Subsidie Actieve soortenbescherming 2024-2027 (vervallen)
Provincie Limburg
Wat is de Subsidie Actieve soortenbescherming 2024-2027 (vervallen)?
Deze subsidie was bedoeld om actieve soortenbescherming in de provincie Limburg te stimuleren: concrete activiteiten die bedreigde dier- en plantensoorten helpen, zoals herstel van leefgebieden, onderzoek, kweek- of fokprogramma's en kennisoverdracht. De regeling is inmiddels vervallen; de looptijd liep van 19 november 2024 tot en met 16 december 2025.
De subsidie was bestemd voor zowel rechtspersonen (organisaties) als natuurlijke personen (particulieren). Voorwaarde was dat je activiteit gericht was op het bevorderen van actieve soortenbescherming in Limburg, of aanwijsbaar ten goede kwam aan de provincie. Als je voor de activiteit geen eigenaar van de grond was, moest je schriftelijke toestemming van de grondeigenaar hebben. Ook moest je, als dat wettelijk verplicht was, een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit hebben, of daarvan zijn vrijgesteld.
Je kreeg maximaal 95% van de totale subsidiabele projectkosten vergoed, met een minimum van € 2.500 en een maximum van € 110.000 per aanvraag.
De aanvraag verliep via het klantportaal van de provincie Limburg, waarvoor je eHerkenning (organisaties) of DigiD (particulieren) nodig had. Via dit portaal liep ook alle correspondentie over je aanvraag, openstaande taken en wijzigingen tijdens het project.
Voor de volledige voorwaarden, beoordelingscriteria en verplichtingen verwijst het loket zelf naar de volledige tekst van de regeling: de "Nadere subsidieregels actieve soortenbescherming 2024-2027", aangevuld met het onderliggende Programma Actieve Soortenbescherming 2024-2027 en een GegevensLeveringsProtocol dat de technische eisen aan aan te leveren documenten en data beschrijft.
Wie komt in aanmerking voor de Subsidie Actieve soortenbescherming 2024-2027 (vervallen)?
Deze regeling is vervallen: aanvragen kan niet meer. De looptijd was van 19 november 2024 tot en met 16 december 2025. Dit waren de harde eisen die golden.
Wie kon aanvragen
- Zowel rechtspersonen (organisaties) als natuurlijke personen (particulieren) kwamen in aanmerking.
- Er was geen beperking tot bepaalde sectoren.
Zeggenschap over de grond Als de activiteit dat noodzakelijk maakte, moest je een van deze twee dingen kunnen aantonen:
- je hebt juridische zeggenschap over de grond waarop of waaraan de activiteit wordt uitgevoerd, of
- je hebt schriftelijke toestemming van de eigenaar(s) van die grond om deze te gebruiken en de activiteit uit te voeren.
Zonder juridische zeggenschap of schriftelijke toestemming van de grondeigenaar viel je dus af, tenminste als de activiteit dit vereiste.
Inhoudelijke eisen aan de activiteit
- De activiteit moest gericht zijn op het bevorderen van actieve soortenbescherming.
- De activiteit moest gericht zijn op de provincie Limburg en/of aanwijsbaar ten goede komen aan Limburg. Projecten zonder Limburgse link vielen dus af.
Vergunning flora- en fauna-activiteit Subsidie werd alleen verstrekt als je, voor zover wettelijk nodig, beschikte over:
- een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit (conform artikel 5.1, tweede lid en onder g, van de Omgevingswet), of
- een vrijstelling van die vergunningplicht voor de betreffende activiteit.
Ontbrak deze vergunning terwijl die wel nodig was, en was er ook geen vrijstelling, dan kwam je niet in aanmerking.
Bedragen als grens De subsidie bedroeg minimaal € 2.500 en maximaal € 110.000 per aanvraag, tot maximaal 95% van de subsidiabele projectkosten. Een aanvraag onder de € 2.500 kwam dus niet in aanmerking; boven € 110.000 werd niet meer uitgekeerd dan dat bedrag.
Dit zijn onder andere de voorwaarden; voor de volledige criteria is de volledige tekst van de regeling zelf leidend (Nadere subsidieregels Actieve soortenbescherming 2024-2027).
Let op: omdat de regeling is vervallen, is dit overzicht alleen nog relevant om te begrijpen hoe de regeling destijds werkte, niet om nu nog aan te vragen.
Waarvoor krijg je subsidie?
Wel is duidelijk welke typen activiteiten en maatregelen voor subsidie in aanmerking kwamen en welke financiële rekenregel gold.
Waarvoor de subsidie was bedoeld De subsidie was gericht op activiteiten die actieve soortenbescherming in Limburg bevorderen. Het onderliggende Programma Actieve Soortenbescherming 2024-2027 noemt daarbij vier typen maatregelen die voor subsidie in aanmerking komen:
- Onderzoek, inclusief monitoring, met de voorwaarde dat dit onderzoek niet al plaatsvindt vanuit een ander kanaal zoals het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM). Denk aan onderzoek naar verspreiding van een soort, dispersieafstanden, habitat- of voedselkeuze, genetische gezondheid van kleine populaties, of de effectiviteit van beheermaatregelen.
- Inrichtings- en beheermaatregelen. Dit zijn concrete fysieke maatregelen in het veld, zoals herstel van leefgebieden, aanleg van poelen, natuurvriendelijke oevers, vispassages, aangepast maai- of hakhoutbeheer, of ontsnipperingsmaatregelen.
- Kennisoverdracht en communicatie, waaronder educatie. Dit betreft bijvoorbeeld het informeren van terreinbeheerders over effectieve maatregelen, of natuureducatie gericht op jongeren.
- Kweek- of fokprogramma's, die kunnen resulteren in repopulatietrajecten (versterken van bestaande populaties) of het bijplaatsen van dieren of planten in nieuw habitat.
Deze maatregelen moeten passen binnen de prioritering van soorten die het programma hanteert: voorrang gaat naar soorten van Bijlage IV Habitatrichtlijn zonder aangewezen gebieden, vervolgens naar dier- en plantensoorten die van origine alleen in Limburg voorkomen, daarna naar soorten van bijlage IX van het Besluit activiteiten leefomgeving die ook op de Rode Lijst staan, dan overige Rode Lijst-soorten, en als laagste prioriteit soorten zonder Rode Lijst-status waarvan aannemelijk is dat ze bedreigd zijn of maar één vindplaats in Limburg hebben.
Daarnaast liggen er vijf speerpunten aan de regeling ten grondslag waar projecten zich vaak op richten: bepaalde soorten in agrarisch gebied (zoals hamster, zomertortel, patrijs, kwartelkoning, steenuil), diersoorten met grootschalig ruimtegebruik (zoals rode wouw, zwarte wouw, oehoe, raaf, boomvalk, vleermuizen, wilde kat), ontsnippering van infrastructuur, noodhulp aan zieke of gewonde beschermde inheemse wilde dieren (let op: hiervoor bestaat een aparte subsidieregeling), en soortenbescherming door, voor en met vrijwilligers.
De financiële rekenregel voor kosten Voor de kosten zelf geldt één centrale rekenregel: de subsidie bedraagt maximaal 95% van de totale subsidiabele projectkosten, met een minimum van € 2.500 en een maximum van € 110.000 per aanvraag. Welke specifieke kostenposten (bijvoorbeeld uurtarieven voor personeel, materiaalkosten, kosten voor inhuur van derden) precies subsidiabel zijn en tegen welk tarief, hangt af van het door Gedeputeerde Staten vastgestelde begrotingsformat (te vinden via de link op de provinciale website of het formulierenportaal), dat als vast sjabloon verplicht is bij de aanvraag en waarmee je de exacte kostenberekening maakt.
Wat niet subsidiabel is Deze subsidieregeling is niet bedoeld om structurele tekorten in andere beheersubsidieregelingen (zoals voor agrarisch natuurbeheer of regulier natuurbeheer) op te vangen. In een enkel geval is de regeling wel als overbrugging ingezet, maar dit is niet de bedoeling van de regeling. Ook wordt onderzoek dat al gefinancierd wordt vanuit bijvoorbeeld het Netwerk Ecologische Monitoring, of onderzoek waarvoor het ministerie van LVVN verantwoordelijk is, hier niet mee gefinancierd: dat loopt via andere kanalen of budgetten (zoals Natura 2000-middelen). Ook activiteiten voor soorten waarvoor in Limburg al beschermde Natura 2000-gebieden zijn aangewezen, krijgen in beginsel minder prioriteit binnen deze regeling, omdat die primair ondersteund worden vanuit Natura 2000-budgetten.
Voor details over btw-behandeling, overheadopslagen, of uitsluiting van bepaalde kostenposten zoals aankoop van grond of apparatuur, is de volledige tekst van de nadere subsidieregels leidend.</tekst> </invoke>
Hoeveel subsidie krijg je?
De subsidie bedroeg maximaal 95% van de totale subsidiabele projectkosten van je project. De overige minimaal 5% moest je dus zelf of via cofinanciering inbrengen.
Daarbovenop gold een ondergrens en een bovengrens per aanvraag:
- minimaal € 2.500 per subsidieaanvraag
- maximaal € 110.000 per subsidieaanvraag
Dit betekent in de praktijk twee dingen. Ten eerste: als 95% van je subsidiabele kosten uitkomt op minder dan € 2.500, kwam je project niet voor subsidie in aanmerking (de aanvraag moest minimaal dit bedrag opleveren). Ten tweede: ook als je projectkosten zo hoog waren dat 95% ervan boven € 110.000 zou uitkomen, kreeg je nooit meer dan € 110.000 per aanvraag.
Het maximale percentage staat vast op 95%. Wel is duidelijk dat dit percentage een maximum is ("maximaal 95%"), wat suggereert dat in de uitwerking van individuele aanvragen een lager percentage kon worden toegekend, bijvoorbeeld als niet alle opgevoerde kosten als subsidiabel werden aangemerkt.
Voor de bredere financiële context: het Programma Actieve Soortenbescherming 2024-2027 vermeldt dat er jaarlijks ongeveer € 1.050.000 structureel beschikbaar is voor het hele programma Actieve Soortenbescherming, waarvan een deel naar deze subsidieregeling ging en een deel naar opdrachten, de subsidieregeling Noodhulp zieke, verweesde of gewonde beschermde inheemse wilde dieren, en incidentele subsidies. Voor 2024 en 2025 was budget gereserveerd voor deze subsidieregeling. De voorganger van deze regeling (2022-2024) werd ingetrokken toen het budgetplafond werd bereikt, dus ook bij deze regeling gold vermoedelijk een moment waarop het budget op was.</tekst> </invoke>
Wat zijn de voorwaarden van de Subsidie Actieve soortenbescherming 2024-2027 (vervallen)?
Knock-outeisen Deze eisen moesten sowieso in orde zijn, anders werd een aanvraag niet gehonoreerd:
Waarop wordt beoordeeld
- Er is geen puntensysteem of percentagegewogen scorelijst zoals bij tenders vaak gebruikt wordt. Wel blijkt uit het onderliggende Programma Actieve Soortenbescherming 2024-2027 dat er een duidelijke prioriteringslogica gehanteerd wordt bij de vraag welke soorten en projecten voorrang krijgen:
- Prioriteit 1 (hoogste): soorten van Bijlage IV Habitatrichtlijn zonder aangewezen gebieden, en vogels van de Vogelrichtlijn zonder aangewezen gebieden die de laatste 10 jaar in Limburg zijn waargenomen en waarvan minimaal 15% van de Nederlandse populatie in Limburg zit.
- Prioriteit 2: dier- en plantensoorten die van origine alleen in Limburg voorkomen in Nederland, met de in Nederland met uitsterven bedreigde soorten als hoogste binnen deze categorie.
- Prioriteit 3: soorten van bijlage IX (artikel 11.54 Besluit activiteiten leefomgeving) die ook op de Rode Lijst staan.
- Prioriteit 4: overige Rode Lijst-soorten, waarbij de meest bedreigde categorie op de Rode Lijst de hoogste prioriteit krijgt.
- Prioriteit 5 (laagste): soorten zonder Rode Lijst-status waarvan aannemelijk gemaakt kan worden dat ze minstens een bedreigde status hebben, of met maar één vindplaats in Limburg.
Wat je moet doen na toekenning
- Na toekenning van de subsidie gelden diverse verplichtingen, deels vastgelegd in het GegevensLeveringsProtocol (GLP) dat bij deze regeling hoort:
- Alle correspondentie over de aanvraag en het project verloopt via het klantportaal.
- Wijzigingen binnen je organisatie en/of project moet je melden via het klantportaal.
- Gedurende de projectperiode (tussen beschikking en definitieve vaststelling) kan een verplichting worden opgelegd tot het indienen van een tussentijdse voortgangsrapportage, één keer per jaar indien van toepassing. Het moment hiervan staat dan in de subsidiebeschikking.
- Bij een tussentijdse rapportage lever je een voortgangsrapportage (vrij format) en, indien van toepassing, een GIS-bestand met een omlijning van het onderzoeksgebied en eventueel bekende verblijfplaatsen.
- Na afronding van het project dien je binnen 3 jaar na de verzenddatum van de subsidiebeschikking een eindrapportage in (inhoudelijk eindverslag plus eventueel GIS-bestand). Bij subsidies hoger dan € 25.000 maakt deze eindrapportage onderdeel uit van het verzoek tot vaststelling van de subsidie.
- Alle bestanden (voortgangsrapportage, eindrapportage, GIS-bestanden) moeten aangeleverd worden volgens een vaste naamgevingsconventie en in een zip-bestand, zoals gespecificeerd in het GLP.
- Het GIS-bestand moet verplichte attributen bevatten zoals projectnaam, doel, doelgroep, doelsoorten, start- en einddatum, of er sprake is van een fysieke locatie, en een omschrijving van de uitgevoerde werkzaamheden.
- Je geeft als subsidieontvanger akkoord voor het gebruik van de aangeleverde gegevens door de provincie voor onder meer controle op cumulatie met andere subsidies, onderzoeksdoeleinden, beleidsmonitoring en verantwoording.
- De provincie controleert aangeleverde data op naamgeving, datamodel en volledigheid; bij tekortkomingen wordt de levering geweigerd en moet je een gecorrigeerde versie insturen.
- De aanvrager is een rechtspersoon of natuurlijke persoon.
- De activiteit is gericht op het bevorderen van actieve soortenbescherming.
- De activiteit is gericht op Limburg en/of komt aanwijsbaar ten goede aan Limburg.
- Als voor de uitvoering nodig: de aanvrager heeft juridische zeggenschap over de grond, of schriftelijke toestemming van de grondeigenaar.
- Als wettelijk vereist: de aanvrager heeft een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit (artikel 5.1, tweede lid onder g, Omgevingswet), of is daarvan vrijgesteld.
- De gevraagde subsidie valt tussen € 2.500 en € 110.000.
- Aanvragen verlopen via het klantportaal met eHerkenning (organisaties) of DigiD (particulieren).
Dit zijn "onder andere" de voorwaarden: de volledige, uitputtende set knock-outcriteria staat in de tekst van de Nadere subsidieregels Actieve soortenbescherming 2024-2027 zelf.
Daarnaast gaat de voorkeur uit naar activiteiten die niet al via Natura 2000-budgetten of reguliere natuurbeheerregelingen gefinancierd kunnen worden, en naar de vijf speerpunten: bepaalde soorten in agrarisch gebied, diersoorten met grootschalig ruimtegebruik, ontsnippering van infrastructuur, noodhulp aan zieke of gewonde dieren (via de separate regeling), en soortenbescherming door vrijwilligers. Er is geen weging in procenten tussen deze criteria bekendgemaakt; het is niet duidelijk of toekenning plaatsvindt op volgorde van binnenkomst of op kwaliteit/prioritering. Gezien de gedetailleerde prioriteringslogica in het programma ligt kwaliteitsbeoordeling voor de hand, maar dit is niet expliciet bevestigd.
Raadpleeg voor eventuele aparte eisen rond staatssteun, de-minimis, of een verplichting tot fysieke start binnen een bepaalde termijn na toekenning de volledige tekst van de nadere subsidieregels, die leidend is boven de loketinformatie.
Hoe vraag je de Subsidie Actieve soortenbescherming 2024-2027 (vervallen) aan?
Let op: deze regeling is vervallen, de looptijd was van 19 november 2024 tot en met 16 december 2025. Onderstaande beschrijving van het proces is dus alleen nog informatief.
Voorbereiding Voordat je een aanvraag indiende, moest je nagaan of je activiteit voldeed aan de voorwaarden (zie sectie Kom ik in aanmerking) en of je alle vereiste stukken kon aanleveren. Belangrijk om vooraf te regelen:
- eHerkenning (voor rechtspersonen) of DigiD (voor natuurlijke personen), nodig om via het klantportaal te kunnen inloggen en indienen.
- Eventuele omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit, of onderbouwing van vrijstelling hiervan.
- Schriftelijke toestemming van de grondeigenaar als je niet zelf juridische zeggenschap had over de grond.
Indienen van de aanvraag De aanvraag verliep volledig digitaal via het klantportaal van de provincie Limburg. Bij de aanvraag moest je de volgende stukken gezamenlijk aanleveren in één zip-bestand:
- Aanvraagformulier. Dit formulier vraag je in via het klantportaal; wie dit ondertekent is de aanvrager zelf (rechtspersoon met eHerkenning of natuurlijke persoon met DigiD). Naamgeving volgens vast format: volgnummer_Aanvraagformulier_naamaanvrager_datum.docx.
- Activiteitenplan. Hierin beschrijf je de activiteit die je wilt uitvoeren. Er is geen vast format voorgeschreven voor de inhoud, maar wel een vaste naamgeving: volgnummer_Activiteitenplan_naamaanvrager_datum.docx.
- Begrotingsformat. Dit is een door Gedeputeerde Staten vastgesteld, verplicht te gebruiken sjabloon voor je kostenbegroting. Je downloadt dit format via de link op de provinciale website of via het formulierenportaal (LIM_Begroting_5_0).
- GIS-bestand (indien van toepassing). Als je project een fysieke locatie betreft, lever je een GIS-bestand aan met de omlijning van het onderzoeksgebied en eventueel bekende verblijfplaatsen van de doelsoort(en). Dit bestand moet verplichte attributen bevatten: projectnaam, startdatum, einddatum, doel, doelgroep, doelsoorten, of er sprake is van een fysieke locatie, een omschrijving van de uitgevoerde werkzaamheden, en de geometrie als gesloten vlak (polygon) volgens RD-coördinaten, zonder self-intersections en zonder multipolygonen. Naamgeving: volgnummer_ASB_naamaanvrager_datum.gdb of .shp.
Al deze documenten samen lever je in één zip-bestand aan, met naamgeving: datum(jjjjmmdd)_naamaanvrager_leveringsversienummer.zip.
Termijn voor aanlevering Het GegevensLeveringsProtocol noemt als leveringsmoment voor de aanvraagset: uiterlijk 20 december 2027. Ga voor de zekerheid uit van de op de productpagina genoemde einddatum van de looptijd: 16 december 2025.
Validatie en controle Na indiening controleert de provincie Limburg de aangeleverde bestanden op onder meer naamgeving, het gebruikte datamodel en volledigheid van de attributen. Voldoet de levering niet, dan wordt deze geweigerd en krijg je (of je contactpersoon) een terugmelding. Je moet dan zo snel mogelijk een gecorrigeerde versie opnieuw insturen.
Beheer tijdens het proces Na indiening beheer je je aanvraag via het klantportaal. Daar vind je:
- correspondentie met de provincie over je ingediende aanvraag,
- openstaande taken,
- de mogelijkheid om veranderingen binnen je organisatie en/of project te melden.
Wat gebeurt er na je aanvraag?
Beoordeling Wel is duidelijk dat de provincie Limburg de aangeleverde gegevens eerst valideert op naamgeving, het gebruikte datamodel en volledigheid van de attributen. Voldoet de aanvraag niet aan deze technische eisen, dan wordt de levering geweigerd en moet je een gecorrigeerde versie opnieuw indienen.
Uitbetaling en voorschotten
Rapportageverplichtingen tijdens de looptijd Tijdens de projectperiode, dat is de periode tussen de subsidiebeschikking en de definitieve vaststelling, gelden mogelijk tussentijdse rapportageverplichtingen. Als een tussentijdse verantwoording als verplichting is opgelegd, staat het precieze moment hiervan vermeld in de subsidiebeschikking zelf. De frequentie is dan maximaal één keer per jaar. Bij een tussentijdse rapportage lever je een voortgangsrapportage (vrij format) aan, en indien van toepassing een GIS-bestand met de omlijning van het onderzoeksgebied en eventueel bekende verblijfplaatsen, samengevoegd in één zip-bestand met vaste naamgeving.
Vaststelling en eindrapportage Na afronding van het project dien je een eindrapportage in. Dit moet gebeuren binnen 3 jaar na de verzenddatum van de subsidiebeschikking. De eindrapportage bestaat uit een inhoudelijk eindverslag (vrij format) en, indien van toepassing, een GIS-bestand met dezelfde technische eisen als bij de aanvraag en tussentijdse rapportage.
Belangrijk verschil naar subsidiehoogte: bij subsidies hoger dan € 25.000 maakt de eindrapportage onderdeel uit van het formele verzoek tot vaststelling van de subsidie.
Verplichtingen tijdens de looptijd Gedurende het project moet je:
- alle correspondentie via het klantportaal laten verlopen,
- wijzigingen binnen je organisatie en/of je project melden via het klantportaal,
- data aanleveren volgens de vaste structuur en attributen uit het GegevensLeveringsProtocol,
- akkoord geven voor het gebruik van je gegevens door de provincie voor onder meer cumulatietoetsing met andere subsidies, onderzoek, beleidsmonitoring en verantwoording.
De provincie Limburg verplicht zich van haar kant om de gegevens alleen te gebruiken binnen het kader van deze subsidieregeling en gerelateerde processen, om de gegevens niet door te leveren aan partijen buiten de provinciale, Europese en Rijksoverheid zonder jouw instemming, en om bij directe publicatie van de geleverde gegevens jou als bron te vermelden (dit laatste geldt niet voor gegevens die de provincie zelf heeft bewerkt of gecombineerd met andere bestanden).
Welke documenten heb je nodig?
Het loket publiceert 2 documenten bij deze regeling, waarvan er 1 verplicht is bij je aanvraag. Je kunt ze hier rechtstreeks downloaden.
- GegevensLeveringsProtocol - Nadere subsidieregels Actieve soorten bescherming 2024-2027DownloadPDF · 8 pagina'sVerplicht
Protocol dat beschrijft welke gegevens (waaronder activiteitenplan, begroting en GIS-bestand) de aanvrager op welke wijze en in welk formaat moet aanleveren bij de subsidieaanvraag, tijdens de projectperiode en bij afronding van het project.
- Programma Actieve Soortenbescherming 2024-2027DownloadPDF · 48 pagina'sAanbevolen
Beleidsdocument van de provincie Limburg dat de doelstellingen, speerpunten en prioritering van soorten binnen het Programma Actieve Soortenbescherming 2024-2027 beschrijft, waarmee de aanvrager kan toetsen of zijn project aansluit bij de prioriteiten en speerpunten van de regeling.
Vraag het dossier
Stel een vraag over Subsidie Actieve soortenbescherming 2024-2027 (vervallen). Het antwoord komt uitsluitend uit de documenten van het loket zelf, met de vindplaats erbij. Staat het er niet in, dan zegt de chat dat.
Waar komt deze informatie vandaan?
- Subsidie Actieve soortenbescherming 2024-2027 (vervallen)limburg.nl · gecontroleerd 3 aug 2026
Deze pagina is samengesteld uit de officiële publicaties van Provincie Limburg. Controleer de definitieve voorwaarden altijd bij het loket zelf.