Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q1 2022 Startende ondernemingen
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
Wat is de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q1 2022 Startende ondernemingen?
De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q1 2022 Startende ondernemingen was coronasteun voor mkb-bedrijven die net gestart waren en in het eerste kwartaal van 2022 flink omzet verloren door de coronamaatregelen. De regeling is inmiddels gesloten voor aanvragen.
De regeling was bedoeld voor mkb-ondernemingen die zich tussen 1 juli 2020 en 30 september 2021 voor het eerst inschreven bij de KVK, en die in Q1 2022 minstens 30% omzetverlies hadden ten opzichte van Q3 2021. Je kreeg een tegemoetkoming in je vaste lasten, berekend op basis van je omzetverlies en het vastelastenpercentage dat bij jouw branche (SBI-code) hoorde. Het minimumbedrag per kwartaal was € 1.500, met een maximum van € 100.000 (lager voor bepaalde sectoren zoals landbouw en visserij).
Je vroeg de subsidie zelf online aan, tussen 7 juni 2022 09:00 uur en 2 augustus 2022 17:00 uur. Na goedkeuring ontving je eerst een voorschot van 80% op basis van je geschatte omzetverlies. Na afloop van het kwartaal gaf je je werkelijke omzet door, waarna het definitieve bedrag werd vastgesteld: bijbetaling als je verlies hoger uitpakte, terugbetaling als het lager was.
Een paar dingen die opvielen bij deze regeling: vroeg je € 25.000 of meer aan, dan was een verklaring van een deskundige derde (accountant, fiscalist of boekhouder) verplicht. En anders dan bij eerdere TVL-regelingen moest je over deze subsidie inkomsten- of vennootschapsbelasting betalen.
Omdat de regeling gesloten is, kun je hier niet meer op aanvragen. Deze informatie is vooral relevant als je destijds een aanvraag deed en nog met de vaststelling, controle of eventuele terugbetaling te maken hebt.
Wie komt in aanmerking voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q1 2022 Startende ondernemingen?
Deze regeling is gesloten, maar de voorwaarden lieten scherp zien wie in aanmerking kwam. Je viel af als je niet aan alle onderstaande punten voldeed.
Basis-eisen (knock-out)
- Je had een mkb-onderneming (te toetsen met de Mkb-verklaring).
- Je schreef je onderneming voor het eerst in bij de KVK na 30 juni 2020 en uiterlijk 30 september 2021. Startte je eerder of later, dan viel je buiten deze regeling.
- Je omzetverlies in Q1 2022 was 30% of hoger vergeleken met de referentieperiode Q3 2021. Schreef je je onderneming pas na 30 juni 2021 in (dus in Q3 2021 zelf)? Dan gebruikte je als referentieperiode de eerste 3 volledige maanden na de inschrijfmaand.
- Je berekende vaste lasten kwamen uit op meer dan € 1.500 per kwartaal. Dit was geen echte lastenopgave, maar een uitkomst van je omzet keer het vastelastenpercentage van je SBI-code.
- Je onderneming had een vestiging in Nederland met een eigen voordeur of opgang, los van een privéwoning. Uitzonderingen golden voor onder meer horeca (SBI 56.10.1, 56.10.2, 56.30), markthandel, taxivervoer, rij-instructie, kermisattracties, luchtballonvaart, binnenvaart, zee- en kustvaart, goederenvervoer over de weg, verhuisvervoer en post- en koeriersdiensten.
- Je was geen financiële instelling en geen overheidsbedrijf.
- Je onderneming was niet failliet en had geen surseance van betaling aangevraagd.
Concernrelaties
Was je onderneming verbonden aan of onderdeel van een andere onderneming (bijvoorbeeld een dochteronderneming, werkmaatschappij, nieuw filiaal onder een aparte bv, of een franchisenemer die niet los staat van de franchisegever)? Dan viel je af als de inschrijfdatum van één van de verbonden ondernemingen in de groep vóór 1 juli 2020 lag. Waren alle ondernemingen in de groep gestart na 30 juni 2020, dan kon je wel aanvragen.
De-minimisplafonds
De regeling viel onder de Europese de-minimisverordening. Jij en alle verbonden ondernemingen mochten samen niet meer dan € 200.000 aan de-minimissteun ontvangen in het lopende belastingjaar en de 2 voorafgaande jaren. Voor specifieke sectoren gold een lager plafond: € 20.000 voor primaire landbouwproductie, € 30.000 voor visserij en aquacultuur, en € 100.000 voor wegenbouw. Zat je al aan dit plafond door eerdere de-minimissteun (bijvoorbeeld van een gemeente of provincie, of via de Startersregeling Q4 2021), dan kreeg je geen of een lager bedrag.
Documentatie
Vroeg je € 25.000 of meer aan, dan was een verklaring van een deskundige derde (accountant, fiscalist of boekhouder) verplicht. Zonder deze verklaring kon je de aanvraag niet afronden.
Kortom: je viel af bij een te vroege of te late KVK-inschrijving, te weinig omzetverlies, te lage berekende vaste lasten, het ontbreken van een geschikte vestiging, een concernrelatie met een oudere onderneming, een overschreden de-minimisplafond, of het ontbreken van de verplichte derdenverklaring bij grotere aanvragen.
Hoeveel subsidie krijg je?
Het minimum subsidiebedrag was € 1.500 per kwartaal, het maximum € 100.000 per kwartaal. Voor specifieke sectoren gold een lager maximum: goederenvervoerders over de weg kregen maximaal € 100.000 voor beide kwartalen samen (Q4 2021 en Q1 2022), landbouwbedrijven maximaal € 20.000 voor die 2 kwartalen, en visserij- en aquacultuurbedrijven maximaal € 30.000 voor die 2 kwartalen.
Hoe het bedrag werd berekend
De subsidie volgde uit deze formule:
subsidie = normale omzet (Q3 2021) x omzetverlies in % x aandeel vaste lasten (SBI-code) in % x 100%
Drie factoren bepaalden dus de hoogte:
- Je normale omzet in het referentiekwartaal Q3 2021 (of, bij latere inschrijving, de eerste 3 volledige maanden na inschrijving).
- Je omzetverlies in Q1 2022, uitgedrukt als percentage, met een minimum van 30% om überhaupt in aanmerking te komen.
- Het aandeel vaste lasten dat volgens CBS-branchegegevens bij jouw SBI-hoofdactiviteit hoorde. Dit was niet je werkelijke lastenpercentage, maar een vast brancheaandeel.
Het subsidiepercentage zelf lag vast op 100%.
Een onderneming had € 100.000 omzet in Q3 2021 en € 60.000 in Q1 2022: een omzetverlies van 40%. Het vastelastenaandeel voor de SBI-code was 25%. De subsidie kwam dan uit op € 100.000 x 40% x 25% x 100% = € 10.000, met een voorschot van 80% (€ 8.000) direct na toekenning.
Op en neer bij de vaststelling
Na de aanvraag kreeg je een voorschot van 80% op basis van je geschatte omzetverlies. Bij de vaststelling gaf je je werkelijke omzet door. Kwam je werkelijke omzetverlies overeen met de schatting, dan hield je het voorschot en kreeg je de laatste 20% erbij. Was je werkelijke omzetverlies hoger dan geschat, dan ging het totale subsidiebedrag omhoog. Was het lager, dan kreeg je minder dan de resterende 20% uitgekeerd, of moest je een deel van het voorschot terugbetalen.
Belangrijk verschil met andere TVL-regelingen
Over de subsidie uit deze Startersregeling Q1 2022 betaalde je inkomsten- of vennootschapsbelasting. Bij eerdere TVL-regelingen hoefde dat niet.
Wat zijn de voorwaarden van de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q1 2022 Startende ondernemingen?
Deze regeling is gesloten, maar de voorwaarden en verplichtingen blijven relevant voor wie destijds een aanvraag deed, bijvoorbeeld bij de vaststelling of een controle achteraf.
Hier val je op af
Wat je moet doen na toekenning
- Je moest na afloop van de subsidieperiode je werkelijke omzet doorgeven voor de vaststelling, uiterlijk 1 februari 2023 23:59 uur (deze datum was verschoven van 1 december 2022).
- Je leverde bij voorkeur de btw-aangifte(s) van Q1 2022 aan als bewijs, of een duidelijke uitdraai uit je boekhoudprogramma (met bedrijfsnaam, omzetbedrag en periode zichtbaar), of een goedgekeurde en gedeponeerde jaarrekening.
- Bleek je werkelijke omzetverlies hoger dan geschat, dan kreeg je meer subsidie. Was het lager, dan kreeg je minder van de resterende 20% of moest je een deel van het voorschot terugbetalen.
- Je moest over de ontvangen subsidie inkomsten- of vennootschapsbelasting betalen: dit was anders dan bij eerdere TVL-regelingen.
- Diende je later een suppletie in bij de Belastingdienst (aanpassing van je inkomsten- of vennootschapsbelasting) waaruit bleek dat je niet meer aan de voorwaarden voldeed? Dan kon de subsidie alsnog worden ingetrokken, tot 5 jaar na de vaststelling.
- RVO kon tot 5 jaar na de vaststelling je aanvraag achteraf controleren, ook als deze via een intermediair liep, en daarbij gegevens van de Belastingdienst gebruiken.
- Bleek bij controle dat je geen recht had op de subsidie, dan moest je het ontvangen bedrag terugbetalen. Lukte terugbetaling niet in één keer, dan kon je een betalingsregeling aanvragen van 6, 12, 18 of 24 maanden, zonder rente.
- RVO publiceerde de uitgekeerde subsidies, inclusief bedrijfsnaam, vestigingsplaats, sector, subsidiebedrag en doel van de subsidie.
- Bij oneens zijn met een beslissing over je aanvraag of de vaststelling kon je bezwaar maken.
Beoordeling: geen kwaliteitsbeoordeling, wel rekentoets
Deze regeling kende geen beoordeling op kwaliteit of volgorde van binnenkomst. RVO toetste simpelweg of je aan de voorwaarden voldeed en berekende het subsidiebedrag met de vaste formule (omzet x omzetverlies% x vastelastenpercentage x 100%). Wie aan de eisen voldeed, kreeg subsidie; er was geen concurrentie om een budgetplafond binnen de individuele aanvraag.
Verplichte documentatie bij hogere aanvragen
Vroeg je € 25.000 of meer aan, dan was een verklaring van een deskundige derde verplicht. Deze verklaring:
- moest worden afgegeven door een accountant, fiscalist of boekhouder;
- ging over het opgegeven omzetverlies en de echtheid van de startende onderneming;
- moest vóór je eigen aanvraag door de deskundige worden ingevuld en ingediend, waarna jij de pdf kreeg om te uploaden;
- vereiste dat de deskundige zelf ook met eHerkenning niveau 3 (machtiging 'RVO diensten op niveau eH3' of hoger) inlogde. Zonder deze verklaring kon je de aanvraag niet afronden.
Combinatie met andere steun
Voor de NOW-regeling telde de ontvangen TVL-tegemoetkoming niet mee als omzet. Vroeg je ook de Startersregeling Q4 2021 aan en kreeg je daar al het maximale bedrag van € 100.000 voor, dan mocht je voor deze combinatie geen andere de-minimissteun hebben ontvangen. Voerde je onder één KVK-nummer meerdere activiteiten uit die onder verschillende de-minimisverordeningen vielen, dan gold het laagste plafond, moest je een gescheiden boekhouding voeren per activiteit en moest de steun uitsluitend gebruikt worden voor de activiteit waarvoor die bedoeld was.
Hoe vraag je de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q1 2022 Startende ondernemingen aan?
Deze regeling is gesloten: aanvragen was alleen mogelijk tussen 7 juni 2022 09:00 uur en 2 augustus 2022 17:00 uur. De onderstaande stappen laten zien hoe het proces destijds verliep.
Stap 1: controleren of je mkb-onderneming bent
Twijfelde je of je onderneming als mkb-onderneming telde? Dan deed je de mkb-toets vooraf. Dit was nodig om te bepalen of je überhaupt in aanmerking kwam.
Stap 2: gegevens verzamelen
Voor de online aanvraag had je nodig:
- Inlogmiddel: eHerkenning niveau 3 met machtiging 'RVO diensten op niveau eH3' (of hoger), of DigiD. Bij gebruik van DigiD moest je wel geregistreerd staan bij KVK als eigenaar of bestuurder van het bedrijf.
- KVK-nummer van je onderneming (nadrukkelijk niet het vestigingsnummer of RSIN).
- Contactgegevens: naam, telefoonnummer, e-mailadres.
- Bankrekeningnummer op naam van je onderneming. Had je een eenmanszaak zonder zakelijke rekening, dan mocht je je privérekening opgeven waarop de zakelijke transacties liepen. Dit rekeningnummer gebruikte RVO voor de uitbetaling.
- (Geschatte) omzet van januari tot en met maart 2022, zonder btw en vóór aftrek van kosten. Eerder ontvangen TVL- of andere coronasteun (zoals TOGS of NOW) telde niet mee als omzet.
- Omzetgegevens van de referentieperiode Q3 2021 (of, bij latere inschrijving in Q3 2021 zelf, de eerste 3 volledige maanden na de inschrijfmaand).
- Een verklaring De-minimissteun, die je meestuurde met de aanvraag.
Een aantal KVK-gegevens werd automatisch ingevuld; deze controleerde je op juistheid.
Stap 3 (alleen bij aanvragen van € 25.000 of meer): verklaring deskundige derde
Bleek tijdens je aanvraag dat je in aanmerking kwam voor € 25.000 of meer, dan was een verklaring van een deskundige derde verplicht. Dit document:
- wordt ingevuld en ingediend door een accountant, fiscalist of boekhouder;
- bevat: gegevens van de deskundige en zijn relatie tot de onderneming (en sinds welk jaar), de gegevens van de onderneming (KVK-nummer, naam, inschrijfdatum Handelsregister), btw-gegevens, de omzet in de referentieperiode (Q1 2019 of Q1 2020) en de omzet in de subsidieperiode (Q1 2022);
- moest vóór jouw aanvraag al zijn ingevuld en ingediend door de deskundige, waarna deze een pdf ontving;
- die pdf uploadde jij bij je eigen aanvraag, samen met het KVK-nummer van de deskundige derde.
De deskundige derde logde hiervoor zelf in met eHerkenning niveau 3 met machtiging 'RVO diensten op niveau eH3' (of hoger); DigiD was voor dit onderdeel niet mogelijk. Accountants moesten bovendien instemmen met de aard en reikwijdte van de verklaring (die geen zekerheid biedt zoals bij een assurance-opdracht). Zonder deze verklaring kon je je aanvraag niet afronden.
Stap 4: aanvraag indienen
Je diende de aanvraag zelf online in binnen de openstellingsperiode. Buiten deze periode was aanvragen niet mogelijk.
Stap 5: beoordeling en voorschot
Na indiening beoordeelde RVO of je aanvraag aan de voorwaarden voldeed en berekende het voorlopige subsidiebedrag. Bij goedkeuring ontving je een voorschot van 80% op basis van je geschatte omzetverlies.
Stap 6: vaststelling na afloop
Na de subsidieperiode vroeg RVO je werkelijke omzet op, uiterlijk aan te leveren voor 1 februari 2023 23:59 uur. Vaak was het vaststellingsformulier al ingevuld met Belastingdienstgegevens en hoefde je alleen akkoord te geven. Moest je zelf gegevens invullen of aanpassen, dan gaf je je omzet door zonder btw, met bewijs zoals de btw-aangifte(s) van Q1 2022, een duidelijke uitdraai uit je boekhoudprogramma (met bedrijfsnaam, omzetbedrag en periode zichtbaar), of een goedgekeurde en gedeponeerde jaarrekening.
Wat gebeurt er na je aanvraag?
RVO beoordeelde je aanvraag en streefde ernaar dit zo snel mogelijk te doen. Je hoorde binnen maximaal 8 weken of je aanvraag werd goedgekeurd, met de mogelijkheid dat RVO deze termijn met nog eens 8 weken verlengde. Werd de termijn verlengd, dan kreeg je daarover altijd bericht. De beslissing ontving je per e-mail.
Voorschot direct na goedkeuring
Werd je aanvraag goedgekeurd, dan kreeg je een voorschot van 80% van het berekende subsidiebedrag, gebaseerd op je geschatte omzetverlies.
Vaststelling: het definitieve bedrag
Na afloop van de subsidieperiode (Q1 2022) vroeg RVO je per e-mail naar je werkelijke omzet. Dit moment heet de vaststelling. Je meldde je omzet uiterlijk 1 februari 2023 23:59 uur (deze deadline was verschoven van de eerdere datum van 1 december 2022). Je ging hiervoor naar de juiste regelingsperiode en klikte op 'Aanvraag Beheren'. Vaak was het formulier al voor je ingevuld met gegevens van de Belastingdienst en hoefde je alleen akkoord te geven. Soms moest je de werkelijke omzetgegevens zelf invullen of leverde je op verzoek aanvullende informatie aan.
Was je werkelijke omzetverlies gelijk aan je schatting, dan behield je het voorschot van 80% en ontving je de laatste 20%. Was je werkelijke omzetverlies hoger dan geschat, dan ging de totale subsidie omhoog. Was je omzetverlies lager dan geschat, dan kreeg je minder dan de resterende 20% uitgekeerd, of moest je een deel van het voorschot terugbetalen.
Terugbetalen
Moest je (een deel van) het voorschot terugbetalen en kon dat niet in één keer? Dan kon je om een betalingsregeling vragen, met een looptijd van 6, 12, 18 of 24 maanden. Over het terug te betalen bedrag werd geen rente gerekend.
Belastingplicht
Anders dan bij eerdere TVL-regelingen betaalde je over de ontvangen subsidie uit deze Startersregeling Q1 2022 inkomsten- of vennootschapsbelasting.
Bezwaar
Was je het niet eens met een beslissing over je aanvraag of over de definitieve vaststelling, dan kon je bezwaar maken via de daarvoor bestemde procedure.
Controle en handhaving, ook jaren later
RVO controleerde aanvragen met gegevens van de Belastingdienst, ook als de aanvraag via een intermediair liep. Bleek dat je geen recht had op de tegemoetkoming, dan kon RVO de aanvraag afwijzen of het uitbetaalde bedrag bij de vaststelling lager of op € 0 vaststellen; het te veel betaalde bedrag moest je dan terugbetalen. Tot 5 jaar na de vaststelling kon RVO je aanvraag alsnog controleren en daarbij om extra bewijsmateriaal vragen. Diende je later een suppletie in bij de Belastingdienst (een aanpassing van je inkomsten- of vennootschapsbelasting) waaruit bleek dat je niet meer aan de voorwaarden voldeed, dan kon de subsidie alsnog worden ingetrokken, ook dat tot 5 jaar na de vaststelling.
Openbaarmaking
RVO publiceerde de uitgekeerde subsidies uit deze regeling, met onder meer de naam en vestigingsplaats van de onderneming, de sector, het subsidiebedrag en het doel van de subsidie.
Vraag het dossier
Stel een vraag over Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q1 2022 Startende ondernemingen. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q1 2022 Startende ondernemingenrvo.nl · gecontroleerd 3 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.