Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q1 2021
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
Wat is de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q1 2021?
De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q1 2021 was een tegemoetkoming voor de vaste lasten van bedrijven over de periode 1 januari tot en met 31 maart 2021. De regeling is gesloten, je kunt hem niet meer aanvragen.
De TVL was bedoeld voor mkb-ondernemers en, na uitbreiding, ook voor grote ondernemingen (meer dan 250 medewerkers) die door de coronamaatregelen minimaal 30% omzet verloren ten opzichte van het eerste kwartaal van 2019. Voorwaarde was ook dat je vaste lasten (berekend, niet je werkelijke lasten) minimaal € 1.500 per kwartaal bedroegen.
Je kreeg subsidie op basis van je omzetverlies, het gemiddelde aandeel vaste lasten van je branche en een vast subsidiepercentage van 85%. Voor bepaalde sectoren golden extra opslagen: de detailhandel (VGD), de reisbranche (AR) en land- en tuinbouw. Ook was er een aparte, hogere regeling voor starters en voor grote ondernemingen.
Mkb-ondernemers konden aanvragen van 15 februari 2021 (12:00 uur) tot 18 mei 2021 (17:00 uur). Grote ondernemingen konden aanvragen van 10 mei 2021 (12:00 uur) tot 10 juni 2021 (17:00 uur). Je vroeg de subsidie aan op basis van je verwachte omzetverlies en kreeg dan eerst een voorschot van 80%. Na afloop van de periode gaf je je werkelijke omzet door, waarna RVO de definitieve subsidie vaststelde (de vaststelling). Bij een aanvraag van € 125.000 of hoger moest je bij de vaststelling een accountantsproduct aanleveren.
Wie komt in aanmerking voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q1 2021?
Je komt in aanmerking voor TVL Q1 2021 als je aan alle onderstaande harde eisen voldeed. Voldeed je aan één eis niet, dan viel je af.
Omzetverlies en vaste lasten
- Je bedrijf had in het 1e kwartaal van 2021 meer dan 30% omzetverlies vergeleken met het 1e kwartaal van 2019.
- Je berekende vaste lasten (niet je werkelijke vaste lasten) waren minimaal € 1.500 per kwartaal. Dit werd bepaald met het gemiddelde percentage vaste lasten van jouw branche.
Inschrijving en hoofdactiviteit
- Je bedrijf was vóór 15 maart 2020 opgericht en ingeschreven in het KVK Handelsregister.
- Je had je na 15 maart 2020 niet met terugwerkende kracht ingeschreven, en je SBI-code was niet aangepast om voor deze subsidie in aanmerking te komen.
- Bepalend was de hoofdactiviteit waarmee je op 15 maart 2020 in het Handelsregister stond. Alleen als je voor de TVL juni-september 2020 na herbeoordeling of bezwaar subsidie kreeg voor een andere SBI-code, kwam je ook met die code in aanmerking.
- Had je als hoofdactiviteit SBI-code 64.2, 64.30.3 of 70.10 zonder nevenactiviteit die recht gaf op TVL? Dan kwam je niet in aanmerking.
Uitgesloten SBI-codes
Je viel af als je hoofdactiviteit onder een van deze codes viel: 64 (financiële instellingen, met uitzondering van 64.2 en 64.30.3), 65 (verzekeringen en pensioenfondsen), 66 (overige financiële dienstverlening, met uitzondering van 66.21 en 66.22), 84 (openbaar bestuur), 85 (publiek bekostigd onderwijs), 97 (huishoudens als werkgever), 98 (productie voor eigen gebruik door huishoudens) en 99 (extraterritoriale organisaties). Voor nevenactiviteiten golden vergelijkbare uitsluitingen binnen codes 64, 65 en 66.
Financiële gezondheid
- Je bedrijf was op 31 december 2019 niet financieel in moeilijkheden.
- Je bedrijf was op of na 31 december 2019 niet failliet.
- Aan je bedrijf was op het moment van aanvraag geen surséance van betaling verleend.
- Je mocht in totaal niet meer dan € 1.800.000 (bruto) aan overheidssteun ontvangen binnen de Tijdelijke Kaderregeling. Bij visserij en aquacultuur was dit maximaal € 270.000, bij primaire productie van landbouwproducten maximaal € 225.000. Maakte je onderdeel uit van een groep, dan gold het maximum voor de hele groep samen.
Vestiging
- Je bedrijf had een fysieke vestiging in Nederland, geregistreerd in het Handelsregister.
- Minstens één vestiging had een ander adres dan je privéadres, of stond los van de privéwoning met een eigen op- of toegang (met bewijs bij de aanvraag). Uitzonderingen golden voor bepaalde horeca (SBI 56.10.1, 56.10.2, 56.30) en ambulante ondernemingen (onder meer taxi's, markthandel, kermis, touringcars, vervoer en koeriersdiensten): daar mocht het privéadres gelijk zijn aan het vestigingsadres.
Wie extra viel af of extra eisen had
- Zorgondernemers: alleen als je, ook na aftrek van een continuïteitsbijdrage van een zorginkoper, nog minimaal 30% omzetverlies had.
- Amateursportclubs konden in één kwartaal niet zowel TVL als TASO krijgen.
- Grote ondernemingen (meer dan 250 medewerkers) konden pas vanaf 10 mei 2021 aanvragen, via een aparte regeling.
Waarvoor krijg je subsidie?
De TVL Q1 2021 vergoedde geen losse kostenposten met bonnetjes, maar een berekend bedrag aan vaste lasten over de periode 1 januari tot en met 31 maart 2021.
De basisformule
De subsidie werd zo berekend: subsidie = normale omzet x omzetverlies in % x aandeel vaste lasten in % x 85%
- Normale omzet (referentieomzet): je omzet in het 1e kwartaal van 2019, zonder btw en vóór aftrek van kosten. Bij btw-aangifte gebruikte je de posten 'Prestaties binnenland' (1a, 1b, 1c, 1e) en 'Prestaties naar of in het buitenland' (3a, 3b, 3c). Startte je later, dan gold een aangepaste referentieperiode:
- Ingeschreven na 31 december 2018 tot en met 30 september 2019: omzet van de eerste drie maanden van het volle kalenderkwartaal na je startmaand.
- Ingeschreven na 30 september 2019 tot en met 30 november 2019: omzet van de eerste drie volle maanden na de startdatum.
- Ingeschreven na 30 november 2019 tot en met 29 februari 2020: referentieomzet = (omzet vanaf de dag na start tot en met 15 maart 2020) / aantal actieve maanden x 3.
- Ingeschreven na 29 februari 2020 tot en met 15 maart 2020: je omzet kon niet worden bepaald. Je ontving de minimale subsidie als je berekende vaste lasten in januari-maart 2021 minimaal € 1.500 waren.
- Omzetverlies in %: (normale omzet - verwachte omzet januari-maart 2021) / normale omzet x 100. Moest minimaal 30% zijn.
- Aandeel vaste lasten in %: geen werkelijke lasten, maar het gemiddelde percentage vaste lasten van jouw branche volgens CBS-cijfers, gekoppeld aan je SBI-code. Vaste lasten = normale omzet x aandeel vaste lasten in %. Dit bedrag moest na berekening hoger zijn dan € 1.500.
- Subsidiepercentage: een vast percentage van 85% van het bovenstaande, voor iedereen met minimaal 30% omzetverlies die aan de voorwaarden voldeed.
Extra opslagen boven op de basisberekening
- *Opslag Voorraad Gesloten Detailhandel (VGD):* voor non-food detailhandelaars.
- *Opslag Annuleringskosten Reizen (AR):* eenmalige opslag van 3,4% voor reisbureaus en touroperators (SBI-code 79.11 en 79.12), die je niet hoefde terug te betalen. Deze opslag kwam boven op het reguliere vaste-lastenpercentage van je branche. Berekening: € 1.200.000 x 95% x 9,4% x 85% = € 91.086 totaal, waarvan € 58.140 reguliere TVL (€ 1.200.000 x 95% x 6% x 85%) en € 32.946 de eenmalige AR-opslag. De opslag AR kende een maximum van € 130.000 en een minimum van € 500. Je kwam alleen voor deze opslag in aanmerking als je ook voor de reguliere TVL Q1 2021 in aanmerking kwam; de vestigingseis van de TVL bleef gelden en kon niet worden losgelaten.
- *Opslag speciale kosten land- en tuinbouw:* een opslag voor land- en tuinbouwbedrijven.
Wat je niet kreeg
- Geen vergoeding op basis van je werkelijke vaste lasten; de berekening ging altijd uit van het branchegemiddelde via je SBI-code, ook als je eigen lasten hoger of lager waren.
- Geen subsidie als je berekende vaste lasten onder € 1.500 per kwartaal bleven.
- Geen aparte regeling voor annuleringskosten als je niet al in aanmerking kwam voor de reguliere TVL (bijvoorbeeld omdat je niet aan de vestigingseis voldeed).
- Zzp'ers zonder aparte praktijkruimte en zonder recht op TVL konden geen opslag AR krijgen; zij werden verwezen naar TOZO of TONK.
Let op bij de NOW
De TVL-subsidie (en toeslagen daarop) telt mee als omzet voor de NOW-regeling. Dit kon gevolgen hebben voor bedrijven met een hoog percentage vaste lasten (34% of meer) én een omzetverlies dicht bij de 30%-drempel: zij liepen het risico dat ze loonkostensubsidie van de NOW moesten terugbetalen.
Hoeveel subsidie krijg je?
Het subsidiepercentage voor TVL Q1 2021 was vast: 85% van de berekende vaste lasten maal je omzetverlies. Dit gold voor alle ondernemers met minimaal 30% omzetverlies die aan de voorwaarden voldeden.
Basisberekening
subsidie = normale omzet x omzetverlies in % x aandeel vaste lasten in % x 85%
Het aandeel vaste lasten is het gemiddelde percentage van jouw branche (via CBS-cijfers en je SBI-code), niet je werkelijke lasten.
Minimum en maximum bedragen
- Minimum subsidiebedrag: € 1.500 per kwartaal (verhoogd vanaf € 750).
- Minimale vaste lasten om in aanmerking te komen: € 1.500 per kwartaal (verlaagd vanaf € 3.000).
- Maximum subsidiebedrag voor mkb-bedrijven: € 550.000 per kwartaal (verhoogd vanaf € 90.000).
- Maximum subsidiebedrag voor niet-mkb-bedrijven: € 600.000 per kwartaal.
Voorschot en vaststelling
Je kreeg bij goedkeuring eerst een voorschot van 80% op basis van je verwachte omzetverlies. Na afloop van het kwartaal gaf je je werkelijke omzet door. Kwam je werkelijke omzetverlies overeen met je schatting, dan kreeg je de resterende 20%. Was het omzetverlies hoger, dan kreeg je alsnog meer subsidie. Was het lager, dan kreeg je minder dan die 20% of moest je een deel van het voorschot terugbetalen.
Opslagen boven op het basisbedrag
- Opslag Voorraad Gesloten Detailhandel (VGD) voor non-food detailhandel: 21% met een maximum van € 300.000 (was 5,6% met maximum € 20.160).
- Opslag Annuleringskosten Reizen (AR) voor de reisbranche (SBI 79.11 en 79.12): eenmalig 3,4% boven op het reguliere percentage, met een maximum van € 130.000 en een minimum van € 500 voor de opslag zelf.
Overheidssteun-plafond
Na toekenning van de subsidie mocht je in totaal niet meer dan € 1.800.000 (bruto) aan overheidssteun hebben ontvangen binnen de Tijdelijke Kaderregeling (voor de hele groep als je bedrijf onderdeel was van een groep). Voor visserij en aquacultuur gold een maximum van € 270.000, voor primaire productie van landbouwproducten € 225.000.
Extra administratieve eis bij hoge bedragen
Bij een aanvraag van € 125.000 of hoger moest je bij de vaststelling een accountantsproduct aanleveren (rapport van feitelijke bevindingen of samenstellingsverklaring), waarin onder meer je relevante omzet en ontvangen overheidssteun werden bevestigd.
Wat zijn de voorwaarden van de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q1 2021?
De volgende eisen waren harde afwijzingsgronden: voldeed je er niet aan, dan kwam je niet in aanmerking, los van hoe goed je dossier verder was.
- Minimaal 30% omzetverlies in het 1e kwartaal van 2021 ten opzichte van het 1e kwartaal van 2019.
- Berekende vaste lasten van minimaal € 1.500 per kwartaal (branchegemiddelde, niet je werkelijke lasten).
- Inschrijving in het KVK Handelsregister vóór 15 maart 2020, zonder latere inschrijving met terugwerkende kracht of aangepaste SBI-code om voor de subsidie in aanmerking te komen.
- Geen hoofdactiviteit in een uitgesloten SBI-code (onder meer 64, 65, 66 met enkele uitzonderingen, 84, 85, 97, 98, 99).
- Financieel gezond op 31 december 2019 (niet in moeilijkheden, niet failliet), en geen surséance van betaling op moment van aanvraag.
- Niet boven het maximum van € 1.800.000 aan overheidssteun binnen de Tijdelijke Kaderregeling komen (of € 270.000 voor visserij/aquacultuur, € 225.000 voor landbouw).
- Fysieke vestiging in Nederland, geregistreerd bij KVK, met (in beginsel) een ander adres dan je privéadres of een eigen op- of toegang (met uitzonderingen voor specifieke SBI-codes in horeca en ambulante handel).
- Zorgondernemers: na aftrek van eventuele continuïteitsbijdrage nog minimaal 30% omzetverlies.
- Amateursportclubs: niet tegelijk TASO én TVL in hetzelfde kwartaal.
Er is geen sprake van een kwalitatieve beoordeling op basis van punten of weging; de TVL werkte met knock-out eisen plus een rekenformule. RVO toetste:
- Of je aan alle bovengenoemde voorwaarden voldeed, op basis van de KVK-gegevens zoals geregistreerd op 15 maart 2020.
- Of je een mkb- of niet-mkb-onderneming was (met de mkb-toets), wat bepaalde welk maximumbedrag en welk aanvraagvenster gold.
- De hoogte van je omzetverlies en berekende vaste lasten, volgens de formule: normale omzet x omzetverlies% x aandeel vaste lasten% x 85%.
- Bij een aanvraag van € 125.000 of hoger: extra controle via een accountantsproduct op je mkb-status, verbonden ondernemingen, relevante omzet en totale ontvangen overheidssteun.
Er is geen sprake van "op volgorde van binnenkomst" of een kwaliteitsranking: iedereen die aan de voorwaarden voldeed binnen de aanvraagtermijn en het beschikbare budget kreeg subsidie volgens de vaste formule.
Aanvullende voorwaarden voor specifieke groepen
- Mkb-onderneming met aanvraag van € 125.000 of hoger: je moest bij de vaststelling een accountantsproduct aanleveren.
- Was je bedrijf controleplichtig? Dan had je een 'rapport van feitelijke bevindingen' (COS4400N) nodig.
- Was je bedrijf niet controleplichtig? Dan had je een 'samenstellingsverklaring' (COS4416N) nodig.
- Beide documenten moesten bevestigen: dat je een mkb-bedrijf was, welke ondernemingen met jou verbonden waren (met KVK-nummers), je relevante omzet in de subsidie- en referentieperiode, en hoeveel overheidssteun je in totaal binnen de Kaderregeling ontving. Een accountant stelde en ondertekende dit document; had je geen accountant, dan kon je er alsnog een inschakelen.
- Horecaondernemingen met SBI-code 56.10.1 of 56.10.2: je moest verklaren minimaal één horecagelegenheid te huren, pachten of in eigendom te hebben.
- Zorgondernemers: je mocht alleen een beroep doen op TVL als je, rekening houdend met een eventuele continuïteitsbijdrage van een zorginkoper, nog steeds minimaal 30% omzetverlies had.
- Amateursportclubs: je moest kiezen tussen TVL en TASO per kwartaal, niet beide gebruiken.
Wat je ná toekenning moest doen
- Je gaf voor 11 november 2021 (17:00 uur) je werkelijke omzet over januari-maart 2021 door in je online dossier (met uitstel mogelijk tot 10 juni 2022). RVO had dit formulier vaak al vooringevuld met Belastingdienst-gegevens; je controleerde en bevestigde deze, of vulde ze zelf aan.
- Je leverde bewijsstukken van je omzet aan: btw-aangiftes van de subsidieperiode (en referentieperiode als de omzet afwijkt van de aanvraag), een uitdraai uit je boekhoudprogramma met bedrijfsnaam, omzetbedrag en periode, of een goedgekeurde en gedeponeerde jaarrekening.
- Bij een aanvraag van € 125.000 of hoger leverde je het vereiste accountantsproduct aan.
- Was je werkelijke omzetverlies lager dan geschat, dan moest je (een deel van) het voorschot terugbetalen. Dit kon in 6, 12, 18 of 24 maandelijkse termijnen, of via een persoonlijke betalingsregeling. Er werd geen rente gerekend.
- Je gaf de ontvangen TVL op in je aangifte inkomstenbelasting 2021, bij de rubrieken 'Vrijgestelde winstbestanddelen' en 'Buitengewone baten en lasten'. De TVL zelf is onbelast.
- Hield je ook NOW aan? Dan moest je rekening houden met het effect van TVL-inkomsten op je NOW-berekening, eventueel in overleg met je boekhouder of accountant.
- Tot 5 jaar na de definitieve vaststelling kon RVO je aanvraag achteraf controleren en om extra bewijsmateriaal vragen. Bleek dat je geen recht had op de subsidie, dan moest je die terugbetalen.
- Diende je na toekenning een suppletie in bij de Belastingdienst waaruit bleek dat je niet meer aan de voorwaarden voldeed? Dan trok RVO de subsidie alsnog in.
- RVO publiceerde verplicht (binnen een jaar na de verleningsbeschikking, minimaal 10 jaar beschikbaar) gegevens over je onderneming en subsidie, waaronder naam, vestigingsplaats, sector, mkb-status, bedrag en doel van de subsidie.
Hoe vraag je de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q1 2021 aan?
Wanneer aanvragen
- Mkb-ondernemers: van 15 februari 2021 (12:00 uur) tot 18 mei 2021 (17:00 uur).
- Grote ondernemingen (meer dan 250 medewerkers): van 10 mei 2021 (12:00 uur) tot 10 juni 2021 (17:00 uur), via een aparte regeling.
Alleen aanvragen die binnen deze termijnen binnenkwamen, werden in behandeling genomen.
Stap 1: voorbereiden
Je bepaalde eerst of je een mkb- of niet-mkb-onderneming was, met de mkb-verklaring/mkb-toets. Dit was nodig om te weten welk aanvraagvenster en welk maximumbedrag voor jou gold. Ook keek je naar je SBI-code zoals geregistreerd op 15 maart 2020 in het KVK Handelsregister, want deze bepaalde je percentage vaste lasten en of je uitgesloten was.
Stap 2: aanvraag indienen
Je diende je aanvraag in op basis van je verwachte omzetverlies voor januari-maart 2021.
Was je vestiging niet duidelijk gescheiden van je privéadres (geen eigen op- of toegang, en geen uitzondering van toepassing)? Dan moest je hiervan bewijs meesturen bij de aanvraag.
Stap 3: beoordeling
RVO toetste je aanvraag aan de voorwaarden, uitgaand van de KVK-gegevens op 15 maart 2020. Je ontving binnen 8 weken een beslissing per e-mail. RVO kon deze termijn met nog eens 8 weken verlengen; in dat geval kreeg je daarvan altijd bericht.
Stap 4: voorschot
Werd je aanvraag goedgekeurd? Dan ontving je een voorschot van 80% op basis van je verwachte omzetverlies, meestal binnen 5 werkdagen na de beslissing.
Stap 5: vaststelling (na afloop van de periode)
Na afloop van het kwartaal moest je je werkelijke omzet doorgeven. Dit deed je in je online dossier via 'Aanvraag' en 'Beheren', vóór 11 november 2021 (17:00 uur), met uitstel mogelijk tot 10 juni 2022.
Documenten en gegevens die je hierbij kon of moest aanleveren:
- Btw-aangifte(s) van het 1e kwartaal 2021 (en van de referentieperiode als je omzet afwijkt van de aanvraag). Dit is een document dat je normaal al bij de Belastingdienst indient; geen apart ondertekeningsvereiste genoemd.
- Uitdraai uit je boekhoudprogramma, met daarop duidelijk zichtbaar de bedrijfsnaam, het omzetbedrag en de periode.
- Goedgekeurde en gedeponeerde jaarrekening, als alternatief bewijs van je omzet.
Vaak had RVO het vaststellingsformulier al vooringevuld met gegevens van de Belastingdienst; je controleerde deze dan alleen en gaf akkoord.
Extra document bij aanvragen van € 125.000 of hoger
Bij deze hogere aanvragen moest je bij de vaststelling een accountantsproduct aanleveren:
- Rapport van feitelijke bevindingen (COS4400N), als je bedrijf controleplichtig was. Dit wordt opgesteld en ondertekend door een accountant.
- Samenstellingsverklaring (COS4416N), als je bedrijf niet controleplichtig was. Ook dit document wordt opgesteld en ondertekend door een accountant.
Beide documenten moesten bevestigen: je mkb-status, de met jouw onderneming verbonden ondernemingen (met KVK-nummers), je relevante omzet in de subsidie- en referentieperiode, en het totaal aan ontvangen overheidssteun binnen de Kaderregeling. Had je zelf geen accountant, dan kon je er een inschakelen specifiek voor dit document.
Extra verklaring voor bepaalde horecaondernemingen
Had je een horecaonderneming met SBI-code 56.10.1 of 56.10.2? Dan verklaarde je dat je minimaal één horecagelegenheid huurde, pachtte of in eigendom had.
Uitkomst van de vaststelling
- Kwam je werkelijke omzetverlies overeen met je schatting? Dan kreeg je de resterende 20% uitgekeerd.
- Was je omzetverlies hoger dan geschat? Dan kreeg je alsnog een hogere subsidie.
- Was je omzetverlies lager? Dan kreeg je minder dan die 20%, of moest je een deel van het voorschot terugbetalen. Leverde je geen bewijsstukken aan, dan moest je het hele voorschot terugbetalen.
Wat gebeurt er na je aanvraag?
Wie beoordeelt en hoe lang duurt het
RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) beoordeelde je aanvraag, uitgaand van de gegevens in het KVK Handelsregister op 15 maart 2020. Je ontving binnen 8 weken na je aanvraag een beslissing per e-mail. RVO kon deze termijn met nog eens 8 weken verlengen; als dat nodig was, kreeg je hierover altijd bericht.
Voorschot
Werd je aanvraag goedgekeurd, dan kreeg je een voorschot van 80% op basis van je verwachte omzetverlies. Dit voorschot werd meestal binnen 5 werkdagen na de beslissing uitgekeerd.
Vaststelling: het definitieve bedrag
Na afloop van de subsidieperiode (1 januari tot en met 31 maart 2021) moest je je werkelijke omzet doorgeven. Dit moest vóór 11 november 2021 (17:00 uur), met de mogelijkheid tot uitstel tot 10 juni 2022. Je deed dit in je online dossier via 'Aanvraag' en 'Beheren'. Vaak had RVO het formulier al gedeeltelijk ingevuld met Belastingdienst-gegevens, die je alleen nog hoefde te controleren en te bevestigen.
Gaf je niets door voor de uiterste datum, dan stelde RVO de definitieve subsidie automatisch vast op basis van je gegevens bij de Belastingdienst.
Op basis van je werkelijke omzetverlies berekende RVO het definitieve subsidiebedrag:
- Kwam dit overeen met je geschatte omzetverlies, dan ontving je de resterende 20%.
- Was het omzetverlies hoger dan geschat, dan kreeg je alsnog een hoger bedrag.
- Was het omzetverlies lager, dan kreeg je minder dan die 20%, of moest je (een deel van) het voorschot terugbetalen.
Terugbetalen
Moest je terugbetalen en kon dat niet in één keer? Dan kon je dit bedrag spreiden over 6, 12, 18 of 24 maanden, of een persoonlijke betalingsregeling aanvragen. Over het terug te betalen bedrag werd geen rente gerekend.
Verplichtingen tijdens en na de looptijd
- De ontvangen TVL en eventuele toeslagen tellen mee als omzet voor andere regelingen, met name de NOW. Had je ook NOW aangevraagd, dan kon dit gevolgen hebben, vooral als jouw branche een hoog percentage vaste lasten had (34% of meer) en je omzetverlies dicht bij de 30%-drempel lag. In dat geval liep je het risico een deel van je NOW-loonkostensubsidie te moeten terugbetalen. Je kon er in dat geval voor kiezen bij de vaststelling van TVL Q1 of Q2 een lager omzetverlies op te geven; RVO raadde aan dit met een boekhouder of accountant te bespreken.
- De TVL is onbelast, maar je moest deze wel opgeven in je aangifte inkomstenbelasting over 2021, bij de rubrieken 'Vrijgestelde winstbestanddelen' en 'Buitengewone baten en lasten'.
- Tot 5 jaar na de definitieve vaststelling kan RVO je aanvraag achteraf controleren, en daarbij om extra bewijsmateriaal vragen. Blijkt dat je geen recht had op de subsidie, dan betaal je het ontvangen bedrag terug.
- Diende je na toekenning een suppletie in bij de Belastingdienst (op de inkomsten- of vennootschapsbelasting) waaruit blijkt dat je niet meer aan de voorwaarden voldeed, dan trekt RVO de subsidie alsnog in.
- RVO is wettelijk verplicht om gegevens over je subsidie openbaar te maken: naam en vestigingsplaats van je onderneming, je sector, of je mkb'er bent, het bedrag en het doel van de subsidie. Dit gebeurt binnen een jaar na de verleningsbeschikking en de gegevens blijven minimaal 10 jaar beschikbaar.
Bezwaar
Ben je het niet eens met de beslissing over je aanvraag of met de definitieve vaststelling? Dan kun je bezwaar maken.
Welke documenten heb je nodig?
Het loket publiceert 1 document bij deze regeling: formats, verklaringen en de regelingtekst zelf. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.
- KaderregelingDownloadDocument
Vraag het dossier
Stel een vraag over Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q1 2021. Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) Q1 2021rvo.nl · gecontroleerd 3 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.