 10 punten:
  21. Opleidingsfaciliteiten voor huidige en toekomstige werknemers.
  22. Omgevingskwaliteit en leefbaarheid, maximaal 5 punten:
  23. Directe of indirecte bijdrage aan positieve ruimtelijk-maatschappelijke effecten (bijvoorbeeld aantoonbare samenwerking met landschapsbeheer).

Wat je moet doen na toekenning

  • Na een positieve beschikking golden onder meer deze verplichtingen:
  • Binnen 6 maanden na het besluit tot subsidieverlening moet je starten met de activiteiten.
  • Het project en de ingebruikname van de gerealiseerde capaciteit moeten binnen 36 maanden na verzending van de verleningsbeschikking zijn afgerond (een langere termijn is in uitzonderingsgevallen mogelijk).
  • Elke 12 maanden lever je een voortgangsrapportage in over de inhoudelijke en financiële voortgang, de eerste uiterlijk 1 jaar en 1 maand na dagtekening van de verleningsbeschikking.
  • Je houdt een administratie bij van uitgaven en inkomsten die aan het project zijn verbonden en toont deze desgevraagd aan de provincie.
  • Je meldt onverwijld en schriftelijk wijzigingen zoals: aanpassingen in de activiteit, wisseling van uitvoerende partij, aanmerkelijke afwijkingen tussen begrote en werkelijke kosten, beëindiging of ontbinding van de gesubsidieerde onderneming, relevante wijzigingen in financiële of organisatorische verhoudingen met derden, of statutenwijzigingen (rechtsvorm, bestuurder, doel).
  • Wijzigingen in het project (activiteiten, financiers, begroting, uitvoeringstermijn) moeten vooraf worden gemeld via een wijzigingsverzoek in het eLoket, met een duidelijke toelichting waarom het project wijzigt.
  • Bij een bouwbord op de projectlocatie moet de tekst "Dit project wordt medegefinancierd door het Nationaal Programma Groningen" zichtbaar zijn, samen met de logo's van de provincie Groningen, het SNN en het Nationaal Programma.
  • Aan het einde van het project dien je binnen 13 weken na afloop van de projectperiode het verzoek tot vaststelling in, met een controleverklaring, kostenoverzicht, verzamelloonstaten en het ondertekende vaststellingsformulier.

Let op: de subsidie ging niet simpelweg op volgorde van binnenkomst zonder kwaliteitstoets; er gold zowel een chronologische verdeelmethode (zie hieronder) als een inhoudelijke kwaliteitsdrempel van 70 punten.

Verdeelmethode

Subsidie werd verdeeld op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen. Was een aanvraag nog niet compleet, dan telde de datum waarop deze wél volledig was. Dreigde het subsidieplafond op één dag te worden overschreden, dan werd geloot tussen de op die dag binnengekomen volledige aanvragen.

Hoe vraag je de Investeren in Toekomstbestendige Industrie aan?

Let op: de status van deze regeling is "Aanvragen niet meer mogelijk". Onderstaand proces beschrijft hoe de aanvraag werkte toen de regeling nog open was.

Stap 1: documenten verzamelen en invullen

Je downloadde en vulde eerst alle benodigde formulieren digitaal in, printte ze uit, ondertekende ze met pen (een digitale handtekening volstond niet) en scande ze weer in. Verplichte documenten waren onder meer:

  • Formulier Ondertekening: bevestigt dat je kennis hebt genomen van de regeling; te ondertekenen door de tekeningsbevoegde van de aanvrager (niet nodig bij aanvraag via eHerkenning).
  • Format Projectplan: beschrijft het project, de duurzaamheidscategorie, fasering, vergunningen, risico's, kosten, financiering en de onderbouwing per beoordelingscriterium.
  • Begroting en financieringsplan: overzicht van kosten per kostensoort (duurzame bedrijfsuitrusting en bedrijfsgebouwen) en van de financiering, inclusief het gevraagde subsidiebedrag en overige financiers.
  • Model voor Business Case: uitwerking van het plan vanuit technisch, organisatorisch, economisch en financieel perspectief, met een cashflow-analyse.
  • Verklaring (niet) in financiële moeilijkheden: verklaart dat de onderneming niet in moeilijkheden verkeert in de zin van de AGVV.
  • Staatssteunanalyse (stroomschema staatssteun): bepaalt onder welk artikel van de AGVV (13/14 of 36/37/38) de aanvraag valt. Bij artikel 36, 38 of 47 is een aparte, aanvullende staatssteunanalyse verplicht.
  • Uncommitted termsheet: een niet-juridisch bindend document tussen onderneming en investeerder(s) met de belangrijkste voorwaarden voor de investering.
  • Machtigingsformulier: alleen nodig als een intermediair namens jou de aanvraag indient.
  • Juridische organisatiestructuur: overzicht van het concern, inclusief fte's, omzet en balanstotaal van alle betrokken rechtspersonen en de onderlinge deelnemingspercentages.
  • Kopie bankafschrift: ter verificatie van het bankrekeningnummer.
  • Meest recente jaarrekening (eventueel geconsolideerd).
  • Ondernemingsprofiel of brochure: alleen als er geen website beschikbaar is.
  • Toelichting buitengebruikstelling: alleen relevant als bestaande gebouwen of bedrijfsuitrusting buiten gebruik worden gesteld en subsidie wordt gevraagd onder artikel 13-14 van de AGVV.
  • CO2-analyse door een onafhankelijke deskundige: rapportage die minimaal 40% CO2-reductie aantoont ten opzichte van de oorspronkelijke situatie of een relevante referentie, opgesteld volgens het Greenhouse Gas Protocol of een vergelijkbare norm zoals ISO 14040/44 of ISO 14025.
  • Mkb-verklaring: nodig om te bepalen of je onder het mkb-percentage van 20% valt.

Stap 2: projectomschrijving schrijven

Je stelde een beknopte projectomschrijving op die je nodig had tijdens het invullen van de aanvraag in het eLoket.

Stap 3: aanvraag indienen via eLoket

Via het eLoket van het SNN (https://eloket.snn.nl/eloket/zakelijk/Login.jsp) uploadde je alle documenten en vulde je de gevraagde informatie aan. Via je persoonlijke account kon je vervolgens de behandeling van je aanvraag volgen.

Termijn van indiening

Aanvragen konden worden ingediend van 15 maart 2021 tot en met 31 december 2023 (deze periode is inmiddels gesloten, vandaar de status "Aanvragen niet meer mogelijk").

Let op privacy

Het loket vraagt geen burgerservicenummers. Stonden deze in de aan te leveren documenten, dan moesten ze verwijderd of afgeschermd worden voordat de documenten werden gedeeld.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Beoordeling

De provincie Groningen beoordeelde eerst of je aanvraag compleet was. Ontbrak er iets, dan kreeg je een verzoek om de aanvraag aan te vullen. Was de aanvraag volledig, dan droeg de provincie deze over aan het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN), dat de inhoudelijke beoordeling deed. Het SNN nam vervolgens contact op voor een bedrijfsbezoek, waarin de aanvraag werd besproken. Daarna volgde het besluit over toekenning.

Beslistermijn

Gedeputeerde Staten van Groningen namen binnen 22 weken een besluit op de aanvraag.

Bij toekenning: verleningsbeschikking

Werd je project goedgekeurd, dan ontving je een verleningsbeschikking met het maximale subsidiebedrag. Het project moest binnen 36 maanden na verzending van deze beschikking zijn afgerond.

Voorschotten

Bij subsidieverlening werd standaard een voorschot van 20% van het verleende subsidiebedrag verstrekt (Gedeputeerde Staten konden hier gemotiveerd van afwijken). Daarnaast kon je via het eLoket een werkvoorschot van 20% van de verleende subsidie aanvragen, mits er geen beperkende voorwaarden in de verleningsbeschikking stonden. Was de financiering van het project nog niet rond, dan kreeg je geen werkvoorschot.

In totaal konden voorschotten oplopen tot maximaal 80% van het verleende subsidiebedrag. Bij elke voortgangsrapportage kon je een voorschotverzoek indienen; de hoogte werd dan berekend door de gerapporteerde, gemaakte en betaalde kosten te vermenigvuldigen met het verleende subsidiepercentage, tot dat maximum van 80%. Ter onderbouwing moest je aanleveren: een controleverklaring van een Registeraccountant of Accountant-Administratieconsulent met een gewaarmerkt overzicht van de facturen, óf digitale kopieën van facturen en betaalbewijzen plus een grootboekuitdraai of jaarrekening waaruit blijkt dat de investeringen zijn geactiveerd.

Voortgangsrapportage

Duurde je project langer dan 12 maanden, dan moest je elke 12 maanden een voortgangsrapportage indienen over zowel de inhoudelijke als financiële voortgang. De eerste rapportage moest uiterlijk 1 jaar en 1 maand na dagtekening van de verleningsbeschikking binnen zijn, via het eLoket.

Verplichtingen tijdens de looptijd

  • Binnen 6 maanden na de verleningsbeschikking moest je starten met de activiteiten.
  • Je hield een administratie bij van uitgaven en inkomsten die verbonden zijn aan het project.
  • Wijzigingen in het project (activiteiten, financiers, begroting, uitvoeringstermijn, etc.) moest je vooraf melden via een wijzigingsverzoek in het eLoket, met uitleg waarom het project wijzigt.
  • Andere ontwikkelingen, zoals dreigende beëindiging van de activiteiten, wijzigingen in financiële verhoudingen met derden of statutenwijzigingen, moesten onverwijld schriftelijk worden gemeld.
  • Bij plaatsing van een bouwbord moest de financiering door het Nationaal Programma Groningen zichtbaar worden vermeld, samen met de logo's van de provincie Groningen, het SNN en het Nationaal Programma.

Vaststelling

Aan het einde van het project diende je, uiterlijk 13 weken na afloop van de projectperiode, het verzoek tot vaststelling in via het eLoket. Het SNN bepaalde dan het definitieve subsidiebedrag op basis van de daadwerkelijk gemaakte kosten. Daarbij werden een aantal beoordelingscriteria opnieuw getoetst, zoals de groei in arbeidsplaatsen, opleidingsfaciliteiten, stageplaatsen en samenwerking met kennisinstellingen; andere criteria (zoals de beschikbaarheid van een onderzoeks- of pilotfaciliteit) alleen als relevant. Scoorde je bij de vaststelling lager dan bij de aanvraag, dan kon dit leiden tot een lager definitief subsidiebedrag dan het verleende bedrag.

Bij de vaststelling leverde je onder meer aan: het ondertekende formulier Ondertekening Vaststelling, een controleverklaring, een overzicht van de gedeclareerde kosten (kostenoverzicht) en verzamelloonstaten vanaf de start tot het einde van het project.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 34 documenten bij deze regeling, waarvan er 16 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

En nog 26 andere bestanden in het dossier.

Veelgestelde vragen over de Investeren in Toekomstbestendige Industrie

Voor wie is de subsidie Investeren in Toekomstbestendige Industrie bedoeld?

De subsidie is voor industriële bedrijven in de provincie Groningen, of bedrijven die zich daar willen vestigen. Energieproducenten zijn uitgesloten van deze subsidie.

Waarvoor kun je deze subsidie precies gebruiken?

Je kunt de subsidie gebruiken voor investeringen in bedrijfsmiddelen en bijbehorende bedrijfsgebouwen bij het vestigen van een industriële onderneming, bij uitbreiding van activiteiten van een industriële onderneming, en bij ombouw van bestaande installaties bij een industriële onderneming.

Hoeveel subsidie kan ik maximaal krijgen?

De maximale subsidie per project is €3.000.000. Het subsidiepercentage is maximaal 20% van het investeringsbedrag voor mkb-ondernemingen en maximaal 10% voor grote ondernemingen.

Op welke thema's moeten de investeringen gericht zijn?

De investeringen moeten gericht zijn op de productie en toepassing van CO2-vrije waterstof, het inzetten van biotische grondstoffen voor nieuwe grondstoffen of hoogwaardige hernieuwbare brandstoffen, hoogwaardige toepassing van hergebruik van producten, afvalstoffen en/of grondstoffen, en/of reductie van CO2 door elektrificatie van processen in de bestaande industrie.

Is er een minimum aan subsidiabele kosten verbonden aan de aanvraag?

Ja. Voor ondernemingen op de Zernike-campus bedragen de subsidiabele kosten minstens €1.000.000. In het overige werkingsgebied bedragen de subsidiabele kosten minstens €5.000.000.

Kan ik deze subsidie nog aanvragen?

Nee, de status van deze regeling is 'Aanvragen niet meer mogelijk'.

Welke documenten heb ik nodig om de aanvraag in te dienen?

Je hebt onder andere nodig: het ondertekeningsformulier, een ondernemingsprofiel of brochure, de meest recente jaarrekening, de juridische organisatiestructuur, een projectplan, een machtigingsformulier, begroting en financieringsplan, een business case, een verklaring (niet) in financiële moeilijkheden, een staatssteunanalyse, een uncommitted termsheet, een kopie bankafschrift en een CO2-analyse door een onafhankelijke deskundige.

Wat moet de CO2-analyse aantonen?

De aanvrager moet met een onafhankelijke rapportage aantonen dat de geplande investeringen minimaal 40% minder CO2-uitstoot opleveren, vergeleken met de oorspronkelijke situatie of een andere relevante referentie. Dit kan gaan om directe vermindering (scope 1), indirecte vermindering bij energieleveranciers (scope 2), of vermindering in andere schakels van de productieketen (scope 3).

Volgens welke richtlijn moet de CO2-rapportage worden opgesteld?

De rapportage moet worden opgesteld volgens het Greenhouse Gas Protocol (GHG) voor scope 1 en 2, en ook voor scope 3 als dat relevant is. De rapportage mag ook volgens vergelijkbare richtlijnen zijn opgesteld, zoals een levenscyclusanalyse (LCA) volgens ISO 14040/44 en ISO 14025.

Moeten de aanvraagformulieren digitaal of met de hand ondertekend worden?

De formulieren moeten met pen worden ondertekend. Een digitale handtekening volstaat niet; alleen een geprint en ondertekend formulier geldt als rechtsgeldig.

Wat gebeurt er nadat ik mijn aanvraag heb ingediend?

De provincie Groningen beoordeelt eerst of de aanvraag compleet is. Bij een volledige aanvraag draagt de provincie deze over aan het SNN, dat de aanvraag inhoudelijk beoordeelt. Vervolgens neemt het SNN contact op voor een bedrijfsbezoek, waarna besloten wordt over de toekenning van de subsidie.

Binnen welke termijn moet mijn project afgerond zijn?

Het project moet binnen 36 maanden na de verleningsbeschikking zijn afgerond.

Kan ik een voorschot aanvragen?

Ja, je kunt een werkvoorschot van 20% van de verleende subsidie aanvragen via het digitaal loket, mits er geen beperkende voorwaarden in de verleningsbeschikking staan en de financiering van het project rond is. Daarnaast kun je bij de voortgangsrapportage een voorschotverzoek indienen tot maximaal 80% van de verleende subsidie.

Hoe vaak moet ik rapporteren over de voortgang van mijn project?

Elke 12 maanden lever je een rapportage in over zowel de inhoudelijke als financiële voortgang van het project. De eerste voortgangsrapportage lever je uiterlijk 1 jaar en 1 maand na de dagtekening van je verleningsbeschikking in.

Welke documenten heb ik nodig om een voorschot te onderbouwen?

Je levert een controleverklaring van een Registeraccountant of Accountants Administratieconsulent met een gewaarmerkt overzicht van de facturen, of digitale kopieën van facturen en betaalbewijzen, plus uitdraaien van het grootboek of een jaarrekening waaruit blijkt dat de investeringen zijn geactiveerd.

Moet ik wijzigingen in mijn project melden?

Ja, als het project wijzigt (bijvoorbeeld in projectactiviteiten, financiers, begroting of uitvoeringstermijn) moet je dit altijd van tevoren melden via een wijzigingsverzoek in het eLoket, met uitleg waarom het project wijzigt.

Wanneer moet ik het verzoek tot vaststelling indienen?

Je kunt het verzoek tot vaststelling maximaal 13 weken na afloop van de projectperiode indienen via het eLoket.

Wat gebeurt er bij de vaststelling van mijn subsidie?

Bij de vaststelling bepaalt het SNN het definitieve subsidiebedrag op basis van de uiteindelijke gemaakte kosten. Een aantal beoordelingscriteria wordt opnieuw getoetst, zoals groei in arbeidsplaatsen, opleidingsfaciliteiten en samenwerking met kennisinstellingen. Als je bij de vaststelling lagere punten scoort, kun je minder subsidie ontvangen.

Welke documenten moet ik aanleveren bij de vaststelling?

Je levert onder andere de ondertekening vaststelling SITI, een controleverklaring, een overzicht van de gedeclareerde kosten, verzamelloonstaten vanaf start tot einde project en eventueel overige stukken aan.

Wat moet er op een bouwbord staan als dat bij mijn project wordt geplaatst?

Op het bouwbord moet staan: 'Dit project wordt medegefinancierd door het Nationaal Programma Groningen'. Ook moeten de logo's van de provincie Groningen, het SNN en het Nationaal Programma op het bouwbord staan.

Waarop wordt mijn aanvraag inhoudelijk beoordeeld?

De aanvraag wordt beoordeeld op criteria als duurzaamheid (maximaal 40 punten), werkgelegenheid (maximaal 20 punten), economische structuur (maximaal 15 punten), innovatiegerichtheid (maximaal 10 punten), werken en leren (maximaal 10 punten) en omgevingskwaliteit en leefbaarheid (maximaal 5 punten). In totaal zijn er maximaal 100 punten te behalen.

Hoeveel eigen middelen moet ik zelf inbrengen in de financiering?

Minimaal 25% van de financiering dient een risicodragende financiële bijdrage uit eigen middelen te zijn.

Onder welke artikelen van de AGVV kan mijn aanvraag vallen?

De aanvraag kan vallen onder artikel 13-14 (regionale investeringssteun), artikel 36 (investeringssteun voor milieubescherming met inbegrip van decarbonisatie), artikel 38 (investeringssteun voor andere energie-efficiëntiemaatregelen dan in gebouwen) of artikel 47 (investeringssteun voor hulpbronnenefficiëntie en circulaire economie) van de AGVV.

Moet ik bij een aanvraag onder artikel 36, 38 of 47 extra documenten aanleveren?

Ja, in dat geval moet je een separate staatssteunanalyse toevoegen aan je aanvraag.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Investeren in Toekomstbestendige Industrie. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Samenwerkingsverband Noord-Nederland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.