Open voor aanvragenEuropa · Landelijk · Subsidie

Digital Europe Programme

Europese Commissie

Ook bekend als DEP

Wat is de Digital Europe Programme?

Het Digital Europe Programme is een Europees subsidieprogramma voor digitale innovatie op het gebied van cloud, data, AI, cybersecurity en digitale vaardigheden. Het is bedoeld voor mkb'ers, grote bedrijven, kennisinstellingen en overheidsorganisaties die digitale producten of diensten ontwikkelen, zoals digitale infrastructuur, experimenteermogelijkheden of opleidingsprogramma's.

Voor de periode 2021-2027 is in totaal € 8,1 miljard beschikbaar vanuit de EU. Financiering aanvragen doe je in de basis rechtstreeks bij de Europese Commissie, op een van de actuele calls (oproepen) uit het hoofdwerkprogramma of het cybersecurity-werkprogramma. Deze calls verschijnen in reeksen met eigen openings- en sluitingsdata, een eigen budget en een eigen financieringspercentage (vaak 50% of 100% van de projectkosten, afhankelijk van de call).

Daarnaast stelt het ministerie van Economische Zaken jaarlijks een aanvullend, nationaal budget beschikbaar: de nationale cofinanciering. Dit budget is er voor een beperkt aantal geselecteerde onderwerpen die de EU niet voor 100% financiert, zodat Nederlandse partijen toch een groter deel van hun projectkosten vergoed kunnen krijgen. Je kunt deze nationale cofinanciering alleen aanvragen als je voor een van die specifieke onderwerpen al Europese subsidie hebt aangevraagd én toegewezen hebt gekregen, inclusief een getekende Grant Agreement.

Voor de huidige nationale openstelling (3 tot en met 14 augustus 2026) gaat het om drie onderwerpen: digitale oplossingen voor naleving van regelgeving via data, transitie naar post-quantum publieke sleutelinfrastructuren, en sectorale digitale vaardigheden academies. Aanvragen voor de nationale cofinanciering gaat via eHerkenning (minimaal niveau eH3) bij RVO. De Europese aanvraag zelf verloopt via het Funding & Tenders Portal van de Europese Commissie.

Wie komt in aanmerking voor de Digital Europe Programme?

Het Digital Europe Programme kent twee aanvraagroutes met elk hun eigen eisen. Voor welke route je in aanmerking komt, hangt af van waar je in het proces zit.

Je bent gevestigd in de EU
Landelijke regeling.
Je bent een mkb of groot bedrijf of kennisinstelling of overheidsorganisatie
Je bent een mkb-onderneming
De definitieve beoordeling ligt bij Europese Commissie.

Route 1: Europese subsidie (rechtstreeks bij de Europese Commissie)

  • Je dient in op een actuele call uit het hoofdwerkprogramma of het cybersecurity-werkprogramma. Elke call heeft een eigen thema, eigen aanvraagperiode en eigen budget. Sluit je project niet aan bij een open call, dan is aanvragen niet mogelijk.
  • Bij meerdere calls geldt een minimum aan deelnemende landen (bijvoorbeeld Multi-Country Projects: minimaal 3 lidstaten) of een specifieke doelgroep (zoals alleen consortia die al eerder zijn geselecteerd in het werkprogramma 2023-2024, bij de call voor EU Digital Identity Wallets).
  • Doelgroep in algemene zin: mkb'ers, grote bedrijven, kennisinstellingen en overheidsorganisaties die digitale producten en diensten ontwikkelen op het gebied van cloud, data, AI, cybersecurity of digitale vaardigheden.
  • Voor de precieze toelatingseisen per call (rechtsvorm, samenwerkingsverband, thematische scope) verwijst het loket naar het Funding & Tenders Portal van de Europese Commissie; deze staan niet in detail op de RVO-pagina's.

Route 2: Nationale cofinanciering (aanvullend, via RVO)

Deze route staat alleen open als je de Europese subsidie al binnen hebt. De harde eisen zijn:

  • Je bedrijf of organisatie is in Nederland gevestigd.
  • Je hebt eerst een Europees project ingediend en daarvoor een toekenning én een getekende Grant Agreement ontvangen. Zonder Grant Agreement kun je geen nationale aanvraag doen.
  • Je project valt onder een thema waarvoor nationale cofinanciering is opengesteld. Voor de periode 3 augustus tot en met 14 augustus 2026 zijn dat alleen: Digitale oplossingen voor naleving van regelgeving via data, Transitie naar post-quantum publieke sleutelinfrastructuren, en Sectorale digitale vaardigheden academies. Valt jouw Europese project onder een ander thema, dan kun je voor deze ronde geen cofinanciering aanvragen.
  • Bij bepaalde openstellingen geldt de de-minimisregel: je organisatie mag over een periode van 3 jaar niet meer dan € 200.000 aan overheidssteun hebben ontvangen (voor sommige sectoren geldt een lager maximum). Overschrijd je dit plafond, dan val je af voor dat deel.
  • Je onderneming mag op het moment van subsidieverlening geen "onderneming in moeilijkheden" zijn volgens de EC-regels. Dit toets je zelf met het beslisschema van RVO.
  • Je logt in met eHerkenning, minimaal niveau 3 met machtiging RVO-diensten op niveau eH3. Zonder dit inlogniveau kun je de aanvraag niet indienen.
  • Je kunt maar één nationale aanvraag per Europese toekenning indienen. Zijn er meerdere Nederlandse partners in hetzelfde samenwerkingsverband, dan dient één penvoerder namens iedereen in; losse aanvragen van individuele partners binnen hetzelfde project zijn niet mogelijk.

Waarvoor krijg je subsidie?

Wat subsidiabel is, verschilt tussen de Europese subsidie en de nationale cofinanciering.

Europese subsidie

De precieze subsidiabele kostensoorten per call staan op het Funding & Tenders Portal van de Europese Commissie; deze zijn niet in detail op de RVO-pagina's terug te vinden. Wel is duidelijk dat het financieringspercentage per call verschilt (zie sectie "Hoeveel krijg je") en dat sommige calls werken met lump sum grants (een eenmalig vast bedrag, zoals bij de Sectoral digital skills academies) in plaats van declarabele kostenposten.

Nationale cofinanciering: subsidiabele kosten

Voor de nationale cofinanciering geldt: subsidiabel zijn de kosten waarvoor de Europese Commissie al een bijdrage heeft verstrekt binnen het Digital Europe Programme, én die onder de geldende staatssteunregels mogen worden gesubsidieerd. Er gelden minimaal deze staatssteunkaders: de Algemene De-minimisverordening en de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV), artikel 22, 25, 26, 27, 28, 29 en 31.

De kostencategorieën die je in het verplichte begrotingstemplate opgeeft, zijn:

  • A. Personeel: personeelskosten van medewerkers die aan het project werken (bijvoorbeeld onderzoekers, technici, ondersteunend personeel of opleiders).
  • B. Onderaanneming: kosten van uitbestede werkzaamheden binnen het project.
  • C. Inkoop/aankoop: kosten van aan te schaffen materiaal, apparatuur of diensten.
  • D. Andere kosten/derden: overige kosten en kosten gemaakt door derde partijen.
  • E. Indirecte kosten: bijkomende algemene kosten die niet direct aan één activiteit zijn toe te wijzen.

Welke uitzonderingsgrond (en dus welk kostenregime en percentage) van toepassing is, hangt af van het karakter van de activiteiten binnen elk werkpakket.

  • AGVV artikel 25 (O&O-projecten): personeelskosten van onderzoekers en technici; kosten van apparatuur en uitrusting (naar rato van gebruik voor het project, eventueel via afschrijving); kosten van gebouwen en gronden (naar rato van gebruik); kosten van contractonderzoek, kennis en octrooien op arm's length-basis; bijkomende algemene kosten en operationele uitgaven die rechtstreeks uit het project voortvloeien (eventueel forfaitair tot 20% van de overige kosten).
  • AGVV artikel 26 (onderzoeksinfrastructuur) en artikel 26 bis (test- en experimenteerinfrastructuur): kosten van investeringen in materiële en immateriële activa. Hierbij geldt dat de prijs voor exploitatie of gebruik van de infrastructuur een marktprijs moet zijn (of, bij gebrek daaraan, kostendekkend plus een redelijke marge), en dat toegang open moet staan voor meerdere gebruikers op transparante, niet-discriminerende basis.
  • AGVV artikel 27 (innovatieclusters): investeringskosten in materiële en immateriële activa voor bouw of upgrade; voor exploitatie (maximaal 10 jaar) zijn personeels- en administratieve kosten subsidiabel voor clusteraansturing, marketing en het organiseren van opleidingen, workshops en conferenties.
  • AGVV artikel 28 (innovatiesteun kmo's): kosten voor verkrijging, validering en verdediging van octrooien en immateriële activa; kosten voor het detacheren van hooggekwalificeerd personeel; kosten van innovatieadviesdiensten en -ondersteuning (met een maximum van € 220.000 per onderneming over 3 jaar bij een verhoogde steunintensiteit van 100%).
  • AGVV artikel 29 (proces- en organisatie-innovatie): personeelskosten; kosten van apparatuur, uitrusting, gebouwen en gronden naar rato van gebruik; kosten van contractonderzoek op arm's length-basis; bijkomende algemene en operationele kosten. Let op: bij grote ondernemingen is steun alleen toegestaan als zij daadwerkelijk samenwerken met mkb'ers die minimaal 30% van de subsidiabele kosten dragen.
  • AGVV artikel 31 (opleidingssteun): personeelskosten van opleiders (voor de uren dat zij lesgeven); operationele kosten zoals reis- en verblijfkosten, materiaal en afschrijving van uitrusting die uitsluitend voor de opleiding wordt gebruikt; kosten van adviesdiensten over het opleidingsproject; personeelskosten van deelnemers en algemene indirecte kosten voor de uren dat zij de opleiding volgen. Let op: geen steun voor opleidingen die verplicht zijn volgens bindende nationale opleidingsnormen.
  • AGVV artikel 18 (consultancysteun kmo's): kosten van diensten door externe consultants, mits deze niet permanent of periodiek van aard zijn en geen gewone bedrijfsuitgave (zoals routinematig belastingadvies of reclame).
  • AGVV artikel 19 (beursdeelname kmo's): kosten voor het huren, opzetten en gebruiken van een standplaats op een vakbeurs of tentoonstelling.
  • AGVV artikel 17 (investeringssteun kmo's): kosten van investeringen in materiële en immateriële activa, inclusief eenmalige niet-afschrijfbare kosten die rechtstreeks aan de investering verbonden zijn; geraamde loonkosten voor nieuw gecreëerde banen (over 2 jaar berekend).

Niet subsidiabel binnen de nationale cofinanciering: kosten die het de-minimisplafond overschrijden zonder geldige uitzonderingsgrond, en activiteiten die niet aansluiten bij de goedgekeurde Europese begroting (Grant Agreement). De totale projectkosten die je in het nationale begrotingstemplate opgeeft, moeten optellen tot de totale gebudgetteerde projectkosten in de Europese Grant Agreement.

Hoeveel subsidie krijg je?

Hoeveel je krijgt, hangt af van of het om Europese subsidie of nationale cofinanciering gaat, en van welke call en welk type organisatie het betreft.

Europese subsidie

Het financieringspercentage verschilt per call en ligt meestal op 50% of 100% van de projectkosten.

  • Digital solutions for regulatory compliance through data: 50% (budget € 8 miljoen)
  • Apply AI: Piloting AI-based image screening: 50% (budget € 10 miljoen)
  • Multi-country Project in Agri-Food: 100% (budget € 15 miljoen)
  • Consolidation of the network of EDIHs: 50% (budget € 258 miljoen)
  • Apply AI: GenAI for public administrations: 50% (1e reeks, grant for procurement) of 100% (2e reeks, coordination and support action)
  • Sectoral digital skills academies: lump sum grants (eenmalig vast bedrag), budget € 44 miljoen

Het totale EU-budget voor het hele programma over 2021-2027 is € 8,1 miljard.

Nationale cofinanciering

Het totale budget voor nationale cofinanciering over de periode 2025-2027 is € 75 miljoen. Voor de huidige openstelling (3-14 augustus 2026) is € 8.182.100 beschikbaar, bestemd voor de Europese digitale innovatiehubs (EDIHs 2.0). Per onderwerp verschillen de bedragen, bijvoorbeeld:

  • Data Space for manufacturing: € 500.000
  • Virtual worlds test beds: € 400.000
  • Sectoral Digital skills academies: € 1.250.000
  • European Digital Innovation Hubs 2.0: € 10.289.000

Deze bedragen zijn voorlopig en worden pas definitief na publicatie in de Staatscourant.

De hoogte van de nationale cofinanciering per aanvrager hangt af van de toepasselijke staatssteunuitzonderingsgrond en het type organisatie. Het aan te vragen subsidiebedrag per deelnemer is steeds het laagste van: een bedrag gelijk aan de EU-financiering, of maximaal 50% van de totale projectkosten in de Grant Agreement (als de EC 50% financiert), of maximaal 25% van de totale projectkosten (als de EC 75% financiert). Afhankelijk van het gekozen AGVV-artikel en het type organisatie (klein mkb, middelgroot mkb, grote onderneming, ngo, onderwijsinstelling, onderzoeksorganisatie of overheid) variëren percentages tussen bijvoorbeeld 15% en 50%, met ophogingsmogelijkheden tot 50% bij bepaalde samenwerkings- of verspreidingsvoorwaarden. Wordt het de-minimisplafond overschreden (€ 200.000 per organisatie over 3 jaar, met lagere maxima voor sommige sectoren), dan is cofinanciering niet mogelijk voor het meerdere.

Is er binnen een thema budget over? Dan verdeelt het ministerie van Economische Zaken dit over onderwerpen waar juist meer is aangevraagd dan er budget is.

Rondes en deadlines

RondeOpentSluitBudgetVerdeling
2026-ronde-13 aug 202614 aug 2026--
2026-nationale-cofinanciering3 aug 202614 aug 2026--
2021-2027--€ 8,1 mrd-

Wat zijn de voorwaarden van de Digital Europe Programme?

Hier val je op af

Je organisatie is in Nederland gevestigd.
Je hebt eerst Europese subsidie aangevraagd en gekregen, met een getekende Grant Agreement, ondertekend door de coördinator, alle partners én de Europese Commissie.
Je project ontvangt EC-bijdrage voor een thema waarvoor nationale cofinanciering is opengesteld. Voor de huidige ronde (3-14 augustus 2026): Digitale oplossingen voor naleving van regelgeving via data, Transitie naar post-quantum publieke sleutelinfrastructuren, en Sectorale digitale vaardigheden academies.
Waar van toepassing: het de-minimisplafond van € 200.000 overheidssteun per organisatie over 3 jaar wordt niet overschreden (lagere maxima gelden voor sommige sectoren).
Je organisatie is geen "onderneming in moeilijkheden" op het moment van subsidieverlening. Dit toets je met het beslisschema dat RVO beschikbaar stelt.
Je logt in met eHerkenning niveau 3, met machtiging RVO-diensten op niveau eH3.
Er kan maar één nationale aanvraag per Europese toekenning worden ingediend; bij meerdere Nederlandse partners in hetzelfde consortium dient één penvoerder namens iedereen in.

Wat je moet doen na toekenning

  • Tijdens de uitvoering van je project lever je informatie aan die zoveel mogelijk aansluit bij de eisen van de Europese subsidieaanvraag.
  • Bij economische activiteiten houd je een gescheiden boekhouding bij voor economische en niet-economische activiteiten.
  • Voor infrastructuur die onder artikel 26 of 26 bis AGVV valt (onderzoeks- of test- en experimenteerinfrastructuur), moet de prijs voor gebruik of exploitatie een marktprijs zijn (of kostendekkend plus redelijke marge), en moet toegang open en niet-discriminerend zijn voor meerdere gebruikers. Ondernemingen die minstens 10% van de investeringskosten financierden, mogen preferente toegang krijgen op evenredige, transparant gepubliceerde voorwaarden.
  • Voor innovatieclusters (artikel 27) geldt een vergelijkbare eis: marktconforme vergoedingen en transparante, niet-discriminerende toegang.
  • Bij proces- en organisatie-innovatie door grote ondernemingen (artikel 29): de samenwerkende mkb'ers moeten minstens 30% van de subsidiabele kosten dragen, gedurende het project.
  • Bij ophoging van het steunpercentage op basis van verspreidings- of licentievoorwaarden, moet je deze voorwaarden ook daadwerkelijk naleven gedurende en na afloop van het project.
  • Overleg met je jurist wordt aanbevolen voor de toepassing van de staatssteunregels op je eigen situatie.

Voor de Europese subsidie zelf gelden per call eigen toelatingseisen (bijvoorbeeld minimaal 3 deelnemende lidstaten bij Multi-Country Projects, of alleen consortia geselecteerd in een eerder werkprogramma bij specifieke calls).

Waarop wordt beoordeeld

Wel is duidelijk hoe de verdeling van het beschikbare budget werkt: de nationale cofinanciering wordt alleen verstrekt aan Nederlandse partners van Europese aanvragen die al zijn goedgekeurd, en de verdeling gebeurt op basis van de ranglijst (rangschikking) die de Europese Commissie al heeft opgesteld voor de betreffende call. Projecten met de hoogste Europese rangschikking krijgen eerst hun gevraagde nationale cofinanciering, tot het nationale budget op is. Is er bij een thema budget over, dan verschuift het ministerie van Economische Zaken dit naar thema's waar juist meer is aangevraagd dan er budget is.

Voor de staatssteuntoets die onderdeel is van de nationale aanvraag, wordt per werkpakket beoordeeld:

  • of de activiteiten economisch van aard zijn (en dus onder de staatssteunregels vallen) of niet;
  • welke AGVV-uitzonderingsgrond het beste past bij de aard van de activiteiten (bijvoorbeeld industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling, opleidingssteun, innovatiesteun voor kmo's);
  • of aanvullende voorwaarden voor ophoging van het steunpercentage worden gehaald, zoals: samenwerking tussen ondernemingen waarbij minimaal één mkb'er betrokken is en de deelnemende ondernemingen niet meer dan 70% van de subsidiabele kosten dragen; samenwerking met een onderzoeksorganisatie die minstens 10% van de kosten draagt en het recht heeft eigen resultaten te publiceren; brede verspreiding van projectresultaten via conferenties, publicaties, open access of open source in minstens 3 EU-lidstaten (plus IJsland, Liechtenstein en Noorwegen); en toezegging om licenties op beschermde onderzoeksresultaten tegen marktprijs en op niet-exclusieve, niet-discriminerende basis beschikbaar te stellen.

Wat moet je ná toekenning doen?

Hoe vraag je de Digital Europe Programme aan?

De aanvraag voor nationale cofinanciering kan pas na een succesvolle Europese aanvraag.

Stap 1: Europese aanvraag indienen en Grant Agreement krijgen

Je dient eerst een projectvoorstel in bij de Europese Commissie, op een actuele call binnen het hoofdwerkprogramma of cybersecurity-werkprogramma. Wordt je project goedgekeurd, dan ontvang je een Grant Agreement, ondertekend door de coördinator, alle partners en de Europese Commissie.

Stap 2: Controleer of je onderwerp in aanmerking komt voor nationale cofinanciering

Nationale cofinanciering geldt alleen voor onderwerpen die de EC niet voor 100% financiert. Check dit via het overzicht van Europese en nationale calls 2025-2027. Voor de huidige ronde gaat het om: Digitale oplossingen voor naleving van regelgeving via data, Transitie naar post-quantum publieke sleutelinfrastructuren, en Sectorale digitale vaardigheden academies.

Stap 3: Contact opnemen met RVO

Na toekenning van je Europese subsidie neemt RVO contact met je op, of je neemt zelf contact op via digital.europe@rvo.nl. Je krijgt dan informatie over de nationale call voor jouw project.

Stap 4: Nationale aanvraag indienen

Zodra de nationale call open is, dien je je aanvraag in via eHerkenning (minimaal niveau 3 met machtiging RVO-diensten op niveau eH3). Voor de huidige ronde loopt dit van maandag 3 augustus 2026 09:00 uur tot en met vrijdag 14 augustus 2026 17:00 uur. Zijn er meerdere Nederlandse partners in hetzelfde samenwerkingsverband, dan dient één penvoerder de aanvraag in namens iedereen. Er kan maar één aanvraag per Europese toekenning worden ingediend.

In het aanvraagformulier vult de penvoerder algemene gegevens van alle deelnemers in: contactgegevens, KVK-nummer, bankrekeningnummer en het budget per deelnemer conform de verdeling in de Grant Agreement en de begroting.

Verplichte bijlagen bij de aanvraag

  • Europees aanvraagdocument: het document waarmee je oorspronkelijk bij de EC hebt aangevraagd.
  • Getekende Europese Grant Agreement: ondertekend door de coördinator, alle partners en de Europese Commissie.
  • Projectplan EU/description of the action part B: conform de Grant Agreement.
  • EU-begroting: conform de Grant Agreement.
  • Verklaring de-minimissteun: alleen wanneer van toepassing, waarin je aangeeft welke de-minimissteun je in de voorgaande 2 jaar en het lopende jaar hebt ontvangen.
  • Ingevuld beslisschema en verklaring 'Geen onderneming in moeilijkheden', plus eventuele overige documenten die op de OIM-informatiepagina worden genoemd.
  • Ingevuld nationaal begrotingstemplate (Excel): het document "Digital Europe Programme - Begrotingstemplate voor de staatsteunanalyse" (88,86 KB), te downloaden op de loketpagina. Hierin geef je per werkpakket de projectkosten per kostencategorie (personeel, onderaanneming, inkoop/aankoop, andere kosten/derden, indirecte kosten) op en kies je de toepasselijke staatssteunuitzonderingsgrond.

Alleen als van toepassing op je project, voeg je ook toe:

  • Intentieverklaring voor regionale cofinanciering
  • Machtiging penvoerder: nodig als je namens andere Nederlandse deelnemers indient.
  • Machtiging intermediair: nodig als een tussenpersoon de aanvraag voor je indient.

Voor vragen over de aanvraagprocedure of voorwaarden kun je terecht bij de Digital Europe-adviseurs via digital.europe@rvo.nl.

Wat gebeurt er na je aanvraag?

Wie beoordeelt en hoe lang duurt het

RVO beoordeelt je nationale aanvraag voor cofinanciering. Na indiening ontvang je binnen 13 weken een besluit. Wordt je aanvraag goedgekeurd, dan ontvang je binnen 2 weken daarna het eerste voorschot.

Hoe de verdeling werkt

De nationale cofinanciering wordt alleen toegekend aan Nederlandse partners van Europese projecten die al door de EC zijn goedgekeurd. Binnen een thema wordt het budget verdeeld op basis van de Europese ranglijst (rangschikking): projecten met de hoogste Europese rangschikking krijgen als eerste hun gevraagde nationale cofinanciering, totdat het nationale budget op is. Is er bij een thema budget over, dan herverdeelt het ministerie van Economische Zaken dit naar thema's waar meer is aangevraagd dan er budget beschikbaar is.

Een rekenvoorbeeld verduidelijkt dit: bij een thema met € 30 miljoen Europese subsidie (50% van de projectkosten) en € 1,5 miljoen nationaal budget, waarbij twee Nederlandse projecten cofinanciering aanvragen (project A voor € 1,2 miljoen, project B voor € 1 miljoen), krijgt het hoger gerangschikte project A zijn volledige gevraagde bedrag van € 1,2 miljoen. Het resterende budget van € 0,3 miljoen gaat naar project B, dat dus niet zijn volledige aanvraag van € 1 miljoen krijgt.

Uitbetaling

Na een positief besluit ontvang je binnen 2 weken het eerste voorschot.

Verplichtingen tijdens de looptijd

Tijdens de uitvoering van je project vraagt RVO je om bepaalde informatie aan te leveren. Deze sluit zoveel mogelijk aan bij de vereisten die al golden voor je Europese subsidieaanvraag, zodat je niet dubbel hoeft te rapporteren. De precieze inhoud en werkwijze van deze administratieve verplichtingen staan op de pagina "Aanvraag beheren".

Daarnaast gelden gedurende het project de staatssteunvoorwaarden die horen bij de gekozen uitzonderingsgrond, zoals: een gescheiden boekhouding bijhouden bij economische en niet-economische activiteiten, marktconforme prijzen hanteren en open, niet-discriminerende toegang bieden bij gebruik van gesubsidieerde infrastructuur of clusters, en (bij grote ondernemingen in samenwerkingsverbanden) waarborgen dat mkb-partners het vereiste aandeel van de kosten dragen.

Voor vragen over de behandeltermijnen of het beheer van je aanvraag na indiening kun je terecht bij de veelgestelde vragen op de RVO-pagina en bij de Digital Europe-adviseurs via digital.europe@rvo.nl.

Welke documenten heb je nodig?

Het loket publiceert 1 document bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.

Vraag het dossier

Stel een vraag over Digital Europe Programme. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Europese Commissie. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.