Regeling Europese Landbouwsubsidies provincie Fryslân 2023-2027 – Niet-productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven
Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân
Ook bekend als GLB 2023-2027 Herstel en inrichting van het landelijk gebied voor landschap, biodiversiteit en water 2025 provincie Fryslân, Openstellingsbesluit GLB 2023-2027 Herstel en inrichting van het landelijk gebied
Wat is de Regeling Europese Landbouwsubsidies provincie Fryslân 2023-2027 – Niet-productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven?
Deze subsidie was bedoeld voor particulieren en organisaties (dus niet landbouwbedrijven) in de provincie Fryslân die wilden investeren in het herstel en de inrichting van het landelijk gebied. Het ging om niet-productieve investeringen die het Friese landschap, de biodiversiteit of de waterkwaliteit en -kwantiteit verbeteren, zoals het herstellen van groenstructuren in dorpen, landschapselementen (erven, lanen, boomwallen, elzensingels), historische paden, dijken en waterstructuren.
De regeling bestond uit twee onderdelen. Het eerste onderdeel richtte zich op herstel en inrichting van het cultuurlandschap (bijlage 1) en stond open voor natuurlijke personen, rechtspersonen en samenwerkingsverbanden, denk aan grondeigenaren, pachters, dorpsbelangen, (erfgoed)stichtingen en natuur- en landschapsorganisaties. Landbouwers vielen buiten deze subsidie. Het tweede onderdeel (bijlage 2, watermaatregelen) was uitsluitend bedoeld voor waterschappen.
Je kreeg 70% of 100% van de subsidiabele kosten, met een minimale subsidie van € 100.000 en een maximale subsidie van € 500.000 voor investeringen uit bijlage 1, en een minimum van € 200.000 en maximum van € 4.000.000 voor bijlage 2.
Aanvragen ging via het GLB-webportal van SNN, met een verplicht projectplan, begroting, financieringsplan en locatiekaart. Aanvragen werden na de sluitingsdatum gerangschikt op kwaliteit (een tender), waarbij de hoogst scorende projecten als eerste subsidie kregen totdat het budget op was.
Deze openstelling is nu gesloten: het resterend budget is € 0 en er kan niet meer worden aangevraagd.
Wie komt in aanmerking voor de Regeling Europese Landbouwsubsidies provincie Fryslân 2023-2027 – Niet-productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven?
Deze subsidie was bedoeld voor particulieren en organisaties, niet voor landbouwbedrijven. Een aantal harde eisen bepaalde wie in aanmerking kwam en wie afviel.
Wie in aanmerking komt:
- Natuurlijke personen en rechtspersonen
- Samenwerkingsverbanden van natuurlijke personen en rechtspersonen
Denk aan grondeigenaren, pachters, dorpsbelangen, (erfgoed)stichtingen, (erfgoed-/oudheidkundige) verenigingen en natuur- en landschapsorganisaties.
Wie afvalt:
- Landbouwers komen niet in aanmerking voor deze subsidie.
- Voor de investeringen uit bijlage 2 (watermaatregelen) geldt een uitzondering: die zijn uitsluitend bedoeld voor waterschappen. Particulieren en andere organisaties konden hiervoor dus geen subsidie krijgen.
Verdere knock-outeisen:
- De aanvraag moest binnen de openstellingsperiode (1 mei 2025 9:00 uur tot en met 30 juli 2025 17:00 uur) volledig zijn ingediend bij SNN. Een aanvraag die op de uiterste datum nog niet volledig was, werd geweigerd.
- Je mocht nog niet gestart zijn met de uitvoering van de activiteiten voordat je de aanvraag indiende.
- De subsidie moest, na beoordeling, minimaal € 100.000 bedragen bij investeringen uit bijlage 1 (cultuurlandschap) of minimaal € 200.000 bij investeringen uit bijlage 2 (water). Kwam de aanvraag daar (na toetsing) onder, dan werd de subsidie geweigerd.
- Bij de rangschikking moest de aanvraag minimaal 30 van de 50 te behalen punten scoren. Minder dan 30 punten betekende automatisch weigering.
- In één subsidieaanvraag konden activiteiten uit bijlage 1 en bijlage 2 niet gecombineerd worden: je koos voor investeringen in landschapselementen óf voor water, niet voor beide.
- De investeringen moesten in hoofdzaak op niet-landbouwgronden plaatsvinden, met een link naar de landbouw (bijvoorbeeld omdat de maatregel negatieve effecten van landbouw op landschap, bodem of water compenseert). Randen van landbouwgrond mochten wel worden meegenomen als dat voor de activiteit nodig was.
- Voor bijlage 1 gold bovendien een geografische begrenzing per maatregel: de investering moest passen binnen de aangewezen landschapstypen, kernen, of kaartlagen (zoals de Cultuurhistorische Kaart of de Landschapstypenkaart). Viel je locatie daarbuiten, dan kwam de activiteit niet in aanmerking.
- Bepaalde kosten en activiteiten waren categorisch uitgesloten (zie 'Waarvoor krijg je subsidie?'), zoals investeringen in het watersysteem waar uitsluitend landbouwers van profiteren, of activiteiten op grond die al als gemeentelijk openbaar groen is ingericht.
Let op: deze openstelling is inmiddels gesloten, het resterend budget is € 0 en aanvragen is niet meer mogelijk.
Waarvoor krijg je subsidie?
De subsidiabele kosten zijn beperkt tot een vaste set kostensoorten. In afwijking van de algemene regeling komen bij deze openstelling alleen kosten in aanmerking als bedoeld in artikel 1.8, onder a, b en e van de regeling, aangevuld met kosten onder artikel 1.10 onder e (legeskosten), en uitsluitend voor niet-overheden.
Kostensoorten en tarieven
- Loonkosten (inclusief overheadkosten) Dit zijn de loonkosten van medewerkers die aan het project werken. Er zijn twee manieren om deze te berekenen, afhankelijk van welke optie in het openstellingsbesluit of de aanvraag wordt gebruikt:
- Zonder vereenvoudigde kostenoptie: een individueel uurtarief per medewerker (bruto jaarloon plus 44,2% werkgeverslasten, gedeeld door 1.720 uur), eventueel vermeerderd met 15% voor overhead. Of vaste uurtarieven: € 44 voor een projectmedewerker, € 50 voor een landbouwer, € 78 voor een adviseur, € 88 voor een projectleider of expert.
- Met vereenvoudigde kostenoptie voor arbeidskosten: loonkosten en eigen arbeid worden berekend als 0,23 keer de overige subsidiabele kosten.
- Met vereenvoudigde kostenoptie voor overige kosten: een uurtarief van € 43 (eigen arbeid) of het individuele medewerkertarief, waarna het totaal met 0,4 wordt vermenigvuldigd voor overige kosten. Of vaste tarieven: € 54 (projectmedewerker), € 60 (landbouwer), € 95 (adviseur), € 107 (projectleider of expert). Het aantal te subsidiëren uren per jaar is per medewerker gemaximeerd op 1.372 uur (bij een uurtarief) of 1.720 uur bij het individuele jaarloontarief, naar rato bij deeltijd.
- Eigen arbeid De kosten van door de subsidieontvanger zelf verrichte arbeid inclusief overheadkosten. Ook hier geldt: € 50 per uur zonder vereenvoudigde kostenoptie, of € 43 per uur met de vereenvoudigde kostenoptie voor overige kosten. Maximaal 1.372 uur per jaar per persoon.
- Kosten derden Andere kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overlegd, zoals de inhuur van aannemers, adviseurs of leveranciers voor de uitvoering van de maatregelen.
- Legeskosten (uitsluitend voor niet-overheden) Legeskosten komen alleen voor subsidie in aanmerking als de aanvrager geen overheidsorganisatie is.
Niet-subsidiabele kosten De volgende kosten komen expliciet niet voor subsidie in aanmerking:
- Investeringen in het watersysteem waar uitsluitend landbouwers van profiteren.
- Afvoer- en stortkosten van vrijkomende grond, puin of bagger bij investeringen uit bijlage 1.
- Activiteiten op grond die op het moment van publicatie van het openstellingsbesluit al is ingericht als gemeentelijk openbaar opgaand groen.
- Het aanleggen van kruidenrijk grasland wanneer de bemesting in het verleden en het bemestingsplan hier niet op aansluiten.
- Plant- en zaaigoed dat niet inheems of autochtoon is.
Daarnaast gelden de algemene uitsluitingen uit de regeling, zoals: rentekosten, bankkosten, boetes en sancties, kosten van voorbereidende handelingen, vervangingsinvesteringen, verrekenbare of compensabele btw, winstopslagen binnen een groep, aankoop van grond boven 10% van de subsidiabele kosten (met uitzonderingen tot 30% bij milieubehoud), en kosten van investeringen die nodig zijn om aan een wettelijke verplichting te voldoen.
Voor welke activiteiten je de kosten mag maken De investeringslijst in bijlage 1 van de subsidieregeling noemt onder meer: herstel en aanleg van groenstructuren in dorpen en buurtschappen (max. 10.000 inwoners), aanleg en herstel van akker-, gras-, struweelranden en vogel- of wintervoedselakkers, herstel van elzensingels, lanen, houtwallen en heggen, herstel van drenkpoelen, pingoruïnes en dobben, herstel van agrarische erven (max. € 5.000 per erf), herstel van historische waterlopen, túnwallen, landgoederen, historische dijkbiotopen, cultuurlandschappelijke begreppeling en bolle graslandakkers, historische paden, natuurvriendelijke oevers, cultuurlandschappelijke eilandjes en militair erfgoed zoals bunkers.
Bijlage 2 (uitsluitend voor waterschappen) omvat KRW-maatregelen zoals het natuurvriendelijk inrichten of verbreden van watergangen, waterkwaliteitsbaggeren, aanleg van vispassages en visvriendelijke kunstwerken, en klimaatadaptatiemaatregelen zoals de aanleg van infiltratiegreppels, het opzetten van peilen, inrichting van bergings- of retentiegebieden en het verhogen van slootbodems en duikers.
Hoeveel subsidie krijg je?
De subsidiehoogte hing af van het type investering en van het onderdeel (bijlage 1 landschap of bijlage 2 water) waarvoor je aanvroeg.
Bijlage 1: herstel en inrichting cultuurlandschap
- Subsidiepercentage: 100% van de subsidiabele kosten.
- Minimum subsidie: € 100.000.
- Maximum subsidie: € 500.000.
- Uitzondering maatregel 5 (herstel agrarische erven): maximaal € 5.000 subsidie per erf. Omdat de minimale aanvraag € 100.000 moest zijn, moest je hiervoor meerdere erven aanvragen of dit combineren met andere maatregelen/categorieën.
- Voor investeringen die alleen gericht zijn op de waterkwantiteit (bijvoorbeeld het verbreden van watergangen zonder verbetering van waterkwaliteit of biodiversiteit, of de aanleg van drainagepoelen) gold een lager percentage van 70% in plaats van 100%.
Bijlage 2: watermaatregelen (alleen waterschappen)
- Subsidiepercentage: 100% van de subsidiabele kosten voor waterkwaliteitsmaatregelen.
- Voor investeringen die alleen gericht zijn op waterkwantiteit: 70% van de subsidiabele kosten.
- Minimum subsidie: € 200.000.
- Maximum subsidie: € 4.000.000.
Totale beschikbare budgetten
- € 1.000.000 was beschikbaar voor investeringen uit bijlage 1 (100% Europese ELFPO-middelen).
- € 8.360.000 was beschikbaar voor investeringen uit bijlage 2 (50% Europese ELFPO-middelen, 50% nationaal aanvullende middelen van Wetterskip Fryslân).
- Totaal subsidieplafond voor deze openstelling: € 9.360.000.
Op de website staat als maximaal bedrag € 500.000 en als minimum € 100.000 genoemd; dat komt overeen met de bedragen die specifiek gelden voor bijlage 1. Voor bijlage 2 (uitsluitend waterschappen) golden de hogere bedragen tot € 4.000.000.
Het resterend budget is nu € 0: er is geen ruimte meer binnen het subsidieplafond en aanvragen is niet meer mogelijk.
Wat zijn de voorwaarden van de Regeling Europese Landbouwsubsidies provincie Fryslân 2023-2027 – Niet-productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven?
Knock-outeisen (voorwaarden die je direct laten afvallen) - De aanvraag moest tijdig zijn: tussen 1 mei 2025 9:00 uur en 30 juli 2025 17:00 uur ontvangen door SNN via het GLB-webportal. - De aanvraag moest op de uiterste indieningsdatum volledig zijn; een onvolledige aanvraag op die datum werd geweigerd. - Je mocht niet al gestart zijn met de uitvoering vóórdat je de aanvraag indiende. - Landbouwers kwamen niet in aanmerking voor bijlage 1; investeringen uit bijlage 2 waren uitsluitend voor waterschappen. - Na beoordeling moest de subsidie minimaal € 100.000 (bijlage 1) of € 200.000 (bijlage 2) bedragen, anders werd de aanvraag geweigerd. - Bijlage 1 en bijlage 2 mochten niet in één aanvraag gecombineerd worden. - Bij de rangschikking moest minimaal 30 van de 50 punten worden behaald; minder punten betekende weigering. - Je moest een sluitend financieringsplan hebben. - Je moest een kaart met de projectlocatie (of een zoekgebiedenkaart) aanleveren.
Waarop wordt beoordeeld
- Aanvragen werden door een adviescommissie beoordeeld en gerangschikt op vier criteria, elk met 0 tot 5 te behalen punten, vermenigvuldigd met een wegingsfactor:
- Hoe groot is de bijdrage van de activiteit aan de doelen? Van 0 punten (zeer geringe bijdrage, bijvoorbeeld minder dan 50.000 m³ water vasthouden) tot 5 punten (zeer goede bijdrage, veel groter effect dan redelijkerwijs verwacht).
- Gebaseerd op: ervaring en opleiding van de projectleider, realistische planning en begroting, kwaliteit van het projectplan (risico's geïdentificeerd en beheersbaar), betrokkenheid van relevante partijen, en een financiële buffer voor tegenvallers. Van 0 punten (geen vertrouwen in uitvoering) tot 5 punten (ook bij financiële tegenvallers uitvoerbaar).
- Verhouding tussen input (geld, kennis, kunde) en output, en de verhouding proceskosten/uitvoeringskosten. Van 0 punten (proceskosten meer dan 30% van de uitvoeringskosten) tot 5 punten (proceskosten minder dan 10%, of bijdrage aan meerdere doelen tegelijk zoals water, landschap en biodiversiteit).
- Het belangrijkste criterium. Waterprojecten gericht op KRW- of Nitraatrichtlijndoelen gelden als urgent. Van 0 punten (geen noodzaak, ook niet op lange termijn) tot 5 punten (zeer dringende urgentie, gelijk actie noodzakelijk).
Wat je moet doen na toekenning
- De activiteit moet worden uitgevoerd binnen twee jaar na de datum van subsidieverlening en uiterlijk op 30 juni 2028.
- De niet-productieve investering moet tien jaar in stand worden gehouden vanaf oplevering, met uitzondering van bijlage 1 categorie 2 (elzensingels e.d.), waarvoor drie jaar geldt.
- Bij investeringen onder bijlage 1 categorie 11 (historische paden) moet het pad, voor minimaal de instandhoudingstermijn, openstaan voor wandelaars (met eventuele beperkingen tijdens het broedseizoen), en mag het Recreatieschap markeringen plaatsen en onderhouden.
- Bij maatregel 2 van bijlage 1 (akker-, gras- en struweelranden) geldt gedurende de instandhoudingsperiode een spuitvrije bufferzone van minimaal 50 meter waarin geen gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, ook niet als het naastgelegen perceel van een andere eigenaar is.
- Vrijkomende grond binnen het project mag niet leiden tot demping van sloten of greppels.
- Je moet onverwijld melden bij surseance, faillissement of schuldsanering, en zodra aannemelijk is dat de activiteiten niet, niet tijdig of niet geheel worden uitgevoerd.
- Je moet een projectadministratie voeren waaruit aard, inhoud en voortgang van de activiteiten, gemaakte en betaalde kosten en (indien van toepassing) bestede uren blijken, en deze minimaal vijf jaar na subsidievaststelling bewaren (bij gerechtelijke procedures: tien jaar na afhandeling).
- Tijdens de projectperiode moet je jaarlijks rapporteren, tenzij je verleningsbeschikking een uitzondering vermeldt.
- Wijzigingen in het project moet je vooraf melden; een wijziging die zou leiden tot een niet-subsidiabele activiteit, een lager puntenaantal onder het minimum, een lagere rangschikking dan waar het plafond werd bereikt, of een hoger subsidiebedrag, wordt niet gehonoreerd.
Maximaal 50 punten te behalen; minimaal 30 nodig.
Bij een gelijk aantal punten waarbij het subsidieplafond wordt overschreden, gaat de prioritering in de volgorde: 1) urgentie, 2) effectiviteit, 3) haalbaarheid, 4) efficiëntie. Bij een volledig gelijke score wordt geloot.
Wat moet je aantonen bij de aanvraag (aanvullende subsidievereisten) Voor aanvragen binnen bijlage 1 golden extra eisen, waaronder:
- Een onderbouwing van de noodzaak van grond- en bodembewerking en wat er met vrijkomende grond gebeurt (mag niet leiden tot demping van sloten of greppels elders).
- Een toelichting dat landschappelijke en cultuurhistorische doelstellingen zo veel mogelijk samengaan met doelen voor flora, fauna en/of water.
- Een beschrijving dat het gebruikte zaai- en plantmateriaal inheems is en past bij de bodemsoort.
- Een archeologische onderbouwing voor specifieke categorieën (pingoruïnes en dobben, sloten rond terpen, omgrachting).
- Voor herstel van cultuurlandschappelijke begreppeling en bolle graslandakkers: alleen subsidiabel in combinatie met herstel van kruidenrijk grasland.
- Voor categorie 1 (groenstructuren dorpen/buurtschappen): aantonen dat het dorp of buurtschap niet meer dan 10.000 inwoners heeft.
- Gebruik van cultuurhistorische kaarten of kadastrale kaarten van vóór 1950 voor bepaalde categorieën (3, 4, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 14, 15), tenzij afwijking landschapshistorisch wordt onderbouwd.
Hoe vraag je de Regeling Europese Landbouwsubsidies provincie Fryslân 2023-2027 – Niet-productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven aan?
Let op: deze openstelling is gesloten. De onderstaande stappen golden voor aanvragen die tussen 1 mei 2025 9:00 uur en 30 juli 2025 17:00 uur zijn ingediend.
Stap 1: aanvraag starten in het GLB-webportal Je logt in op het GLB-webportal (glb-webportal.nl) met eHerkenning (niveau EH2+ of hoger). Alleen ondernemers of organisaties ingeschreven bij de Kamer van Koophandel kunnen eHerkenning aanvragen; dit kost geld en kan enkele werkdagen duren. Particulieren die zelf een aanvraag indienen hebben geen eHerkenning nodig en gebruiken de knop "Anders inloggen". Na inloggen kies je bij "delegated body" voor Samenwerkingsverband Noord Nederland en zoek je de juiste openstelling in jouw regio.
Stap 2: gegevens en documenten invullen en uploaden Je vult de gevraagde gegevens in en upload de verplichte documenten. Verplicht zijn:
- Projectplan volgens het format van SNN (Format projectplan NPI niet landbouw Fryslân 2025). Hierin beschrijf je onder meer de achtergrond, doelstelling, uitvoering, resultaten en de link met de landbouw, en vul je de onderbouwing per selectiecriterium in. Wordt ondertekend/ingediend door de aanvrager of penvoerder.
- Begroting van de projectkosten, inclusief toelichting (bijvoorbeeld via offertes, een SSK-raming of het Handboek Catalogus Groenblauwe Diensten). Hiervoor gebruik je het begrotingsformat (arbeidskosten en/of overige kosten).
- Financieringsplan, dat onderdeel is van het begrotingsformat en waaruit blijkt dat de financiering van je project sluitend is, inclusief een opgave van elders aangevraagde subsidies of vergoedingen.
- Kaart of luchtfoto van de projectlocatie, of een zoekgebiedenkaart als de exacte locatie nog niet bekend is.
Afhankelijk van je project kunnen ook nodig zijn:
- Mkb-verklaring: verplicht voor elke projectpartner die een onderneming is, om te bepalen of je tot het mkb behoort (op basis van fte, jaaromzet en balanstotaal). Wordt ondertekend door de tekenbevoegde van de organisatie.
- Verklaring financiële moeilijkheden GLB: een verklaring dat je organisatie niet in financiële moeilijkheden verkeert, voor elke projectpartner die een onderneming is.
- Machtigingsformulier GLB 23-27: nodig als een intermediair de aanvraag namens jou indient.
- Samenwerkingsovereenkomst (format samenwerkingsovereenkomst GLB 23-27): verplicht bij een samenwerkingsverband. Hierin staan de rechtsvorm van elke partner, de doelstelling van de samenwerking, de rolverdeling, en wie penvoerder is. Moet door alle partners (bevoegde vertegenwoordigers) ondertekend worden; een digitale handtekening volstaat niet, alleen een geprint en ondertekend exemplaar geldt als rechtsgeldig.
- Archeologisch advies: voor specifieke categorieën uit bijlage 1 (pingoruïnes/dobben, sloten rond terpen, omgrachting).
- Onderbouwing van het gebruik van vrijkomende grond.
- Historische of kadastrale kaarten (voor bepaalde categorieën uit bijlage 1).
- Beschrijving van noodzakelijke vergunningen, als de activiteit mogelijk negatieve omgevingseffecten heeft.
- Aanbestedingsstukken, aan de hand van de Checklist Aanbestedingen (afhankelijk van het type aanbestedingsprocedure: enkelvoudig onderhands, meervoudig onderhands, of nationaal/Europees).
Stap 3: ontvangstbevestiging Na indiening ontvang je direct een ontvangstbevestiging.
Stap 4: beoordeling door de adviescommissie De adviescommissie beoordeelt de aanvragen tijdens de eerstvolgende vergadering na de sluitingsdatum, volgens een tendermethodiek. Alle volledige aanvragen worden gerangschikt op basis van de beoordelingscriteria (zie 'Voorwaarden'); de projecten met de hoogste score komen als eerste in aanmerking voor subsidie.
Stap 5: beoordeling door SNN en besluit Als je aanvraag voldoende punten heeft gekregen, beoordeelt SNN de aanvraag inhoudelijk. SNN en de adviescommissie streven samen naar een besluit binnen 22 weken na de uiterste indieningsdatum. Je ontvangt het besluit per e-mail.
Overig: voor uitbetaling van subsidie heb je ook een BRS-nummer nodig, gratis aan te vragen via mijn.rvo.nl (ook hiervoor is eHerkenning nodig). Zorg dat je bankrekeningnummer in 'Mijn Dossier' staat, anders kan er niet worden uitbetaald.
Wat gebeurt er na je aanvraag?
Wie beoordeelt en hoe lang duurt het Na indiening beoordeelt eerst een adviescommissie je aanvraag tijdens de eerstvolgende vergadering, op basis van de vier selectiecriteria (effectiviteit, haalbaarheid, efficiëntie, urgentie) en de rangschikking die daaruit volgt. Vervolgens beoordeelt SNN de aanvraag inhoudelijk als deze voldoende punten heeft. SNN en de adviescommissie streven ernaar binnen 22 weken na de uiterste indieningsdatum (30 juli 2025) een besluit te nemen. Tijdens deze periode word je op de hoogte gehouden van de status van je aanvraag, en je ontvangt het uiteindelijke besluit per e-mail.
Verleningsbeschikking Bij een positief besluit ontvang je een verleningsbeschikking met het maximale subsidiebedrag en de datum waarop het project uiterlijk afgerond moet zijn. De activiteit moet in ieder geval binnen twee jaar na de subsidieverlening en uiterlijk op 30 juni 2028 zijn uitgevoerd.
Bevoorschotting en deelbetalingen Je kunt een voorschot aanvragen van maximaal 50% van de verleende subsidie. Daarnaast is een deelbetaling mogelijk voor gemaakte en betaalde kosten: dit kan één keer per half kalenderjaar. Voorschot en deelbetalingen samen bedragen nooit meer dan 90% van de verleende subsidie.
Rapportageverplichtingen tijdens de looptijd In de projectperiode moet je jaarlijks rapporteren over de voortgang van je project. In sommige gevallen gelden hierop uitzonderingen; je verleningsbeschikking vermeldt wat voor jouw project geldt.
Vaststelling na afronding Zodra het project is afgerond, dien je een verzoek tot vaststelling in. Je verleningsbeschikking geeft aan op welk moment dit moet gebeuren; ben je eerder klaar, dan kun je direct het vaststellingsverzoek indienen. Verplichte documenten hierbij zijn:
- Eindverslag van het project, in het format van SNN.
- Facturen- en urenoverzicht, uit het GLB-webportal.
- Een kopie van facturen en betaalbewijzen.
- Urenregistratieformulieren en een kopie van de loonstrook, indien van toepassing.
Je dient het verzoek in via het GLB-webportal (hiervoor is eHerkenning nodig, tenzij je als natuurlijk persoon een aanvraag indient; dan volstaat een account op het portaal). Navigeer naar je project, ga naar 'Rapportages' en kies voor 'Ik wil een eindrapportage indienen'. Na indiening meld je dit via plattelandsontwikkeling@snn.nl, zodat SNN weet dat het vaststellingsverzoek klaarstaat.
Is het vaststellingsverzoek compleet, dan streeft SNN ernaar binnen 13 weken een besluit te nemen.
Overige verplichtingen tijdens de looptijd Je moet een projectadministratie voeren waaruit de aard, inhoud en voortgang van de activiteiten blijkt, welke kosten zijn gemaakt en betaald, en (indien van toepassing) hoeveel uur per persoon aan het project is besteed. Deze administratie bewaar je minimaal vijf jaar na de subsidievaststelling (bij een gerechtelijke procedure: tien jaar na afhandeling). Wijzigt er iets in je project, meld dit dan vooraf. Ook meld je onverwijld als surseance, faillissement of schuldsanering wordt aangevraagd, of zodra duidelijk is dat je de activiteiten niet, niet tijdig of niet volledig kunt uitvoeren.
Na oplevering geldt een instandhoudingsverplichting van tien jaar (drie jaar voor bijlage 1, categorie 2). Voor historische paden (bijlage 1, categorie 11) moet het pad gedurende minimaal de instandhoudingstermijn openstaan voor wandelaars, en voor akker-, gras- en struweelranden (maatregel 2) geldt gedurende de instandhoudingsperiode een spuitvrije bufferzone van minimaal 50 meter.
Welke documenten heb je nodig?
Het loket publiceert 16 documenten bij deze regeling, waarvan er 3 verplicht zijn bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.
- Format projectplan NPI niet landbouw Fryslân 2025DownloadWord · 7 pagina'sVerplicht
Het verplichte format voor het projectplan waarin je je project, doelen en werkpakketten beschrijft.
- Begrotingsformat GLB NPNL VKO overige kostenDownloadExcel · 5 pagina'sVerplicht
Het verplichte begrotingsformat waarin je de overige kosten en de financiering van je project specificeert.
- Format samenwerkingsovereenkomst GLB 23-27DownloadWord · 2 pagina'sAanbevolen
Het verplichte format voor de samenwerkingsovereenkomst dat door alle partners ondertekend moet worden als je met een samenwerkingsverband aanvraagt.
- Checklist AanbestedingenDownloadExcel · 2 pagina'sAanbevolen
Checklist met de stukken die je moet aanleveren van je aanbestedingsdossier, nodig als je project aanbestedingsplichtig is.
- van de subsidieregelingDownloadPDF · 26 pagina'sAanbevolen
Het openstellingsbesluit met alle regels van deze subsidieregeling, nodig om te bepalen of je aanvraag aan de voorwaarden voldoet.
- Mkb-VerklaringDownloadPDF · 2 pagina'sAanbevolen
De mkb-verklaring die je (indien van toepassing als onderneming) moet invullen om je ondernemingsomvang aan te tonen.
- Regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie FryslânDownloadPDF · 48 pagina'sAanbevolen
De volledige geconsolideerde Regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Fryslân, de onderliggende wet- en regelgeving van deze subsidie.
- Verklaring financiële moeilijkheden GLBDownloadPDF · 6 pagina'sAanbevolen
De verklaring waarmee je (indien je een onderneming bent) aantoont dat je organisatie niet in financiële moeilijkheden verkeert.
En nog 8 andere bestanden in het dossier.
Veelgestelde vragen over de Regeling Europese Landbouwsubsidies provincie Fryslân 2023-2027 – Niet-productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven
Wanneer mag ik beginnen met de uitvoering van mijn project?
Je mag voor eigen risico starten met je project en het maken van kosten na indiening van je subsidieaanvraag. Een uitzondering hierop zijn voorbereidingskosten, die tot maximaal 1 jaar voor indiening van de aanvraag gemaakt mogen zijn. Let op: het aangaan van financiële verplichtingen zoals het tekenen van offertes of opdrachtverstrekkingen wordt gezien als start van het project. Kosten door een te vroeg aangegane verplichting komen niet voor subsidie in aanmerking.
Waarom heb ik eHerkenning nodig om een subsidieaanvraag in te kunnen dienen?
Aanvragen worden digitaal ingediend bij het GLB-webportal en daarvoor moet je digitaal herkend kunnen worden door de overheid via eHerkenning. Je hebt minimaal eHerkenning niveau 2+ nodig. Alleen (agrarische) ondernemers of organisaties ingeschreven bij de Kamer van Koophandel kunnen eHerkenning aanvragen, en je betaalt zelf voor de aanschaf en het gebruik. Particulieren hoeven geen eHerkenning te gebruiken en gebruiken de knop 'Anders inloggen' op het GLB-webportal.
Hoe vraag ik eHerkenning aan?
Ga naar de website van eHerkenning om te zien bij welke aanbieders je dit kunt aanvragen. Het verkrijgen kan enkele werkdagen duren, afhankelijk van de aanbieder. Voor het doen van een subsidieaanvraag heb je minimaal betrouwbaarheidsniveau EH2+ nodig.
Waarom heb ik een BRS-nummer nodig?
RVO betaalt de GLB-subsidie uit en om uit te kunnen betalen moet je geregistreerd staan bij RVO. Het BRS-nummer komt op de verleningsbeschikking te staan en moet bekend zijn bij SNN voordat zij een beschikking kunnen versturen. Heb je dit nummer nog niet bij het indienen van je aanvraag, vraag het dan zo snel mogelijk aan.
Hoe vraag ik een BRS-nummer aan?
Voor het aanvragen van een BRS-nummer heb je eHerkenning nodig. Je kunt het gratis aanvragen via mijn.rvo.nl; zodra je inlogt word je geregistreerd en krijg je een relatienummer, dit is het BRS-nummer. Je vindt dit nummer in 'Mijn Dossier' bij 'Mijn gegevens wijzigen'. Let op: voeg ook je bankrekeningnummer toe aan 'Mijn Dossier', want anders kan er geen betaling plaatsvinden.
Wat is een tender?
Bij een tender worden alle aanvragen beoordeeld en gerangschikt op basis van kwaliteit, waarbij elke aanvraag op dezelfde criteria en wijze wordt gescoord. Hoe hoger de score, hoe hoger de aanvraag in de rangschikking komt. De beschikbare subsidie wordt verdeeld op basis van deze rangschikking, waarbij de hoogst gerangschikte aanvragen subsidie ontvangen totdat het subsidieplafond is bereikt. Vaak moet ook een minimaal aantal punten worden behaald om in aanmerking te komen.
Waar kan ik de selectiecriteria en de manier van scoren vinden?
Dit staat beschreven in het openstellingsbesluit, waarin de criteria staan waarop de adviescommissie toetst en de bijbehorende puntentelling.
Voor wie is de subsidie Niet-productieve investeringen landschap, biodiversiteit en water bedoeld?
De subsidie is bedoeld voor natuurlijke personen en rechtspersonen, en voor samenwerkingsverbanden van natuurlijke personen en rechtspersonen. Dit kan interessant zijn voor grondeigenaren, pachters, dorpsbelangen, (erfgoed)stichtingen, (erfgoed-/oudheidkundige-)verenigingen en natuur- en landschapsorganisaties. Landbouwers komen niet in aanmerking voor deze subsidie.
Waarvoor kan ik subsidie aanvragen binnen deze regeling?
Je kunt subsidie aanvragen voor niet-productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven die het Friese landschap mooier, groener en sterker maken. Denk aan het herstellen en inrichten van groenstructuren in dorpen of buurtschappen, of het opknappen van landschapselementen zoals erven, lanen, boomwallen, elzensingels, historische paden, dijken en waterstructuren. De volledige lijst met investeringen staat in bijlage 1 van de subsidieregeling.
Welke doelen moet mijn investering dienen om voor subsidie in aanmerking te komen?
De investering moet bijdragen aan minimaal één van deze doelen: verbeteren van het klimaat en bevorderen van duurzame energie, verbeteren van natuurlijke hulpbronnen, beperken van biodiversiteitsverlies, versterken van ecosysteemdiensten, behoud van habitatten of landschappen, of maatregelen ter verbetering van de waterkwaliteit en -kwantiteit.
Welke kosten komen voor subsidie in aanmerking?
Je kunt subsidie krijgen voor loonkosten, eigen arbeid en kosten van derden.
Hoe hoog is het subsidiepercentage voor investeringen uit bijlage 1?
Het subsidiepercentage voor investeringen uit bijlage 1 bedraagt 100%, met uitzondering van investeringen die alleen gericht zijn op de waterkwantiteit. Daarvoor geldt een subsidiepercentage van 70%.
Wat is het minimale en maximale subsidiebedrag voor investeringen uit bijlage 1?
De minimale subsidie voor investeringen uit bijlage 1 is € 100.000. De maximale subsidie voor investeringen onder maatregel 5 uit bijlage 1 is € 5.000 per erf, en de maximale subsidie voor investeringen uit bijlage 2 is € 500.000.
Kan ik voor investeringen gericht op water uit bijlage 2 subsidie aanvragen?
De investeringen uit bijlage 2 zijn alleen bedoeld voor waterschappen. Het subsidiepercentage voor investeringen gericht op waterkwantiteit is 70%, terwijl investeringen gericht op waterkwaliteit 100% subsidie ontvangen. De minimale subsidie voor investeringen uit bijlage 2 is € 200.000 en de maximale subsidie is € 4.000.000.
Hoe vaak kan ik een deelbetaling aanvragen?
Er kan één keer per half kalenderjaar een aanvraag worden gedaan voor een deelbetaling.
Wat is de maximale looptijd van mijn project?
De projectperiode is maximaal twee jaar.
Waar dien ik mijn aanvraag in?
De aanvraag dien je in bij Gedeputeerde Staten via het GLB-webportal.
Welke documenten heb ik nodig voor mijn aanvraag?
Je hebt een projectplan volgens het format van het SNN nodig, een begroting van de projectkosten inclusief toelichting (zoals offertes of kostenberekening), een financieringsplan (onderdeel van het begrotingsformat) en een kaart of luchtfoto van de locatie (of een zoekgebiedenkaart). Afhankelijk van je project kan ook een mkb-verklaring, een verklaring dat je organisatie niet in financiële moeilijkheden verkeert, een machtiging, samenwerkingsovereenkomst, archeologisch advies, onderbouwing van vrijkomende grond, historische of kadastrale kaarten, beschrijvingen van vergunningen of aanbestedingsstukken nodig zijn.
Hoe verloopt de aanvraagprocedure stap voor stap?
Je gaat naar het GLB Webportal en logt in met eHerkenning, waarbij je bij delegated body Samenwerkingsverband Noord Nederland kiest en de juiste openstelling selecteert. Daarna vul je de benodigde informatie in en upload je de documenten. Na indiening ontvang je meteen een ontvangstbevestiging. Vervolgens beoordeelt de adviescommissie de aanvraag tijdens de eerstvolgende vergadering via een tendermethodiek, waarna het SNN de aanvraag inhoudelijk beoordeelt met als streven om binnen 22 weken na de uiterste indieningsdatum een besluit te nemen.
Binnen welke termijn krijg ik een besluit op mijn aanvraag?
De adviescommissie en het SNN streven ernaar om binnen 22 weken na de uiterste indieningsdatum een besluit te nemen. Over het besluit ontvang je per e-mail een bericht.
Wat gebeurt er als mijn aanvraag wordt goedgekeurd?
Bij een akkoord ontvang je een verleningsbeschikking met daarin het maximale subsidiebedrag en de uiterste datum waarop het project afgerond moet zijn. Tijdens de projectperiode moet je jaarlijks rapporteren over je project en kun je een betaalverzoek doen voor gemaakte en betaalde kosten. In sommige gevallen gelden uitzonderingen hierop, wat in je verleningsbeschikking staat vermeld.
Hoe dien ik een verzoek tot vaststelling in na afronding van mijn project?
In je verleningsbeschikking staat aangegeven op welk moment je een verzoek tot vaststelling moet doen; ben je eerder klaar, dan kun je dit direct invullen. Je dient het verzoek in via het GLB Webportal onder het onderdeel 'Rapportages', waar je kiest voor 'Ik wil een eindrapportage indienen'. Daarna geef je via plattelandsontwikkeling@snn.nl een seintje dat het vaststellingsverzoek klaarstaat. Als het verzoek compleet is, streven we ernaar binnen 13 weken een besluit te nemen.
Welke documenten moet ik meesturen bij mijn verzoek tot vaststelling?
Je stuurt in ieder geval een eindverslag van het project (in format van SNN), een facturen- en urenoverzicht uit het GLB Webportal, een kopie van facturen en betaalbewijzen, en urenregistratieformulieren met een kopie loonstrook indien van toepassing mee.
Hoeveel voorschot kan ik aanvragen op mijn subsidie?
Het voorschot bedraagt 50% van de verleende subsidie. Voorschotten en deelbetalingen bedragen samen niet meer dan 90% van de verleende subsidie.
Hoeveel punten moet mijn aanvraag minimaal behalen om voor subsidie in aanmerking te komen?
Een aanvraag moet op basis van de selectiecriteria minimaal 30 punten behalen om voor subsidie in aanmerking te komen. Behaalt een aanvraag minder dan 30 punten, dan wordt de aanvraag geweigerd.
Hoe lang moet ik de investering in stand houden na afronding?
Je bent verplicht de niet-productieve investering tien jaar in stand te houden vanaf het moment van opleveren, met uitzondering van bijlage 1 categorie 2, waarvoor een instandhoudingsverplichting van minimaal drie jaar geldt.
Vraag het dossier
Stel een vraag over Regeling Europese Landbouwsubsidies provincie Fryslân 2023-2027 – Niet-productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- Niet-productieve investeringen landschap, biodiversiteit en water - Fryslân 2025snn.nl · gecontroleerd 3 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.